Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Gidsbeurt begint aan het info en onthaal gebouw / cafetaria. Te volgen route

Dovnload 52.22 Kb.

Gidsbeurt begint aan het info en onthaal gebouw / cafetaria. Te volgen route



Datum21.09.2017
Grootte52.22 Kb.

Dovnload 52.22 Kb.

DE SCHORRE



Gidsbeurt begint aan het info en onthaal gebouw / cafetaria.
Te volgen route :

* vanaf info en onthaal gebouw route Z (sportzalen) – M (minigolf) – F (fietsenverhuur)

* vóór F links, over brug, richting D (deltavliegen + parepente)

* rond deze weide volgen richting U (uitkijkpunt)

* niet tot op uitkijkpunt gaan, want daar beletten hoge bomen een goed uitzicht – beter bij de splitsing van de weg naar het uitkijkpunt een beetje vertellen over wat men allemaal ziet

* weg volgen richting B (buurtpark) maar daar niet helemaal naartoe gaan, weg rechts blijven volgen, over het vlonderpad

* vlonderpad volgen langs N (natuurzone) en dan terug via de vijvers

* terugwandelen richting O (omnisportveld) en via de vijver W (waterfietsen) naar onthaal gebouw

INLEIDING – FILOSOFIE ACHTER DE AANLEG VAN DE SCHORRE


(bij begin wandeling)
Na de teloorgang van de baksteenindustrie en omdat men vond dat de Rupelstreek een « reconversie » nodig had, nam het Provinciebestuur van Antwerpen op het einde van de jaren ’80 het recreatiedomein De Schorre van de gemeente Boom over.
Het Provinciaal Recreatief Centrum De Schorre is er gekomen op basis van het idee dat de verlaten kleiputten en de aangrenzende terreinen een herwaardering konden gebruiken als « open ruimten » en dat ze zelfs dienst zouden kunnen doen als recreatief centrum. De uitbouw van zo’n centrum zou de gehele streek een minder negatief beeld kunnen geven. Het accent moest dus liggen op toerisme, recreatie en het behoud van het groene karakter. Alle eigendommen in de oude kleiput werden opgekocht, zodat men uiteindelijk een gebied van ongeveer 75 hectare beschikbaar had.
De kwaliteiten van De Schorre zijn onder meer de rust die hier heerst, de aanwezigheid van natuurlijke elementen die het terrein vorm hebben gegeven : het reliëf, de kleiuitbating, de baksteennijverheid, de mooie en interessante uitzichten en het water. De Schorre heeft hierdoor een eigen en herkenbaar uitzicht gekregen.
In maart 1993 werd begonnen met de aanleg van de basisinfrastructuur. Vanaf het begin was het de bedoeling dat de bestaande natuurlijke elementen van het gebied (flora, fauna) maximaal beschermd moesten worden en eventueel geherwaardeerd. De ecologische kenmerken mochten dus zo min mogelijk verstoord worden.
Vermits het hier gaat om een gebied binnen een open ruimte, moest de bebouwing beperkt blijven. Indien er toch bebouwing moest komen, dan moest die er komen op een beperkt aantal plaatsen. Ook moesten er een aantal uitzichtpunten bewaard blijven, bv. naar de Rupel, naar het gebied « Kleine Steylen ».
De recreatievormen moesten gericht zijn op initiatie en animatie. Het gaat hier om locale behoeften, en vermits De Schorre rechtstreeks in concurrentie komt met een aantal andere gebieden die een hoge toeristisch-recreatieve waarde hebben (Natuurpark Scheldeland, Hazewinkel, Niels Broek) moest het dit aanbod versterken en vervolledigen. Daarom werd het centrum zo polyvalent mogelijk ingericht zodat er altijd kan ingespeeld worden op nieuwe behoeften en mogelijkheden. Jaarlijks komen er duizenden bezoekers naar de evenementen in De Schorre.
De toegankelijkheid voor de auto moest worden beperkt : dus langs de rand, niet binnen het gebied zelf. Verder kunnen fietsers en voetgangers van het hele domein gebruik maken. Belangrijk is de toegankelijkheid voor deze zwakke weggebruikers – daarom wordt er aansluiting gezocht bij het bestaande toeristische fietspadennet.
De Schorre moet dus aan 3 voorwaarden voldoen binnen de Rupelstreek :

1/ visueel : een ruimte creëren die aangenaam en mooi is en de hele Rupelstreek aantrekkelijker maakt

2/ sociaal : aan de bewoners van de streek de mogelijkheid bieden om gebruik te maken van deze infrastructuur. Initiatieven in die zin ontwikkelen.

3/ economisch : bijdragen aan de economische herleving van de Rupelstreek, arbeidsplaatsen creëren.




VANAF HET ONTHAALGEBOUW NAAR FIETSENVERHUUR, VIA MINIGOLF, LINKS VOOR FIETSENVERHUUR OVER BRUG


Hier kan halt gehouden worden om een uitleg te geven – men heeft er een mooi uitzicht over dit gedeelte van De Schorre
(M) dit “polyvalent waterplein” vormt eigenlijk het hart van het Recreatiecentrum, het koppelt alle voorzieningen.
Een kleine duik in de geschiedenis : ongeveer 37 miljoen jaar geleden is de Noordzee opgeschoven naar het westen en kwamen er hier landen droog te staan. Tijdens dit proces heeft zich een kleilaag gevormd. Klei is in bijna heel het land aanwezig, maar de dikte en de diepte varieert. Onder andere in de streek van Ieper en ook hier in het Boomse stijgt de klei tot aan de oppervlakte. In Boom is de laag het dikst – dat kan tot zo’n 30 meter gaan. De typische klei uit de Rupelstreek noemt men de Rupeliaan, een kleisoort die uitermate geschikt is om te bakken en tot baksteen om te vormen. Het feit dat er ijzerperoxide in de klei aanwezig is, geeft de baksteen uit Boom die typische rode kleur waarvoor hij bekend is.
De paters van de Sint Bernardsabdij in Hemiksem beginnen in 1235 stenen te bakken, en dit zal de aanzet zijn voor de typische nijverheid die de streek van Boom bekend zal maken, maar het landschap onherroepelijk zal ruineren. De allereerste private steenbakkerij ontstond in 1346 in Boom. Na een brand in Antwerpen, waarna geen houten huizen meer mochten gebouwd worden, en na het graven van de Willebroekse Vaart, gaat de evolutie heel snel. Ook gewone boeren worden steenbakkers. Rond 1870 waren er op de 9 km lange rechteroever van de Rupel 153 steenbakkerijen gevestigd.
Naarmate meer en meer klei gegraven werd, ging het front van de kleiwinning van de Rupeloever richting noorden, waar men dieper en dieper moet graven om nog klei te vinden. De oorspronkelijke helling werd weggegraven, eerst met de spade en vanaf 1911 met een bagger. Op sommige plaatsen blijven enkel de straten nog op het oorspronkelijke niveau, met bv over een afstand van ongeveer 1 km een hoogteverschil van meer dan 30 meter. De grote kleiputten zullen de streek het uitzicht van een maanlandschap geven, met aan de Rupeloever droge ondiepe putten en verderaf hoge hellingen met diepe onder water uitgegraven putten.
De bebouwing en het landschap waren volledig ondergeschikt aan de industriële nijverheid. Het is pas als de baksteennijverheid teloor gaat, in de 20ste eeuw, dat men zich vragen stelt over wat men met die enorme putten zal doen.
Sommigen worden opgevuld met grond die men aanvoert van o.a. het watersportcentrum Hazewinkel, aan de overkant van de Rupel. Anderen doen een tijd dienst als stortplaats van o.a. de stad Antwerpen. Uiteindelijk vult men de putten opnieuw en worden de nieuwe terreinen gebruikt als bouw- en industriegronden. Het terrein van wat nu De Schorre is krijgt dus de bestemming van recreatiegebied.
Ongeveer één derde van het terrein werd behouden als natuurzone. Oorspronkelijk was het terrein het resultaat van afgraven en storten. Eigenlijk kwamen er hier bijna geen oorspronkelijke, ongestoorde bodemprofielen meer voor. Met uitzondering van een gedeelte in het Noord-Oosten van De Schorre is het hele terrein ontgraven, waarbij de diepte van dat ontgraven varieert. Het resultaat waren natuurlijk putten, die achteraf deels als stortplaats zijn gebruikt. Er waren twee soorten storten : enerzijds gips dat afgedekt was met een dunne laag grond, en anderzijds grond met puin en afval. Verder werd in de bovengrond bijna overal puin en afval aangetroffen afkomstig van vroegere industriële activiteiten.
Hieraan moest natuurlijk verholpen worden : de gipsstorten kregen een vruchtbare bovenlaag van minimaal 80 cm dikte, nodig om verschillende soorten plantengroei te garanderen. Daarvoor moest een aangepast assortiment planten gekozen worden.
De bodem, samengesteld uit zware klei en gips, liet geen water door. Daarom werd een afwateringssysteem ontwikkeld dat werkt via een stelsel van drainage, van slootjes en van vijvers en uiteindelijk kan het overtollige water afgevoerd worden via de Rupel. Dat is ook de reden dat een groot gedeelte van de paden zijn aangelegd op een verhoogd profiel : de vlonderpaden, waarover straks meer.
Omdat de bodem hier geen enorme afwisseling van vegetatie toelaat, is de variëteit niet heel groot : de soorten die hier goed gedijen zijn beperkt in aantal. Toch kunnen we een aantal verschillende natuurwaarden onderscheiden :


  • rond de vijvers vinden we vegetatie die veel afhangt van de waterkwaliteit. Enkele veel voorkomende soorten zijn stijven waterranonkel en aarvederkruid.

  • omdat de wanden van de vijvers nogal steil zijn, is er niet zoveel begroeiïng op de overs en we vinden hier voornamelijk brandnetels en bramen. Ook opschietende wilgen en berken.

  • we kunnen hier spreken van typische ruigtekruidenvegetatie, kenmerkend voor zowel droge tot matig vochtige graslanden.

  • er is uiteraard veel rietvegetatie.

  • ruwe beuk, wilg en waterwilg zijn de voornaamste boomsoorten (struwelen – lage boomgroei, struiken).

  • verder vind je hier verschillende soorten vlinderbloemstruiken, typisch voor gipsstorten.

Ook qua fauna heeft het gebied een grote waarde : het mozaiëk van plassen, vochtige graslanden en struwelen is een geschikte biotoop voor amfibieën. De struwelen zijn ideale broedplaatsen voor de aanwezige vogels en in de steile rand aan de oostkant van De Schorre vinden oeverzwaluwen nestgelegenheid.




WEG VOLGEN TOT BIJ DELTAVLIEGEN / PARAPENTE WEIDE


Niet tot aan uitkijkpunt gaan, halverwege de bovenweg van de parapetenweide heeft men ook een heel mooi uitzicht.
Natuurlijk neemt de natuurwaarde rondom de sportvelden, zoals deze parepenteweide snel af. Deze helling werd speciaal gemaakt om dit soort recreatie mogelijk te maken. Er worden dus zeer specifieke eisen gesteld aan het terrein. Het afspringpunt moet rond zijn om met zoveel mogelijk windrichtingen te kunnen werken. De glijhoek mag niet te steil zijn, want men mikt hier op initiatie, dus op beginnelingen. De ondergrond is een (ruig) grasveld. De site is één van de enige mogelijkheden in Vlaanderen om te kunnen zeilvliegen.


WEG VERVOLGEN VIA VLONDERPAD – HALT HOUDEN BIJ VIJVER WAARIN GROTE KRAAN STAAT
Heel het natuurlijke karakter van De Schorre wordt eigenlijk bepaald door de goede regulatie van de waterstanden. Als de waterhuishouding in orde blijft, zal het gebied niet onder lopen en blijft het evenwicht van alle biotopen bewaard. Het vlonderpad loopt een halve meter boven de grond, en je komt hier niet alleen natuur tegen maar ook pareltjes van industriële archeologie : een authentieke kleibagger, midden in het groen. Het is één van de restanten van de steenbakkerijen van vroeger. De vijver waarin hij staat is een geliefkoosde verzamelplaats voor libellen en waterjuffers, en uiteraard ook voor kikkers en watervogels.
Hier kan je nog een uitleg inlassen over het werk in een steenbakkerij.

Vraag : waarom heeft het water van de vijver die typische groene kleur ?

In deze verlaten kleiputten hebben zich spontaan een aantal vegetatietypes ontwikkeld. Enerzijds streeft men naar het behoud van het pionierskarakter van de vegetatie – men probeert bv. alle aanwezige stadia te behouden, van ruigtekruidvegeatie tot struweel van berk en wilg -, en anderzijds probeert men de natuur zijn gang te laten gaan zodat er meer biotopen en typen mogelijk zijn.



TERUG VIA DE VIJVERS RICHTING ONTHAALGEBOUW


Al wandelend kom je nog een oude loods tegen en ook een tunnel onder straat – hier kan je weer nog wat uitleg geven over de steenbakkerijen.
Eventueel nog een stop ter hoogte van de voetbalvelden (links).
De Schorre is een ideale vertrekplaats voor dagtrips in de Rupelstreek. Je kan één van de steenbakkerijmusea of een moderne steenbakkerij bezoeken, een fietstocht maken langs het Baksteenpad, gaan varen op Rupel of Schelde, een bustrip aanvragen langs de vele monumenten en de kleinere musea in de streek bijvoorbeeld. Alle informatie hieromtrent is te bekomen bij de infobalie van Toerisme Rupelstreek in De Schorre.
De Schorre heeft qua recreatie zelf heel veel te bieden : er is de speeltuin voor de allerkleinsten, vlak bij de cafetaria, er is minigolf en een doolhof, je kan gaan roeien of waterfietsen. Verder kan je fietsen huren of rustig gaan vissen. Op de recreatievijver kan je ook gaan kajakpolo-en : polo zonder paarden, maar met kajaks. En we zagen al dat je hier kan leren deltavliegen of parapenten bij één van de erkende scholen. Sinds kort kan je op deze hellingen ook mountainboarden, een zomerversie van snowboarden of de bergversie van skateboarden of golfsurfen ... ook weer uniek in Vlaanderen !

De Schorre heeft ook verschillende terreinen die kunnen gehuurd worden – sommige zijn kosteloos, voor andere vraagt men een kleine huurprijs.


Evenementen in De Schorre :

  • films

  • Mano Mundo Festival

  • planten- en ambachtendag

  • Grabbelpasdag

  • 100 jaar Rode Kruis

  • Schorre Klassiek

  • Kinderrechtenfestival

  • Music Night

  • Winter Event

  • Schorremorrie





OMGEVING DE SCHORRE

VIA DE PARKING EN HET FIETSPAD RECHTS DE KAPELSTRAAT IN EN LINKS DE PACHTERLEI IN.

1. Hoek n° 1 en n° 2 (Hoek = oude industriële wijk) (beschermde monumenten)

Wijk Hoek. Deze buurt was van groot belang voor de baksteennijverheid in Boom. Het stratenpatroon is typerend voor de oude woonkernen langs de Rupel. Een fiets- en wandelpad loopt parallel met de Rupel en is verbonden met de Kapelstraat – de hoofdstraat – door dwars lopende straatjes. Kleine en weinig comfortabele huisjes nestelden zich tussen de ovens en langs de weg. Werknemers waren bovendien verplicht om in deze huizen van de fabrieksbazen te wonen.


Dat ook de werkgevers in deze buurt onderdak vonden, bewijzen de riante woonhuizen Hoek 1 en Hoek 2.


Beide geklasseerde woonhuizen werden in de 19e eeuw gebouwd door de eigenaars van de belendende scheepstimmerwerf, namelijk de familie De Ceuster. Bij het witte huis met huisnummer 1, in neo-classisistische stijl uit 1845, zijn de leeuwenkopmedaillons afzonderlijk in de gevel verwerkt. Ze hebben niet alleen een ornamentele functie: de leeuwenkoppen kunnen weggehaald worden om op die manier een stelling aan de gevel te bevestigen. Dit is praktisch wanneer de gevel een likje verf nodig heeft.

Het andere pand, Hoek 2 is een burgerhuis in eclectische stijl, onder een mansardedak uit leien met rechthoekige dakvenster van 1874, maar werd ca. 1900 vernieuwd, wat te merken is aan zekere art-nouveau kenmerken.

Aan de rechterzijde van de gevel bevindt zich een driedelige houten loggia op een scheepsvormige arduinen kuip (een knipoog van de architect naar de scheepsbouw en de ruisende Rupel).
Tijdens de bloeitijd van de baksteennijverheid was Hoek een belangrijk centrum van bedrijvigheid. Hier werd hard gewerkt en tegelijkertijd woonden en leefden de mensen er.
(uit: Boom beschermd – De Boomse beschermde monumenten).

2. Molens Rypens (1897)


Bovenaan de straat, ongeveer 30 meter verder, zie je een groot gebouw: de vroegere Molens Rypens.
De broers Rypens begonnen in 1856 met de bouw van een olie- en maïsmolen. Een kwart eeuw later (1881) werd de eerste bloemmolen gebouwd. Achter de molens bevindt zich de woning van de familie met een unieke zomer- en wintertuin.
In de jaren ’80 en ’90 was RTT/Belgacom er gehuisvest. Momenteel is het gebouw omgevormd tot appartementen en lofts (Bassinstraat 10-12).
NAAR DE KAAI

3. Tolbrug Wwe. Van Enschodt (tussen Boom en Klein-Willebroek)
De brug Weduwe Van Enschodt, 235 meter lang en 4,60 meter breed, werd geopend in 1853. Ze was privébezit van de ‘Société Wwe. Van Enschodt’, die een vergunning verwierf voor 90 jaar, met het recht tolgelden te eisen.

ANEKDOTE: EEN NATTE ANEKDOTE UIT 1851
De eerste steenlegging voor deze tolbrug had plaats op 21 juli 1851. Een ‘natte’ anekdote is hieraan verbonden. Gouverneur Jan Teichmann (van 1845 – 1862) en de provincieraad begaven zich naar Boom om tot de plechtigheid en de inhuldiging over te gaan. Nauwelijks stonden de Gouverneur en de provincieraadsleden op een daartoe getimmerde tribune, of deze stortte in, en al de genodigden tuimelden in het water en in het slijk. Gelukkig was het laag tij. De inwoners van Boom deden hun best om hen te redden. De provincieraad van 22 juli betuigde plechtig zijn dank aan de Bomenaars voor hun edelmoedig gedrag in deze ‘rare’ omstandigheden.
Overige belangrijke data met betrekking tot de tolbrug:

- 1852: inscriptie op het grijze bruggehoofd zelf

- 1853: brug geopend: inhuldiging en ingebruikstelling

- 1944: geallieerden o.l.v. Colonel Silvertop bevrijdden via deze brug Boom en


de Rupelstreek

- 1945: brug gesloopt


* Bij de Bomenaars was deze tolbrug (‘brig’ in ’t Booms) gekend als de ‘houten
brug’ met een lengte van 235 meter en 4,60 meter breed.

* In tegenstelling tot ‘een brug te ver’ in Arnhem (Nederland) stond deze brug


op 4 september 1944 gelukkig wel op het juiste moment, op de juiste plaats!!
Hier staat sinds kort ook het standbeeld van Robert Vekemans, de man die op 4 september de geallieerden via de Van Enschotbrug van Klein-Willebroek naar Boom

leidde.
We volgen verder de kaai en ten einde zie je rechts de Heldenplaats


4. Heldenplaats (vroeger Veerdam)


De inhuldiging van de heraanleg van dit huidige plein vond plaats op 28/08/1998

(zie plaket).


Op de Heldenplaats staat het monument ter nagedachtenis van de gesneuvelden van de twee wereldoorlogen. Ook de namen van de politieke gevangenen uit Boom zijn in het monument vereeuwigd. Daar tegenover het klooster van de zusters van O. L. Vrouw Presentatie (n° 1). De school die gesticht werd door deze kloosterorde, werd gebouwd in de oudste kleiput van Boom en is uitgegroeid tot één van de grootste onderwijsinstellingen uit de Rupelstreek. De school werd na bijna 160 jaar, in september 1997, gemengd. Het blauw-wit uniform werd na 156 jaar afgeschaft. Na de fusie met het College heet de school momenteel ‘OLVI’.

Het internaat welk een onderdeel van de school is, werd eind juni 2006 definitief gesloten!


We kijken eveneens naar het herenhuis (hoek Heldenplaats en Groene Hofstraat n° 1), dat de fraaie voormalige directeurswoning was van de zogenaamde ‘Brouwerij Lamot’. De brouwerij werd gesloopt in 1979-1980. Louis Lamot was tot op heden de laatste katholieke burgemeester van Boom (1921 – 1926).

Het overgebleven hoekhuis is in neo-Vlaamse renaissancestijl van 1896 (neotraditionele bak- en zandsteenstijl).



( Er waren 3 broers Lamot; die een brouwerij hadden in:

Mechelen - Klein-Willebroek (zie overkant Rupel) - Boom.)



VAN HELDENPLAATS VIA GROENE HOFSTRAAT NAAR GROTE MARKT


We gaan dan de Groene Hofstraat in.
5. Groene Hofstraat
(vroeger de zogenaamde Benedenstraat omdat ze aan de benedenkant van het kerkhof liep)
Rechts zien we de Leopoldstraat (= volgens sommigen de oudste straat van Boom). We gaan rechtdoor in de Groene Hofstraat en zien het Bruidssluiersteegje. Ook kijken we naar het hoekhuis (nrs 27-29 = ‘Antverpia’ naar een ontwerp van F. Verbraeken) in neotraditionele bak- en zandsteenstijl uit de 20e eeuw.
We passeren ook nummers 31 en 33. We gaan verder en rechts van ons zien we een achteringelegen gebouw. Dit was vroeger ‘Rerum Novarum’ (n° 24-26) en bood onderdak aan de diensten van het ACW en er was tevens de katholieke bibliotheek gevestigd.

We kunnen nog duidelijk verschillende witte beeltenissen in de gevel zien zoals o.a. een pauselijke tiara (rechts naast de deur) en Sint-Jozef (links van de deur).


Op het einde van de straat draaien we naar rechts, drie treden omhoog. We passeren links een standbeeldje ‘Jong meisje’ (= een kunstwerk van Lode Eyckermans uit1980).


6. De Grote Markt (vroeger de Griet)
In 1906, werd ‘Grote Markt’ een officiële straatnaam.

Het is een driehoekig plein, gelegen in het centrum. De huidige aanleg dateert van na de afbraak van de oude kerk (1850). Tot dan toe werd de hele markt ingenomen door het kerkhof met middenin de kerk en aan de Rupelzijde de Griet (= de oude vierschaar ). Pal achter de kerk ten oosten stond het Hof dat de hele oppervlakte besloeg tussen de Hoogstraat, O.L.Vrouwstraat en Groene Hofstraat. De Grote Markt is momenteel een parkeerplaats, omgeven door stijlloze woon- en winkelhuizen uit de 19e en 20e eeuw.

Het is zéér eigenaardig dat een gemeente zoals Boom een Grote Markt heeft. Beter zou zijn geweest: markt, gemeenteplaats of –plein. De twee straten, links Groene Hofstraat en rechts Hoogstraat, liepen gewoon door en op het middenplein was er sinds 1774 op elke donderdag een wekelijkse markt.

Sommige inwoners van omliggende gemeenten vonden dat de Bomenaars een‘dikke nek’ hadden. Volgens Alex Vinck wellicht een geval van afgunst.

Vinden we in Vlaanderen nog gemeenten die over een Grote markt beschikken? Ik meen van niet! Hoveerdig of hovaardig Boom is misschien dan uiteindelijk toch een correcte benaming, of toch ook weer niet?! De waarheid zal zoals gewoonlijk wel ergens in het midden liggen zeker?!
7. Onze-Lieve-Vrouw en Sint-Rochuskerk (beschermd monument sinds het K.B.

van 09/06/1976)


De neo-gotische Onze-Lieve-Vrouw en Sint-Rochuskerk is een driebeukig gebouw in Boomse baksteen met kruisbeuk, koor en ingebouwde 75 m hoge westertoren. Zij werd gebouwd op de plaats waar het Kasteel van Boom had gestaan en achter de vorige kerk, die na de voltooiing van het huidige gebouw werd afgebroken waardoor de Grote Markt gevormd werd.

De eerste steen van de neo-gotische kerk werd gelegd op 24 april 1849 onder burgemeester J. Tuyaerts. De kerk werd officieel geopend op 7 juli 1850 en de plechtige consecratie had plaats op 3 september 1855.

Boven het hoogaltaar hangen drie schilderijen uit 1852 van de Boomse kunstenaar Karel August Wauters. Verspreid in de kerk bevinden zich nog diverse merkwaardige schilderijen, deels afkomstig uit de vorige kerk, onder andere een groot doek dat toegeschreven wordt aan Rubens’ beste leerling, Antoon Van Dyck, hoewel hier nooit bevestiging van gekregen werd. De kerk bezit 43 grote beelden, tegen de muren en de zuilen geplaatst. 39 geschilderde glasramen werden aangebracht tussen 1867 en 1872.

In de kruisbeuk bevindt zich een smeedwerk van de Boomse kunstenaar Edward Roofthooft (1876 – 1956).

(uit: Boom beschermd – De Boomse beschermde monumenten)
(Indien de kerk open is, is ze zeker een bezoekje waard. Als er géén plechtigheden plaatsvinden, is de kerk in de meeste gevallen echter gesloten. Enkel de zijkapel is dan toegankelijk. )
OVER HET RONDPUNT TOT AAN DE RUPELBRUG
8. Rupelbrug (1937 – 1939)
Vroeger overschouwde men van op deze Rupelbrug eveneens het grootste baksteenproducerende gebied ter wereld.

Van op deze Rupelbrug (gebouwd tussen 1937 – 1939) zien we een betonnen overkapping van de Rupeltunnel. In eerste instantie was er ook een optie voor een brug, welke 35 m boven de waterspiegel zou moeten komen maar omwille van verschillende tegenkantingen en een actiegroep, koos men uiteindelijk voor een tunnel.


Rupeltunnel (1972 – 1982)
Op 30/10/1971 werd de bouw toegewezen aan de ‘Tijdelijke Vereniging Rupeltunnel’. De werken waren aanvankelijk geraamd op 45 maanden (dus een kleine 4 jaar). In februari 1972 zijn de werken dan gestart. De tunnel is uiteindelijk niet opengegaan in 1976 zoals gepland, maar wel 6 jaar later voor het verkeer opengesteld op 24 juni 1982 en ingehuldigd door toenmalig minister Karel Poma.

De verschillende redenen van de grote vertraging waren onvoorziene moeilijkheden zoals een hevige storm in 1973, de dijkbreuk van 1976 en grote zwerfkeien (bevonden zich op

13 meter diepte en sommigen hadden een volume van zomaar even 12 m3).

De open sleuf die vóór de tunnel ligt, en de verbinding is tussen de Rupeltunnel en ‘Het Hof van Damman’, werd op 24 oktober 1983 opengesteld voor het verkeer, in het bijzijn van de ministers Olivier en Poma.

Het geheel heeft tweemaal zo lang geduurd en bijna vier keer (sommigen zeggen zelfs zes keer!) zoveel gekost als gepland (3.096.184.397 BEF)!

Het is tevens de enige Belgische tunnel die onder twee waterlopen gaat, namelijk de Rupel en het Zeevaartkanaal.
a) Zie rechts op de brug zes kleine arduinen afbeeldingen van de dierenriem: waterman, vissen, ram, stier, tweeling en kreeft. Aan de overkant van de brug zien we ook nog zes andere kleine afbeeldingen van de dierenriem: leeuw, maagd, weegschaal, schorpioen, boogschutter, steenbok.

Deze dierenriemtekens zouden aldus Alex Vinck kunnen verwijzen naar de Rupel, welke een getijdenrivier is en eb en vloed hebben te maken met de maancyclus, vandaar! Een aannemelijke uitleg!


Van op de brug (voorbij de haag/struik) zien we eventjes naar beneden en bemerken we er een soort waterloop = de kil, een natuurlijke inham, landinwaarts.
b) Verder door op de brug: een bronzen plaket met de tekst van de inhuldiging door koning Leopold III, in aanwezigheid van senator A. Vanderpoorten en de liberale Boomse burgemeester Frans Holsters op 08/07/1939.
Terug beneden passeren we de tweede arduinen hond (hondenfretters!) en recht vóór ons zien we de O.L.Vrouw en St. Rochuskerk. Dan onmiddellijk rechts nemen = een wandel- en fietsweg en komen we op de wandelesplanade langs de Rupel.


NAAR DE WANDELESPLANADE

We gaan op de wandelesplanade en tegenover het voormalig gekend café ‘De Veerdam’ (huisnummer 21 – op de hoek met het Bruidssluiersteegje. (In Café Veerdam stond de wieg van de Fondy Riverside Bullet Band, de jazzband die later de Rupel zou oversteken en een nieuwe stek in Klein-Willebroek zou vinden).

We gaan de trappen af en slaan rechtsaf.
We zien de inhuldigingsplaket van de esplanade op 02/09/2004 door Vlaams minister Kris Peeters. Bekijk ook onder de esplanade de verschillende vitrines met grote oude en ook recente foto’s van Boom.
Vervolgens vóór ons de trappen terug op (= zijkant van ‘Grand Café Kaai’).

Halte voor een drank- en plaspauze.


VIA DE HELDENPLAATS NAAR DE BASSINSTRAAT

De Bassinstraat loopt parallel met de Rupel, met rechts de waterkeringsmuur en links de arbeidershuisjes, genaamd ‘root van Rypens’ met eveneens een idyllisch doodlopend steegje (ook Bassinstraat, waar vanouds de werknemers van de ‘Molens Rypens’ woonden).

9. Directeurswoning Bassinstraat 19 (1856)
In de onmiddellijke omgeving van de voormalige fabriek ‘Molens Rypens’ zien we rechts een statige herenwoning, namelijk Bassinstraat 19.

In deze vroegere directeurswoning woonde ooit Camille Rypens zelf, vroeger algemeen erkend als de machtigste inwoner van Boom. Naast het feit dat het huis in zijn geheel een prachtige woning is, beschikt het ook over een mooi onderhouden zomer-en wintertuin.

De schitterende wintertuin in art-nouveau (omstreeks 1913) werd eind jaren ’90 van vorige eeuw in de oorspronkelijke stijl gerestaureerd.



Boom – Schorre en omgeving



  • INLEIDING – FILOSOFIE ACHTER DE AANLEG VAN DE SCHORR E
  • VANAF HET ONTHAALGEBOUW NAAR FIETSENVERHUUR, VIA MINIGOLF, LINKS VOOR FIETSENVERHUUR OVER BRUG
  • WEG VOLGEN TOT BIJ DELTAVLIEGEN / PARAPENTE WEIDE
  • TERUG VIA DE VIJVERS RICHTING ONTHAALGEBOUW
  • VAN HELDENPLAATS VIA GROENE HOFSTRAAT NAAR GROTE MARKT

  • Dovnload 52.22 Kb.