Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Go for it! 1 thv (page 1) Opm. 1: Voor elke unit tref je hier een werkplanner aan, met daarin de basisstof uit die unit. Op

Dovnload 0.49 Mb.

Go for it! 1 thv (page 1) Opm. 1: Voor elke unit tref je hier een werkplanner aan, met daarin de basisstof uit die unit. Op



Pagina1/5
Datum28.05.2017
Grootte0.49 Mb.

Dovnload 0.49 Mb.
  1   2   3   4   5



en

oefenstencils


GO FOR IT!

Brugklas
Inhoudsopgave bij Werkplanner en oefenstencils GO FOR IT! 1 thv (page 1)
Opm. 1: Voor elke unit tref je hier een werkplanner aan, met daarin de basisstof uit die unit.

Opm. 2: Na de werkplanner van elke unit tref je in dit pakket ook een aantal oefenstencils aan

met aanvullende oefenstof (Phrases en Grammar), als volgt:

__________________________________________________________________________________

unit 1: page 2 = Werkplanner bij unit 1 deel A + Do You Remember Phrases

page 3 = oefenstencil bij unit 1 over GS 1.1  persoonlijk vnw

page 4 = oefenstencil bij unit 1 over GS 1.2 + 1.3  het werkwoord to be( = zijn)

page 5 = Selftest deel I  het ww to be / Selftest deel II  to be + Words/Phrases

page 6 = Werkplanner bij unit 1 deel B + Do You Remember Phrases

page 7 = oefenstencil bij unit 1 over GS 1.4  bezittelijk vnw

page 8 = oefenstencil bij unit 1 over GS 1.1 + 1.4  persoonlijk + bezittelijk vnw

page 9 = oefenstencil bij unit 1 over GS 1.5  getallen

__________________________________________________________________________________

unit 2: page 10 = Werkplanner bij unit 2

page 11 = Phrases uit unit 2 om zelfstandig mee te oefenen

page 12 = oefenstencil bij unit 2 over GS 2.1  de lidwoorden the/a/an/

page 13 = oefenstencil bij unit 2 over GS 2.2  aanwijzend vnw this/that/these/those

page 14 = oefenstencil bij unit 2 over GS 2.3  het werkwoord to have

page 15 = Selftest deel I over to have en deel II over to be / to have

__________________________________________________________________________________

unit 3: page 16 = Werkplanner bij unit 3

page 17 = Phrases uit unit 3 om zelfstandig mee te oefenen

page 18 = oefenstencil bij unit 3 over meervoud en who/what/when/where

page 19 = oefenstencil bij unit 3 over GS 3.3  present simple

page 20 = oefenstencil bij unit 3 over GS 3.4 present simple, vragen en ontkenningen

page 21 = vervolg oefenstencil 3 over present simple, vragen en ontkenningen

page 22 = oefenstencil bij unit 3 over GS 3.4 present simple, vragen en ontkenningen

__________________________________________________________________________________



unit 4: page 23 = Werkplanner bij unit 4

page 24 = Phrases uit unit 4 om zelfstandig mee te oefenen

page 25 = oefenstencil bij unit 4 over GS 4.1  present continuous

page 26 = oefenstencil bij unit 4 over GS 4.1 present continuous of present simple

page 27 = de voorzetsels van GS 4.3 om zelfstandig mee te oefenen

__________________________________________________________________________________



unit 5: page 28 = Werkplanner bij unit 5

page 29 = Phrases uit unit 5 om zelfstandig mee te oefenen

page 30 = oefenstencil bij unit 5 over GS 5.1  korte antwoorden

page 31 = oefenstencil bij unit 5 over GS 5.2  past continuous

__________________________________________________________________________________

unit 6: page 32 = Werkplanner bij unit 6

page 33 = Phrases uit unit 6 om zelfstandig mee te oefenen

page 34 = oefenstencil bij unit 6 over GS 6.1  past simple

page 35 = Selftest over alle (on)regelmatige werkwoorden uit unit 6



page 36 = Overzichtsstencil bij unit 6 over alle werkwoordstijden die je nu gehad hebt

__________________________________________________________________________________



unit 7: page 37 = Werkplanner bij unit 7

page 38 = Phrases uit unit 7 om zelfstandig mee te oefenen

page 39 = oefenstencil bij unit 7 over GS 7.1  woordvolgorde

page 40 = bijlage The English Alphabet

Werkplanner bij Go For It! THV 1 * Unit 1 deel A * (page 2)

__________________________________________________________________________________

Let op  je mag niet in het Workbook schrijven

Let op  je mag niet in de Workplanner schrijven (behalve bij de puzzels achterin op page 40, 41, 42)


Lees Introduction Tb page 7 Cowley Road + maak Wb Introduction page 5 les 1(a)
• Textbook 1 Almost neighbours (Wb les 1 t/m 9, Words + Phrases Tb page 9, GS 1.1 + 1.2 + 1.3)

__________________________________________________________________________________

A1 = lees/beluister les 1 Almost neighbours (Tb page 8 + 9) + maak Wb les 1(b) + 2

A2 = Tip over Words: Hoe leer je woordjes?  lees Wb page 7 grijs blokje onderaan

A3 = leer Words Tb page 9 (En-Ne/Ne-En)

A4 = maak Wb les 4(a + b)

A5 = leer Phrases Tb page 9 (En-Ne/Ne-En)  zie hieronder DYR  oefenen en opschrijven

A6 = Speaking: Wb les 7 + 8 / Listening: Wb les 10, 15(b), 17(b), 25(b)

__________________________________________________________________________________

A7 = leer GS 1.1 (zie Tb page 97)  uitleg over persoonlijke voornaamwoorden

A8 = leer/maak Wpl page 3  oefenstencil over persoonlijk vnw les A, B, C, D

A9 = maak Wb les 5 + Wb page 28 les E

A10 = leer GS 1.2 + 1.3 (zie Tb page 97 + 98)  uitleg over het werkwoord to be

A11 = leer/maak Wpl page 4  oefenstencil over het werkwoord to be

A12 = maak Wb les 6(a, b, c) _ Wb les 21 + Wb page 29 les G

A13 = maak Wpl page 5 Selftest deel I  tabel over het werkwoord to be


B1 = Tip over Reading  lees Wb page 12 grijs blokje + maak Wb les 11(a)

B2 = lees les 2 The more the merrier (Tb page 10 + 11) + maak Wb les 11(b), 12, 13, 14

B3 = leer Words Tb page 11 (En-Ne/Ne-En en de schuingedrukte woorden alleen En-Ne)

B4 = maak Wb les 15

B5 = maak Wpl page 5 Selftest deel II  to be in combinatie met Wl + Phr van Tb page 9 + 11
Do you remember?



Phrases Tb page 9 om mee te oefenen en op te schrijven. In English, please :
1) Gaat het goed? =

2) Het gaat goed met mij. =

3) Hebben jullie het naar je zin op het festival? =

4) Wonen jullie in de buurt? =

5) Ik zal mijn familie aan jullie voorstellen. =

6) Ik ben meneer Ford en dit is mijn vrouw Helen. =

7) Dit zijn onze nieuwe buren. =

8) Aangenaam kennis te maken. =

9) Ik kan het niet geloven. =

10) Hoe gaat het hier? =

11) Ik moet gaan. =

12) Laat me eens kijken. =

Oefenstencil bij unit 1 over Grammar Survey 1.1  persoonlijk voornaamwoord (page 3)
(A) (a) persoonlijk vnw: (b) persoonlijk vnw:
ik = mij =

jij / u = jou / u =

hij = hem =

zij = haar =

het = het / hem =

wij = ons =

jullie = jullie =

zij = hen / ze =


Rij (a) gebruik je als onderwerp, vooraan de zin. Bijv: He is in the kitchen right now.

Rij (b) gebruik je niet als onderwerp, maar verderop in de zin, als lijdend voorwerp, meewerkend voorwerp, of na een voorzetsel. Bijv: Can you see Sharon? Yes, I can see her. (her = lijdend voorwerp)

I will give him these keys. (him = meewerkend voorwerp)

Are these flowers for me? (me = na het voorzetsel for)


(B) Leer deze rijtjes goed en vertaal ze in het Nederlands :
I like music. Is this present for me?

You know that. Yes, it’s for you.

He is upstairs. Is that John? Yes, that’s him.

She is angry. Can you see Ruth? Yes, I can see her.

It is a problem. Is this your bike? Put it in the shed.

We are glad. Can you help us?

You are kind. These presents are for you, my friends.

They are quick. Take your books. Put them on the table.
(C) Fill in the gaps. Het gaat over persoonlijk vnw rij (a) gebruikt als onderwerp:
1) Ben is my brother. ______ (Hij) is at a new school.

2) Ben has got 15 new teachers. ______ (Zij) are all very nice.

3) Miss Spencer is one of Ben’s teachers. ______ (Zij) teaches Ben French.

4) Mr Brooks is the Maths teacher. ______ (Hij) has a lot of difficult sums for Ben.

5) Ben, can ______ (jij) tell me about your timetable?

6) My timetable? ________ (hij) is not bad at all!

7) My last lesson on Friday is Crafts. ________ (het) is not my favourite subject.

8) On Wednesdays ______ (wij) start with Biology.

9) Have ______ (jullie) got Computer Science at your new school?

10) ______ (Het) is an interesting subject.


(D) Fill in the gaps. Het gaat over persoonlijk vnw rij (b) niet gebruikt als onderwerp:
1) Is that the Biology teacher? Yes, that’s ______ (hem).

2) Can the English teacher help ______ (ons) with our homework?

3) These questions are for ______ (jullie), not for ______ (mij).

4) Can you see the pupils of B1? Yes, I can see ______ (ze) clearly.

5) Is that your workbook, Henry? Put ______ hem) on the table in front of ______ (je).

6) Bert, don’t talk to your neighbour. You mustn’t help ______ (hem) with this lesson.

7) Mary can’t find the answers. Can I help ______ (haar)?

8) Where’s my bike? I can’t find ______ (hem) anywhere.

9) Listen, please! Can you understand ______ (mij)?

10) These questions are easy for ______ (jullie). Please, answer ______ (ze) right away.



  1   2   3   4   5

  • Cowley Road
  • The more the merrier
  • (D) Fill in the gaps. Het gaat over persoonlijk vnw rij (b)  niet gebruikt als onderwerp

  • Dovnload 0.49 Mb.