Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


God adopteert je: ‘zeg maar Vader’

Dovnload 29.78 Kb.

God adopteert je: ‘zeg maar Vader’



Datum04.04.2017
Grootte29.78 Kb.

Dovnload 29.78 Kb.

1
God adopteert je: ‘zeg maar Vader’

Preek over Zondag 46

lezen: 1 Johannes 1:1-4, 2:23 - 3:3

Lelystad, 1 oktober 2006

R.J.Vreugdenhil

Weet u nog de eerste keer dat u bij uw schoonouders kwam?

Op dat moment nog: de ouders van je nieuwe vriend of vriendin.

‘Dag meneer’, ‘dag mevrouw’.

Je zit wat onwennig op de bank. Je voelt je nog vreemd.


Maar je raakt steeds meer bij hen thuis en misschien zeggen ze dan wel een keer: ‘zeg voortaan maar pa en ma tegen ons’.

Dat is eerst nog even wennen, maar na een poosje hoor je er helemaal bij.

Je wordt opgenomen in de familie.

Ik ken heel wat mensen die met hun schoonouders minstens zo’n goede band hebben als met hun ouders.


‘Opgenomen in de familie.’

Heel wat mensen hier kunnen zich daar wat bij voorstellen.


Wie ben jij nu tegenover God?

Daar kun je diezelfde uitdrukking voor gebruiken: je bent opgenomen in de familie van God. Opgenomen in de familiekring van God de Vader en zijn Zoon Jezus Christus.

Niet eens als schoonzoon of schoondochter. Maar als zoon of dochter.

Opgenomen in de familiekring van Vader en Zoon.


Dat wil ik duidelijk maken in deze preek.

Samengevat:

GOD ADOPTEERT JE: ‘ZEG MAAR VADER’.

1. door adoptie ben je opgenomen in de familiekring

2. je mag net zo met Vader in gesprek als zijn Zoon Jezus
God adopteert je.

Kun je dat zo zeggen? Ja, zo staat het in de bijbel.

Vorige week heb ik Romeinen 8: 15 aangehaald.

U hebt de Geest ontvangen om Gods kinderen te zijn, en om hem te kunnen aanroepen met ‘Abba, Vader’.

‘De Geest ontvangen om Gods kinderen te zijn

Daar gebruikt Paulus een woord dat je gewoon kunt vertalen met adoptie of geadopteerd worden..

Kind van een ander worden.

Wij kennen dat ook.

Alleen denken wij meteen aan kleine baby’tjes, meestal uit een ver land. Kinderen die daar niet verzorgd kunnen worden, maar nu in Nederland mogen opgroeien.

Zulke geadopteerde kinderen horen bij het opgroeien wel dat ze ergens anders geboren zijn, maar uit zichzelf weten ze niet beter of ze zijn kind van hun ouders.

In de maatschappij van die tijd was dat heel anders.

Adoptie gebeurde daar vooral met volwassen mensen. Vaak door rijke mensen die geen kinderen hadden en dus geen opvolger voor de zaak.

Dan zochten ze iemand in hun omgeving en die werd hun zoon.

Hij werd dan helemaal opgenomen in de familiekring. Hij was vanaf dat moment helemaal de zoon van zijn nieuwe ouders.

Als dat een rijke familie was, was hij vanaf dat moment ook rijk. Als het een familie was die belangrijk was in de stad, door iedereen geëerd - dan gold dat vanaf dat moment ook voor die geadopteerde zoon.
Adoptie betekende toen dat je heel bewust opgenomen werd in een nieuwe familiekring.
De Heer laat Paulus dat woord gebruiken om duidelijk te maken: dat gebeurt ook met jou als je gelooft in Jezus Christus.

God in de hemel neemt mensen op in zijn familiekring.

Als u en jij gelooft in Jezus Christus, dan is dat de kring waar je voortaan bij hoort.

God zegt: je bent mijn zoon, mijn dochter.

Zeg voortaan maar ‘Pa’ tegen mij.
Gods familiekring.

Dat klinkt voor ons wat raar.

Toch is het wat de Heer zelf ons laat zien.

Ik denk aan het evangelie van Johannes. Johannes beschrijft daarin het leven en de boodschap van Jezus.

Dat hele boek door zie je steeds wat een sterke band er is tussen Jezus, de Zoon van God, en zijn Vader. Hij heeft het heel vaak over ‘mijn Vader’.

Al in Johannes 5:18 staat dat de Joden zich daar vreselijk aan ergerden: zoals Jezus over zijn Vader praatte, was voor hen vloeken; want zo stelde hij zichzelf aan God gelijk.

Maar dat zei hij ook ronduit: de Vader en ik zijn één (Johannes 10:30).

Later zegt hij: ik ben in de Vader en de Vader is in mij (Johannes 14:10,11)

Je voelt daar een heel sterke band.

Het mooiste voorbeeld daarvan is, denk ik, het gebed in Johannes 17. De Zoon is daar echt in gesprek met Vader: Vader, ik heb gedaan wat ik moest doen, laat me nu weer bij u terug komen.


In heel het boek Johannes voel je die sterke band van Vader en Zoon.

Het is niet gek als je dan als mens wat op afstand blijft: dit is zo heilig, hier blijf ik buiten.

Maar lees dan in het begin en het einde van het Johannes-evangelie.

Johannes 1:11: wie in de naam van Jezus geloven, heeft hij het voorrecht gegeven om kinderen van God te worden.

Johannes 20:17, daar zegt Jezus na zijn opstanding tegen Maria: ik ga naar mijn Vader, die ook jullie Vader is, naar mijn God, die ook jullie God is.

Geloof je in Jezus, dan krijg je het voorrecht om kind van God te zijn.

Jezus zegt het zelf: mijn Vader is ook jullie Vader.

Daartussen lees je in het hele Johannes-evangelie hoe de Zoon omgaat met Vader, wat een sterke band daar is.

En dan mag je geloven: in die band van Vader en Zoon ben ik ook opgenomen.

In die familiekring.

Jezus bad het zelf, Johannes 17:21. Vader, zoals u in mij bent en ik in u, laat hen zo ook in ons zijn.

Opgenomen in de band van Vader en Zoon, opgenomen in de goddelijke familiekring.

In Hebreeën 2:11 staat: hij schaamt zich er niet voor hen zijn broeders en zusters te noemen. Jezus kijkt naar ons en zegt: je bent m’n broer, je bent mijn zus.

Eén familie.


Zo ver gaat Gods liefde.

Johannes schrijft in zijn eerste brief (1 Joh.3:1):



Bedenkt toch hoe groot de liefde is die de Vader ons heeft geschonken! Wij worden kinderen van God genoemd, en dat zijn we ook.
Zo mag je jezelf dus zien.

Dat heeft de Jezus, de Zoon van God ons geleerd toen hij zijn leerlingen leerde bidden ‘onze Vader’.

Zo mag je jezelf zien: je bent opgenomen in Gods familiekring.
2 Dat betekent: je mag net zo met Vader in gesprek als zijn Zoon Jezus.

Nog weer een keer Romeinen 8:15.



U hebt de Geest ontvangen om Gods kinderen te zijn, en om hem te kunnen aanroepen met ‘Abba, Vader’.

Geadopteerd, opgenomen in de familie, om God te kunnen aanspreken met Abba, Vader.


Waarom ‘Abba, Vader’?

Er is vaak gezegd dat abba zoiets betekent als papa, maar dat schijnt toch niet waar te zijn. Abba is gewoon het Aramese woord voor vader.

Je verwachten niet meteen dat ze in Rome (daar praten ze Latijn of Grieks) een Aramees woord gaan gebruiken.

Waarschijnlijk schrijft Paulus het hier zo, omdat dat letterlijk de manier is waarop Jezus zelf bad. In Marcus 14:36 staat dat Jezus het vreselijk moeilijk kreeg in de nacht vlak voor dat hij gevangen genomen werd, in de tuin Getsemane. Toen ging hij in gebed. Hij zei: Abba, Vader, voor u is alles mogelijk, neem deze beker van mij weg.


Abba Vader, dat zijn de eigen woorden van Jezus.

De Geest leert ons bidden zoals Jezus zelf zijn Vader aansprak.


In de rest van de preek wil ik met u kijken naar dat gebed van Jezus in Getsemane.

Hoe bidt Jezus daar? Hoe leren wij daardoor bidden?


Lezen Marcus 14:32-35.

Ze kwamen bij een olijfgaard die Getsemane heette, en hij zei tegen zijn leerlingen: ‘Blijven jullie hier zitten, terwijl ik ga bidden.’ Hij nam Petrus, Jakobus en Johannes met zich mee. Hij voelde zich onrustig en angstig worden en zei tegen hen: ‘Ik voel me dodelijk bedroefd; blijf hier waken.’

Hij liep nog een stukje verder, liet zich toen op de grond vallen en bad dat dit uur zo mogelijk aan hem voorbij mocht gaan.
1. Jezus trok zich terug. Hij wilde alleen zijn. Dat deed hij veel vaker. Je leest regelmatig dat Jezus in z’n eentje een berg opgaat om te bidden.

Bidden, in gesprek zijn met Vader, is iets heel persoonlijks. Jij zoekt contact met Hem. Één op één.

Samen bidden kan ook, dat is ook goed. Maar neem ook ruimte voor dat persoonlijke, directe contact met Vader. Zoek de stilte, neem de tijd om bij hem te zijn. Ga net als Jezus regelmatig de berg op om te bidden.
Marcus 14:36

Hij zei: ‘Abba, Vader, voor u is alles mogelijk, neem deze beker van mij weg.
2.Jezus weet dat Vader luistert. Hij roept niet: mijn God, bent u daar wel? Hij heeft niet allerlei lange zinnen nodig om God erbij te roepen. Hij zegt gewoon: Abba Vader, en hij weet dat Vader luistert.

Met dat vertrouwen mag je contact zoeken met Vader.

Als je net als Jezus bidt en gewoon zegt ‘Vader’, dan luistert God.

Dan staat hij voor je en kijkt je aan: ja m’n zoon, m’n dochter, zeg het maar. Ik ben er!


3. Jezus vraagt dan heel vrijmoedig: neem deze beker van mij weg. Hij draait er niet om heen, maar benoemt wat z’n diepe verlangen is.

Je hoeft je in je gebed niet mooi voor te doen. Je hoeft er niet om heen te draaien. Zeg maar vrijuit tegen God wat je zeggen wilt. Binnen de familiekring mag dat.

Je hoeft niet krampachtig je af te vragen ‘hoe moet ik het zeggen’ omdat je bang ben dat God anders niet luisteren zal. Zeg maar gewoon wat je op je hart hebt, net als Jezus.
4. Jezus bidt ook met verwachting. Abba, Vader, voor u is alles mogelijk.

Geloof dat God alles kan wat je aan hem vraagt. Denk niet te klein van hem. Hij is je vader die in de hemelen is. Hij is de God met ongekende mogelijkheden.

Vlak voor hij gevangen genomen zou worden (en Jezus wist dat het zou gebeuren) bad Jezus toch vol verwachting: Vader, voor u is alles mogelijk, u kùnt beslissen dat het niet doorgaat.

Blijf verwachten - je Vader is de God van de ongekende mogelijkheden.


Marcus 14:36b, Maar laat niet gebeuren wat ik wil, maar wat u wilt.
5. Jezus maakt zich heel klein.

Hij vraagt wel heel vrij, maar hij eist niet. Hij probeert God niet te dwingen. Hij laat de beslissing aan God. Niet wat ik wil, maar wat u wilt.

Binnen de familiekring, met z’n vertrouwelijke omgang, blijft Vader wel Váder die beslist. Weet wat je plek is in het gezin: je bent kind. Maak je klein.
6. Met overgave.

Dat is wat anders dan de fatalistische houding van ‘God beslist nou eenmaal, daar is niets tegen in te brengen’. Jezus geeft zich over aan de wil van Vader omdat hij weet dat het dan goed is. Hij wil zichzelf invoegen in het plan van Vader.

Bidden moet niet op jezelf gericht zijn, maar gericht op God: Vader, ga door met uw plan en help mij om daar mijn plek in te vinden; want uw plan is goed!
Marcus 14:37, Hij liep terug en zag dat zijn leerlingen lagen te slapen.

Marcus 14:39, Weer ging hij weg om te bidden, met dezelfde woorden als daarvoor.


7. Jezus houdt vol om te bidden. Hij bidt weer hetzelfde. En Vader zegt niet: nu moet je ophouden met zeuren.

Je mag blijven bidden. In de familiekring mogen sommige dingen heel vaak weer benoemd worden. Je mag met je moeiten steeds weer terugkomen bij Vader.


Zo heeft Jezus gebeden: Abba Vader.

Zo mag u en jij bidden.

Je mag met Jezus mee knielen.

Je mag door de Geest van Jezus mee zeggen: Abba Vader.

Je mag in gesprek zijn met Vader in de hemel.
En Vader luistert naar je!
AMEN
Liturgie
belijdenis van afhankelijkheid

zegengroet

Psalm 103: 1, 3, 5

gebed


lezen 1 Johannes 1:1-4, 2:23 - 3:3

onderwijs en verkondiging n.a.v. Zondag 46 en Marcus 14:36

amenlied Gezang 26a:4

geloofsbelijdenis

belijdenislied NG 77

gebed


collecte

slotlied Psalm 25:1,7



zegen



  • God adopteert je
  • Gods familiekring.

  • Dovnload 29.78 Kb.