Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Godsdienst: Kritisch denken 6 tso wat is kritisch denken?

Dovnload 3.41 Mb.

Godsdienst: Kritisch denken 6 tso wat is kritisch denken?



Pagina1/2
Datum20.01.2019
Grootte3.41 Mb.

Dovnload 3.41 Mb.
  1   2

Godsdienst: Kritisch denken 6 TSO

Wat is kritisch denken?

  1. Plato

  1. De Allegorie1 van de Grot

“Stel je eens mensen voor in een soort van ondergrondse grot, met een lange toegang die openstaat naar het daglicht en langs de hele breedte van de spelonk loopt. Van jongs af zijn ze daar aan benen en hals gekluisterd, zodat ze niet van hun plaats weg kunnen. Ze kunnen alleen maar voor zich uit kijken, want de boeien maken het hun onmogelijk het hoofd naar links of rechts te draaien. En wat het licht betreft, dat krijgen ze van een vuur dat boven hen, heel in de verte achter hun rug brandt. Tussen het vuur en de gevangenen in, in de hoogte, loopt een weg. En kijk, langs die weg is een muurtje opgetrokken, net één van die schotten zoals marionettenkunstenaars er voor de spelers plaatsen, en waarboven ze hun poppen vertonen. Stel je voor dat er langs dat muurtje mensen lopen met allerhande voorwerpen, die boven het muurtje uitsteken. De gevangen grotbewoners hebben én van zichzelf en van elkaar nooit iets anders te zien gekregen dan de schaduw, die door het vuur getekend wordt op de rotswand voor hen. Ook van de voorwerpen die langs gedragen worden, zien ze alleen de schaduwen.

Onderstel eens dat de gevangen met elkaar konden praten. Ze zouden menen dat ze, door namen te geven aan wat ze zien, de werkelijk bestaande dingen zelf noemen. Zij zouden nooit iets anders voor de werkelijkheid kunnen houden dan de schaduwen van de nagemaakte voorwerpen.

Bedenk nu eens waarin voor hen de bevrijding uit de boeien en de genezing van de onwetendheid zou bestaan, indien het hun als volgt zou vergaan. Als één van hen nu eens werd bevrijd van zijn boeien, en ertoe gedwongen werd plots op te staan en op te kijken naar het licht; als hij, bij alles wat hij doet, pijn zou voelen, en als de schittering van het licht het hem onmogelijk zou maken die dingen te onderscheiden waarvan hij daareven de schaduwen zag, dan zou hij in verlegenheid geraken wanneer men hem zou zeggen dat hij nu veel dichter bij de werkelijkheid staat. Hij zou niet kunnen geloven dat wat hij tot nu toe zag, slechts schaduwen en schijndingen zijn. In een eerste en natuurlijke reactie zal hij de pijn van het licht willen mijden en zich terug naar de schaduwen wenden.

En als iemand hem met geweld tegenhoudt, en hem door de ruwe en steile gang voortduwt naar buiten in het zonlicht, zal hij nog meer lijden. Zeker in het begin zullen zijn ogen zo vol lichtstralen zijn, dat hij niet in staat is om ook maar iets te zien van wat wij nu de werkelijkheid noemen. Hij heeft immers gewenning nodig. Na verloop van tijd zal hij de schaduwen en de dingen van elkaar kunnen onderscheiden. Hij zal de hemellichamen kunnen waarnemen en zelfs de zon kunnen aanschouwen zoals ze is. Dan zal hij daarover beginnen te redeneren en tot het besluit komen dat het de zon is die aan de jaargetijden en de jaren hun uitzicht geeft. Hij zal ontdekken dat de zon alles in de zichtbare wereld regeert, dat ze in zekere zin de oorzaak is van alles wat hij en zijn medegevangen gewoon waren te zien. Door al deze ervaringen zal hij zichzelf nu gelukkig achten en de anderen beklagen.

Onderstel nu eens dat er in de grot de gewoonte bestaat onderling bepaalde eerbewijzen en lofwoorden en zelfs prijzen uit te loven voor wie van hen het scherpst de langstrekkende schaduwen kan waarnemen, evenals de volgorde waarin de schaduwen voorbijtrekken, kan voorspellen, dan zal de gewezen grotbewoner door deze lofbetuigingen en prijzen niet meer bekoord worden. Hij zal liever alles lijden dan zich door de ‘meningen’ van de grotbewoners te laten leiden.

Veronderstel tenslotte dat de bevrijdde uit eigen wil weer in de grot zou afdalen om zijn ervaringen mee te delen aan de onwetenden, en met hen die altijd zijn gevangen gebleven, een wedstrijd aangaat. Hij zou een mal figuur slaan. Het zou een heel poosje kunnen duren vooraleer zijn ogen zich aan de duisternis hebben aangepast. Men zou zeggen dat zijn tocht naar boven hem de ogen heeft gekost en dat het dus de moeite niet loonde om zelfs maar een poging te doen naar boven te gaan.

En, wanneer nu iemand, bv. hij die teruggekeerd is, hen probeerde te bevrijden en naar boven brengen, zouden ze hem dan niet van kant maken, als ze hem in handen konden krijgen en doden?”

(cfr. PLATO, De Staat, VII, 514-518; in PLATO, Verzameld Werk, vertaald door X. DE WIN, De Nederlandsche Boekhandel, Antwerpen, 1962, dl II, p. 267-272; de vrije vertaling die hier staat, werd overgenomen uit S. DE BLEECKERE e.a. (ed.), Het huis van de filosofie. Handboek hedendaagse wijsgerige stromingen, Uitgeverij Pelckmans DNB, KAPELLEN, 1986, p. 18-21)



  1. Richtvragen bij de allegorie

  1. Beschrijf de situatie van de mensen in de grot.

  2. Wat zien de mensen in de grot?

  3. Beschrijf de eerste ervaring van diegene die wordt losgemaakt.

  4. Wat ontdekt diegene die wordt losgemaakt gaandeweg als hij buiten is?

  5. Waarom wil diegene die is losgemaakt, niet meer terug naar zijn vroegere situatie?

  6. Waarom zal diegene die losgemaakt is, een mal figuur slaan tegenover de anderen?

  7. Waarom zou diegene die losgemaakt is, vermoord worden indien hij de anderen zou proberen te bevrijden?

  1. Besluiten: wat is kritisch denken?

    • -Kritisch denken is een moeizame activiteit. Je moet je er zwaar voor inspannen, er zelfs ‘pijn voor lijden’.

    • -Kritisch denken heeft te maken met je bevrijden van de manier waarop je gewoon bent te denken, en de dingen op een andere manier durven bekijken.

    • -Kritisch denken is nooit definitief, omdat je blijft in vraag stellen. Je verliest dus voor een stuk je zekerheden.



    • -Kritisch denken kan je niet meer stoppen, er is geen weg terug. Eenmaal je de moeite hebt genomen kritische vragen te stellen, kan je er niet meer mee stoppen. Je kan niet meer doen ‘alsof je van niets weet’.

    • -Kritisch denken is meestal NIET populair. Het betekent dat je zo nodig durft ingaan tegen de mening van de meerderheid. En dan bots je op veel weerstand. (zie ook:
      E: Besluit)

  1. Filmbespreking: The Matrix

"What is the matrix? The matrix is the world they pull over your eyes"

  1. Korte inhoud

De 22ste eeuw. Neo is een computerhacker, die door Trinity wordt gevraagd om een groep vrijheidsstrijders te helpen, onder aanvoering van de illustere2 Morpheus. Deze groep verzet zich tegen zelfdenkende computers die de menselijke beschaving beheersen. De computers houden de mensen onder de duim door ze letterlijk in te pluggen in een virtual reality omgeving, die eruit ziet als de 20ste eeuw zoals wij die kennen.

Morpheus gelooft dat Neo de uitverkorene is om de computers te verslaan en bevrijdt hem uit de Matrix. De groep bereidt zich voor op een allesbeslissende strijd met de beschermers van de Matrix, waarin fictie en realiteit dwars door elkaar heen lopen...



(The Matrix, 1999, Warner Bross, 137 minuten)

  1. Logboekbraag:

    1. In de allegorie van de grot wordt gesteld dat het leven buiten de grot beter is dan het leven in de grot. Maar geldt dit ook zo voor The Matrix? Is het leven buiten de matrix beter dan het leven in de matrix? Formuleer je eigen gedachten hierover en argumenteer uitvoerig.

  2. De “allegorie van de grot” en “The Matrix”

      • Inleiding


De film “The Matrix” heeft meer dan één gelijkenis met de “allegorie van de grot” van Plato. Net zoals de gevangen in de grot, zien de gevangenen van de Matrix enkel wat de computers (de hedendaagse “marionettenkunstenaars”) hen willen doen zien. Ze worden zodanig misleid dat ze geloven dat wat ze zien en horen in de grot, de echte realiteit is. Ze aanvaarden ‘blindelings’ wat hun zintuigen hen vertellen en geloven dat wat ze ervaren het enige is wat écht bestaat – niets meer.


  1   2

  • Korte inhoud
  • Logboekbraag

  • Dovnload 3.41 Mb.