Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Groningen, Februari 2007 Andries Kroese

Dovnload 47.35 Kb.

Groningen, Februari 2007 Andries Kroese



Datum05.04.2017
Grootte47.35 Kb.

Dovnload 47.35 Kb.






Handreiking Burgerparticipatie

Groningen,

Groningen,

Februari 2007

Andries Kroese


Inhoudsopgave




1. Inleiding 2

2. Burgerparticipatie en cliëntparticipatie 3

Onderscheid burgerparticipatie en cliëntparticipatie 3

Cliëntparticipatie 4

Burgerparticipatie 4



3. Wmo-adviesraad en Wmo-platform 7

Wmo-adviesraad 7

Wmo-Platform 9

Werkwijze 10



4. Projectgroep Wmo Zorgbelang Groningen 11

5. Eigen aantekeningen 12





1.Inleiding






      • Over Zorgbelang Groningen


Zorgbelang Groningen is het Regionale Patiënten/Consumentenplatform van de provincie Groningen. Wij stellen patiënten, consumenten, gebruikers van voorzieningen en hun organisaties in staat hun individuele en collectieve belangen optimaal te behartigen. Wij willen hiermee een bijdrage leveren aan:

  • de kwaliteit van leven van alle burgers;

  • de kwaliteit van alle voorzieningen op het gebied van wonen, welzijn, zorg, vervoer e.d. in de provincie Groningen.

Zorgbelang Groningen ondersteunt de maatschappelijke participatie van ouderen, jongeren, mensen met lichamelijke, verstandelijke of psychische beperkingen en bewoners van instellingen en hun naasten. Wij zijn er op provinciaal, regionaal en lokaal niveau en rond alle instellingen en andere aanbieders van voorzieningen.




      • Wet maatschappelijke ondersteuning


De Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) is op 1 januari 2007 ingevoerd. De komst van de Wmo heeft ingrijpende gevolgen voor de burgers van de provincie Groningen, dus ook voor Zorgbelang Groningen. De wet moet door gemeentebesturen worden ingevuld en uitgevoerd. Een belangrijke voorwaarde hierbij is de betrokkenheid van burgers. Aanvankelijk werd deze betrokkenheid slechts als een algemene voorwaarde gesteld. Een sterke lobby van (landelijke) patiënten/consumentenorganisaties heeft er voor gezorgd dat de wet onder andere op dit punt aanmerkelijk is aangescherpt. De gemeentebesturen hebben een aantal extra spelregels meegekregen, waardoor zij de burger- en cliëntparticipatie (de “inspraak”) niet geheel en al naar eigen goeddunken kunnen invullen.


      • Handreiking Burgerparticipatie


Deze Handreiking gaat over Burgerparticipatie in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning. De Handreiking is ontwikkeld op basis van:

  • regionale en lokale bijeenkomsten met vele vertegenwoordigers van gemeentelijke Platforms Gehandicaptenbeleid/WVG-platforms, ouderenraden/seniorenraden en cliëntenraden in de sector verpleging en verzorging;

  • jarenlange ervaring in het ondersteunen van deze inspraak- en medezeggenschapsorganen;

  • contacten met ambtenaren, beleidsmedewerkers en wethouders van de Groninger gemeenten en met het projectbureau Wonen, Welzijn en Zorg (WWZ) dat de Colleges van Burgemeester en Wethouders (B & W) ondersteunt op het gebied van de Wmo.

In deze handreiking biedt Zorgbelang Groningen aan gemeenten, burgers en aanbieders van voorzieningen haar expertise op het gebied van de burgerparticipatie.




2.Burgerparticipatie en cliëntparticipatie






    • Onderscheid burgerparticipatie en cliëntparticipatie


Zorgebelang Groningen vindt het belangrijk om verwarring in gebruikte termen en begrippen te voorkomen. In onze visie maken we daarom onderscheid tussen burgerparticipatie en cliëntparticipatie.
Onder cliëntparticipatie verstaan wij dat:

  • de daadwerkelijke gebruikers/cliënten van een voorziening inspraak en (mede)zeg-genschap hebben over de kwaliteit en kwantiteit van het gebodene;

  • zij gevraagd en ongevraagd kunnen adviseren over het beleid van de aanbieder van die voorziening.

Ook al koopt de gemeente in het kader van de Wmo de voorzieningen in, de inspraak van cliënten en gebruikers richt zich op de aanbiedende organisatie of instelling.
Onder burgerparticipatie verstaan wij dat:

  • alle inwoners van een gemeente de gelegenheid wordt geboden mee te doen/bij te dragen aan de ontwikkeling, uitvoering en evaluatie van het Wmo-beleid van de gemeente.

De inspraak van alle burgers (inclusief de cliënten van voorzieningen) richt zich op de keuzes die de gemeente maakt en de verordeningen waarin deze worden vastgelegd.


      • Meedoen en bijdragen


Cliëntparticipatie is de bijdrage, die gebruikers van een voorziening vanuit hun ervaring leveren aan het beleid van de aanbieder en aan de kwaliteit van voorzieningen. Burgerparticipatie is de bijdrage, die de inwoners van een gemeente vanuit hun ervaring leveren aan de ontwikkeling, de uitvoering en/of de evaluatie van het beleid van het gemeentebestuur op het gebied van de Wmo.
De inwoners van een gemeente worden in het kader van de Wmo niet alleen gezien als consumenten, maar ook als burgers die met hun ervaringen, kennis, tijd en energie een bijdrage leveren aan de lokale samenleving en de lokale democratie. Daarom is het nodig onderscheid te maken tussen burgerparticipatie en cliëntparticipatie.


Schematische voorstelling



    • Cliëntparticipatie


Op het gebied van de cliëntparticipatie is de Wet Medezeggenschap Cliënten Zorginstellingen (WMCZ) al jaren van toepassing. De medezeggenschap van cliënten en/of bewoners van instellingen wordt daarin geregeld door het instellen en faciliteren van een cliëntenraad.



Gemeenten gaan in het kader van de Wmo voorzieningen “inkopen” of “aanbesteden”. Onze patiënten/consumentenorganisaties hebben er op aangedrongen dat gemeentebesturen van de aanbieders van maatschappelijke ondersteuning eisen, dat deze zich aan de WMCZ houden. Dit is gerealiseerd door de wettekst aan te scherpen.

Aanbieders van maatschappelijke ondersteuning zullen zich ook moeten houden aan de Wet Klachtrecht Cliënten Zorgsector. Ook op dit punt is de wet op aandringen van onze belangenorganisaties aangescherpt.

Zorgbelang Groningen heeft verstand van het opzetten en ondersteunen van cliëntenraden en van het klachtrecht met bijbehorende procedures. Wij bieden die expertise graag aan aanbieders van voorzieningen en hun cliëntenraden.




      • Gemeente als aanbieder van voorzieningen


Gemeenten zijn nog maar op enkele terreinen zélf de aanbieder van een voorziening. Dit geldt bijvoorbeeld voor de uitvoering van de Wet Werk en Bijstand (WWB). In de WWB geldt dan ook prompt de verplichting een cliëntenraad in te stellen en te faciliteren.



Aan deze verplichting verandert niets door de komst van de Wmo. De cliëntenraad Sociale Zekerheid (ook andere benamingen komen voor) blijft gewoon bestaan.

Burgers die gebruik maken van voorzieningen die door hun gemeente worden aangeboden of ingekocht, moeten kunnen rekenen op goed geregelde inspraak en zeggenschap.




    • Burgerparticipatie


De Wmo zegt, dat de gemeenteraad in een verordening krachtens artikel 150 van de Gemeentewet moet vastleggen, hoe ze haar inwoners inspraak denkt te geven. In veel gemeenten zijn er Ouderenraden/ Seniorenraden, Jongerenraden, Platforms Gehandicaptenbeleid en/of Sociale Raden volgens een dergelijke verordening ingesteld. Het zijn raden die gevraagd en ongevraagd advies uitbrengen aan het College van B&W of de gemeenteraad.
De Wmo verplicht de gemeenteraad níet tot het instellen van een afzonderlijke adviesraad voor de Wmo. Zij kan in de vereiste verordening vastleggen dat de inspraak via de bestaande adviesraden wordt geregeld. Dit lijkt voor de hand te liggen, maar stuit in de praktijk op een aantal problemen:

  1. de huidige adviesraden functioneren zeker niet probleemloos;

  2. de adviesraden van ouderen, jongeren en mensen met lichamelijke beperkingen dekken bij lange na niet de volle breedte van de Wmo;

  3. het is ondoenlijk alle (groepen) belanghebbenden via afzonderlijke adviesraden bij de Wmo te betrekken.

  4. wat te doen met ongeorganiseerde/moeilijk te organiseren burgers/belanghebbenden?
      • Bestaande adviesraden


Op basis van onze ervaringen met het opzetten en ondersteunen van Ouderenraden, Platforms Gehandicaptenbeleid en cliëntenraden van instellingen, stellen we vast:

  • dat het niet zozeer een probleem is dit soort adviesraden in te stellen, maar dat het vaak niet meevalt ze goed te laten functioneren;

  • dat ze veelal bezig zijn met gemeentelijke stukken en procedures (gevraagde adviezen) en niet gemakkelijk toekomen aan ongevraagde adviezen;

  • dat het gemeentebestuur de adviezen gemakkelijk naast zich neer kan leggen en dat de adviesraad vervolgens niet veel meer kan ondernemen;

  • dat, mede daardoor, bij deze adviesraden nogal eens opklinkt dat inspraak niet genoeg is, maar dat het zich tot daadwerkelijke zeggenschap zou moeten ontwikkelen;

  • dat zeggenschap zich echter verzet tegen de wettelijke taken van het gemeentebestuur (de overheid);

  • dat vertegenwoordigers van belangenorganisaties, die in deze raden zitting hebben, het moeilijk vinden (in hun eentje) hun achterban te raadplegen en te informeren en mede daardoor op een eenzame positie terecht kunnen komen;

  • dat belangenorganisaties links en rechts vertegenwoordigers moeten leveren en daardoor zelf verzwakken.

Kortom: er zijn veel vraagtekens te plaatsen bij het op deze wijze vormgeven aan inspraak en participatie.


      • Meer adviesraden?


De Wmo raakt alle burgers. Naast ouderen, jongeren en mensen met een handicap komen nog veel meer belanghebbenden in beeld, die zich betrokken moeten weten bij een goede ontwikkeling en uitvoering van de Wmo. Denk aan mensen met psychische beperkingen, mantelzorgers, thuis- en daklozen.

We hebben het over (groepen) burgers die nog helemaal niet of nauwelijks in beeld zijn bij het gemeentebestuur. We hebben het over belanghebbenden waarvan het nog maar de vraag is of zij zich op de tot nu toe gebruikelijke wijze willen of kunnen organiseren om een erkende inbreng in het Wmo-beleid te hebben. We hebben het over burgers die met de Wmo te maken krijgen, maar door de bestaande adviesraden niet vertegenwoordigd worden.

Er zijn dus niet alleen heel veel groepen belanghebbenden. Het gaat ook om belanghebbenden die zich niet op de huidige ‘normale’ wijze laten organiseren, groeperen, clusteren.


      • Nieuwe vormen en werkwijzen


Zorgbelang Groningen wil graag, in nauwe samenwerking met alle gemeentebesturen, de Wmo – die immers draait om participatie – aangrijpen om tot vernieuwende vormen en werkwijzen te komen die de burgerparticipatie en de adviesstructuur in de gemeenten verbeteren. Het gaat om vormen en werkwijzen die de functie van de huidige adviesraden niet bedreigen, maar juist versterken.
In de provincie Groningen werken 24 van de 25 gemeentebesturen samen aan de ontwikkeling van de Wmo. Zij worden daarin ondersteund door het provinciale Projectbureau Wonen/Welzijn/Zorg. De gemeente Groningen werkt samen met dit bureau, maar ontwikkelt de Wmo nadrukkelijker op eigen kracht.
Er is veelvuldig overleg tussen het Projectbureau WWZ en Zorgbelang Groningen. Een belangrijk resultaat van dit overleg is, dat we het provinciebreed eens zijn over een aantal belangrijke termen, begrippen én werkwijzen. Bijvoorbeeld over het verschil tussen burger- en cliëntparticipatie, het (voort)bestaan van huidige adviesraden, maar ook over de verbetering van vormen en werkwijzen in de adviesstructuur in gemeenten.




3.Wmo-adviesraad en Wmo-platform







    • Wmo-adviesraad


De Wmo zegt, dat de gemeenteraad in een verordening moet vastleggen hoe burgers participeren en inspraak hebben bij de ontwikkeling, uitvoering en evaluatie van het gemeentebeleid op het gebied van de Wmo.

Aangezien de Wmo helemaal gáát over participatie, wordt de invulling van deze verordening een toets voor de houding van een gemeentebestuur tegenover de burgers. Positief uitgedrukt: de Wmo geeft het gemeentebestuur de kans op een vernieuwende wijze invulling te geven aan locale democratie en het dichten van de kloof tussen burger en bestuur.

De gemeente hoeft niet persé een afzonderlijke adviesraad in te stellen. Hiervoor hebben wij aangegeven waarom dat in de visie van Zorgbelang Groningen wél een goede zaak zou zijn.
Zorgbelang Groningen en het projectbureau WWZ adviseren alle gemeenten een Wmo-adviesraad in het leven te roepen. Hoe deze er uit moet komen te zien en hoe ze zou moeten functioneren, zal bij voorkeur in overleg tussen het gemeentebestuur en de plaatselijk betrokkenen moeten worden uitgewerkt.
Gemeentebesturen worden geacht op dit gebied het initiatief te nemen. In de meeste gemeenten heeft Zorgbelang Groningen echter al een relatie met initiatiefnemers uit kringen van de bestaande adviesraden én met de ambtenaren, beleidsmedewerkers en/of wethouders. In de praktijk blijkt dit snel tot gezamenlijk initiatief en overleg te leiden.

Zorgbelang Groningen biedt aan het overleg over de te vormen adviesraad en alle daaropvolgende stappen te ondersteunen, voorzover extra middelen uit een landelijk stimuleringsprogramma dit mogelijk maken.


Deze Handreiking is geen blauwdruk, het is een werkmodel.


      • Schets van een Wmo-adviesraad


De ervaringen die tot nu toe zijn opgedaan met bestaande adviesraden en het gegeven dat de Wmo vorm moet geven aan betrokkenheid van álle burgers en vernieuwing van de locale democratie, leiden tot het volgende beeld van een Wmo-adviesraad.
De Wmo-adviesraad:

  • moet geen log en omvangrijk lichaam worden (5 – 11 leden);

  • moet zich niet (alleen maar) hoeven buigen over stapels stukken;

  • moet “werken” in plaats van vergaderen;

  • moet goed samenwerken met de gemeenteraad én het College van B&W;

  • moet, als een team, communiceren met alle denkbare (groepen) burgers/belanghebbenden;

  • verlangt niet van burgers dat zij zichzelf organiseren, zoals ouderen en mensen met lichamelijke handicaps dat tot nu toe wel presteren, maar ondersteunt hen daarbij;

  • laat bestaande belangenorganisaties, adviesraden en groepen belanghebbenden de ruimte om zelf in actie te komen, als de adviezen van de Wmo-adviesraad hen niet bevallen en/of het gemeentebestuur van de adviezen afwijkt;

  • wordt door bestaande belangenorganisaties en adviesraden erkend;

  • wordt bij verordening door de gemeenteraad ingesteld/geïnstalleerd;

  • wordt op basis van een jaarlijks werkplan en jaarlijkse begroting door het gemeentebestuur gefaciliteerd en ondersteund;

  • maakt dit alles zelf bekend aan alle inwoners van de gemeente.

Een lid van de Wmo-adviesraad:

  • hoeft niet zozeer zelf de wijsheid in pacht te hebben: het gaat niet om de eigen deskundigheden, meningen of standpunten;

  • is vaardig in het communiceren met de meest uiteenlopende (groepen) belanghebbenden en/of is bereid dat te worden;

  • treedt niet op als vertegenwoordiger van een (bestaande) belangenorganisatie of adviesraad, maar mag er wel uit voortkomen;

  • functioneert zonder last en ruggespraak, dat wil zeggen: is niet persoonlijk/alleen verantwoordelijk voor het raadplegen en informeren van één belangenorganisatie of groep belanghebbenden;

  • moet openstaan voor de meest uiteenlopende meningen en standpunten.

Zo ontstaat het beeld van een Wmo-adviesraad die continu bezig is de ervaringen, meningen en standpunten van (groepen) burgers te peilen, om die vervolgens om te zetten in goede adviezen aan het College van B&W.




      • Lokale democratie


De Wmo-adviesraad heeft een formele lijn met het College van B&W waarvan gevraagd en ongevraagd gebruik kan worden gemaakt. De gemeenteraad kan echter ook gebruik maken van het werk van de Wmo-adviesraad. De Wmo-adviesraad kan een welkome ondersteuning vormen voor het dualisme in de gemeentepolitiek.

Het is immers voor raadsfracties en individuele raadsleden vaak moeilijk om vrijelijk met groepen burgers in gesprek te komen, omdat de partijpolitieke inslag tot een selectie leidt. In dat verband duikt zelfs het idee op, dat ook de leden van de Wmo-adviesraad vrij gekozen zouden moeten kunnen worden. Kortom: er zijn veel vernieuwende ideeën op dit gebied, die kunnen bijdragen aan een betere participatie van burgers, dus aan locale democratie.



    • Wmo-Platform


Waar wordt gesproken over een Wmo-Platform wordt nu meestal bedoeld: de totale verzameling van alle bestaande belangenorganisaties, adviesraden en clusters belanghebbenden, die een vertegenwoordiger in de Wmo-adviesraad zouden moeten hebben. Gezien de breedte van de Wmo zijn dat er erg veel en dan nog zijn bepaalde groepen niet in beeld.
Alle burgers hebben belang bij een goede ontwikkeling van de Wmo in hun gemeente. Als zij dat willen, moeten ze er in kunnen participeren. Maar het is ondoenlijk ze allemaal te willen organiseren in vaste groepen of clusters. Dat moeten we niet willen. In ieders belang willen we voorkómen dat er omvangrijke, logge lichamen ontstaan, waarvan de onderdelen veel “onderhoud” vragen en die slechts via één vertegenwoordiger hun relatie met de Wmo-adviesraad moeten onderhouden.

Wij willen het Wmo-Platform dan ook zien als een werkvorm en niet als de onderste laag van een getrapte structuur van vertegenwoordigers.


De Wmo-adviesraad heeft collectief de taak dit Platform te organiseren, dat wil zeggen burgers bijeen te halen, te “clusteren”, op grond van bepaalde onderwerpen of vragen. Afhankelijk van het onderwerp kan het Platform breed of smal, klein of groot, homogeen of heterogeen zijn. Zo kan het Wmo-Platform de ene keer bestaan uit vijf mantelzorgers die de Wmo-adviesraad vertellen hoe het gaat met de mantelzorgondersteuning. Een andere keer kan het bestaan uit 100 burgers die een mening hebben over het Wmo-beleidsplan van de gemeente of over de Huishoudelijke Verzorging. De samenstelling van het Wmo-Platform hoeft dus niet vast te liggen.

Het Wmo-Platform kan op een gegeven moment ook bestaan uit een grote verzameling belanghebbenden die de Wmo-adviesraad erkennen.


    • Werkwijze


Als de Wmo-adviesraad wordt opgezet en gaat werken zoals hiervoor is beschreven, maakt dat de bestaande adviesraden niet overbodig. Integendeel, ze zijn nodig als gesprekspartner van de gemeente om de eerste stap naar een goede burgerparticipatie te kunnen zetten. Ze kunnen mensen leveren voor de Wmo-adviesraad en ze worden door deze adviesraad benaderd als min of meer vaste onderdelen van het Platform. Doordat ze worden ontslagen van de plicht een vertegenwoordiger te leveren, kunnen ze zich zelfstandig blijven opstellen naar de Wmo-adviesraad én naar het gemeentebestuur.


      • Doelgroepen/belanghebbenden


Een relatief kleine Wmo-adviesraad kan met deze opzet en werkwijze alle burgers, georganiseerd en ongeorganiseerd, een toegang bieden tot het Wmo-beleid. En dat moet ook, want er zijn veel belanghebbenden.

We hebben het over inwoners van de gemeente die gebruik maken van:



  • huishoudelijke verzorging

  • mantelzorg en mantelzorgondersteuning

  • vrijwilligershulp/diensten

  • ondersteunende en activerende begeleiding

  • maatschappelijke opvang

  • (ambulante) ggz-voorzieningen

  • dagbestedingsactiviteiten

  • welzijnsactiviteiten/ welzijnsdiensten (huidige Welzijnswet)

  • vervoers-/mobiliteitsvoorzieningen (rollator, rolstoel, scootmobiel, taxi, “busje”)

  • hulpmiddelen

  • woningaanpassingen

  • kleinschalige woonvormen met… zorg

  • woon/zorgvormen, wozoco’s (geclusterde woonvorm)

  • persoonsgebonden budget


      • Methoden


De Wmo-adviesraad kan verschillende methoden gebruiken om ervaringen, meningen en standpunten te peilen:

  • meldweken

  • themabijeenkomsten/conferenties

  • cliëntoverleggen/panels

  • Werken aan Wensen

  • vragenlijsten, interviews, enquêtes

  • werkbezoeken in buurt, dorp of wijk.

Zorgbelang Groningen biedt deze instrumenten aan en kan de deskundigheid en vaardigheid van de leden van Wmo-adviesraden ondersteunen en bevorderen.






4.Projectgroep Wmo Zorgbelang Groningen




Ter ondersteuning van de burgerparticipatie op het gebied van de Wmo in alle gemeenten van de provincie Groningen heeft Zorgbelang Groningen een projectgroep opgezet.


De projectgroep bestaat uit:
Karin Knol projectleider

Sandra Hogewerf projectmedewerker

Maritha Ackerman projectmedewerker

Renate van Peet vrijwillig projectmedewerker

Marijke Riemsma regionaal consulent Versterking CliëntenPositie

Andries Kroese beleidsmedewerker collectieve belangenbehartiging

Hetty Miedema secretariële ondersteuning
De projectgroep wordt bij de uitvoering van activiteiten gesteund door provinciaal actieve vrijwilligers. De projectgroep is te bereiken via Zorgbelang Groningen.
telefoon 050 – 571 39 99

email: wmo.vraagbaak@zorgbelang-groningen.nl



www.zorgbelang-groningen.nl




5.Eigen aantekeningen







  • Over Zorgbelang Groningen
  • Wet maatschappelijke ondersteuning
  • Handreiking Burgerparticipatie
  • 2.Burgerparticipatie en cliëntparticipatie Onderscheid burgerparticipatie en cliëntparticipatie
  • Schematische voorstelling
  • Gemeente als aanbieder van voorzieningen
  • Nieuwe vormen en werkwijzen
  • 3.Wmo-adviesraad en Wmo-platform Wmo-adviesraad
  • Schets van een Wmo-adviesraad
  • Doelgroepen/belanghebbenden
  • 4.Projectgroep Wmo Zorgbelang Groningen

  • Dovnload 47.35 Kb.