Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


H ¿Qué pasa? Over Miguel Hernández (1910-1942) No sepas lo que pasa

Dovnload 275.93 Kb.

H ¿Qué pasa? Over Miguel Hernández (1910-1942) No sepas lo que pasa



Datum17.10.2017
Grootte275.93 Kb.

Dovnload 275.93 Kb.


H
¿Qué pasa? - Over Miguel Hernández (1910-1942)

No sepas lo que pasa




Miguel Hernández Gilabert werd geboren in het Valenciaanse stadje Orihuela op 30 oktober 1910 en stierf in Alicante op 28 maart 1942. Tijdens zijn korte volwassen leven was hij ondubbelzinnig een tegenstander van Franco en dat heeft hij na de Spaanse burgeroorlog geweten. Tegen het einde van de militaire acties vluchtte hij naar Portugal, maar werd er op 30 april 1939 opgepakt en aan de Spaanse falangisten uitgeleverd. Toen begon zijn helletocht door de Spaanse gevangenissen.
Toch zag het er aanvankelijk allemaal niet zo vreselijk uit. Mede door interventies van buitenlandse letterkundigen als Pablo Neruda werd Hernández op 15 september 1939 zelfs vrijgelaten. Maar op 28 september werd tegen hem de doodstraf gevorderd en de dag daarop werd hij in zijn geboortestad Orihuela weer opgepakt.
Op 14 januari 1940 is de doodstraf dan effectief uitgesproken, met als motivering: "el procesado Miguel Hernández Gilabert, de antecedentes izquierdistas, se incorporó voluntariamente en los primeros días del Alzamiento Nacional al 5° Regimiento de Milicias..." (M.H.G., met zijn linkse antecedenten, nam vrijwillig dienst in de republikeinse milities) en "dedicado a actividades literarias era miembro activo de la alianza de intelectuales antifascistas habiendo publicado numerosas poesías y crónicas..." (hij was als letterkundige actief lid van het verbond van antifascistische intellectuelen en publiceerde talrijke gedichten en kronieken).
Dat volstond voor de volgende uitspraak: "condenamos al procesado Miguel Hernández Gilabert, como autor de un delito de adhesión a la rebelión a la pena de muerte." (wij veroordelen M.H.G. als aanhanger van de rebellie tot de doodstraf).
Op 25 juni 1940, na vijf maanden van onzekerheid, werd die doodstraf omgezet in dertig jaar hechtenis. Miguel Hernández zou echter geen dertig jáár maar slechts dertig maanden in Franco's gevangenissen verblijven: zoals gezegd overleed hij al op 28 maart 1942, uitgeput en zonder de vrijheid nog te hebben geproefd. Op 4 maart was hij - doodziek op zijn bed uitgestrekt - nog kerkelijk gehuwd met Josefina Manresa, met wie hij al wettelijk was getrouwd op 9 maart 1937 en met wie hij twee zoontjes had. Typisch voor de sfeer van die zwarte dagen was wat Josefina later heeft verteld over haar voorbereiding op het kerkelijk huwelijk. Gedreven door haar vroegere religieuze opvoeding ging ze biechten, maar in de biechtstoel stond het opeens allemaal levensgroot voor haar ogen: de pijnlijke situatie waarin ze zich bevond, het onrechtvaardig vonnis, het leed dat haar was aangedaan... En ze kreeg niets anders over haar lippen dan een klacht: dat haar man in de gevangenis op sterven lag en dat zij veel verdriet had. De biechtvader antwoordde haar: "Dochter, de Kerk heeft daar geen schuld aan, de schuld ligt bij de mensen." Josefina besloot haar relaas van dit gebeuren met de woorden: "Yo me marché sin contestarle - ik ben weggegaan zonder hem antwoord te geven."
Niemand was haar of haar man ter hulp gekomen. Ook Don Luis Almarcha niet, die in Miguels jonge jaren kanunnik was van de kathedraal van Orihuela en zich de jongen aangetrokken had toen die van zijn vader niet verder mocht studeren. Veertig jaar later is Ramón Perez Alvarez daar nog bijzonder giftig over: "Niemand bij zijn gezond verstand kan geloven dat Don Luis Almarcha, door Franco rechtstreeks tot 'Procurador en Cortes' benoemd en 'Consiliario Nacional de Sindicatos', niet de nodige invloed had om te eisen - niet te vragen - dat Miguel zou worden overgebracht naar een sanatorium van het gevangeniswezen. Hij had zelfs meer kunnen doen. Hij heeft het niet gewild. Eenmaal getrouwd en zijn ziel beschouwd als gered, mocht Miguel creperen - in de cel of waar dan ook." (In: Canfali, 28 maart 1984).
De bundel Cancionero y romancero de ausencias is, net als de korte cyclus Nanas de la cebolla, in de kerker geschreven.
Voor de volledigheid weze hier nog aan toegevoegd dat de 'Director General de Prisiones' op 30 oktober 1944 een bewijs van voorlopige invrijheidstelling heeft ondertekend. Toen was de dichter nog maar twee jaar en zeven maanden dood.

CANCIONERO Y ROMANCERO DE AUSENCIAS (1938-1941)




LIED- EN ROMANCENBOEK VAN HET GEMIS (1938-1941)

in een bewerking van

Januari/Februari 1994

(Spaanse tekst volgens Juan Cano Ballesta


in Miguel Hernández. El hombre y su poesía.
Ed. Cátedra, Letras Hispánicas, Madrid, 1992)

EL MAR también elige OOK DE ZEE kiest

puertos donde reír havens waar ze lacht

como los marineros. als de matrozen.

El mar de los que son. De zee van hen die zijn.

El mar también elige Ook de zee kiest

puertos donde morir. havens waar ze sterft.

Como los marineros. Als de matrozen.

El mar de los que fueron. De zee van hen die waren.

LLEGÓ con tres heridas: ZE KWAM, drie keer gewond:

la del amor, van de liefde,

la de la muerte, van het sterven,

la de la vida. van het leven.

Con tres heridas viene: Met drie wonden komt ze:

la de la vida, van het leven,

la del amor, van de liefde,

la de la muerte. van het sterven.

Con tres heridas yo: Met drie wonden, ik:

la de la vida, van het leven,

la de la muerte, van het sterven,

la del amor. van de liefde.

QUERER, querer, querer, LIEFDE, liefde, liefde,

ésa fue mi corona, ze was mijn kroon,

ésa es. dat blijft ze.

AUSENCIA en todo veo: GEMIS ZIE IK in alles:

tus ojos la reflejan. je ogen kaatsen het terug.

Ausencia en todo escucho: Gemis beluister ik in alles:

tu voz a tiempo suena. bijtijds weerklinkt je stem.

Ausencia en todo aspiro: Ik snuif gemis in alles:

tu aliento huele a hierba. je adem ruikt naar kruid.

Ausencia en todo toco: Gemis raak ik in alles aan:

tu cuerpo se despuebla. je lichaam raakt ontvolkt.

Ausencia en todo siento. Gemis voel ik in alles.

Ausencia, ausencia, ausencia. Gemis, gemis, gemis.

TODAS LAS CASAS son ojos ALLE HUIZEN zijn ogen

que resplandecen y acechan. die blinken en loeren.

Todas las casas son bocas Alle huizen zijn monden

que escupen, muerden y besan. die spuwen, bijten en zoenen.

Todas las casas son brazos Alle huizen zijn armen

que se empujan y se estrechan. die zich stoten en zich sluiten.

De todas las casas salen Uit alle huizen komt de

soplos de sombra y de selva. ademtocht van bos en schaduw.

En todas hay un clamor In alle huizen klinkt een

de sangres insatisfechas. schreeuw van ontevreden bloed.

Y a un grito todas las casas En op een roep lopen

se asaltan y se despueblan. alle huizen storm en leeg.

Y a un grito todas se aplacan, En op een roep vallen alle stil

y se fecundan, y esperan. en worden vei en koesteren hoop.

TANTO RÍO que va al mar ZOVEEL RIVIER die naar de zee stroomt

donde no hace falta el agua. waar aan water geen gebrek is.

Tantos cuerpos que se secan. Zoveel lichamen die welken.

Tantos cuerpos que se abrazan. Zoveel lichamen elkaar omarmend.


SI NOSOTROS viviéramos BELEEFDEN WIJ maar wat

lo que la rosa, con su intensidad, de roos beleeft, met hàar intensiteit,

el profundo perfume de los cuerpos dan was de diepe geur

sería mucho más. der lichamen veel geuriger.

Ay, breve vida intensa Ach, het volle leven, kort als de dag,

de un día de rosales secular, van de eeuwenoude rozelaar,

pasaste por la casa je passeerde bij het huis

igual, igual, igual, gelijk, gelijk, gelijk

que un meteoro herido, perfumado aan een gewonde meteoor,

de hermosura y verdad. met de geur van mooi en waar.

La huella que has dejado es un abismo Je voetspoor is een afgrond

con ruinas de rosal vol puin van rozelaars, waar

donde un perfume que no cesa hace een geur die niet verdwijnt bewerkt

que vayan nuestros cuerpos más allá. dat ons lichaam verder gaat.


EN EL FONDO del hombre, IN DE DIEPTE van de mens,

agua removida. verstoorde wateren.

En el agua más clara, In het klaardere water

quiero ver la vida. wil ik het leven zien.

En el fondo del hombre, In de diepte van de mens,

agua removida. verstoorde wateren.

En el agua más clara, In het klaardere water,

sombra sin salida. schaduw zonder uitweg.

En el fondo del hombre, In de diepte van de mens,

agua removida. verstoorde wateren.

COGEDME, cogedme. GRIJP ME, grijp me.

Dejadme, dejadme, Laat me, laat me,

fieras, hombres, sombras, beesten, mensen, schaduwen,

soles, flores, mares. zonnen, bloemen, zeeën.


Cogedme. Grijp me.
Dejadme. Laat me.
¿DE QUÉ adoleció WAARAAN leed

la mujer aquélla? die vrouw daar?

Del mal peor: Aan de ergste pijn:

del mal de las ausencias. de pijn van het gemis.

Y el hombre aquél. En die man daar.

¿De qué murió Waaraan stierf

la mujer aquélla? die vrouw daar?

Del mal peor: Aan de ergste kwaal:

del mal de las ausencias. de kwaal van het gemis.

Y el hombre aquél. En die man daar.

QUÉ CARA de herido pongo WAT EEN GEKWETST gezicht trek ik

cuando te veo y me miro als ik jou zie en mij bekijk

por la ribera del hombro. over de oever van mijn schouder.

ENTERRADO me veo, IK ZIE MEZELF begraven,

crucificado gekruisigd

en la cruz y en el hoyo op het kruis en in de kuil

del desengaño: van de ontgoocheling:

qué mala luna welke kwade maar heeft me

me ha empujado a quererte bereden om van jou te houden

como a ninguna. als van niemand anders.

NO PUEDO olvidar IK KAN NIET vergeten

que no tengo alas, dat ik geen vleugels heb,

que no tengo mar, dat ik geen zee bezit,

vereda ni nada geen landweg, niets

con que irte a besar. waarmee ik jou kan komen zoenen.

BESARSE, mujer, ELKAAR OMHELZEN, in de

al sol, es besarnos zon, vrouw, is omhelzen

en toda la vida. in heel het leven.

Asciende los labios, Hef de lippen hoog,

eléctricamente van drijfkracht trillend

vibrantes de rayos, en van bliksems,

con todo el furor met al de razernij van een

de un sol entre cuatro. viervoudige zon.

Besarse a la luna, Elkaar omhelzen in de

mujer, es besarnos maan, vrouw, is omhelzen

en toda la muerte: in heel de dood:

descienden los labios, de lippen zakken,

con toda la luna heel de maan vraagt

pidiendo su ocaso, om haar ondergang,

del labio de arriba, aan de bovenlip,

del labio de abajo, aan de onderlip,

gastada y helada opgebruikt, bevroren,

y en cuatro pedazos. gevierendeeld.

RUMOROSAS pestañas LAWAAIERIGE wimpers

de los cañaverales. van de velden suikerriet.

Cayendo sobre el sueño Dalend op de sluimer

del hombre hasta lejarle van de mens totdat

el pecho apaciguado zijn hart kalmeert,

y la cabeza suave. zijn hoofd bedaart.

Ahogad la voz del arma, Smoor de stem van het wapen,

que no despierta y salte dat het niet ontwaakt en opspringt

con el cuchillo de odio met het mes van de haat

que entre sus dientes late. kloppend tussen de tanden.

Así, dormido, el hombre Zo, in zijn slaap, is de mens

toda la tierra vale. de hele wereld waard.

EL CORAZÓN es agua HET HART is water

que se acaricia y canta. dat zich koestert en zingt.

El corazón es puerta Het hart is poort

que se abre y se cierra. die open gaat en toe.

El corazón es agua Het hart is water

que se remueve, arrolla, dat beweegt en overweldigt,

se arremolina, mata. kolkt en doodt.

¿QUÉ PASA? WAT GEBEURT?

Rencor por tu mundo, Wrok voor jouw wereld,

amor por mi casa. liefde voor mijn huis.

¿Qué sueña? Wat droomt?

El tiro en tu monte, Het schot op jouw berg,

y el beso en mis eras. de kus op mijn lapje grond.

¿Qué viene? Wat wacht?

Para ti una sola, Voor jou éen keer,

para mí dos muertes. voor mij twee keer sterven.
ENTUSIASMO del odio, GEESTDRIFT van de haat,

ojos del mal querer. ogen van de kwade liefde.

Turbio es el hombre, De man is onrein,

turbia la mujer. onrein de vrouw.

BOCAS de ira. MONDEN van de gramschap.

Ojos de acecho. Ogen van de hinderlaag.

Perros aullando. Honden die huilen.

Perros y perros. Honden en honden.

Todo baldío. Alle dingen schraal.

Todo reseco. Alle dingen schriel.

Cuerpos y campos, Lichamen en velden,

cuerpos y cuerpos. lichamen en lichamen.

¡Qué mal camino, Wat een slechte weg,

qué ceniciento wat is je hart

corazón tuyo, asgrauw -

fértil y tierno! vruchtbaar, teder!

MENOS tu vientre, BEHALVE je schoot

todo es confuso. is alles verward.

Menos tu vientre, Behalve je schoot

todo es futuro is alles vluchtige

fugaz, pasado toekomst, ijdel

baldío, turbio. verleden, onrein.

Menos tu vientre, Behalve je schoot

todo es oculto. is alles geheim.

Menos tu vientre, Behalve je schoot

todo inseguro, is alles onzeker,

todo postrero, alles uiterste,

polvo sin mundo. stof zonder wereld.

Menos tu vientre Behalve je schoot

todo es oscuro. is alles geheim.

Menos tu vientre Behalve je heldere,

claro y profundo. diepe schoot.


A LA LUNA venidera IN DE WASSENDE maan

te acostarás a parir zul je liggen om te baren

y tu vientre irradiará en je buik zal klaarte

la claridad sobre mí. spreiden over mij.

Alborada de tu vientre, Ochtendgloren van je

cada vez más claro en sí, al hoe klaardere buik,

esclareciendo los pozos, dat diepe kloven bijlicht,

anocheciendo el marfil. ivoor in duisternis dompelt.

A la luna venidera In de wassende maan

el mundo se vuelve a abrir. gaat de wereld weer open.

RUEDA que irás muy lejos. WIEL dat zeer ver wegrolt.

Ala que irás muy alto. Vleugel die zeer hoog opwiekt.

Torre del día, niño. Toren van de dag, mijn kind.

Alborear del pájaro. Ochtendgloren van de vogel.

Niño: ala, rueda, torre. Kind: vlerk, wiel, toren.

Pie. Pluma. Espuma. Rayo. Voet. Veer. Schuim. Straal.

Ser como nunca ser. Bestaan als nooit bestaan.

Nunca serás en tanto. Intussen zul je nooit bestaan.

Eres mañana. Ven Je bent de morgen. Kom

con todo de la mano. met alles van de macht.

Eres mi ser que vuelve Jij bent mijn bestaan dat naar

hacia su ser más claro. zijn helderder bestaan terugkomt.

El universo eres Je bent het universum

que guía esperanzado. dat vol hoop de weg aanduidt.

Pasión del movimiento, Hartstocht der beweging,

la tierra es tu caballo. de aarde is je paard.

Cabalga. Domínala. Berijd haar. Domineer haar.

Y brotará en su casco Haar huid van dood en leven

su piel de vida y muerte, zal ontkiemen in haar hoef,

de sombra y luz piafando. trappelend van licht en schaduw.

Asciende. Rueda. Vuela, Stijg op. En rol. En vlieg,

creador de alba y mayo. van dageraad en mei de schepper.

Galopa. Ven. Y colma Galoppeer. Kom. En vul

el fondo de mis brazos. de holte van mijn armen.

ERA UN HOYO no muy hondo. HET WAS EEN niet zo diepe kuil.

Casi en la flor de la sombra. Bijna in de bloesem van de schaduw.

No hubiera cabido un hombre Geen man die paste in

dentro de su tierra angosta. zijn nauwe aarden wanden.

Él cupo: para su cuerpo Híj deed dat wel: zijn lijf

aún quedó anchura de sobra, had nog een paar duim over,

y no la quiso llenar het wou de kuil niet beter vullen

más que la tierra que arrojan. dan de aarde die was uitgegraven.

En la casa había enarcado In het huis had het geluk

la felicidad sus bóvedas. zijn gewelven opgetrokken.

Dentro de la casa había Binnen in het huis hing

siempre una luz victoriosa. steeds een zegevierend licht.

La casa va siendo un hoyo. Het huis dat kuil zal worden.

Yo no quisiera que toda Dat zoveel licht zich overgaf,

aquella luz se alejara de alkoof in duisternis,

vencida desde la alcoba. ik zou het niet verdragen.

Pero cuando llueve, siento Maar als het regent voel ik

que el resplandor se desploma, dat het schitterlicht gedoofd wordt

y reverdecen los muebles en de meubels weer groen hout,

despintados por las gotas. verveloos van regendruppels.

Memorias de la alegría, Herinneringen aan de vreugde,

cenizas latentes, doran nu verborgen as, vergulden

alguna vez las paredes ooit nog wel de wanden

plenas de la triste historia. die geschiedenis vol droefheid ademen.

Pero la casa no es, Maar het huis is niets,

no puede ser, otra cosa kan niets anders zijn

que un ataúd con ventanas, dan een doodkist met ramen,

con puertas hacia la aurora; met deuren op de dageraad;

golondrinas fuera, y dentro buiten zwaluwen die wervelen,

arcos que se desmoronan. binnen bogen die het gaan begeven.

En la casa falta un cuerpo In het huis ontbreekt een lijf

que aleteaban las alondras. dat de leeuweriken deden trillen.

La alegría entre nosotros De vreugde tussen ons

es una ráfaga torva. is een verbeten rukwind.

En la casa falta un cuerpo In het huis ontbreekt een lijf

que en la tierra se desborda. dat in de aarde uit de band springt.


FUE UNA ALEGRÍA de una sola vez,

de esas que no son nunca más iguales.

El corazón, lleno de historias tristes,

fue arrebatado por las claridades.

HET WAS EEN BLIJDSCHAP van slechts éen keer,

van de soort die nooit zichzelf herhaalt.

Het hart, vol droevige verhalen, was

opgetogen met het hel gestraal.
Fue una alegría como la mañana,

que puso azul el corazón, y grande,

más comunicativo su latido,

más esbelta su cumbre aleteante.

Het was een blijdschap als de morgen,

die het hart helblauw en edel maakte,

zijn kloppen mededeelzaam,

slanker zijn bevlogen volheid.


Fue una alegría que dolió de tanto

encenderse, reírse, dilatarse.

Una mujer y yo la recogimos

desde un niño rodado de su carne.

Het was een blijdschap die ons pijn deed

van het branden, lachen, zwellen.

Een vrouw en ik, we namen haar op

in een kind gekanteld uit haar vlees.


Fue una alegría en el amanecer

más virginal de todas las verdades.

Se inflamaban los gallos, y callaron

atravesados por su misma sangre.

Het was een blijdschap in de ochtend,

maagdelijker van wat waarheid heet.

De hanen begonnen te branden en

zwegen, door haar bloed doorkruist.


Fue la primera vez de la alegría

la sola vez de su total imagen.

Las otras alegrías se quedaron

como granos de arena ante los mares.

Het was de eerste beurt der blijdschap,

de enige beurt van haar totale beeltenis.

De andere blijdschappen hielden zich stil

als korrels zand nabij de grote zeeën.


Fue una alegría para siempre sola,

para siempre dorada, destellante.

Pero es una tristeza para siempre,

porque apenas nacida fue a enterrarse.

Het was een blijdschap voor altijd alleen,

voor altijd fonkelend van goud.

Maar voor altijd is ze droefheid,

want pas geboren ging ze zichzelf begraven.


NO QUISO ser. HET WILDE NIET bestaan.


No conoció el encuentro Het kende de ontmoeting

del hombre y la mujer. niet van man en vrouw.

El amoroso vello Het verliefde pluisje kon

no pudo florecer. niet vol knoppen staan.

Detuvo sus sentidos Weigerend te weten

negándose a saber hield het zijn zinnen stil,

y descendieron diáfanos ze zonken glinsterend neer

ante el amanecer. voordat de dag kon opengaan.

Vio turbio su mañana Het zag zijn troebele morgen aan

y se quedó en su ayer. en bleef in gisteren wonen.

No quiso ser. Het wilde niet bestaan.

EL CEMENTERIO está cerca HET KERKHOF LIGT niet ver

de donde tú y yo dormimos, van waar we sliepen, jij en ik -

entre nopales azules, opuntia's, blauw, agaven, blauw,

pitas azules y niños en kinderen die luidkeels

que gritan vívidamente roepen als de schaduw

si un muerto nubla el camino. van een dode op het grindpad valt.

De aquí al cementerio, todo Van hier tot aan het kerkhof is

es azul, dorado, límpido. alles blauw, van goud en vlekkeloos.

Cuatro pasos, y los muertos. Vier passen, en de doden.

Cuatro pasos, y los vivos. Vier passen, en de levenden.

Límpido, azul y dorado, Vlekkeloos, van goud en blauw

se hace allí remoto el hijo. trekt de zoon zich ver terug.

COMO LA HIGUERA joven JE WAS DE jonge vijgeboom

de los barrancos eras. in de ravijn gelijk.

Y cuando yo pasaba Als ik daar voorbijkwam

sonabas en la sierra. klonk je in de bergen.

Como la higuera joven, Als de jonge vijgeboom

resplandeciente y ciega. die straalt en blind maakt.

Como la higuera eres. Je bent de vijgeboom

Como la higuera vieja. gelijk, de oude vijgeboom.

Y paso, y me saludan Ik kom, en mij begroeten

silencio y hojas secas. dorre bladeren en stilte.

Como la higuera eres Je bent de vijgeboom gelijk

que el rayo envejeciera. die de bliksem oud en grauw sloeg.

QUE ME ACONSEJE el mar LAAT DE ZEE me raden

lo que tengo que hacer: wat ik moet beginnen:

si matar, si querer. of moorden, of beminnen.

EL SOL, la rosa y el niño DE ZON, de roos, het kind

flores de un día nacieron. zijn bloemen van éen dag.

Los de cada día son Die van elke dag zijn nieuwe

soles, flores, niños nuevos. zonnen, bloemen, kinderen.

Mañana no seré yo: Morgen zal ik niet meer zijn:

otro será el verdadero. een ander wordt de ware.

Y no seré más allá En ik zal niet verder zijn

de quien quiera su recuerdo. van wie zich hem herinneren wil.

Flor de un día es lo más grande Bloem van éen dag is het grootste

al pie de lo más pequeño. aan de voeten van het kleinste.

Flor de la luz el relámpago, Bloem van het licht de bliksemstraal

y flor del instante el tiempo. en bloem van het ogenblik de tijd.

Entre las flores te fuiste. Midden in de bloemen ben je weggegaan.

Entre las flores me quedo. Midden in de bloemen blijf ik staan.


¿QUÉ QUIERE el viento de encono WAT WIL de wind van bitterheid

que baja por el barranco die door de bergkloof jaagt

y violenta las ventanas en de vensters molesteert

mientras te visto de abrazos? terwijl ik je omgord met kussen?

Derribarnos, arrastrarnos. Ons doen vallen, ons doen kruipen.

Derribadas, arrastradas, Op de grond gesmakt en weggesleept

las dos sangres se alejaron. ging ons beider bloed uiteen.

¿Qué sigue queriendo el viento Wat wil hij nu nog meer,

cada vez más enconado? de al maar bitterder wind?

Separarnos. Ons scheiden.
EL AMOR ascendía entre nosotros

como la luna entre las dos palmeras

que nunca se abrazaron.
DE LIEFDE stond op tussen ons

als de maan tussen twee palmen

die elkaar nooit omhelzen konden.
El íntimo rumor de los dos cuerpos

hacia el arrullo un oleaje trajo,

pero la ronca voz fue atenazada,

fueron pétreos los labios.


Het intiem gefluister van de lichamen

bracht een golfslag in het wiegelied,

maar de hese stem viel stil,

de lippen werden steen.


El ansia de ceñir movió la carne,

esclareció los huesos inflamados,

pero los brazos al querer tenderse

murieron en los brazos.


De vrees ommuurd te worden

golfde door het vlees,

lichtte de ontvlamde beenderen bij,

maar de armen - reikend naar elkaar -

stierven in de armen.

Pasó el amor, la luna, entre nosotros

y devoró los cuerpos solitarios.

Y somos dos fantasmas que se buscan

y se encuentran lejanos.
De liefde, de maan, ging voorbij tussen ons

en verslond de twee verlaten lijven.

Twee zich zoekende fantasmen zijn we

die elkaar van ver ontmoeten.

CERCA del agua te quiero llevar,

porque tu arrullo trascienda del mar.


IK WIL JE bij het water dragen,

laat je minnespel de zee behagen.


Cerca del agua te quiero tener,

porque te aliente su vívido ser.


Ik wil je bij het water houden,

laat zijn bruisende natuur je moed verstouten.


Cerca del agua te quiero sentir,

porque la espuma te enseñe a reír.


Ik wil je bij het water smaken,

laat het schuim je lach losmaken.


Cerca del agua te quiero, mujer,

ver, abarcar, fecundar, conocer.


Ik wil je bij het water, vrouw,

zien en omvatten, bevruchten, bekennen.


Cerca del agua perdida del mar,

que no se puede perder ni encontrar.


Bij het verloren water van de zee,

dat zich noch verliezen laat noch kennen.


LLUEVE. Los ojos se ahondan HET REGENT. De ogen worden dieper,

buscando tus ojos: esos zoekend naar jouw ogen: die twee

dos ojos que se alejaron die zich teruggetrokken hebben

a la sombra cuenca adentro. in de schaduw, in de oogkas.

Mirada con horizontes Blik met warme einders

cálidos y fondos tiernos, en diepten vol van tederheid,

íntimamente alentada in intimiteit bemoedigd

por un sol de íntimo fuego door een zon van intiem vuur

que era en las pestañas negra die in de wimpers donkere

coronación de los sueños. bekroning van de dromen was.

Mirada negra y dorada, Zwarte, gouden blik

hecha de dardos directos, gemaakt van rechte pijlen,

signo de un alma en lo alto teken van een ziel, verheven

de todo lo verdadero. in al wat waarheid is.

Ojos que se han consumado Ogen die zijn opgebruikt,

infinitamente abiertos die zonder eind geopend

hacia el saber que vivir weten dat het leven dragen is -

es llevar la luz a un centro. 't licht tot in een midden dragen.

Llueve como si llorara Het regent alsof een reuzenoog

raudales un ojo inmenso, bergstromen weent,

un ojo gris, desangrado, een grijs oog, bloedeloos en

pisoteado en el cielo. vastgeklonken aan de hemel.

Llueve sobre tus dos ojos Het regent op je ogen -

negros, negros, negros, negros, zwarte, zwarte, zwarte ogen -

y llueve como si el agua het regent alsof al dat water

verdes quisiera volverlos. ze groen wil wassen.

Pero sus arcos prosiguen Maar hun bogen gaan weg

alejándose y hundiendo en buigen dieper, worden

negrura frutal en todo vruchtendragend zwart in

el corazón de lo negro. het hart van de zwartheid.

¿Volverán a florecer? Zullen ze weer bloeien?


Si a través de tantos cuerpos Als ze tegen zoveel lijven in,

que ya combaten la flor die de bloemen knakken, gloeiende

renovaran su ascua... Pero kool weer bliezen tot vlam...

seguirán bajo la lluvia Maar ze zullen doorgaan in de regen,

para siempre mustios, secos. voor altijd treurig, droog.
UVAS, granadas, dátiles, DRUIVEN, granaten, dadels,

doradas, rojas, rojos, van goud en rood en rood,

hierbabuena del alma, pepermuntplant van de ziel,

azafrán de los poros . saffraan der poriën.

Uvas como tu frente, Druiven als je voorhoofd,

uvas como tus ojos. druiven als je ogen.

Granadas con la herida Granaten met de wonde

de tu florido asombro, van je bloemenangst,

dátiles con tu esbelta dadels met je slanke

ternura sin retorno, teerheid zonder wederdienst,

azafrán, hierbabuena, saffraan en pepermunt

llueves a grandes chorros regenen in grote gulpen

sobre la mesa pobre, op de arme, afgeleefde

gastada, del otoño, tafel van de herfst,

muerto que te derramas, dood waarop je uitmondt,

muerto que yo conozco, dood die ik doorzie,

muerto frutal, caído vruchtendragende dood, met

con octubre en los hombros. oktober in het schouderblad gedrongen.


ERA UN HOYO no muy hondo. HET WAS EEN niet zo diepe kuil.

Casi en la flor de la sombra. Bijna in de bloesem van de schaduw.

No hubiera cabido un hombre Geen man die paste in

en su oscuridad angosta. zijn nauwe donkerte.

Contigo todo fue anchura Met jou was alles ruimte

en la tierra tenebrosa. in de duistere aarde.

Mi casa contigo era Mijn huis was met jou

la habitación de la bóveda. de woning van het gewelf.

Dentro de mi casa entraba Het zegevierend licht kwam

por ti la luz victoriosa. binnen in mijn huis, door jou.

Mi casa va siendo un hoyo. Mijn huis dat kuil zal blijven.

Yo no quisiera que toda Dat zoveel licht zich overgaf,

aquella luz se alejara de alkoof in duisternis,

vencida, desde la alcoba. ik zou het niet verdragen.

Pero cuando llueve, siento Maar als het regent voel ik

que las paredes se ahondan, dat de wanden dieper worden,

y reverdecen los muebles, de meubels weer groen hout

rememorando las hojas. dat terugdenkt aan het loof.

Mi casa es una ciudad Mijn huis is een stad

con una puerta a la aurora, met een poort op de dageraad,

otra más grande a la tarde, een grotere op de avond,

y a la noche, inmensa, otra. en op de nacht, immens, een derde.

En mi casa falta un cuerpo. In mijn huis ontbreekt een lichaam.

Dos en nuestra casa sobran. Twee blijven over in ons huis.

TRISTES guerras TRIESTE oorlogen

si no es amor la empresa. als de liefde niet de drijfveer is.

Tristes. Tristes. Triestig. Triestig.

Tristes armas Trieste wapens

si no son las palabras. als ze niet de woorden zijn.

Tristes. Tristes. Triestig. Triestig.

Tristes hombres Trieste mensen

si no mueren de amores. als ze niet van liefden sterven.

Tristes. Tristes. Triestig. Triestig.

GUERRA OORLOG

Todas las madres del mundo Alle moeders van de

ocultan el vientre, tiemblan, wereld bergen hun buik,

y quisieran retirarse, sidderen en willen weg

a virginidades ciegas, naar blinde ongereptheid,

el origen solitario de verlaten oorsprong,

y el pasado sin herencia. het verleden zonder erfenis.

Pálida, sobrecogida Bleek en overrompeld houdt

la fecundidad se queda. de vruchtbaarheid zich schuil.

El mar tiene sed y tiene De zee heeft dorst, de aarde

sed de ser agua la tierra. wilde liever water zijn.

Alarga la llama el odio De vlam voedert de haat,

y el amor cierra las puertas. en de liefde sluit de poorten.

Voces como lanzas vibran, Stemmen als lansen trillen,

voces como bayonetas. stemmen als bajonetten.

Bocas como puños vienen, Monden als vuisten komen aan,

puños como cascos llegan. vuisten als helmen komen op.

Pechos como muros roncos, Borsten als murwe muren,

piernas como patas recias. benen als ruwe poten.

El corazón se revuelve, Het hart kraait oproer,

se atorbellina, revienta. wervelt, barst. En slingert

Arroja contra los ojos in de ogen onverwachte,

súbitas espumas negras. zwarte vlokken schuim.

La sangre enarbola el cuerpo, Het bloed klimt in het lichaam,

precipita la cabeza buigt het hoofd en zoekt

y busca un hueco, una herida een opening, een wond waardoor

por donde lanzarse afuera. het zich naar buiten storten kan.

La sangre recorre el mundo Het bloed doorkruist de

enjaulada, insatisfecha. wereld, onvoldaan, gekooid.

Las flores se desvanecen De bloemen gaan ten onder,

devoradas por la hierba. verslonden door het onkruid.

Ansias de matar invaden Angst te doden kronkelt binnen

el fondo de la azucena. in het hart der witte lelie.

Acoplarse con metales Zich koppelen met metalen -

todos los cuerpos anhelan: alle lichamen verlangen:

desposarse, poseerse in ondertrouw zichzelf bezitten

de una terrible manera. op ijselijke wijze.

Desaparecer: el ansia Verdwijnen: de algemene

general, creciente, reina. angst gedijt en heerst.

Un fantasma de estandartes, Een hersenschim van vaandels,

una bandera quimérica, een gefantaseerde vlag,

un mito de patrias: una een mythe vol met vaderlanden:

grave ficción de fronteras. een deftige fictie van grenzen.

Músicas exasperadas, Vertwijfelde muziek,

duras como botas, huellan hard als laarzen, trapt op

la faz de las esperanzas het gezicht dat hoopt en

y de las entrañas tiernas. op het tedere gemoed.

Crepita el alma, la ira. De ziel, de woede knettert.

El llanto relampaguea. De klaagzang weerlicht.

¿Para qué quiero la luz Waarom wil ik het licht

si tropiezo con tinieblas? als ik struikel over duisternis?

Pasiones como clarines, Passies als klaroenen,

coplas, trompas que aconsejan liederen, trompetten die je raden

devorarse ser a ser, elkander te verslinden,

destruirse, piedra a piedra. te ontmantelen, steen na steen.

Relinchos. Retumbos. Truenos. Gehinnik. Gerommel. Gebulder.

Salivazos. Besos. Ruedas. Gespuw. Gekus. Gedans.

Espuelas. Espadas locas En sporen. Dolgeworden zwaarden

abren una herida inmensa. hakken een onmetelijke wonde.

Después, el silencio, mudo Daarna de stilte, stom van

de algodón, blanco de vendas, watten, wit van zwachtels,

cárdeno de cirugía, paars van chirurgie,

mutilado de tristeza. verminkt van droefenis.

El silencio. Y el laurel De stilte. De lauwerkrans

en un rincón de osamentas. in een hoek met botten.

Y un tambor enamorado, En een verliefde trom,

como un vientre tenso, suena als een gespannen buik, klinkt

detrás del innumerable door de onbecijferbare dood

muerto que jamás se aleja. die zich nooit verwijdert.

EL ÚLTIMO RINCÓN DE LAATSTE UITHOEK

El último y el primero: De laatste en de eerste:

rincón para el sol más grande, hoek voor de grootste zon,

sepultura de esta vida graf van dit leven

donde tus ojos no caben. waarin je ogen niet passen.

Allí quisiera tenderme Daarin wil ik gaan liggen

para desenamorarme. om mij van liefde te ontdoen.

Por el olivo lo quiero, Bij de olijfboom wil ik het,

lo percibo por la calle, ik snuif het in de straat,

se sume por los rincones het duikt in hoeken onder

donde se sumen los árboles. waar de bomen onderduiken.

Se ahonda y hace más honda Het verdiept zich en maakt de

la intensidad de mi sangre. volheid dieper van mijn bloed.

Carne de mi movimiento, Vlees van mijn beweging,

huesos de ritmos mortales: beenderen van dodelijke ritmen:

me muero por respirar ik sterf van boven jullie

sobre vuestros ademanes. loos gedoe te ademen.

Corazón que entre dos piedras Hart dat tussen twee stenen

ansiosas de machacarte, die bang zijn je te pletten -

de tanto querer te ahogas stikt van zoveel liefde,

como un mar entre dos mares. als een zee tussen twee zeeën.

De tanto querer me ahogo, Ik stik van zoveel liefde

y no me es posible ahogarme. en stikken kan ik niet.

¿Qué hice para que pusieran Wat deed ik dat ze zoveel

a mi vida tanta cárcel? kerker in mijn leven propten?

Tu pelo donde lo negro Je haar waarin het zwart

ha sufrido los edades de leeftijd moest doorstaan

de la negrura más firme, van vaster zwart, het meest

y la más emocionante: ontroerende: je eeuwig

tu secular pelo negro zwarte haar doorloop ik

recorro hasta remontarme tot ik terugdrijf

a la negrura primera naar de eerste zwartheid

de tus ojos y tus padres, van je ogen en je ouders, in

al rincón del pelo denso de uithoek van het dichte haar

donde relampagueaste. waarin jij schitterde.

Ay, el rincón de tu vientre; Ach, de hoek van je buik;

el callejón de tu carne: de impasse van je vlees:

el callejón sin salida de doodloopstraat waarin ik

donde agonicé una tarde. ooit in doodstrijd lag.

La pólvora y el amor Het vuurwerk en de liefde

marchan sobre las ciudades stappen over de steden,

deslumbrando, removiendo verblindend, het volk

la población de la sangre. van het bloed verjagend.

El naranjo sabe a vida De sinaasappel smaakt naar

y el olivo a tiempo sabe. leven, de olijf naar tijd.

Y entre el clamor de los dos En tussen de roep van die twee

mi corazón se debate. pendelt mijn hart.

El último y el primero: De laatste en de eerste:

rincón donde algún cadáver hoek waar ergens een kadaver

siente el arrullo del mundo de omarming van de wereld voelt,

de los amorosos cauces. van de beddingen in minnebrand.

Siesta que ha entenebrecido Middagdutje dat de zon van

el sol de las humedades. vochtigheid verduisterd heeft.

Allí quisiera tenderme Daar wil ik gaan liggen

para desenamorarme. om mij van liefde te ontdoen.

Después del amor, la tierra. Na de liefde, de aarde.

Después de la tierra, nadie. Na de aarde, niemand.

DESPUÉS DEL AMOR NA DE LIEFDE


No pudimos ser. La tierra We konden niet bestaan. De aarde

no pudo tanto. No somos kon het evenmin. We zijn niet

cuanto se propuso el sol wat de zon zich in een verre

en un anhelo remoto. wensdroom had gedacht.

Un pie se acerca a lo claro. Eén voet nadert helderheid.

En lo oscuro insiste el otro. De andere stuurt op duisternis aan.

Porque el amor no es perpetuo Omdat de liefde niet eeuwig is,

en nadie, ni en mí tampoco. in niemand, evenmin in mij.

El odio aguarda su instante De haat wacht op zijn ogenblik

dentro del carbón más hondo. binnen in de diepste kolenlaag.

Rojo es el odio y nutrido. Rood is de haat en weldoorvoed.

El amor, pálido y solo. De liefde, bleek en eenzaam.

Cansado de odiar, te amo. Vermoeid van haten heb ik je lief.

Cansado de amar, te odio. Vermoeid van de liefde haat ik je.

Llueve tiempo, llueve tiempo. Het regent tijd, het regent tijd.

Y un día triste entre todos, En een dag zo triestig als geen,

triste por toda la tierra. triestig over heel de aarde,

Triste desde mí hasta el lobo, van mij tot bij de wolf,

dormimos y despertamos we slapen en ontwaken

con un tigre entre los ojos. met een tijger in de ogen.

Piedras, hombres como piedras, Stenen, mensen als stenen,

duros y plenos de encono, hard, vol bitterheid,

chocan en el aire, donde stoten in de lucht, waar

chocan las piedras de pronto. opeens de stenen botsen.

Soledades que hoy rechazan Eenzaamheid, vandaag verstotend

y ayer juntaban sus rostros. waarvoor ze gisteren verzamelen blies.

Soledades que en el beso Eenzaamheid die in de kus

guardan el rugido sordo. de dove schreeuw bewaart.

Soledades para siempre. Voor altijd eenzaamheid.

Soledades sin apoyo. Eenzaamheid beroofd van steun.

Cuerpo como un mar voraz, Lichaam als een vraatzuchtige

entrechocando, furioso. zee, die botsend spuwt van woede.

Solitariamente atados Eenzaam aan elkaar geklonken

por el amor, por el odio. door de liefde, door de haat.

Por las venas surgen hombres, Door de aders rijzen mensen op

cruzan las ciudades, torvos. die door de steden lopen, grimmig.

En el corazón arraiga In het hart schiet

solitariamente todo. alles eenzaam wortel.

Huellas sin compaña quedan Onvergezelde sporen blijven achter

como en el agua, en el fondo. als in water, op de bodem.

Sólo una voz, a lo lejos, Enkel een stem in de verte,

siempre a lo lejos la oigo, altijd in de verte hoor ik haar,

acompaña y hace ir vergezelt en doet marcheren

igual que el cuello a los hombros. als de hals de schouders.

Sólo una voz me arrebata Enkel een stem ontrukt me

este armazón espinoso dat stekelig geraamte

de vello retrocedido van teruggeweken borstelhaar

y erizado que me pongo. dat ik me aanmeet.

Los secos vientos no pueden De droge winden kunnen

secar los mares jugosos. de sappige zeeën niet drogen.

Y el corazón permanece En het hart blijft fris

fresco en su cárcel de agosto in zijn kerker van augustus,

porque esa voz es el arma want die stem is het gevoeligste

más tierna de los arroyos: wapen van de waterlopen:

“Miguel, me acuerdo de ti "Miguel, je bent in mijn herinnering

después del sol y del polvo, na de zon en na het stof,

antes de la misma luna, maar vóór de maan zelf,

tumba de un sueño amoroso." graf van een verliefde droom."

Amor: aleja mi ser Liefde: verwijder mijn bestaan

de sus primeros escombros, van zijn eerste puin,

y edificándome, dicta onderricht me, dicteer

una verdad como un soplo. een waarheid als een ademtocht.

Después del amor, la tierra. Na de liefde, de aarde.

Después de la tierra, todo. Na de aarde, alles.

ANTES DEL ODIO VÓOR DE HAAT

Beso soy, sombra con sombra. Ik ben kus, schaduw met schaduw.

Beso, dolor con dolor, Ik ben kus, pijn met pijn,

por haberme enamorado, omdat ik zo verliefd werd,

corazón sin corazón, hart zonder hart,

de las cosas, del aliento op de dingen, op de adem

sin sombra de la creación. zonder schaduw van de schepping.

Sed con agua en la distancia, Dorst met water in de verte,

pero sed alrededor. maar dorst alom.

Corazón en una copa Hart in een kelk

donde me lo bebo yo waaruit ik drink,

y no se lo bebe nadie, waaruit niemand drinkt,

nadie sabe su sabor. niemand kent zijn smaak.

Odio, vida: cuánto odio Haat, leven: hoeveel haat

sólo por amor! enkel door de liefde!

No es posible acariciarte Ik kan je niet strelen

con las manos que me dio met de handen mij gegeven

el fuego de más deseo, door het vuur van meer verlangen,

el ansia de más ardor. door de afschrik van meer gloed.

Varias alas, varios vuelos Meerdere vleugels, meerdere wieken

abaten en ellas hoy slaan vandaag mijn handen in de

hierros que cercan las venas ijzers die de aders prangen,

y las muerden con rencor. en ze bijten met wrok.

Por amor, vida, abatido, Uit tenietgedane liefde,

pájaro sin remisión. leven, onherroepelijke vogel.

Sólo por amor odiado, Enkel door gehate liefde,

sólo por amor. enkel door de liefde.

Amor, tu bóveda arriba Liefde, je gewelf altijd boven,

y yo abajo siempre, amor, ik altijd onder, liefde,

sin otra luz que estas ansias, zonder ander licht dan angst,

sin otra iluminación. zonder andere schijn van licht.

Mírame aquí encadenado, Kijk naar mij, geketend,

escupido, sin calor, uitgespuwd en zonder warmte,

a los pies de la tiniebla aan de voeten van de onverwachte,

más súbita, más feroz, wreedste duisternis,

comiendo pan y cuchillo ik vreet brood en mes

como buen trabajador als een ware werkman

y a veces cuchillo sólo, en soms alleen het mes,

sólo por amor. enkel door de liefde.

Todo lo que significa Alles wat wil zeggen

golondrinas, ascensión, zwaluwen en stijgen,

claridad, anchura, aire, klaarte, weidsheid, lucht,

decidido espacio, sol, vastbesloten ruimte, zon,

horizonte aleteante, trilling op de kim,

sepultado en un rincón. begraven in een hoek.

Esperanza, mar, desierto, Hoop, zee, woestijn,

sangre, monte rodador: bloed, rollende berg:

libertades de mi alma vrijheid van mijn ziel,

clamorosas de pasión, lawaaierig van passie,

desfilando por mi cuerpo, defilerend door mijn lijf,

donde no se quedan, no, waar ze niet blijft, nee,

pero donde se despliegan, maar waar ze zich ontplooit,

sólo por amor. enkel door de liefde.
Porque dentro de la triste Omdat ik binnen in de trieste

guirnalda del eslabón, bloemenkrans van schakels,

del sabor a carcelero van de blijvende cipiersmaak

constante, y a paredón, en de barse muur,

y a precipicio en acecho, van de kloof in hinderlaag,

alto, alegre, libre soy. hoog, lichtvoetig, vrij ben.

Alto, alegre, libre, libre, Hoog, lichtvoetig, vrij,

sólo por amor. enkel door de liefde.


No, no hay cárcel para el hombre. Nee, er is geen kerker voor de mens.

No podrán atarme, no. Ze kunnen mij niet tegenhouden, nee.

Este mundo de cadenas Dit wereldje van ketens

me es pequeño y exterior. is te klein en buiten mij.

¿Quién encierra una sonrisa? Wie sluit een glimlach op?

¿Quién amuralla una voz? Wie ommuurt een stem?

A lo lejos tú, más sola Jij bent ver, nog meer alleen

que la muerte, la una y yo. dan de dood, de ene en ik.

A lo lejos tú, sintiendo Jij bent zo ver en voelt

en tus brazos mi prisión, mijn kerker in je armen.

en tus brazos donde late In je armen klopt

la libertad de los dos. de vrijheid van ons beiden.

Libre soy. Siénteme libre. Ik ben vrij. Ik voel me vrij.

Sólo por amor. Enkel door de liefde.


NANAS DE LA CEBOLLA WIEGEDEUNTJES VAN DE UI


Miguel Hernández schreef deze verzen in zijn cel, nadat hij van zijn vrouw bericht gekregen had dat ze alleen nog brood en uien te eten had. Op 12 september 1939 stuurde hij haar deze Wiegedeuntjes toe, samen met de volgende brief: "De laatste dagen heb ik doorgebracht in gepieker over je situatie, die elke dag benarder wordt. De geur van de uien die je eet bereikt me tot hier en mijn zoon zal verontwaardigd zijn dat je hem met uiensap zoogt in plaats van melk. Troost hem met de kleine coupletten die ik voor hem schreef, want ik kan niets anders doen dan jullie schrijven of de moed verliezen."

La cebolla es escarcha De ui is witte rijp,

cerrada y pobre: in zichzelf gesloten, arm:

escarcha de tus días rijp van jouw dagen

y de mis noches. en mijn nachten.

Hambre y cebolla: Honger en ui:

hielo negro y escarcha zwarte sneeuw en rijp,

grande y redonda. edel en rond.

En la cuna del hambre In de hongerwieg

mi niño estaba. daar sliep mijn zoon.

Con sangre de cebolla Met het bloed van de

se amamantaba. ui werd hij gevoed.

Pero tu sangre, Maar jouw bloed werd

escarchaba de azúcar, rijp van suiker en ui.

cebolla y hambre. Rijp van honger.

Una mujer morena, Een gebronsde vrouw,

resuelta en luna, opgegaan in maan,

se derrama hilo a hilo rafelt draad na draad

sobre la cuna. uiteen - boven de wieg.

Ríete, niño, Lach, kindje, lach,

que te tragas la luna dat je de maan inslikt

cuando es preciso. telkens als het nodig is.

Alondra de mi casa, Leeuwerikje van mijn huis,

ríete mucho. lach maar veel en hard.

Es tu risa en los ojos Het lachje in je ogen is

la luz del mundo. het licht van deze wereld.

Ríete tanto Lach, lach, totdat

que en el alma, al oírte, door jouw gelach de ruimte

bata el espacio. gaat kloppen in mijn ziel.

Tu risa me hace libre, Je lachje maakt me vrij,

me pone alas. het schenkt me vleugels.

Soledades me quita, Verjaagt mijn eenzaamheid,

cárcel me arranca. verlost me uit de kerker.

Boca que vuela, Mondje dat vliegt,

corazón que en tus labios hart dat op je lippen

relampaguea. schittert als het weerlicht.

Es tu risa la espada Je lachje is het

más victoriosa. zegerijkste zwaard.

Vencedor de las flores Je wint het van de bloemen

y las alondras. en de leeuweriken.

Rival del sol, Rivaal der zon,

porvenir de mis huesos toekomst van mijn beenderen,

y de mi amor. toekomst van mijn liefde.

La carne aleteante, Het vlees dat klapwiekt,

súbito el párpado, het ooglid dat knippert

y el niño como nunca en mijn zoontje meer in kleur

coloreado. dan ooit te voren.

Cuánto jilguero Hoeveel distelvinken slaan

se remonta, aletea, de vleugels uit en stijgen

desde tu cuerpo! uit je lichaam op!

Desperté de ser niño. Ik ontwaakte, was niet langer

Nunca despiertes. kind. Jij, ontwaak maar nooit.

Triste llevo la boca. Droef is mij de mond.

Ríete siempre. Blijf lachen. Blijf

Siempre en la cuna, altijd in je wieg,

defendiendo la risa veer na veer je lach

pluma por pluma. verdedigend.

Ser de vuelo tan alto, Wezen met zo hoge,

tan extendido, zo uitgestrekte vlucht,

que tu carne parece hoe gelijkt je vlees

cielo cernido. de uitgeklaarde hemel.

Si yo pudiera Kon ik maar ontsnappen

remontarme al origen naar de oorsprong

de tu carrera! van je levensloop!

El octavo mes ríes In je achtste maand lach je

con cinco azahares. met vijf oranjebloemen.

Con cinco diminutas Met vijf zeer kleine

ferocidades. wrede wapens.

Con cinco dientes Met vijf zeer kleine tanden

como cinco jazmines als evenveel jasmijnen

adolescentes. in jonge groei.

Frontera de los besos Morgen worden ze

serán mañana, begrenzing voor je kussen,

cuando en la dentadura als je in je tanden

sientas un arma. een wapen zult bevroeden.

Sientas un fuego Je bevroedt een vuur

correr dientes abajo dat van je tanden af

buscando el centro. naar je diepste lichaam zoekt.

Vuela niño en la doble Vlieg, mijn zoon, vlieg

luna del pecho. naar de dubbele maan der

Él, triste de cebolla. borsten, die van ui

Tú, satisfecho. neerslachtig zijn. Jij bent

No te derrumbes. voldaan. Stort niet ineen.



No sepas lo que pasa Weet niet wat gebeurt.

ni lo que ocurre. Weet niet wat er scheelt.

  • CANCIONERO Y ROMANCERO DE AUSENCIAS (1938-1941)
  • NANAS DE LA CEBOLLA WIEGEDEUNTJES VAN DE UI

  • Dovnload 275.93 Kb.