Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


H1 Consumptieve doeleinden= kopen auto, koelkast, vakantie of huis Schulden/consumptief krediet

Dovnload 30.75 Kb.

H1 Consumptieve doeleinden= kopen auto, koelkast, vakantie of huis Schulden/consumptief krediet



Datum05.12.2018
Grootte30.75 Kb.

Dovnload 30.75 Kb.

H1

Consumptieve doeleinden= kopen auto, koelkast, vakantie of huis



Schulden/consumptief krediet:

  • Persoonlijke lening=

    • lening aan consument

      • regelmatig inkomen (hoogte inkomen)

      • 18+

    • Vervroegde aflossing boete

  • Doorlopend krediet(privé) / Rekening-courant(zakelijk>H3) =

    • Kredietlimiet= bedrag maximaal lenen

  • Huurkoop=

    Ongedekt/blanco krediet

    • goed gekocht>geleverd > aanbetaling>rest betaald>termijnen

    • eigenaar>na laatste termijn>betaald

    • impulsaankopen

    • vervroegde aflossing boete

  • Koop op afbetaling=

    • goed gekocht>geleverd > aanbetaling>rest betaald>termijnen

    • direct eigenaar

    • impulsaankopen

    • vervroegde aflossing boete

  • Creditcard

  • Hypothecaire lening=

    • Gedekt krediet

    • Onderpand: onroerend goed= grond en alles wat zich aardvast verbind

    • Hypotheek=zakelijk zekerheidsrecht

    • Lage rente

    • onder voorbehoud

      • Inkomen

      • executiewaarde

    • Hypotheekrecht

      • Eigenaar

        • Hypotheekgever>ruil>hypothecaire lening krijgen

        • geldnemer

      • Bank

        • Hypotheeknemer>ruil>hypothecaire lening geven

        • Geldgever

      • Afsluiten

        • Hypotheekakte>notaris>inschrijven hypotheekregister!

          1. Looptijd lening

          2. Rentepercentage

          3. Rentepercentage vastgelegd (variabel) (langer>hoger)

          4. Wanneer vervroegd MAG aflossen




  • Voordelen:

    • Meteen kopen

  • Nadeel:

    • Hoge rente

    • Vastzitten

  • Voordelen:

    • rente

  • Nadeel:

    • Geld kwijt

Rente/interest= vergoeding voor het t.b.s. van geld

Rente(n)/vervallen= een reeks betalingen gelijke tussenruimten

Periode= tijd verstrijkt tussen 2 betalingen

Termijnen= bedragen
Annuïteitenhypotheek=


  • Periodiek(rente+aflossing) gelijkblijvend bedrag

  • aflossingsdeel groter + interestbestanddeel kleiner (in verhouding met elkaar)

lineaire hypotheek=

  • elk jaar vast afgelost + rente>niet afgeloste deel (rente minder)

spaarhypotheek=

  • niet afgelost (looptijd) / spaarpremie + rente (totale bedrag) + overlijdensrisicoverzekering

  • maximale fiscale renteaftrek= belasting aftrekbaar + spaarrente belastingvrij

executiewaarde= opbrengst onroerend goed>veiling

basishypotheek= hypotheek>75/90% executiewaarde

tophypotheek= hogere lening>basis


enkelvoudig interest= rente over hoofdsom/alleen over kapitaal

samengesteld interest= rente over rente/rente over hoofdsom/rente over kapitaal + bijgeschreven rente


belastingvoordeel= interestbedrag x belasting (betaalde % over inkomen)

bruto lasten= aflossing + rente

nettolasten= brutolasten - belastingvoordeel
ondernemers>alle rente aftrekbaar > particulieren alleen hypothecaire lening
aflossen:


  1. einde looptijd (spaar)

  2. elke periode gelijk (lineaire)

  3. begin weinig>einde veel (annuïteit)

aflossingsplan=

  • hoeveel>periode aflost

  • hoeveel>rente

  • schuldrest (einde jaar)

contante waarden=



  • omgekeerde eindwaarde

  • bedrag toekomst terug rekenen>vergelijkbaar bedrag op dit moment

H2

eenmanszaak:



  • geen scheiding privé+zakelijk vermogen

    • gemeenschap van goederen getrouwd= privé vermogen echtgenoot niet veilig

    • onder huwelijkse voorwaarden= privé vermogen echtgenoot wel veilig

  • eigenaar directeur

  • voordeel:

    • snel besluiten

  • nadeel:

    • banken niet snel krediet verlenen

    • ziekte/dood>continuïteit

    • verlies > eigen rekening

1. vergunning:



  • sommige branches

2. inschrijven handelsregister

3. administratie/boekhouding

4. vestigingsplaats

5. investeringsbegroting:


  • raming van financieringsbehoeften= hoeveel geld nodig voor beginnen / grootte financieringsbehoeften / begroting>alle zaken>beginnen

  • Activa/kapitaal > 3 onderdelen

-Vaste

    • > 1 jaar

    • Afschrijven

-Vlottende

    • < 1 jaar

    • Vb

      • Voorraden/handelsgoederen

      • Debiteuren/verstrekt leveranciers krediet

      • Nog te ontvangen bedragen

        • Geld krijgen (geen klanten)

        • Huur

      • Vooruitbetaalde bedragen/verstrekt afnemerskrediet

        • Bestelwagen huren

      • Te vorderen btw/omzetbelasting

        • 1x per kwartaal verrekend

        • (Gaat om bezittingen)

-Liquide

    • Geld

    • Liquide=vloeibaar, geld meteen bruikbaar

6. resultatenbegroting:



  • hoogte kosten>toekomst

  • opbrengsten i.v.t. kosten

7. liquiditeitsbegroting

  • betalingen+ontvangsten>toekomst

  • hoogte liquide middelen>toekomst

8. rechtsvorm

  • vastgelegd

  • manier>belasting betalen

  • aansprakelijkheid

  • bevoegdheden

9. verzekeringen:

  • WA bedrijfsauto

  • Opstalverzekering (brand/waterschade)

  • Verzekering inventaris (brand/storm/diefstal)

  • Bedrijfsschadeverzekering= gevolg schade niet kunnen verkopen

  • Overlijdensrisicoverzekering

10. financiering

  • Hoeveel ev

  • Hoeveel vreemd vermogen

    • Lang vreemd vermogen/lang krediet/langdurig tijdelijk vermogen

      • Hypotheeklening/hypothecaire lening

      • Onderhandse lening>particulieren (familie/vrienden)

Kort vreemd vermogen/kort krediet/kortstondig tijdelijk vermogen

  • rekening-courantkrediet

    • Onderpand: onroerend goed/handelsgoederen/waardepapieren

  • Crediteuren/Ontvangen leverancierskrediet

  • vooruit ontvangen bedragen/Ontvangen afnemerskrediet

  • nog te betalen bedragen

    • huur/energie/abonnementen etc.

  • te betalen btw

11. diversen

  • Openen bankrekening

  • Zoeken leveranciers

  • Verlichting

  • Vloerbedekking

  • Gordijnen

Toegevoegde waarde=

  • verschil tussen inkoop en verkoop / waarde ondernemer toevoegt aan ingekochte goederen

Btw/omzetbelasting=



  • belasting op de toegevoegde waarde

  • GEEN kosten

  • 0% export(goederen/diensten)

  • 6% noodzakelijke levensbehoeften

  • 21% luxe goederen

  • Vrijgesteld: onderwijs/onderdelen gezondheidszorg

Fiscus= belastingdienst


u/g = uitgeleend geld = bezitting = debet

o/g = opgenomen geld = schuld = credit


scontrovorm= balans met linker+rechterkant

balans= overzicht>bezittingen + vreemd vermogen + ev>bepaald tijdstip



investeringsbegroting:

  • Vaste

  • Vlottende

      • Voorraden/handelsgoederen

      • Debiteuren/verstrekt leveranciers krediet

        • Vordering op afnemers

        • Rekening gekocht

      • Nog te ontvangen bedragen

        • Geld krijgen (geen klanten)

        • Huur

      • Vooruitbetaalde bedragen/verstrekt afnemerskrediet

        • Bestelwagen huren

      • Te vorderen btw/omzetbelasting

        • 1x per kwartaal verrekend

        • (Gaat om bezittingen)

  • Liquide

    • Geld

    • Liquide=vloeibaar, geld meteen bruikbaar




financiering

  • Lang vreemd vermogen/lang krediet/langdurig tijdelijk vermogen

      • Hypotheeklening/hypothecaire lening

      • Onderhandse lening>particulieren (familie/vrienden)

  • Kort vreemd vermogen/kort krediet/kortstondig tijdelijk vermogen

  • rekening-courantkrediet

    • Onderpand: onroerend goed/handelsgoederen/waardepapieren

  • Crediteuren/Ontvangen leverancierskrediet

  • vooruit ontvangen bedragen/Ontvangen afnemerskrediet

  • nog te betalen bedragen

    • huur/energie/abonnementen etc.

  • te betalen btw



Bijlage H2

leverancierskrediet= eerst goederen, later geld



  • Ontvangen= crediteuren= credit

  • Verstrekt= debiteuren= debet

Afnemerskrediet= eerst geld, later goederen

  • Ontvangen= vooruit ontvangen bedragen= credit

  • Verstrekt= vooruitbetaalde bedragen= debet

H3

Eenmanszaak= één eigenaar

Vof= meerdere eigenaren> doel>winst delen

Vennoten/firmanten= degenen die overeenkomsten sluit>tot samenwerking

Goodwill


  • = vergoeding firmant ontvangt>klantenkring

  • Onstoffelijke/immateriële goederen

Rechtsvorm>eenmanszaak voor/nadelen



  1. Aansprakelijkheid

  2. Leiding + besluitvorming

    1. Voordeel: snel

    2. Nadeel: geen overleg

  3. Financiering

    1. Persoonlijke zekerheidstelling:

      1. Borg= personen schuld betalen>schuldenaar niet kan

      2. borgtocht= overeenkomst waarin de persoonlijke zekerheidsstelling>vastgelegd

    2. Zakelijke zekerheidstelling: roerende/onroerende goederen

  4. Publicatieplicht (niet)

  5. Continuïteit

  6. Fiscale aspecten>inkomstenbelasting

Akte van oprichting niet verplicht VOF toch verstandig



  1. Naam

  2. Doel

  3. Namen firmanten

  4. Inbreng firmanten

  5. winstregeling


overnemingsbeding= overname geregeld (VOF) (in akte van oprichting)


Dovnload 30.75 Kb.