Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Hand-out Deel je leven met… (Abraham en) Lot Dinsdag 25 Oktober 2016 Opzet programma (90-120 min)

Dovnload 20.25 Kb.

Hand-out Deel je leven met… (Abraham en) Lot Dinsdag 25 Oktober 2016 Opzet programma (90-120 min)



Datum28.10.2017
Grootte20.25 Kb.

Dovnload 20.25 Kb.

Hand-out Deel je leven met… (Abraham en) Lot - Dinsdag 25 Oktober 2016
Opzet programma (90-120 min)

1. welkom/ opening (10-15 min)

2. Terugblik eerste bijeenkomst (5 min)

3. Introductie op de Bijbeltekst (bespreken van de handout) (15-25 min)

4. Lezen van het Bijbelgedeelte: Genesis 18:16-19:29 (5 min)

5. Aan de slag met Genesis 18-19 (45-60 min)

6. afronding (10 min)
1: Welkom/opening

Luister met elkaar naar:

Stef Bos schreef over Lot, de neef van Abraham, het lied Ruïnes en spoken (zie bijlage) https://www.youtube.com/watch?v=_JrMf72B1WY

2: Terugblik eerste avond over Abraham


  • Hoe is het gegaan met het lezen van het aangereikte leesrooster? Wie was er gewend om voor zichzelf Bijbelteksten te lezen? Wie niet? Wat belemmert daarin?

  • Zijn er vragen of onduidelijkheden n.a.v. het aanreikte materiaal rond Abraham?


3: Introductie op de Bijbeltekst (zie ook hand-out over Lot)
4: Lezen van het Bijbelgedeelte: Genesis 18:16-19:29

De ondergang van Sodom en Gomorra (Genesis 18 en 19)

Genesis 18: 16 Toen de mannen weer verdergingen, lieten ze hun blik op Sodom rusten. Abraham liep met hen mee om hun uitgeleide te doen. 17 De HEER dacht: Waarom zou ik voor Abraham geheimhouden wat ik van plan ben? 18 Uit Abraham zal immers een groot en machtig volk voortkomen, en alle volken op aarde zullen wensen zo gezegend te worden als hij. 19 Want ik heb hem uitgekozen, hij moet zijn zonen en zijn verdere nakomelingen voorhouden de weg te volgen die ik wijs, door rechtvaardig en goed te handelen. Alleen dan zal ik verwezenlijken wat ik Abraham heb toegezegd. 20 Daarom zei de HEER: ‘Er zijn ernstige beschuldigingen geuit tegen Sodom en Gomorra, hun zonden zijn ongehoord groot. 21 Ik zal ernaartoe gaan om te zien of de klachten die ik over hen heb gehoord gegrond zijn en zij verwoesting over zich hebben afgeroepen. Dat wil ik weten.’

22 Toen gingen de twee mannen weg, naar Sodom, terwijl Abraham bij de HEER bleef staan. 23 Abraham ging dichter naar hem toe en vroeg: ‘Wilt u dan behalve de schuldigen ook de onschuldigen het leven benemen? 24 Misschien dat er in die stad vijftig onschuldigen zijn. Zou u die dan ook uit het leven wegrukken en niet de hele stad vergeving schenken omwille van die vijftig onschuldige inwoners? 25 Zoiets kunt u toch niet doen, hen samen met de schuldigen laten omkomen! Dan zouden schuldigen en onschuldigen over één kam worden geschoren. Dat kunt u toch niet doen! Hij die rechter is over de hele aarde moet toch rechtvaardig handelen?’ 26 De HEER antwoordde: ‘Als ik in Sodom vijftig onschuldigen aantref, zal ik omwille van hen de hele stad vergeving schenken.’ 27 Hierop zei Abraham: ‘Nu ik eenmaal zo vrij ben geweest de Heer aan te spreken, hoewel ik niets dan stof ben: 28 stel dat er aan die vijftig onschuldigen vijf ontbreken, zou u dan toch vanwege die vijf de hele stad verwoesten?’ ‘Nee,’ antwoordde hij, ‘ik zal haar niet verwoesten als ik er vijfenveertig aantref.’ 29 Opnieuw sprak Abraham hem aan: ‘Stel dat het er maar veertig zijn.’ ‘Dan zal ik het niet doen omwille van die veertig.’ 30 Toen zei hij: ‘Ik hoop dat u niet kwaad wordt, Heer, wanneer ik het waag door te gaan: stel dat het er maar dertig zijn.’ ‘Ik zal het niet doen als ik er dertig aantref.’ 31 Hierop zei hij: ‘Ik ben zo vrij de Heer opnieuw aan te spreken: stel dat het er maar twintig zijn.’ ‘Dan zal ik de stad niet verwoesten omwille van die twintig.’ 32 Abraham zei: ‘Ik hoop dat u niet kwaad wordt, Heer, wanneer ik het nog één keer waag iets te zeggen: stel dat het er maar tien zijn.’ ‘Dan zal ik haar niet verwoesten omwille van die tien.’ 33 Zodra de HEER zijn gesprek met Abraham had beëindigd, ging hij weg. En Abraham keerde terug naar de plaats waar hij woonde.

19 De twee engelen kwamen ’s avonds in Sodom aan. Lot zat juist in de stadspoort. Zodra hij hen zag stond hij op, ging hun tegemoet en boog zich diep voor hen neer. 2 ‘Heren,’ zei hij, ‘komt u toch mee. Het huis van uw dienaar staat voor u open; overnacht daar en was er uw voeten. Dan kunt u morgenvroeg uw weg vervolgen.’ ‘Nee, dank u,’ antwoordden ze, ‘we overnachten wel op het plein.’ 3 Omdat hij echter sterk bleef aandringen, gingen ze met hem mee naar zijn huis. Daar maakte hij een maaltijd voor hen klaar; hij bakte brood en ze aten bij hem.

4 Maar nog voordat Lot en zijn gasten konden gaan slapen, liepen alle mannen van Sodom bij Lots huis te hoop, jong en oud, niemand uitgezonderd. 5 ‘Waar zijn die mannen die bij je overnachten?’ riepen ze Lot toe. ‘Breng ze naar buiten, we willen ze nemen!’ 6 Lot ging naar buiten en deed de deur achter zich dicht. 7 ‘Maar vrienden, zoiets kunnen jullie toch niet doen!’ zei hij. 8 ‘Luister, ik heb twee dochters die nog nooit met een man geslapen hebben. Die zal ik bij jullie brengen, doe met hen wat jullie willen. Maar laat die mannen met rust, ik heb hun niet voor niets een veilig onderkomen geboden.’ 9 Maar ze schreeuwden: ‘Uit de weg!’ Ook riepen ze: ‘Dat woont hier als vreemdeling en moet ons zo nodig de wet voorschrijven. Wacht maar, jij zult er ook van lusten, en nog meer dan zij!’ En ze drongen Lot ruw opzij en wilden de deur openbreken. 10 Maar de twee mannen trokken Lot het huis in en deden de deur weer dicht, 11 en ze sloegen alle mannen die bij de ingang van het huis waren, jong en oud, met blindheid, zodat ze tevergeefs probeerden de ingang te vinden.

12 Daarna vroegen ze aan Lot: ‘Hebt u hier nog meer familie? Zonen, dochters, een schoonzoon, ga met iedereen die bij u hoort weg uit deze stad. 13 Wij staan namelijk op het punt deze stad te verwoesten: er zijn zulke ernstige beschuldigingen tegen haar ingebracht dat de HEER ons hierheen heeft gestuurd om haar te verwoesten.’ 14 Lot ging naar zijn schoonzoons, de mannen die met zijn dochters zouden trouwen, en zei tegen hen: ‘Vlug, weg uit deze stad, want de HEER gaat haar verwoesten.’ Maar zijn schoonzoons namen hem niet serieus.

15 Zodra het licht begon te worden zetten de engelen Lot aan tot spoed: ‘Vlug, ga hier weg met uw vrouw en uw twee dochters, anders komt u om en wordt u het slachtoffer van de misdrijven die in deze stad zijn begaan.’ 16 Toen Lot aarzelde, grepen de mannen hem en zijn vrouw en zijn twee dochters bij de hand, omdat de HEER hem wilde sparen, en ze trokken hem mee de stad uit. Pas buiten de stad bleven ze staan. 17 Toen zei een van hen: ‘Vlucht, uw leven is in gevaar! Kijk niet om en sta nergens in de vallei stil. Vlucht de bergen in, anders komt u om.’ 18 Maar Lot antwoordde: ‘Nee, dat niet, mijn heer! 19 U hebt het beste met uw dienaar voor, u bewijst mij een grote weldaad door mij in leven te laten. Maar ik kan onmogelijk naar de bergen ontkomen, het onheil zou mij inhalen en ik zou alsnog sterven. 20 Dat stadje daar is dichtbij, dat zou ik kunnen halen. Geef mij de kans om daarheen te vluchten, dat zou mijn redding kunnen zijn; het is maar een onbeduidend stadje.’ 21 Hij kreeg ten antwoord: ‘Ook in dit opzicht zal ik u ter wille zijn: het stadje dat u bedoelt zal ik niet wegvagen. 22 Vlucht daarheen en haast u, want tot u daar aangekomen bent kan ik niets doen.’ Zo kreeg die stad de naam Soar.

23 De zon was al opgegaan toen Lot in Soar aankwam. 24 Toen liet de HEER uit de hemel zwavel en vuur neerkomen op Sodom en Gomorra 25 en hij vernietigde die steden en de hele vallei, met de inwoners van al de steden en met alles wat er op het land groeide. 26 De vrouw van Lot, die achter hem liep, keek om en veranderde in een zuil van zout.

27 ’s Morgens vroeg ging Abraham naar de plaats waar hij bij de HEER had gestaan. 28 Toen hij uitkeek over Sodom en Gomorra en over de hele vallei, zag hij dikke rookwolken van het land opstijgen als uit een smeltoven.

29 Toen God de steden wegvaagde waar Lot had gewoond, liet hij Lot aan de ondergang ontkomen. Zo hield God, toen hij de steden in de vallei verwoestte, rekening met Abraham.


5. Aan de slag met Genesis 18:16-19:27 – Loslaten en Christelijke gastvrijheid

1) Bespreek met elkaar de meest opvallende zaken met betrekking tot deze Bijbeltekst aan de hand van de volgende vragen:



  1. Wat ik vind ik mooi aan dit gedeelte?

  2. Wat vind ik moeilijk aan dit gedeelte?

  3. Wat zegt dit gedeelte over de persoon die we volgen?

  4. Bespreek dit gedeelte van de hand-out n.a.v. de verandering van de vrouw van Lot en de zoutpilaar en de daarin gestelde vraag: “Sta niet stil, kijk niet achterom, zeiden de engelen tot Lot. Door niet achterom te kijken, ligt de nadruk op de toekomst voor je. Toch draait de vrouw van Lot zich om en verandert in een zoutpilaar. Het verhaal lijkt gewoon door te lopen en ook Lot. Nu was het in de oudheid bekend dat er meer mensen waren die gestraft werden als omkeken bij een straf van een stad. Omkijken sluit de weg naar de toekomst af. Niet gemakkelijk tegelijk om los te laten wat geweest is.

De vraag blijft:

  • Wat moet je achterlaten om vooruit te komen?

  • En welke zaken kunnen je vasthouden?

  • Zou je de houding van Lot (niet meer omkijken) ook een omkering/bekering kunnen noemen?


Of vervolg: Christelijke gastvrijheid in het spoor van Abraham en Lot

2) Lees de onderstaande tekst (bron: www.cip.nl) “Waarom gastvrijheid voor christenen belangrijk is.”

"Gastvrijheid is heel kenmerkend voor de christelijke liefde. Door middel van gastvrijheid delen we alles wat we waarderen: familie, huis, voedsel, privacy, tijd en financiën. Met andere woorden, we delen ons leven," schrijft blogger Tim Challies. Challies benadrukt dat Paulus onderstreept dat 'een opziener gastvrij moet zijn' (1 Timoteüs 3:2). "Paulus herhaalt dit in een brief aan Titus. Het Griekse woord voor gastvrijheid (philoxenon) betekent: liefde geven aan vreemdelingen. Van christenen werd een gastvrije houding verwacht ten opzichte van rondreizende predikers of gelovigen. Zij stonden klaar om hen te voorzien van eten en een verblijfplaats, zodat men niet in smerige en gevaarlijke herbergen hoefde te slapen. Later zijn er andere vormen van gastvrijheid in beeld gekomen. Maar in essentie betekent gastvrijheid bereidheid om anderen (kort of langdurig) in je huis op te nemen." De blogger citeert voorganger Alexander Strauch: 'Gastvrijheid is een concrete uitdrukking voor christelijke liefde in het gezinsleven. Het is een belangrijke, Bijbelse deugd. Een open huis is een teken van een open hart en een liefdevolle, dienende geest. Een gebrek aan gastvrijheid is een teken van een egoïstisch, liefdeloos en levenloos christendom.' "Gastvrijheid is uiterlijk vertoon van een goddelijk karakter," aldus Challies.

Vragen bij de tekst:

a) Gastvrijheid is een uiterlijk vertoon van een goddelijk karakter. Als je dat zegt, kun je dan ook genoeg aan gastvrijheid gedaan hebben? En als je het er niet mee eens bent, wanneer is gastvrijheid dan (goed) genoeg?

b) Welke grenzen zijn er aan gastvrijheid? Schrijf met elkaar 3 grenzen op waar je het (grotendeels) met elkaar over eens bent.

c) Wat vind je van de uitspraak: een open huis is een teken van een open hart?

d) Hoe zou je zelf meer invulling aan gastvrijheid kunnen geven?

e) Hoe zouden we dat als kerk meer kunnen doen?

Extra mogelijkheid om te bespreken: 9 stellingen over gastvrijheid

1) De gast moet zich aanpassen aan de gastheer/gastvrouw
.

2) Nederlandse vakantievierders mogen in een moslimland, waar drank verboden is, geen alcohol drinken.


3) Ik help alleen mensen die kunnen bewijzen dat ze echte vluchtelingen zijn.

4) Het is onze plicht ons kerkgebouw zeker twee dagen per week te openen om een maaltijd aan te bieden aan wie dat nodig heeft en ik help natuurlijk mee.


5) Als een vreemdeling 's avonds laat bij mij op de stoep staat en om hulp vraagt, laat ik hem direct binnen.


6) Alle buitenlanders horen in een aparte voetbalclub om onderlinge ruzie te voorkomen.


7) Als gast in een ander land moet je de taal gaan leren.


8) Mensen van een ander geloof moeten in Nederland zich, wat kleding betreft, aanpassen aan onze regels.

9) Nederland is een gastvrij land en een gastvrij volk.


6: Afronding van de avond:

  • Uitdelen van het nieuwe leesrooster

  • Wat vind je voor jezelf het belangrijkste om te onthouden van ‘dit delen met Lot’?

  • goed om de belangrijkste punten kort samen te vatten.

  • goed om tijd te nemen voor gebed met én voor elkaar


  • 1: Welkom/opening
  • 3: Introductie op de Bijbeltekst (zie ook hand-out over Lot) 4: Lezen van het Bijbelgedeelte: Genesis 18:16-19:29
  • 5. Aan de slag met Genesis 18:16-19:27 – Loslaten en Christelijke gastvrijheid
  • : Christelijke gastvrijheid in het spoor van Abraham en Lot
  • Extra mogelijkheid om te bespreken: 9 stellingen over gastvrijheid
  • 6: Afronding van de avond

  • Dovnload 20.25 Kb.