Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Het bijbelse kernwoord zegel/ verzegelen I. Het oude testament

Dovnload 201.32 Kb.

Het bijbelse kernwoord zegel/ verzegelen I. Het oude testament



Pagina1/2
Datum17.11.2017
Grootte201.32 Kb.

Dovnload 201.32 Kb.
  1   2

HET BIJBELSE KERNWOORD ZEGEL/ VERZEGELEN

I. HET OUDE TESTAMENT

I. A. Het Hebreeuwse woord chotaam/ chatam

Het Hebreeuwse zelfstandig naamwoord chootaam = zegel en het Hebreeuw-se werkwoord chataam = verzegelen.

Onderstaande gegevens zijn verzameld uit Gesenius’ Hebr. und Aram. Handwörterbuch; 16e Aufl. 1915 en Abr. Trommius, Nederlandse Concor-dantie..

I.A.a. Betekenis van de tekstgegevens

(Oorspronkelijk van: afsluiten, verzegelen)



Lev. 15:3; Job 24:16.


1. zegel, zegelring: Job 41:6 (Sir 38:29; 42:7); 38:14 (in de klei ge-drukt)

2. Zegel van de koning (signet): 1 Kon. 21:8

3. In de Efod: sardonixstenen met de 12 namen van de zonen van Israël, als zegels gegraveerd (in gouden kastjes): Ex. 28:11, 21, 36; 39:6, 14, 30.

4. De gouden plaat (heiligheid des Heeren) op het voorhoofd van Aäron, met zegels gegraveerd Ex. 28:36; 39:30 (Sir. 32:6)

5. Een zegel aan een snoer, om de hals gedragen: Gen. 38:18; Hoogl. 8:6



6. Een zegelring aan Gods rechterhand: Jer.22:24: Jechonja; Hag.2:24: Zerubbabel. Hebr.chotèmèt = zegelring.


1. Verzegelen (ook passief):

a) De koopbrief/ -brieven (+ onder-tekenen): Jer. 32:10, 44;

b) Brieven van de koning met de koninklijke zegelring: 1 Kon. 21:8; Esth. 8:8, 10;

c) De getuigenis/ de wet onder mijn leerlingen: Jes..8:16;

d) De steen op de leeuwenkuil: Dan. 6:18;

e) Zonden/ profeet verzegelen: Dan. 9:24;

f) Dit verzegeld boek: Dan. 12:4; een verzegeld boek: Jes.29:11;

g) De sterren verzegeld: Job 9:7;

h. Verzegeld in Gods schatten: Deut. 32:34;

i. Een verzegelde (koop)brief: Jer. 32:10v, 14;

j. Een brief met de ring van de koning verzegeld: Esth.3:12; 8:8, 10);

k. Mijn overtreding is in een bundeltje verzegeld: Job 14:17;

l. Een verzegelde fontein: Hoogl. 4:12;

m. De verzegelingen: Neh. 10:1,2;

n Woorden toegesloten en verzegeld tot het einde: Dan. 12:9;

o Hij zegelt de hand van ieder mens toe: Job 37:7:

p. Hij verzegelt hun kastijding: Job 33:16.




I. A.b Samenvatting + toepassing



In het navolgende geven wij de belangrijkste noties weer van de betekenis van de kernwoorden zegel/ verzegelen in de Bijbel (OT); een aantal conclusies uit het boven opgesomde tekstmateriaal. Op de afbeelding hiernaast een zegel op een brief.
1. Het woord verzegelen heeft van ouds de betekenis van:

a) van een loden stempel voorzien (plomberen); Ez. 9:4.

b) met was, lak klei afsluiten (dicht-/vastmaken) en daar-

op het zegel afdrukken. Vgl. Job 38:14.

c) sigilleren (van een sigillum voorzien; t.w. van geheim-

houding).1


2. Onder oud Israël (zie de tekstgegevens) werden verzegeld:

  • Een brief waarvan de inhoud geheim moest blijven

  • Een boekrol (Jes. 29:11), ook wel. een koopakte waarin de rechten op een stuk land waren vastgelegd.Vgl. Jer. 32:10vv. Op de afbeelding een boekrol, afgesloten met zeven perkamenten bladen (vgl. Openb. 5; zie ook de andere genoemde teksten).

  • De sterren (Job 9:7); God verbergt in de schepping de sterrenhemel achter dikke wolken en houdt die voor ons oog verborgen.

3. Een geschrift vanwege een hoge autoriteit droeg vaak een koninklijk zegel (afdruk met een koninklijke zegelring; zoals bij ons een handtekening). Zie de teksten uit het boek Esther o.a.. Vgl. Josephus, Ant. 20.2.3. Zo’n verzegeld stuk was een bewijs van authenticiteit en autoriteit. .Zie verder ook de steen op de opening van de leeuwenkuil waar Daniël in werd geworpen).
4. In de borstlap van de hogepriester was onder oud-Israël de zg. Efod aangebracht, een borstschild van sardonixstenen met de 12 namen van de zonen (stammen) van Israël, als zegels gegraveerd (in gouden kastjes). In de Efod bevonden zich ook twee lotsstenen (Urim en Tummim) . Zie Ex. 28 en 39.
De hogepriester had een gouden plaat op zijn voorhoofd met daarop het: Heilig de Heere’ .
5. Een zegelring, een juweel (bewijsstuk van haar liefde) wil de bruid uit het Hooglied gaarne op het hart gedragen hebben (aan een snoer om zijn hals) of ook aan de arm van haar Beminde. Hoogl. 8:6. De King James vertaling heeft: Place me as a signet-ring on thy heart, as a signet-ring on thine arm! Zo dragen een as. bruidegom en bruid/ man en vrouw in onze dagen en land immers ook nog steeds een ring als pand van hun wederzijdse onvervreemdbare en onafscheidelijke liefde. Zie ook Jer. 22:24 waar koning Jechonja de zegelring aan Gods rechterhand wordt genoemd (God zal hem wegrukken) en Hagg.2:24 (hier wordt Zerubbabel Gods zegelring genoemd). Zo dierbaar en nauw aan God verbonden kan blijkbaar ook een leidinggevende zijn.
6. Jesaja wil de openbaring van Godswege samenbinden en verzegelen (als een boekrol) en die gegrift hebben in de harten van zijn leerlingen; zij mogen a.h.w. de oorkonde zijn, waarin dat alles vastligt. Verzegelen is: vastmaken/ bevestigen.

Vgl. Jes. 8:16. Hoe nodig, dat het profetisch Woord zo ook in onze harten wordt verankerd. Ook wij hebben dat profetisch Woord dat zeer vast is en mogen daarop achtgeven als op een licht, schijnend in het duister; net zolang, totdat de dag aanlicht en de morgenster opgaat in ons hart.(2 Petr. 1:19). Zie ook Dan.12:4 waar geschreven wordt over een verzegeld boek dat door velen nagespeurd wordt. Wat wij in Jer. 32:14 lezen over het opbergen van een brief in een aarden vat, mag zeker niet betekenen, dat we de inhoud van het Woord van God voor anderen geheimhouden.


7. Ook werd oudtijds Gods verbond bij tijden vernieuwd en opnieuw bekrachtigd. T.t.v. Nehemia bijv. Hij en vele anderen (leidingevenden, priesters en levieten) zetten hun zegel op het geschreven verbond tussen God en Zijn volk (Neh. 9:38; Neh.10:1vv). Doen wij dat ook niet, elke keer als wij met onze kinderen bij het doopvont staan. Wij signeren a.h.w. dan de verbondsbetrekking tussen de Heere en ons.
8. In Job 9:7 lezen we, dat God (als een universele ervaring van Zijn Goddelijke macht) de sterrenhemel achter dikke wolken verbergt en die voor ons oog verborgen houdt. De commentaar van Keil-Delitz zegt hiervan:: ‘He seals up the stars, i.e., conceals them behind thick clouds, so that the day becomes dark, and the night is not made bright. One may with Schultens think of the Flood, or with Warburton of the Egyptian darkness, and the standing still of the sun at the word of Joshua; but these are only single historical instances of a fact here affirmed as a universal experience of the divine power.’
9. Moeiljk verklaarbaar, maar intussen een ware hartversterking is het, als in het lied van Mozes (Deut.32:34) wordt betuigd, dat God voor Zijn volk schatten achter de hand heeft. De Heere gaat recht doen aan Zijn volk. Dat houdt enerzijds in, dat God een wraak doende God is, Die de zonde als iets onvergetelijks in gedachten heeft. Maar ook dat Hij gaarne vergeeft trouw blijft aan Zijn verbond. Al laat de vervulling van het profetisch Woord soms nog wel eens even op zich wachten. Gods woorden worden dan toegesloten en verzegeld tot het einde (Dan. 12:9).
10. Weergaloos diep zijn de woorden uit het overbekende hoofdstuk 14 van het boek Job (zo vaak gelezen op begrafenissen): Mijn overtreding is in een bundeltje verzegeld en Gij pakt mijn ongerechtigheid opeen (Job 14:17). In verzekerde bewaring bij God weet Job de bundel van zijn overtreding en samengepakte ongerechtigheid. Kan het dieper, ootmoediger? O God, wees mij de zondaar genadig!
11. Beroep op genade en vergeving, maar ook beduchtheid voor alle kwalijke invloeden van de wereld horen bij elkaar. Daarom mag de Bruidegom in Hoogl.4:12 van Zijn bruid zeggen, dat zij een besloten hof, een besloten wel, een verzegelde fontein is. Een verzegelde fontein is beschermd tegen alle onreinheid. 2. Vgl. Gen.29:3; Spr. 5:15-18.

Excurs over het woord signet (in Easten Bible Dictionary in Bible Works)
‘A seal used to attest documents (Da 6:8-10,12). In (Da 6:17) this word properly denotes a ring. The impression of a signet ring on fine clay has recently been discovered among the ruins at Nineveh. It bears the name and title of an Egyptian king. Two actual signet rings of ancient Egyptian monarchs (Cheops and Horus) have also been discovered.

When digging a shaft close to the south wall of the temple area, the engineers of the Palestine Exploration Fund, at a depth of 12 feet below the surface, came upon a pavement of polished stones, formerly one of the streets of the city. Under this pavement they found a stratum of 16 feet of concrete, and among this concrete, 10 feet down, they found a signet stone bearing the inscription, in Old Hebrew characters, "Haggai, son of Shebaniah." It has been asked, Might not this be the actual seal of Haggai the prophet? We know that he was in Jerusalem after the Captivity; and it is somewhat singular that he alone of all the minor prophets makes mention of a signet (Hag 2:23) See SEAL



  1   2

  • I.A.a. Betekenis van de tekstgegevens
  • I. A.b Samenvatting + toepassing

  • Dovnload 201.32 Kb.