Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Het college voor de toelating van bestrijdingsmiddelen

Dovnload 9.76 Kb.

Het college voor de toelating van bestrijdingsmiddelen



Datum14.09.2017
Grootte9.76 Kb.

Dovnload 9.76 Kb.

HET COLLEGE VOOR DE TOELATING VAN BESTRIJDINGSMIDDELEN
BIJLAGE I bij het toelatingsbesluit van het middel Mocap 20 GS,

toelatingsnummer 12516 N


A.
WETTELIJK GEBRUIKSVOORSCHRIFT

Toegestaan is uitsluitend het gebruik als grondbehandelingsmiddel

a. ten behoeve van de teelt van aardappelen mits toegepast kort vóór of tijdens het poten op zodanige wijze dat het middel in één arbeidsgang wordt gestrooid en ingewerkt;

b. ten behoeve van de teelt van lelies, mits voor het planten toegepast en met dien verstande, dat het middel direkt na toepassing moet worden ingewerkt.


Om de vogels te beschermen moet het product volledig in de bodem worden ondergewerkt; zorg ervoor dat het product ook aan het voorend is ondergewerkt.
Om de vogels te beschermen moet u gemorst product verwijderen.
Dit middel is gevaarlijk voor niet-doelwit arthropoden, vermijd onnodige blootstelling.

B.

GEBRUIKSAANWIJZING


Attentie
Bovengronds morsen van het granulaat moet worden voorkomen!

Mocap 20 GS is een middel in korrelvorm ter bestrijding van aaltjes en bodeminsecten in diverse teelten. Voor het verkrijgen van goede effectiviteit moet het gelijkmatig worden gestrooid en ingewerkt.

Snelgroeiende knolgewassen mogen niet als volggewas na toepassing van ethoprofos worden gekweekt.


Toepassingen
Aardappelen, tegen aardappelcysteaaltjes.

Mocap 20 GS dient vlak vóór- of tijdens het pootklaar maken van de grond, of tijdens het poten met speciale apparatuur gelijkmatig te worden gestrooid.


Volveldsbehandeling

Toepassen vlak voor of tijdens het pootklaar maken van de grond; het middel direct na het strooien zo gelijkmatig mogelijk inwerken tot een diepte van 10-15 cm.

Het meest geschikt hiervoor is een roterende spitmachine, maar ook andere werktuigen (zoals bijv. een frees), waarmee deze gelijkmatige menging van het middel met de bovenste grondlaag wordt verkregen, zijn bruikbaar.

Dosering: 50 kg per ha.
Toplaagbehandeling

Op percelen waar na de najaarsontsmetting met vloeibare middelen de grond niet kerend bewerkt is kan, voorafgaande aan een eventuele grondbewerking in het voorjaar, Mocap 20 GS volvelds worden gestrooid en ingewerkt in de toplaag (5 cm) van de grond. De toplaag wordt bij de najaarsontsmetting namelijk het slechtst ontsmet en verkrijgt zo een extra behandeling. Deze toepassing dient zo kort mogelijk vóór het poten te geschieden.



Dosering: 25 kg per ha.
Rijenbehandeling tijdens het poten

Bij tegen Globodera pallida (het witte aardappelcysteaaltje) partieel resistente rassen kan het middel tijdens het poten, met behulp van op de pootmachine opgebouwde apparatuur worden uitgestrooid in de aardappelrug op een strook met een breedte van 25-30 cm.

Hierdoor wordt de beginontwikkeling van het gewas bevorderd, waardoor later tijdens het groeiseizoen de resistente eigenschappen beter tot hun recht komen.

Dosering: 12,5 kg per ha.
Aardappelen, ter bestrijding van Trichodorusaaltjes, ter voorkoming van kringerigheid.

Het middel toepassen overeenkomstig de volvelds bestrijding van aardappelcysteaaltjes.



Dosering: 50 kg per ha.
Aardappelen, tegen ritnaalden en aardrupsen.

Het middel vlak voor het pootklaar maken van de grond volvelds strooien.

Direkt na het strooien het middel gelijkmatig inwerken met de voor het pootklaar maken van de grond gebruikelijke apparatuur.

Dosering: 20 kg per ha.
Lelies in de volle grond, tegen in het plantgoed aanwezige wortellesieaaltjes.

Het middel kort voor het planten volvelds strooien en zo gelijkmatig mogelijk tot een diepte van 10 -15 cm inwerken.



Dosering: 50 kg/ha.

Wageningen, 6 februari 2004



HET COLLEGE VOOR DE TOELATING VAN BESTRIJDINGSMIDDELEN,

(voorzitter)


Dovnload 9.76 Kb.