Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Het evangelie van philippus een handleiding voor inwij

Dovnload 0.52 Mb.

Het evangelie van philippus een handleiding voor inwij



Pagina1/6
Datum30.06.2018
Grootte0.52 Mb.

Dovnload 0.52 Mb.
  1   2   3   4   5   6

╔═══════════════════════════════════════════­═════════════════╗

GNOSIS / HET EVANGELIE VAN PHILIPPUS / JOHAN PAMEIJER

╚═══════════════════════════════════════════­═════════════════╝



HET EVANGELIE

VAN PHILIPPUS



EEN HANDLEIDING VOOR INWIJ­DING

INLEIDING

Het is nooit de bedoeling geweest van de onbekende schrijver van het gnosti­sche Evangelie van Philippus om een logisch doorlopend verhaal te schrijven, zoals de bijbelse Evangeliën min of meer wél zijn. Philippus, discipel van de beroemde gnosticus Valentinus, schreef vooral ter overden­king. Zijn Evangelie is een meditatie boek. Zijn intentie is om de gebrui­ker van dit Evangelie voor te bereiden op de drie inwijdingsstadia van:


1. zuivering van het gevoelsleven,

2. via de verlichting van het denken

3. naar de eenwording van de menselijke ziel met de Goddelijke Geest.
In tegenstelling tot de orthodoxe opvatting van de christelij­ke kerk erkende de gnosis geen breuk tussen de traditie van de Oude Mysteriën en de leer van Jezus Christus. Volgens de gnostici was het Christendom een geopen­baarde mysteriegodsdienst. Elke serieuze christen diende de inwijdingsweg te gaan. Christus zelf was die weg ook gegaan langs stages, die wij kennen als Doop, Verheerlijking, lijden en Opstanding. Terwijl de Kerk beweerde dat Jezus door zijn kruisdood de in Hem gelovende mens verlost had, hield de gnosis staande dat elk mens zichzelf moet verlossen door het voorbeeld van Jezus te volgen.

Philippus hield zijn leerlingen dan ook steeds voor dat zij zich moesten onthouden van al wat werelds is. Gewend als wij zijn aan een logische opbouw, maakt het Evangelie van Philippus een wat fragmentarische indruk. Ons meene­mend in de inwijding mystiek herinnert hij ons steeds aan ons sterfe­lijk bestaan en dringt hij aan op onthechting. Het is dus een ascetisch geschrift, waarin de vergankelijkheid van het aardse telkens tegenover de onverganke­lijkheid van het hemelse wordt gesteld.

De schrijver van het Evangelie heeft nooit de bedoeling gehad om een literair werk te schrijven. Hij confronteert en inspi­reert. Elke logion staat als een meditatie op zichzelf. Dezelfde begrippen worden vaak in een ander verband herhaald. Zijn inwij­dings­mystiek is ontdaan van kerkelijke dogma's.

Voor Philippus is de leer van Christus een zuivere mysterie­leer. Alleen aan de hand van de Heer Christus, Zoon van God de Vader en God de Moeder en mens geworden in Jezus, kan de mens de weg inslaan naar zelfverlossing. Een moeilijke doch dankbare scholingsweg die ons voert langs de sacra­mentele doop, de zalving en de eucharistie naar de eenwording in het mystieke bruids­vertrek.

Het Evangelie is door latere vertalers onderverdeeld in 127 logia. Wij gebrui­ken de vertaling van Philip Rénard, die tot stand gekomen is door de vergelij­king van meerdere vertalingen in Europese talen.

In het onderstaande com­mentaar komen de meeste logia ter sprake met verwijzing naar het nummer, waar­onder zij in het Evangelie van Philippus zijn opgenomen. In het commen­taar kan uiteraard niet op elk beeld worden inge­gaan. Geprobeerd wordt, soms door samenvatting van meerde­re logia, door te dringen tot de wezen­lijke betekenis van de tekst.

Johan Pameyer.




BESPREKINGEN / MEDITATIES

Het Evangelie van Philippus, ontstaan aan het einde van de tweede eeuw in Antiochië, staat geheel in de gnostische traditie. Het werk vormt de schakel tussen het Mysteriewezen en het Christendom. De aloude inwijdingsmystiek wordt toegepast op de ontwikkeling van de Hebreeër tot Christen. Ritualen, die bij initiaties werden gebruikt, worden tot sacramenten, toen Philippus zijn handleiding voor het innerlijke leven schreef, bestonden de vier bijbelse evangeliën al, welis­waar niet in samenhang, maar als los circulerende geschrif­ten, die pas later in een canon zijn opgenomen. Nergens bestrijdt hij de evangelisten, maar dat hij ze esoterisch verstaat blijkt uit iedere letter van zijn evangelie. Daarmee schaarde hij zich, volgens de kerkelijke autoriteiten, onder de ketters. De diepere betekenis van zijn woorden en beelden, ontging de kerkvaders. Maar nu we achttien eeuwen verder zijn, kunnen we met meer succes proberen de diepere zin achter de vaak cryptische beeldtaal van deze verketterde evangelist te ontsluieren.



Net als in de vroegere mysteriediensten ging aan het besluit toelating de vragen tot de Mysterieën een proeftijd vooraf. De doorbraak van godsbesef diende langdurig en intens op zijn houdbaarheid te worden getoetst. In die tijd voltrok zich de bekering. Een aards ingesteld mens stemde toe zich volledig aan God te willen wijden. Daarop doelt de eerste uitspraak van het Philippus-evangelie.

1.

Een Hebreeër maakt iemand tot Hebreeër,

en zo iemand wordt "bekeerling" genoemd.

Maar een bekeerling maakt niet een andere bekeerling.

[Sommige mensen bestaan gewoon zoals ze zijn

én maken dat anderen worden als zij,

terwijl andere mensen eenvoudigweg bestaan.
Historisch gesproken was "Hebreeën" een oud-Testamentische naam voor een grote groep stammen, die zich niettemin tegenover buitenstaanders graag als een eenheid presenteerden. In de benaming "Hebreeën" ligt dus de verschei­denheid in eenheid besloten. Een bekeerling is iemand, die zich realiseert dat hij in verscheidenheid leeft, maar de eenheid begeert. Zo'n ontwikkeling is een individueel bewustwor­dingsproces. Je kunt het niet op een ander overdragen. In verhouding tot het goddelijke staat de Hebreeër als slaaf tegenover zyn meester.

2.

De slaaf probeert alleen maar vrij te worden;

hij probeert niet het bezit van zijn meester te verkrijgen

De zoon echter is niet alleen maar een zoon,

maar maakt aanspraak op de erfenis van de vader.
Een bekeerling staat aan het begin van een lange, moeizame ontwikkelingsweg. In de woorden van Philippus moet hij het slaafschap transformeren tot het zoonschap. Zijn ontvankelijkheid voor het goddelijke wordt niet meer belem­merd door enig aards verlangen. Mensen die alleen in de stof leven zijn eigenlijk levende doden.

3.

Zij die het dode erven

zijn zelf dood, en zij erven wat dood is.

Zij die het levende erven

zijn levend, en zij erven zowel wat leeft als wat dood is.

Zij die dood zijn erven niets.

Want hoe kan een dode erven?

Als hij die dood is het levende erft

zal hij niet ster­ven -

hij die dood is zal zelfs méér leven.
Evenmin als de onbekeerde slaaf kan een dode iets levends verwerven. In de bijbel is dikwijls sprake van de dood. In de meeste gevallen gaat het dan om op aarde levende mensen, die zich niet bewust zijn van een geestelijke werke­lijkheid. Philippus trekt de lijn van zijn denken door naar de in zijn tijd veel gebruikte term "heiden" voor iemand die niet het joodse of christelijk geloof aanhing. Een heiden is een ongelovige. De god van joden en de christenen is geen realiteit voor hem. In die zin leeft hij dan ook niet en valt hij ten prooi aan de dood.

4.

Een heiden sterft niet,

want hij heeft nooit leven gehad

waardoor hij zou kunnen sterven.

Wie tot geloof in Waarheid gekomen is

heeft leven gevonden

en deze mens loopt gevaar om te sterven,

want hij leeft.
Dit in tegenstelling tot iemand, die tot geloof in Waarheid is gekomen. Hij heeft het echte, boven het aardse begrip van dood of leven uitgaande, leven gevonden. Een parallel met deze uitspraak is te vinden in het allereerste logion uit het Evangelie van Thomas, dat werd geschreven voor de gemeente in Edessa. "Jezus zei: Ieder die de betekenis van deze woorden vindt, zal de dood niet smaken." De laatste woorden van logion 4 relativeren dit begrip toch enigszins, omdat ook de mens die de Waarheid kent in lichamelijke zin zal sterven. In geestelijke zin echter zal hij leven. Dat is de belofte van Philippus in dit tekstfragment. In logia 5 en 6 wordt de betekenis van Christus als de ware inwij­der reeds aangeduid.

5.

Sinds de dag dat Christus gekomen is

is de wereld geschapen,

zijn de steden versierd

en de doden weggevoerd.
In gnostische geschriften als "Het geheime boek van Johannes" en "Het ontstaan van de wereld" wordt de scheppingsmythe verteld. Vele variaties verhinderen het ons niet om een voorstelling te maken van de ideeënwereld der gnostici. Het speigelbeeld van God de Vader, voorgesteld als God de Moeder, die onder verschillende namen bekend is, sloeg evenals haar voorbeeld, de Vader, aan het scheppen. Dat ging eenvoudig in die wereld. Denkbeelden verdichtten zich onmiddellijk tot realiteiten. Zo dacht dit vrouwelijk aspect, Barbelo, Pronoia (Voorzienigheid) of Sophia (Wijsheid) genaamd zich een evenbeeld zonder toestem­ming van de Vader. Dit werd een misgedrocht, dat de Vader nooit zou kennen en zichzelf verbeeldde de uiteindelijke Alvader te zijn. Hij bracht door de verstoffelij­king van zijn goddeloze gedachten de schepping tot aanzijn. In het dualistische denken van de traditionele gnosis werd de schepping een gevangenis voor de schepselen, waaruit ze alleen bevrijd konden worden door de directe Zoon, die wel met toestemming van God de Vader door de Moeder werd ter wereld gebracht. Dat was Christus, de Verlosser. Als evenbeeld van de Alvader ging Hij mee in de schepping. Dit is de achtergrond van logion 5. Tegelijk biedt dit beeld het perspec­tief van de term "Christenen", zoals dit wordt gebruikt in logion 6.

6.

Toen we Hebreeën waren

waren we wezen

en hadden alleen onze moeder,

maar toen we Christenen werden

kregen we een vader en een moeder.

9.

Christus kwam om sommigen vrij te kopen,

om anderen te redden

en om anderen te verlossen.

Vreemdelingen kocht hij vrij

en maakte ze tot de zijnen.

De zijnen zonderde hij af,

degenen die hij in zijn testament

als pand gegeven had.

Het was niet alleen toen hij verscheen

dat hij vrijwillig zijn leven gaf,

maar hij gaf zijn leven vrijwillig

vanaf de dag dat de wereld tot stand kwam.

Toen hij het wilde

kwam hij om het mee te nemen,

want het was als pand weggelegd.

Het was in handen van rovers gevallen

en gevangen genomen, maar hij redde het.

Hij verloste de goede

én de slechte mensen in de wereld.
In logion 10 geeft Philippus een toelichting op de begrippen 'goed' en 'kwaad', die volgens de gnosis relatieve begrippen zijn.

10.

Licht en duisternis,

leven en dood,

rechts en links,

zijn broeders van elkaar.

Het is niet mogelijk

ze van elkaar te scheiden.

Daarom zijn de goeden niet goed

noch de slechten slecht,

noch is leven leven

noch dood dood.

Daarom zal iedereen oplossen

tot zijn oorspronkelijke aard.

Maar degenen die boven de wereld verheven zijn

zijn onoplosbaar en eeuwig.
Relativiteit geldt zeker voor de Namen (logion 11), die wij aan de dingen geven. Namen zijn ontstaan vanuit een beperkte aardse visie. Een NAAM is een bovenmen­se­lijk begrip, een esoterische aanduiding voor iets of iemand die wij omwille van ons beperkt begrip, een naam hebben gege­ven.

11.

Namen die gegeven zijn aan wereldlijke dingen

zijn erg misleidend,

want zij leiden onze gedachten af

van wat juist is

naar wat niet juist is.

Zo neemt iemand die het woord 'God' hoort

niet het juiste waar

maar het onjuiste.

Zo ook met 'de Vader' en "de Zoon'

en 'de heilige Geest' en 'Leven' en 'Licht'

en 'Opstanding' en 'de Kerk' en alle andere:

de mensen nemen niet het juiste waar

maar het onjuiste,

tenzij ze te weten zijn gekomen wat juist is.

De namen die gehoord worden

zijn in de wereld om te misleiden.

Als zij in de Acon waren

zouden zij geen dag als namen in de wereld

gebruikt worden,

noch zouden zij bij wereldlijke dingen

ingedeeld worden.

Zij hebben een einde in de Acon.
Maar de Naam, die de Vader gaf aan de Zoon (logion 12) wordt niet uitge­sproken omdat deze alle dingen te boven gaat. Wij moeten leren te onder­scheiden wat van God en wat van de valse goden, de "archonten", komt.

12.

Eén enkele naam wordt in de wereld niet uit­gesproken,

de Naam die de Vader gaf aan de Zoon,

de Naam die alle dingen te boven gaat:

de Naam van de Vader.

Want de Zoon zou geen Vader worden

als hij niet de Naam draagt van de Vader.

Zij die deze Naam hebben weten het,

maar zij spreken er niet over.

Maar zij die hem niet hebben

weten het niet.

Maar de Waarheid schiep namen in deze wereld

terwille van ons, omdat het niet mogelijk is

hem te kennen zonder namen.

De Waarheid is één,

en is ook vele dingen, terwille van ons

die dit Ene in liefde leren dóór vele dingen.
De "archonten" misbruikten namen en misleidden daarmee de mensen, die zij tot slaven wilden maken (logion 13). De misleiding gaat zelfs zo ver, dat de mensen geleerd werd te doden en offers te brengen.

13.

De archonten wilden de mens misleiden,

omdat ze zagen dat hij een verwantschap had

met diegenen die waarlijk goed zijn.

Zij namen de namen van de goeden

en gaven ze aan diegenen die niet goed zijn,

om hem door de namen te misleiden

en hen te binden aan diegenen die niet goed zijn.

En als ze hun daarna een gunst bewijzen

zullen ze verwijderd worden

uit het midden van de niet-goeden

en geplaatst worden onder de goeden.

Dezen kenden ze.

Want zij wilden de vrije mens grijpen

en hem voor eeuwig tot een slaaf van hen maken.
Zelfs Jezus werd geofferd, maar hij was onvatbaar voor de dood (logion 14).
14.

[Er zijn machten die met de mens worstelen,

om te verhinderen dat hij gered wordt.

Want als de mens gered is

zullen er geen offerandes zijn

en zullen er geen dieren aan de machten geofferd worden.]

Zij waren ze inderdaad levend aan het offeren,

maar toen zij ze offerden stierven ze.

Wat de mens betreft:

zij offerden hem dood aan God,

en hij leefde.
Achter alle misleiding heerst, volgens logion 15, de WAARHEID in de persoon van Christus. Hij bracht brood uit de hemel (het Woord) en misleidde op zijn beurt de archonten door het zaad van zijn tarwe (logion 15) op iedere plaats te zaaien (logion 16), waar het als mysterie of geheim wacht tot de bekeerling het opmerkt.

15.

Voordat Christus kwam was er geen brood in de we­reld;

zoals het Paradijs, de plaats waar Adam was,

veel bomen had om de dieren te voederen

maar geen tarwe als voedsel voor de mens.

De mens voelde zich zoals de dieren,

maar toen Christus kwam, de volmaakte mens,

bracht hij brood uit de hemel

opdat de mens gevoed zou worden

met het voedsel van de mens.

16.

De archonten dachten dat wat zij deden

door hun eigen kracht en wil gebeurde,

maar de heilige Geest bewerkstelligde

in het geheim alles door hun zoals hij wilde.

De Waarheid, die er vanaf het begin was,

is op iedere plaats gezaaid.

En velen zien hem als hij gezaaid is,

maar weinigen die hem zien maaien hem.
In logion 17 trekt Philippus ten aanval tegen hen, die beweren dat Maria door de Heilige Geest is bevrucht. In veel gnosti­sche verhalen wordt de Heilige Geest als vrouwelijk beschouwd. Christus is de Zoon van Haar, de Moeder en de Vader. Daarom nodigde hij zijn leerlingen uit in het huis van de Vader (logion 18), daar te blijven en één te wor­den met Hem. Iets wegnemen of iets ontvangen benadrukt slechts de scheiding, want dan is er altijd sprake van twee.

17.

Sommigen zeggen:

'Maria is bevrucht door de heilige Geest."

Zij vergissen zich,

zij weten niet wat ze zeggen.

Wanneer is ooit een vrouw door een vrouw bevrucht?

Maria is de maagd

die door geen macht verontreinigd is.

Zij is een grote vloek voor de Hebreeën,

de apostelen en de apostolische mensen.

Deze maagd die door geen macht bevlekt is -

de machten bevlekken zichzelf.

De Heer zou niet gezegd hebben:

'Mijn Vader die in de hemel is,'

tenzij hij een andere vader had gehad,

maar hij zei slechts: 'Mijn Vader.'

18.

De Heer zei tot de leerlingen:

'Kom in het huis van de Vader,

maar ontvang niets in het huis van de Vader,

en neem niets weg.'
In logion 19 wordt iets gezegd over de Namen waaronder de Zoon bekend is. Christus is de mysterienaam, die Hem als hoogst ingewijde werd gegeven, en Jezus is de naam van de wereld, die een geheim ver­bergt.

19.

'Jezus' is een verborgen naam,

'Christus' is een openbare naam.

Vandaar dat 'Jezus' niet in een andere taal bestaat;

zijn naam is altijd 'Jezus',

zoals hij aangesproken wordt.

De naam 'Christus' is daarentegen in het Syrisch 'Mes-

si­as',

in het Grieks 'Christus'.

Ongetwijfeld hebben alle anderen iets

dat met hun eigen taal overeenkomt.

'De Nazarener' is dat wat geopenbaard is

in wat verborgen is.
Christus, is mens, engel, mysterie en Vader tegelijk (logion 20).

20.

Christus heeft alles in zich,

hetzij mens,

of engel, of mysterie,

en de Vader.
In logion 21 wordt de goddelijkheid van de ingewijde, die de titel Christus ontvangt, aangege­ven door erop te wijzen dat hij de opstanding niet lichame­lijk maar geestelijk beleeft.

21.

Degenen die zeggen dat de Heer eerst stierf

en daarna opstond, vergissen zich,

want hij stond eerst op en stierf daarna.

Als iemand niet eerst de Opstanding verwerft,

zal hij dan niet sterven?

Zoals God leeft - zo zou hij al dood zijn.
De ziel is iets kostbaars, ook al woont zij in een li­chaam (lo­gion 22). Een lichaam is waardeloos vergeleken met de geest.

22.

Niemand zal een voorwerp van grote waarde

in een groot ding verbergen,

maar vaak heeft iemand ontelbare duizenden

in een ding gegooid dat een stuiver waard was.

Zo is het met de ziel.

Het is iets kostbaars,

en het kwam om in een verachtelijk lichaam te zijn.
In logion 23 komt voor het eerst het mysterie van de Eucharis­tie ter sprake in de vorm van het geconsumeerde vlees en bloed van Christus. Het vlees is het Woord en het bloed is de Heili­ge Geest. Vlees en bloed symbolise­ren alles waarin de ziel zich hult en waarin de Geest zal (kunnen) opstaan.

Voor de kandidaat voor inwijding zijn dit mysterieleringen. Hij moet verder weten, dat vlees en bloed hemelse gewaden zijn, die beter zijn dan aardse gewaden.



23.

Sommigen zijn bang dat ze naakt zullen opstaan.

Daarom willen zij in het vlees opstaan,

en zij weten niet dat zij die het vlees dragen

de naakten zijn.

[Zij die zich ontkleden tot het punt van naaktheid

zijn het die niet naakt zijn.]

'Vlees en bloed kunnen het koninkrijk van God

niet beërven.'

Wat is dit wat niet beërven zal?

Dit wat wij hebben.

Maar wat is het wat beërven zal?

Dat wat aan Jezus toebehoort met zijn bloed.

Daarom zei hij:

'Hij die mijn vlees niet zal eten

en mijn bloed niet zal drinken,

heeft het Leven niet in zich."

Wat is het?

Zijn vlees is het Woord,

en zijn bloed is de heilige Geest.

Hij die deze ontvangen heeft

heeft voedsel en drank en kleding.

Ik betwist de anderen die zeggen

dat het niet zal opstaan.

Dan hebben beiden het mis.

Jij zegt dat het vlees niet zal opstaan.

Zeg me dan wat wel zal opstaan,

zodat wij je onze waardering kunnen tonen.

Jij zegt: 'De geest in het vlees,

en ook dit licht in het vlees is het.'

Maar dit is ook iets dat in het vlees is,

want wat je ook zult zeggen,

je noemt niets dat het vlees te buiten gaat.

Het is noodzakelijk om in dit vlees op te staan,

omdat alles erin bestaat.
Hemelse gewaden, zegt logion 24, zijn aangedaan door water (doop) en vuur (zalving), die symbolisch een aanduiding voor de zuivering en de verlichting van de ziel vormen.

24.

In deze wereld zijn zij die een gewaad aandoen

beter dan de gewaden.

In het hemelse koninkrijk zijn de gewaden beter

dan zij die ze aangedaan hebben door water en vuur.
Daarom zegt Philippus in logion 25 tot de inwijdeling, dat door water en vuur het "hele oord" wordt gezuiverd. "Het hele oord" is een zegswijze (aanduiding) voor het hele bereik van de mense­lijke ziel. Zowel bewust, onderbewust als onbewust.
  1   2   3   4   5   6


Dovnload 0.52 Mb.