Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Het Nieuwe Testament Volgens de Statenbijbel van 1977

Dovnload 2.06 Mb.

Het Nieuwe Testament Volgens de Statenbijbel van 1977



Pagina1/103
Datum10.10.2017
Grootte2.06 Mb.

Dovnload 2.06 Mb.
  1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   103

Het Nieuwe Testament

Volgens de Statenbijbel van 1977

(1e druk: Amsterdam, Nederlands Bijbelgenootschap, 1977)

Matthéüs

1 Korinthiërs

1 Thessalonicensen

Hebreeën

3 Johannes

Markus

2 Korinthiërs

2 Thessalonicensen

Jakobus

Judas

Lukas

Galaten

1 Timótheüs

1 Petrus

Openbaring

Johannes

Efeziërs

2 Timótheüs

2 Petrus




Handelingen

Filippensen

Titus

1 Johannes




Romeinen

Kolossensen

Filemon

2 Johannes




Voorbericht bij de Statenvertaling

Na de oorspronkelijke uitgave van de Statenvertaling in 1637 ‘door last van de Hoogmogende Heren Staten Generaal’ onderging te tekst meermalen wijzigingen. De bekendste is die volgens ‘Van Rave(n)steyn’ uit 1657.

De spelling van het Nederlands was toen nog niet vastgelegd en vele woorden kregen in de loop der tijden een andere betekenis. Er verschenen steeds weer nieuwe edities, aangepast aan de ontwikkeling van de Nederlandse taal.

De voorliggende uitgave volgt deze traditie. Zij is tot stand gekomen op initiatief van de Gereformeerde Bond in de Nederlandse Hervormde Kerk in samenwerking met een aantal andere verbanden waarbinnen de Statenvertaling in gebruik is.



Voorwoord van de overzetter

Het bijzondere van deze reformatorische Bijbelvertaling is vooral dat zij direct uit de grondtalen Hebreeuws, Aramees en Grieks vertaald werd - net als de King James Vertaling (1611) - en niet meer gebaseerd was op de Vulgata, de algemeen gebruikte Latijnse vertaling (382-405) van Hiëronymus. De zgn. Jongbloed-editie kwam er in 1750 omdat de oude versie haast onleesbaar was geworden door de evolutie van het Nederlands. In de uitgave van 1977 werd het Nederlands opnieuw een beetje aangepast. De vertaling als zodanig bleef altijd behouden.

Op de Statenvertaling rust geen auteursrecht. Onderhavig Nieuwe Testament is een aanpassing van de Jongbloed-editie naar de editie van 1977, drukversie 1991.

De woorden in schuine letters (cursief) staan niet in de Griekse grondtekst. Ze werden door de Statenvertalers toegevoegd omwille van de leesbaarheid.

Herzien op 3 november 2005

M a t t h é ü s

1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28

Geslachtsregister van Jezus Christus


M a t t h é ü s 1

1 Het boek van het geslacht van JEZUS CHRISTUS, de Zoon van David, de zoon van Abraham. 2 Abraham gewon Izak, en Izak gewon Jakob, en Jakob gewon Juda, en zijn broeders; 3 En Juda gewon Fares en Zara bij Thamar; en Fares gewon Esrom, en Esrom gewon Aram; 4 En Aram gewon Aminádab, en Aminádab gewon Nahasson, en Nahasson gewon Salmon; 5 En Salmon gewon Boöz bij Rachab, en Boöoz gewon Obed bij Ruth, en Obed gewon Jessai; 6 En Jessai gewon David, de koning; en David, de koning, gewon Sálomon bij haar, die Uria’s vrouw was geweest; 7 En Sálomon gewon Róboam, en Róboam gewon Abía, en Abía gewon Asa; 8 En Asa gewon Jósafat, en Jósafat gewon Joram, en Joram gewon Ozias; 9 En Ozias gewon Jóatham, en Jóatham gewon Achaz, en Achaz gewon Ezekias; 10 En Ezekias gewon Manasse, en Manasse gewon Amon, en Amon gewon Josías; 11 En Josías gewon Jechónias, en zijn broeders, omtrent de Babylonische wegvoering. 12 En na de Babylonische wegvoering gewon Jechónias Saláthiël, en Saláthiël gewon Zorobábel; 13 En Zorobábel gewon Abiud, en Abiud gewon Eljakim, en Eljakim gewon Azor; 14 En Azor gewon Sadok, en Sadok gewon Achim, en Achim gewon Eliud; 15 En Eliud gewon Eleázar, en Eleázar gewon Matthan, en Matthan gewon Jakob; 16 En Jakob gewon Jozef, de man van Maria, uit wie geboren is JEZUS, gezegd Christus. 17 Al de geslachten dan, van Abraham tot David, zijn veertien geslachten; en van David tot de Babylonische wegvoering, zijn veertien geslachten; en van de Babylonische wegvoering tot Christus, zijn veertien geslachten.



Mt 1 Geboorte van Jezus Christus

18 De geboorte van Jezus Christus was nu aldus; want toen Maria, Zijn moeder, met Jozef ondertrouwd was, eer zij samengekomen waren, werd zij zwanger bevonden uit de Heilige Geest. 19 Jozef nu, haar man, alzo hij rechtvaardig was, en haar niet openlijk te schande wilde maken, was van wil haar heimelijk te verlaten. 20 En alzo hij deze dingen in de zin had, ziet, de engel des Heeren verscheen hem in de droom, zeggende: Jozef, gij zoon van David! wees niet bevreesd Maria, uw vrouw, tot u te nemen; want hetgeen in haar ontvangen is, dat is uit de Heilige Geest; 21 En zij zal een Zoon baren, en gij zult Zijn naam noemen JEZUS; want Hij zal Zijn volk zalig maken van hun zonden. 22 En dit alles is geschied, opdat vervuld zou worden, hetgeen van de Heere gesproken is, door de profeet, zeggende: 23 Ziet, de maagd zal zwanger worden, en een Zoon baren, en gij zult Zijn naam heten Emmanuël; dat is, overgezet zijnde, God met ons. 24 Jozef dan, opgewekt zijnde van de slaap, deed, gelijk de engel des Heeren hem bevolen had, en heeft zijn vrouw tot zich genomen; 25 En bekende haar niet, totdat zij deze haar eerstgeboren Zoon gebaard had; en noemde Zijn naam JEZUS.



De wijzen uit het Oosten

M a t t h é ü s 2

1 Toen nu Jezus geboren was te Bethlehem, gelegen in Judéa, in de dagen van de koning Heródes, ziet, enige wijzen van het Oosten zijn te Jeruzalem aangekomen. 2 Zeggende: Waar is de geboren Koning der Joden? want wij hebben gezien Zijn ster in het Oosten, en zijn gekomen om Hem te aanbidden. 3 De koning Heródes nu, dit gehoord hebbende, werd ontroerd, en geheel Jeruzalem, met hem. 4 En bijeenvergaderd hebbende al de overpriesters en Schriftgeleerden van het volk, vroeg van hen, waar de Christus zou geboren worden. 5 En zij zeiden tot hem: Te Bethlehem, in Judéa gelegen; want alzo is geschreven door de profeet: 6 En gij Bethlehem, gij land Juda! zijt geenszins de minste onder de vorsten van Juda; want uit u zal de Leidsman voortkomen, Die Mijn volk Israël weiden zal. 7 Toen heeft Heródes de wijzen heimelijk geroepen, en vernam naarstig van hen de tijd, wanneer de ster verschenen was; 8 En hen naar Bethlehem zendende, zeide: Reist heen, en onderzoekt naarstig naar dat Kindeke, en als gij Het zult gevonden hebben, boodschapt het mij, opdat ik ook kome en Dat aanbidde. 9 En zij, de koning gehoord hebbende, zijn heengereisd; en ziet, de ster, die zij in het oosten gezien hadden, ging hun voor, totdat zij kwam en stond boven de plaats, waar het Kindeke was. 10 Toen zij nu de ster zagen, verheugden zij zich met zeer grote vreugde. 11 En in het huis gekomen zijnde, vonden zij het Kindeke met Maria, Zijn moeder, en nedervallende hebben zij Het aangebeden; en hun schatten opengedaan hebbende, brachten zij Hem geschenken: goud en wierook, en mirre. 12 En door Goddelijke openbaring vermaand zijnde in de droom, dat zij niet zouden weerkeren tot Heródes, vertrokken zij door een andere weg weer naar hun land.

  1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   103

  • M a t t h é ü s
  • Geslachtsregister van Jezus Christus

  • Dovnload 2.06 Mb.