Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Het ontstaan van de mens blz. De volkeren buiten afrika

Dovnload 8.17 Mb.

Het ontstaan van de mens blz. De volkeren buiten afrika



Pagina3/3
Datum25.10.2017
Grootte8.17 Mb.

Dovnload 8.17 Mb.
1   2   3
4. Het Indianide mensentype.
De Indianen zijn de oorspronkelijke bewoners van Noord-, Midden en Zuid-Amerika. Deze zogenaamde Nieuwe Wereld herbergde geen enkele mensachtige vooraleer de moderne mens dit werelddeel veroverde. Dit laatste gebeurde relatief recent. Over precieze gegevens beschikt men niet in dit verband daar er tot ongeveer 3.000 voor Christus geen restanten van bouwwerken of enige vorm van kunst werd gevonden. Het enige waarover men aangaande deze eerste periode beschikt zijn tanden en enkele andere skeletelementen evenals primitieve stenen gebruiksvoorwerpen.
De indianen van Noord-, Midden- en Zuid-Amerika vertonen een opvallende raciale homogeniteit, maar hebben wel zeer uiteenlopende cultuurstadia. Zij hebben een geelbruine tot roodbruine huidkleur, dik en meestal glad en zwart hoofdhaar, een geringe aangezichts- en lichaamsbeharing en een breed aangezicht met vooruitstekende jukbeenderen. Studie van de ABO-bloedgroep toont dat het B-antigen praktisch niet voorkomt en A-antigen zeer beperkt blijft, hoofdzakelijk in het Noorden van Noord-Amerika. Indianen bezitten hierdoor een hoge frequentie van de bloedgroep O. Het voorkomen van eskimo’s (of Inuit) in Noord-Amerika is zeer waarschijnlijk het gevolg van een relatief recente migratie van mongoloide aziatische volksstammen, rond 12.000 jaar geleden, toen de Beringstraat voorlopig voor het laatst in de geschiedenis nogmaals kwam droog te liggen.
Rond 3.000 v.Chr. vindt men de eerste symptomen van landbouw en veeteelt. Bonen en maïs worden geteelt in Mexico en de lama wordt gedomesticeerd in Zuid-Amerika. Rond 2.500 ontstaan de eerste permanente woonplaatsen langsheen de kusten van Chili en Peru, in Midden Amerika, in Mexico en in het Zuid-Westen van Noord-Amerika. Waarschijnlijk door een klimaatverandering ontstaan omstandigheden waarbij een groot natuurlijk aanbod van voedsel grotere nederzettingen mogelijk maken zonder een overeenkomstige sterke ontwikkeling van de landbouw. Dit leidt dan de zogenaamde pre-klassieke periode in, die een aanloop zou worden tot een sterke ontwikkeling van de merkwaardige eerste stedenbouwende volkeren van Midden Amerika. De oudst bekende inwoners van deze streek noemt men de Caraïben. Deze werden rond 1.200 v.Chr. naar het Zuiden gedreven door een invasie van de Olmeken, die de eerste grote amerikaanse cultuur ontwikkelden met een tempelbouw, die nadien grotendeels door de Maya’s zou overgenomen worden en dit leidde tot steeds hogere tempels en paleizen en grote complexe stad-staten. De Maya’s kenden een zeer grote bloeitijd tussen 300 en 900 n.Chr. tot zij om een nog onbekende reden hun merkwaardige steden temidden het tropische oerwoud verlieten en naar Yucatan trokken, waar zij zich mengden met de Tolteken en de Itza’s en hierdoor een nieuwe bloeitijd kenden tot zowat de 13e eeuw.
Van 10.000 jaar v.Chr., het einde van de ijstijd, tot Colombus in 1492 Amerika bereikte, ontwikkelden de Indianen zich volledig geïsoleerd van de overige volken van de wereld. In de 10e eeuw waren er weliswaar enkele bezoeken geweest van Vikingen aan de kusten van Z.O.Labrador en van Newfoundland, maar deze hadden geen enkele invloed op de wereldgeschiedenis en geraakten daarenboven gedurende vele eeuwen totaal in de vergetelheid. Toen de Spanjaarden in de 16e eeuw Amerika ontdekten leefde de overgrote meerderheid van de Amerikaanse Indianen in Noord- en Zuid-Amerika nog in het stenen tijdperk. Zij waren in hoofdzaak jager-verzamelaars of deden aan landbouw. De stedenbouwende indianenvolkeren leefden in Mexico, Midden-Amerika en de Andes. De Maya-steden waren toen in verval geraakt en twee andere grote volkeren hadden de heerschappij overgenomen. De eerste waren de Inca’s, die in de 14e eeuw een enorm gebied veroverden in de Andes met als centrum Cuzco in Noord-Chili. De tweede waren de Azteken, die in de 13e eeuw in Mexico een bloeitijd kenden met als centrum Tenochtitlan en in de volgende twee eeuwen een groot imperium uitbouwden.
Al deze volkeren kenden ingenieuze irrigatiesystemen en hadden goede inzichten in astronomie, maar kenden noch het wiel noch, behoudens de vroegere Maya’s, het schrift. De ruines van hun steden bleven tot relatief recent verborgen, overwoekerd door de dichte plantengroei van het tropisch oerwoud.
De figuur toont de vermindering van het grondgebied van de Indianen in Noord-Amerika en een foto van Sitting Bull, het Sioux opperhoofd dat in 1890 werd aangehouden en gedood, enkele dagen voor de afslachting door regeringstroepen van 300 mannen, vrouwen en kinderen te Wounded Knee, waarmede het laatste verzet van de oorspronkelijke bewoners van Noord-Amerika tegen een leven in reservaten gebroken werd.
Door de Kaukasoide invasies vanaf de 16e eeuw en de import van negerslaven vanaf 1816 is het raciale patroon van de “nieuwe wereld” op een opvallende manier veranderd. In Noord-Amerika werden de Indianen zeer sterk gedecimeerd en teruggedrongen in enkele reservaten. De stedenbouwende Indianen van Midden- en Zuid-Amerika werden zeer snel gedecimeerd bij de eerste contacten met de Europeanen, terwijl de Indianen van de tropische oerwouden (zie foto), in tegenstelling tot de Indianen van de grote vlakten van Noord-Amerika, nog lang een verborgen bestaan konden leiden tot het voor hen catastrofale ontbossen van deze wouden, dat heden ten dage in een stroomversnelling is geraakt. Tegelijk met dit alles ontstonden de voor Midden- en Zuid-Amerika zo typische mengpopulaties van Kaukasoiden, Negroiden en Indianen.
1   2   3


Dovnload 8.17 Mb.