Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Het pakket Belastingplan 2016 en het wetsvoorstel Wet uitvoering Common Reporting Standard

Dovnload 431.68 Kb.

Het pakket Belastingplan 2016 en het wetsvoorstel Wet uitvoering Common Reporting Standard



Pagina1/12
Datum05.12.2018
Grootte431.68 Kb.

Dovnload 431.68 Kb.
  1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   12


Verslag van een wetgevingsoverleg

De vaste commissie voor Financiën heeft op 26 oktober 2015 overleg gevoerd met de heer Wiebes, staatssecretaris van Financiën over het pakket Belastingplan 2016 en het wetsvoorstel Wet uitvoering Common Reporting Standard.

De voorzitter van de vaste commissie voor Financiën,
Duisenberg

De griffier van de vaste commissie voor Financiën,


Berck

Voorzitter: Duisenberg
Griffier: Van den Eeden

Aanwezig zijn dertien leden der Kamer, te weten: Bashir, Tony van Dijck, Dijkgraaf, Duisenberg, Grashoff, Groot, Klein, Krol, Neppérus, Omtzigt, Schouten, Van Vliet en Van Weyenberg,

en de heer Wiebes, staatssecretaris van Financiën.

Aanvang 11.00 uur.


Belastingplan 2016


Aan de orde is de behandeling van:

  • het wetsvoorstel Wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Belastingplan 2016) (34302);

  • het wetsvoorstel Wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Overige fiscale maatregelen 2016) (34305);

  • het wetsvoorstel Wijziging van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 en de Wet op de dividendbelasting 1965 in verband met de implementatie van aanpassingen in de Moeder-dochterrichtlijn (Wet implementatie wijzigingen Moeder-dochterrichtlijn 2015) (34306);

  • het wetsvoorstel Wijziging van de Wet inkomstenbelasting 2001 met het oog op een vrijstelling van bepaalde periodieke uitkeringen aan specifieke groepen oorlogsslachtoffers (Wet vrijstelling uitkeringen Artikel 2-Fonds) (34303);

  • het wetsvoorstel Tegemoetkomingen in de loonkosten van specifieke groepen (Wet tegemoetkomingen loondomein) (34304);

  • het wetsvoorstel Wijziging van de Wet op de internationale bijstandsverlening bij de heffing van belastingen en de Belastingwet BES in verband met de implementatie van Richtlijn 2014/107/EU van de Raad van 9 december 2014 tot wijziging van Richtlijn 2011/16/EU wat betreft verplichte automatische uitwisseling van inlichtingen op belastinggebied (PbEU 2014, L 359) en om uitvoering te geven aan de door de OESO ontwikkelde Common Reporting Standard (Wet uitvoering Common Reporting Standard) (34276).

De voorzitter:


Goedemorgen. Ik open dit wetgevingsoverleg over het Belastingplan 2016. Ik heet de staatssecretaris van Financiën en zijn medewerker, de Kamerleden en iedereen op de publieke tribune van harte welkom. Vandaag vindt de eerste termijn van de Kamer plaats. De vergadering staat gepland van 11.00 uur tot 19.00 uur. Ik geef graag als eerste het woord aan mevrouw Neppérus van de VVD.

Mevrouw Neppérus (VVD):


Voorzitter. In dit Belastingplan gaat, voor het eerst sinds vele jaren, weer eens geld naar de burger. Hierin zit een echte belastingverlaging, en dat nadat toch een aantal jaren noodgedwongen vervelende maatregelen zijn genomen.

De VVD-fractie steunt de keuze om in te zetten op werkenden. Dat levert banen op. Werken wordt ook lonender. Het leidt tot een hoger nettoloon en het geeft de mensen meer vrijheid om het door hen verdiende geld naar eigen inzicht te besteden. Het is goed voor het aantal banen en goed voor de economie. In box 1 gaan alle werkenden erop vooruit. Het verschil tussen werkenden en niet-werkenden en inactieven wordt vergroot. Dat vind ik winst.

De voorzitter:
Ik zie dat mevrouw Schouten zojuist is binnengekomen en heel graag plaats wil nemen aan tafel. Laten wij allen één stoel opschuiven.

Mevrouw Neppérus (VVD):


Snel verschuiven doen wij toch niet elk jaar, voorzitter, maar ik vind het van belang dat iedereen goed kan zitten, en dat geldt ook voor de collega's. Laten wij dat gewoon eventjes zeggen, want zo hoort dat in dit gebouw te zijn en dat lukt gelukkig ook.

Ik sprak over de belastingverlaging en de lastenverlichting die, voor het eerst sinds jaren, in het Belastingplan zit. Een deel van de verlichting van het pakket wordt natuurlijk ingezet voor het repareren van de koopkracht van specifieke groepen. Dat gebeurt dit jaar. Daar gaan wij volledig mee akkoord, maar hoe gaat dit in de volgende jaren? Kan dit deel dan gewoon weer voor lastenverlaging worden ingezet? Dit is voor de VVD-fractie toch van groot belang.

Het gaat niet alleen om belastingverlaging; voor een deel gaat het ook om een verandering in de vermogensbelasting. Ik weet nog dat ik als jonge ambtenaar zelden een enthousiaste brief kreeg over de vermogensbelasting, en meestal ook niet over de andere belastingen. Het woord "vermogensbelasting" maakte de mensen altijd boos. Zo langzamerhand stelt iedereen in feite voor dat wij eens kijken naar het werkelijke rendement op vermogen. Dat is het eerlijkst. De SP heeft hierover bij de Algemene Financiële Beschouwingen een motie ingediend. Het punt is alleen dat dit nu nog niet kan. Ik zou willen dat het zo ongeveer morgen kon, maar een mens moet ook reëel zijn: als het morgen nog niet kan, zullen wij even iets anders moeten hebben. Hoe jammer ik het dus ook vind, het kan op dit moment nog niet. Dat begrijpen wij van de staatssecretaris, die dit uitgebreid uiteen heeft gezet. Dat houdt in dat wij de komende jaren naar het nieuwe systeem toe moeten werken. Dat zit immers dichter tegen het werkelijke rendement aan dan het huidige systeem, dat ook nu nog altijd goed is voor veel klachten. Wij zien dit dus echt als een tussenstap. Wil de staatssecretaris toezeggen dat hij de komende jaren, in 2017, in 2018 en in 2019, een bericht naar de Kamer zal sturen waaruit blijkt hoe het staat met de ontwikkeling daarvan, opdat het echt kan worden ingevoerd? In het systeem dat nu wordt voorgesteld, gaan veel mensen erop vooruit. Welk percentage gaat er in dit systeem ongeveer op vooruit, en welk deel van de mensen gaat er wellicht iets op achteruit? Het lijkt mij belangrijk om dat voor ogen te hebben.

Dan ga ik in op de vereenvoudiging. Er worden stappen gezet. Dat is zo. Toen ik de kranten van de afgelopen weken las, kreeg ik echter de indruk dat veel mensen graag meer stappen voor vereenvoudiging hadden gezien. Er is er echter een, en dat is de integratie van de research and development-aftrek (RDA) en de S&O-regeling. In de Autobrief, die wij laatst hebben behandeld, zaten ook heel wat vereenvoudigingen van het systeem. Er zitten verder kleine vereenvoudigingen in de Fiscale verzamelwet. Deze stappen worden gezet, maar hoe wil de staatssecretaris daarmee verdergaan? Dat zou ik toch echt graag willen horen, want dat is van wezenlijk belang voor de toekomst.

Een nieuw punt is de verruiming van de schenkingsvrijstelling.

De voorzitter:


De heer Dijkgraaf heeft een vraag over het vorige stukje.

De heer Dijkgraaf (SGP):


Mevrouw Neppérus sprak over de integratie van de Wbso en de RDA. Komt zij daar nog op terug?

Mevrouw Neppérus (VVD):


Daar kom ik nog op terug.

De heer Dijkgraaf (SGP):


Dan wacht ik even.

Mevrouw Neppérus (VVD):


Ik ga verder met de schenkingsvrijstelling. Wij vinden het goed dat ook buiten de familiekring kan worden geschonken. Ik vind dat echt een stap voorwaarts. Wij zijn blij met het desbetreffende voorstel.

D66 heeft inmiddels gevraagd of het bedrag van €100.000 niet ook in etappes kan worden geschonken. Ik kan mij die gedachte voorstellen, maar de uitvoerbaarheid speelt natuurlijk wel een rol. Wil de staatssecretaris nadrukkelijk uitleggen waarom dat niet goed kan? Dat lees ik namelijk in zijn eerste reactie. Ik ga er wel van uit dat dit budgettair vergelijkbaar uitpakt. Wellicht kan ook daar een reactie op komen.

Dan ga ik in op de RDA en de S&O-afdrachtvermindering. Je ziet het: iets wordt vereenvoudigd, en bijna alle partijen stellen daarover vragen in de schriftelijke inbreng. Ik geef toe dat ik dat ook zelf heb gedaan. Je ziet dus hoe lastig dit is, want wellicht wordt het voor mensen dan toch ergens een stukje minder. Hoe zit het nu met de positie van het mkb? Dat is mijn zorg, die ook door vele collega's is geuit. Gaat het mkb er ten opzichte van dat andere bedrijfsleven toch op achteruit, of waarom juist niet? De zorg dat straks alles door een paar grote bedrijven wordt opgemaakt, wordt door ons veel gehoord. Ik krijg echter ook signalen die erop duiden dat dit niet het geval zal zijn. Het lijkt mij goed als de staatssecretaris vertelt hoe het zit. Dit speelt immers voor veel collega's een rol. Ik zag al een amendement langskomen. Hoe gaat dit precies?

De heer Van Weyenberg (D66):


Dit kwam al langs bij de behandeling van de begroting van Economische Zaken. Toen zei de minister van EZ: ach, we kijken wel, en als het misgaat, repareren wij het wel. Mevrouw Neppérus is hoop ik net als ik van de school dat voorkomen nog altijd beter is dan genezen. Graag hoor ik een reactie.

Mevrouw Neppérus (VVD):


Ik wil daarom een duidelijk antwoord van de staatssecretaris waaruit blijkt hoe het zit. Als iets niet goed is, moet je het veranderen. Als het wel goed blijkt te zijn — die signalen krijg ik ook — moet je het houden en volgen. Ik wil dus een helder antwoord hebben. Ik hoop dat de staatssecretaris dat volgende week kan geven.

De heer Van Weyenberg (D66):


Uit alle evaluaties van de Wbso blijkt dat een focus op het midden- en kleinbedrijf en op starters het meeste rendement oplevert. Dat zegt bijvoorbeeld de OESO, maar dat blijkt ook uit de evaluatie van de Wet bevordering speur- en ontwikkelingswerk (Wbso) zelf. Mijn fractie heeft inderdaad een amendement ingediend met het doel om dit gewoon veilig te stellen: voer net als bij de Wbso een drempel in en zorg ervoor dat start-ups, familiebedrijven en midden- en kleinbedrijven een groter percentage van hun kosten voor speur- en ontwikkelingswerk van de belasting kunnen aftrekken.

De voorzitter:


Wat is uw vraag?

De heer Van Weyenberg (D66):


Is mevrouw Neppérus het, nog los van de vraag naar het risico, niet met mij eens dat de focus op deze groep bedrijven überhaupt tot meer effectiviteit van het innovatiegeld leidt?

Mevrouw Neppérus (VVD):


Ik krijg ook signalen die erop wijzen dat juist grotere bedrijven heel veel meer kunnen doen en dat het geld niet onevenredig wordt verdeeld. Innovatie moet je echter altijd stimuleren; daarover zijn de heer Van Weyenberg en ik het denk ik volledig eens. Ik wil eerst een duidelijker uitleg horen. Het verhaal was dat mensen in het mkb erop achteruitgaan. Zij zouden tegen een plafond aanlopen. Ik krijg ook andere signalen, maar ik wil wel graag duidelijkheid hebben zodat ik uiteindelijk, in de komende weken, mijn conclusie kan trekken. Naar ik meen, stemmen wij hierover op 12 november. Mijn vraag heb ik gesteld; we zullen zien dat er meer komen.

De heer Dijkgraaf (SGP):


Ik vind dit net iets te makkelijk. Wij hebben hierover al heel veel gediscussieerd, in het schriftelijk overleg en bij de behandeling van de begroting van het ministerie van Economische Zaken. Er zijn dus al heel veel vragen gesteld en antwoorden gegeven. Het lijkt mij voor de beraadslaging van vandaag toch wel goed om te weten aan welke kant van de streep de VVD op dit moment staat. Stelt de VVD nu alleen vragen, of maakt de VVD-fractie zich echt serieus zorgen dat er minder geld naar het mkb gaat?

Mevrouw Neppérus (VVD):


Ik ontvang ook brieven waaruit blijkt dat er meer geld naar het mkb gaat. Ik wil duidelijkheid hebben. Als ik tegenstrijdige signalen krijg, wil ik helderheid krijgen. Daar gaat het mij om. Het gaat mij en de VVD om het belang van innovatie. Daar gaat het om. Ik hoop dat wij volgende week in de eerste ronde antwoord krijgen. Dan kunnen wij verder bekijken hoe het zit. Ik krijg echter tegenstrijdige signalen. Ik wil daarom graag helderheid hebben en ik hoop dat de staatssecretaris mij die volgende week kan geven.

De heer Dijkgraaf (SGP):


Laat ik het dan als volgt vragen. Vindt mevrouw Neppérus ook dat dit niet tot een verschuiving moet leiden en dat het mkb, wat er ook uit komt, aan het eind van de dag net zoveel geld moet krijgen als nu?

Mevrouw Neppérus (VVD):


Ik ben sterk voor het mkb, maar zolang ik tegenstrijdige signalen krijg, kan ik moeilijk een conclusie trekken. Daarom stel ik mijn vragen. Ik wil altijd de feiten op tafel hebben voordat ik een definitieve conclusie trek. Het mkb mag natuurlijk niet het kind van de rekening worden. Daar zijn wij het denk ik allemaal over eens. Omdat ik tegenstrijdige signalen krijg, wil ik eerst antwoord hebben. Ik hoop dat de collega's ook vragen stellen en dat wij allen zeggen: geachte staatssecretaris, wij willen antwoorden hebben. Ik krijg tegenstrijdige signalen. Zou het mkb het kind van de rekening worden, dan is het uiteraard goed om erover na te denken wat wij dan doen. Zolang ik tegenstrijdige signalen krijg, wil ik echter gewoon antwoord hebben. Ik krijg vele brieven en vele e-mails, net zoals al mijn collega's. Daarom stel ik mijn vragen. Dat is het.

De heer Klein (Klein):


Wij praten over het mkb en over signalen. Wij krijgen ook signalen, maar het gaat natuurlijk ook om de werking van het plafond of, liever gezegd, om het wegvallen van het plafond in de Wbso en de RDA. Daardoor kan duidelijk worden dat het mkb juist slechter wordt behandeld. Zou de innovatiebox hier niet bij betrokken moeten worden? Die is juist veel interessanter voor de grote bedrijven dan voor het midden- en kleinbedrijf.

Mevrouw Neppérus (VVD):


Ik begrijp de zorg van de heer Klein. Wij kunnen nu alles op alles gaan stapelen. Het behoud van de innovatiebox lijkt mij heel praktisch, maar daar gaan wij binnenkort, ook internationaal, in de OESO, over discussiëren. Wij kunnen dat uitbreiden. Dat vind ik prima, maar ik wil eerst mijn vragen beantwoord zien. Daar gaat het mij op dit moment om. Daarna moeten wij wellicht een keer naar het geheel kijken. Ik vind het prima om dat een keer te doen. Eerst wil ik een antwoord van de staatssecretaris op mijn vragen, want dan kunnen wij ook zien hoever wij in het debat moeten gaan. De heer Klein zal weten dat de innovatiebox internationaal nogal ter discussie staat. Laten wij daar ook duidelijk over zijn. Het gaat ons denk ik allen om het belang van innovatie. Ik wil eerst die antwoorden horen. Laten wij daarna als Kamer verder kijken.

De heer Klein (Klein):


Even voor de duidelijkheid het volgende. Ik ben het met mevrouw Neppérus eens dat de internationale discussie over de innovatiebox een apart onderwerp is. Wij hebben echter onze eigen verantwoordelijkheid. Wij hebben een totaal innovatiebeleid waarbij zowel is gekozen voor subsidies als voor de fiscaliteit, in de innovatiebox en in de Wbso en RDA. Dat houdt in dat mevrouw Neppérus in feite in dat perspectief aan de staatssecretaris vraagt om beide zaken te laten zien: zowel de effecten van de Wbso voor het mkb, als de effecten van de innovatiebox voor het grootbedrijf.

Mevrouw Neppérus (VVD):


Dat was de vraag die ik heb gesteld. Ik wil het geheel weten: wat zijn de effecten van hetgeen nu wordt voorgesteld? Dat lijkt mij gewoon goed. Ik hoor verschillende signalen. Ik hoop volgende week, of eerder als de antwoorden binnenkomen, meer duidelijkheid te krijgen. Gelukkig hebben wij de tijd voor dit onderwerp. Het gaat om de inkomsten van de overheid, en dan kunnen wij gaan kijken wat het beste is. Ik wil echter eerst duidelijkheid hebben.

Dan kom ik op de conserverende aanslag.

Mevrouw Schouten (ChristenUnie):
Ik begrijp de vraag van mevrouw Neppérus om meer zicht te krijgen op de effecten. Vorige week is in een motie bij de commissie SZW ook gevraagd om deze door te rekenen. Minister Kamp gaf aan dat het grootbedrijf hier meer van zal profiteren. Dat is dus ook een doel van het kabinet. Anders zegt hij dat niet toe, neem ik aan. Daarom wil ik het scherper krijgen van mevrouw Neppérus. Kan zij aangeven of de verschuiving van het mkb naar het grootbedrijf een no-go is voor de VVD?

Mevrouw Neppérus (VVD):


U kunt mij zes keer dezelfde vraag stellen, maar ik wil eerst de feiten op tafel hebben. Ik hoop dat dit voor iedereen geldt. Daarna kunnen we verder praten. Ik heb namelijk ook signalen gekregen dat er helemaal geen sprake is van zo'n schuif. Ik hoop dat dit het geval is. Misschien is er wel sprake van een schuif. Dat was voor mij aanleiding om in de schriftelijke ronde vragen hierover te stellen. Volgens mij heeft bijna iedereen er vragen over gesteld. Ik heb dus andere signalen gehoord. Als er echter wel sprake is van een heel gekke schuif met gevolgen, moeten we praten over wat we zullen doen. Dat kan namelijk niet de bedoeling zijn. Nogmaals, ik heb ook andere signalen gehoord en daar wil ik graag een antwoord op.

Mevrouw Schouten (ChristenUnie):


Dat snap ik. Ik snap dat mevrouw Neppérus er zicht op wil krijgen, maar volgens mij is het wel mogelijk dat zij een principe-uitspraak doet. Volgens mij heeft ze dat net gedaan. Ze zei namelijk: een rare schuif moeten we niet willen. Daar klamp ik me dan maar aan vast. Ik constateer dat de VVD het niet accepteert dat de mkb er door deze wijziging op achteruitgaat.

Mevrouw Neppérus (VVD):


Ik wil eerst de feiten op tafel. Daar gaat het mij om. Vervolgens gaan we ernaar kijken. Ik heb mijn vragen in de eerste ronde niet voor niets gesteld. Ik neem aan dat dit ook voor u geldt. Ik had namelijk een punt van zorg. Ik wil weten hoe het zit voordat we conclusies trekken. Dat is namelijk voor niemand helder.

Dan kom ik op de conserverende aanslag. Op zichzelf is het akkoord om dat emigratielek te dichten. Ik begrijp ook dat het op termijn, dus niet direct, geld zal opbrengen. Heeft men al in beeld om hoeveel het ongeveer gaat? Hoe kan het worden teruggesluisd naar mensen en vooral naar het bedrijfsleven?

Dan kom ik op het internationale gebeuren. Ik begin met de moeder-dochterrichtlijn. Op zichzelf zijn we akkoord met de wijziging die tot stand is gebracht. Een en ander is internationaal afgesproken, dus moet je dat gewoon in Nederland invoeren. Ik heb in de schriftelijke ronde wel gevraagd in hoeverre wij meer doen dan nodig is. Wat doen andere landen? Dat vind ik essentieel. Laten we doen wat nodig is. We hoeven wat mij betreft niet voorop te lopen. Als iedereen het ruim doet, is het voor mij bespreekbaar. Ons vestigingsklimaat moet wel boven tafel kunnen blijven. Klopt het dat het Verenigd Koninkrijk, Duitsland, Frankrijk en Italië, de grotere landen dus, het doen op de manier zoals in de stukken wordt vermeld? Dat is voor ons namelijk essentieel. We moeten de EU-richtlijnen in wetgeving omzetten. We zijn lid van de Europese Unie. Maar hoe doe je dat ten opzichte van andere landen?

Dan kom ik op de Common Reporting Standard. Ook daarvoor geldt dat je dat gewoon moet doen. Er zijn afspraken. Hoe gaat het echter met de Verenigde Staten? Wordt er op basis van wederkerigheid informatie uitgewisseld? We hebben laatst, tijdens een debat over de Belastingdienst, gesproken over de FATCA (Foreign Account Tax Compliance Act). Toen vroegen enkele collega's, ik zelf ook, zich af wat er allemaal gebeurt. Nu betreft de FATCA vooral veel particulieren. Hierbij gaat het over bedrijven. Hoe gaat het werken?

Dan is er het punt van de Holocaustslachtoffers, de vrijstelling van artikel 2. Ik zeg er eerlijk bij dat collega Jan de Wit van de SP — ik mocht met hem in een enquêtecommissie zitten — dit punt voor het eerst aan de orde stelde. We vinden het positief dat het nu wordt aangepakt, dat mensen een verruiming krijgen en niet opeens, terwijl ze aan de regels voldoen, hun toeslagen kwijtraken. We vinden het positief dat Holocaustslachtoffers dit krijgen. Het is dus gewoon goed dat dit gebeurt. Ik ga ervan uit dat deze mensen geïnformeerd worden. Kan de staatssecretaris dat toezeggen?

Ik kom nu bij de overige fiscale maatregelen. Ik ben blij dat er toch de mogelijkheid komt van prejudiciële vragen. Ik heb daarover een aantal jaren geleden al vragen gesteld. Het kan sneller duidelijkheid geven, niet alleen aan belastingplichtigen maar ook aan de Belastingdienst. Ik vind dat echt een stap voorwaarts. Over de werkkostenregeling heeft de Kamer vorig jaar besloten, maar die wordt nu toch weer aangepast. Ik vraag mij af of dat echt nodig is. Je hebt te maken met ondernemers die de regeling moeten uitvoeren. Hoe zit dat dus, vooral op het punt van de administratieve lasten voor het bedrijfsleven?

Tot slot is er een stukje wetgeving van Sociale Zaken. Ik neem aan dat het departement Sociale Zaken hier vertegenwoordigd is, dan wel dat er vanuit het departement goed wordt meegeluisterd. Als ik het zo bekijk, is er discussie over de vraag hoever de regeling gaat en voor wie ze bestemd is. Ik heb de afgelopen week allemaal mails gekregen waarin staat dat de groep betrokkenen zou moeten worden uitgebreid. Over wat voor soort werk hebben we het dus precies? En voor welke groep moet het precies gaan gelden? Mij is dat uit de stukken en antwoorden tot nu toe nog niet echt duidelijk geworden.

Dat was het.

De heer Omtzigt (CDA):
Ik ben een beetje verbaasd. Er ligt een belastingpakket van 5 miljard voor. Alle heffingskosten worden daarin bijvoorbeeld enorm afgebouwd, met een forse stijging van de marginale lastendruk voor de middeninkomens en de hogere middeninkomens tot gevolg. Over dit pakket van 5 miljard heb ik de VVD niet langer dan drie zinnen horen praten. En over box 2, dat vol met uitvoeringsproblemen zit en waarvan de hele wereld zich afvraagt of een en ander zich gaat houden, kwamen ook welgeteld drie zinnen. Zit daar een strategie achter?

Mevrouw Neppérus (VVD):


Het deel over box 1 in relatie tot het Belastingplan is al aangekondigd in juni. Daar is een Kamerdebat over geweest. De fractievoorzitter van de partij van de heer Omzigt was toen heel positief over lastenverlaging en belastingverlichting. Dat staat genoteerd en dat hebben wij onthouden. Het is dus allang bekend dat er een lastenverlichting komt. Dat kun je tien keer herhalen en als de voorzitter dat toestaat, wil ik het ook best tien keer doen. De essentie is dat het gaat gebeuren. Over box 2 heb ik positieve reacties ontvangen, ook uit de belastingadvieswereld en dergelijke. Je zou alleen kunnen discussiëren over de vraag of levenslang altijd ongeveer levenslang is. Over dat punt moet je spreken, maar verder krijg ik er positieve reacties op.

De heer Omtzigt (CDA):


Ik vind het interessant dat ik een quote terugkrijg over mijn eigen fractievoorzitter, terwijl de IACK met 300 miljoen verhoogd wordt en blijkt dat 70.000 mensen zo veel IACK krijgen dat ze die niet kunnen verzilveren. De heffingskortingen worden danig afgebouwd. Mevrouw Neppérus heeft de CPB-stukken gezien; het is door een brede oppositie doorgerekend. Daarin staan heel interessante effecten. Daar wijdt mevrouw Neppérus niet eens een woord aan. Ik bedoelde overigens box 3; excuses daarvoor. Mevrouw Neppérus gaat snel over box 3 heen en zegt: eigenlijk willen we iets anders. De enige grote hervorming wordt door de VVD-fractie in dit debat dus even in twee seconden afgeschoten als iets tijdelijks. Dat vinden wij heel bijzonder. Nou is in de politiek "tijdelijk" vaak langer dan je zou willen, maar het wordt toch maar vast even als tijdelijk weggezet. Ook worden er vijf ficties op elkaar gestapeld in het wetsvoorstel. Kan de VVD-fractie op die drie punten een toelichting geven in haar eigen termijn?

Mevrouw Neppérus (VVD):


Ik heb het CPB-onderzoek van veel oppositiepartijen gelezen. Ik las er ook in dat het CPB er zelf bij schreef dat het niet alleszeggend was, met lang niet altijd het goede voorbeeld. Wat dat betreft heb ik het dus gelezen. Het staat erin; ik kan het ook niet helpen. We kregen het vrijdag. Het bereikte de Kamerleden via de Twitteraccount. Er stond bij dat er onvolledigheden in zitten en je niet alles met alles kunt vergelijken.

Dan het punt van de 35.000 banen; ik neem aan dat de heer Omtzigt dat bedoelt. Ik had ook graag meer gezien. Daarin ben ik het met de heer Omtzigt eens. Toch heb je met 35.000 mensen al best een aardige gemeente. De gemeente Teylingen heeft 35.000 inwoners, net als de gemeente Coevorden. Dan heb je het dus al over een behoorlijke gemeente vol nieuwe banen. Ook ik had graag meer gezien, en daar moeten wij het in de toekomst ook over hebben, maar de economie gaat aanjagen, er komt nu eindelijk een stuk lastenverlichting en daarbij helpt werkgelegenheid. Dit is een eerste stap, maar wel een forse eerste stap.

Dan het punt van box 3. Ik heb de staatssecretaris ook gevraagd hoe het zit met mensen die erop vooruitgaan en mensen die erop achteruitgaan. Wij willen toe naar een systeem waarin het vermogen belast wordt op basis van het echte rendement. Daarover is Kamerbreed een motie aangenomen en dat heeft mijn collega Harbers bij de Algemene Financiële Beschouwingen ook uitgedragen, maar het kan nu nog niet. Wij zien het systeem dat nu wordt voorgesteld, als een tussenstap. Dit leidt wel tot verbetering, want je leest dat het overgrote deel van de belastingplichtigen erop vooruitgaat en dat het voorgestelde systeem meer tegen het echte rendement aanzit dan het huidige systeem, waarover elk jaar eind maart de boze mails binnenstromen.

De heer

  1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   12

  • Voorzitter: Duisenberg Griffier: Van den Eeden

  • Dovnload 431.68 Kb.