Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Het pakket Belastingplan 2016 en het wetsvoorstel Wet uitvoering Common Reporting Standard

Dovnload 431.68 Kb.

Het pakket Belastingplan 2016 en het wetsvoorstel Wet uitvoering Common Reporting Standard



Pagina11/12
Datum05.12.2018
Grootte431.68 Kb.

Dovnload 431.68 Kb.
1   ...   4   5   6   7   8   9   10   11   12
Tony van Dijck (PVV):
Voorzitter. Voor de technische vragen sluit ik mij aan bij de vorige spreker, want daar kan ik niet overheen.

Het kabinet probeert dit Belastingplan sinds Prinsjesdag te spinnen als goed nieuws voor werkend Nederland. We gaan 5 miljard minder belasting betalen. Ik hoorde het de coalitiepartijen tot tien keer toe herhalen. Dat is dus goed nieuws voor werkend Nederland. Ondertussen harkt het kabinet echter wel 8 miljard extra binnen aan indirecte belastingen en werknemersverzekeringen. Dus het geeft 5 miljard maar het int tegelijkertijd 8 miljard aan indirecte belastingen en werknemersverzekeringen. In de Miljoenennota zien we dat het geen 5 miljard blijkt te zijn maar eigenlijk 4,2 miljard is. Die 4,2 miljard blijkt geen 4,2 miljard te zijn, maar is 317 miljoen, zo blijkt uit bijlage 2 over de belasting- en premieontvangsten. Wat gebeurt er? Tegelijkertijd gaan de werknemersverzekeringen omhoog met 2,7 miljard. Dat is niet endogeen, maar als gevolg van het beleid. De huren en de btw gaan omhoog. Er is minder aftrek voor pensioenopbouw, waardoor de inkomsten weer omhoog gaan. Per saldo wordt Nederland er 317 miljoen beter van. Dat is het goede nieuws. Tegelijkertijd stijgt de belastingdruk volgend jaar van 35,2% naar 35,4%. Ik hoor gaarne het eerlijke verhaal van de staatssecretaris. Die 5 miljard blijkt een dikke sigaar uit eigen doos. Als je dan ook nog bedenkt dat de belastingen eerder in deze kabinetsperiode zijn verhoogd met bijna 15 miljard, dan blijkt die sigaar alleen nog maar dikker.

Maar goed, ik wil het feestje niet bederven dus ik ga verder over de inhoud. Wat staat ons te wachten in 2016? Meer nivellering. Wat dat betreft moet de VVD zich doodschamen, want het PvdA-feestje wordt vervolgd. De algemene heffingskorting en de arbeidskorting worden nog sneller afgebouwd; deze keer zelfs tot nul. Hier en daar vindt wat uitstel plaats van de voorgenomen bezuinigingen op de huurtoeslag, de ouderenkorting en de zorgtoeslag. Er vindt ook een marginale vereenvoudiging plaats van het stelsel: alleen de integratie van SDA met de S&O-afdrachtvermindering. Verder staan ons een nog hogere energiebelasting te wachten en een frisdrankbelasting van 30 miljoen. Er komt een royalere schenkingsvrijstelling en dat is het dan. Daar heb je dan 1.000 bladzijden voor nodig.

Het kabinet draait uit pure paniek aan alle inkomensafhankelijke knoppen die er maar zijn. De schijven worden verlengd, de tarieven worden verhoogd en dan toch weer verlaagd. Het afbouwpercentage van de algemene heffingskorting wordt verdubbeld en gaat naar nul. De arbeidskorting wordt verhoogd, maar tegelijkertijd ook versneld afgebouwd naar nul. De inkomensafhankelijke combinatiekorting wordt verhoogd. De ouderenkorting wordt verhoogd en dus niet verlaagd, en dat incidenteel en ook niet voor iedereen.

Alle knoppen worden aangedraaid. Het ontbreekt het kabinet aan visie. Draaien maar, omdat het kan, maar met welk doel wordt er gedraaid? Is het doel nivelleren omdat het kan? Is het doel eerlijk delen of nog eerlijker delen? Iemand met een modaal inkomen houdt netto net zo veel over als iemand met het minimumloon. Ik ben in een interruptie al ingegaan op de vraag hoe werken loont in dit Belastingplan. Als dat het doel is, dan is het wel erg karig om met 5 miljard 7.000 banen te realiseren. Dat is €715.000 per baan. Dat is een heel dure baan. Ik zie de staatssecretaris kijken van hoe komt hij nou aan 7.000. Er is 5 miljard belastingverlaging nodig om 7.000 banen te realiseren in 2016 en 35.000 banen in 2040.

Door al dat gedraai aan die knoppen en door al die inkomensafhankelijke toeslagen zijn we helemaal dolgedraaid. Dat blijkt ook uit de voorbeeldberekeningen die we afgelopen vrijdag kregen van het CPB. Mensen met een inkomen tot aan modaal betalen nauwelijks belasting. Sterker nog, hun beschikbare inkomen is vaak hoger dan hun bruto inkomen. We zien een negatieve belastingdruk tot wel 50%. Lees het stuk van het CPB, zeg ik tegen de staatssecretaris. Een alleenstaande ouder met twee kinderen die op het minimumloon zit, houdt bijna €30.000 over. Je krijgt €19.000 loon en je houdt €30.000 over. Dat is Nederland. Anderhalf keer het brutosalaris is wat je te besteden hebt. Dat is evenveel als het inkomen van iemand op modaal. Waarom zou je als alleenstaande met een minimumloon meer gaan werken, want je hebt al een modaal inkomen? Als alleenstaande ouder met het wettelijk minimumloon verdien je netto meer dan een kostwinner met een modaal inkomen. Kan de staatssecretaris dit mij nog uitleggen? Is dit eerlijk?

Ook blijkt dat de belastingdruk voor een kostwinnersgezin veel hoger is dan voor andere gezinnen. Bij anderhalf keer modaal heeft een kostwinnersgezin per jaar €8.000 minder te besteden. Dat is €2.000 per gezinslid. De kosten zijn echter hetzelfde. Een kostwinnersgezin met een modaal inkomen houdt €7.000 minder over dan een alleenstaande ouder, terwijl dit gezin één mond minder te voeden heeft. Bij een kostwinnersgezin heeft elk gezinslid dus €6.700 te besteden, terwijl bij een alleenstaande ouder elk gezinslid €11.000 te besteden heeft. Dat is bijna twee keer zo veel. Je zou er bijna voor gaan scheiden. Vindt de staatssecretaris dit nog een eerlijke verhouding? Niet voor niets zitten 87.000 kostwinnersgezinnen in financiële problemen. Dat bleek uit het Nibud-budgethandboek van dit voorjaar.

In de CPB-berekeningen zien we ook dat het bijna niet meer uitmaakt of je het minimumloon verdient of een modaal inkomen, dat bijna twee keer zo veel is. Van de €16.200 die iemand extra verdient, houdt een alleenstaande ouder nog €4.000 over. Dat is 24%. Hij betaalt er dus 76% belasting over. Een kostwinner houdt er €1.800 van over. De heer Omtzigt zei het al. Dit is net iets meer dan 10% van die €16.200 die je meer gaat verdienen. Hoezo, werken moet lonen, zeg ik dan tegen de VVD. Dit is niet meer uit te leggen. Van de armoedeval trapt de staatssecretaris nu met blote ogen in de nivelleringsval van de PvdA. Ik hoop dan ook dat hij de CPB-doorrekening als een wake-upcall ziet en direct teruggaat naar de tekentafel om deze omissies te repareren.

Dan kom ik op box 3.

De voorzitter:


Er is eerst nog een vraag van mevrouw Neppérus.

Mevrouw Neppérus (VVD):


Ik heb naar de heer Van Dijck geluisterd. Wat wil hij zelf? Ik begrijp namelijk dat niets deugt. Belastingverlaging schijnt niet goed te zijn. Wat wil hij dan zelf? Wat zijn zijn ideeën? Hoe moet het eruitzien? Ik hoor het graag.

De heer Tony van Dijck (PVV):


De PVV vindt ook dat werken moet lonen. Maar het is niet de bedoeling dat je, als je het minimumloon verdient, netto evenveel overhoudt als iemand die een modaal inkomen verdient. Dan is er iets goed fout gegaan in de structuur van de belastingtarieven. Ik wil dat de staatssecretaris goed bekijkt waar het fout gaat en hoe hij dat kan repareren. Zo moeilijk is dat niet. Werken moet toch lonen? Of is dat adagium bij de VVD ook al overboord gegooid?

Mevrouw Neppérus (VVD):


Vorige keer hoorden wij dat alles stond uitgelegd in het verkiezingsprogramma van de VVD. We zijn alweer een jaar verder. Daarom stel ik nogmaals mijn vraag. De heer van Dijck is al een tijd Kamerlid. Wat wil hij veranderen? Hem kennende, heeft hij daar vast over nagedacht. Wat gaat hij veranderen?

De heer Tony van Dijck (PVV):


Wij willen naar lagere belastingen. De belastingen op arbeid kunnen een stuk lager worden dan nu het geval is. In ons verkiezingsprogramma zijn inderdaad heel veel posten opgevoerd waar je dat geld vandaan kunt halen. Dat zijn echter niet de keuzes van dit kabinet. Zolang dit kabinet miljarden aan subsidies en noem maar op blijft gooien richting Brussel en richting Griekenland, moet het in het huidige stramien opereren. Als het dan ook nog gevangen zit met een PvdA die niets liever doet dan nivelleren, krijg je een zeer genivelleerd stelsel, zo genivelleerd zelfs dat het niet meer uitmaakt of je in Nederland het minimumloon verdient of een modaal inkomen.

De voorzitter:


Heel kort, aanvullend, mevrouw Neppérus.

Mevrouw Neppérus (VVD):


Ik wacht tevergeefs op een voorstel van de heer Van Dijck. Ik wacht dan maar de komende week.

De voorzitter:


Mijnheer Van Dijck, u vervolgt uw betoog.

De heer Tony van Dijck (PVV):


Ik kan kort zijn over box 3. Gerrit Zalm zei in 2001: elke sukkel haalt meer dan 4% rendement. Weet u dat nog? Verder zei hij: wie dat niet lukt, kan bij mij staatsobligaties krijgen met een rendement van een procent of zes. Dat was in 2001. Inmiddels zijn wij allen sukkels en moeten we blij zijn met 1% op onze bankrekening. Waar kan ik terecht bij die minister van Financiën van toen, met die 6% rendement op staatsobligaties? Dat er iets moet veranderen in box 3 is dus evident. Maar waarom, zo vraag ik mij af, is het forfaitair rendement niet gewoon aangepast naar een meer realistisch niveau? Toen was 4% kennelijk makkelijk te halen op elke spaarrekening, maar tegenwoordig is de werkelijkheid veranderd en is dat nog geen 1%. Waarom wordt er dus een hele kerstboom opgetuigd en wordt het niveau niet gewoon aangepast naar een realistisch niveau? Het wordt er allemaal niet robuuster en eenvoudiger op. Kleine spaarders teren in ieder geval niet meer in op hun vermogen, maar ervaren in het nieuwe stelsel nog steeds een belastingdruk van 65% of hoger. Grote vermogens vluchten, zoals eerder gezegd door mijn buurman, naar box 2, waar ze 25% betalen over het werkelijk genoten rendement. Grote vermogens zijn we dus kwijt in box 2. Hoe gaat de staatssecretaris voorkomen dat mensen daarnaartoe gaan? Waarom heeft de staatssecretaris niet gekozen voor een meer hybride stelsel? Daarbij zouden kleine spaarders, tot bijvoorbeeld €100.000, een forfaitair rendement van 1% kunnen betalen. Dat gaat om 2,5 miljoen belastingplichtigen. De grotere spaarders, van wie de staatssecretaris denkt dat ze beleggen en meer in onroerend goed zitten, zouden dan over het reële rendement moeten betalen. Zou dat niet een veel pragmatischer oplossing zijn?

Dan de accijnzen. Dat kan ik ook kort houden, want daar hebben we twee weken geleden een notaoverleg over gehad. Het besluit om ze te verhogen is een van de vele fouten van dit kabinet. Maar in plaats van excuses te maken, blijft de staatssecretaris vasthouden aan deze verkeerde beslissing. De cijfers liegen echter niet. In 2014 werd er meer dan 587 miljoen liter diesel minder getankt. Daardoor heeft de Staat 131 miljoen euro aan inkomsten misgelopen. Zolang de accijnsverhoging meer geld oplevert dan die kost, vindt de staatssecretaris het allemaal geen probleem. Miljoenen lekken weg naar onze buurlanden en het boeit hem niet. Maar in plaats van dat er geleerd wordt van deze blunder, wordt het volgend jaar nog erger. In Nederland worden de accijnzen verder verhoogd, terwijl in België de prijs van een liter benzine met 4 cent wordt verlaagd: 1,4 cent in oktober en 2,6 cent in januari. Vanaf 1 januari wordt het verschil met België dan bijna 30 cent per liter. Er ligt dus nog meer weglek in het verschiet. Daarom nogmaals een wake-upcall voor deze staatssecretaris: neem je verantwoordelijkheid, kom uit de kramp en verlaag de accijnzen, want het is vijf over twaalf.

Dan de innovatieparagraaf, RDA en Wbso, als er tenminste geen vragen zijn.

De voorzitter:


U gaat vooral door, want uitlokking hoeft niet, hoor. En de klok tikt ook verder.

De heer Tony van Dijck (PVV):


Het kabinet pakt met de ene hand en strooit met subsidies met de andere hand. Er is 25 miljard aan subsidies: 6 miljard aan rijkssubsidies en 18,5 miljard aan fiscale subsidies; deurwaarder en Sinterklaas in één. Uit een onderzoek van de Algemene Rekenkamer bleek dat van twee derde, 60 van de 86, van de subsidies onbekend is of ze wel effectief zijn. Dat wordt niet eens getoetst bij 5,3 miljard euro aan subsidies. Het kabinet strooit met miljarden in de hoop dat dit effect heeft, maar zeker weten doet het dat niet. Men koopt een goed gevoel en rekent op de maakbaarheid van de samenleving. De PVV zegt: niet doen.

Zo ook bij innovatie. De regelingen en subsidies daarvoor tuimelen over elkaar heen: de Wbso, de innovatiebox, de RDA, de TKI. Subsidieadviseurs lachen zich kapot. Het is een miljardenbusiness. Volgend jaar wordt er 2,5 miljard aan loonbelasting kwijtgescholden, in de hoop dat het wat innovatie oplevert. Op hoop van zegen. Hoe effectief is dit? Stoppen de ASML's, de DSM's en de Philipsen van deze wereld met innoveren als zij geen 2,5 miljard aan loonkostensubsidie krijgen? Ik dacht het niet. Hoe effectief is het instrument van loonkostensubsidie om R&D te stimuleren? Hoeveel misbruik en fraude wordt hiermee gepleegd? Hoe is dit te controleren? En in hoeverre profiteren de echte uitvinders zonder inkomen, de zzp'ers en de freelancers, van deze regeling? Niet dus. En wat betekent de integratie van de RDA en de WBSO voor de kleine mkb-bedrijven? Dat heb ik eerder al gevraagd. Waarom is het plafond losgelaten, waardoor de grote bedrijven meer kunnen profiteren? En waarom wordt er 200 miljoen extra geïnvesteerd in de WBSO? Was 2,5 miljard niet genoeg? Waaruit blijkt dat? Er wordt 200 miljoen extra naartoe gesmeten, terwijl we dat geld beter kunnen gebruiken, bijvoorbeeld voor de verlaging van de accijnsverhoging die voor de grensstreek zo desastreus is uitgepakt. Daar heb je een dekking, mevrouw Neppérus: 200 miljoen extra intensivering van de WBSO. Drie simpele R&D-medewerkers leveren bij een uurtarief van €29 al een belastingvoordeel op van €55.000. Het is drie halen, twee betalen bij deze staatssecretaris. Hoeveel innovatie levert dit nu extra op? Wie het weet, mag het zeggen.

Nu de Wet tegemoetkomingen loondomein. Hiermee is 800 miljoen gemoeid. Dit zou goed moeten zijn voor de werkgelegenheid aan de onderkant, voor ouderen en voor gehandicapten. Mijn eerste vraag aan de minister: waarom wordt hier pas in 2017 mee begonnen? Als het zo'n goede regeling is, waarom wachten we dan? We hebben nu toch banen nodig? Ik heb ook nog andere vragen. Hoeveel extra banen worden hierdoor gecreëerd? Hoeveel extra instromers, ouderen en gehandicapten zullen hierdoor aan het werk worden geholpen? Of wordt hier weer 800 miljoen naartoe gesmeten, in de hoop dat het goed uitpakt? Is er een maximumtermijn verbonden aan de LIV-teruggave of is dat voor onbepaalde tijd, zolang een persoon niet meer dan 120% van het minimumloon verdient? Remt de cap van 110 à 120% niet de doorgroeimogelijkheden van mensen? Bij een stijging naar 111% of 121% loopt de werkgever namelijk gelijk €1.000 mis. Dat lokt calculerend gedrag uit.

In 2009 heeft het kabinet een premiekorting geïntroduceerd om werkgevers te prikkelen om ouderen en gehandicapten in dienst te nemen. Ze krijgen een maximale korting van €7.000. Hoe effectief was deze regeling eigenlijk? Is ze wel geëvalueerd? Met €7.000 zou elke gehandicapte en elke 56-plusser aan het werk moeten gaan, want dat is een prikkie. Hoeveel ouderen en gehandicapten zijn hierdoor aan een baan geholpen? De oude regeling was dus kennelijk niet efficiënt en robuust, en fraudegevoelig. Daarnaast bestond er voor kleine bedrijven een verzilveringsprobleem. Als die vorige regeling zo slecht was, waarom heeft het dan zeven jaar moeten duren voordat deze regeling werd aangepast? De minister denkt dat het LKV deze problemen oplost. Hoe zit het eigenlijk met het draagvlak? Ik krijg signalen dat men helemaal niet zo blij is met die nieuwe regeling. Men is niet blij met die verlaging van €7.000 naar €6.000. Men is er niet blij mee dat men 1,5 jaar moet wachten op zijn geld; men moet het allemaal voorfinancieren en dat is nogal wat. Ook bij het LIV is men niet blij met de 24 uurseis en die 120%-minimumlooneis. Er wordt gezegd dat dat niet gaat werken. De laagste cao-schaal, die voor schoonmakers en beveiligers, ligt boven de 120%. De meeste arbeidscontracten zijn voor die groep schoonmakers en beveiligers voor minder dan 24 uur. Er wordt dan ook voorgesteld om die 24 uurseis om te zetten naar 15 uur in het eerste jaar en 20 uur in het tweede jaar, dus met een ingroei, en om de minimumlooneis op te hogen naar 130%. Gaat de minister hiernaar kijken?

Tot slot iets over fraude. Nog steeds kan een oudere werknemer van boven de 56 jaar worden ontslagen en na zes maanden terug in dienst worden genomen met een mooi loonkostenvoordeel van €6.000 per jaar. Dat is dus nog steeds mogelijk. Hoe gaat de minister dit voorkomen?

De heer Klein (Klein):


Voorzitter. Vanuit vrijzinnig perspectief zal ik mij beperken tot slechts tien onrechtvaardige gevolgen van het fiscale beleid. Zo houd ik het een beetje overzichtelijk aan het eind van deze dag.

Ten eerste is de vermogensrendementsheffing een zeer goed voorbeeld van een onrechtvaardige belasting. Deze belasting op box 3-vermogen is hoger dan de rendementen zelf, waardoor de regering vermogen van burgers afpakt. Anderen hebben dit al gezegd. Volgens velen is dit zelfs in strijd met de rechten van de mens. Een voorstel dat ik eerder hierover heb ingediend, is helaas in de Tweede Kamer verworpen. Gelukkig heeft de regering dit nu zelf ook op het netvlies. Er komt een tussenoplossing, die we vanaf 2017 gaan zien. Die is niet ideaal, maar lijkt toch beter, met name voor de kleine spaarders. Mijn fractie wacht echter nog wel degelijk op een echte oplossing, vanuit het oogpunt dat daadwerkelijk gerealiseerd rendement de basis voor belasting moet vormen. Mijn fractie kiest voor de werkelijkheid, niet voor fictie. Natuurlijk is dit een gemiste kans om tot echte hervormingen te komen.

Mijn tweede onderwerp betreft de erfbelasting. "De erfbelasting is de meest onrechtvaardige belasting die er is". Dat zijn mooie woorden, die ikzelf ook had kunnen zeggen, maar iemand was mij voor. U vraagt zich wellicht af wie dat was? Even googelen op "sterftaks" en "VVD" en je bent er. Het bleek niet zomaar iemand te zijn die deze woorden sprak. Nee, deze legendarische woorden zijn uitgesproken door onze huidige minister-president Mark Rutte. Hij was destijds VVD-voorman en oppositieleider. Hij liet het toen niet bij woorden, maar stelde meteen voor om dit goed aan te pakken met vrijstellingsregelingen. Het zal u niet verbazen dat er vele positieve reacties volgden en dat vele kiezers dit voorstel hebben gewaardeerd. Helaas zijn ze van een koude kermis thuisgekomen. Vanaf 2012 horen we, gek genoeg, niets meer van de VVD over het afschaffen van deze sterftaks. Kiezersbedrog? De kiezers werd weer eens een VVD-worst voorgehouden, maar na de verkiezingen was die weer snel verdwenen. Waarom is dit onrechtvaardig? Mensen betalen over hun inkomen al inkomstenbelasting, en over hun vermogen vermogensbelasting en een vermogensrendementsheffing. Als je overlijdt, dient de belasting zich nog een keer aan en gaat ze er een derde keer overheen. Kortom, de erfbelasting is een zeer onrechtvaardige belasting. De VVD vond dat in 2008, de Vrijzinnige Partij vindt dat in 2015 nog. Ik sluit me daar uiteraard graag bij aan.

We hebben de staatssecretaris gevraagd hoe het zit. In de nota naar aanleiding van het verslag stond het antwoord dat "het legitiem is belasting te heffen over vermogen dat iemand zonder inspanning toevalt, zonder dat daarover inkomstenbelasting wordt geheven bij deze verkrijger" en dat "niet is gebleken dat het uitgangspunt dat de erfrechtelijke verkrijging een draagkrachtvermeerderende omstandigheid is, niet langer juist is". Daar is dus een draai gemaakt. De heffing van de schenk- en erfbelasting is economisch minder verstorend dan heffingen op inkomsten uit arbeid en winst. Maar ja, eigenlijk zijn het allemaal drogredenen. Feitelijk is er maar één reden en die wordt ook opgeschreven: "Om budgettaire redenen kan de erfbelasting ook niet worden gemist. In 2014 bedroeg de kasopbrengst van de schenk- en erfbelasting 1,5 miljard". Het is bizar hoe de regeringspartij kan draaien. Wij vragen de staatssecretaris wat er feitelijk is gebeurd. Waarom vonden liberalen in 2007 dat dit allemaal weg moest en zijn ze nu 180 graden gedraaid?

Mevrouw Neppérus (VVD):
Helaas heeft de VVD nog niet 76 zetels, zodat ze niet altijd alles kan bereiken. Ik begrijp de gevoelens van de heer Klein. Er staat dat het budgettair om ongeveer 1,5 miljard gaat. De heer Klein zou het anders willen zien. Hoe gaat hij dat doen? Wat gaat hij anders doen? Graag een concreet voorstel, waar ik over na kan denken.

De heer Klein (Klein):


Let op, in mijn vervolgtekst keurig heb ik uitgewerkt hoe we dat moeten gaan doen. Je moet het natuurlijk wel deugdelijk financieren. Mag ik mijn betoog daarom vervolgen, voorzitter?

De voorzitter:


Ga uw gang.

De heer Klein (Klein):


Dank u wel, voorzitter.

Bovendien is de sterftaks in feite het straffen van het behoud van familiekapitaal, bijvoorbeeld als dat na het overlijden van een dga of landgoedeigenaar zou moeten worden gesplitst. Recentelijk heeft Mark Rutte ook hierover in de Kamer een warm pleidooi gehouden, namelijk om zo'n familiekapitaal niet te belasten met erfbelasting. Dat is terecht, want de instandhouding van een familiebezit is voor de volgende generaties belangrijk. Alleen is het wat onlogisch en onrechtvaardig om die vrijstelling van betaling van erfbelasting op dit moment maar aan één familie te geven; dat zou eigenlijk voor iedereen moeten zijn.

Nu komt mijn voorstel, mevrouw Neppérus. Ik stel voor om de 5 miljard lastenverlichting op arbeid om te zetten naar 3,5 miljard, zodat we de onrechtvaardige sterftaks kunnen afschaffen tot 1 miljoen. Zo zou ook de VVD het graag zien. Zo kunnen we alsnog de lasten op arbeid verlichten en is de onrechtvaardigheid van de sterftaks eindelijk opgelost. Het is in feite een win-winsituatie. Graag een reactie van de staatssecretaris.

De voorzitter:


Er komt in ieder geval nu al een reactie van mevrouw Neppérus.

Mevrouw Neppérus (VVD):


De heer Klein doet een voorstel. De lasten op arbeid zullen minder omlaaggaan, dus minder arbeidskorting. Hoe gaat hij dat invullen? Gaat hij de tarieven minder verlagen? Hij doet een voorstel, laten we dat even vaststellen. Maar als hij er 1,5 miljard afhaalt, zie ik dat toch graag wat geconcretiseerd. Wat gaat de heer Klein veranderen?

De heer Klein (Klein):


U gaf net de twee punten aan waar mijn amendement zich op zal richten. Het tegenovergestelde effect is namelijk dat er veel minder vermogens worden verdeeld; meer geld blijft bij meer erven. Kinderen die geld erven, kunnen zo weer hun hypotheek meer aflossen. Het komt economisch allemaal dus uitstekend in onze samenleving terecht, waardoor het economische traject weer wordt versterkt.

De voorzitter:


Aanvullend nog, mevrouw Neppérus?

Mevrouw Neppérus (VVD):


Ik was gewoon benieuwd naar hoe dat 1,5 miljard af gaat van wat het kabinet doet. Wat gaat u minder doen? Dat wilde ik gewoon weten.

De heer Klein (Klein):


U noemde net twee punten. Het gaat over een mindere verlaging van de arbeidskorting en over de schijven.

Mijn derde punt gaat over een andere fiscale onrechtvaardigheid, een die ontstaat wanneer een fiscale partner in een jaar wegvalt vanwege echtscheiding. Nu kan de situatie als volgt zijn: als partner A meer gaat verdienen, moet partner B toeslagen als de huurtoeslag gaan terugbetalen, en dat terwijl ze helemaal niet meer samenwonen of financieel iets met elkaar te maken hebben. Dit is het gevolg van het toetsinkomen, dat wordt vastgesteld als waren zij het hele jaar bij elkaar gebleven. Het is toch vreemd dat partner A iets doet en partner B de kosten daarvan moet dragen ten opzichte van de Belastingdienst. In 2012 werd de 10%- regeling, die een oplossing hiervoor bood, afgeschaft. Ik heb inmiddels meerdere e-mails van getroffen mensen ontvangen, die op oneigenlijke gronden toeslagen moesten terugbetalen. Nu was 2012 een lastig jaar, waarin er moest worden bezuinigd. Anno 2015 heeft de regering die 5 miljard uit te delen, waarover we het net hadden. Ik zou zeggen: laten we deze maatregelen, die jaarlijks 4,9 miljoen euro kosten, herstellen. Het zou deze mensen, die dit juist het hardst nodig hebben, een steuntje in de rug geven. Bovenal zou dit een stuk rechtvaardiger zijn. Mensen moeten nu toeslagen terugbetalen op onterechte gronden. Het herstellen van de 10%-regeling is wellicht niet de meest voor de hand liggende oplossing, aangezien dat relatief ingewikkeld is. Vandaar dat ik op zoek ben gegaan naar een regeling die ervoor zorgt dat de meest voorkomende probleemcategorieën kunnen worden geholpen. Dat betekende even out of the box en vrijzinnig denken. In mijn ogen kan een oplossing worden gevonden door te bepalen dat mensen met een uitkering op minimumniveau bij een wijziging in de huishoudenssituatie altijd de maximale toeslag kunnen ontvangen. Dus niet opnieuw die 10%-regeling, maar wel met behoud van de maximale toeslag voor minima bij een wijziging van de huishoudenssituatie. Op die manier zorg je ervoor dat mensen op minimumniveau niet ten onrechte in de penibele situatie terechtkomen waarin zij nu zitten. Ik hoor graag de mening van de staatssecretaris hierover.

Mijn volgende punt betreft een andere onrechtvaardige belasting: de precarioheffing op leidingen van nutsbedrijven. Ik dank de staatssecretaris voor de schriftelijke beantwoording op dit punt. Hij schrijft dat het kabinet in het eerstvolgende bestuurlijk overleg over de financiële verhoudingen met de VNG in gesprek zal gaan om te bekijken hoe een vrijstelling van de precariobelasting op de netwerken van de nutsbedrijven buiten een algemene belastingherziening alsnog kan worden gerealiseerd. Dat was ook een uitspraak van de Kamer. Dat is goed nieuws, want het gaat nu om honderden miljoenen euro's en dat stijgt elk jaar maar door. De gemeenten gebruiken, door de grote rijksbezuinigingen noodgedwongen, deze precario als een welkome melkkoe. Hoe langer men wacht, hoe groter de problemen worden en hoe moeilijker het is om geen echt dekkingsprobleem te creëren bij het afschaffen ervan. Echter, door telkens tegen elkaar te zeggen dat het ongewenst is, komt er geen oplossing. Wij zouden graag actie willen. Kan de staatssecretaris aangeven wanneer dit bestuurlijk overleg gaat plaatsvinden? Kan hij inschatten op welke termijn deze precario echt kan worden afgeschaft, zoals de Kamer dat ooit heeft gevraagd?

Mijn volgende punt betreft een kind dat met het badwater is weggegooid. Dat is in feite gebeurd met de onredelijke ontwikkeling rond de bedrijfsfietsenregeling in de WKR. De zogenaamde vergroende autobelasting was volkomen weggegooid geld, want echte vergroening vond er niet door plaats. Een écht groene regeling als die met de bedrijfsfietsen is met de werkkostenregeling feitelijk weggegooid. Groen met de auto naar het werk was prima, maar met de fiets is dat klaarblijkelijk niet zo. Het aantal door bedrijven verstrekte fietsen is dramatisch teruggelopen. Dat is heel slecht. Zou de staatssecretaris een betere stimuleringsregeling voor bedrijfsfietsen kunnen opstellen, in het kader van een echte vergroening van ons belastingstelsel?

Ook zeer onredelijk, en gelukkig ook niet houdbaar, is de btw op de alternatieve geneeskunde, ingevoerd in 2013. De traditionele geneeskunde kent een btw-vrijstelling. Die onrechtvaardigheid stelde ik destijds al bij het belastingplan aan de orde, maar helaas vergeefs. Gelukkig heeft de rechter daar een stokje voor gestoken. Ik heb echter nog geen reparatiewetgeving gezien, maar wellicht ben ik abuis. Komt die er nog, staatssecretaris?

Ik ben nu bij mijn zevende punt van de tien, dus dat schiet op. Ook erg onredelijk is de veel te lage vergoedingsvrijstelling voor vrijwilligers. Het kabinet staat een participatiesamenleving voor, maar echte participatie, waar ik een groot voorstander van ben, wordt tegengehouden door een te lage vrijstelling voor de vrijwilligersvergoeding. Om te beginnen zou die naar €2.500 per jaar moeten gaan. Op dit moment is ze €1.500. Er zou bijvoorbeeld ook een oplossing moeten worden gevonden voor een vrijwilliger die tijdelijk invalt voor een zieke vrijwilliger en vervolgens wordt gepakt omdat er over die 1.500 eurogrens heen wordt gegaan. Dan is er ook nog het onredelijke verschil tussen de gewone vrijwilliger en de vrijwilliger met een bijstandsuitkering. Kan de staatssecretaris deze vrijstellingsregeling voor vrijwilligers verbeteren?

Over het volgende onderwerp hebben we het ook vaker gehad: die belachelijke, onrechtvaardige theoretische discussie met betrekking tot zelfstandigen en de VAR. Schijnzelfstandigheid is eigenlijk een probleem van werkgevers, die goedkoop mensen willen aantrekken. Het is dus een probleem van werkgevers, niet zozeer van zelfstandigen. Je moet dus de werkgevers aanpakken, niet de zelfstandigen. Dat is wat er feitelijk natuurlijk wel gebeurt. Een nieuwe regeling met een modelovereenkomst blijft voorlopig misschien achterwege; als het een beetje meezit per 1 april 2016. Op dit moment worden veel zelfstandigen brodeloos gemaakt omdat er geen VAR wordt verstrekt, waardoor zij niet aan de slag kunnen. Vanuit vrijzinnig perspectief zou je de zelfstandigheid van mensen op de arbeidsmarkt juist moeten aanmoedigen, in plaats van hen naar de bijstand te jagen. En dat is nu net wat er gebeurt. Ik heb het niet eens over het grote belang van de diensten die zelfstandigen leveren, en die we vaak hard nodig hebben; anders zou er immers geen marktvraag zijn. Je zou je dat toch echt moeten afvragen. Ik heb hier veel e-mails over ontvangen. Nu die VAR toch op de helling gaat, vraag ik de staatssecretaris om die VAR-aanvragen met souplesse aan zelfstandigen te verstrekken, met name die in de zorgsector.

In dit verband wil ik met betrekking tot de WBSO en de RDA ook met name een pleidooi voeren voor de zelfstandigen. Velen hebben al gezegd dat juist innovatie door zelfstandigen en het kleinbedrijf zou moeten worden bevorderd. In mijn oude praktijk zie ik een groot probleem op dat gebied. Op dit moment speelt daar het 500 urencriterium voor zelfstandigen. Ik wil ervoor pleiten om dit te verlagen naar 400 uren, om zodoende te bevorderen dat zelfstandigen daadwerkelijk 20% van hun tijd niet besteden aan commerciële activiteiten maar aan innovatie. Zo kunnen we bevorderen dat meer mensen meer innovatieactiviteiten verrichten.

Tot slot, als afdronk bij mijn bijdrage in eerste termijn, de bijzonder onrechtvaardige bubbeltaks. Cava, prosecco en andere mousserende wijnen worden vanwege de bubbeltjes getroffen door een hogere accijns dan gewone wijn. Als we dan toch naar een vereenvoudiging en een helderdere belasting kijken, is dat volgens mij een raar onderscheid, dat bovendien niet meer van deze tijd is. Ik heb er vorig jaar al voor gepleit. En wat zien we gelukkig in de antwoorden? Ja, de staatssecretaris is bereid om de bubbeltaks op mousserende wijn af te schaffen en daardoor alle wijnen gelijk te gaan belasten. Gelukkig heb ik dat in de beantwoording kunnen lezen. Maar waarom gedraald tot 2017? Is het niet veel beter om dat, in lijn ook met mijn eerdere voorstel, in te laten gaan per 2016?

De heer

1   ...   4   5   6   7   8   9   10   11   12

  • Tony van Dijck

  • Dovnload 431.68 Kb.