Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Het pakket Belastingplan 2016 en het wetsvoorstel Wet uitvoering Common Reporting Standard

Dovnload 431.68 Kb.

Het pakket Belastingplan 2016 en het wetsvoorstel Wet uitvoering Common Reporting Standard



Pagina12/12
Datum05.12.2018
Grootte431.68 Kb.

Dovnload 431.68 Kb.
1   ...   4   5   6   7   8   9   10   11   12
Grashoff (GroenLinks):
Voorzitter. Bij de Algemene Politieke Beschouwingen en bij de Algemene Financiële Beschouwingen hebben we al uitvoerig stilgestaan bij de hoofdlijnen van de Miljoenennota, waarvan het Belastingplan een heel centraal onderdeel is. We hebben toen uitvoerig toegelicht dat dat Belastingplan twee dingen niet doet; het schept relatief weinig werkgelegenheid en het vergroent niet. Mijn fractievoorzitter heeft bij de APB gezegd, net zoals ik bij de AFB heb gezegd: zonder vergroening geen steun van de fractie van GroenLinks voor het Belastingplan. Dit om helderheid te scheppen in een discussie waarin we vaak nogal lang om elkaar heen blijven draaien. Het betekent ook dat ik er vandaag voor kies om alle kaarten op tafel te gooien. Ik heb vijf voorstellen die ik ook zal toelichten. Op drie ervan is intussen door ons een amendement ingediend, zij het dat die ongeveer nu pas via Parlis binnenkomen, wat overigens niet betekent dat die amendementen niet verder voor bespreking en discussie vatbaar zijn of ook niet vatbaar zijn voor nadere samenwerking of samenvoeging. Het gaat ons erom helder aan te geven waar wij voor gaan en wat wij van de regering en deze Kamer willen. Het betreft de volgende voorstellen.

Ten eerste: het versterken van de prikkel om energie te besparen voor grootverbruikers. Ten tweede: het rechttrekken van de energiebelasting op gas ten opzichte van die op elektriciteit voor kleinverbruikers. Ten derde: het herinvoeren of alsnog invoeren van de kolenbelasting. Ten vierde: het flexibiliseren van de postcoderoosregeling. Ten vijfde: het aantrekkelijker maken van elektrisch rijden. Sommige van deze punten zijn door eerdere sprekers zoals de heer Van Weyenberg, al aan de orde gesteld; waar mogelijk zal ik daar ook op inhaken en wellicht dat we ook samen dingen kunnen oppakken.



Allereerst het voorstel voor de grootverbruikers. Bij de vormgeving van het amendement voor het ophogen van de energiebelasting grootverbruikers hebben we zo goed mogelijk gekeken naar de brief die er over dit onderwerp is gekomen naar aanleiding van de motie van de heer Merkies en mijzelf. Die brief schetst een aantal mogelijkheden en beperkingen. We hebben geprobeerd in te zetten op een relatief beperkte verhoging van de energiebelasting op zowel gas als elektriciteit. We kiezen voor die verhogingen, daar waar in het licht van de brief van de staatssecretaris, meestal vanuit internationaal perspectief bezien, de meeste ruimte zit. Het zou kunnen dat we op sommige punten niet helemaal de brief volgen; daarover moeten we dan maar met elkaar in discussie gaan, want het kan zijn dat we lichtelijk van mening verschillen over de mogelijkheden. Met dit amendement willen wij een extra belastingopbrengst genereren van circa 200 miljoen. Dat bedrag moet ook weer terug. Het is dus niet bedoeld om de schatkist te spekken. Daarbij zijn er ten principale twee mogelijkheden voorhanden. De eerste ligt in de sfeer van lastenverlichting op arbeid. Dat zou geen slechte optie zijn, maar wij denken wel dat waar je dit geld specifiek weghaalt bij bedrijven, het meer wenselijk zou zijn om het bij bedrijven terug te laten komen in de vorm van een directere terugsluis. Die directere terugsluis zien wij in hoofdzaak via de Energie-investeringsaftrek (EIA). Je kunt er over van gedachten wisselen of dat kan en of dat ook in dit volume kan. De EIA bevat nu ongeveer 100 miljoen. Als je daar 200 miljoen aan toevoegt, gaat die naar 300 miljoen, wat dan wel een fors bedrag is. Kan dat? Ja, wij denken dat dit kan maar wij zijn ook erg benieuwd naar de reactie van de staatssecretaris hierop. Je moet dan wel de EIA op een aantal punten durven aanpassen. Laten we wel wezen: die regeling is op dit moment van dien aard dat met de percentages die we nu kennen, uiteindelijk een investering bij een bedrijf voor niet meer dan 10% wordt gesubsidieerd. Wij denken dat die prikkel laag is. Wij zouden het zeer wenselijk vinden als bedrijven meer in de verleiding worden gebracht om investeringen te doen in energiebesparing. Dat zou moeten kunnen door bijvoorbeeld het percentage van 41,5% waartegen de aftrek plaatsvindt, op te hogen naar 55% en door mogelijk ook het maximumbedrag wat op te hogen van 118 miljoen naar 150 miljoen, waardoor je het ook voor grotere bedrijven interessanter maakt. Samen met een aantal andere technische wijzigingen, zoals het bewust mogelijk maken van een dubbeling ten aanzien van de subsidiëring op de investering via de EIA en op de output via de SDE+, zou je het voor bedrijven aanzienlijk interessanter kunnen maken en zou je dat volume prima kunnen wegzetten via een effectieve EIA-regeling die dan geldt voor het gehele bedrijfsleven, van mkb tot en met de zeer grote en energie-intensieve bedrijven. Wij denken dat dit een effectief middel is dat behalve een forse besparing op energie en bij voorkeur op gas oplevert, ook fors de werkgelegenheid lostrekt. Het gaat namelijk om een fors investeringsvolume.

Ik kom op ons tweede voorstel en dat betreft het rechttrekken van de energiebelasting op gas voor kleinverbruikers. We noemen het rechttrekken maar het gaat eigenlijk om een klein stapje in de richting van het rechttrekken. Op dit moment wordt gas relatief gezien minder belast, relatief naar energie-inhoud en zeker ook naar CO2-belasting. Dit is een gedachte die breder post heeft gevat en die we her en der ook terugzien in de opbouw van de argumentaties in het Belastingplan zelf. Het is vooral van belang om vast te stellen dat op het gebied van elektriciteit en alternatieven voor de gasketel voor verwarming van gebouwen, er vele mogelijkheden zijn. Dat varieert van een elektrische warmtepomp die een rendement kan halen dat vier keer zo hoog is als een goede hedendaagse hr-cv-ketel tot en met warmtelevering, gebruik van restwarmte en het beter isoleren van gebouwen en woningen. Dat wordt een stuk rendabeler als je de belasting op gas wat omhoog zou brengen, niet om huishoudens op kosten te jagen, maar wel om maximaal te stimuleren dat die energiebesparing tot stand komt. Daarom hebben we een amendement ingediend dat het gebruik van gas wat zwaarder belast, namelijk ongeveer 5 cent per kubieke meter, waarbij we gelijktijdig de al bestaande heffingskorting in de energiebelasting ophogen, zodanig dat we daarmee pak 'm beet 60% van het inverdieneffect — dat is namelijk fors want het gaat bij elkaar om ongeveer 750 miljoen — terugsluizen via die heffingskorting op de energiebelasting. Die is overigens niet gekoppeld aan elektriciteit of aan gas, maar aan de aansluiting. Je kunt wat dat betreft dus eigenlijk geen onderscheid maken tussen elektriciteit of gas. De heer Groot heeft in zijn bijdrage de staatssecretaris gevraagd zo'n soort variant uit te werken. Ik stel voor dat daar ook onze variant serieus in meegenomen wordt. We hebben er namelijk al flink over nagedacht en er is ook in technische zin al wat over heen en weer gepingpongd met de ambtenaren van Financiën.

Mevrouw Schouten (ChristenUnie):
Ik vind het een interessant voorstel. Ik moet het amendement overigens nog wel even goed bekijken want het is net binnengekomen. Ik heb de technische details ervan dus nog niet tot mij kunnen nemen. We weten allemaal dat vooral in de oudere huizen veel gas verstookt wordt en dat die huizen ook niet goed geïsoleerd zijn. Het zijn ook vaak huurhuizen. De heer Grashoff wil het geld terugsluizen via de heffingskorting. Heeft hij ook nagegaan welke koopkrachteffecten dit kan hebben voor met name de lagere inkomens?

De heer Grashoff (GroenLinks):


Jazeker. Ik zou er ook zonder deze vraag aan toegekomen zijn. Het eerste wat ik daarover zou kunnen zeggen, is dat we het gehele bedrag willen terugsluizen. Dus datgene wat niet via de energierekening teruggesluisd kan worden via de heffingskorting willen we dan terugsluizen via de inkomstenbelasting en wel via de algemene heffingskorting, zodanig dat in elk geval allen daarvan profiteren en daarmee ook het koopkrachteffect in positieve zin wordt bijgebogen. In het voorstel dat wij nu doen — ook in de richting van mevrouw Schouten zeg ik dat het altijd vatbaar is voor discussie — kiezen we in de energiebelasting een omslagpunt van rond de 1.200 m3 gasverbruik per jaar. Bij dat verbruik is je energierekening namelijk neutraal. Boven de 1.200 m3 per jaar gaat je energierekening omhoog en daaronder gaat die naar beneden. Dat betekent dat met name kleine woningen, zelfs als ze minder goed geïsoleerd zijn, zoals flatwoningen, heel vaak op of onder dat niveau van energieverbruik zitten. Gemiddeld bezien, zit een kleine flatwoning onder de 1.200 m3 per jaar en zit een grote vrijstaande woning op 2.500 tot 2.600 m3. Op die manier is er ook gekeken naar de koopkrachteffecten. Het is nu eenmaal zo in Nederland, wat niet geheel onlogisch is, dat mensen met minder geld ook in een kleinere woning wonen en niet zelden een flat. Zulke woningen zijn energetisch eigenlijk ook beter dan vrijstaande woningen. Dat soort effecten zit er dus in. Heel precies kun je de koopkrachteffecten niet berekenen omdat er niet een-op-een een scherp getal bestaat voor de relatie tussen energieverbruik en inkomen omdat het niet 100% eenduidig is. Voor zover het te achterhalen was, hebben we dat gedaan en zijn dit de uitkomsten. Inclusief de terugsluis via de inkomstenbelasting zou het omslagpunt voor het koopkrachteffect liggen rond een verbruik van ongeveer 1.700 m3 gas per jaar. Dan zit je al aan een stevige rijtjeswoning. Er is in elk geval één categorie woningen die mogelijk in de gevarenzone zit als het gaat om ongewenste effecten en dat zijn de grotere corporatiewoningen, dus de woningen met een lage huurprijs maar met een groot vloeroppervlak, voor zover die overigens tot op heden niet al zijn aangepakt door corporaties. In dit amendement stellen we dan ook voor om een bedrag uit te zonderen van de terugsluis en dat bedrag specifiek te labelen aan woningen met een vloeroppervlak van meer dan 100 m2, die energielabel D of slechter hebben en die onder de liberalisatiegrens liggen ofwel sociale huurwoningen. Naar onze informatie gaat het grofweg om ongeveer 150.000 woningen. Pin mij nu niet helemaal vast aan de deugdelijkheid van dat cijfer, want het komt wat uit de tweede hand, maar van de totaal ongeveer 3 miljoen corporatiewoningen in Nederland gaat het dus om ongeveer 150.000 woningen en die zouden eigenlijk versneld de komende jaren moeten worden aangepakt. Ik denk dat dit voor iedereen goed zou zijn.

Dan het amendement inzake de kolenbelasting. Het is een instrument dat eigenlijk al geïntroduceerd was en dat in het kader van het energieakkoord is uitgesteld en op de lange baan is geschoven met een suggestie van afstel. Het zou wat ons betreft effectief en goed zijn om dan eerst de minder rendabele en oudste kolencentrales uit te faseren en vervolgens geleidelijk aan de andere kolencentrales. Tevens levert dat een bedrag op dat kan worden geherinvesteerd. Wij stellen voor de eerder begrote opbrengst van afgerond 190 miljoen op de gebruikelijke manier zoals die voorzien was, op te halen. We zullen dan wat moeten peuteren aan het energieakkoord, maar dat kan ook niet anders als je de doelen wilt halen. Alle rapporten en cijfers wijzen daar ook op. Graag zouden we ook die gelden direct willen terugsluizen. In dit geval zou dat uitstekend kunnen via de arbeidskorting.

Waar het gaat om ons vierde voorstel wil ik mij graag aansluiten bij het eerdere initiatief van mijn collega Schouten van de ChristenUnie; zij heeft vorig jaar een in mijn ogen verstandig voorstel gedaan over de postcoderoos. We zijn zelf nog even aan het puzzelen of we het exact op die manier kunnen doen. Zo ja, dan laat ik de credits graag waar ze lagen en anders komen we er in onderling overleg wel uit. Het gaat erom dat postcoderoossysteem wat te vereenvoudigen. Het is niet de bedoeling om het hele principe overboord te zetten maar het kan gewoon simpeler. Daarmee is het ook beter en praktischer toepasbaar en kan het leiden tot meer initiatieven, hetgeen we met elkaar toch zo graag willen. Er zijn voorbeelden te over. Zonnepanelen in Dalfsen kunnen wel maar Dalfsen wordt ingesloten door een postcodegebied en dan houd je zo weinig over aan afzet. Dat soort van gekkigheden zit er nu in en dat zou je door een vrij eenvoudige wijziging kunnen veranderen, namelijk door in plaats van een roos uit te gaan van een x-aantal aaneengesloten postcodegebieden, waarbij een van die gebieden dan de opwekking realiseert. Dan ben je dus een heel stuk flexibeler. Zelfs in Dalfsen zou dat helpen.

Mijn laatste voorstel betreft een aanpassing van de behandeling van oplaadpalen voor elektrisch rijden. De publieke palen worden nu gezien als kleinverbruikers. Hoewel dit aan de ene kant in de systematiek van de elektriciteitsbelasting wel logisch lijkt, is dat aan de andere kant wat wonderlijk, omdat de brandstof die daar getankt wordt en waarvan we het zo van belang vinden om dat te stimuleren, zwaarder belast wordt dan benzine of diesel aan pompen. Wij stellen dan ook voor standaard deze publieke oplaadpalen toe te rekenen in de tweede schijf, waardoor de belasting ongeveer naar een factor 0,4 gaat van die in de eerste schijf. Dat zou al een heel stuk helpen. We hebben daartoe dan ook een amendement voorhanden.

Voorzitter. Hiermee liggen de kaarten op tafel. Zonder vergroening geen steun van GroenLinks voor het Belastingplan. Met deze vijf voorstellen dragen we significant bij aan die vergroening en ligt het in de rede dat we bij overneming ervan, ook veel positiever tegen dat Belastingplan zouden kunnen aankijken. Het hangt natuurlijk ook af van andere wijzigingen ten aanzien van bepaalde onderdelen van het Belastingplan. Ik noem bijvoorbeeld de vermogensbelasting. Als het plan voor de vermogensbelasting dat wij echt een stap in de goede richting vinden, nu onder invloed van bijvoorbeeld de heer Omtzigt totaal van tafel zou gaan, dan zou dat ons aanzienlijk verder afbrengen van het steun geven aan dit Belastingplan.

Tot nu toe is het zo dat bedrijven btw kunnen terugvragen over afgeschreven goederen. In de systematiek van de btw heeft dat ook een zekere logica, want een bedrijf zou daarmee een soort eindgebruiker worden van iets wat niet meer verkoopbaar is en waar dus geen btw meer over berekend kan worden. Toch is het in feite btw terugkrijgen over afval. We zijn het een beetje op het spoor gekomen in de discussie over voedselverspilling, maar eigenlijk geldt dit wat ons betreft in zijn algemeenheid. Ik zou de staatssecretaris willen vragen of hij wil bezien of de teruggave van btw op afgeschreven goederen niet kan worden ingeperkt tot een vorm van hergebruik van het product of van de componenten waaruit dat product is samengesteld. Op die manier zou je veel dichter in de buurt komen van de logica van de circulaire economie.

De heer Van Weyenberg (D66):
Er zijn hierover ook vragen gesteld in de nota naar aanleiding van het verslag. Volgens mij ligt er ook een initiatiefnota over van een collega van mevrouw Schouten van de ChristenUnie. Ik heb de antwoorden zo begrepen dat er eigenlijk staat dat als je voedsel waarvan de "ten minste houdbaar tot"-datum is verstreken schenkt aan de voedselbank, er niets aan de hand is maar dat wanneer je dat voedsel schenkt voordat die datum is verstreken, je wel btw moet betalen. Bij mij riep dat toch wel wat vragen op en naar ik hoop is dat ook het geval bij de heer Grashoff.

De heer Grashoff (GroenLinks):


Dat is een vraag waarvan het goed is dat de staatssecretaris er op ingaat, want hij kan die vraag met iets meer gezag beantwoorden dan ik. Ik heb de antwoorden wel zodanig begrepen dat als iets daadwerkelijk afgeschreven is en niet meer verkocht kan worden, btw-teruggave mogelijk is en dat het dus niet per se op die datum zou hangen. Ik keer het echter om. Mijn stelling is dat als je voedsel geeft aan de voedselbank, dit een vorm van gebruik is die beloond zou mogen worden, bijvoorbeeld door de btw terug te krijgen en dat wanneer je de boel in de afvalcontainer gooit, je dan geen btw terugkrijgt. Dat is wat ik zou willen bereiken.

De heer Van Weyenberg (D66):


Maar dus ook als het nog voor die "ten minste houdbaar tot"-datum is. Als ik de antwoorden goed begrijp, schijnt het debat zich daarop namelijk toe te spitsen. Ik vind het overigens een zeer terechte vraag van de heer Grashoff waar ik mij graag bij aansluit.

De heer Grashoff (GroenLinks):


Ik denk dat we maar even moeten afwachten met welk antwoord de staatssecretaris komt. Ik heb geprobeerd het iets te verbreden naar aanleiding van wat we op het spoor zijn gekomen in het voedselverspillingsdebat. Het vraagstuk als zodanig is veel breder: wil je wel of niet dat btw wordt teruggegeven op afgeschreven goederen en aan welke voorwaarden zou dan voldaan moeten worden?

Met de aanpassing van het erf- en schenkingsrecht lijkt ook het mantelzorgcompliment te zijn verdwenen. Zou de staatssecretaris daarop kunnen reageren? Is het niet mogelijk dat te behouden? Hoe verhoudt dit zich dan met de aanpassingen in het erf- en schenkingsrecht zoals die nu worden voorgesteld? In de korte tijd die ik heb gehad om hiernaar te kijken, kon ik dat namelijk niet precies beoordelen.

Wij zijn blij dat het kabinet vasthoudt aan de voorstellen voor de vermogensbelasting. Natuurlijk is er nog veel ruimte voor verbetering, maar wij zijn het wel met de regering en de coalitiepartijen eens dat hiermee een stap wordt gezet op weg naar een eerlijker vermogensbelasting. Het ware wijs om in dit geval het betere niet de vijand te laten zijn van het goede.

Ook zijn wij blij met het voorstel voor het lage-inkomensvoordeel. Als we ergens wel een effect zouden zien op het punt van werkgelegenheid, dan zou het daar zijn. Jammer dat het pas per 2017 kan worden ingevoerd. Het zal zo zijn. Ik ga er op uitvoeringstechnische gronden in ieder geval mee akkoord. Het is een voorstel waarvan zij zeggen: voer het in. Er zijn weliswaar ook een aantal kritische vragen over gesteld die ik wel deel, maar laten we ook hier niet het kind met het badwater weggooien.

Mijn fractie sluit zich aan bij een aantal vragen die zijn gesteld over de frisdranken. Is de vereenvoudiging niet tegelijkertijd een belastingverhoging? Dat is dan niet bepaald iets waar we op zitten te wachten. Overigens voeg ik er meteen aan toe dat de technische briefing ons wel heeft geleerd hoe wonderlijk ingewikkeld die belastingheffing was. We zien dit dan ook als een zinnige vereenvoudiging.

De heer Groot (PvdA):


Ik heb nog even een klein technisch vraagje. Als de heer Grashoff dat niet kan beantwoorden, dan sluis ik de vraag graag door naar de staatssecretaris. Het gaat over die laadpalen. Het is een heel sympathiek pleidooi. We willen tenslotte elektrisch rijden stimuleren. Heeft de heer Grashoff een idee van het budgettaire beslag daarvan?

De heer Grashoff (GroenLinks):


Er is een variant doorgerekend waarbij werd uitgegaan van volledige belastingvrijstelling voor die palen. Daar pleiten wij overigens niet voor. Die variant kwam evenwel uit op een bedrag van rond de 5 miljoen, zo uit mijn hoofd gezegd. Het gaat dus om heel beperkte bedragen. Ons voorstel zal neerkomen op een deel van die 5 miljoen. In de andere amendementen die we hebben ingediend rond de energiebelasting zien wij ruim voldoende mogelijkheden om dat te dekken.

De voorzitter:


Dank mijnheer Grashoff. Van de postcoderoos gaan wij naar de roos van de ChristenUnie. Het woord is aan mevrouw Schouten.

Mevrouw Schouten (ChristenUnie):


Dank u wel voor deze vleiende woorden. Zo vat ik ze maar op. Ik heb in de aanloop naar dit debat nog eens teruggekeken naar waar wij dik een halfaar geleden een debat over hadden. Dat was naar aanleiding van de brief van de staatssecretaris over zijn belastingplannen. Wij hebben toen benoemd wat voor de ChristenUnie van belang is bij belastingherziening. Ik heb toen de opmerking gemaakt — ik wil die hier herhalen om te zien in welk perspectief het staat — dat een belastingplan geen technische aangelegenheid is. Een belastingplan weerspiegelt de keuzes die wij maken en wat wij van belang achten voor de maatschappij. In die zin is dit debat geen technisch debat maar gewoon een verantwoording van onszelf, van waar wij de keuzes voor de maatschappij willen maken en wat wij daarin van belang achten. Nu zeg ik ook meteen tegen de heer Van Weyenberg, want ik verwacht van hem een interruptie over het aantal banen, dat ik in dat debat heb aangegeven dat het creëren van het aantal banen voor ons niet een doel op zich kan zijn. Het gaat ook om het uitdrukken van de waarde van informele arbeid: vrijwilligerswerk, mantelzorg. Er moet gezocht worden naar een balans tussen het niet afremmen van werk en het behouden van ruimte voor mensen en gezinnen voor zaken die niet altijd materieel zijn maar immaterieel wel van onschatbare waarde zijn, ook voor onze samenleving. Ik heb dat in dat debat aangegeven en ik begon mijn tekst er vandaag mee. Daarmee heb ik denk ik gelijk al een interruptie voorkomen van de heer Van Weyenberg.

De heer Van Weyenberg (D66):


Ik snap heel goed dat je die andere afweging, ook van hoe je met een- en tweeverdieners wilt omgaan, wilt maken. Toch blijft bij mij de vraag in welke mate mevrouw Schouten dat wil doen. Het is namelijk een afweging tussen extra banen en andere doelen. De twee andere collega's kwamen tot mijn spijt vooral met kritiek op het CPB-model. Ik vond dat niet het meest overtuigende antwoord. In welke mate is mevrouw Schouten bereid om banen op te offeren? Of zegt zij: desnoods allemaal, want ik vind dit doel zo belangrijk? Dat kan een respectabel standpunt zijn.

Mevrouw Schouten (ChristenUnie):


Nee, want wij hebben ook altijd gepleit voor lagere lasten op arbeid. Wij zien dat het meer gaan werken niet in alle gevallen gestimuleerd werd. Ik zag ook dat het heel erg het in dienst nemen van mensen afremt. Vandaar dat we altijd ervoor hebben gepleit om niet alleen naar de inkomstenbelasting te kijken, maar ook naar de premies. Daar zit natuurlijk ook een knelpunt voor werkgevers. Als de heer Van Weyenberg mij vraagt om concrete getallen in de zin van hoeveel banen ik wil opgeven, dan zeg ik dat dat voor mij niet het startpunt van de discussie is. Voor mij geldt ook een rechtvaardig belastingstelsel waarin het verschil tussen de eenverdieners en de tweeverdieners niet zo extreem gaat oplopen als nu gebeurt. Als hij vraagt op welke punt en komma hij mij kan vastpinnen, dan moet ik zeggen: dat kan niet, want dat weet ik niet precies. Ik zoek alleen wel naar een eerlijker evenwicht, omdat ik constateer dat dat er nu niet is.

De heer Van Weyenberg (D66):


Dan ga ik ervan uit dat we in de concrete plannen van mevrouw Schouten en de andere twee partijen die hiervoor hebben gepleit, zien hoeveel banen dat kost. Mijn partij is daar geen grote fan van; dat is geen geheim. Ik reken erop die doorrekeningen te zien als dat soort plannen op tafel komt.

Mevrouw Schouten (ChristenUnie):


Als de heer Van Weyenberg daar behoefte aan heeft, dan zal daar een doorrekening van komen. Ik heb echter gezegd in het begin van mijn betoog dat dat voor mij niet de start van de discussie is. Dat heb ik driekwart jaar geleden ook al gezegd, toen de hele discussie begon naar aanleiding van de brief van de staatssecretaris. Dat is echt een verschil van perspectief.

Ik kom automatisch te spreken over het verschil tussen de twee- en de eenverdieners. Zoals een aantal sprekers voor mij al heeft aangegeven, is die verhouding nu uit het lood geslagen. Het is niet altijd een eigen keuze, zo zeg ik tegen de heer Van Weyenberg. Ik ken het voorbeeld van een gezin waarvan beide partners altijd gewerkt hebben. Zij kregen een gehandicapt kind dat drie keer per week naar de revalidatie moet. Dan is er niet zo veel ruimte meer over om betaalde arbeid te verrichten. Dat zijn situaties waarvoor dit Belastingplan niet voordelig uitpakt. Sterker nog, deze mensen gaan in het komende jaar alleen maar nadeel ondervinden van hun situatie. Ik vind dat niet rechtvaardig. Dat zijn de groepen waarvoor ik wil opkomen. Als mij dan gevraagd wordt aan welke knoppen er gedraaid moet worden, dan zeg ik dat er daarvoor veel opties zijn. Ik ga niet een exacte knop noemen waarvoor we het allemaal moeten gaan doen. Ik zie bijvoorbeeld wel in dat een IACK niet helpt. Door het extreem optrekken daarvan wordt het verschil veel groter. Voor het terugsluizen hiervan zijn meerdere opties; het CDA noemde de kinderbijslag, de heer Dijkgraaf noemde het niet verder afbouwen van de algemene heffingskorting. Dat zijn voor mij allemaal opties. Voor mij telt het resultaat. Ik ben benieuwd hoe de staatssecretaris de motie die in de Eerste Kamer is aangenomen denkt te gaan uitvoeren. Dat is de basis van de discussie. Dan kan deze Kamer aangeven of er voldoende draagvlak is voor de oplossing die daarvoor gekozen wordt. Ik kijk dus ook uit naar de invulling van de staatssecretaris op dit punt. Voor ons is een belangrijk ijkpunt of die verhouding eerlijker gaat worden. Dat zal ongetwijfeld ook betekenen dat de tweeverdieners iets minder meer krijgen en de alleenverdieners iets meer.

Een andere groep die vaker is genoemd in de discussie, waarover wij bij de Algemene Politieke Beschouwingen ook een motie hebben ingediend, bestaat uit de chronisch zieken en gehandicapten. In het pakket van 5 miljard stond ook de koopkracht centraal. Volgens mij gaf mevrouw Neppérus of de heer Groot ook aan dat dit een van de belangrijke punten is in het 5 miljardpakket. Volgens de Eerste Kamer is daarin evenmin voldoende gedaan voor de ouderen. Wij hebben daarover ook vragen gesteld tijdens de Algemene Politieke Beschouwingen, maar expliciet ook over de groep chronisch zieken en gehandicapten. Uit de Nibud-berekeningen blijkt dat deze groep er niet op vooruitgaat. Sterker nog, zij zullen er waarschijnlijk op achteruitgaan. Ik weet dat dit afhankelijk zal zijn van de maatwerkvoorziening per gemeente. Er komt volgend jaar echter geen geld bij voor die maatwerkvoorziening. Het is dus niet erg logisch om te veronderstellen dat zij er erg op vooruitgaan als er geld voor komt, want de gemeenten hebben het nu al niet breed.

We kunnen dus stellen dat die groep onder druk staat. Ik denk dat het belangrijk is om in de fiscaliteit te zoeken naar mogelijkheden om aan die groep tegemoet te komen. Dat kan bijvoorbeeld in de regeling voor de tegemoetkoming van de buitengewone uitgaven. Daarbij is te kijken naar een hoger percentage, een soort verdubbelaar, in de fiscale tegemoetkoming. Een andere regeling, die niet per se in de fiscaliteit zit maar die hierin wel meegenomen kan worden, is de vroegere TOG, de Tegemoetkoming ouders gehandicapte kinderen. Die krijgen nu dubbele kinderbijslag. Daar zou nog wat bovenop gedaan kunnen worden. Dit zijn richtingen om meer tegemoet te komen aan deze groep, zodat hun koopkracht enigszins op peil blijft.

Een derde punt dat wij genoemd hebben en dat voor ons een belangrijk ijkpunt is bij de beoordeling van de herziening van het belastingstelsel is de fiscale vergroening. Daarover zijn altijd warme woorden gesproken, maar ik constateer dat de ambities in dit pakket niet erg hoog liggen. Wij hebben zelf een tegenbegroting opgesteld waarin wij een aantal voorstellen hebben gedaan. Ze zijn bekend bij de staatssecretaris. Ik kan ze hier ook nog wel even herhalen. Ik noem als voorbeeld de subsidie op bijstook van biomassa. Ik ben het eens met de heer Van Weyenberg: die bijstook is prima, maar daar is geen subsidie voor nodig, dat is ook gewoon wettelijk af te dwingen. Het geld dat je daarmee bespaart, kun je inzetten voor energiebesparing. In dat kader is de EIA al genoemd. Wij hebben ook gekeken of woningcorporaties een specifieke besparingsaftrek is te geven om in die gebouwde omgeving meer maatregelen te nemen. Dat blijft nu wat achter. Ook voor particulieren is naar een regeling te kijken. De energiebelasting voor energiecorporaties komt nu slecht van de grond. De staatssecretaris doet er wel iets aan met de tarieven, maar waarom zou er niet worden gekozen voor een nihiltarief? Dat is volgens mij niet zo heel duur en dat kan wel echt een impuls geven.

Op het punt van de verbrandingsbelasting en de kolenbelasting vind ik het wonderlijk dat wij nog steeds niet het rapport hebben van de Raad van State. Ik begrijp van de staatssecretaris dat hij dat snel naar ons wil toesturen. Het lijkt mij van cruciaal belang om te weten wat er gaat gebeuren. Het wordt kort dag en die belasting gaat eraf zonder dat we weten wat er met de kolencentrales gebeurt. Tegen de heer Groot kan ik zeggen dat er zelfs een motie van zijn collega Vos met mevrouw Van Veldhoven is ingediend en aangenomen, waarin staat dat als die centrales niet sluiten, die belasting wordt gehandhaafd. Ik ga ervan uit dat dat ook nog steeds het standpunt van de PvdA is. Dat lijkt mij niet meer dan redelijk. De opbrengst van die belasting zou je in die energiebesparingsmaatregelen kunnen stoppen. Dan snijdt het mes aan twee kanten. Ik sta echter ook open voor andere suggesties. Ik hoorde de heer Grashoff bijvoorbeeld net spreken over mogelijkheden van gas versus elektriciteit belasten. Ik ben erg benieuwd naar de reactie van de staatssecretaris. Het gaat mij niet om een specifieke keuze voor het een of het ander. Ik wil dat er echt goede stappen worden gezet in de vergroeningsrichting.

De heer Grashoff (GroenLinks):
Dit klinkt goed, dit pleidooi van mevrouw Schouten op het punt van de vergroening. De ChristenUnie heeft ook wensen op het gebied van de eenverdieners en een aantal andere vraagstukken. Ik hoor graag hoe hard de eis is van de kant van de ChristenUnie op het aspect van de serieuze vergroening.

Mevrouw Schouten (ChristenUnie):


Volgens mij was mijn partij zo ongeveer de eerste die continu alle kaarten op tafel heeft gegooid. Ik roep al vier maanden de punten van mijn lijstje, naar wie het ook wil horen. Ik heb dit punt daarbij continu genoemd. De heer Grashoff kan ervan op aan dat dat voor ons een serieuze factor zal zijn in de afweging van het totale belastingpakket.

De heer Grashoff (GroenLinks):


Is er nog iets te zeggen over kwantiteit?

Mevrouw Schouten (ChristenUnie):


Ik heb een heel lijstje opgenoemd met mogelijke maatregelen. Ik heb bovendien aangegeven dat ik nog serieus naar het voorstel van de heer Grashoff wil kijken. Ik vind het een beetje te vroeg om te zeggen: punt a wel, punt b niet, punt c wel, punt d niet. Ik heb een richting aangegeven. We hebben ook een tegenbegroting ingediend waarin wij serieuze voorstellen doen. Ik heb hier nog zaken toegelicht. Het lijkt me bijna een keuzemenu voor de staatssecretaris. Ik ben benieuwd welke ruimte hij gaat bieden.

Ik kom te spreken over de vermogensbelasting. Ik heb bij de Financiële Beschouwingen aangegeven dat wij de richting van het kabinet kunnen meemaken. Heel veel huishoudens gaan erop vooruit met deze maatregelen: een hogere vrijstelling, een lager percentage op sparen. Is het ideaal? Nee. Wij zouden liever naar het werkelijk rendement gaan. Ik denk echte4r dat ik dan wel op mijn kop kan gaan staan, maar dat dit niet gaat lukken bij deze staatssecretaris in het komende jaar. Ik vind het echter goed om eerst stappen te zetten in de goede richting. Ik onderken dat er risico's zijn. Een aantal collega's heeft daarover ook vragen gesteld. Dat zijn denk ik ook wel serieuze risico's, bijvoorbeeld over naar box 2 hoppen, over het op een andere manier wegsluizen, over de peildata van gerealiseerde rendementen en over de vraag waarom er verschil zit tussen de termijnen van de rendementen; dat is mij ook niet duidelijk. Ik vind het dus goed dat de staatssecretaris hierop ingaat, zodat men in de praktijk weet waar men straks aan toe is en wij niet de bedrijfsongevallen krijgen waarvoor de heer Omtzigt terecht aandacht vroeg. Ik hoop dus dat de staatssecretaris daar meer zicht op kan geven.

Wij hebben wel zorgen over de gevolgen voor de mensen met een letselschade-uitkering. In een eerder stadium heeft de heer Dijkgraaf ook namens ons gesproken, toen hij aandacht voor deze groep vroeg. Er zijn mensen die een letselschade-uitkering krijgen. Die wordt gewoon opgeteld bij het vermogen in box 3. Ook de toeslagen worden daarmee verrekend, terwijl die uitkering voor deze groep juist bedoeld is om voor de rest van hun leven in hun inkomen te voorzien. Ik werk aan een amendement op dit punt om voor de groep met een letselschade-uitkering dat bedrag uit te zonderen van de box 3-heffing en om die ook niet te laten meetellen in de vaststelling van de toeslagen. Dat lijkt mij wel zo eerlijk, want dit is voor die mensen gewoon hun inkomen voor de rest van hun leven. Ik ben benieuwd hoe de staatssecretaris hiernaar kijkt.

Op het punt van de RDA en de Wbso sluit ik mij aan bij alle vragen die op dit punt al zijn gesteld. Wij zouden het niet terecht vinden als deze regeling, doordat er geen plafond meer in zit, wordt leeggetrokken door de grotere bedrijven. Het is heel belangrijk om ons mkb op dit punt tegemoet te komen. Ik heb met een schuin oog al naar het amendement van de heer Van Weyenberg gekeken en dat lijkt mij een heel goede oplossing. Ik ben benieuwd naar de reactie van de staatssecretaris.

Ik kom op het punt van het lage-inkomensvoordeel, het LIV. De regeling is in essentie goed. Het CPB heeft inderdaad aangegeven dat je het vooral moet zoeken in een dergelijke regeling als je wilt dat deze groep extra kansen op de arbeidsmarkt krijgt. Ik snap ook de afbakening van de groep, omdat die het meest aansluit bij de groep die onder de Participatiewet valt. Dat zie ik dus allemaal. Ik zie alleen ook dat er redelijk wat cao's zijn die boven 120% WML beginnen. De schoonmakers en beveiligingsbedrijven zijn al genoemd. Het zijn allemaal beroepen waarin deze doelgroep redelijk aan het werk kan komen en waarbij je met deze regeling het doel voorbij lijkt te schieten. Hoe denkt de staatssecretaris dat we juist bij deze bedrijven de werkgelegenheid kunnen behouden en dat deze maatregel niet juist een rem gaat worden in die sectoren? Ik noem ook het punt van de zes maanden of het aantal uren dat je per jaar moet werken. Als je halverwege een jaar van de ene werkgever naar de andere overstapt, heeft geen van beide werkgevers recht op het LIV. Ik voorzie dat heel veel mensen dan blijven vastzitten in hun baan, waarin zij misschien helemaal geen doorgroeimogelijkheden meer hebben, terwijl zij misschien uit het LIV zouden kunnen groeien. Dat zou ideaal zijn. Hoe denkt de staatssecretaris te voorkomen dat die mensen vast komen te zitten in hun banen en geen perspectief meer hebben, juist door een maatregel waarmee je ze juist zo graag zou stimuleren?

De keuze voor 24 uur lijkt mij een heel goede keuze. Daarmee is een goede balans gezocht en gevonden tussen enerzijds kleine minibaantjes en anderzijds voorkomen dat de drempel te hoog wordt. Die 24 uur heeft dus onze instemming.

Op dit punt heb ik ook een vraag over een motie die ik vorig jaar met de heer Kerstens heb ingediend bij de begrotingsbehandeling Sociale Zaken. Die ging over het fiscaal belonen van sociaal ondernemen, van ondernemingen die meer dan gemiddeld arbeidsgehandicapten in dienst nemen. De staatssecretaris van Sociale Zaken zou met deze staatssecretaris overleggen over wat kon gebeuren in het Belastingplan. Ik heb het bij Sociale Zaken nagevraagd en werd naar Financiën terugverwezen, maar bij Financiën krijg ik nu een heel vreemde blik. Die motie is aangenomen. Ik hoop dus dat er wel ergens overleg is geweest wat wij ermee zouden kunnen. Zo niet, dan hoor ik misschien volgende week wat dat overleg heeft opgeleverd. Ik zal snel door de andere wetten heen gaan.

De heer Van Weyenberg (D66):


Mevrouw Schouten sprak over iemand die gaat werken met dat lage-inkomensvoordeel. Bij twee keer zes maanden krijgen beide werkgevers niets. Hoe ziet ze mijn zorg dat iemand die zes maanden uit een uitkering is in een tijdelijk contract niets krijgt? Ik ben het met haar zorgpunt eens, maar ik vind dit ook nog wel een zorgpunt dat de uitstroom uit de Participatiewet zou kunnen belemmeren. Deelt zij die zorg?

Mevrouw Schouten (ChristenUnie):


Die vind ik van iets minder groot belang. Ik vind dat juist de werkgevers die serieus willen investeren in die mensen, beloond moeten worden. Ik wil niet dat straks een model ontstaat waarin een bedrijf elke keer banen van zes maanden aanbiedt en elke keer iemand uit de doelgroep van de Participatiewet haalt, maar waarin die mensen vervolgens weer terugstromen in de Participatiewet. Dat lijkt mij echt niet wenselijk. Ik wil dat er een substantiële baan tegenover staat, zonder dat je natuurlijk garanties hebt hoelang het duurt. Het moet echter niet bijna een businessmodel worden om die mensen kortdurend aan te nemen en dan weer te laten uitstromen. Dat zou ik echt onwenselijk vinden.

De heer Van Weyenberg (D66):


Dat ben ik met mevrouw Schouten eens. Mijn zorg is alleen dat het nu die eerste stap uit de uitkering zou kunnen tegenhouden. Maar goed, misschien kunnen wij hierover nog eens doorpraten.

De voorzitter:


Mevrouw Schouten, u vervolgt uw betoog. U zit ook een beetje in de afrondende fase?

Mevrouw Schouten (ChristenUnie):


Ja, ik ben in de afrondende fase.

Het is heel goed dat de kwestie van het fonds Joodse oorlogsslachtoffers nu geregeld wordt. Inderdaad zijn de credits voor Jan de Wit van de SP, die hiermee heel lang bezig is geweest. Het lijkt mij met name voor degenen op wie het ziet, echt van belang dat we dit nu goed geregeld hebben.

Wij zijn het ook eens met de maatregelen voor de country-by-country reporting en het feit dat wij dit nu gaan doen. Ik ben het ook eens met de vraag van, ik meen de heer Van Weyenberg, over de 750 miljoen. Ik vond dat een zeer terechte vraag. Ik had daar nog niet zo over nagedacht, maar ik sluit mij graag aan bij de vraag of dat niet erg hoog is. Welk percentage van het bedrijfsleven heb je dan te pakken? Volgens mij is dat niet zo heel veel, maar misschien kan de staatssecretaris daar meer over zeggen. Het is ook prima dat de Moeder-dochterrichtlijn nu zo geregeld is.

Wat de schenkingsvrijstelling betreft sluit ik mij aan bij de pleidooien om gespreid te kunnen uitkeren. Ik zie dat niet iedereen zomaar €100.000 in de achterzak heeft, maar misschien wel meerdere jaren mogelijkheden heeft om te schenken, nog los van de praktische bezwaren die de heer Omtzigt noemde over het aflossen van je hypotheek in een keer met zo'n bedrag. Dat lijkt me inderdaad ook wel een reden om te kijken naar meer gespreide betaling, of dat kan en naar de pro's en contra's. Wij zouden dit echter ook wel graag inzetten voor de aflossing van de studieschuld. Dat wordt de komende jaren toch wel de schuld die steeds groter gaat groeien. Wij vinden het ook van belang dat mensen snel hun studieschuld kunnen aflossen. Dat lijkt mij ook voor de staatskas heel gunstig. Dat is alleen maar win-win. Is de staatssecretaris bereid om hiervoor de ruimte te bieden?

De verhoogde vrijstelling in de erfbelasting voor de mantelzorgers gaat verdwijnen, omdat het mantelzorgcompliment gaat verdwijnen. De staatssecretaris heeft in de beantwoording van de vragen uitgenodigd om met voorstellen te komen hoe hij dat kan fixen. Ik leg het toch weer even terug. Wij hebben al jaren een discussie over de vraag wat nu een mantelzorger is. Ik herinner mij dat dit kabinet met een visie zou komen vanuit VWS, SZW en Financiën op wat het begrip "mantelzorger" zou moeten inhouden. Ik heb nooit meer gezien dat daarop teruggekomen is. Ik weet niet of het kabinet zelf gestopt is met discussiëren, maar wij krijgen deze discussie op alle punten elk keer weer terug. Het wordt nu toch weleens tijd om die eenduidige definitie, net zoals bij zzp'ers is gebeurd, een keer vast te stellen. Als wij dat scherp hebben, is dit probleem ook te tackelen. Ik roep de staatssecretaris op om daarvan nu snel werk te maken.

Een ander punt is de WOZ-waardering van de mantelzorgwoningen. Ik heb dat punt bij de begrotingsbehandeling Wonen aangekaart. Toen werd ik doorverwezen naar Financiën. Vervolgens vroeg Financiën in een brief om het alstublieft bij het Belastingplan te herhalen. Bij dezen! Als je een mantelzorgwoning in de tuin gaat plaatsen, zou dit van invloed kunnen zijn op de WOZ-waardering van je huis en zou je misschien een hogere OZB moeten betalen. De Waarderingskamer weet nog niet hoe hij hiermee moet omgaan en vraagt juist om jurisprudentie. Die is op zoek naar jurisprudentie, tot er een zaak komt waarbij dit wellicht behandeld kan worden. Men heeft eigenlijk geen goede richtlijn over hoe hiermee om te gaan. Ik denk dat wij vanuit de Kamer een eenduidig signaal moeten afgeven dat tijdelijke mantelzorgwoningen niet meegerekend hoeven te worden in de WOZ-waardering. Als de staatssecretaris dat niet van plan is, zullen wij dit via de Kamer proberen te regelen. Er ligt een motie die is aangehouden bij de begrotingsbehandeling Wonen en die zouden wij eventueel gewoon in stemming kunnen brengen.

Wat betreft de btw-aftrek bij de donatie van voedsel sluit ik mij aan bij de woorden van de heer Grashoff. Dus waarom moet een supermarkt die voedsel gaat weggeven aan de Voedselbank, wel btw afdragen? Dat lijkt mij niet nodig. Er is nu een vrijstellingsgrens van €227. Als supermarkten echt die donatie willen doen, laten wij daar dan ook niet btw over heffen. Ik hoor graag het antwoord van de staatssecretaris hierop.

Tot slot kom ik bij het lage btw-tarief op de digitale kranten, inderdaad een terugkerend onderdeel. Bij de behandeling van de Mediawet is dit onderwerp ook weer aan bod gekomen. Deze staatssecretaris heeft gezegd dat hij het een idiote regeling vindt en dat hij op het moment dat Nederland voorzitter is van de EU wil bekijken of hij ervoor kan zorgen dat het gelijkgetrokken wordt. Ik wil graag weten wat de stand van zaken is en of hij dit op 1 januari, als Nederland voorzitter wordt, gelijk kan aftikken. Dat zou het mooiste zijn.

De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Schouten. We zijn aan het einde van de eerste termijn van de zijde van de Kamer gekomen.

Ik wil nog twee opmerkingen maken voordat u gaat. De technische vragen die collega Omtzigt hier niet heeft uitgesproken, worden voor de beantwoording door de staatssecretaris volgende week maandag schriftelijk beantwoord. Ik neem aan dat u daarmee kunt instemmen. Volgende week maandag werken wij in twee blokken. Wij gaan het eerst hebben over de Wtl, de Wet tegemoetkomingen loondomein. Dat heeft te maken met de aanwezigheid van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Wij doen eerst de Wtl in zijn geheel, dus de eerste en de tweede termijn. Daarna als de minister van SZW is vertrokken, keren wij terug naar de rest van het complete pakket van het Belastingplan. Dat geef ik u alvast mee. Volgende week maandag beginnen we weer om 11.00 uur en dus eerst met de Wtl.

Ik dank u ten slotte voor uw inbreng.

Sluiting


Sluiting 18.33 uur.

ONGECORRIGEERD STENOGRAM
Verslag TK 8 - 2015-2016



Aan ongecorrigeerde verslagen kan geen enkel recht worden ontleend.


Uit ongecorrigeerde verslagen mag niet letterlijk worden geciteerd.



1   ...   4   5   6   7   8   9   10   11   12

  • Van Weyenberg
  • Grashoff

  • Dovnload 431.68 Kb.