Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Het pakket Belastingplan 2016 en het wetsvoorstel Wet uitvoering Common Reporting Standard

Dovnload 431.68 Kb.

Het pakket Belastingplan 2016 en het wetsvoorstel Wet uitvoering Common Reporting Standard



Pagina2/12
Datum05.12.2018
Grootte431.68 Kb.

Dovnload 431.68 Kb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   12
Van Weyenberg (D66):
Ik ga even door op dat punt van box 3. Aan het voorgestelde systeem ligt een soort voodoo-economie ten grondslag: als je maar genoeg aannames maakt, schijnt alles wel weer recht te komen. De heer Omtzigt noemde dat terecht "fictie op fictie stapelen".

Maar ik heb een andere vraag. U voert hiermee een progressieve vermogensbelasting in. Waarom hebt u dat dan niet opgeschreven? Wees daar gewoon eerlijk over! Mensen maken zich nu zorgen over rendementen die ze schijnen te kunnen behalen, maar die niet realistisch zijn. Waarom zegt u niet gewoon in uw eigen inbreng dat u een progressieve rendementsheffing invoert? Dat is veel eenduidiger. Dan ben je er gewoon. Een hoger tarief voor mensen met een hoog vermogen …

De voorzitter:
Uw vraag is duidelijk. Mevrouw Neppérus?

Mevrouw Neppérus (VVD):


Ten aanzien van box 3: het is niet fictie op fictie. Dat is het net niet.

De heer Van Weyenberg (D66):


Net niet!

Mevrouw Neppérus (VVD):


Dat is het niet. Wees dus eerlijk in uw eigen inbreng, zou ik zeggen. Het is geen fictie op fictie. Het is gewoon uitgaan van wat de rendementen zijn. Alleen zullen er uitzonderingen zijn. Laten wij daarover wel zijn: er zullen mensen zijn die minder hebben. Wij gaan echter wel uit van het echte rendement op bepaalde soorten beleggingen. Als het rendement hoger is, maakt men daar verschil tussen, maar het tarief zal hetzelfde zijn, namelijk 30%.

De heer Van Weyenberg (D66):


Er is een mooi spreekwoord dat zegt: als het loopt als een eend, eruitziet als een eend en kwaakt als een eend, is het waarschijnlijk een eend. De ene aanname rolt over de andere heen in box 3, maar u hebt gewoon een progressieve belasting ingevoerd en durft dat niet te zeggen. Waarom feliciteert u de heer Groot niet gewoon met dit resultaat?

Mevrouw Neppérus (VVD):


Er is bewust gekeken naar de behaalde rentes. Vroeger klaagde iedereen altijd dat de spaarrekening de laatste jaren bijzonder veel minder opbracht dan het gehanteerde rendement. Men heeft nu meer bekeken wat aandelen gemiddeld over een aantal jaren opbrengen en wat de spaarrekening jaarlijks opbrengt. Dat lijkt meer op het reële rendement. Ik zou echter nog een stap verder willen, net als de heer Van Weyenberg, naar het echte rendement.

De heer Dijkgraaf (SGP):


Hoe kijkt mevrouw Neppérus aan tegen de positie van de eenverdiener? Ik hoor haar daar niet over, terwijl de meeste eenverdieners VVD stemmen en dit Belastingplan ervoor zorgt dat de verschillen tussen eenverdieners en tweeverdieners opnieuw groter worden. Dat kan oplopen tot €8.000 à €10.000. Wat gaat mevrouw Neppérus doen om dat verschil kleiner te maken?

Mevrouw Neppérus (VVD):


Ik begrijp de zorg van de heer Dijkgraaf, maar de VVD heeft er net als de Partij van de Arbeid voor gekozen om werken te stimuleren. Ook alleenverdieners gaan er gewoon op vooruit, maar het accent ligt voor ons op het feit dat de economie beter moet. Vandaar ook de lastenverlichting, juist om werken te stimuleren. Daarover denken de heer Dijkgraaf en ik blijkbaar verschillend.

De heer Dijkgraaf (SGP):


Wat doet mevrouw Neppérus dan met die 75% van de eenverdieners die helemaal niet kúnnen kiezen voor meer werken, bijvoorbeeld omdat ze geen baan kunnen vinden, chronisch gehandicapt zijn, studeren of ouder dan 65 zijn? Ik krijg graag een reactie. Mijn vraag gaat nog verder. De Eerste Kamer heeft moties aangenomen. Het zou toch van democratie getuigen als daarnaar wordt geluisterd. In de motie-Schalk c.s. wordt de regering verzocht om het gat te verkleinen. Ik hoor echter geen enkele vraag van de VVD-fractie aan de regering over wat er gaat gebeuren met die motie en met andere aangenomen moties, bijvoorbeeld de motie-Nagel over ouderen. Er moet toch een uitgestoken hand van de VVD-fractie zijn naar andere partijen?

Mevrouw Neppérus (VVD):


Kennelijk betekent de uitgestoken hand dat je zaken meteen overneemt. Ik ga vandaag luisteren. Wij vinden het van groot belang dat werken wordt gestimuleerd en dat er een grotere vooruitgang, echte lastenverlichting is. Voor anderen zit er vaak ook nog een stuk lastenverlichting in. Alleen voor de groep ouderen en de onderkant van de samenleving moet er sprake van een stukje vooruitgang. Er zijn overigens ook ouderen die wel profiteren van de hogere belastingschijven. Er zullen altijd uitzonderingen zijn, maar de basis is dat werken moet lonen. Ik zal vandaag naar de collega's en hun ideeën luisteren, maar ik vertegenwoordig hier mijn fractie. Wij staan voor een handtekening en zeggen dat werken moet lonen. Dan gaat de economie beter draaien en komen er vanzelf meer banen.

De heer Omtzigt (CDA):


Ik pak nog even terug op het vorige punt, box 3. Mevrouw Neppérus zegt dat de verwachte rendementen worden belast. De heer Dijsselbloem heeft staatsleningen uitgegeven. Je krijgt daarop 0,7% à 0,8% per jaar. In dit wetsvoorstel wordt uitgegaan van een verwacht rendement van 4%, waarover je 30% betaalt. Je krijgt van Dijsselbloem tien jaar lang 0,7% rente en je betaalt alsof je 4% zou krijgen, want dat is het verwachte rendement. Dat heeft toch niets met elkaar te maken? Dit wetsvoorstel gaat helemaal niet over de te verwachten rendementen — ik zie de heer Groot al knikken — maar over een progressieve vermogensbelasting. Dat mag, maar waar kan ik als conservatieve belegger 4% rendement maken op mijn staatsobligaties?

Mevrouw Neppérus (VVD):


Het is aan iemand zelf om te kiezen waarin hij belegt. In dit wetsvoorstel wordt uitgegaan van het gemiddelde rendement van aandelen en dergelijke, ook van spaarrekeningen. Mensen hebben nog een vrijstelling van €25.000. Het kan vervelend zijn voor mensen, maar er is gekeken naar het gemiddelde. Dat zit dichter bij het reële rendement dan nu het geval is. Laten wij daar ook eerlijk over zijn. Een alleenverdiener tot €237.000 en twee partners samen tot bijna €480.000 gaan er straks op vooruit. Laten we dat ook eens durven te zeggen. Daarom vraag ik naar de aantallen.

De heer Omtzigt (CDA):


Dit is natuurlijk nog niet het begin van een antwoord. In de rekenmodellen van de regering is het verwachte rendement op obligaties 4%. Koop je een staatslening, dan krijg je 0,7% en moet je 1,2% belasting betalen. Je teert dus in op je vermogen volgens de sommen van de regering. Dat is een belastingpercentage van 160%, terwijl de VVD hier beweert dat het belastingpercentage 30% is. Wil de VVD toegeven dat die fictie in box 3 zeer weinig met de werkelijkheid te maken heeft?

Mevrouw Neppérus (VVD):


Ik geef dat niet toe, want ik denk er heel anders over dan de heer Omtzigt, die hier veel vragen over stelt. Hij doet nu alsof iemand alleen maar eenmalig heeft belegd in obligaties die net uitkomen. Het rendement daarop is thans laag. Wij gaan in het wetsvoorstel uit van een gemiddelde termijn. Eerder zijn er obligaties met een veel hoger rendement geweest die mensen nog steeds kunnen hebben. Daarnaast is het iemands eigen keuze waarin hij belegt. Het huidige systeem leidt ertoe dat ook nu mensen af en toe zullen klagen, bijvoorbeeld over de rente op de spaarrekening. Wij hebben allemaal meegemaakt dat de spaarrente omlaagging. Daarom is het van belang om zo snel mogelijk van het echte rendement uit te gaan. Laten wij het daarover eens zijn: daar moet je gewoon naartoe.

De heer Bashir (SP):


Allereerst klinkt het mij een beetje vreemd in de oren dat de VVD, als grootste partij in de Tweede Kamer, maar een paar woorden besteedt aan de vermogensrendementsheffing en de verdeling van de 5 miljard euro. Ik had meer verwacht, een grotere bijdrage. Maar ik had ook verwacht te horen hoe de VVD een en ander voor zich ziet, want het Belastingplan moet nog door de Tweede en Eerste Kamer. In de Eerste Kamer heeft het kabinet geen meerderheid. Er zal dus ook een opening moeten worden geboden aan de oppositie over dit soort onderwerpen of bepaalde onderwerpen, in die zin dat daarover gesproken kan worden. Maar laat ik er één onderwerp bij pakken: de lastenverlichting voor niet werkenden. Is het voor de VVD mogelijk om daarover door te discussiëren, zodat niet alleen de werkenden erop vooruitgaan maar ook de niet werkenden, de ouderen?

Mevrouw Neppérus (VVD):


Het kabinet heeft heel bewust gekozen om het werken te stimuleren om de economie verder te brengen. Voor heel lage inkomens en voor ouderen die een heel laag inkomen hebben, is gezegd: wij blijven op hetzelfde niveau. Wij zijn nog altijd een van de weinige landen in Europa en de wereld waar er gelukkig een AOW is voor een basisinkomen. Die is er en die zal er ook gewoon moeten blijven. Verder houd ik hier vandaag gewoon mijn verhaal. Ik ga straks heel serieus zitten luisteren naar iedereen, maar zoals je mag verwachten, vermoed ik dat gedachten en wensen nogal eens uiteenlopen. Ik heb straks lang de tijd om naar al mijn collega's te gaan luisteren. Dat wil ik ook gewoon doen.

De heer Bashir (SP):


Waar het kabinet voor kiest, weten wij inmiddels. Dat staat gewoon in het Belastingplan, maar ik was benieuwd of de VVD vandaag een opening geeft aan de oppositiepartijen om te bekijken of wij zaken kunnen verbeteren. In de afgelopen jaren, de crisisjaren, zijn de mensen die niet werkten, er flink op achteruitgegaan. Nu het beter gaat en er geld te verdelen valt, worden die mensen overgeslagen. Mijn vraag was simpel: kiest de VVD ervoor om ook te bekijken of het mogelijk is om een deel van het geld dat nu naar werkenden gaat, te besteden aan niet werkenden, bijvoorbeeld ouderen die flink hebben ingeleverd?

Mevrouw Neppérus (VVD):


Ook werkenden hebben ingeleverd en terecht, maar nu zeggen wij: voor de economie is het essentieel dat er weer meer gewerkt en verdiend wordt. Verder ga ik vandaag luisteren, maar er is heel bewust gezegd voor de werkenden: dat krijgt voorrang. Alleen voor de mensen die erop dreigden achteruit te gaan, is gezegd: ho, dat gaat niet gebeuren. Dat wordt gerepareerd. Dat zit in de voorstellen.

De heer Tony van Dijck (PVV):


Wij herinneren ons allemaal nog de heer Rutte, die het had over de inkomensafhankelijke krentenbollen — hilariteit alom — maar tegenwoordig is alles zodanig genivelleerd dat alleen nog de krentenbollen nog niet zijn genivelleerd. Ik wil een beetje zelfreflectie van de VVD: hoever is de VVD nog van plan te gaan met haar nivelleringsstrategie? Oké, de armoedeval is redelijk aangepakt, maar zij stapt nu in de nivelleringsval van de PvdA. Ik wil dat mevrouw Neppérus nog eens goed kijkt naar de doorrekening van afgelopen vrijdag. Ik schrik mij namelijk een hoedje als ik zie dat een kostwinner met een minimumloon een kleine €2.000 minder heeft dan een kostwinner met een modaal inkomen. Hoezo "werken moet lonen"? Ik ga van minimumloon naar modaal, ik verdien €16.000 meer en ik houd nog geen €2.000 over! Dat is toch niet de filosofie van de VVD, in die zin dat werken moet lonen? Dit is kapotgeslagen genivelleerd. De VVD moet ophouden met dat verder nivelleren en kapotnivelleren van de economie.

Mevrouw Neppérus (VVD):


Ik ben blij dat belastingtarieven eindelijk omlaaggaan, voor het eerst in jaren, en dat ook de hoogste schijf later begint. Ik hoop en vertrouw er bijna op dat de heer Van Dijck dat straks ook zelf zal zeggen, want echt, voor het eerst in jaren gaat de belasting omlaag, ook voor de middengroepen. Daar gaat het mij om. Dat is essentieel. De heer Van Dijck moet vooral de toelichting van het CPB zelf lezen. In de zomer zijn alle inkomensmodellen bekeken. Dat zit ook in het Belastingplan en de begroting Sociale Zaken verwerkt. Daarin zie je dat mensen er gemiddeld gewoon op vooruitgaan, soms heel behoorlijk. Dat is terecht. Voor de groep die het echt niet kan, worden terecht maatregelen getroffen.

Mevrouw Schouten (ChristenUnie):


Er is een aantal onderwerpen de revue gepasseerd die niet nieuw zijn, die al tijdens de Algemene Politieke Beschouwingen in moties vervat zijn. In die moties hebben bepaalde partijen een bepaalde richting proberen aan te geven voor veranderingen of, in mijn optiek, verbeteringen rondom het Belastingplan. In alle discussies, ook tijdens de Algemene Financiële Beschouwingen, is telkens verwezen naar de behandeling van het Belastingplan. Dat is nu. We moeten nu bekijken welke wijzigingen door de Kamer worden voorgesteld. Er werden al een aantal zaken aangekaart, onder andere rondom de eenverdieners. Wat ons betreft hoort daar ook de vergroening en de positie van chronisch zieken en gehandicapten bij. Iedereen heeft zo zijn eigen ideeën daarover. Toch hoorde ik mevrouw Neppérus alleen zeggen: ik ga luisteren. De cruciale vraag is eigenlijk of er überhaupt ruimte is bij de VVD om zaken te wijzigen.

Mevrouw Neppérus (VVD):


Ik ga luisteren. Als ik niets zou hoeven te horen, zou ik straks rustig buiten kunnen gaan wandelen. Ik zal horen of daar dingen bij zitten waarmee ik mij voordeel kan doen; uiteraard. Ik ga vandaag gewoon luisteren. Straks zal wel blijken dat die wensen nogal uiteenlopen. Dat is ook ieders recht, want elk van ons vertegenwoordigt zijn of haar eigen politieke stroming.

Mevrouw Schouten (ChristenUnie):


Het gaat er niet alleen om waar ik mijn voordeel mee kan doen. De politieke situatie is nu eenmaal dat er in de Tweede Kamer wel een meerderheid is, maar de grote vraag is of dat in de Eerste Kamer ook zo is. Natuurlijk besluit de Eerste Kamer zelfstandig over voorstellen. Maar de Eerste Kamer heeft nota bene al een richtinggevende motie aangenomen over de positie van de eenverdieners. Als mevrouw Neppérus dan zegt dat dit gewoon een goede maatregel is waar zij achter staat, dan wordt het toch wel een ingewikkelde zaak om meerderheden te gaan behalen. Dat is de politieke werkelijkheid. Kan mevrouw Neppérus in dat licht aangeven hoe haar eigen verhaal strookt met de politieke situatie?

Mevrouw Neppérus (VVD):


Mijn eigen verhaal is het VVD-verhaal: wij vinden dat werken moet lonen. Wij zijn dan ook blij dat dat eindelijk weer gaat gebeuren en dat de belasting omlaaggaat in vele schijven. Ik weet ook dat de coalitie geen meerderheid heeft in de Eerste Kamer, maar ook zij zal kunnen zien dat er een enorme lastenverlaging in zit. Nogmaals: ik luister, maar ook de collega's in de Eerste Kamer zullen zien dat het in dit Belastingplan voor het eerst sinds jaren weer om belastingverlaging gaat.

De heer Van Weyenberg (D66):


Het debat krijgt wel een bijzondere wending. Je krijgt bijna de indruk dat we vanaf nul beginnen. We hebben de Algemene Politieke Beschouwingen en de Algemene Financiële Beschouwingen echter al gehad. Mevrouw Neppérus geeft zelf toe dat van die 100.000 banen nog maar een derde over is. Elke poging tot meer ambitie vanuit de Kamer is door de coalitie afgestemd. De motie om het lokaal belastinggebied te vergroten, die samen met de SGP door ons is ingediend: afgestemd door de coalitie. De motie voor meer vergroening: vrij breed ondertekend door de oppositie en afgestemd door de coalitie. De motie om naar de fiscale behandeling van eigen en vreemd vermogen te kijken: bijna oppositiebreed ingediend, maar afgestemd door de coalitie. We beginnen dus niet vanaf nul. Blijft mevrouw Neppérus elke uitgestoken hand afwijzen om de ambitie en de banengroei te versterken? Zij moet niet luisteren, zij moet hom of kuit geven.

Mevrouw Neppérus (VVD):


Ik luister nu met verbazing naar de heer Van Weyenberg. In juni verscheen de brief over de stelselherziening en daar stond meer in. Deel één maakt nu onderdeel uit van het Belastingplan, maar er kon ook gesproken worden over verdere lastenverlichting, vergroening en uitbreiding van het lokale belastinggebied, waarover in dit huis zeer verschillend wordt gedacht. Daarover had gepraat kunnen worden, maar overleg bleek vervolgens niet mogelijk te zijn. Ik zal maar niet zeggen welke partij wegliep. Als het echter zo nadrukkelijk wordt gezegd, ben ik toch wel verbaasd.

De heer Van Weyenberg (D66):


Daar is-ie weer: we zouden zijn weggelopen. We zijn ook weggelopen, omdat er geen ambitie was om die 100.000 banen, die de partij van mevrouw Neppérus aan mensen belooft, waar te maken. Dat is een interessante jij-bak, maar het helpt ons geen moer verder. De conclusie is dat er motie na motie is ingediend door de oppositie voor meer ambitie, meer banen en meer vergroening, en dat de VVD samen met de Partij van de Arbeid al die moties wegstemt. Deze jij-bak is dus interessant, maar helpt ons echt niet verder. Er zijn in de Kamer voorstellen gedaan voor meer ambitie. Die voorstellen hadden ook op een meerderheid in de Eerste Kamer kunnen rekenen als de coalitie ze had gesteund. Waarom stemt de VVD constant tegen die moties? Ik wil niet weer geconfronteerd worden met het politieke trucje dat er weer over juni begonnen wordt. Er zijn de afgelopen maand concrete voorstellen gedaan. Waarom heeft de VVD tegen al die voorstellen gestemd?

Mevrouw Neppérus (VVD):


Ik ben verbaasd over het taalgebruik van de heer Van Weyenberg, maar goed, hij mag zijn eigen woorden kiezen. Hij moet daar maar even over nadenken.

De heer Van Weyenberg (D66):


Mijn vraag is: waarom?

Mevrouw Neppérus (VVD):


De heer Van Weyenberg gebruikte woorden als "geen moer". Ik neem aan dat hij het anders heeft geleerd. Hij windt zich kennelijk op. De VVD was net als de Partij van de Arbeid bereid om verder te praten. In de brief over de stelselherziening werd ook ingegaan op de vraag hoe je verder omgaat met vergroening afgezet tegen lastenverlichting en verdere banen en of je al dan niet iets met de gemeente moet doen. Op al die punten werd ingegaan in de brief van het kabinet. Daar houd ik het maar gewoon bij. Verder luister ik vandaag. Wie weet, zitten er heel goede ideeën bij. Ik hoop dat dat zo is.

De heer Dijkgraaf (SGP):


Laat ik proberen om het wat scherper te krijgen. Er is een motie aangenomen door de Eerste Kamer waarvan het dictum luidt: verzoekt de regering, met voorstellen te komen om de substantiële verschillen te verkleinen tussen eenverdieners en tweeverdieners en de Kamer hierover nader te informeren. Vindt de VVD-fractie dat de regering dat inderdaad moet doen of zegt zij tegen het kabinet: slaap gerust verder; doe maar niet en we zien het wel in de Eerste Kamer?

Mevrouw Neppérus (VVD):


Het VVD standpunt is dat werken gestimuleerd moet worden. Daardoor draait de economie beter en kan eindelijk een flinke lastenverlichting plaatsvinden. Daar gaat het ons om. Ik zou graag één keer per jaar, ten minste één keer per jaar, gewoon mijn eigen verhaal willen houden en dat doe ik hier dan ook. Dat is wat onze kiezers van ons verwachten. Wij menen oprecht dat je die banen nodig hebt voor een goed draaiende economie. De lastenverlichting die er nu in zit, is essentieel daarvoor. Iedereen gaat erop vooruit. Laten we dat ook gewoon eens zeggen. Alleen de situatie van ouderen met een heel laag inkomen blijft ongewijzigd, maar voor de rest gaan mensen erop vooruit. Dat vinden wij essentieel. Werken moet lonen.

De heer Dijkgraaf (SGP):


Dat verhaal was bekend. Dat heeft mevrouw Neppérus ook nadrukkelijk naar voren gebracht in haar eigen inbreng. Ik vind het prima dat zij dat doet, maar dat is dus niets nieuws. Mijn vraag was echter procedureel van aard. Er is een motie aangenomen waarin het kabinet verzocht wordt om met voorstellen te komen. Wat is vandaag de boodschap aan de regering? Zegt mevrouw Neppérus tegen de staatssecretaris: de motie is aangenomen, maar laat maar lekker zitten, want onze filosofie is dat werken loont en die voorstellen horen daarbij? Of zegt mevrouw Neppérus: ik heb mijn eigen verhaal, maar dit is wel de werkelijkheid en daar moet de regering wat mee?

Mevrouw Neppérus (VVD):


Ik zit hier als Tweede Kamerlid van de VVD. Wij zeggen dat werken moet lonen. Wij zijn blij met de lastenverlichting die erin zit, juist voor werkenden.

De heer Omtzigt (CDA):


Ik ga toch door op hetgeen de heer Dijkgraaf zegt. Mevrouw Neppérus geeft constant ontwijkende antwoorden. Eerst kreeg ik een ontwijkend antwoord op de vraag waar ik die 4% krijg. Die krijg ik namelijk nergens. Die blijft in de wet staan. Nu komt er weer een ontwijkend antwoord. De heer Van Dijck gaf net het voorbeeld uit de berekeningen van het CPB, die even makkelijk terzijde werden geschoven. Tussen een kostwinner op minimumniveau en een kostwinner op modaal niveau zit €17.000 bruto en na alleen de belastingen en de toeslagen nog maar €1.800 netto. Een kostwinner op modaal niveau heeft ook geen toegang tot een sociale huurwoning. Als hij gedwongen wordt om een huurwoning van €800 te betrekken, houdt hij minder per maand over dan een kostwinner die het minimumloon verdient. Een kostwinner met een modaal loon houdt door de afbouw van heffingskortingen, doordat hij geen toegang heeft tot de IACK en doordat de eenouderkop er niet is, minder over dan een kostwinner met een minimumloon. Wat heeft dit volgens de VVD te maken met het adagium dat werken moet lonen? Werken wordt op deze wijze gestraft, met een onderdeel van dit plan.

Mevrouw Neppérus (VVD):


Al deze zaken zijn door het CPB bekeken voordat de stukken naar de Kamer gingen. Er is een nadere studie gedaan waarvan het CPB zelf heeft gezegd dat je daar een heleboel kanttekeningen bij kunt plaatsen. Die plaats ik dus ook. Ik las de kanttekeningen uit de studie, die ik opeens kreeg. Het is volledig het recht van de oppositie om een studie te vragen. Laat ik dat erbij zeggen, maar ik zie geen reden om mijn standpunt te veranderen, juist ook omdat het CPB zelf op minstens vier plekken in het verhaal schrijft dat er nog kanttekeningen bij zijn te plaatsen.

De heer Omtzigt (CDA):


De kanttekening die geplaatst wordt, is dat dit een voorbeeld is met gezinnen met kleine kinderen van 0 tot 12. Dat hebben we gedaan, want daar zit de IACK. Maar om nou te zeggen dat dit een kleine irrelevante subgroep is … Als ik het voorbeeld neem van zes kinderen waarvan er één studeert en een ander in de kinderopvang zit, dan krijg ik ook heel rare effecten. Dat snappen wij echter wel, omdat die er niet veel zijn en omdat regelingen op elkaar inwerken. Dit is een standaardvoorbeeld van een man, een vrouw, twee kinderen en een modaal inkomen. Daar is helemaal niets gezochts aan, maar daarvoor loont werken niet. Vindt de VVD daar iets van? Dit gaat namelijk, zelfs volgens het CPB, om 250.000 huishoudens. Het gaat dus niet om een klein subgroepje dat we ergens in een hoekje gevonden hebben. Het is acht keer Coevorden in plaats van een keer, zoals mevrouw Neppérus net zei. Wil zij er een reflectie op geven wat zij hiervan vindt?

Mevrouw Neppérus (VVD):


Ik kreeg dat rapport zaterdag door wat twitteren, dus dat is de goede informatievoorziening. Ik zeg erbij dat het rapport zelf …

De heer Omtzigt (CDA):


Ik heb een punt van orde. Het stuk is naar de Kamer gestuurd en is een officieel Kamerstuk. Dat het ook op Twitter verspreid wordt, doet niet af aan het feit dat het een officieel Kamerstuk is.

Mevrouw Neppérus (VVD):


Ik stel vast dat de deelnemers aan dit debat dus kennelijk elke vijf minuten moeten kijken. Dankzij de tweets van de heer Omtzigt ben ik evenwel achter het tussenrapport van het CPB gekomen. In dat rapport plaatst het CPB hier inderdaad kanttekeningen bij. Ik heb altijd de informatie gehad dat iedereen erop vooruitging. Als dat anders is, dan zullen wij dat horen. Mij is evenwel uit eerdere CPB-berekeningen bij de begroting gebleken dat eigenlijk iedereen, ook werklozen, erop vooruitgaat en dat een kleine groep rond de 0% zit. Als de heer Omtzigt voorstellen heeft om die gaten te vergroten, dan hoor ik die graag. Het blijft zo dat wij juist willen dat er meer mensen gaan werken. Ik hoor zijn voorstellen straks echter aan.

De heer Tony van Dijck (PVV):


Ik wil mevrouw Neppérus aanspreken op haar verantwoordelijkheid als volksvertegenwoordiger. Uit het stuk blijkt dat je, als je van minimumloon naar modaal gaat — €16.000, want je doet je best en je klimt op — er nog geen €2.000 op vooruitgaat. Dat moet voor de VVD toch een wake-upcall zijn dat er hier iets hartstikke fout en scheef zit. Mevrouw Neppérus kan wel zeggen dat het CPB aangeeft dat het niet alles heeft meegenomen, maar als volksvertegenwoordiger van de VVD zou ik dan precies willen weten wat er niet is meegenomen en hoe het plaatje eruit zou zien als alles is meegenomen. Dat is haar verantwoordelijkheid. Ze moet zich er niet bij neerleggen dat het hartstikke scheef zit en vervolgens wegkijken en zaken wegmoffelen door te zeggen dat de kinderopvangtoeslag niet is meegenomen en dat het dus niet klopt. Nee, mevrouw Neppérus moet als verantwoordelijk volksvertegenwoordiger kijken waar dit hartstikke scheef gaat en waar we dat kunnen repareren.

Mevrouw

1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   12

  • Van Weyenberg
  • Tony van Dijck
  • Neppérus

  • Dovnload 431.68 Kb.