Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Het pakket Belastingplan 2016 en het wetsvoorstel Wet uitvoering Common Reporting Standard

Dovnload 431.68 Kb.

Het pakket Belastingplan 2016 en het wetsvoorstel Wet uitvoering Common Reporting Standard



Pagina3/12
Datum05.12.2018
Grootte431.68 Kb.

Dovnload 431.68 Kb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   12
Neppérus (VVD):
Ik heb hier kennis van genomen. Ik ga uit van wat ik vroeger heb gehoord van het CPB. Als het anders ligt, dan kunnen alle collega's dat gewoon zelf vragen, en dat zullen ze ook doen. Wij willen evenwel juist meer mensen aan het werk hebben, en dat is een bewuste keuze.

De heer Tony van Dijck (PVV):


Een ander voorbeeld: een alleenstaande moeder met minimumloon verdient meer dan een kostwinner op modaal niveau. Gaan er dan alarmbellen af of is de VVD gewoon blij is omdat ze beiden werk hebben?

Mevrouw Neppérus (VVD):


Wij willen gewoon werk hebben voor iedereen. Een alleenstaande moeder is er ook in eerdere berekeningen zo uitgekomen. Alleenstaande moeders worden vaak behoorlijk financieel gesteund, maar dat is iets teruggebracht. Verder kan de heer Van Dijck straks zijn eigen vragen stellen.

De heer Groot (PvdA):


Voorzitter. Ik zit nu vijf jaar in de Kamer. Dat zijn vijf zware jaren geweest waarin heel veel maatregelen moesten worden genomen om de Nederlandse economie en de overheidsfinanciën weer in het spoor te trekken. De mensen in het land hebben te maken gehad met forse lastenverzwaringen en pijnlijke ombuigingen. Bij elkaar gaat het om meer dan 50 miljard sinds het uitbreken van de crisis.

Het heeft lang geduurd, maar de Miljoenennota en het Belastingplan voor 2016 markeren een omslag ten goede. Dat is natuurlijk in de eerste plaats te danken aan alle inspanningen van miljoenen mensen in het land, maar het is ook te danken aan standvastig beleid van deze regering. We zien nu dat de huizenmarkt boven verwachting snel herstelt, we zien dat het vertrouwen bij de consument terug is, we zien dat de werkgelegenheid aantrekt en we zien dat de Nederlandse economie harder groeit dan de economie in de rest van Europa. Dat maakt het mogelijk dat er vandaag voor het eerst weer een Belastingplan ligt waarin de lasten voor de burgers fors dalen. De koopkracht stijgt flink, waarbij mensen met lagere inkomens er meer op vooruitgaan dan mensen met hoge inkomens. De PvdA is dus in grote lijnen blij met dit Belastingplan, vooral omdat er een zwaar accent is gelegd op verlaging van de lasten op arbeid.

Dat gezegd hebbende, erken ik dat de Raad van State een punt heeft: er zijn ook kansen gemist voor een ingrijpendere hervorming van ons belastingstelsel. Tijdens de Algemene Financiële Beschouwingen zijn daarover over en weer al heel veel jij-bakken gewisseld. Die wil ik niet herhalen. De oppositiepartijen verwijten de coalitie een gebrek aan daadkracht en de coalitie wijst erop dat andere partijen met betrekking tot verdergaande hervormingen niet thuisgaven of zelfs van de onderhandelingen wegliepen. Het heeft weinig zin om dat allemaal te herhalen. Ik stel alleen vast dat we hier met z'n allen de prijs betalen voor het feit dat we te maken hebben met twee Kamers, met twee zeer verschillende meerderheden. Dat maakt hervormingen er niet gemakkelijker op. Des te meer complimenteer ik de staatssecretaris voor het feit dat hij toch een aantal vereenvoudigingen tot stand weet te brengen.

De heer Van Weyenberg (D66):


Ik wil terug naar de afgelopen paar weken. De coalitie is op zoek naar steun, maar de Partij van de Arbeid stemt tegenwoordig tegen moties voor vergroening, die zeer breed vanuit de oppositie werden ingediend. Dat is ook nieuws. De Partij van de Arbeid stemt tegen moties over het gemeentelijk belastinggebied, die ook breed werden gesteund door de oppositie. De Partij van de Arbeid stemt ook tegen een motie over de behandeling van vreemd en eigen vermogen. Laten we inderdaad niet jij-bakken, maar ik begrijp niet waarom de coalitie continu en consequent stemt tegen deze moties, waarmee vanuit de oppositie juist werd geprobeerd om de ambitie te vergroten.

De heer Groot (PvdA):


Dat vind ik wel een vorm van jij-bakken. De behandeling van het eigen en vreemd vermogen staat bijvoorbeeld gewoon in ons verkiezingsprogramma. We hebben op een gegeven moment een deal gemaakt over dit Belastingplan. Dan kun je natuurlijk altijd allerlei "pestmoties" indienen. Natuurlijk steunen we die dan niet, want we gaan nu staan voor dit Belastingplan. Er zijn aanpassingen mogelijk, maar dat moet wel op zo'n manier dat het Belastingplan als geheel de twee Kamers passeert.

De heer Van Weyenberg (D66):


Ik maak bezwaar tegen de term "pestmoties". De motie van de SGP en D66 over het gemeentelijk belastinggebied was blijkbaar een "pestmotie". De motie-Slob over de vergroening was blijkbaar ook een "pestmotie". Volgens mij was het doel van die moties om te reageren op wat het kabinet tegen ons zei: "zorg voor meer ambitie, want de oppositie wil niet". Toen liet de oppositie op diverse punten zien dat zij absoluut wel wilde, maar toen stemde u daartegen. Ik vind het echt buitengewoon treurig dat u dat soort bewoordingen gebruikt, want die moties waren gericht op meer ruimte voor lagere lasten op arbeid of voor het vergroenen van ons belastingstelsel. Eerlijk gezegd vind ik uw antwoord zeer tekenend, want blijkbaar vindt u dat we alles bij het oude moeten laten. Als de oppositie constructieve plannen indient, snap ik nog steeds niet waarom u daartegen bent, zeker niet omdat u daar zelf zojuist fijntjes aan toevoegde dat het allemaal dingen uit uw verkiezingsprogramma zijn. Dan snap ik er helemaal niets meer van.

De heer Groot (PvdA):


In de zomer hebben we geprobeerd te bekijken welke ambities we konden realiseren met dit nieuwe Belastingplan. Dan kom je er op een gegeven moment achter dat er onvoldoende draagvlak is om verdergaande hervormingen door beide Kamers te krijgen. Dan heb je je op dat moment bij die situatie neer te leggen. Dan doe je wat je kunt. Dan kun je achteraf natuurlijk weer moties indienen waarin de Partij van de Arbeid wordt herinnerd aan wat zij eigenlijk het liefst had gewild, maar dat kunnen wij dan niet steunen. Dat laat onverlet dat we in ons verkiezingsprogramma natuurlijk weer zullen opnemen dat we — om dat voorbeeld te noemen — naar een evenwichtigere behandeling van eigen en vreemd vermogen toe willen. Misschien kunnen we dat al eerder realiseren, want er is volgend jaar weer een belastingplan.

De heer Grashoff (GroenLinks):


Ik pak de draad van de heer Van Weyenberg op. Heel terecht vroeg hij de PvdA ook waar er nu ruimte is. Dan heb ik het niet over "pestmoties" en jij-bakken en over wat er de afgelopen week is gebeurd, maar wel over de ruimte die er vandaag en tijdens de komende behandeling zit in het Belastingplan. Is de heer Groot het met mij eens dat we onszelf een slechte dienst bewijzen als we nu een Belastingplan vaststellen waarin we niet in staat zijn om een vergroening tot stand te brengen? Is hij het met mij eens dat hij nu met een aantal partijen in deze Kamer zou moeten samenwerken om te bekijken hoe we de vergroening wél tot stand kunnen brengen, op zodanige wijze dat dit kan bijdragen aan het verkrijgen van een meerderheid voor het Belastingplan in beide Kamers?

De heer Groot (PvdA):


Ja, ik ben zeer voor meer vergroening. Dat is geen geheim. De randvoorwaarde is wel dat we enig comfort hebben dat het totaalpakket waartoe we binnen twee, drie weken komen, door beide Kamers komt. Ik zal dus ook wat wensen kenbaar maken, maar ik heb in feite dezelfde opstelling als mevrouw Neppérus. Ik ga horen wat de Kamer wil. Daarna moeten we bekijken hoe we daarvan een combinatie kunnen maken, zodanig dat we erop kunnen vertrouwen dat het langs twee Kamers komt. Zo zullen we dat moeten wegen.

De heer Grashoff (GroenLinks):


Ik heb het gevoel dat de heer Groot de zaak omkeert. Er ligt nu een voorstel voor dat met hoge mate van waarschijnlijkheid níét kan rekenen op een meerderheid in twee Kamers. Het lijkt mij de verantwoordelijkheid van de verantwoordelijke coalitiepartijen om zich ten minste in te spannen om dat wel voor elkaar te krijgen. Dat is toch iets anders dan: we luisteren en we zien wel wat we ermee doen. Mijn insteek was om alsnog, na de teleurstellende ervaringen van de afgelopen tijd, in constructieve zin mee te werken om tot een plan te komen dat die steun kan krijgen. Daar wil ik antwoord op hebben. Gaat de heer Groot er met mij in mee dat daarin vergroening moet komen te zitten? Maakt de Partij van de Arbeid zich daar sterk voor? Als hij daar duidelijk ja op kan zeggen, heeft het misschien zin om hier een hele dag met elkaar te praten. En anders kan ik beter gaan koffiedrinken.

De heer Groot (PvdA):


De Partij van de Arbeid wil zich sterk maken voor vergroening, maar er geldt wel een randvoorwaarde. Het gehele Belastingplan moet vervolgens twee Kamers kunnen passeren. Daar hangt het van af.

De heer Bashir (SP):


Ik wil even terugkomen op de woorden van de heer Groot dat mensen met een laag inkomen er het meest op vooruitgaan en mensen met een hoog inkomen er ook op vooruitgaan, maar minder. Ik pak gewoon de getallen erbij. Iemand die €74.000 verdient, gaat er meer dan €1.000 op vooruit. Iemand die €19.000 verdient, gaat er maar €130 op vooruit. Kan de heer Groot uitleggen hoe het kan dat deze getallen niet overeenkomen met wat hij zegt? Ik kan ook de gepensioneerden er nog bij pakken: zij gaan er €50 op vooruit, terwijl iemand die meer dan €70.000 verdient er meer dan €1.000 op vooruitgaat. Ik kan dat niet helemaal begrijpen.

De heer Groot (PvdA):


Het is goed gebruik om koopkrachtplaatjes te analyseren. Dat is de enige zinnige manier. Dit is ook een herhaling van de discussie tijdens de Algemene Financiële Beschouwingen. In elke economiestudie wordt onderwezen dat het de enige zinnige manier is om te kijken naar procentuele veranderingen. Ik leg het langs die maatlat. Als je wilt weten wie er meer op vooruitgaan, kijk je naar procenten. Dan zie ik dat alleenstaanden met een minimumloon er maar liefst 5% op vooruitgaan, terwijl het gerekend over alle huishoudens 1,4% is. Voor een alleenstaande ouder is het 4,3%. Het algemene beeld dat lagere inkomens er relatief meer op vooruitgaan, houd ik dus staande, maar op basis van procentuele mutaties en niet op basis van absolute bedragen. Dat is geen goede manier om ernaar te kijken.

De heer Bashir (SP):


In procenten gaan de lagere inkomens er het meest op vooruit, maar in centen gaan ze er het minst op vooruit. Dat kan de heer Groot niet ontkennen. Is de heer Groot dus bereid om het geld dat nu wordt gebruikt om mensen die meer dan €70.000 verdienen, er €1.000 op vooruit te laten gaan, te gebruiken om iedereen erop vooruit te laten gaan? Als we dat zouden doen, gaat iedereen er €100 extra op vooruit, in plaats van een paar mensen meer dan €1.000.

De heer Groot (PvdA):


Ik vind dit geen zinnige discussie, omdat je moet kijken naar procentuele mutaties. Stel je eens voor wat er zou gebeuren als je bezuinigingen zou omrekenen naar absolute bedragen. Wat als lage inkomens in absolute bedragen even veel moeten inleveren als hoge inkomens? Dan kom je volgens mij van een heel koude kermis thuis. Je voert de discussie dus in termen van procentuele mutaties. Zo doet het Centraal Planbureau het ook. Dat is de zuiverste benadering.

De heer Dijkgraaf (SGP):


Het is mooi dat de heer Groot zegt dat hij uiteindelijk voorstellen wil die op breed draagvlak kunnen rekenen, maar ik begin me wel zorgen te maken over het proces. De oppositiepartijen hebben ruim vijf weken geleden al aangegeven wat zij willen. Dat is elke keer vooruitgeschoven met de mededeling: dat bekijken we bij het Belastingplan. Op dit moment hebben we die discussie tussen coalitie en oppositie, maar er komt eigenlijk niks. Ik hoor helemaal geen inhoudelijke duiding van welk voorstel dan ook van de oppositiepartijen. Volgende week gaan we de discussie met de staatssecretaris aan. Daarna voeren we het debat nog plenair. Wanneer gaat de coalitie aangeven wat zij wel en niet wil?

De heer Groot (PvdA):


Ik denk dat we dat meteen na het antwoord van de staatssecretaris doen. Dan hebben we een overzicht van voorstellen en kunnen we bekijken hoe die met elkaar combineren zodat je er vertrouwen in kunt hebben dat het beide Kamers passeert. Het heeft weinig zin als ik nu ga zeggen "dit niet, dat wel", want misschien vallen er dan weer andere partijen af waardoor er alsnog geen meerderheden zijn. Ik denk dus dat dat geen verstandige aanpak is.

De heer Dijkgraaf (SGP):


Dat is wel erg vanuit de politiek gedacht. Dan gaat het inderdaad om een meerderheid en het daarop loslaten van een wiskundig programma, en dan maar zien wat eruit komt. De Partij van de Arbeid heeft toch wel een inhoudelijke duiding? Laat ik de eenverdiener noemen. Vindt de heer Groot met mij dat het eigenlijk onrechtvaardig is als driekwart van de eenverdieners helemaal geen keus heeft om al dan niet te gaan werken? Daar zou de PvdA toch voor moeten opkomen, in plaats van hun weer de voordelen te onthouden die anderen wel krijgen?

De heer Groot (PvdA):


Dit is een resultaat dat in de coalitie tot stand is gekomen. Dit is onze keuze en ons voorstel. De heer Dijkgraaf vraagt hoe ik hier inhoudelijk tegenover sta. We hebben niet alles binnengehaald. Ik had bijvoorbeeld graag meer vergroening gewild. Ik denk echter dat dit bereikte compromis goed is voor Nederland en daarom wil ik het voluit verdedigen. De positie van de alleenverdiener is een al lang bestaande ongelijkheid. Dat is het gevolg van het belastingsysteem dat we hebben. We hebben namelijk twee principes. Voor inkomensondersteuning kijken we naar huishoudensniveau en daar hebben we toeslagen voor, en de belastingheffing is in principe individueel. Daar komen verschillen uit voort. De individualisering van het belastingstelsel ging heel uitdrukkelijk gepaard met een agenda om te komen tot bevordering van arbeidsparticipatie en emancipatie.

De voorzitter:


Ik zie nog drie woordvoerders die een vraag willen stellen. Dit was pas de inleiding. Als de vragen niet over het proces gaan, stel ik voor de vragen te bewaren tot het moment dat de heer Groot bij het desbetreffende onderwerp is beland.

De heer Omtzigt (CDA):


Ik heb een vraag over het proces. Daar heb ik mevrouw Neppérus niet echt over gehoord. De oppositiepartijen hebben de afgelopen maanden in variërende vormen vier voorstellen op tafel gelegd. Er ligt een aangenomen motie in de Eerste Kamer over de eenverdiener. Er ligt een aangenomen motie in de Eerste Kamer over de ouderen, die er zeer bekaaid vanaf komen. Er is met zeventien zetels aan de linkerkant een breed draagvlak voor vergroening. Wij behoren daar niet toe, maar daarvoor kan wel gekozen worden. Verder hebben wij ook gevraagd om box 3 af te splitsen. Zijn er op deze vier punten mogelijkheden bij de coalitie? Of heeft de PvdA een moeizaam compromis met de VVD kunnen sluiten, ook al is dat niet zo fraai en is dat het beste wat zij kan doen, zoals de heer Groot net zei, en luistert zij daarom niet naar de oppositie die alleen maar met pestmoties bezig is?

De heer Groot (PvdA):


Ik heb niet gezegd dat het een moeizaam compromis is of dat het niet fraai is. Het is moeizaam in de zin van de politieke verhoudingen, meer breed. Ik denk dat deze uitkomst goed is voor Nederland, dus op zichzelf wil ik dit voorstel van harte verdedigen. De heer Omtzigt noemt vier punten. Natuurlijk is er ruimte voor om iets te doen voor vergroening, ouderen of eenverdieners. Het lijkt me echter een heel slecht idee om box 3 af te splitsen, vooral omdat ik het niet eens ben met de stelling van de heer Omtzigt dat dit van nature niet thuis zou horen in het Belastingplan. Dat hoort het mijns inziens wel. Op die andere drie punten is er wel ruimte voor aanpassingen, zeker als die de kans vergroten dat het geheel twee Kamers zal gaan passeren.

De heer Omtzigt (CDA):


Dank voor die laatste opening. Dat is heel helder. Er is dus ruimte binnen de coalitie, bij de Partij van de Arbeid en de VVD, om iets te doen voor de eenverdiener, vergroening — waar wij niet naar vragen, maar dat geef ik maar even mee — en om de ouderen eindelijk niet langer te vergeten, zoals de Eerste Kamer heeft gevraagd. Ik heb ook goed beluisterd bij de heer Groot dat we na het antwoord van de heer Wiebes in eerste termijn zullen horen welke mogelijkheden er zijn. Ik doe nu alvast het procedurele voorstel om na de eerste termijn van de heer Wiebes anderhalf uur te schorsen, zodat we weten waar werkelijk ruimte is. Dan kan de coalitie na twee maanden lang vragen en vragen eindelijk zeggen of zij iets ziet in bepaalde plannen van de oppositie en deze niet langer wegzetten als pestmoties.

De heer Groot (PvdA):


Dat lijkt me een goed ordevoorstel.

Mevrouw Schouten (ChristenUnie):


Dit is ook mijn vijfde Belastingplan, maar het is voor het eerst dat ik merk dat de oppositie het meest hengelt naar steun van de coalitie. Meestal is het omgekeerd. We zijn allemaal op zoek naar duidelijkheid. Ik denk dat we het wel scherp krijgen als er wordt gezegd wat principieel is voor de coalitie in het Belastingplan en wat pragmatisch. Met andere woorden: aan welke punten mag niet getornd worden? Dan kunnen we constateren op welke punten dat wel mag. Kan de heer Groot daar duidelijkheid over geven?

De heer Groot (PvdA):


Een van die grote lijnen in het Belastingplan is wat mij betreft de stap naar het eerlijker belasten van vermogens. Er is bij de belastingverlichting een zwaar accent gelegd op het verlagen van lasten op arbeid. Dat is een ankerpunt dat ik in ieder geval overeind wil houden.

Mevrouw Schouten (ChristenUnie):


Dat geeft heel veel ruimte. Dat lijkt mij ook wijs. Ik constateer wel dat een randvoorwaarde voor de PvdA is dat de wijziging die wordt geïntroduceerd van de vermogensrendementsheffing, wordt aangenomen. Klopt dat?

De heer Groot (PvdA):


Het is niet verstandig om je helemaal vast te leggen, maar de vermogensrendementsheffing is inderdaad een heel zwaar punt.

De heer Klein (Klein):


Even over dat proces …

De heer Groot (PvdA):


Dat laat onverlet dat je altijd aanpassingen kunt doen. Het beginsel dat we eindelijk een begin maken met het eerlijker belasten van vermogens vindt de Partij van de Arbeid heel belangrijk.

De heer Klein (Klein):


Ik begrijp dat de VVD en de Partij van de Arbeid willen gaan shoppen in de voorstellen van de oppositie, met het oog op de verhoudingen in de Eerste Kamer. Dat betekent dat ik nog even overleg moet hebben met mijn onafhankelijke senator om te kunnen shoppen.

De heer Omtzigt (CDA):


Een senator?

De heer Klein (Klein):


Ja, er is ook nog een onafhankelijke senator in de Eerste Kamer.

De heer Omtzigt (CDA):


Is die van u?

De heer Klein (Klein):


Nee, maar met die senator moet je goed overleg voeren. Zo werkt dat. U overlegt toch ook met uw Eerste Kamerfractie? Ik zal ook overleg plegen om zo te kunnen shoppen. Of is het pakket van 5 miljard voor de heer Groot in beton gegoten? Dat is natuurlijk de kern.

De heer Groot (PvdA):


Ik heb net een paar zwaartepunten aangegeven. Het verlagen van de lasten op arbeid is een heel belangrijk onderdeel daarvan. Aanpassingen zijn echter wel mogelijk.

De heer Van Weyenberg (D66):


Ik durf bijna niets meer, want elke poging tot het tonen van ambitie komt volgens de coalitie inmiddels neer op pesten. Laat ik toch nog een poging wagen. Ik had eigenlijk verwacht dat de heer Groot nog een andere rode lijn zou noemen, namelijk dat plannen moeten leiden tot meer banen in plaats van tot minder banen. Wil hij dat bevestigen? Ik neem dat de coalitiepartijen alleen maar bereid zijn om zaken te doen als dat tot meer banen leidt.

De heer Groot (PvdA):


Dit Belastingplan leidt tot meer banen en daar zijn we heel blij om.

De heer Van Weyenberg (D66):


De plannen van D66 leiden nog tot 40.000 extra banen, maar dat was niet mijn vraag. De heer Groot had het over rode lijnen. Ik neem dus aan dat de fractie van de Partij van de Arbeid geen voorstellen zal steunen die leiden tot minder banen dan in de plannen van het kabinet. Ik vind al dat er sprake is van veel te weinig banen, maar los daarvan: gaat de heer Groot plannen steunen die leiden tot minder banen?

De heer Groot (PvdA):


Ik ben blij dat D66 erkent dat zij met haar alternatieven ook die 100.000 banen niet haalt waar zij het heel vaak over had.

De heer Van Weyenberg (D66):


D66 heeft die ook nooit beloofd. Ik hoor dat mijn collega's eraan twijfelen en tegen hen zeg ik: wij zitten niet in het kabinet. Wellicht zijn sommige collega's dat vergeten. Het zou best een goed idee zijn, maar daar ging het nu niet over, geloof ik.

De heer Groot (PvdA):


Het tweede deel van mijn antwoord is dat ik die garantie niet kan geven. Als je bijvoorbeeld iets doet voor alleenverdieners, zie je dat dit in de modellen van het CPB leidt tot iets minder banen. Daar moet je dan toch een afweging in maken. Wat ben je bereid op te geven op dat punt? Het is zoals het is.

De voorzitter:


Dan kunt u nu verder met uw betoog. U was bij uw inleiding en u was net complimenten aan het kabinet aan het uitdelen.

De heer Groot (PvdA):


Ja, mijn complimenten voor de staatssecretaris, omdat hij toch een aantal vereenvoudigingen tot stand heeft weten te brengen en omdat hij de ambitie heeft uitgesproken om daar volgend jaar mee door te gaan. De bijlage bij het Belastingplan, het lijstje met vereenvoudigingen die de staatssecretaris nog onder handen heeft, is toch wel wat kort. Het gaat dan over politiek wat minder gevoelige zaken. Kan de staatssecretaris een wat ambitieuzere lijst van vereenvoudigingen naar de Kamer sturen? Ik denk met name aan heel bewerkelijke regelingen voor de Belastingdienst, aan een top tien of een top twintig van hoofdpijndossiers voor de Belastingdienst waarover de Kamer zich de komende jaren kan buigen. Ik heb al eerder gevraagd om een analyse van belastinguitgaven en aftrekposten waarvan de effectiviteit dubieus is. Het is ook handig voor het opstellen van verkiezingsprogramma's als de Kamer een dergelijke analyse kan ontvangen.

Het Belastingplan met bijbehorende wetten is een stuk dikker dan in voorgaande jaren. Dat is in dit geval goed nieuws. In die heel dikke pakken wetgeving gaat het namelijk voor een heel groot deel om maatregelen tegen nationale en internationale belastingontwijking. De Partij van de Arbeid is daar blij mee.

Ik heb nog een aantal opmerkingen over box 3. Ik dank de staatssecretaris voor de zeer uitvoerige antwoorden in het nader verslag. Die beslaan maar liefst 37 bladzijden, exclusief bijlagen. Dat komt nog boven op alles wat al gezegd is bij de Algemene Financiële Beschouwingen. Laat er geen misverstand over bestaan, ook de Partij van de Arbeid vindt de gekozen oplossing niet ideaal. Wij zien ook liever een belasting die aangrijpt bij de werkelijke vermogensaanwas. Maar ik denk dat de staatssecretaris overtuigend heeft betoogd dat dit voor 2017 helaas nog geen begaanbare weg is. We hebben een uitgebreide hoorzitting gehad over box 3. Daarin hebben we veel kritiek gehoord op de plannen, maar ik heb geen alternatief gehoord dat beter zou zijn dan wat we nu hebben én dat binnen een jaar uitvoerbaar zou zijn. Sommigen spraken overigens ook steun uit. Dat maakt de box 3-maatregel, met al zijn beperkingen, toch een flinke vooruitgang. 90% van de belastingplichtigen gaat erop vooruit, het omslagpunt ligt hoog en het systeem wordt eerlijker. Ook gaat de vrijstelling omhoog en verbetert de aansluiting bij werkelijk behaalde rendementen. Ik heb nog wel twee vragen.

De staatssecretaris heeft gezegd dat er voortvarend wordt gewerkt aan een nieuw systeem. Wat betekent "voortvarend" in dit verband? Ik sluit aan bij mevrouw Neppérus: ik zou wat meer onderbouwing willen hebben van de manier waarop de staatssecretaris dit project gaat aanpakken. Ook vraag ik hem ons regelmatig van de voortgang op de hoogte te stellen.

Mijn tweede vraag gaat over ontwijkingsconstructies bij de vermogensrendementsheffing. Je hoort van fiscale adviseurs heel veel verhalen over de zogenoemde vrijgestelde beleggingsinstelling. Als je je vermogen daarin onderbrengt, betaal je effectief minder dan in het hoge tarief van box 3. Wat gaat het kabinet doen als dit uit de hand gaat lopen? Ik vraag hiermee ook een beetje naar het bestaansrecht van zo'n vrijgestelde beleggingsinstelling. Wordt het niet tijd om een aparte rechtsfiguur te reserveren voor ondernemingen die echt ondernemen met hun kapitaal?

Dan wil ik ingaan op het emigratielek van aanmerkelijkbelanghouders, de zogenoemde Belgiëroute. Ik stel al jarenlang aan de kaak dat box 2 meer in het algemeen zo lek als een mandje is. Directeuren-grootaandeelhouders kunnen gewoon door te emigreren, bij voorkeur naar België, op een kinderlijk eenvoudige manier de belastingheffing in box 2 ontlopen. Ik dank de staatssecretaris ervoor dat hij de motie-Groot/Bashir heeft uitgevoerd. Daarin werd verzocht om dit lek te dichten.

Ik heb nog wel een paar vragen en opmerkingen. De PvdA had op zichzelf graag gezien dat bij het afsluiten van de Belgiëroute ook de belastingclaims zouden zijn betrokken op vermogens die al naar het buitenland vertrokken zijn. Blijkens het nader verslag zou dat 650 miljoen aan belastingopbrengsten hebben opgeleverd. Wij zijn geschrokken van dat bedrag, want het betekent dat er in de laatste jaren tussen de 2,6 en 3 miljard euro over de grens is gegaan. Er is een hele grote kans dat die voor altijd onbelast blijft.

Hoe is het in hemelsnaam mogelijk dat dit evidente belastinglek zo lang heeft kunnen bestaan? Het bestaat immers al sinds de jaren negentig en het gaat gewoon om Nederlands belastinggeld. Er werd al jaren openlijk mee geadverteerd door fiscale adviesbureaus. Ook in het Belastingplan wordt eigenlijk ronduit erkend dat er sprake was van een vorm van belastingvrijdom omdat de Belastingdienst hiervan niets binnenhaalde. De conserverende aanslagen waren papieren tijgers. De staatssecretaris en zijn voorgangers zeggen altijd dat de Belastingdienst alert is op ontwijkende constructies, maar naar aanleiding van de Belgiëroute vraag ik mij af of dit wel zo is. Ik constateer toch dat het ministerie jarenlang heeft zitten slapen. Graag krijg ik een reactie hierop.

Daarbij heb ik vooral ook het verzoek dat dit soort ontwijkingsconstructies in de toekomst actiever worden opgespoord. Hoe gaan we daarvoor zorgen? Ik zou graag een concreet plan van de staatssecretaris zien waarin staat hoe hij dit gaat aanpakken, bijvoorbeeld via een taskforce of hoe je het ook wilt noemen. We moeten hiervan af.

De heer

1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   12

  • Tony van Dijck
  • Van Weyenberg
  • Groot
  • Omtzigt

  • Dovnload 431.68 Kb.