Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Het pakket Belastingplan 2016 en het wetsvoorstel Wet uitvoering Common Reporting Standard

Dovnload 431.68 Kb.

Het pakket Belastingplan 2016 en het wetsvoorstel Wet uitvoering Common Reporting Standard



Pagina5/12
Datum05.12.2018
Grootte431.68 Kb.

Dovnload 431.68 Kb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   12
Van Vliet (Van Vliet):
De heer Groot is bezig aan zijn internationale blok. Ik heb daarover nog een vraag aan hem. Laatst kwam in het nieuws dat de Europese Commissie op- en aanmerkingen heeft over een ruling specifiek ten aanzien van de koffieketen Starbucks. Ik las een nogal forse uitlating van de heer Groot hierover in de pers. Hij gaf namelijk aan dat wij nu toch maar weer moesten gaan kijken naar het rulingsysteem dat wij in Nederland hebben. Mijn vraag is nu of hij dat gaat waarmaken en of hij het hele rulingsysteem ter discussie gaat stellen. Of gaan wij gewoon inhoudelijk bekijken of de Europese Commissie niet veel te ver voor de troepen uit heeft gelopen en gewoon een dom oordeel heeft afgegeven en of er misschien sprake is van een eenmalig incident of een uitwas, mocht er een kern van waarheid zitten in het oordeel van de Europese Commissie?

De heer Groot (PvdA):


Ik heb niets tegen de rulingpraktijk in Nederland als zodanig. De Rekenkamer heeft ook bevestigd dat die praktijk op zichzelf robuust is en zorgvuldig wordt uitgevoerd. Ik heb dus geen probleem met de Nederlandse ruling-praktijk. Ik zie het als vooraf zekerheid geven over hoe een wet wordt uitgelegd. Dat gebeurt ook bij afspraken met de bakker om de hoek. Daarnaast is er de kwestie van de verrekenprijzen, de royalties. Daar lopen in OESO-verband een heleboel initiatieven over. Of Nederland hier het bestaande beleid goed heeft uitgevoerd, zullen we zien als het kabinet, zoals ik verwacht, in hoger beroep gaat. Mocht Nederland in het gelijk gesteld worden, dan nog is het onverteerbaar dat een internationaal concern, in dit geval Starbucks, zo kan schuiven met de royalties dat het effectief nauwelijks belasting betaalt in een land, terwijl gewone cafés en restaurants wel volledig onderworpen worden aan winstbelasting. Er moet dus wel degelijk iets gebeuren aan de manier waarop er wordt omgegaan met de royalties, de verrekenprijzen. Op zichzelf heb ik evenwel geen probleem met de rulingpraktijk. Misschien stelt dit de heer Van Vliet gerust.

De heer Van Vliet (Van Vliet):


Het is even voldoende.

De voorzitter:


Dan is het woord aan de heer Grashoff voor een interruptie.

De heer Grashoff (GroenLinks):


De heer Groot zegt volgens mij terecht dat hij in zijn algemeenheid niet zo'n probleem heeft met het begrip "ruling" en ook niet met de rulingpraktijk. Het lijkt mij dat de rulingpraktijk nu vol in de schijnwerpers staat naar aanleiding van de Starbucksaffaire. Is de heer Groot het met mij eens dat wij hier heel eenvoudig de regel zouden kunnen introduceren dat de Nederlandse fiscus niet meewerkt aan een constructie als die de evidente bedoeling heeft om de belasting hier dan wel elders tot ongeveer nul terug te brengen? De regel zou direct aansluiten bij de staatssteunregels van de EU.

De heer Groot (PvdA):


Volgens mij is dat al praktijk. Met de rulingpraktijk bedoel ik de verwachting die belastingplichtigen kunnen hebben dat zij bij de Belastingdienst kunnen aankloppen met de vraag hoe zij de wet moeten uitleggen en hoe zij zekerheid vooraf kunnen krijgen. Daar is volgens mij niets mis mee. De Europese Commissie vindt dat ook; dat heeft zij expliciet uitgesproken. De kwestie hier is of de wetten wel goed zijn uitgelegd en of de systematiek van de verrekenprijzen wel goed is uitgelegd. Dat wordt betwist. Wij wachten het eventuele hoger beroep hierover af. Als Nederland in het gelijk wordt gesteld, is er volgens mij trouwens nog steeds reden om de regels aan te passen. Het resultaat was namelijk dat, in dit geval, Starbucks nauwelijks belasting betaalde. En dat moeten wij niet willen.

De heer Grashoff (GroenLinks):


Laat ik een heel eenvoudige en concrete handreiking doen. Volgens mij is er helemaal niemand tegen de afspraken om vooraf zekerheid te verschaffen, de Europese Commissie niet en wij ook niet. Het gaat erom hoe en met welk doel dat gebeurt. Het lijkt mij een heel eenvoudige regel dat je niet meewerkt aan een constructie die evident de bedoeling heeft om de belasting tot nul of een minimum terug te brengen. Is de heer Groot dat met mij eens? Ik ben graag bereid om daar nog in deze vergadering een motie over in te dienen en ik verwacht dan dat de heer Groot die van harte zal steunen.

De heer Groot (PvdA):


Als je echt hard kunt maken dat er helemaal geen winst wordt gemaakt, dan hoeft er ook geen belasting te worden betaald. In het geval van Starbucks kon dat niet. De Belastingdienst moet er natuurlijk niet aan mee willen werken om de winst die economisch gezien wordt gemaakt, gekunsteld naar nul terug te brengen. Ik denk dat het moeilijk is om dit in een eenvoudige regel vast te leggen. Ik denk dat we het helemaal met elkaar eens zijn dat rulings beperkt moeten zijn tot het vooraf geven van zekerheid over hoe de wet moet worden uitgelegd. Rulings mogen op geen enkele manier een hulp zijn bij het ontwijken van belasting die eigenlijk wél betaald zou moeten worden. Daar zijn wij het volgens mij over eens.

De heer Bashir (SP):


Deze kwestie is naar buiten gekomen dankzij de Europese Commissie. Als de Europese Commissie niets had gedaan en deze zaak niet had bekeken, was dit helemaal niet naar buiten gekomen. Zou het niet verstandig zijn om in principe alle rulings, al dan niet geanonimiseerd, openbaar te maken, tenzij er zwaarwegende gronden zijn om dat niet te doen?

De heer Groot (PvdA):


Dan kom je bij het probleem dat belastingplichtigen recht op privacy hebben. En er zijn honderdduizenden rulings. Er is een spreekwoord: de beste manier om een boom te verstoppen, is in een bos. Daar loop je dan tegenaan. Wat volgens mij op dit punt zeer gaat helpen, is country-by-country reporting. Bedrijven maken dan transparant waar zij winst maken en waar zij daarover belasting betalen. Als bedrijven in de wind komen te staan, wordt dit soort problemen vanzelf opgelost. Dan ontstaat er ook publieke druk en dan nemen de prikkels en de mogelijkheden voor bedrijven af om op deze manier belasting te ontwijken. Dat lijkt mij een vruchtbare route.

De heer Bashir (SP):


Als de Europese Commissie dit niet had onderzocht, was er helemaal niets naar buiten gekomen en hadden wij deze discussie hier niet kunnen voeren. Het probleem blijft dus dat wij als Kamer nooit ons controlerende werk kunnen doen als al die rulings geheim blijven. Als die rulings openbaar zijn — ook al zijn dat er duizenden of honderdduizenden — kunnen we in ieder geval bekijken wat er afgesproken is en kunnen we de regering controleren. Als de Belastingdienst niets anders doet dan gewoon uitleggen hoe de wet uitgevoerd moet worden, lijkt mij er niets mis mee om dat openbaar te maken. Ik begrijp dus niet waarom wij niet meteen kunnen afspreken dat rulings in principe openbaar en transparant zijn, zodat iedereen weet aan welke regels bedrijven zich moeten houden.

De heer Groot (PvdA):


Belastingontwijking gaat vaak ten koste van andere landen. Straks gaan we zien dat de rulings uitgewisseld gaan worden met andere belastingdiensten. Als andere belastingdiensten benadeeld worden, zullen zij dat dus gaan zien. Daar gaat een belangrijk corrigerend effect van uit. Ik denk dat het voor ons als Kamerleden ondoenlijk is om honderdduizenden rulings door te vlooien. Ik weet niet hoeveel tijd de heer Bashir heeft, maar ik heb daar in ieder geval geen tijd voor. Uitwisseling van rulings door belastingdiensten is volgens mij een belangrijke veiligheidsklep. Ik denk dat ook country-by-country reporting een heel grote stap vooruit zal betekenen.

Tot slot ga ik in op de common reporting standard. Daarover is er een apart wetsvoorstel naar het model van de FATCA. Ondanks alle kritiek die daar ook op is, zie ik de FATCA uiteindelijk als een zegen, in die zin dat zij heeft geleid tot het einde van het bankgeheim, eerst in Zwitserland en straks ook in Oostenrijk. Wat dat betreft kunnen we nog heel wat van de Amerikanen leren, ook bij het toepassen van sancties als wetten worden overtreden. Je ziet dat banken bibberen voor de FATCA vanwege de bronbelasting die daarmee boven hun hoofd hangt. Waarom doen we dat dan niet in Nederland? In Nederland volgt bij overtreding van de wet over de common reporting standard een vergrijpboete. Is dat niet te weinig afschrikwekkend en kunnen we op dit punt niet leren van de Amerikanen door het nakomen van wetten echt af te dwingen?

De voorzitter:
Ik stel voor dat we tot 13.45 uur schorsen voor de lunch. Ik constateer dat de Kamerleden daarmee instemmen. Ik vraag iedereen om dan terug te komen, want er is vaak gezegd dat we vanmiddag gaan horen wat de Kamer wil. Dat belooft veel. Dat wordt dus heel erg interessant.

De vergadering wordt van 13.03 uur tot 13.45 uur geschorst.

De heer Bashir (SP):
Voorzitter. Voor ons ligt nog steeds het pakket Belastingplan 2016. Voor de verandering is het pakket groter en dikker dan de afgelopen jaren; dat is eerder opgemerkt. De staatssecretaris en de hardwerkende ambtenaren bij de Belastingdienst en op het ministerie van Financiën hebben duidelijk hun best gedaan. Nu al liggen er meters papier, volgeschreven met antwoorden op onze schriftelijk vragen, waarvoor dank.

Tegelijkertijd is het proces ook spannender. En dan bedoel ik natuurlijk politiek spannender. Dit kabinet heeft geen meerderheid in de Eerste Kamer. Het is al eerder geconstateerd, en laat ik ook mijn constatering uitspreken: het is op dit moment niet te zeggen of het Belastingplan ook echt de eindstreep gaat halen. Wil het kabinet dat het Belastingplan het gaat halen, dan zal er steun gezocht moeten worden bij de oppositie. De SP-fractie zal ook de keuze maken of zij dit pakket steunt. In de afgelopen jaren hebben we soms voor het Belastingplan gestemd en soms tegen, afhankelijk van wat er in het Belastingplan stond en afhankelijk van wat het kabinet met onze voorstellen heeft gedaan. Wij maken onze afweging om voor of tegen te stemmen zorgvuldig, maar het kabinet kan die afweging flink beïnvloeden, afhankelijk van wat er met onze opmerkingen en wensen gebeurt. Luistert het kabinet goed en worden onze wensen overgenomen of gaan alle opmerkingen het ene oor in en het andere uit?

Ik schakel meteen over naar de inhoud. Het 5 miljardpakket levert 35.000 banen op. Als ik de antwoorden goed lees, worden 21.000 van deze 35.000 banen gecreëerd door bestedingseffecten. Dit brengt ons meteen bij de vraag waarom niet forser ingezet wordt op het vergroten van bestedingseffecten. De SP stelde voor om de btw naar 19% te verlagen. Ook stelde zij een verlaging voor van de eerste tariefschijf met 2%. Kan de staatssecretaris nader ingaan op het anders en nog effectiever inzetten van dit geld? Hoeveel banen kun je met deze twee voorstellen van de SP creëren?

Hiermee wil ik niet zeggen dat we de gezette stappen niet steunen. De SP-fractie verwelkomt de lastenverlichting voor werkenden. De belasting op arbeid als percentage van alle belastinginkomsten in Nederland is tussen 2000 en 2012 immers gestegen van 51,5% naar 57,5%. Nederland staat daarmee op plek twee in Europa. Het is dus goed dat de lasten voor werkenden verlaagd worden.

Maar ook de niet-werkenden betalen veel belasting. Zij brengen in Nederland 6,5% van het totaal aan belastinginkomsten op en in Europa zijn er maar vier landen die niet-werkenden nog meer belasten. Er is dus alle noodzaak om de lasten ook te verlichten voor de niet-werkenden. Ik noem onze ouderen, die tijdens deze kabinetsperiode 2,5% van hun koopkracht hebben ingeleverd, en ook de uitkeringsgerechtigden, die deze kabinetsperiode ook bijna 1% hebben moeten inleveren. De SP-fractie roept het kabinet dan ook op om oog te hebben voor deze groepen. Daarom stelt de SP-fractie het volgende voor: het kabinet gebruikt een bedrag van tussen de 800 miljoen en 1 miljard euro om de derde schijf te verlengen. Dit levert mensen die meer dan €55.000 verdienen, €1.000 belastingvoordeel op. Gebruik dit geld anders. Steek het in het verlagen van de eerste schijf. Daarmee krijgt iedereen een voordeel van rond €100. Een amendement op dit punt wordt snel ingediend en ik zie het positieve stemadvies van de staatssecretaris hierover met belangstelling tegemoet.

Het kabinet vergeet de ouderen als het om de lastenverlichting gaat, maar als de lasten verhoogd worden, zijn de ouderen de eersten die aangeslagen worden. Dat gebeurt nu weer door het vervallen van de ouderentoeslag in box 3. Hierdoor moeten ouderen met een laag inkomen meer belasting betalen, nemen de eigen bijdragen voor verpleeginstellingen toe en nemen de toeslagen af. Ik vraag de staatssecretaris daarom om deze maatregel, die grote gevolgen heeft voor een kleine groep mensen, te schrappen.

Ik kom bij de herziening van box 3. Sinds jaren pleit de SP-fractie voor het belasten van werkelijke vermogenswinsten in plaats van de fictieve vermogensrendementsheffing die nu gehanteerd wordt. Er was al die jaren uit ideologische overwegingen geen steun voor vermogenswinstbelasting. En nu er toch een meerderheid lijkt te zijn voor vermogenswinstbelasting gooit de staatssecretaris het op de uitvoering. Het belasten van werkelijke rendementen is volgens de staatssecretaris in Nederland nog niet mogelijk. Dat is erg opmerkelijk, want in 1997 had al een groot aantal landen een werkende vermogenswinstbelasting. De SP-fractie luistert dan ook met veel ongeloof naar de argumenten over de onuitvoerbaarheid van een heffing van werkelijke vermogensinkomsten. Het kabinet komt nu met een aanpassing van box 3. Die leidt ertoe dat spaarders straks niet 1,2% belasting afdragen over hun vermogen, maar minimaal 0,87%. Dat is nog altijd meer dan ze bij de grotere banken aan rente ontvangen. Mijn eerste vraag is dan ook of de staatssecretaris erkent dat mensen meer belasting betalen en gaan betalen dan ze aan rente ontvangen.

De staatssecretaris heeft het over administratief gedoe; de schoenendoos zou terugkeren. We hebben een rondetafelgesprek gehad over box 3. Een van de sprekers van het rondetafelgesprek wees naar de Verenigde Staten. Daar worden door de banken alle benodigde inkomsten en verliezen via een jaaropgave geleverd. Die kunnen dus aan de fiscus doorgegeven worden. Waarom zou dit in Nederland niet kunnen?

In de schriftelijke ronde zijn vragen gesteld over de informatie die banken al aan de fiscus moeten doorgeven. De staatssecretaris somt netjes op welke informatie na invoering van de Common Reporting Standard moet worden aangeleverd. Op grond van eerdere richtlijnen zijn financiële instellingen echter al verplicht de nodige informatie bij te houden en te delen. Ik vraag de staatssecretaris dan ook om in zijn schriftelijke beantwoording nog eens helder uit te leggen welke informatie door banken al wordt gedeeld. Daarnaast wil ik ook graag weten welke informatie, die nog niet hoeft te worden gerapporteerd, al wel door banken wordt bijgehouden. Het is immers administratief niet zo zwaar om informatie die toch al wordt bijgehouden, ook te delen met de fiscus.

De heer Groot (PvdA):


Dit zijn allemaal vragen die al in het nader verslag zijn beantwoord, ook de vraag over wat banken wel en niet rapporteren. We hebben deze discussie al zeer uitgebreid gevoerd. De staatssecretaris heeft hier uitvoerig op geantwoord, waarvoor nogmaals dank, en toch hoor ik de heer Bashir zeggen: ik geloof er eigenlijk niets van; we moeten volgend jaar gewoon een vermogensaanwasbelasting invoeren op basis van werkelijk rendement. Is hij dan helemaal niet vatbaar voor alle terechte argumenten die de staatssecretaris heel uitvoerig uiteenzet?

De heer Bashir (SP):


Ik ben mijn bijdrage begonnen met de hardwerkende ambtenaren en de staatssecretaris te bedanken voor de beantwoording. De staatssecretaris heeft uitvoerig opgesomd wat de financiële instellingen straks moeten rapporteren op basis van de Common Reporting Standard, maar er zijn nog veel meer richtlijnen op basis waarvan financiële instellingen al verplicht gegevens moeten aanleveren. Daarnaast beheren financiële instellingen ook veel gegevens die ze niet aanleveren. Die hebben ze dus wel. Als we dat allemaal op een rijtje zetten, kunnen we niet anders dan concluderen dat het wel degelijk mogelijk is. Als volgend jaar nog te vroeg is, zou ik het niet erg vinden om per 2017 over te gaan naar zo'n systeem. Voor het antwoord dat het niet kan, zou ik toch wat meer bewijsvoering willen hebben. Ik wil daarin wat meer diepgang hebben dan we nu in de schriftelijke beantwoording hebben gezien.

De spreker in het rondetafelgesprek wees ook op een oplossing voor de zogenoemde gemiddelde verkrijgingsprijs waar de staatssecretaris moeite mee heeft. Geloof het of niet, maar hiervoor bestaat echt een oplossing, namelijk de computer. Volgens Van Dale is een computer een elektronisch apparaat voor het opslaan en verwerken van gegevens. Het berekent via een formule de gemiddelde verkrijgingsprijs en de winst of het verlies. In de VS doen ze dit al langer. Wellicht kan de staatssecretaris nader onderzoek doen naar dit fenomeen. Graag krijg ik hierop een reactie.

Spaarders die niet de veronderstelde rendementen zullen halen maar wel veel vermogen hebben, zullen naar verwachting vluchten naar vrijgestelde beleggingsinstellingen of een bv. Gelukkig zegt de staatssecretaris toe ontwijking te gaan monitoren. Zaken monitoren is prima, maar besef wel dat geld dat eenmaal weggestopt wordt, niet altijd makkelijk weer terugkomt. Is de staatssecretaris dat met de SP-fractie eens? Dit kan immers een groot risico betekenen voor toekomstige opbrengsten, ook als je het systeem weer verandert.

Dan de vraag of dit voorstel wel of niet budgetneutraal is. Er zullen 240.000 mensen uit box 3 vallen die geen vermogensrendementsheffing meer betalen. Dit kan inhouden dat deze mensen vanaf 2017 recht hebben op toeslagen. De staatssecretaris zegt nog niet te weten om hoeveel geld het gaat. Om dit wetsvoorstel te kunnen beoordelen, moeten we dit wel boven tafel hebben. Je kunt niet zomaar een wetsvoorstel indienen waarbij 240.000 mensen straks recht krijgen op toeslagen, terwijl je niet weet wat de gevolgen daarvan zijn. Kan de staatssecretaris dit nader uiteenzetten?

De vereenvoudiging van het fiscaal procesrecht komt in een ander daglicht te staan wanneer je de massale bezwaarprocedures met betrekking tot box 3 er bijhaalt. Wij hebben daarover ook vragen gesteld. De vraag is of de Hoge Raad een herziening van box 3 gaat eisen. Het kabinet antwoordt dat het niet opportuun is om vooruit te lopen op deze uitspraak. Het kabinet vindt het ook prematuur om uitspraken te doen over de kosten voor de schatkist, indien de inspecteur in de procedure tegen het forfaitaire rendement in box 3 geheel of gedeeltelijk in het ongelijk zou worden gesteld. De SP-fractie vindt dat de staatssecretaris zich er wel erg makkelijk van afmaakt. Zij vreest dat het kabinet de rechtszaken tegen box 3 onderschat. Kan de staatssecretaris deze keer wel ingaan op de mogelijke gevolgen voor de schatkist en onze schriftelijke vragen hierover beantwoorden?

Over het immigratielek van aanmerkelijkbelanghouders kan ik kort zijn. Hierover is een voorstel gedaan door de heer Groot, met een kleine rol van ondergetekende. Ik complimenteer de staatssecretaris ermee dat hij heeft gekozen voor de meest eenvoudige oplossing. Ik ben blij dat hij deze heeft laten toetsen op de Europeesrechtelijke houdbaarheid.

Dan kom ik bij de RDA-regeling per 2016. We hebben een aantal vragen over het samenvoegen van de Wbso en de RDA-regeling. Met de nieuwe regeling wordt het weglekken naar buitenlandse moederbedrijven aangepakt. Dat is uiteraard een goede zaak. Net als andere fracties vrezen wij echter dat het totale potje door de grootste bedrijven wordt opgemaakt. Vooral het niet opnemen van een plafond versterkt deze vrees. Waarom is er volgens de staatssecretaris geen plafond nodig? Wij willen hiermee voorkomen dat het mkb, dat 66% van het onderzoeksbudget gebruikt, getroffen wordt door het samenvoegen van de regelingen. Ik kan me niet voorstellen dat de staatssecretaris het daar niet mee eens zou zijn. Kan hij toezeggen dat hij de fracties die zich hierover zorgen maken, tegemoet zal komen?

De heer Van Weyenberg (D66):


Dit is een terechte vraag van de heer Bashir. Uit zijn woorden maak ik op dat het amendement dat door mijn fractie is ingediend, ook de richting bevat waar hij aan denkt.

De heer Bashir (SP):


Ja. Het opnemen van een plafond zorgt ervoor dat het geld niet volledig opgemaakt zal worden door enkele grote bedrijven of multinationals. Wij willen echt dat het mkb dit geld nog steeds kan gebruiken om voor innovatie te zorgen. Ik zei al dat 66% van het geld door het mkb wordt gebruikt. Het zou raar zijn als dat straks opeens heel erg naar beneden gaat. Dan gaat het dus ten koste van het mkb.

Dan kom ik op de zogenaamde vereenvoudiging van de verbruiksbelasting van dranken. Het is wel mooi gevonden: een belastingverhoging wordt gebracht als een vereenvoudiging. Op zichzelf zijn verschillende tarieven voor frisdrank en mineraalwater goed te verklaren. Frisdrank is minder gezond. Mineraalwater is gezonder. Als het kabinet vereenvoudiging wil, kan deze verbruiksbelasting ook afgeschaft worden. De staatssecretaris is nu gewoon een nieuwe melkkoe aan het optuigen. Het wordt door het verhogen van de verbruiksbelasting alleen maar lastiger om deze belasting in de toekomst af te schaffen. De SP heeft daarom een amendement ingediend om de tarieven niet te verhogen. We zijn wel benieuwd of de staatssecretaris naast het argument van de budgettaire opbrengst nog meer argumenten heeft om de verbruiksbelasting te verhogen. Ik krijg hierop graag een reactie.

De heer Groot (PvdA):
Ik heb even een heel kort vraagje. Het is natuurlijk altijd sympathiek om een belastingverhoging, ook al is het maar een kleine, ongedaan te maken. Eerlijk gezegd heb ik het amendement nog niet gezien. Hoe wordt dit gedekt?

De heer Bashir (SP):


Het amendement wordt gedekt door de schenkingsvrijstelling. De SP-fractie snapt de gedachtegang van het kabinet en vindt het goed dat de schenkingsvrijstelling op grond van het gelijkheidsbeginsel ook voor derden gaat gelden. Om de structurele maatregel tot €100.000 te laten gelden, is voor ons echter een brug te ver. Daarin hebben we dus een dekking gevonden. De aflossing van de eigenwoningschuld is een heel goed doel, maar dat moet wel voor iedereen mogelijk zijn. Anders wordt er toch weer onderscheid gemaakt tussen vermogende en niet-vermogende personen. Niet iedereen heeft zomaar een ton om aan een ander te schenken. Daarbovenop is de budgettaire derving van 90 miljoen euro ook nog te onzeker. Daarom vindt de SP-fractie het niet verstandig om de schenking tot €100.000 te laten gelden. Het zou al schelen als zo'n schenking over meerdere jaren uitgesmeerd kan worden. Dat is ook meteen onze vraag aan de staatssecretaris. Kan hij dat mogelijk maken? Ik krijg hierop graag een reactie.

De heer Van Vliet (Van Vliet):


Het amendement over het niet verhogen van de belasting op frisdrank dat collega Bashir gaat indienen, is interessant. Ik ga het uitgebreid bestuderen. Voor een dekking zou je ook kunnen kijken naar de aftrekbare gift in de inkomstenbelasting. Die moet gebaseerd zijn op vrijgevigheid. Mij is bekend dat politici van de SP verplicht zijn om de helft van hun inkomen af te dragen aan de SP, maar ze trekken dit ook af. Dat is eigenlijk niet helemaal fair. Zit daarin misschien een dekking?

De heer Bashir (SP):


Allereerst een kleine correctie: de volksvertegenwoordigers van de SP zijn daartoe niet verplicht, ze doen het vrijwillig. Dat is een gegeven. Het is voor ons geen reden om tegen maatregelen te zijn als deze de SP-fractie treffen. Dien het dus vooral in. Wij zullen het beoordelen. Het maakt voor ons niet uit. Sterker nog, de SP is een van de partijen die vaak pleiten voor het verlagen van de inkomens van volksvertegenwoordigers. Laten wij die een beetje meer in overeenstemming brengen met het inkomen van de mensen in het land. Dan hoeven wij ook minder te schenken.

Dan kom ik op de energiebelasting. Volgens de SP laat de staatssecretaris hiermee echt een kans op vergroening van belastingen lopen. Vorig jaar heeft de SP een amendement ingediend om de energiebelasting te vereenvoudigen door een samenvoeging van tarieven en om daardoor ook het energieverbruik te laten verminderen. Helaas was een verhoging van 1 cent van de belasting voor grootgebruikers al te veel gevraagd, waardoor ons voorstel werd verworpen.

Wat schetste echter dit jaar onze verbazing bij het lezen van het Belastingplan? De verschillen tussen de tarieven voor klein- en grootgebruikers worden alleen maar groter. Wij vinden dit niet meer uit te leggen. In de nota naar aanleiding van het verslag geeft de staatssecretaris aan dat de tariefverschillen niet overal groter worden en dat de beoogde vereenvoudiging alleen een optische vereenvoudiging is. Grootverbruikers betalen echter nog steeds amper mee. Naar de mening van de SP worden grootverbruikers dan ook niet gestimuleerd om zuiniger om te gaan met het energieverbruik. Het kabinet komt steeds met het argument van de werkgelegenheid, maar Duitsland heeft bijvoorbeeld een hogere energiebelasting. Wij geloven niet dat grootverbruikers bij een verhoging van 1 cent echt het bedrijf zullen verplaatsen. Er zijn andere redenen voor bedrijven om zich in Nederland te vestigen. Kan de staatssecretaris nog eens aangeven of hij bereid is voor echte vergroening te kiezen? Zo niet, dan willen we graag een onderbouwing in de vorm van een onderzoek zien waaruit blijkt dat bedrijven echt van plan zijn te verhuizen als de energiebelasting met 1 cent wordt verhoogd.

Hieraan gekoppeld heb ik nog een aantal vragen over lokaal opgewekte duurzame energie. Waarom kan lokaal opgewekte duurzame energie niet in de derde tariefschijf? Wat zijn daar de budgettaire effecten van? Die effecten kunnen worden verhaald door een verhoging van de derde of de vierde schijf. Zo wordt de energiebelasting niet nog complexer en houd je het doel, namelijk het stimuleren van lager energieverbruik, nog meer in stand.

Ten slotte vraagt de SP-fractie welke verhoging van de energiebelasting voor grootgebruikers het kabinet wel oké vindt. Is er bijvoorbeeld een mogelijkheid om de opbrengst terug te geven aan de grootverbruikers, zodat die vervangingsinvesteringen kunnen doen om nog energiezuiniger te worden? In het kader van de energiebelasting is er nog veel te winnen. Wij hopen daarom dit jaar een stap verder te komen.

ik kom bij de benutting van de aftrekbaarheid van de verhuurderheffing, zeg ik terwijl ik kijk naar de heer Van Vliet.

De heer

1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   12

  • Van Vliet
  • Van Weyenberg

  • Dovnload 431.68 Kb.