Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Het pakket Belastingplan 2016 en het wetsvoorstel Wet uitvoering Common Reporting Standard

Dovnload 431.68 Kb.

Het pakket Belastingplan 2016 en het wetsvoorstel Wet uitvoering Common Reporting Standard



Pagina6/12
Datum05.12.2018
Grootte431.68 Kb.

Dovnload 431.68 Kb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   12
Van Vliet (Van Vliet):
Heel goed.

De heer Bashir (SP):


De financiële ruimte voor de heffingsvermindering blijft voor een groot deel onderbenut. Van de 280 miljoen is slechts 80 miljoen gebruikt. Er is dus eigenlijk geld over. Omdat we momenteel te kampen hebben met meer vraag naar woningen, is transformatie van woningen nog belangrijker. Is de staatssecretaris bereid om de niet-benutte ruimte in te zetten voor de transformatie van meer woningen?

De verhuurderheffing moet steeds meer in het laatje brengen, oplopend tot 2 miljard euro. Dat lijkt de SP-fractie hoogst onverstandig, omdat er nu al een groot tekort is aan woningen. Ik ben dan ook voornemens een amendement in te dienen om de hypotheekrenteaftrek voor nieuwe gevallen te beperken tot een maximale hypotheeksom van €500.000 en de opbrengst hiervan te gebruiken voor het verminderen van de verhuurderheffing. Wil de staatssecretaris voor ons narekenen hoeveel geld we ophalen met het schrappen van de subsidie voor huizen boven de €500.000? Hoeveel huurwoningen kunnen we daarmee bouwen? Daar krijg ik graag een reactie op.

Over de vrijstelling voor de uitkeringen van het Artikel 2-Fonds kan ik kort zijn. Ik dank het kabinet voor de uitgebreide beantwoording en de inzet in dezen. Het is heel goed dat de groep Joodse oorlogsslachtoffers eindelijk vrijstelling krijgt. Mijn oud-collega Jan de Wit is zevenenhalf jaar geleden al begonnen om zich hier hard voor te maken. Eindelijk heeft dit kabinet besloten om ballen te tonen en de vrijstelling toe te kennen. Dank!

Ik kom nu bij de Wet tegemoetkomingen loondomein. Deze wet is volgens de SP-fractie op zich een goed initiatief van het kabinet. Het is namelijk een heel mooi streven om specifieke groepen met een kwetsbare positie op de arbeidsmarkt, zoals ouderen en mensen met een arbeidsbeperking, financieel aantrekkelijker te maken, zodat zij aan het werk komen. Wanneer je dieper kijkt naar het LIV, moet je je echter hardop afvragen of het aantal uren werken wel voldoende is. Met andere woorden: het gaat ook om het soort banen dat je wilt hebben. De SP-fractie wil volwaardige banen en geen pulpbanen.

Waarom zou je het LIV niet gerichter inzetten voor bepaalde doelgroepen? De werkloosheid onder 50-plussers wordt bijvoorbeeld steeds groter en is langduriger. Het kan ook gaan om mensen in de sociale werkvoorziening of mensen die vallen onder de Participatiewet, die ook staan te springen om een baan. Wij willen een regeling die volwaardige banen voor de genoemde doelgroepen stimuleert. Is de staatssecretaris bereid om hier nader naar te kijken?

De heer Van Weyenberg (D66):


De heer Bashir heeft het over pulpbanen. De groep mensen met een uitkering die een tijdelijk contract van zes maanden accepteren, valt niet onder het lage-inkomensvoordeel. Ik snap best dat de heer Bashir liever wil dat zij een contract voor onbepaalde tijd krijgen; dat zou ik ook mooi vinden. Maar als iemand aan de slag gaat en een baan voor zes maanden vindt, dan noemt de heer Bashir dat toch geen pulpbaan? Want dat impliceerde zijn inbreng wel.

De heer Bashir (SP):


Als we naar het aantal uren kijken, dan is dat aan de lage kant. Wij willen dat het aantal uren uitgebreid wordt. Wij vinden dat nu echt onvoldoende.

De heer Van Weyenberg (D66):


Het lijkt me overigens voor heel veel mensen die bijvoorbeeld onder de Participatiewet vallen, nog best een uitdaging. Voor hen zijn die uren helemaal niet zo gemakkelijk haalbaar. Mijn concrete vraag ging over iets wat met het huidige voorstel wordt uitgesloten. Als iemand vanuit de bijstand zes maanden met een tijdelijk contract aan de slag gaat, wordt dat lage-inkomensvoordeel niet verstrekt. Het kabinet wil namelijk echte banen en vindt dat ook een beetje minderwaardig. Ik ben het daarmee oneens en ik vraag me af waar de SP staat. Ik vind het fantastisch als iemand vanuit de bijstand zes maanden aan de slag gaat. Vindt de heer Bashir dat ook? Vindt hij ook dat die mensen recht moeten hebben op dat lage-inkomensvoordeel? Of vindt hij dat pulpbanen, om zijn eigen woorden te gebruiken?

De heer Bashir (SP):


Op het moment dat iemand vanuit de bijstand zes maanden aan het werk gaat, wordt de kans dat hij ervaring opdoet, alleen maar groter. De kans dat die persoon doorstroomt naar een andere baan, wordt dus ook groter. Wij juichen dat toe. De vraag is echter of je dat ook meteen bereikt met het voorstel dat de heer Van Weyenberg doet. Ik zou zeggen: stel het voor. Wij gaan er goed naar kijken. Ik zal daarover ook overleg voeren met de collega's die sociale zaken in hun portefeuille hebben. Het kan zomaar zijn dat we elkaar kunnen vinden.

Wat het aantal uren betreft, willen wij echt dat werkgevers gestimuleerd worden om in te zetten op volwaardige banen, en niet op banen van een paar uur. Daar wordt uiteindelijk niemand mee vooruit geholpen.

Mevrouw Schouten (ChristenUnie):
Ik zit een beetje te zoeken naar wat de heer Bashir nu precies voor ogen heeft. Volgens mij is de regeling nu dat het voordeel geldt voor de mensen die tussen de 100% en 120% van het wettelijk minimumloon verdienen. Daarmee is de regeling al redelijk ondersteunend voor de doelgroep van de Participatiewet. Die groep heeft inderdaad best veel moeite om een volledige werkweek te draaien. Dat is geen kwestie van niet willen, maar dat is ook een kwestie van niet kunnen. De heer Bashir maakt het alleen maar moeilijker. Het is niet zozeer dat de werkgever niet wil, maar dat de werknemer ook niet tot meer in staat is. Die persoon heeft straks misschien kans op een baan van 24 uur. Als we de plannen van de SP doorzetten, heeft die persoon echter veel minder kans op een baan. En misschien heeft hij dan wel helemaal geen kans meer op een baan. Is dat wat de SP wil?

De heer Bashir (SP):


Dat is niet het geval. In het voorstel van het kabinet wordt over 24 uur gesproken. Op het moment dat een baan van bijvoorbeeld 28 uur mogelijk wordt gemaakt, wordt ingezet op meer volwaardige banen. Het verschil van vier uur is klein. Je kunt natuurlijk bekijken of je werk voor bepaalde doelgroepen nog gerichter wilt stimuleren, om er op die manier voor te zorgen dat mensen die nu moeilijker aan de slag komen, aan het werk kunnen. Ik heb bijvoorbeeld gewezen op ouderen en op mensen met een beperking, op mensen die nu onder de Participatiewet vallen. Op die manier kun je de beschikbare middelen nog effectiever inzetten.

Mevrouw Schouten (ChristenUnie):


Nogmaals, volgens mij is de regeling nu al redelijk gericht op die groep, omdat je de beperking van 100% tot 120% van het wettelijk minimumloon hanteert. Ik denk dat een gemiddelde 50-plusser echt wel boven de 120% van het wettelijk minimumloon zit, tenzij die persoon een beperking heeft. De regeling is dus al redelijk op die groep gericht. Dan is mijn vraag, die ik via de heer Bashir ook aan de staatssecretaris stel: als we het urencriterium van de heer Bashir hanteren, hoeveel mensen zullen er dan buiten deze groep vallen? Dat is dan immers een interessante vraag. We hebben het straks dan misschien over volwaardige papieren banen, maar niet over banen die in werkelijkheid worden gerealiseerd. Kan de heer Bashir aangeven hoeveel minder banen er mogelijk worden gemaakt als we de urennorm optrekken?

De heer Bashir (SP):


Dat is een goede vraag om door te geleiden naar de staatssecretaris. Volgens mij valt het mee. Ik weet het echter niet. Ik kan er alleen over speculeren. Op het moment dat je het urencriterium zou verhogen naar 28, hebben de mensen die aan de slag komen, meer aan het werk dan mensen die bijvoorbeeld 24 uur werken. Het verschil is misschien klein, maar mensen moeten wel kunnen rondkomen. Die vier uren kunnen net het verschil maken. Op het moment dat iemand dat aantal uren niet kan halen, moet worden bekeken of dat op de een of andere manier kan worden rechtgebreid, zodat die mensen ook aan de slag kunnen. Er moet echter worden ingezet op volwaardige banen met voldoende uren, zodat mensen gewoon rond kunnen komen.

De voorzitter:


Gaat u verder.

De heer Bashir (SP):


Voorzitter. Het loonkostenvoordeel (LKV) ziet er optimistischer uit. Wij willen dat deze regeling wordt uitgebreid naar een bredere doelgroep. Het LKV is nu voor onder anderen oudere werklozen vanaf 56 jaar. Waarom kan dit niet voor oudere werklozen vanaf 50 jaar? Ik krijg daarop graag een reactie.

Ik kom bij de implementatie van de verrekenprijsdocumentatie en de country-by-country reporting. Het is goed dat Nederland deze wetgeving snel implementeert, zodat belastingdiensten kunnen nagaan hoeveel belasting overal wordt afgedragen door bedrijven die hier een vestiging hebben. Het mag duidelijk zijn dat de SP-fractie een groot voorstander is van meer transparantie over belastingafdracht en andere betalingen aan overheden. De vraag is wel wat de Belastingdienst gaat doen met de gegevens. Is er een team dat de aangeleverde informatie ook gaat bekijken? Is hiervoor überhaupt capaciteit beschikbaar? Wat gaat de staatssecretaris doen met die gegevens?

Mijn fractie staat achter de voorgestelde aanpassing van de moeder-dochterrichtlijn. Dat geldt ook voor het wereldwijd toepassen van de antimisbruikbepaling. Ik heb wel enkele vragen over de generieke antimisbruikbepaling. Zo lezen we dat er een onderneming wordt gedreven wanneer er mensen in loondienst zijn. Ik vraag mij af wat de gevolgen hiervan zijn voor de vele brievenbusbedrijven in ons land, die zelf geen medewerkers hebben maar alle zaken laten behartigen door trustkantoren. Welke gevolgen heeft de maatregel voor die bedrijven?

Tot slot steunt de SP-fractie de voorstellen omtrent CRS oftewel de Common Reporting Standard. Meer informatie-uitwisseling zal leiden tot een betere inning. We hebben wel een punt van zorg omtrent de vrijblijvendheid waarmee al dan niet informatie wordt uitgewisseld. Nederland gaat namelijk aangeven met welke landen het wil uitwisselen. Als het andere land Nederland ook noemt, is er een match en wordt er uitgewisseld. Landen kunnen dus heel gemakkelijk worden uitgesloten van informatie-uitwisseling. Als wij Duitsland bijvoorbeeld niet noemen als land om informatie mee uit te wisselen, ontvangt Duitsland geen informatie meer van Nederland. Wat de SP-fractie betreft is dat een gemiste kans. Mijn vraag is dan ook of de staatssecretaris bereid is hiervan een belangrijk punt te maken tijdens het aankomende Global Forum. Is Nederland bereid om druk uit te oefenen op landen die in de praktijk andere landen overslaan? Zal Nederland het goede voorbeeld geven door zelf geen landen uit te sluiten? Ik krijg graag een toezegging op dit punt.

De heer Van Vliet (Van Vliet):
Voorzitter. Ik heb geen senaatsfractie, dus ik kan meteen naar de inhoud. Dat doe ik dan ook bij dezen.

De heer Dijkgraaf (SGP):


Dat komt nog wel!

De heer Van Vliet (Van Vliet):


Ja, natuurlijk komt dat!

Wij spreken over het pakket Belastingplan 2016. Ik merk vooraf op dat er zeer veel goede punten in zitten. Daar waar ik geen opmerking maak of vraag stel, kan de staatssecretaris er sowieso van uitgaan dat ik dat onderdeel steun bij de stemmingen. Ik pak dus die punten waarover ik wel vragen heb c.q. waarmee ik het niet eens ben.

Ik begin met het inkomensbeleid. Dat doe ik kort, want ik heb niet de illusie dat ik hier bergen ga verschuiven, ondanks het feit dat ik een door het CPB doorgerekende tegenbegroting heb opgesteld. Overigens is dat wel een begroting — ik zeg het nog maar een keer — die leidt tot een lagere staatsschuld en meer banengroei. In die zin is het jammer dat de VVD zich niet wat meer bij haar laatste verkiezingsprogramma heeft gehouden, aangezien mijn tegenbegroting voor meer dan de helft daarop was gebaseerd.

Wat de herziening van box 3 betreft zie ik het huidige, nieuwe plaatje echt als een overgangsfase. In die zin kan ik het steunen omdat je de belastingheffing wat meer verlegt naar beleggingen en wat minder bij het spaargeld legt. Ik wijs er wel op dat als we in de toekomst naar een ander model toe gaan, wat volgens mij zo ongeveer de hele Kamer wil, namelijk aansluiten bij het reële rendement, hoop ik wel dat dat zal zijn gebaseerd op een vermogenswinstbelasting en niet op een vermogensaanwasbelasting. Zou je een model uitwerken voor vermogensaanwasbelasting, dan zal een belastingplichtige in box 3 in de praktijk altijd tegen liquiditeitsproblemen aanlopen. Bij een vermogenswinstbelasting is dat niet zo. Ik zou dus willen aansluiten bij de ervaringen die daarmee in het buitenland zijn opgedaan. Ik zal de eerste zijn om toe te geven dat het echt uitvoerbaar moet zijn voor onze Belastingdienst, die al zoveel op zijn bord krijgt. Daarom zeg ik: oké, dat voorgestelde model voor een paar jaar, maar daarna wel reëel rendement gebaseerd op vermogenswinstbelasting.

De heer Groot (PvdA):
Ik hoor het pleidooi voor een vermogenswinstbelasting, maar wij weten toch dat het vorige systeem daaraan ten onder is gegaan? Dan worden er allerlei vermogenstitels omgezet in titels die alleen vermogensaanwas en geen vermogenswinst hebben. Zo schiet zo'n belasting helemaal zijn doel voorbij. Heeft de heer Van Vliet daarvoor een oplossing?

De heer Van Vliet sprak ook over liquiditeitsproblemen, maar aandelen en obligaties zijn heel liquide. Je kunt ze elke dag tegen de geldende marktkoers verkopen, met heel geringe transactiekosten.

De heer Van Vliet (Van Vliet):
Bij dat laatste sluit ik mij zeker niet aan. Dat je door een belastingheffing wordt gedwongen om je bezittingen te verkopen, alleen maar om ze liquide te maken en vervolgens belasting te kunnen afdragen, is geen goed model.

De heer Groot had het ook over de ervaringen met de oude vermogensbelasting, maar dat was toen. Wij kunnen nu naar de toekomst kijken. Als je een paar jaar de tijd neemt om een ordentelijk model uit te werken dat ook uitvoerbaar is voor de Belastingdienst, kun je kijken naar de landen die wel een vermogenswinstbelastingsysteem hebben. Je pakt de zwakke punten daaruit, zet die op een rijtje en bekijkt hoe je die gaten kunt dichten. De staatssecretaris noemde bijvoorbeeld een model in het Verenigd Koninkrijk en verschool zich achter het feit dat daar een heleboel mensen met vrijstellingsgrenzen en -drempels aan de slag gaan, om daaroverheen te fietsen of juist daaronder te blijven, maar als je geen vrijstelling inbouwt, heb je dat probleem al opgelost.

Voorzitter. Ik sluit mij aan bij collega Bashir ten aanzien van de vereenvoudiging van de verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken. Hij noemde dat "een nieuwe melkkoe", maar ik hoorde collega Dijkgraaf al zeggen dat het feitelijk een waterbuffel is. Je gaat een waterbuffel uitmelken. Dat is waar, want het heeft echt geen zin om nu meer belasting te gaan innen op alcoholvrije dranken, onder de noemer "vereenvoudiging". Schaf ze dan gewoon af. Het gaat om een overzienbaar bedrag. Daarvoor kunnen wij in het geheel van de belastingheffing wel ergens een dekkinkje vinden. Maar dit moeten wij niet doen. Dit heeft niet mijn instemming.

Ik ga naar het voor mij interessantste deel van het Belastingplan, het wetsvoorstel Overige fiscale maatregelen 2016. Ik begin met de vereenvoudiging van de informatieplicht bij eigenwoningschuld; er zitten overigens nog wat zaken in die de eigen woning betreffen. Ik heb het eerder gezegd en blijf erbij dat ik, als ik als fiscaal jurist een nadere analyse maak van de eigenwoningregeling in Nederland, moet concluderen dat die voor geen enkele belastingplichtige te begrijpen is. Iedere Nederlander behoort de wet te kennen. Dat proberen veel Nederlanders ook, maar op dit punt lukt dat niet. Wat is er mis? De regeling is te complex. Die complexiteit zit in de annuïtaire aflossingseis, in het moeten bijhouden van de eigenwoningreserve, in het moeten bijhouden van je aflossingsstand en in de uitwerking van de regeling in geval van echtscheiding en verhuizing. Ik zie dat de staatssecretaris hier zelf al om moet hoesten, en terecht. Deze regeling moet echt in zijn geheel opnieuw onder de loep worden genomen. Ik roep de staatssecretaris op om zijn eerdere stelling dat deze regeling wel voor iedereen begrijpelijk is, nog maar eens te verdedigen. Ik geloof daar namelijk niks van. Zeer gerenommeerde fiscalisten zijn dat met mij eens. Als je als burger gebruik wilt maken van de regelingen, moet je al bijna verplicht een fiscaal adviseur in de arm nemen. Dat moeten we ook niet willen met zijn allen!

Ik ga naar het afschaffen van de jaarbetaling van de motorrijtuigenbelasting. Waarom wordt die afgeschaft? Is dat nou zo'n belangrijke vereenvoudiging? Een burger die bereid is om vooraf de Belastingdienst te financieren en zijn jaarschuld op dit punt in één keer te voldoen, heeft daardoor een paar euro voordeel. Waarom wordt dat voordeel afgeschaft? Ik vind dat jammer.

Ik zag in de lijst ook de uitbreiding van de regeling voor uitgaven voor monumentenpanden staan, maar ik heb daar nog niemand over gehoord. Ik vind dat een vreemde eend in de bijt. Het gaat om monumentenpanden die niet in Nederland, maar in een andere EU-lidstaat zijn gelegen. Voorwaarde om extra kosten te kunnen aftrekken is dat het pand in het buitenland een element van het Nederlandse cultureel erfgoed is. Wat wordt daar in godsnaam mee bedoeld? Als ik een vakantiehutje op Sicilië heb waar ooit de Noormannen al een keer in hebben gezeten, is dat dan cultureel erfgoed en kan ik dan kosten aftrekken? Graag krijg ik een verduidelijking op dit punt.

Ik kom nu bij de implementatie van de verrekenprijs voor documentatie en country-by-country reporting. Dat is inderdaad een prima regeling, daar sluit ik mij bij aan, maar is die grens van 750 miljoen euro omzet nou arbitrair of niet? Is het nattevingerwerk? Ik pleit ervoor dat ieder concern dat grensoverschrijdend werkt en een omzet van enige substantie heeft — laten we zeggen 100 miljoen euro — onder deze regels valt. 750 miljoen is wel heel erg veel. Ik vraag de staatssecretaris of die grens niet omlaag kan. Ik leg mij nog niet vast op een bedrag.

Ik sta wat uitgebreider stil bij de werkkostenregeling. Bij de overige fiscale maatregelen wordt iets gezegd over het gebruikelijkheidscriterium. Ik vind het erg jammer wat er is geworden van de werkkostenregeling. Ooit was het een mooi instrument, volgens mij een eerste stap op weg naar een loonsomheffing. Die werkkostenregeling zou alles geweldig eenvoudig maken. Er is echter sprake van maar liefst tien gerichte vrijstellingen, waardoor de ruimte voor de werkkostenbak is gedaald naar 1,2% van de loonsom. Ik vind dat bijzonder jammer. Iedereen in Nederland die wat te lobbyen had, is langs geweest in Den Haag en heeft succes gehad. Iedereen die vond dat iets buiten de werkkostenregeling moest vallen, kreeg zo ongeveer zijn zin. Wij zien nu dat, omdat er al tien gerichte vrijstellingen zijn en de ruimte van 1,2% voor sommigen overblijft, mensen dingen gaan verzinnen om die maar in die 1,2% te proppen. Een voorbeeld is het uitkeren van bonussen in de vorm van contant geld, dus geen loon in natura. Bonussen worden in de werkkostenbak van 1,2% gemikt. Dat leidt natuurlijk tot allerlei rare misbruikfratsen, want daarvoor was de werkkostenregeling nooit bedoeld. Zou het niet zinvol zijn om in ieder geval te zeggen dat in de resterende werkkostenregeling, die 1,2%, geen contanten terecht mogen komen, of je het nu bonussen of anders noemt?

Ik kan mij ook niet aansluiten bij de teruggaafregeling aardgas als brandstof voor vaartuigen. Dat is weer zo'n voorbeeld van de instrumentele functie van de belastingheffing. Belastingen zijn niet bedoeld om te sturen op welke brandstof iemand met een bootje gaat varen. Ik kan mij daarmee dan ook niet eens verklaren.

Vervolgens kom ik bij de wijzigingen van de moeder-dochterrichtlijn. Op zich ziet het er goed uit. Wij hebben inmiddels een wetsvoorstel van de staatssecretaris gezien over de grensoverschrijdende fiscale eenheid. Ik hoop dat wij daar snel plenair over kunnen spreken. Ik heb er in dit internationale verband in ieder geval één vraag over. Wij zien namelijk dat het wetsvoorstel de gevolgen van het Papillon-arrest van het Hof van Justitie uitwerkt, zodat onder voorwaarden een grensoverschrijdende fiscale eenheid in Nederland met een buitenlandse partner tot stand kan komen. In december 2014 is daarover een beleidsbesluit genomen. Daarin stond grosso modo dat inspecteurs vooruitlopend op een wetsvoorstel alvast zouden beschikken in de zin van het Papillon-arrest. Mij is ter ore gekomen dat er heel veel verzoeken zijn gedaan voor het afgeven van een beschikking fiscale eenheid aan inspecteurs en dat in nog geen enkel geval een beschikking is afgegeven. Is Financiën c.q. de Belastingdienst terughoudend vanwege de eventuele gevolgen van het Groupe Steria-arrest, dat weliswaar een Franse focus heeft, maar wel degelijk gevolgen kan hebben voor de Nederlandse fiscale-eenheidpraktijk? Hoe ver zijn de overdenkingen bij Financiën over de eventuele gevolgen van het Groupe Steria-arrest en de uitvoering van het Papillon-beleidsbesluit?

Over het wetsvoorstel zal ik zeer gerichte technische vragen stellen. Bij de raakvlakken tussen deelnemingsvrijstelling en fiscale eenheid en het wel of niet consolideren van fiscale activa versus het vermelden van een deelneming op je fiscale balans lijkt het mij te gaan om een uitzonderlijk ingewikkeld sommetje. Ik kom daar als fiscalist graag later op terug.

De staatssecretaris heeft ten aanzien van pensioen in eigen beheer een voorkeur uitgesproken voor het oudedagsparen ten opzichte van het weer verzinnen van een nieuwe fiscale reserve. Ik kan die voorkeur volgen, maar iedereen constateert dat er tegenover een heleboel pensioenpotten in eigen beheer onvoldoende liquide middelen staan om aan welke belastingheffing of pensioenuitkering dan ook te voldoen. Zou het niet beter zijn voor de economie en voor de administratieve eenvoud om eenmalig een afkoop van bestaand pensioen in eigen beheer toe te staan tegen bijvoorbeeld een tarief van 20%? Graag verneem ik de visie van de staatssecretaris daarop. Het lijkt mij een geweldige impuls als dat geld gewoon besteedbaar in de economie terechtkomt.

Dan heb ik nog een vraag over de reikwijdte van de fiscale eenheid en van de omzetbelasting. Mij is ter ore gekomen dat Financiën nadenkt over de vraag of de holdingresolutie die wij op dit terrein in Nederland hebben, wel of niet EU-proof is. Dat lijkt mij een zeer bijzonder vraagstuk, omdat er in de praktijk heel veel van afhangt ten aanzien van het wel of niet kunnen vormen van een fiscale eenheid in Nederland, aangezien wij weten dat Nederland een holdingland is.

Afrondend heb ik nog een paar vragen over renteaftrekbeperking in de vennootschapsbelasting. Artikelen 10a en 10b van de Wet Vpb 1969 proberen op hun eigen manier de renteaftrek te beperken waar die niet in overeenstemming is met zakelijkheidscriteria of waar er een mismatch is met heffing over de grens et cetera. In de praktijk blijkt dat artikel 10b praktisch niet wordt toegepast. En over het uitgebreide artikel 10a blijken zo ongeveer de meeste vragen te komen vanwege de vaagheid in de uitwerking. Wij hadden in de fiscale rechtspraktijk altijd het fenomeen "fraus legis". Daar konden inspecteurs mee aan de slag. Als wij spreken over fiscale vereenvoudiging, zou het dan niet beter zijn om in ieder geval artikel 10b af te schaffen? Daar wordt in de praktijk immers geen gebruik van gemaakt, ook niet door de Belastingdienst. En zou het niet verstandig zijn om te bekijken of fraus legis geen afdoende middel is voor inspecteurs om misbruik van renteaftrek te lijf te gaan, versus het veel te vage artikel 10a in de Wet op de vennootschapsbelasting?

Mijn laatste punt is de afdrachtsvermindering in het onderwijs, de WVA (Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen). Hoe staat het met de controles daar? Mij is gebleken dat de vraag wat het samengaan van leren en werken is, wat stage is en wat opleiding precies is in de praktijk gigantisch wordt opgerekt. Die subsidie, die zoiets van €2.700 per jaar per persoon kan bedragen, is weer zo'n voorbeeld van "wij tanken hem binnen en wij rekken de criteria geweldig op". Kan de staatssecretaris iets zeggen over de controles daar? Wordt daar veel onmin verwacht, c.q. worden daar veel procedures verwacht?

Overigens overweeg ik natuurlijk om straks plenair moties en amendementen in te dienen op punten die voor mij van belang zijn.

De heer Dijkgraaf (SGP):
Voorzitter. Mag ik beginnen met complimenten te maken aan de staatssecretaris en zijn ambtenaren? Want wij zijn er weer — collega's hebben het al gezegd — voor de vijfde keer, ik ook. Het is voor mij altijd een voorrecht om dat mooie Belastingplan te mogen behandelen. Mijn complimenten voor al het werk dat gedaan is. Er ligt een heel mooie basis. Die is wat ons betreft nog niet goed genoeg, maar dat gaan wij natuurlijk allemaal veranderen. Dat komt allemaal vanzelf. Daar hebben wij ook genoeg tijd voor ingeruimd met elkaar de komende weken, dus dat moet goed komen.

Vier weken geleden was er een prachtig moment tijdens de Algemene Financiële Beschouwingen. Toen de staatssecretaris het woord kreeg, ging hij ons college geven over de vermogensrendementsheffing in andere landen. Ik heb dat nog niet zo vaak meegemaakt bij een bewindspersoon. Het was echt een college van een hoogleraar fiscaal recht en dat was genieten. Dus ik zou zeggen: staatssecretaris, doe dat volgende week weer, maar dan over het fictieve rendement. Wij hebben nog wel wat college nodig om de consistentie te ontdekken, die er ongetwijfeld in zit. Ik ken de staatssecretaris, dus daar moet consistentie in zitten, maar alle stukken lezend kan ik die niet ontdekken. Dat ligt ongetwijfeld aan mij, zeker, maar ik denk dat het de taak is van de staatssecretaris om dat voor alle Kamerleden toegankelijk te maken. Ik hoor dat dus graag.

Die consistentie is echt een punt. Bij beleggingen kijken wij naar een gemiddelde van vijftien jaar, bij spaargeld vijf jaar. Waarom? Waarom is dat bij de ene vijftien en de andere vijf? Bij obligaties kijken wij niet naar het gemiddelde van de afgelopen vijf jaar of vijftien jaar maar naar de toekomst. Als je een fictief rendement hanteert, zul je dat consistent moeten maken ook in de tijd. Nu is die op één aspect wel consistent. Hij is namelijk in alle gevallen te hoog. De spaarrentes op spaarrekeningen zonder voorwaarden zijn immers allang geen 1,63% meer. Ook zijn beleggingen op de beurs zeer ongewis en leg je op risicovrije staatsobligaties reëel geld toe. Een staatsobligatie van tien jaar levert op dit moment een rente van zo'n 0,7% op. Corrigeer je voor inflatie, dan kost spaarzaamheid zelfs geld. En hoe rijmen we de hoge rendementen met een verlaging van de rekenrente van DNB naar 3,3%? Pensioenfondsen zijn bepaald geen kleine jongens. Dan heb je het echt wel over bedragen boven de miljoen. Zij zouden toch prima in staat moeten zijn om die 5,5% te behalen? Moeten we staatssecretaris Klijnsma dan gaan vragen om een rekenrente van 5,5%? Ik weet dat sommige partijen dat zullen toejuichen; wij echter niet, want wij denken dat die 3,3% wel reëel is. Dat moet dan toch ook hiervoor gelden? Waar is de consistentie over die verschillende beleidsdomeinen heen? Ik laat me graag overtuigen.

Het wetsvoorstel zal, als het wordt aangenomen, pas in 2017 in werking treden, maar het zou nog weleens flinke budgettaire consequenties met zich mee kunnen brengen. Bij de technische briefing werd duidelijk dat toeslagen en gedragseffecten niet zijn meegerekend. Waarom niet? En wat zijn de verwachte kosten hiervan? Ik hoor van heel veel collega's veel kritiek. Is dit dan wel de weg die we moeten begaan? Wat gaat de staatssecretaris nog doen of blijft hij bij zijn voorstel?

Dan kom ik bij de ouderen. In de Eerste Kamer is een motie aangenomen, de motie-Nagel c.s., die rechtstreeks over het Belastingplan gaat. In deze motie wordt gevraagd om een belastingverlaging voor gepensioneerden. Ook onze fractie in de Eerste Kamer heeft die motie gesteund. Wij zijn wel van het genuanceerde verhaal: ouderen en kwetsbaren zijn niet synoniem met elkaar. Er zijn genoeg ouderen die behoorlijk wat te besteden hebben. Maar zoals dat geldt voor alle lagen van de bevolking: ook onder ouderen zijn er kwetsbaren. We maken ons zorgen om die groep. Eerder hebben we ons best gedaan om de groep met een aanvullend pensioen tot €10.000 te ontzien, maar de koopkrachtplaatjes laten niet het volledige beeld zien. Hebben werknemers vaak een extra plus ten opzichte van de koopkrachtplaatjes als ze er een periodiek bij krijgen, voor ouderen geldt dat ze vaak een extra min hebben door het niet indexeren of zelfs korten van de pensioenen. Ouderen hebben meebetaald aan de crisis toen dat noodzakelijk was. Het zou daarom terecht zijn om hen nu ook mee te laten delen in het zoet. Hoe gaat de regering uitvoering geven aan deze motie? Wanneer kunnen we daar plannen voor verwachten?

Dan kom ik bij de btw op digitale kranten. Vorig jaar hebben we tijdens de behandeling van het Belastingplan met elkaar gesproken over het verschil in btw tussen gedrukte en digitale media. De staatssecretaris heeft toen verwezen naar het Nederlands voorzitterschap. Hoe staat het daarmee? Hoe lopen de voorbereidingen? Wat denkt de staatssecretaris te kunnen doen? Staat dit punt nog op zijn lijstje? Dat mag ik toch hopen, maar wat gaat hij concreet bereiken?

Er is al veel gezegd over de Wbso en de RDA, onder andere bij de begrotingsbehandeling van EZ. Collega's hebben daar ook het nodige over gezegd. Wij maken ons daar wel zorgen over. Tijdens die begrotingsbehandeling met minister Kamp bleef er onenigheid over het antwoord op de vraag of er nu wel of geen verschuivingen zullen optreden. Ik ben niet overtuigd door de argumenten die de regering tot nu toe geeft. Het gaat er bij mij niet in dat het samenvoegen van twee heel verschillende regelingen geen verschuivingen veroorzaakt. Immers, de cap, het plafond, wordt afgeschaft. Vooral grote bedrijven zullen daarvan profiteren, want dat is de groep die nu tegen het plafond aanstoot. Daarnaast kon de RDA voorwaarts verrekend worden en de Wbso niet. Bedrijven met geen of weinig personeel zijn de dupe omdat ze geconfronteerd worden met een verzilveringsproblematiek. Dat leidt op twee manieren tot een verschuiving. Verschuivingen op individueel niveau kun je natuurlijk nooit helemaal voorkomen, maar je moet wel goed kijken wat de effecten zijn. Voor sommige bedrijven zijn de effecten groot. Als je kijkt naar de verschillen tussen starters, kleine bedrijven, middelgrote bedrijven en grote bedrijven is het vooral ten nadele van het mkb.

Kortom: de SGP zoekt naar een eerlijkere verdeling van de gevolgen van de integratie. We snappen dat het voor de vereenvoudiging handig is om de twee regelingen te integreren. Dat is dus niet ons primaire verwijt. Wij zouden echter graag willen dat het huidige voorstel zodanig hervormd wordt dat het mkb er niet op achteruitgaat ten opzichte van het grootbedrijf. Dat kan misschien makkelijk opgelost worden als het amendement van de collega's Van Weyenberg en Verhoeven gesteund wordt. Anderen hebben dat ook al aangegeven. Wat ons betreft is dat een prima optie. Met ons valt ook te praten over alternatieven, maar ik denk wel dat er iets in die richting moet worden gedaan.

Mevrouw Neppérus (VVD):
De heer Dijkgraaf had het over de motie die door de Eerste Kamer is aangenomen. Daarin werd gekozen voor de richting om meer te doen voor ouderen en vooral kwetsbare ouderen. Waar denkt de heer Dijkgraaf zelf concreet aan?

De heer Dijkgraaf (SGP):


Ik zou die vraag terecht vinden als die motie er niet was geweest. In de motie wordt de regering echter juist verzocht om met voorstellen te komen. Ik ben iemand die graag uitgaat van de juiste verhoudingen. Het parlement, in dit geval de Eerste Kamer, heeft de regering gevraagd om met voorstellen te komen. Die wachten wij dus eerst af.

Mevrouw Neppérus (VVD):


Wij zijn hier nu in de Tweede Kamer. Daarom vraag ik toch aan de heer Dijkgraaf op welke wijze hij dit concreet denkt te maken.

De heer Dijkgraaf (SGP):


Ik zal proberen om die vraag niet te ontwijken, maar ik hecht wel aan die procedurele vorm. Ik kan mij op dit punt, eerlijk gezegd, van alles en nog wat voorstellen. Als je die ouderen iets wilt geven, is het natuurlijk het handigst om een knop te vinden die ook "dedicated ouderen" is, want anders verwatert het effect en wordt het heel duur. Dan praat je al snel over ouderentoeslagen. Die kant gaat dat dan op. Voor mij is echter niet het instrument leidend, maar het effect met name voor kwetsbare ouderen.

Tot slot kom ik op de eenverdiener. Het viel wel te verwachten dat ik over die groep zou beginnen, althans ik hoop dat dat zo is. Laat ik hierover glashelder zijn tegen de staatssecretaris: de eenverdiener is voor ons verreweg het belangrijkste punt. Ik heb een aantal andere dingen genoemd, maar dit is voor ons echt prioriteit nummer één, twee, drie en vier en daarna komen er misschien nog wat andere dingen. Twee weken geleden is de motie-Schalk c.s. aangenomen in de Eerste Kamer. De motie-Nagel ging over de ouderen. In deze motie wordt de regering verzocht om met voorstellen te komen om de substantiële verschillen tussen een- en tweeverdieners te verkleinen. Ik twijfel of ik nu weer een heel exposé moet geven over de eenverdiener, want dat hebben we al gedaan. Moeten we de feiten nu herhalen? Dat eenverdieners meer en meer een kwetsbare groep zijn geworden door een stapeling van fiscale maatregelen blijkt uit allerlei rapporten die de collega's ook kennen. Uit die rapporten blijkt ook dat de keuzevrijheid aangetast wordt door een absurde fiscale stimulering van het tweeverdienersschap met bedragen die gemakkelijk oplopen tot €10.000. Heel veel eenverdieners hebben geen vrije keuze, doordat zij een partner hebben die chronisch ziek of gehandicapt is, die geen werk kan vinden of die studeert. Dan hebben we het wel over 75% van de doelgroep die we proberen te stimuleren om de arbeidsmarkt op te gaan. Denk aan het simpele feit dat vrouwen steeds vaker kostwinner zijn.

Bij veel moderne partijen — laat ik ze zo maar noemen — blijft dat onderbelicht, maar 25% van de kostwinners is nu al een vrouw van wie de man de niet-werkende partner is. Het gaat om 25% en dat percentage neemt toe. Een aantal partijen noemt de ongelijke behandeling "een gewenste consequentie van een individualistische benadering in het fiscale stelsel". Dat doet echter geen recht aan het stelsel dat wij nu hebben. Als het stelsel daadwerkelijk individueel was geweest, dan zou u mij misschien niet eens horen, want dan zou de partner die geen inkomsten heeft, toegang krijgen tot bijvoorbeeld toeslagen. Dan zouden we echt een individualistisch stelsel hebben. Dan zouden we zeggen: ja maar, elk individu moet voldoende inkomsten hebben dan wel via eigen werk, dan wel via een uitkering, dan wel via toeslagen. Maar ja, lekker puh, zo hebben we het dus mooi niet gedaan. De belastingen zijn wel individualistisch, maar de toeslagen niet. Juist de combinatie van individuele belastingen en toeslagen op het niveau van het huishouden zorgt ervoor dat we niet belasten naar draagkracht maar naar leefvorm. Zie bijvoorbeeld het CPB-onderzoek dat door veel woordvoerders onder leiding van de heer Omtzigt is aangevraagd.

Dit voorjaar heeft het CPB nog een onderzoek naar de belastingdruk op eenverdieners gepubliceerd. Het leuke is dat het de Nederlandse cijfers heeft vergeleken met die van andere landen. Het zal u niet verrassen, maar zowel de eenverdieners zonder kinderen als die met kinderen hebben een veel hogere marginale druk — het gaat om 80% gemiddeld — dan waar gemiddeld sprake van is in de eurozone en in de OESO-landen. Op landenniveau komt alleen Engeland qua marginale druk nog enigszins in de buurt. Vergeleken met Duitsland, waar wij toch enigszins jaloers naar kijken als het gaat om de werkgelegenheid, is Nederland kampioen eenverdiener belasten. Duitsland doet dat totaal anders. Het heeft gewoon een splitsingsstelsel, maar het heeft ook economische groei en werkgelegenheid. Hoe komt dat? Duitsland is de 21ste eeuw ingegaan en heeft die ouderwetse verhalen verlaten waarmee mensen via de fiscaliteit worden gedwongen om naar de arbeidsmarkt te gaan. In Duitsland gelooft men immers dat de burgers modern genoeg zijn om zonder die fiscale prikkels keuzes te maken. Wij volgen Duitsland op dat punt en ik hoop dat het kabinet dat eindelijk ook eens doet. Voor een goed belastingstelsel is het dus helemaal niet nodig om als overheid in te grijpen in de taakverdeling van arbeid en zorg. Hoe kijkt de staatssecretaris hiertegen aan? Er wordt een hele commissie opgetuigd die onderzoek gaat doen naar een breed welvaartsbegrip. Misschien zou het goed zijn als die commissie ook eens kijkt naar de waarde van onbetaalde arbeid, zoals zorg voor eigen kinderen, vrijwilligerswerk, mantelzorg en noem maar op. Hopelijk volgt er dan eindelijk eens wat waardering in plaats van afkeuring en afstraffing voor wat deze burgers nog voor onze maatschappij betekenen.

De heer Van Vliet (Van Vliet):
Vroeger hadden we de zogenaamde belastingvrije som. Tegenwoordig hebben we een algemene heffingskorting, die wordt afgebouwd. Een fiscale partner kon de belastingvrije som vroeger sowieso verzilveren. Nu kun je de algemene heffingskorting overdragen. Dat voorkomt al een deel van de pijn die collega Dijkgraaf aangeeft. Zou je er dan niet voor moeten pleiten om die algemene heffingskorting niet af te bouwen, zoals ik in mijn tegenbegroting heb voorgesteld?

De heer Dijkgraaf (SGP):


We hadden het zojuist op het punt van de ouderen al over de vraag wat je dan wilt. Daarop antwoordde ik: zoek naar de knop die het dichtst bij het probleem zit. Dat is natuurlijk wel deze knop. Dat hebben we op drie manieren gedaan. Ten eerste hebben eenverdieners meer last van de progressief oplopende tarieven dan tweeverdieners, ten tweede hebben we de overdraagbaarheid van de heffingskorting afgeschaft en ten derde hebben we de voordelen van de tweeverdieners massaal gemaakt door de arbeidskorting en de inkomensafhankelijke combinatiekorting steeds te verhogen. De optelsom van die drie dingen heeft ervoor gezorgd dat we met dit probleem zijn komen te zitten. Ik ben in voor elke discussie, maar hoe directer die knop is, hoe beter dat is, want hoe goedkoper dat is.

Mevrouw Neppérus (VVD):


De heer Dijkgraaf beantwoordt de vraag aan welke knop hij zou willen zitten, nog niet of hij is daar nog niet uit. Ik probeer gewoon informatie te verzamelen. Vandaar mijn vraag: waar gaat het de heer Dijkgraaf nu om?

De heer Dijkgraaf (SGP):


Het is het goedkoopst om de met de overdraagbare heffingskorting gemaakte historische fout te herstellen. Je kunt dat genuanceerder verkopen; dat vinden sommige partijen misschien prettig en dat is ook waar. Waarom is die overdraagbare heffingskorting destijds immers afgebouwd? Om een prikkel te geven om naar de arbeidsmarkt te gaan. Daarna — dat wisten we toen niet — hebben we echter allerlei andere instrumenten ingezet, namelijk de inkomensafhankelijke combinatiekorting en de arbeidskorting. Eigenlijk kun je dus zeggen dat vanuit de filosofie van de partijen die daartoe besloten, daar toen historisch gezien misschien wel een reden voor was, maar dat die reden is achterhaald door allerlei andere instrumenten. We zijn nu instrument op instrument aan het stapelen en dan zet je een groep weg. Dat is dus de meest directe knop.

De heer Grashoff (GroenLinks):


Misschien is het verrassend, maar ook ik heb hier een vraag over. U beroept zich nu op een in de Eerste Kamer aangenomen motie, die uitgevoerd moet worden. Dat is toch een wonderlijk heen en weer zwiepen tussen twee Kamers? Wij zitten hier en ik zou van u heel graag een voorstel willen zien waarmee u concreet op dit vraagstuk ingaat. Ik kan u verzekeren dat zelfs wij ons dan het hoofd zullen breken over de vraag of we dat redelijk vinden of niet, aan welke knop u dan wilt draaien en wat daarvan dan de effecten zouden zijn. Maken we het onszelf in deze discussie niet iets makkelijker als we iets meer bereid zouden zijn om de kaarten op tafel te leggen?

De heer Dijkgraaf (SGP):


Desgewenst ben ik altijd bereid om allerlei kaarten op tafel te leggen. Volgens mij geef ik heel concreet aan wat mijn doel is. Het gaat mij er daarbij niet om of een amendement-Dijkgraaf het haalt. Ik bekijk hier ook waar vrienden te vinden zijn. Het aardige is dat, als er één partij voorvechter is voor eenverdieners, dat GroenLinks is, want dat zegt altijd dat het een basisinkomen wil. Een basisinkomen is eigenlijk een heel grote overdraagbare algemene heffingskorting. Ik snap dus heel goed dat u hier positief in zit.

De heer Grashoff (GroenLinks):


Ik was niet van plan om een vervolgvraag te stellen, want ik vind de beantwoording van de vraag redelijk. Het is niet zo gebruikelijk om een wedervraag te stellen, maar dat maakt het wel leuker. Ik kan u verzekeren, mijnheer Dijkgraaf, dat er tal van discussies over het basisinkomen gaande zijn. Wij willen daar graag mee experimenteren, maar als u in het programma van GroenLinks of in mijn woorden een pleidooi constateert voor het morgen invoeren van een basisinkomen, hebt u iets verkeerds geconstateerd.

De heer Dijkgraaf (SGP):


Ik heb wel heel goed de gedachtegang van GroenLinks gevolgd over de experimenten om te bekijken hoe het werkt. Experimenten doe je echter, denk ik, om zaken verder uit te rollen als ze een succes zijn. Waarom zou je anders die experimenten doen? En als je dit verder uitrolt, heb je een heel grote algemene overdraagbare heffingskorting geïntroduceerd. Ik kijk dus ook heel geïnteresseerd naar die experimenten.

De heer Van Weyenberg (D66):


De heer Dijkgraaf weet retorisch buitengewoon vermakelijk en eloquent de vragen weg te pingpongen. Dat maskeert dat hij één ding nog niet heeft gedaan, namelijk antwoord geven op de vraag. De vraag was: waar denkt de heer Dijkgraaf nu aan? Hij zegt dat hij de overdraagbaarheid van de heffingskorting of de versnelling wel zou willen terugdraaien, maar waar moet ik ongeveer aan denken? Wanneer is hij tevreden? Ik vrees dat ik dan minder tevreden word; dat weet ik eigenlijk wel zeker op dit onderwerp. Ik ken de heer Dijkgraaf ook als iemand die er altijd voor pleit dat we iets doen aan banengroei. Is hij bereid om te accepteren dat zijn plannen en wensen ervoor zorgen dat er minder banen ontstaan dan die 35.000 waarover niet alleen mijn partij maar ook die van de heer Dijkgraaf een beetje teleurgesteld was?

De heer Dijkgraaf (SGP):


Waar denk ik concreet aan? Als je het over de concrete uitvoering hebt, moet je openstaan voor alle mogelijke discussies die je met elkaar kunt hebben om een daadwerkelijk probleem op te lossen. Ik ben dus niet instrumenteel gericht. Ik weet wel een knop waaraan je makkelijk kunt draaien. Als je constateert dat een van de grote problemen de te snelle afschaffing van de overdraagbare heffingskorting is, kun je die verder gaan vertragen. Je kunt die historische fout ook voor een deel gaan terugdraaien. Het liefst doe ik het allebei. Dat is een heel directe mogelijkheid. Dan kun je ook altijd praten over de maatvoering en naar de effecten kijken. Wat ik volstrekt onderbelicht vind in de discussies over banengroei, ook en misschien wel bij uitstek bij D66, is de gigantische waarde voor onze samenleving van onbetaald werk. Ik noem vrijwilligerswerk, mantelzorg en zorg voor kinderen. Dat zijn gigantisch mooie dingen die onderbelicht zijn. Die komen niet uit de CPB-modelletjes. Die CPB-modelletjes zijn prachtig, maar die registreren alleen betaald werk. Wie alleen focust op betaald werk, ondermijnt het onbetaalde werk dat velen doen in deze samenleving. Dan ondermijn je iets wat schitterend is. Dat moet je niet doen.

De heer Van Weyenberg (D66):


De heer Dijkgraaf gaat eloquent door waar hij was opgehouden bij de vorige vraag, maar de kern is natuurlijk het belang van economische zelfstandigheid, dat niet in die modellen zit. Ik constateer dat nog steeds de helft van de vrouwen in dit land niet economisch zelfstandig is. Ik vind dat een probleem. Dat vind ik een belangrijk argument voor bijvoorbeeld geld voor kinderopvang. Dat had de heer Dijkgraaf nog niet genoemd. Het is ook iets waar D66 een groot voorstander van is. De vraag blijft echter staan. Natuurlijk, de modellen meten niet alles; dat ben ik graag met de heer Dijkgraaf eens. Is de heer Dijkgraaf echter bereid om serieuze banen in te leveren voor zijn wens voor de eenverdiener? Dat zou vanzelfsprekend zijn goed recht zijn, maar dan is dat helder.

De heer Dijkgraaf (SGP):


Als je doet wat ik doe en je daar zou stoppen en verder helemaal niks zou doen, dan heeft de heer Van Weyenberg gelijk. In de CPB-doorrekeningen kost dat banen. Dat is glashelder. Je kunt het ook slim doen, door bijvoorbeeld iets met vergroening te combineren. Als je aan vergroening doet en tegelijkertijd de lasten op arbeid verlaagt, win je weer banen. Je kunt dus wel met elkaar zoeken naar een pakket waarmee je er goed uitkomt.

Dan het punt van mensen die economisch zelfstandig zijn. Ik heb de cijfers gepresenteerd bij de Financiële Beschouwingen. Ook onder de SGP-achterban is maar 20% van de echtparen eenverdiener. 20%. Bij de VVD is dat 18%. Dat is geen significant verschil, hoor ik de staatssecretaris in zijn college van volgende week al zeggen. Dus terwijl iedereen het idee heeft dat de SGP-achterban niet wil, gebeurt het ook bij ons. Ik wil echter dat mensen de beslissing zelfstandig nemen en niet gedwongen door een of ander fiscaal voordeeltje. Want ik geloof in de zelfstandigheid van mensen. Niet wij moeten die keuze maken, maar zij. Ik snap best dat D66 nog wat tijd nodig heeft om daarop te komen, maar we hebben nog een paar weken. Daarin kunnen we elkaar volgens mij best vinden.

De heer Klein (Klein):
Ik hoor de heer Dijkgraaf wat passief praten over experimenten met een basisinkomen in den lande. Dat zijn echter helemaal geen experimenten met een basisinkomen. Dat is gewoon regelarme bijstand voor een kleine groep, waarbij wat gedragsmetingen gedaan kunnen worden. GroenLinks gaf net aan dat zij niet voor een basisinkomen is, terwijl ik dat juist een heel vrijzinnig idee vind. Volgens mij is de SGP hier ook heel positief over. Ik heb een aantal moties ingediend, en die heeft de SGP warm ondersteund, om te werken aan een echt basisinkomen, zodat je het probleem van heffingskortingen en vrijstellingen kunt weghalen. Je kunt al die fiscale problemen opheffen door een basisinkomen. Zou de SGP daar ook niet aan mee moeten werken?

De heer Dijkgraaf (SGP):


Blijkbaar is mijn knipoog naar GroenLinks de heer Klein enigszins ontgaan, maar dat is zijn goed recht. Het invoeren van een basisinkomen is gigantisch duur. Ik hoor GroenLinks daar ook niet voor pleiten, want zij ziet de rekening en de nadelen ook wel. Zijn mensen bijvoorbeeld nog voldoende gemotiveerd om te werken? Ik snap de experimenten en daar ben ik ook nooit tegen. Je ondervangt echter al een belangrijk deel van het probleem als je gewoon het fiscale recht respecteert vanuit zijn historie. De overheid heeft het recht niet om inkomens te belasten die nodig zijn voor de primaire levensbehoeften. Daarom hadden we immers altijd een belastingaftrek die afhankelijk was van de grootte van het gezin. Voor de volwassenen ging dat via een belastingvrije som of een algemene heffingskorting en voor de kinderen via de kinderbijslag. Als je dat doet, heb je al een belangrijk deel van het probleem opgelost.

De heer Klein (Klein):


Juist door alle toeslagen, kortingen en bureaucratische systemen rond de bijstand wordt het systeem duur. Een basisinkomen zou de boel betaalbaarder maken. We moeten de stelling dat het onbetaalbaar is eerst maar eens uitwerken, want dat lijkt me een stelling in het ongerijmde. Juist de SGP heeft aangegeven het idee van een basisinkomen — hoe het uitgewerkt wordt, moet nog blijken — heel positief te bezien. Begrijp ik dat de SGP dat standpunt niet meer deelt?

De heer Dijkgraaf (SGP):


Dat begrijpt de heer Klein dan verkeerd, want wij hebben geen ander geluid dan voorheen. Iedereen die kijkt naar de analyses van het basisinkomen dat bedoeld is als basisinkomen waarvan je zelfstandig kunt leven, ziet dat het een peperduur idee is met negatieve effecten voor de werkgelegenheid, omdat een aantal mensen dan minder gemotiveerd zal zijn om de handen uit de mouwen te steken. We gaan het zien bij de experimenten. Ik ben altijd geïnteresseerd in experimenten. Ik constateer echter dat we een belangrijk deel van het probleem kunnen oplossen als we naar een eerlijk belastingstelsel gaan.

De heer Van Vliet (Van Vliet):


Ik hoorde collega Dijkgraaf iets heel belangrijks zeggen, namelijk dat hij gelooft in de zelfstandigheid van mensen en dat je handelen niet gedreven moet worden door fiscale voordeeltjes. Ik ben het daar van harte mee eens. Laat ik dan eens naar de giftenaftrek kijken. Je geeft iets uit vrijgevigheid of omdat je de barmhartige samaritaan wilt zijn. Dat hoeft dus ook niet gedreven te worden door fiscale voordelen. Begrijp ik dat de SGP nu toch wil gaan nadenken over mogelijkheden om de giftenaftrek te beperken of af te schaffen?

De heer Dijkgraaf (SGP):


Ik vind dat een mooie vraag, want je zou inderdaad kunnen denken dat dit in het verlengde van mijn betoog zou kunnen liggen. Maar er zijn altijd uitzonderingen. We zijn bezig om een participatiesamenleving te creëren. We willen dat mensen een actievere rol in de samenleving spelen. Dan is het mooi om mensen te belonen die die rol actief oppakken. Dat geldt voor kerken, verenigingen en individuen. Zij geven een hoop geld. Dat is schitterend om te zien. Het is ook schitterend om te zien dat dit werkt. De overheid is een facilitator van dat proces. Zij heeft dat geïnitieerd door bijvoorbeeld de decentralisaties. Dan is het ook goed om die andere kant zo lang als dat nodig is te stimuleren.

De heer Van Vliet (Van Vliet):


Dat is een prachtig betoog. Ik ben dat gewend van collega Dijkgraaf. De SGP gaat dus niet stilstaan bij de giftenaftrek. Is dat de strekking van het verhaal?

De heer Dijkgraaf (SGP):


Ja. Dat gaan we voorlopig niet doen, zeker gezien het feit dat de belastingtarieven in Nederland gigantisch zijn. Er zijn ook landen waar je niet zo'n aftrek hebt, maar waar je dan ook een soort sociale vlaktaks hebt, waarbij je veel minder aan de overheid afdraagt. Zolang je dat niet hebt, heb je dit soort regelingen wel nodig.

De heer Tony van Dijck (PVV):


Het is makkelijk om de giften aftrekbaar te maken, omdat je zo'n hoog belastingtarief hebt, maar je kunt ook de giftenaftrek om zeep helpen en de belastingtarieven verlagen. De heer Dijkgraaf heeft veel vertrouwen in mensen. Laat mensen dan zelf kiezen waar ze hun grotere netto inkomen aan besteden; aan de kinderen of aan giften.

Ik heb nog een andere vraag. Ik hoor de SGP niet over de nivelleringsslag die plaatsvindt. Uit de berekening blijkt dat je ongeveer hetzelfde overhoudt, of je nu minimumloon verdient of modaal. Of het nu gaat om een alleenverdiener, een alleenstaande of een tweeverdiener, het feit dat er bijna geen verschil meer is tussen minimumloon en modaal, dat zou de SGP ook aan het hart moeten gaan. De SGP heeft al die jaren meegedaan aan die hele nivelleringsoperatie van de PvdA. Waar is de SGP om dat te corrigeren?

De heer Dijkgraaf (SGP):
Ik zou retorisch heel makkelijk kunnen zeggen: waar was de PVV toen zij bij Rutte I tegen hetzelfde probleem aanliepen want toen hebben zij niets gedaan. Maar dat vind ik een beetje flauw dus dat zeg ik niet.

De heer Tony van Dijck (PVV):


Dus u zegt het niet?

De heer Dijkgraaf (SGP):


Nee, ik zeg het niet. Ik ben het helemaal met u eens dat dit wel het probleem is. Daarom vond ik het ook heel mooi dat er een rapport is gevraagd van het CPB. Dit is een van de grote problemen. Daarnet werd er gevraagd of je dan werkelijk werk stimuleert. Dat gebeurt niet als je van een laag niveau naar een modaal inkomen gaat en er maar €2.000 op vooruitgaat. Wat zeg je dan tegen mensen? Dan moeten ze elke morgen vroeg de deur uit, hard werken, heel veel dingen extra doen en zij houden bijna niets over.

De heer Tony van Dijck (PVV):


Even resumerend. Ik hoor hieruit dat de heer Dijkgraaf spijt heeft dat hij de algemene heffingskorting inkomensafhankelijk heeft gemaakt. Dat is een van de oorzaken waardoor dit fenomeen optreedt. Toen de PVV in het vorige kabinet zat, hebben wij de algemene heffingskorting niet inkomensafhankelijk gemaakt en zo min mogelijk genivelleerd, maar dit kabinet gaat vol in de hoogste versnelling op nivelleringstour.

De heer Dijkgraaf (SGP):


Ik constateer dat het een optelsom van dingen is, zoals de arbeidskorting, de inkomensafhankelijke combinatiekorting, het afschaffen van de overdraagbaarheid van de heffingskorting. De PVV heeft daar ook steun aan gegeven. Ik constateer dat met dit Belastingplan al die problemen nog eens extra vergroot worden, omdat er weer een zwiep bovenop komt, bij al die knoppen. Op een gegeven moment loop je ertegen aan dat je zegt: jongens, is dit nog rechtvaardig. Dan is het de optelsom van dingen die maakt dat de uitkomst van het systeem zo beroerd is.

Voor de SGP is de positie van de eenverdiener cruciaal, dat kan u niet ontgaan zijn, terwijl maar 4% van de eenverdieners — tot nu toe althans — SGP stemt. 960.000 niet-SGP'ers die naar dit overleg zitten te kijken, en ook alle 40.000 SGP'ers, vragen zich af wat het kabinet gaat doen. Wordt er echt alleen naar de uitkomsten van het CPB gekeken of doet het kabinet wat belangrijk is voor de maatschappij? Wij vinden het cruciaal dat er een oplossing komt, omdat we dit fundamenteel onrecht vinden. Wij vinden dit cruciaal, omdat het verschil tussen een- en tweeverdieners opnieuw fors toeneemt. Wij vinden dit cruciaal omdat er een aangenomen motie van de Eerste Kamer ligt, waarin het kabinet wordt gevraagd om met voorstellen te komen. Mijn belangrijkste vraag is dan ook: wanneer kunnen we die voorstellen van het kabinet tegemoetzien? Voor ons zal dit punt zeer zwaar wegen bij de beoordeling van het Belastingplan.

De heer Van Weyenberg (D66):
De politieke koers van de heer Dijkgraaf is misschien niet de mijne, maar hij is duidelijk. In het interruptiedebat gaf de heer Dijkgraaf net toe dat het banen kost volgens het CPB-model, maar de conclusie was dat hij daartoe bereid is. Dat roept wel de vraag op of we dan moeten denken aan 1.000, 5.000, 25.000 of 50.000 banen. Ik hoop niet dat dit de grens is die de heer Groot bereid is te bieden, want hij noemde net 50.000. Hoeveel banen mag die op zichzelf respectabele, maar niet altijd door mij gedeelde inzet van de SGP kosten binnen dat CPB-model?

De heer Dijkgraaf (SGP):


Ik vind dit eerlijk gezegd een verkeerde discussie, allereerst omdat lang niet alles wat relevant is in de samenleving, hierin wordt meegeteld. Dan gaan we het hele Belastingplan afrekenen op een doorrekening van een theoretisch CPB-model. Het is wel een goede input in de discussie, maar er is veel meer in de samenleving dan betaald werk. Ten tweede moet je ook bekijken of het allemaal wel klopt. Het komt natuurlijk uit die modellen. Dat ga ik niet ontkennen, maar ik constateer dat we op dit moment met dik 600.000 werklozen in Nederland een heel ander probleem hebben. Op de korte termijn, in de komende jaren, komt er volgens mij door dit soort voordelen geen baan bij. Het is namelijk niet zo dat we werkloosheid hebben door te weinig arbeidsaanbod. Op dit moment hebben we werkloosheid door vraaguitval, dus niet omdat we mensen tekortkomen om aan het werk te krijgen. Het is dus ook een langetermijndiscussie. Dit is niet een probleem van vandaag. Ik spreek u nog wel over tien jaar. Misschien zijn we er dan weer, maar voorlopig hebben we een gigantisch werkloosheidsprobleem. Als je er op deze doorgerekende manier 10.000 banen bijzet en er nog eens 10.000 banen bijzet, betekent dat simpelweg dat je de werkloosheid vergroot.

De heer Van Weyenberg (D66):


Ik heb altijd geleerd dat je op de goede weg bent als iemand zegt dat je de verkeerde, niet-relevante vraag stelt. Dan is het blijkbaar een ingewikkelde vraag. De heer Dijkgraaf zegt terecht dat je je niet moet blindstaren op die cijfers. Dat snap ik heel goed. Dat was mijn vraag ook niet. Ik snap dat de heer Dijkgraaf andere dingen belangrijker vindt. Hij doet daarmee echter afbreuk aan het model van het Centraal Planbureau. Ik werk nu drie jaar met plezier samen met de heer Dijkgraaf en hij is zelf altijd de eerste om op de waarde van die cijfers te wijzen. Ik heb gewoon een heel simpele vraag gesteld, in de wetenschap dat de heer Dijkgraaf doelen heeft die geen plek hebben in het model. Mijn vraag is en blijft echter: hoe hoog is de prijs in banen die de heer Dijkgraaf bereid is te betalen voor deze ambitie? Eerlijk gezegd vind ik dat geen rare vraag, gegeven het vlammende betoog van de heer Dijkgraaf in het afgelopen kwartier.

De heer Dijkgraaf (SGP):


Ik vind dat de Kamer — wie dat dan precies zijn, zien we wel — de ambitie moet hebben om een pakket te maken dat het liefst het aantal banen nog vergroot. Dan denk ik eerlijk gezegd eerder aan het verlagen van de kosten op arbeid voor de werkgever, om zo meer banen te creëren. Daar zit natuurlijk wel een probleem. Ik vind het veel belangrijker als we die brug met elkaar kunnen slaan. Dat vind ik veel belangrijker dan de individuele onderdelen van het plan. Het bestaande onrecht telt natuurlijk ook zwaar.

De heer Bashir (SP):


Ik ben het helemaal eens met de analyse dat de theoretische modellen vaak niets zeggen over hoe de werkelijkheid er echt zal uitzien. We kunnen misschien wel achteruitkijken. Wat hebben regelingen teweeggebracht? Heeft de afbouw van de overdraagbaarheid van de algemene heffingskorting er echt toe geleid dat mensen zijn gaan werken? Denk ook aan de inkomensafhankelijke combinatiekorting. Die regeling is zo ingewikkeld dat de meeste mensen niet snappen of ze er wel of geen recht op hebben. Dat weten ze pas op het moment dat ze aangifte doen. Dan zien ze of ze er wel of geen recht op hebben. Niemand gaat echter werken omdat hij of zij er recht op heeft. Is het niet beter om de effecten van de bestaande regelingen eens heel goed te evalueren?

De heer Dijkgraaf (SGP):


Zeker. Daar is natuurlijk ook wel naar gekeken. Als je het aantal banen dat je extra creëert, afzet tegen het budget dat de overheid erin stopt, zie je dat je op gigantische bedragen per baan komt. Dat blijkt uit alle analyses. Dan heb je het soms over €100.000 per gecreëerde baan, elk jaar weer. Lieve help! Volgens mij kunnen we veel beter stoppen met het rondpompen van die belastingvoordelen. Verlaag ze en verlaag daarmee het belastingtarief. Dan doe je veel meer.

De heer Bashir (SP):


Je kunt regelingen schrappen, maar je kunt regelingen ook toegankelijk maken voor mensen die er nu niet voor in aanmerking komen. De inkomensafhankelijke combinatiekorting kun je bijvoorbeeld zo vormgeven dat ook eenverdieners ervoor in aanmerking komen. Kunnen we elkaar daarin misschien vinden?

De heer Dijkgraaf (SGP):


Dat vind ik wel mooi, maar volgens mij maak je er dan gewoon een algemene heffingskorting van. Ik zie het principiële verschil dan niet meer zo. Als dat een politieke truc kan zijn om toch een meerderheid te krijgen, vind ik dat prima.

De heer Grashoff (GroenLinks):


Ik wil inhaken op het debatje over de vraag of een en ander banen mag kosten. Is de heer Dijkgraaf het met mij eens dat er meer mogelijkheden zijn om die vraaguitval tegen te gaan en dat die liggen in de investeringssfeer? Het gaat daarbij zowel om het uitlokken van investeringen in de markt als het rechtstreeks investeren door de overheid. Liggen daar geen openingen om te komen tot een pakket dat veel meer werk oplevert dan dat het nu oplevert?

De heer Dijkgraaf (SGP):


In zijn algemeenheid is het makkelijk om ja te zeggen op deze vraag, want dat gebeurt bijna per definitie. Ik vind het lastige daarom de vraag waarover we het precies hebben: het zou moeten worden geconcretiseerd. Wij hebben in de afgelopen jaren natuurlijk wel plannen gesteund om het begrotingstekort van de overheid naar beneden te brengen. Ik vind dat een goede zaak, want we hebben nog steeds een fors tekort. We investeren dus vele miljarden per jaar in de samenleving die we helemaal niet hebben. Dat zullen onze kinderen en kleinkinderen met rente terug moeten betalen. Maar ik sta open voor elke suggestie voor een plan dat tot echte banen leidt.

De heer Grashoff (GroenLinks):


Ik heb er een in de aanbieding, namelijk het uitlokken van investeringen in vergroening. Ik vind het wel interessant om daarop een reactie te krijgen van de heer Dijkgraaf. Die investeringen veroorzaken direct werk én zorgen voor een verandering van ons energiepatroon. Is de heer Dijkgraaf dat met mij eens?

De heer Dijkgraaf (SGP):


Morgen mag de heer Grashoff voor een motie van mij stemmen over voldoende budget voor bijvoorbeeld energie-innovatie, want ik maak mij daar erge zorgen over. We geven miljarden uit aan het neerzetten van bestaande techniek. Slechts luttele bedragen zijn gereserveerd voor het stimuleren van innovatie, terwijl we weten dat innovatie niet alleen het duurzaamheids- en CO2-probleem kan oplossen, maar er ook nog voor kan zorgen dat er vele banen bij komen. Het kan bijvoorbeeld schitterende exportproducten opleveren. Als het om dat soort dingen gaat, vindt de heer Grashoff mij aan zijn zijde.

De heer Groot (PvdA):


De heer Dijkgraaf gebruikt zware woorden, zoals "onrecht" als het gaat om de belasting op alleenverdieners. We hebben ooit een splitsingsstelsel gehad. Daar zijn historische studies naar gedaan. Daarvan is mij bijgebleven dat de opheffing wel degelijk heeft geleid tot een enorme toename van de arbeidsdeelname, met name door vrouwen. Het fiscale systeem weer helemaal terug brengen naar huishoudniveau, waarvoor de heer Dijkgraaf pleit, zou kunnen leiden tot een omgekeerde beweging, namelijk dat een heleboel partners niet meer gaan werken. Wat zou dat uiteindelijk betekenen voor de positie van alleenverdieners? Wat zou het bijvoorbeeld betekenen voor de AOW-premie en de zorgverzekeringspremie? Hebben we niet ook een heleboel welvaart te danken aan juist de vergroting van de arbeidsparticipatie, waarvan uiteindelijk ook de alleenverdieners voordeel hebben?

De heer Dijkgraaf (SGP):


Twee antwoorden. Eén: kijk naar Duitsland. Daar draait de economie als een tierelier en nemen mensen hun verantwoordelijkheid. Duitsland heeft gewoon een splitsingsstelsel. Twee: ik vind het anno 2015 bizar dat je zou suggereren dat vrouwen werken vanwege fiscale voordelen en dat die vrouwen thuis zouden gaan zitten als je hun die afneemt. Wat is dat voor visie op vrouwen? Ik geloof in vrouwen die zelfstandig hun keuzes maken, opgeleid zijn en die al dan niet kiezen voor thuis voor de kinderen zorgen, werk of een combinatie daarvan. We kunnen vrouwen anno 2015 toch niet zien als: als je ze een fiscaal voordeeltje afneemt, dan gaan ze weer thuis op de bank zitten? Misschien PvdA-vrouwen, maar SGP-vrouwen niet.

De heer Groot (PvdA):


Dan ontkent de heer Dijkgraaf gewoon keihard hoe het CPB hiernaar kijkt. Als het eerste uur arbeid van de spreekwoordelijke vrouw van de tandarts meteen wordt belast met 52%, is dat wel degelijk behoorlijk ontmoedigend. In dat soort situaties kom je dan terecht. Om het voor de voorheen niet-werkende partner lonend te maken, zijn al die maatregelen genomen. Welke evaluatie je daar ook op loslaat: dat heeft natuurlijk ontzettend goed gewerkt.

De heer Dijkgraaf (SGP):


Dat iets gewerkt heeft in het verleden, wil niet zeggen dat het een verstandige koers is voor de toekomst. Het was een totaal andere situatie. Ik geloof dat we in een ander tijdsregime zitten. Het is logisch dat er altijd een marginaal effect is van fiscale voordelen. Ik wil daar echter wel twee dingen over zeggen. Ten eerste, het is peper-, peperduur, juist omdat we die heel grote gang naar de arbeidsmarkt allang gehad hebben. Je hebt het dus over een steeds kleinere groep. Nu richt je bijvoorbeeld je pijlen op een groep van een miljoen mensen, van wie er slechts 250.000 serieus aan het werk kunnen. Dat geeft al aan hoe duur het is. Als je met schaars geld constateert dat iets duur is, kun je op een gegeven moment in een moderne samenleving beter op een ander systeem overgaan. Je kunt bijvoorbeeld stoppen met het rondpompen van geld en het verlagen van de tarieven. Dan geef je mensen aan de marge ook een prikkel.

De heer Groot (PvdA):


Voorzitter. Ik heb nog een slotvraag.

De voorzitter:


Nee, ik wil het hierbij laten. Ik geef het woord aan de heer Krol. Ik wil de heer Van Vliet vragen om voor de rest van de middag mijn plaats als voorzitter in te nemen. Ik wens allen een heel goede voortzetting.
1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   12

  • Van Vliet
  • Neppérus
  • Tony van Dijck
  • Groot

  • Dovnload 431.68 Kb.