Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Het pakket Belastingplan 2016 en het wetsvoorstel Wet uitvoering Common Reporting Standard

Dovnload 431.68 Kb.

Het pakket Belastingplan 2016 en het wetsvoorstel Wet uitvoering Common Reporting Standard



Pagina9/12
Datum05.12.2018
Grootte431.68 Kb.

Dovnload 431.68 Kb.
1   ...   4   5   6   7   8   9   10   11   12
Schouten (ChristenUnie):
De heer Van Weyenberg stipt terecht het punt aan van de Wajonger met loondispensatie. Kan hij er dan niet beter voor pleiten dat die Wajonger straks loonkostensubsidie krijgt? Dan hebben we dat probleem meteen opgelost.

De heer Van Weyenberg (D66):


Mevrouw Schouten weet heel goed dat we op dit punt van mening verschillen. Ik wijs haar graag op een interview met een aantal werkgevers dat dit weekend in de Volkskrant stond. Zij gaven aan waarom loondispensatie voor hen een veel veiliger en in de toekomst een veel betrouwbaarder instrument is dan de loonkostensubsidie. Zij zijn namelijk bang dat een nieuw kabinet de subsidie door een of andere budgettaire tegenslag zomaar zal korten. Ik beveel het interview van harte aan.

Mevrouw Schouten (ChristenUnie):


Loonkostensubsidie en loondispensatie zijn allebei ongewis. Bij beide ben je afhankelijk van een overheid die beleidskeuzes maakt. Die kunnen per jaar verschillen. Dat lijkt me dus niet zo'n steekhoudend argument van die werkgevers.

De heer Van Weyenberg (D66):


Dat is op zichzelf wel waar, maar een subsidie komt nu eenmaal altijd eerder in de spotlights te staan, omdat deze een budgettair beslag legt. Loondispensatie komt niet op de begroting terug.

De voorzitter:


U vervolgt uw betoog.

De heer Van Weyenberg (D66):


Ik ben ook bijna aan het einde. Waarom wordt er, als er te veel of te weinig wordt uitgegeven, niet voor gekozen dit af te zetten tegen andere mee- en tegenvallers? Is dat niet de reguliere begrotingssystematiek? Kan het kabinet aangeven hoe het omgaat met een tegenvaller? Als in 2017 600 miljoen wordt uitgegeven aan het LIV, is in 2018 dan nog gewoon 500 miljoen beschikbaar, of 400 miljoen? Of moet die 100 miljoen een jaar later zelfs worden gecompenseerd? Dan wordt het dus teruggehaald, zoals het een beetje werkt in de Wbso-systematiek. Of wordt alleen het bedrag voor het komende jaar verlaagd? Hoe werkt de begrotingssystematiek die hiervoor is gekozen? Na lezing van alle antwoorden blijft deze vraag bij ons nog steeds staan.

Ik kondig alvast maar het volgende aan. Als we ooit het wettelijk minimumjeugdloon verhogen, door bijvoorbeeld ervoor te zorgen dat 21- en 22-jarigen het echte wettelijke minimumloon krijgen, moet er 50 miljoen extra aan het LIV worden uitgegeven. Als het kabinet dan het bedrag gaat verlagen, gaat dat mijn fractie in ieder geval veel te snel. Volgens mij moet je dan afwegen of je dat bedrag wel of niet wilt verlagen.

In de stukken staat dat alles rondom die bedragen, zoals de hoogtes per jaar, per ministeriële regeling gaat. De minister kan dus op elk moment besluiten om bedragen te verhogen en te verlagen. Het lijkt mij wel verstandig om een voorhang te hebben bij een dergelijk besluit. Het kabinet zegt in de beantwoording dat we dit bij de begrotingsbehandeling wel terugzien, maar ik ben nog niet overtuigd. Ik overweeg zelfs een amendement in te dienen, dus ik krijg graag nog een nadere reactie van het kabinet.

Tot slot wil ik het volgende zeggen over deze wet. Ik begrijp nog niet waarom het budget onder het lastenkader wordt gerekend. Het zijn volgens mij gewoon uitgaven. Nu valt de regeling in een soort niemandsland qua begrotingsregels. Dat bleek ook wel uit het voorgaande deel van mijn inbreng. Het uitgavenkader is niet van toepassing maar de regels voor belastinguitgaven ook niet. Het argument dat het loonkostenvoordeel de premiekorting vervangt aan de lastenkant vind ik niet overtuigend. Daar hebben we al sinds jaar en dag een statistische correctie voor conform begrotingsregel 8. Of kwam dat het kabinet op dit moment gewoon niet zo heel goed uit, omdat dan zichtbaar zou worden dat er geen 5 miljard maar 4 miljard lastenverlichting wordt gegeven met dit pakket? Is dat misschien de reden? Het is in ieder geval gelukt om die verwarring te creëren, maar zou het toch niet verstandig zijn om deze uitgaven alsnog onder het uitgavenkader te brengen?

Tot zover. Ik zie uit naar de beantwoording van de staatssecretaris. Tot op heden hebben we gezien dat eigenlijk elke keer als de oppositie met plannen kwam, het kabinet en zeker de coalitiepartijen nee zeiden, of het nou ging over het lokaal belastinggebied of de vergroening. Ik hoop dat driemaal scheepsrecht is.

De voorzitter:


Na de lunchpauze zijn er vijf sprekers geweest. Ik stel voor om kort te schorsen, al is het maar om sanitaire redenen.

De vergadering wordt van 16.15 uur tot 16.24 uur geschorst.

De voorzitter:
Dames en heren, we gaan verder met de eerste termijn van de zijde van de Kamer. Aan het woord is de heer Omtzigt van het CDA. Ik wijs de collega's erop dat we om 19.00 uur de zaal moeten ontruimen. Dat betekent dat de zaal om 19.00 uur echt leeg moet zijn. Als iedereen een beetje terughoudend is met interrupties, dan zullen we het qua spreektijden waarschijnlijk redden. De heer Omtzigt heeft al aangeboden dat zaken eventueel schriftelijk kunnen worden afgehandeld. Dat is altijd een uitstekend voorstel.

De heer Omtzigt (CDA):


Voorzitter. Ik ben bereid om de inbreng over de laatste drie wetsvoorstellen schriftelijk in te dienen. Het zijn ook wat technische vragen die daarin zitten.

De voorzitter:


Dank u zeer.

De heer Omtzigt (CDA):


Voorzitter. Het is een omvangrijk pakket aan wetgeving. Ik deel de mening van mijn collega van D66 dat we met 1.000 pagina's aan wetgeving moeten oppassen voor de zorgvuldigheid. Inderdaad, zoals mijn collega van de SP zei: het zijn hardwerkende ambtenaren. Ik ben echter bang dat als we op deze manier werken, we een of twee dingen krijgen die straks tot een noodreparatie in de wetgeving leiden.

De wetsvoorstellen maken het eigenlijk alleen maar complexer. Vereenvoudigingen worden vooral onderzocht, versimpelingen worden aangekondigd en het moeilijk maken wordt doorgevoerd in dit Belastingplan. Wanneer komen dus de echte vereenvoudigingsplannen?

Er is dit jaar ook gewoon goed nieuws. Er is een lastenverlichting van 5 miljard. Na jaren van belastingverhogingen — de zwaarste lasten bij de middeninkomens — is er dit jaar sprake van een belastingverlaging. Dat is verstandig. De crisis ijlt nog steeds na en het is van belang dat iedereen meer te besteden heeft en werkgevers ook minder kwijt zijn aan het in dienst nemen van personeel. Geldt dat dan ook voor iedereen? Veel mensen gaan erop vooruit, maar niet allemaal in dezelfde mate. Zo kan 7% van de IACK-gerechtigden niet de hele IACK verzilveren. Hetzelfde geldt voor een behoorlijk percentage gepensioneerden met ouderenkorting. Kan de staatssecretaris precies aangeven hoe groot het verzilveringsprobleem is voor een alleenstaande ouder die €15.000 verdient, voor een alleenstaande ouder die het wettelijk minimumloon verdient en voor een AOW'er zonder aanvullend pensioen, zowel gehuwd als ongehuwd? Immers, als je de kortingen verhoogt en ze kunnen er geen gebruik van maken, dan schiet je je doel voorbij.

Deze lastenverlichting is geen duidelijke visie dat bijvoorbeeld de tarieven omlaag moeten of dat de heffingskortingen eenvoudig moeten worden. In plaats daarvan draait de staatssecretaris aan veel knoppen een beetje, net zolang tot de uitkomst in de CPB-modellen zo ongeveer maximaal is. Denkt hij dat een ondoorzichtig en onoverzichtelijk belastingstelsel mensen ertoe aanzet om meer te gaan werken of is hij van mening dat een belastingplichtige nog kan overzien hoeveel meer of minder belasting hij dit jaar gaat betalen als hij meer gaat werken? Ik verwijs maar even naar de discussie die ik met mevrouw Neppérus heb gevoerd. De tarieven gaan een beetje omlaag, de arbeidskorting wordt sneller afgebouwd, de IACK gaat een beetje omhoog, de derde schijf wordt een beetje verlengd. Het lijkt me een leuke quiz om de Nederlander te vragen: als je €100 extra verdient, hoeveel houd je ervan over? Ik denk dat werkelijk niemand daar nog enig idee van heeft.

De belastingverlaging is bovendien vooral voorbehouden aan groepen die het goed doen in de CPB-modellen. Daar heeft mijn fractie gewoon veel moeite mee. Elk model is hooguit een benadering van de werkelijkheid en wat je als aanname hanteert, komt er als resultaat uit. Zo gaat het CPB-model voor de werkgelegenheid uit van een vraaggestuurde arbeidsmarkt. Collega Dijkgraaf wees hier al op. De grens bij kostwinners dreigt nu bereikt te worden. Het voorbeeld uit de CPB-doorberekening: een alleenstaande ouder met wettelijk minimumloon met één kind houdt netto ongeveer evenveel over als een alleenverdiener met een modaal inkomen met twee kinderen. Dus let even op: iemand die twee keer zoveel verdient en twee keer zoveel monden moet voeden, houdt na de belastingheffing evenveel over als iemand die maar de helft verdient en de helft van de monden moet voeden. Waar blijft het draagkrachtprincipe, vraagt mijn fractie zich af.

Men zegt naar aanleiding van de vraag of het wel representatief is: ja, we hebben ons gericht op gezinnen op kinderen. Is de staatssecretaris bereid om in plaats van te gaan schieten op onderdelen, voor de eerste termijn, en wel schriftelijk, te vertellen wat hij van deze memo vindt, zodat we ook begrijpen of het nog naar draagkracht gaat of niet? Kan hij een oordeel geven over de situatie waarin de partner van de kostwinner niet kan werken, bijvoorbeeld door ziekte? Dan kun je het gewenste gedrag niet vertonen, hoe hard je ook prikkelt als overheid. Dan zijn er over het algemeen hogere ziektekosten en extra kosten. Kan de staatssecretaris tabel 9 uitbreiden met een kostwinner met twee kinderen en een modaal inkomen? Zou de intensivering van de IACK niet beter kunnen worden ingezet, bijvoorbeeld door de verhoging van de kinderbijslag?

Een tweede groep betreft de ouderen.

De voorzitter:


Er is toch nog een vraag van de heer Dijkgraaf.

De heer Dijkgraaf (SGP):


Een mooi betoog, waarmee ik het tot nu toe bijna helemaal eens ben. Het laatste verbaast me echter wel een beetje. Als je de intensivering van de IACK in de kinderbijslag stopt, waarvan natuurlijk iedereen profiteert — dat is logisch, want daarin maken we geen onderscheid — heb je het over een luttel bedrag per huishouden, gezien de hoogte van de intensivering. Dat kan toch niet de bedoeling zijn als je zulke grote verschillen constateert?

De voorzitter:


Voordat u binnenkwam, mijnheer Dijkgraaf, hebben wij afgesproken om ons een beetje te beperken in de interrupties. Om 19.00 uur moet de zaal ontruimd. Ik zeg het nog maar even, omdat u net nog niet binnen was.

De heer Omtzigt (CDA):


Ik vraag om te reageren. Andere voorstellen zijn ook welkom. Het gaat om een intensivering van 300 miljoen. Zou je die delen door ongeveer 3 miljoen keer kinderbijslag, dan gaat het om ongeveer €100 per kind per jaar. Dat is voor een gezin met twee of drie kinderen €200 tot €300. De marges zijn niet altijd hoog, maar het is ook geen nulbedrag dat er uitkomt.

De heer Dijkgraaf (SGP):


Elke euro is natuurlijk meegenomen. Is de heer Omtzigt het echter met mij eens over het volgende? Als je constateert dat er zo'n groot verschil is in behandeling tussen eenverdieners en tweeverdieners, dan geldt: hoe gerichter je het geld inzet, hoe meer je kunt doen aan de kloof die is ontstaan.

De heer Omtzigt (CDA):


Ja, je kunt dat gericht inzetten, maar ik wacht graag af welke voorstellen er zijn voor het gericht inzetten. Ik heb het bewust uit de IACK gehaald, omdat het heel raar is dat de tweede verdiener in een huishouden in Nederland minder wordt belast dan de eerste verdiener in een alleenverdienershuishouden. Dat is een idiote kronkel, die voortkomt uit de modellen over het prikkelen. Er staat ook snoeihard in de brief van de regering dat je kostwinners niet hoeft te prikkelen, omdat ze toch wel 40 uur per week werken. Dan krijg je dus dit soort belastingtarieven van 85%. Het is voor de alleenverdiener bijna interessanter om het wettelijk minimumloon te verdienen dan een modaal inkomen. In dat model verdient hij namelijk nog €2.000 extra, maar hij mag die goedkope huurwoning niet meer in. Als hij die niet meer in kan, houdt hij zelfs minder over. Eigenlijk wordt op dit moment in het Belastingplan tegen alleenverdieners gezegd: als u vijf dagen per week werkt als onderwijzer op een basisschool, dan verdient u een modaal inkomen in dit land; u kunt dan beter drie dagen per week gaan werken, want dan houdt u meer over. Dat wil de VVD aan het land vertellen en daarop heb ik van mevrouw Neppérus tot nu toe geen antwoord gekregen.

De heer Van Weyenberg (D66):


Een ding begrijp ik niet. Ik hoor nu niet alleen heel veel kritiek op de vermogensrendementsbelasting, maar ook heel veel kritiek op de vormgeving van het 5 miljard-pakket. De laatste keer dat ik het standpunt van het CDA bekeek, zei de heer Buma dat hij zich er wel in kon vinden. Dus: waar staat het CDA nu? Ik ben in lichte verwarring, of beter gezegd: in grote verwarring.

De heer Omtzigt (CDA):


Dat D66'ers in verwarring zijn snap ik wel, want ze steunen het kabinet altijd en hebben er dan kritiek op. Nee, in alle eerlijkheid: voor ons zit het probleem bij de IACK. Wij kunnen ons in grote lijnen vinden in het verhogen van de arbeidskorting. Ik vind het ook bijzonder dat de collega's van de Partij van de Arbeid en de VVD niet veel beter hebben uitgelegd dat dit een forse lastenverlichting is voor mensen die niet al te veel verdienen en het daardoor misschien juist verdienen om wat extra's te krijgen. Ik snap die redenering. Bij de IACK en bij het draaien aan een aantal kleine specifieke knoppen zetten wij echter ernstige vraagtekens. Wij zien, in dit geval samen met de SGP, dat er een onbalans begint te ontstaan door de combinatie van de IACK, het kindgebonden budget waarin de alleenstaande-ouderkop zit, en de overheveling van de heffingskorting. Je krijgt dan een paar heel scheve dingen voor de alleenverdiener. Daar zou eens goed naar moeten worden gekeken. Daarom hebben wij de motie in de Eerste Kamer ook ondersteund.

De heer Van Weyenberg (D66):


De verleiding is altijd groot om op jij-bakken in te gaan. Dat zal ik niet doen, buiten de constatering dat het CDA recentelijk voor alles is waar het de afgelopen twee jaren tegen was. Dat is dan weer goed nieuws. Als het puur om het pakket van 5 miljard gaat, constateer ik dat het CDA vandaag additionele eisen op tafel heeft gelegd, los van de vermogensrendementsheffing, terwijl de heer Buma nog zei dat hij dit pakket steunde. Dat lijkt mij een extra uitdaging voor het kabinet.

De heer Omtzigt (CDA):


Het is de heer Van Weyenberg wellicht ontgaan dat er bij de Algemene Politieke Beschouwingen een motie is ingediend door ChristenUnie, CDA en SGP die het kabinet vraagt om voor de alleenverdieners op te komen, die bijna identiek is aan de aangenomen motie in de Eerste Kamer, en dat ik hier precies hetzelfde zeg. Als dat hem ontgaan is, is dat jammer, maar ik wil hem de stukken graag nog eens opsturen. Dit is niet nieuw. Hij heeft de stukken al gelezen, begrijp ik. Nou, precies hetzelfde zeg ik hier. Meer dan de heer Buma ben ik echter van de afdeling dat ik ook heel precies met cijfertjes onderbouw waar het probleem zit. En na de quote van daarnet weet ik wat u van statistici denkt, mijnheer Van Weyenberg!

De heer Bashir (SP):


De heer Van Weyenberg wijst op een interessant gegeven, namelijk dat het CDA nu toch wel eisen op tafel legt. Wij hebben het verhaal van de vermogens gehad en nu is ook de IACK aan de orde gekomen. Misschien heeft de heer Omtzigt ook nog wat op te merken over de marginale belastingdruk, waarover wij de afgelopen jaren veel gesproken hebben. Ook die wordt niet gerepareerd. Hoe zwaar weegt dit voor de heer Omtzigt? Is dit van zodanig belang dat het CDA het Belastingplan wegstemt als de IACK en de vermogens op tafel blijven liggen? Of merkt de heer Omtzigt dit gewoon op, maar maakt dit het CDA verder niet zoveel uit?

De heer Omtzigt (CDA):


Wij hebben een positieve grondhouding ten opzichte van dit Belastingplan, met een forse lastenverlichting op arbeid, maar hebben daarbij een aantal punten aangekaart. Die hebt u bij de Algemene Politieke Beschouwingen in de Eerste en Tweede Kamer kunnen opmerken. Het gaat om het loskoppelen van box 3, de positie van alleenverdieners en de positie van ouderen. Verder heb ik een aantal wat kleinere punten. Ik wil bijvoorbeeld graag de uitvoeringstoets van het LIV en het advies van de Raad van State over de kolenbelasting zien. Die laatste twee punten zullen niet blokkerend voor het Belastingplan zijn, zeg ik heel eerlijk, maar vanaf de Algemene Politieke Beschouwingen is mijn fractie volstrekt helder geweest over die eerste drie punten en wat zij daarvan vindt.

Overigens vind ik het heel interessant dat al in eerste termijn aan het begin van een inbreng wordt gevraagd naar een politiek oordeel. Dit is 90% van de belastingwetgeving. Die wil ik ook graag goed inhoudelijk behandelen. Een aantal collega's merkt al na vijf minuten verbaasd op dat ik een paar vragen heb. Ik heb inderdaad veel vragen. Zal ik u iets vertellen? De afgelopen jaren had ik ook veel vragen bij de belastingverhoging voor diesel en lpg. Daar is niet naar geluisterd, maar het klopte wel. Ik had veel vragen bij de oldtimersmaatregel, overigens samen met de SP. Daar is niet naar geluisterd, maar het klopte wel. Ik heb het Belastingplan laten heropenen omdat de belasting op leidingwater onuitvoerbaar was. De coalitie deed de ogen dicht en de staatssecretaris moest een speciale AMvB slaan omdat die inderdaad onuitvoerbaar bleek. Als de staatssecretaris en dit kabinet luisteren naar wat een aantal oppositiepartijen zeggen, is er een kans dat het belastingpakket beter wordt. Dat hoeft niet met extra geld, zeg ik maar gelijk tegen de staatssecretaris. Het kan binnen dit pakket.

De heer Bashir (SP):
Ik ben sowieso geïnteresseerd in het uiteindelijke politieke oordeel van de heer Omtzigt, maar zal daar niet nu al naar vragen. Wel is het voor ons van belang om te bekijken waar het CDA verandering in het pakket wil zien. Wij hebben nu een aantal dingen genoteerd. Ik merk op dat accijnzen en oldtimers daar nog niet bij horen en de marginale belastingdruk helaas ook nog niet, maar wel de IACK, box 3 en ouderen. Dat staat in ieder geval genoteerd. Wij kunnen bekijken hoe het kabinet uiteindelijk beweegt, want volgens mij zijn wij op deze punten bondgenoten van elkaar. Hier kan inderdaad veel in veranderd worden als het kabinet bereid is om ook naar de oppositie te luisteren.

De heer Omtzigt (CDA):


Op zich klopt de samenvatting, maar ik ben wel voor het scheiden van hoofd- en bijzaken. U kunt van mij inderdaad een voorstel over oldtimers tegemoetzien, maar als dat wordt weggestemd, betekent dat niet dat ik tegen het pakket van 5 miljard ben. Laat ik daar ook maar heel helder in zijn. Het lijkt mij gewoon verstandig om daarin een kleine reparatie aan te brengen.

Voorzitter. De heer Van Weyenberg kondigde het al aan: ik kom aan box 3 toe. Waar andere stelselwijzigingen meestal voorafgegaan worden door een onderzoekscommissie, een kabinetsreactie, een hoofdlijnenbrief, een hoofdlijnendebat, een schets van de verschillende alternatieven en een gemotiveerd wetsvoorstel, wordt deze herziening in het Belastingplan gepresenteerd en binnen een paar maanden door beide Kamers gejaagd. De wijzigingen in box 3 hebben niets te maken met de andere onderwerpen in het Belastingplan, zo zegt ook de Raad van State. Er is geen budgettaire samenhang, dus dit had een apart wetsvoorstel moeten zijn. Is de staatssecretaris daar alsnog toe bereid? Kan hij helder aangeven waarom dit voorstel in dit wetsvoorstel staat? De Belastingdienst heeft maar één jaar nodig om één getal te wijzigen in drie getallen om de progressieve vermogensbelasting in te voeren. Ik heb kennisgenomen van het antwoord van de staatssecretaris dat de wijziging geïmplementeerd moet zijn voor de voorlopige aanslag van 2017. Voor welke datum in 2016 moeten de wijzigingen dan door beide Kamers zijn aangenomen? Dan zou de zomer van 2016 toch ook voldoende zijn?

Het is apart dat deze herziening niet eerder in het parlement is besproken, omdat dit stelsel niet eens het einddoel is. Het plan is om in de toekomst mogelijk over te gaan tot vermogenswinst- of vermogensaanwasbelasting, maar dat einddoel is niet zeker. Wordt het winst of aanwas en wat te doen met vermogensverliezen en met de kosten? Zo zijn er nog veel vragen. Eigenlijk weten wij dus niet veel. De Kamer wordt gevraagd in te stemmen met een tijdelijk plan, terwijl wij niet weten wat het uiteindelijke plan moet zijn of wat het uiteindelijke stelsel wordt.

Het ontbreken van dit plan wreekt zich bij een aantal details. In de nota naar aanleiding van het verslag is 20% van de opbrengst zoek, namelijk 700 miljoen. Er wordt gezegd dat nog niet alle inkomsten binnen zijn. Nou, de adviseurs die ik heb gebeld, zeggen dat rijke mensen geen twee jaar wachten met belasting betalen, want dan moeten zij ook die 4% fiscale rente betalen. Waar komt dat gat precies vandaan in de berekening tussen de berekende opbrengst van 4,2 miljard op basis van de 350 miljard waarvan het vermogen niet wordt aangegeven en de opbrengst van 3,5 miljard die daar staat?

Kan de staatssecretaris precies omschrijven hoe het rendement jaarlijks wordt vastgesteld? Dat is namelijk meerdere keren gewijzigd. De memorie van toelichting geeft het niet meer adequaat weer. Dit is ook een punt van de heer Dijkgraaf. Heeft de staatssecretaris al zicht op vermogens in het buitenland die de dans ontspringen?

Voor een heffing op basis van het werkelijke rendement geeft de regering aan dat wel de verkoopopbrengst van aandelen wordt gerealiseerd, maar niet de verkoopwinst. Je gaat uit van de oude aankoopprijs, dus wat is de oude aankoopprijs geweest? Waarom heeft de staatssecretaris niet overwogen de verkoopopbrengsten onder de reeds bestaande renseigneringsplicht te brengen?

Ik kom bij de uitkomsten van de herziening voor belastingplichtigen. Laat ik vooropstellen dat ik het heel goed vind dat kleine spaarders minder gaan betalen met de voorgestelde vermogensrendementsheffing. Het fictieve rendement is veel te hoog in vergelijking met de gemiddelde spaarrente, maar voor mensen met een vermogen van een ton of meer die het fictieve rendement nu al niet halen, wordt het systeem nog onrechtvaardiger. Dat blijkt wel uit het arrest van de Hoge Raad van 3 april, waarin is bepaald dat fictie op fictie op fictie niet zonder meer is toegestaan. De Hoge Raad oordeelde dat bij een stapeling van forfaits moet worden uitgegaan van het werkelijke voordeel, indien dit meer dan 10% afwijkt van die forfaits. Dit box 3-voorstel dat van ficties aan elkaar hangt, acht ik juridisch dan ook zeer risicovol. Hoeveel forfaits kent het nieuwe systeem nu? Wij komen van één forfaitair rendement van 4% en wij gaan toe naar:
- een forfaitaire verdeling tussen vermogen, sparen en beleggen die totaal anders kan zijn;
- een forfaitair rendement op sparen;
- een forfaitaire samenstelling van de beleggingsportefeuille;
- een forfaitair rendement op aandelen, een forfaitair rendement op obligaties dat niets met de werkelijkheid te maken heeft en een forfaitair rendement op onroerend goed;
- de fictie dat het CBS-cijfer voor de prijsontwikkeling van koopwoningen de waardeontwikkeling weergeeft van alle soorten onroerend goed. Dat loopt echt uit de pas met verhuurd onroerend goed en met agrarische gronden, met overigens een gemaximeerde pachtprijs van 2% in een andere wet;
- de fictie dat schulden in box 3 gemiddeld een renteopslag kennen van 0,1% ten opzichte van de spaartegoeden. Dan zouden de banken geen enkele euro winst maken, zo kan ik u verzekeren;
- en de fictie dat alle schulden toegerekend moeten worden aan het spaardeel en dat beleggingen nooit met vreemd vermogen gefinancierd zijn.

Dan geef ik nog geen garantie dat ik een fictie vergeten ben. Daarom vraag ik of de staatssecretaris bij dit wetsvoorstel wel rekening heeft gehouden met het arrest van de Hoge Raad van 3 april.

Een economisch begrotingsprobleem met het voorstel is dat de kosten, de verlaging van het rendement, zich met zekerheid voordoen, maar dat de opbrengst, de verhoging van het rendement voor grote vermogens, afhangt van de vraag hoeveel mensen hun vermogens zullen verschuiven, bijvoorbeeld naar box 2. Twee collega's zeiden dat al eerder. Wij krijgen als antwoord dat dergelijke belastingontwijkende structuren niet het gevolg zijn van de voorgestelde wijziging. Dat is op zichzelf waar. Ook nu is box 2 met een simpele bv-constructie bij een vermogen van 2 ton al voordeliger, maar de mate waarin belastingplichtigen gebruik zullen maken van deze belastingontwijkingsstructuren zal door de voorgestelde wijziging flink toenemen. Of de adviesbureaus zijn op dit moment onterecht allerlei advertentiekosten aan het maken als ik zo om mij heen kijk.

Dan zijn wij weer bij de gedragseffecten, waar wij net over hebben gesproken in het kader van accijnzen. Gedrag is geen lineair begrip, dat je met een formule kunt uitrekenen. Zo wordt een onrechtvaardig en in dit geval te hoog forfait als groter ervaren wanneer deze bewust door de wetgever gekozen is in plaats van wanneer die het gevolg is van een economische situatie. Als de wetgever bewust kiest voor een onrechtvaardig hoog forfait, zal een belastingplichtige eerder bereid zijn te kiezen voor een gekunstelde constructie van een beleggings-bv. Na de aankondiging van de wijziging in box 3 verschenen er dan ook regelmatig artikelen over hoe je de box 3-heffing kunt omzeilen. Wij willen graag een serieuze inschatting van de staatssecretaris van de gedragseffecten van deze box 3-maatregel.

In dit kader herhaal ik mijn vraag over de effecten op de belastingmoraal bij partners, want die is nog niet beantwoord. Onder de huidige vermogensrendementsheffing maakt het niet zo veel uit aan welke partner hoeveel vermogen wordt toegerekend. Immers, het heffingsvrij vermogen is overdraagbaar. Veel belastingplichtigen zullen er dus voor kiezen om hun eigen vermogen aan te geven, ervan uitgaande dat beide vermogens het heffingsvrije vermogen overstijgen, of om ieder de helft aan te geven.

In het nieuwe voorstel wordt belastingontwijking tot de norm verheven. Immers, als partners ieder hun eigen vermogen aangeven en het ene vermogen in een andere schijf valt dan het andere, betalen zij altijd meer belasting dan nodig en meer dan de regering in de memorie van toelichting voorschrijft. Indien zij samenwonen of in koude uitsluiting getrouwd zijn, worden partners dus sterk getriggerd om in hun belastingaangifte af te wijken van de werkelijkheid. Graag krijg ik een reactie hierop.

Ook gaf de nota geen duidelijk antwoord op de vraag welk vermogen buitenlandse belastingplichtigen moeten opgeven. Nu er een progressie in zit, is dat heel belangrijk. Is dat alleen het Nederlands onroerend goed of ook het overige vermogen dat in het buitenland belast wordt? Oftewel, telt het overige vermogen mee voor de schijf waarin de belastingplichtige valt of niet? Dat geldt alleen al voor de 30.000 FATCA-plichtigen, die de heer Van Weyenberg net aanstipte.

Dan ga ik naar het emigratielek voor de AB-houders. Het is goed dat er maatregelen getroffen worden om het lek te dichten, maar het is wel van het ene naar het andere uiterste. Een termijn van tien jaar is goed uit te zitten, maar het wordt nu oneindig. Als het andere land 25% of meer heft en de aandelen nooit verkocht worden maar in de familie blijven en rendement opleveren, dan blijft de conserverende aanslag voor altijd bestaan. Een erfgenaam is dan belasting in Nederland verschuldigd, omdat zijn ouder ooit in Nederland gewoond heeft, of zijn grootouder of zijn betovergrootouder. De staatssecretaris antwoordt wel erg makkelijk dat het voorstel geen verdragsrechtelijke gevolgen heeft, maar feitelijk heft Nederland samen met een ander land als gevolg van dezelfde dividenduitkering, terwijl het heffingsrecht bij een ander land ligt. Tot nu toe was het AB-voorbehoud altijd onderwerp van onderhandelingen. Waarom neemt de staatssecretaris nu dan aan dat hij de heffingsverhoudingen eenzijdig kan wijzigen?

Ik sluit mij aan bij wat D66 en de SGP hebben gezegd over de RDA en de Wbso. Ik ben overigens heel benieuwd hoeveel van de 25 AEX-bedrijven op dit moment toegang hebben tot de RDA.

Wat de belasting op water en vruchtensap betreft sluit ik mij maar even aan bij de SP. Joh, weer belasting op water. Het gaat om niet veel, maar er is ook geen Belastingplan zonder een wijziging van belasting op water in Nederland. Wij hebben de belasting op leidingwater gehad. Die is al vijf keer gewijzigd. Vorig jaar deed hij het ook al en nu doet hij het weer. Hij vindt het zelf al bijna vermakelijk.

Mevrouw

1   ...   4   5   6   7   8   9   10   11   12

  • Van Weyenberg

  • Dovnload 431.68 Kb.