Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Het patiëntenperspectief op de toegankelijkheid tot de meer kostbare oog-injecties bij netvliesafwijkingen Het patiëntenperspectief op de toegankelijkheid tot de meer kostbare oog-injecties bij

Dovnload 1.24 Mb.

Het patiëntenperspectief op de toegankelijkheid tot de meer kostbare oog-injecties bij netvliesafwijkingen Het patiëntenperspectief op de toegankelijkheid tot de meer kostbare oog-injecties bij



Pagina6/10
Datum05.12.2018
Grootte1.24 Mb.

Dovnload 1.24 Mb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9   10

Relevante aspecten vanuit patiëntenperspectief


Voor de behandeling met de meer kostbare oog-injecties werden zes relevante aspecten gedefinieerd en vanuit patiëntenperspectief beoordeeld:

  1. Optimaal gezichtsvermogen

  2. Kwaliteit van leven

  3. Belasting van de behandeling

  4. Management van de oogzorg

  5. Doelmatigheid van de behandeling

  6. Organisatie van de oogzorg

Het eerste en tweede aspect werden als meest belangrijke aspecten aangewezen in relatie tot de huidige problematiek van het tekort aan meer kostbare oog-injecties voor de behandeling van netvliesafwijkingen. De overige aspecten werden vanuit een breder patiëntenperspectief gezien als belangrijke aandachtspunten in de oogzorg van netvliesafwijkingen als zodanig. Deze aspecten zijn derhalve in dit rapport meegenomen.



      1. Optimaal gezichtsvermogen


Vanuit patiëntenperspectief is het hoogste doel van de behandeling met oog-injecties het bereiken van een optimaal gezichtsvermogen. Daarbij zijn zelfredzaamheid en autonomie als gevolg van een goed gezichtsvermogen belangrijke uitgangspunten. Effectiviteit kan daarbij gedefinieerd worden als behoud van voldoende gezichtsvermogen om zelfredzaam en autonoom te kunnen functioneren.

Door te behandelen met oog-injecties kan de achteruitgang van het gezichtsvermogen vertraagd of soms zelfs verbeterd worden. Een positief gevolg van de behandeling kan zijn dat de vervormingen die waargenomen worden verminderen.


Belangrijke aandachtspunten bij de vaststelling van effectiviteit zijn:


  • De effectmeting is gebaseerd op visusmeting én op vochtmeting:

Visusmeting is belangrijk om direct een effect op het gezichtsvermogen en indirect op de kwaliteit van leven te meten. Dit is echter onvoldoende als effectmaat. Ook een effect op de hoeveel vocht in de macula is belangrijk omdat op termijn langdurige aanwezigheid van macula oedeem voor een achteruitgang van het gezichtsvermogen zal zorgen. Beide uitkomstmaten zijn dus van belang om het effect en indicatie voor herhaalde injecties te stellen.

  • Het gesprek tussen oogarts en patiënt staat centraal, meting alleen is niet voldoende. Behandelaren hebben de verantwoording om patiënten in eerste instantie volgens de richtlijnen te behandelen. Hiervan kan met medische of patiëntgebonden redenen afgeweken worden. De patiënt en specialist evalueren samen wat voor die patiënt voldoende resterend gezichtsvermogen is.

    • Dit is zeer individueel bepaald: wat voor de ene patiënt voldoende resterend gezichtsvermogen is hoeft niet te betekenen dat dat voor de andere patiënt hetzelfde is. Persoonlijke omstandigheden van de patiënt en zijn directe omgeving alsmede werkomgeving spelen een essentiële rol bij de keuze om te behandelen.

    • Het effect van de behandeling kan wisselend worden ervaren; de patiënt kan aangeven of de oog-injectie nog werkt of dat er achteruitgang optreedt.

    • De overwegingen kunnen verschillend zijn bij: 1 aangedaan oog, bij 2 aangedane ogen of 1 blind oog.

    • Geen leeftijdsgebonden criterium voor al of niet behandelen.

Uit onderzoek blijkt dat het nastreven van een visus gelijk aan of boven de 0,05 een impact op de kwaliteit van leven heeft.9 Daarbeneden zal per patiënt in overleg tussen oogarts en patiënt vastgesteld moeten worden wat de waarde is van aanvullende injecties.


Evidence-based medicine

Een belangrijke, Deense epidemiologische studie liet zien wat het maatschappelijke lange termijn effect is van behandeling met oog-injecties.10 Een observationele cohort studie onder de Deense bevolking van >50 jaar (totaal 1.71 miljoen in 2000 en 1.87 miljoen in 2010) bestudeerde de incidentie van maatschappelijke blindheid. Alle personen hadden vrije toegang tot het Deense Gezondheidszorgsysteem. In totaal werden in deze gehele periode 11.848 gevallen van maatschappelijke blindheid vastgesteld. De incidentie van maatschappelijke blindheid als gevolg van LMD verminderde van 52.2 gevallen per jaar per 100 000 in 2000 naar 25.7 gevallen per jaar per



100.000 in 2010. Dit correspondeerde met een reductie van 50% (95% betrouwbaarheidsinterval [CI95]: 45%-56%, p <0,0001). De grootste daling werd gezien na 2006, nadat de oog-injecties als behandeling waren geïntroduceerd. De incidentie van maatschappelijke blindheid door andere oorzaken dan LMD nam over de gehele periode 2000-2010 met 33% af (CI95: 21%-44%, P < 0,0001). Deze afname werd met name gezien in de jaren tussen 2000 en 2006.
De wetenschappelijke onderbouwing van het gebruik van de minder kostbare en de meer kostbare oog-injecties is vastgelegd in de richtlijnen, in standpunten en critical appraisals. Hierin is het minder kostbare bevacizumab het middel van eerste keus bij netvliesafwijkingen, met uitzondering van een subgroep van DME patenten waarbij aflibercept of ranibizumab het middel van eerste keus is. Echter bij vaststellen van onvoldoende effectiviteit van bevacizumab dient geswitcht te worden naar de meer kostbare oog-injecties. Het switchen van de medicatie is onderbouwd in de richtlijnen, standpunten en critical appraisals en is eveneens uitgebreid beschreven in het in 2016 gepubliceerde rapport van de groep van oogartsen gespecialiseerd in netvliesafwijkingen.5

Conclusie


Indien met de behandeling met de meer kostbare oog-injecties het gezichtsvermogen voor de patiënt langer optimaal blijft dan is dit een belangrijk beter resultaat dan wanneer niet behandeld wordt. De oog-injecties zijn een ‘gamechanger’ voor patiënten met netvliesafwijkingen. Veelal was een forse daling van het gezichtsvermogen of maatschappelijke blindheid het gevolg voordat deze behandelingen er waren.


      1. Kwaliteit van leven


Het is bekend dat personen met een visuele beperking in vergelijking met personen zonder deze beperking een lagere kwaliteit van leven ervaren met een grotere sociale afhankelijkheid en vaker klinische depressie hebben.11 Verlies van gezichtsvermogen leidt tot grote sociale isolatie (vereenzaming) en aantasting van de kwaliteit van leven en voorts tot een hoge ziektelast voor patiënt en maatschappij.12 Maatschappelijk blind zijn betekent niet meer kunnen werken, niet zelfredzaam kunnen zijn en geen beelden meer van de partner, familie, kinderen en kleinkinderen of van de omgeving kunnen waarnemen. Dagelijkse activiteiten als lezen, televisie kijken en autorijden zijn dan niet meer mogelijk.


De impact van maatschappelijk blind zijn op de kwaliteit van leven is vergelijkbaar met AIDS, nierfalen of beroertes.5 Studies met anti-VEGF geneesmiddelen hebben grote verbeteringen in de ‘kwaliteit van leven scores’ laten zien.13 14 In een recente Nederlandse studie werd aangetoond dat bij patiënten met een uitgangsvisus van >0,05 het behoud van het gezichtsvermogen boven dit niveau een relevante invloed heeft op de kwaliteit van leven.9


Conclusie

indien met de behandeling met meer kostbare oog-injecties langer behoud mogelijk is van een gezichtsvermogen waarmee de zelfstandigheid en autonomie van de patiënt, wordt behouden, wordt de kwaliteit van leven positief beïnvloedt. Dit is een belangrijk veel beter resultaat dan het verminderen van het gezichtsvermogen door onderbehandeling.




1   2   3   4   5   6   7   8   9   10

  • Optimaal gezichtsvermogen
  • Conclusie
  • Kwaliteit van leven

  • Dovnload 1.24 Mb.