Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu

Dovnload 498.37 Kb.

Het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu



Pagina10/15
Datum04.04.2017
Grootte498.37 Kb.

Dovnload 498.37 Kb.
1   ...   7   8   9   10   11   12   13   14   15

Dat is overigens niet op de begrotingsstaten van het ministerie van Infrastructuur en Milieu, maar op die van het Infrastructuurfonds. We hebben hier meerdere stapels met amendementen. De ene stapel gaat over het Infrastructuurfonds en de andere over de begroting van het ministerie. Bij de begroting van het ministerie zijn er ook amendementen op stuk nrs. 13 en 15.

De voorzitter:


Kan ik u helpen? 34550-A is het fonds, 34550-XII is het departement.

Mevrouw Van Veldhoven (D66):


Inderdaad. Ik zei het ook voor de mensen die het volgen en het andere stapeltje voor zich hebben; anders hebben ze straks het verkeerde amendement voor zich.

De staatssecretaris heeft eigenlijk twee punten: zij vindt het niet nodig om dit structureel te doen en zij heeft een probleem met de dekking. Zelf vind ik het structureel wel nodig. Overigens deel ik met de staatssecretaris dat de NS dit moet integreren in de eigen begroting, maar we vragen een behoorlijk grote extra inspanning van de NS. Daarom wil ik de NS graag iets meer tijd dan de staatssecretaris voor ogen heeft, geven om dit structureel te verwerken in de begroting. Ik merk dat de staatssecretaris non-verbaal lichtelijk laat zien dat ik daarmee een punt heb. Dan blijft het punt van de dekking over. Ik wil natuurlijk best met de staatssecretaris nadenken of er in de marges van de begroting nog plooien zijn waar wij het uit kunnen halen, zodat zij ook dat punt als minder bezwaarlijk ziet. Daarover wil ik dus graag in overleg.

De voorzitter:
Ja, want "non-verbaal" is ten opzichte van de Handelingen heel ingewikkeld.

Mevrouw Van Veldhoven (D66):


Dat is het ook, maar we hadden het over charme en dergelijke. Soms moet je pakken wat je pakken kunt.

De voorzitter:


Voordat je het weet, wordt er iets toegezegd.

Staatssecretaris Dijksma:


Nee, ik zeg nog niets toe. Ik straalde non-verbaal begrip uit, want ik ken het argument, maar ik ben het er niet mee eens. Ik vind echt dat dit de corebusiness is voor NS zelf. Ik heb ze geholpen om dit eerste jaar rond te krijgen. Over het inpassen in begrotingen gesproken: ik heb mijn eigen begroting, die ook niet zo ruim is, daar echt even voor moeten uitwringen, maar ik blijf niet bezig. NS is geen armlastig bedrijf. Het gaat daar niet alleen maar om tekorten; het is ook een kwestie van keuzes. Men had al een belofte gedaan over die dubbele bemensing, zonder enige vorm van rijksbijdrage. Toen kwam er gedoe met de bonden over het voortvarende karakter van de uitvoering van die al bestaande belofte. Ik ben toen bijgesprongen. De redenering is nu eigenlijk: dat heb je toen een keer gedaan; dat kan nog wel een paar keer. Dan zeg ik tegen de heer Van Boxtel: nee, zo ben ik niet getrouwd; nou moet je het zelf doen. Dat vind ik ook echt. Het onderwerp is sympathiek en daarom knik ik ook. Ik snap ook dat je dat verschillend kunt wegen, maar dit is mijn houding geweest. Die was vanaf het begin helder. Ik vind dat men dat nu in de eigen begroting moet opvangen.

Mevrouw Van Veldhoven (D66):


De staatssecretaris en ik verschillen niet van mening dat dat op termijn moet, maar we stellen in de Kamer ook prioriteiten binnen deze begroting. D66 vindt het van cruciaal belang dat de mensen die elke dag op de trein staan daar veilig kunnen werken. Ik vind dat we te allen tijde moeten garanderen dat die versterking kan ingroeien in de begroting. Als er dan eenmalig nog iets nodig is om dat ingroeipad te verwezenlijken, dan vind ik dat de Kamer die prioriteit kan stellen. Daarover kunnen we van mening verschillen, maar dat is de reden waarom ik het amendement heb ingediend en handhaaf.

Staatssecretaris Dijksma:


Ik begrijp het. Ik vind ook dat de reizigers daar recht op hebben. Ik vind overigens ook dat het personeel van NS er recht op heeft dat de belofte wordt nagekomen. Ik vind dat NS dat gewoon moet doen.

Vervolgens kom ik bij het amendement op stuk nr. 16 ter vervanging van nr. 14 van mevrouw Van Veldhoven over de ov-fiets. Het is een buitengewoon sympathiek onderwerp. Zij wil 5 miljoen voor de ov-fiets ook weer dekken uit artikel 13, Spoorwegen. Het gaat hartstikke goed met de ov-fiets. Die is een voorbeeld van innovatie dat door de markt zelf is ontwikkeld en verder wordt ontwikkeld. Het gebruik is in de afgelopen vijf jaar gestegen van 600.000 naar 1,5 miljoen ritten. Inmiddels kun je met een abonnement twee fietsen huren. Ik ben geen sociaalliberaal, maar dit zijn nou die innovaties die je gewoon aan de markt moet overlaten. Of niet, mevrouw Van Veldhoven? Het amendement is ontraden.

Mevrouw Van Veldhoven (D66):
Ik ben zo sociaal dat ik zelfs al die mensen die in de rij staan voor een ov-fiets, waar een tekort aan is, ook graag zo'n mooie fiets gun. Er zijn te weinig fietsen. Ik ga graag met mijn kinderen met de trein. Maar ja, zij kunnen daarna niet met een ov-fiets, want zij zijn nog niet zo groot dat hun benen bij de trappers kunnen. Ik ben zo sociaal dat ik kinderen ook graag een fiets gun of dat zij in ieder geval veilig achterop kunnen zitten. Dat is allemaal nog niet geregeld. Ik zou dat doen op basis van matching, want natuurlijk moet ook NS zelf zijn verantwoordelijkheid nemen. Op deze manier zouden wij nog een bijdrage kunnen leveren aan die reis van deur tot deur.

Staatssecretaris Dijksma:


Nogmaals, het is een marktconcept en er zit een enorme groei in. Als wij echt sociaal willen zijn, laten wij dan het schaarse geld in die mensen stoppen die dat het hardst nodig hebben.

De voorzitter:


Het heeft niet zo veel zin om iedere keer hierover door te gaan.

Staatssecretaris Dijksma:


Nee, maar ik waardeer de ruk van D66 naar links, gewoon vanuit mijn eigen particuliere hobby. Het is echt verfrissend om dat na al die jaren te zien. Daar ben ik blij mee.

De voorzitter:


Kunnen we over naar het volgende amendement?

Mevrouw Van Veldhoven (D66):


Misschien moet de staatssecretaris nog eens wat andere debatten bijwonen. Dan zou ze de afgelopen jaren blijkbaar verrast zijn, gezien haar perspectief.

De voorzitter:


Ik kijk naar de klok. Laten proberen om het kort en duidelijk te houden.

Mevrouw Van Veldhoven (D66):


Dan laat ik het hierbij. We hebben het hier echter continu over een reis van deur tot deur. Daar hebben we ook een rijksverantwoordelijkheid voor. In Beter Benutten doen we ook allerlei zaken. Laten we zo goed mogelijk gebruikmaken van de infrastructuur die we hebben. Hier hebben we iets. Er is een groot tekort, dat ziet ook iedereen. Vandaar dit amendement. Breid de OV-fiets uit en stop de wachtrij, zou ik zeggen.

De voorzitter:


Leidt deze felle oproep nog tot een veranderd advies?

Staatssecretaris Dijksma:


Nee, want volgens mij kan de sector dat prima zelf regelen. Laat ze het doen.

Er is nog een amendement van de heer Smaling, op stuk nr. 12, over de verbetering van de luchtkwaliteit in steden. Hij wil de luchtkwaliteit in steden verbeteren door een compensatieregeling waarin dieselbestelauto's kunnen worden ingeruild voor een schoner exemplaar en de meest vervuilende tweetakt snor- en bromfietsen worden gesloopt. We hebben natuurlijk al ingezet op zero-emissie stadslogistiek. Daar hebben we afspraken over gemaakt. Er is heel veel enthousiasme bij partijen om daar een succes van te maken. Ik denk dat we daarmee niet dieselvoertuigen moeten stimuleren. Het lijkt me eerlijk gezegd heel onverstandig om dat te doen. De bijdrage van de brom- en snorfietsen aan de luchtverontreiniging is op zichzelf gering, maar er is wel een enorme ergernis over sommige van de gebruikers. In het TNO-rapport dat de Kamer in maart jongstleden heeft gekregen, zien we dat opkopen van tweetakt brom- en snorfietsen op zichzelf een zeer beperkte bijdrage levert aan de verbetering van de luchtkwaliteit. Een sloop- of inruilregeling is in mijn ogen daarmee dus niet kostenefficiënt.

Om die reden ontraad ik dit amendement, los van het feit dat brommers schoner moeten en kunnen worden. De normen worden aangescherpt. Daar hebben we het al over gehad in het debat. We zijn bezig met het opstellen van strengere eisen voor alle nieuwe brommers vanaf 2018. De restvoorraaddiscussie hebben we al bij de kop gehad. We gaan binnenkort aan tafel met de zeven grote steden om te bekijken welke aanvullende maatregelen wel kosteneffectief zijn op dit dossier. Overigens is de dekking van dit amendement niet haalbaar, omdat daar al een uitgave staat voor de Amstelveenlijn. De heer Smaling zou dus ook iets veroorzaken wat hij echt niet moet willen. Er zijn dus heel veel redenen om helaas niet voor dit amendement te gaan. Ik ontraad het dus.

De voorzitter:


Er zijn nog een paar amendementen die de minister wellicht nu al voor haar rekening zou kunnen nemen. Ik zie dat dat het geval is. Ik geef haar daartoe graag het woord.

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus:


Voorzitter. Het zijn twee amendementen waar ik nog op moet reageren. Het eerste is het amendement op stuk nr. 10, althans in mijn dossier. Dat amendement is van de heer Bisschop van de SGP. Het is niet helemaal duidelijk, maar volgens mij is het doel om te komen tot opvolger van de eerdere IDVV-pilot Covadem. Dat kan ik echt niet allemaal uit gaan leggen. Het heeft ermee te maken dat schippers meetinstrumentarium aan boord kunnen implementeren dat de vaardiepte meet ten behoeve van de eigen logistieke efficiency en vaarwegenonderhoud. Daar wil hij 1 miljoen extra voor vrij maken. Ik ontraad dit amendement. Via het programma Impuls Dynamisch Verkeersmanagement Vaarwegen, IDVV, heb ik reeds de brede pilot ondersteund om het systeem zich in de praktijk te laten bewijzen. De volgende stap is wat mij betreft nu aan de sector. Wij hebben het eerst gefinancierd en nu is het aan de sector om de mogelijkheden te omarmen. Met name de schipper heeft er direct voordeel bij, want het leidt tot efficiënter varen en het beter kunnen beladen van de schepen. MARIN en Deltares hebben een stakeholdersoverleg voorbereid voor januari, in afstemming met Rijkswaterstaat. Dat is gebeurd naar aanleiding van een discussie hier in de Kamer in het AO Scheepvaart, waarin dat is toegezegd. Op basis daarvan zal worden gesproken over financiële bijdragen van de marktpartijen die geleverd kunnen worden. Als er belanghebbende marktpartijen zijn, dan ben ik bereid om dat vanuit I en M te ondersteunen en faciliteren. Maar ik vind dus echt dat de eerste financiële stap door de markt gezet moet worden. Ik ontraad dus het amendement.

Dan het tweede amendement waarover ik wil spreken. Dat zijn er eigenlijk twee. De amendementen op stukken nrs. 17 en 18 vervangen de amendementen op stukken nrs. 11 en 12, die eerder waren ingediend. Die vragen om het aannemen van extra personeel voor de ILT en waar nodig te investeren in de ontwikkeling van het huidige personeelsbestand. De dekking daarvoor komt uit het Infrafonds. De amendementen zijn van de heer Smaling en mevrouw Veldhoven. Ik ontraad de amendementen. Ik heb toegezegd een onderzoek uit te voeren naar de taken en het budget van de ILT. In mijn brief van 8 maart 2016 heb ik ook de Kamer geïnformeerd over de benodigde strategisch georiënteerde analyse. De ILT is begonnen met de transitie, die de agenda voor de komende tijd ook zal bepalen. Die analyse maakt deel uit van een breder programma, Koers ILT. Nadat het onderzoek is afgerond, zal ik u informeren over resultaten en conclusies. Ik ben dus niet bereid om op voorhand, daarop vooruitlopend al een besluit te nemen om extra budget toe te kennen.

Het tweede is dat ik geen voorstander ben van de voorgestelde dekking. De middelen uit het Infrafonds zijn nodig voor het uitvoeren van concreet geplande projecten en programma's en toekomstige verplichtingen. Dekking vanuit Infrafondsartikel 14 is niet haalbaar vanwege de bestuurlijke verplichting rond de Amstelveenlijn. Volgens mij zat die ook al als een dekking bij de staatssecretaris. Daar hebben wij dus al verplichtingen voor staan.

Dat was mijn reactie op beide amendementen.

De heer Smaling (SP):
Het is wel echt schraalhans keukenmeester als je wilt amenderen op de begroting I en M en het Infrafonds. De Amstelveenlijn staat er helemaal niet in, maar geldt nu ineens als juridisch verplicht. Dat vind ik sowieso, zeg ik in de richting van de staatssecretaris, een vreemd model. Over de ILT wil ik zeggen dat het eigenlijk wel heel fraai is dat de minister een motie die niet eens was aangenomen, uitvoert. Die ging over het nieuwe plan voor de inspectie. Maar 35 miljoen minder naar de inspectie dan in 2012, uitkomend op 109 miljoen of zo, dat is zo substantieel het mes zetten in een van je belangrijkste diensten. Vandaar dat mevrouw Van Veldhoven en ik echt bang zijn dat het gewoon niet meer kan nu als je de staf en de mogelijkheden vergelijkt met het budget.

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus:


Het is natuurlijk heel goed om te horen dat er belangstelling bestaat voor het functioneren van de ILT en de vraag of die wel uit kan met het budget dat ervoor staat. Het is altijd goed als de Kamer daarover met mij spreekt. Tegelijkertijd vind ik, dat als je extra geld wilt uittrekken, je ook goed moet weten waar precies de knelpunten zitten, waar je een tekort hebt en waar ruimte. Ja, er is bezuinigd. In de eerste analyse die we gedaan hebben, blijkt dat je op sommige punten eigenlijk meer mankracht in zou willen zetten, ook naar aanleiding van bijvoorbeeld wensen die er leven in de Kamer. Op andere punten zit nog wel ruimte, maar moet je bijvoorbeeld soms veel fte's inzetten, omdat Europese regelgeving stelt dat je altijd zoveel procent van een bepaalde sector moet controleren of om andere redenen. Waar nu eerst naar gekeken wordt, is waar er overcapaciteit zit en waar ondercapaciteit en hoe je dat onderling kunt veranderen, voordat je komt tot het definitieve punt, namelijk of we het redden met wat we dan over hebben. Tegen die tijd — want ik vind het net zo belangrijk als u — zullen we dat gewoon inzichtelijk maken en proberen om er eerst zelf een oplossing voor te organiseren binnen het eigen budget, voordat we om ons heen gaan kijken voor een oplossing. Nogmaals, het is een belangrijk onderwerp, maar wil je er geld aan uitgeven, dan moet je echt preciezer weten waar dat dan naartoe moet, bij wie het erbij moet en waar het vanaf kan.

De voorzitter:


Ten slotte, mijnheer Smaling.

De heer Smaling (SP):


We hadden het net over Schiphol en daar gaat de ILT meer handhaven, maar waar zijn die mensen die meer gaan handhaven? Ik heb begrepen dat de korting nu grotendeels wordt opgevangen door pensionering. Maar dan zijn het juist de vakmensen die gaan eruit. Dat is bij Rijkswaterstaat ook zo. Ik kan me gewoon niet voorstellen dat bij een korting van zo'n grote omvang, er nog een adequate staf is om al die dingen te doen die de inspectie moet doen. Wij staan hier ook nog eens wekelijks te miepen aan de microfoon omdat wij vinden dat de ILT weer ergens op afgestuurd moet worden.

De voorzitter:


Wat zegt u nu? Te miepen? Belangrijke vragen te stellen!

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus:


Volgens mij mag de Kamer af en toe ook wel kritisch naar het eigen handelen kijken. De heer Smaling heeft gelijk als hij vraagt of als er wordt bezuinigd het nog wel uit kan. Als we zouden bezuinigen en het zou niets uitmaken, kun je je natuurlijk afvragen wat we daarvoor aan het doen waren. Dat was voor mij ook de reden om mijn eigen ILT te vragen om dat volledig in kaart te brengen. Ik weet op basis van de eerste activiteiten en eerste inzichten, dat men zegt: op sommige punten zit ruimte, maar op andere punten zit krapte. Mijn eerste reactie is dan: probeer dat met elkaar in overeenstemming te brengen en probeer goed aan te geven waar de prioriteiten liggen. Het kan best zijn dat er prioriteiten zijn die het gevolg zijn van in het verleden gestelde vragen van hier of vanuit de buitenwereld, maar die nu niet meer zo'n prioriteit hebben en dat voor andere zaken waar hier of in de buitenwereld om gevraagd wordt, juist weer meer inzet gepleegd moet worden. Er wordt nu een strategische analyse gemaakt: hoeveel hebben we, hoeveel hebben we nodig en wat is er nog nodig aan een flexibele inzet om op specifieke vragen in te kunnen spelen. Als dat plaatje klaar is, kun je volgens mij zeggen: hier hebben we een tekort en daar moeten we wat aan doen, of we kunnen ermee uit, maar dan moeten we onderling wat schuiven.

De heer Madlener (PVV):


We hebben nu ook een debat gehad over de veiligheid op de wegen. Een flink aantal partijen, waaronder mijn partij, wil graag de snelwegpolitie versterkt zien. Maar nu komt er net een bericht op RTL dat de snelwegpolitie helemaal verdwijnt. Ik begrijp dat dit de minister overvalt, maar misschien kan zij daar in haar tweede termijn een reactie op geven.

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus:


Ik ben nog niet met mijn tweede termijn bezig. Wilt u daar nu een reactie op?

De voorzitter:


Laten we dat maar voor de tweede termijn bewaren, dan kunt u waarschijnlijk ook een beter onderbouwd antwoord geven.

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus:


Ik hoop het wel. Ik hoop dat ik het op tijd kan achterhalen.

De heer Hoogland (PvdA):


Ik weet niet of het kan en of het gebruikelijk is in deze Kamer, maar de heer Madlener heeft gelijk, en volgens mij is het goed om hier een debat over te voeren. Daar zal wel een extra regeling van werkzaamheden voor moeten worden aangevraagd, maar ik zou wel een debat willen over het besluit dat zojuist naar buiten is gekomen. Ik zou niet willen dat we daar nu in tweede termijn een afgeraffelde reactie op krijgen. Ik zou liever goed onderbouwd in debat gaan over wat dan precies het besluit is, wat de consequenties daarvan zijn …

De voorzitter:


Er ontstaat nu een heel ordedebat.

De heer Hoogland (PvdA):


Ik wil het graag op een ordentelijke manier kunnen doen.

De voorzitter:


Als u een debat wilt, dan heeft de minister daar qua procedure niets mee te maken. Als u dat debat vandaag nog wilt voeren, moet u een extra regeling van werkzaamheden aanvragen. Anders kunt u aanstaande dinsdag bij de regeling van werkzaamheden een debat aanvragen. Dat is de gang van zaken als u een debat wilt. Als u een voorlopig antwoord wilt van de minister — wat ik zou adviseren — dan kan de minister daar in tweede termijn misschien iets over zeggen. Daarna kunt u dan nog besluiten wat u doet.

De heer Hoogland (PvdA):


Prima, maar dan zou het wel aardig zijn als de minister een brief stuurt, want dan kunnen we dinsdag wat ordentelijker handelen.

De voorzitter:


We kijken eerst even wat er in tweede termijn gebeurt en dat kunt u daarna uw procedurele handelingen in gang zetten.

Mijn procedurele handelingen zijn nu dat ik enkele minuten ga schorsen en even ga overleggen met de woordvoerders.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

De voorzitter:


We zijn toe aan de repliek van de zijde van de Kamer. In afwijking van wat gebruikelijk is, geef ik als eerste het woord aan mevrouw Van Tongeren in verband met verplichtingen elders, zulks in overeenstemming met alle woordvoerders die anders voor haar gesproken zouden hebben.

Mevrouw Van Tongeren (GroenLinks):


Voorzitter. Ik heb drie moties.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat goed werkende verkeersregelinstallaties bijdragen aan de effectieve doorstroming van het verkeer en de uitstoot van broeikasgassen terugdringen;

overwegende dat in het kader van Beter Benutten nieuwe systemen, zoals Talking Traffic, worden uitgewerkt in de vorm van een proefproject, maar dergelijke successen nog niet landelijk worden opgeschaald;

verzoekt de regering om samen met andere wegbeheerders de effectieve doorstroming van verkeer te stimuleren, zoals bijvoorbeeld het (driejaarlijks) checken en onderhouden van de verkeersregelinstallaties, het vaker instellen van "groene golven" en het stimuleren van opschaling van moderne technieken, zoals Talking Traffic, en de Kamer hierover te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:


Deze motie is voorgesteld door de leden Van Tongeren, Visser en Hoogland. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 20 (34550-XII).

Mevrouw Van Tongeren, vindt u het goed om van "in pilotvorm" te maken "in de vorm van een proefproject"?

Mevrouw Van Tongeren (GroenLinks):


Prima, ja. En van Talking Traffic weet ik niet wat dat …

De voorzitter:


Dat is een eigennaam; dat kan wel. Dan is bij dezen de tekst in de motie aangepast.

Mevrouw Van Tongeren (GroenLinks):


Dan mijn tweede motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat het Kustpact tot doel heeft een balans te vinden tussen het beschermen van het natuurlijke karakter van de Nederlandse kust en de initiatieven van lokale overheden en projectontwikkelaars;

overwegende dat op dit moment vakantiehuizen en -parken aan de kust verouderd zijn en leegstaan;

verzoekt de regering om in het Kustpact overeen te komen dat bestaande bebouwing, waar maar enigszins mogelijk, wordt gerenoveerd of verwijderd,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:


Deze motie is voorgesteld door het lid Van Tongeren. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 21 (34550-XII).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat lokale overheden zoals gemeenten en provincies een belangrijke rol spelen in het behalen van de klimaatdoelstellingen;

overwegende dat sommige gemeenten al eigen klimaatplannen opstellen;

verzoekt de regering om in goed overleg met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en het Interprovinciaal Overleg te onderzoeken hoe de regierol van gemeenten en provincies op klimaat- en energiegerelateerde onderwerpen binnen hun domein verder kan worden versterkt en de Kamer hierover te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Tongeren. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 22 (34550-XII).

De heer Smaling (SP):
Voorzitter. Het was dinsdagavond en vandaag weer een rijk en gevarieerd menu over infrastructuur en milieu. Wat mij betreft was het bevredigend qua onderwerpen die we de revue hebben laten passeren. Een heleboel dingen zijn natuurlijk niet bevredigend voor een lid van de oppositie, maar ik denk dat er hard gewerkt wordt op alle terreinen.

Ik heb een aantal moties. De eerste gaat over de taxichauffeurs. Ik hoor wel van de staatssecretaris in haar antwoord of zij vindt dat zij dit al heeft beloofd.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de situatie met ronselaars en louche taxichauffeurs op Schiphol nog altijd niet onder controle is;

overwegende dat deze problemen rondom het taxivervoer de reputatie van Schiphol schade toebrengen;

van mening dat dit onacceptabel is en snel dient te verbeteren door het weren van ronselaars en louche taxichauffeurs op Schiphol;

verzoekt de regering, aan te dringen op spoedige wijziging van de algemene plaatselijke verordening (APV) door de gemeente Haarlemmermeer en bij snel uitblijvend resultaat andere effectieve maatregelen door te voeren, en de Kamer hierover nog dit jaar te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:


Deze motie is voorgesteld door de leden Smaling, Visser en Hoogland. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 23 (34550-XII).

De heer Smaling (SP):
We hebben het niet zo heel lang over asbest gehad, maar in de termijn van de Kamer is wel langsgekomen dat we ons zorgen maken over het tempo in verhouding tot de middelen die nodig zijn om van het hele probleem af te komen. Daartoe dien ik de volgende motie in.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat er verschillende provinciale en landelijke asbestsaneringsregelingen naast elkaar bestaan;

1   ...   7   8   9   10   11   12   13   14   15


Dovnload 498.37 Kb.