Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu

Dovnload 498.37 Kb.

Het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu



Pagina12/15
Datum04.04.2017
Grootte498.37 Kb.

Dovnload 498.37 Kb.
1   ...   7   8   9   10   11   12   13   14   15

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de rijksoverheid over een groot wagenpark beschikt, waaronder ook steeds meer elektrische auto's, dat een groot deel van de dag niet gebruikt wordt;

overwegende dat de overheid meer kan bijdragen aan de deeleconomie, bijvoorbeeld door (een deel van) het wagenpark beschikbaar te stellen als deelauto's;

verzoekt de regering, te onderzoeken of zodra het centraal wagenpark gereed is een substantieel deel van het rijkswagenpark kan worden ingezet voor een proefproject waarin mensen op een laagdrempelige manier gebruik kunnen maken van elektrische deelauto's en de Kamer hierover in 2017 te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:


Deze motie is voorgesteld door de leden Hoogland en Van Veldhoven. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 38 (34550-XII).

De heer Hoogland (PvdA):
Mijn volgende motie gaat over de stedelijke bereikbaarheid.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de demografische verschuivingen naar grote steden sterker zijn dan verwacht en dat dit grote opgaven voor bereikbaarheid met zich meebrengt;

verzoekt de regering, in lopende studies mee te nemen in hoeverre bundeling van vervoersstromen en oplossingen over de modaliteiten heen (naar voorbeeld van Whim in Helsinki) onderdeel kunnen uitmaken van de oplossingen voor de onder druk staande stedelijke bereikbaarheid,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Hoogland en Visser. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 39 (34550-XII).

De heer Hoogland (PvdA):
Tot slot heb ik een motie over ProRail.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de regering voornemens is ProRail om te vormen tot een zelfstandig bestuursorgaan (zbo);

van mening dat dit niet ten koste mag gaan van de arbeidsvoorwaarden van het personeel en van de prijs van treinkaartjes en de gebruiksvergoeding;

verzoekt de regering, de transitie van ProRail zodanig vorm te geven dat deze geen invloed heeft op de arbeidsvoorwaarden (waaronder salaris en pensioenen) van het personeel, en ook niet op de prijs van treinkaartjes en gebruiksvergoeding,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:


Deze motie is voorgesteld door het lid Hoogland. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 40 (34550-XII).

De heer Madlener (PVV):
Voorzitter. Ik heb hier zes minuten spreektijd staan, maar volgens mij heb ik er nog maar twee.

Ik zal beginnen met twee complimenten. Dat doe ik niet vaak. Allereerst heeft de veegactie op Schiphol eindelijk plaatsgevonden. Het lijkt ons heel goed om die taxironselaars aan te pakken, want het is geen goed visitekaartje voor ons land.

Het tweede compliment maak ik de minister voor de aanleg van nieuwe wegen. Het is inderdaad gezaaid door haar voorgangers, maar ik vind de minister daar enthousiast over. Wij hebben in de afgelopen kabinetsperiode ook geen rekeningrijden gekregen, dus het had allemaal nog erger gekund.

De bezuinigingen zijn daarentegen niet iets om trots op te zijn. Deze minister oogst wat haar voorgangers hebben gezaaid en zaait wat haar opvolgers gaan oogsten. Daar ben ik erg verontrust over. Deze minister heeft namelijk goed geoogst, maar te weinig gezaaid. Ik hoop dat wij die achterstand in de toekomst kunnen inlopen.

Er is een heel nieuwe rekeningrijdencoalitie gevormd aan de linkerkant van deze zaal. De SP tot en met D66 zijn er ineens weer allemaal enthousiast over, terwijl ik dacht dat wij net van die discussie af waren. Helaas zijn wij weer terug in het verleden. Mijn partij zal de discussie opnieuw met alle kracht aangaan. Dit moeten wij niet doen.

Ik heb drie moties.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de motorrijtuigenbelasting in Nederland veel te hoog is;

verzoekt de regering, de motorrijtuigenbelasting te halveren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:


Deze motie is voorgesteld door het lid Madlener. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 41 (34550-XII).

De heer Madlener (PVV):
Voor de dekking van 2 miljard euro per jaar verwijs ik naar ons verkiezingsprogramma. Als dit doorgaat, is het natuurlijk een geweldige koopkrachtverbetering. Wij krijgen op die manier ook een verschuiving van het belasten van bezit naar het belasten van gebruik. Dat is precies de lijn die wij moeten volgen. Daar hebben wij helemaal geen rekeningrijden voor nodig.

De voorzitter:


Ik zie mevrouw Visser bij de interruptiemicrofoon, maar wij zouden de interrupties tot het allerallernoodzakelijkste beperken. Dat hebben wij net afgesproken. Is dat hier het geval, mevrouw Visser?

Mevrouw Visser (VVD):


Ja, want ik probeer te begrijpen wat de heer Madlener voorstelt. Ik heb de tekst van de motie niet voor mij, dus ik vraag het nu maar even. Lage lasten klinkt natuurlijk hartstikke mooi, maar als de heer Madlener dit had gewild, had hij toch gewoon een amendement moeten indienen bij de Algemene Financiële Beschouwingen? Dat heb ik volgens mij gemist.

De heer Madlener (PVV):


Voor de dekking verwijs ik naar ons verkiezingsprogramma. Dat doe ik bewust. Het gaat om 2 miljard. Dat kan ik niet zomaar uit deze begroting halen. Dat moet echt uit andere begrotingen worden gehaald. Vandaar dat het op deze manier moet.

De voorzitter:


Dit is dinsdagavond al besproken. Mijnheer Madlener gaat door.

Mevrouw Visser (VVD):


Nee, voorzitter …

De voorzitter:


Nee, ik sta geen interruptie meer toe. Dit is besproken, klaar. De heer Madlener gaat verder.

De heer Madlener (PVV):


Ik ga naar de volgende motie. Die gaat over de verdeling tussen geld dat naar het spoor gaat en geld dat naar de weg gaat. Er gaat ongeveer evenveel geld naar de weg als naar het spoor. Dat lijkt heel eerlijk, maar dat is natuurlijk helemaal niet eerlijk, want maar liefst zeven keer zoveel mensen maken gebruik van de weg. Eigenlijk zou er dus zeven keer zoveel geld naar de weg moeten gaan als naar het spoor. Om een klein verschuivinkje terug naar de weg te halen, heb ik de volgende motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat met de auto ruim zeven keer zo veel kilometers worden afgelegd als met de trein;

overwegende dat in 95% van de verplaatsingen in Nederland de auto sneller is dan het openbaar vervoer;

overwegende dat investeren in wegen meer oplevert dan investeren in spoor;

verzoekt de regering om het spoorproject ERTMS te beëindigen en de vrijvallende middelen te gebruiken voor de aanleg en verbetering van wegen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Madlener. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 42 (34550-XII).

De heer Madlener (PVV):
Dan mijn laatste motie.

De voorzitter:


Als u dat wilt doen, is het goed, maar dat gaat ten koste van de spreektijd van andere sprekers van uw partij bij andere begrotingen.

De heer Madlener (PVV):


Dan laat ik de motie zitten.

De voorzitter:


Dank u zeer. Ik geef het woord aan mevrouw Van Veldhoven van D66.

Mevrouw Van Veldhoven (D66):


Voorzitter. Heel erg veel dank aan beide bewindspersonen. Ik dien vier moties in en hoop daarna nog tijd te hebben om hen uitgebreid te bedanken, maar dan heb ik dit in ieder geval vast gezegd.

Veilig werken bij de NS is cruciaal. Misschien is daar geen 5 miljoen voor nodig, maar wij willen toch zeker weten dat we dat ook komend jaar kunnen garanderen. Daarom dien ik de volgende motie in.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat NS-personeel te allen tijde veilig moet kunnen werken;

overwegende dat de NS komend jaar nog nodig heeft om de kosten voor extra personeel op de eigen begroting te verwerken;

verzoekt de regering, bij de najaarsnota te bezien welke bijdrage er kan worden geleverd om ervoor te zorgen dat voor de dubbele bemensing in 2017 voldoende budget beschikbaar is,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Veldhoven. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 43 (34550-XII).

Mevrouw Van Veldhoven (D66):
Dan een motie over de OV-fiets en het fietsparkeren.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de aangekondigde extra middelen voor fietsparkeren op stations een mooie stap in de goede richting zijn, maar er in de toekomst meer nodig is;

verzoekt de regering, samen met de relevante partners een langetermijnplan met bijbehorende financiering te formuleren om het tekort van minimaal 100.000 plaatsen in 2030 helemaal op te lossen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Veldhoven. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 44 (34550-XII).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat zowel het energiebesparingsinzicht uit de energieaudits als betere handhaving van de Wet milieubeheer een significante stimulans kan geven tot energiebesparing van bedrijven;

verzoekt de regering om de verplichting tot energieaudits te koppelen aan de Wet milieubeheer, zodat het bevoegd gezag een plan van aanpak kan vragen van de onderneming, en ervoor te zorgen dat in de wet- en regelgeving duidelijke grondslagen worden geboden aan het bevoegd gezag om actief te kunnen handhaven,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:


Deze motie is voorgesteld door het lid Van Veldhoven. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 45 (34550-XII).

Mevrouw Van Veldhoven (D66):
Dat geldt overigens natuurlijk alleen in gevallen waarin niet is gekozen voor maatregelenlijsten als oplossing.

Ik dien mijn laatste motie in.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de lucht in Nederland nog lang niet overal gezond is, en er 1 miljoen mensen in Nederland met longklachten zijn die last hebben van ongezonde lucht;

overwegende dat het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) is gericht op de Europese luchtkwaliteitsnormen, die niet gelijkstaan aan gezonde lucht;

constaterende dat de Gezondheidsraad in 2017 komt met streefwaarden voor daadwerkelijk schone lucht;

verzoekt de regering, samen met provincies en gemeenten in 2017 overleg te voeren met als doel in 2018 te komen met een nationaal luchtplan (NLP), dit NLP te richten op de streefwaarden voor gezonde lucht, de meest vervuilde punten als eerste aan te pakken en daarvoor samen met de partners te bezien welke maatregelen daarvoor effectief zijn uit oogpunt van zowel gezondheidswinst als kosten,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:


Deze motie is voorgesteld door de leden Van Veldhoven, Cegerek, Smaling, Dik-Faber, Van Tongeren, Ouwehand en Kuzu.

Zij krijgt nr. 46 (34550-XII).

Mevrouw Van Veldhoven (D66):
In die ene seconde die mij nog rest, herhaal ik graag het dankwoord aan beide bewindspersonen. Dank u wel.

Mevrouw Belhaj (D66):


Voorzitter. Mijn collega heeft al bedankt, dus dat sla ik over. We hebben dezelfde mening op dat gebied en over andere onderwerpen. Ik ga meteen over tot het voorlezen van de moties die ik hier nog voor mij heb liggen.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

van mening dat er een einde moet komen aan de waterscheiding tussen Rijk, provincie en gemeenten, maar ook tussen wegen, water en spoor;

van mening dat verschillende overheden, maar ook bedrijven, wetenschappelijke instellingen en inwoners moeten samenwerken en kijken naar de beste manier om van A naar B te komen, en zich niet blind moeten staren op asfalt, een treinverbinding of een busbaan;

verzoekt de regering, het Infrastructuurfonds te vervangen door een bereikbaarheidsfonds dat uitgaat van kwalitatief hoogwaardige landelijke hoofdverbindingen en optimale regionale netwerken,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:


Deze motie is voorgesteld door het lid Belhaj. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 47 (34550-XII).

Mevrouw Belhaj (D66):
Ik ga over naar mijn tweede motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de Algemene Rekenkamer zorgen heeft geuit met betrekking tot de informatievoorziening van Rijkswaterstaat over het beheer en onderhoud van het hoofd(vaar)wegennet, waaronder de bruggen;

overwegende dat er in de jaren zestig en zeventig veel infrastructuur is aangelegd, waar nu beheer en onderhoud voor nodig is;

verzoekt de regering, de Kamer voor de zomer van 2017 nader te informeren over de stand van zaken van het beheer en onderhoud van de grote strategische bruggen op het hoofdwegennet,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:


Deze motie is voorgesteld door het lid Belhaj. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 48 (34550-XII).

Mevrouw Belhaj (D66):
Ik ben me bewust van mijn min, maar dat kan ik mij even permitteren. Ik had beloofd nog antwoord te geven op de vraag van de VVD of D66 nu streeft naar een kop op beleid. Ik denk dat er sprake was van een misverstand. Ik had met name opmerkingen over het feit dat er nog geen ambitie ligt op het gebied van de CO2-reductie en van de zwavelcontrole. Daar doen wij er in feite al aan, zo'n kop op beleid, dus daar zult u D66 niet meer over horen.

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):


Voorzitter. Ik dank beide bewindspersonen voor de beantwoording. Ik wil de minister mede namens mijn collega Eppo Bruins danken voor haar toezegging dat zij gaat bekijken wat het ministerie kan doen om de Nederlandse vlag aantrekkelijker te maken voor commercial cruising vessels. Dat is belangrijk voor onze economie en voor de werkgelegenheid. Ik hoor graag van haar wanneer wij daarover meer informatie krijgen.

Ik heb twee moties en daarna nog een korte opmerking.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat uit recent onderzoek van TNO blijkt dat zelfs nieuwe scooters niet aan de Europese normen voor uitstoot voldoen, terwijl deze ruimer zijn dan die van personenwagens;

overwegende dat met name fietsers en voetgangers dagelijks geconfronteerd worden met deze voor de gezondheid schadelijke uitstoot van ultrafijnstof;

overwegende dat een nieuwe Europese verordening ertoe zal leiden dat de verkoop van tweetaktbrommers beëindigd wordt;

overwegende dat er tegenwoordig alternatieven zijn in de vorm van elektrische scooters en speed pedelecs;

verzoekt de regering, in de af te sluiten green deal afspraken te maken over de restvoorraad tweetaktbrommers en als stip op de horizon het uitfaseren van alle benzinebrommers;

verzoekt de regering tevens, de handhaving op orde te brengen, zodat alle voertuigen in ieder geval aan de Europese normen voldoen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:


Deze motie is voorgesteld door de leden Dik-Faber en Van Tongeren. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 49 (34550-XII).

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):
Mijn tweede motie luidt als volgt.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat er een internationaal mvo-convenant (maatschappelijk verantwoord ondernemen) wordt opgesteld met de textielindustrie, teneinde de hele textielketen te verduurzamen;

constaterende dat in de keten nog veel verbeteringen zijn aan te brengen, ook als het gaat om daadwerkelijke recycling van textiel na inzameling;

overwegende dat Nederland mede dankzij een recyclingbijdrage koploper is in het verwaarden van materialen van afgeschreven witgoed en elektrische toestellen;

verzoekt de regering om binnen het textielconvenant afspraken te maken met de betrokken partijen over financieringsarrangementen, zodat inzameling en recycling daadwerkelijk van de grond komen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Dik-Faber. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 50 (34550-XII).

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):
Ik moet bekennen dat ik vaak onderweg eet. Ik koop dan een maaltijd op het station. Helaas is dat heel vaak in plastic. Ik zou dat graag anders zien, maar dat plastic is daar. Vervolgens probeer ik dat plastic in ieder geval gescheiden weg te werpen. Ik kom dan op het station en moet daar zes prullenbakken langs voor al het afval. Met de moed der wanhoop doe ik het dan maar in de zevende prullenbak. Waarom is er op zo veel plekken waar zo veel plastic wordt verkocht, geen gescheiden inzameling? Ik heb hierover vragen gesteld in de eerste termijn. Die zijn schriftelijk beantwoord. In het antwoord staat, samengevat: wij delen het punt, maar wij zien de oplossing niet. Mijn fractie heeft eerder een motie ingediend om het Afvalfonds beschikbaar te stellen voor bedrijven, bijvoorbeeld voor gescheiden inzameling van afval op stations. Ik hoor graag van de staatssecretaris of dit een weg is die zij ook voor zich ziet. Ik heb op dit punt een aangehouden motie. Ik overweeg om die motie in te dienen, maar dat hangt af van het antwoord van de staatssecretaris.

De voorzitter:


U kunt op ieder moment uw aangehouden motie weer activeren.

De heer Bisschop (SGP):


Voorzitter. Ik heb geen moties. Ik heb dus ruim de tijd om de bewindspersonen hartelijk te danken voor hun beantwoording en mijn excuses te maken dat ik bij een deel van hun beantwoording even afwezig was, met name bij de appreciatie van de amendementen. Dat was geen onverschilligheid, maar er was iets op een ander terrein dat even dringend de aandacht vroeg. Ik dank de bewindspersonen voor de zorgvuldige wijze waarop zij de gestelde vragen hebben beantwoord. Die dank gaat ook uit naar de medewerkers die daaraan ongetwijfeld hebben bijgedragen.

De appreciatie van het enige amendement dat ik heb ingediend in dit dossier, viel me een beetje rauw op het dak. Er zit een keurige dekking in. Ik doel op het amendement op stuk nr. 10 over de coöperatieve vaardieptemeting. Dat is een heel innovatieve manier om de binnenvaart nog beter te laten aansluiten op de mogelijkheden die er zijn en die tot een krachtige speler in de "modal swift" te maken, dat woord dat wij niet mogen gebruiken. Het is gewoon een manier om dat dynamische waterverkeersmanagement te versterken.

De voorzitter:
Als u het dan in het Engels doet, moet u het goed doen. Het is de modal shift.

De heer Bisschop (SGP):


Ja, shift. Dat is terecht. U bent weer helemaal bij de les, voorzitter.

Als je dit zou kunnen uitvoeren, lever je een heel actieve bijdrage aan toekomstige mogelijkheden. Natuurlijk, de schippers zelf hebben daar voordeel van. Die moeten ook de kosten gaan dragen. Je zou echter kunnen overwegen om als overheid een bijdrage te leveren aan de startkosten. De overheid heeft er ook belang bij. Het is van belang voor de vaarwegbeheerder. Ik denk aan het baggeren. Het is van belang voor het schoner maken van de scheepvaart. Het helpt ook bij de integrale benadering van mobiliteit en de versterking van de sector als geheel. Er is een maatschappelijk en een economisch belang. Ik wil de minister nadrukkelijk in overweging geven om dat ene miljoen waar het om gaat alsnog beschikbaar te stellen.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Voorzitter. Ik weet nog dat deze minister toen zij aantrad op haar portefeuille, een aantal jaartjes geleden, zei: we gaan een oogje houden op het milieu. Inmiddels wordt vanuit hetzelfde ministerie bij monde van de staatssecretaris gesproken over drastische keuzes en de noodzaak om echt anders te gaan leven om het klimaat te redden. Ik wil maar zeggen: niets is onmogelijk. Dat geldt ook voor de staatssecretaris zelf, die in een vorige hoedanigheid — dat is ook al heel wat jaartjes geleden — als staatssecretaris van Onderwijs nog niet zo veel ophad met het integreren van duurzaam onderwijs op scholen en die nu echt aan de slag gaat met een aangenomen motie van de Kamer. Niets is onmogelijk. Om dat zelf ook kracht bij te zetten, ga ik geen moties indienen vandaag. Veranderingen kunnen plaatsvinden, mensen.

Ik heb natuurlijk nog wel wat te zeggen. De staatssecretaris heeft in de beantwoording van de vragen van de Kamer nogmaals onderstreept hoe urgent het is dat we nu oplossingen gaan zoeken voor de klimaatverandering. Het akkoord dat we hebben gesloten in Parijs is niet misselijk. Ze zei ook — dat vond ik heel goed en heel waardevol, waarvoor dank — dat alle belangrijke besluiten om die doelen in 2050 te gaan halen de komende vijf jaar zullen moeten worden genomen. Dat sluit aan bij de motie die de Kamer al heeft aangenomen en waar ik in mijn eerste termijn om heb gevraagd, namelijk langetermijnbeleid voor het klimaat.

De motie die de Kamer in 2014 aannam, vraagt om een coherente strategie voor het doorvoeren van de benodigde en gewenste systeemveranderingen. Daarom dien ik geen nieuwe motie in, maar vraag ik de staatssecretaris om hiermee aan de slag te gaan. De eerste test hadden we al even in een interruptiedebatje, over de systeemveranderingen die nodig zijn, anders gaan leven en drastische keuzes. Ik vroeg haar hoe het zit met de veehouderij. De planbureaus zeggen dat er drastisch moet worden ingegrepen in de landbouw. We weten ook dat krimp van de veestapel noodzakelijk is. De staatssecretaris durfde daar nog niet concreet te worden. Ik vraag haar om in de komende vijf maanden die ze nog heeft het langetermijnbeleid voor het klimaat uiteen te zetten, zodat er een pakket ligt waarover we met een nieuwe Kamer en een nieuw kabinet snel knopen kunnen doorhakken. Het is voor haar een veilige route. Ik snap dat ze nu nog geen concrete toezeggingen wil doen. Ik vraag haar om daaraan te werken met haar mensen, al is het een explosief pakket dat er straks komt. Ik kan haar zeggen dat wij dat wel aankunnen en dat wij de VVD wel koest houden. Daar hoeft zij zich dan geen zorgen meer over de te maken. Dus ga aan de slag met het uitvoeren van die motie.

De landbouw is één ding.

Een ander onderdeel waarover ik heb geprobeerd met de staatssecretaris in debat te treden is het in onze ogen nog bestaande taboe op het aanpakken van de consumptie. Ik heb haar geprobeerd duidelijk te maken dat er wel initiatieven zijn om mensen voor te lichten over de milieu-impact van hun voedselkeuzes, maar dat die initiatieven zich in de marge bevinden en eigenlijk alleen de goedgeïnformeerde en betrokken burger bereiken. Ik heb aangehaald dat er in de neuromarketing ongelooflijke ontwikkelingen zijn. De vraag is wat wij daartegenover zetten. We kunnen de norm omkeren. Vlees is nu de norm. Vlees is wat wordt aangeboden. Als je vegetarisch wilt eten, moet je daar je best voor doen of om vragen. Omkering van de norm kan dan enorm helpen.

In België en in Groot-Brittannië worden gedragseconomen en sociale wetenschappers ingezet om mensen een duwtje in de goede richting te geven, bijvoorbeeld met betrekking tot het innen van belastinggeld. De mogelijkheden en de dilemma's die daar liggen — ik denk dan bijvoorbeeld aan nudging — moeten we in de Kamer bespreken. Zo kunnen we meedenken over de keuzes die we straks moeten maken. Ik dien ook hier geen motie op in, maar ik zal de Kamer voorstellen om hier een hoofdlijnendebat over te voeren. Wat doen we met de ontwikkelingen in de neuromarketing en de nudging? Wat doen we met de grote opgave die er ligt om beleid te maken op de consumptie, met respect voor de keuzevrijheid van burgers? Ik zal dus met een initiatief komen om hier een debat over te voeren en misschien een hoorzitting te organiseren, zodat we ook vanuit de Kamer meewerken aan de keuzes die straks voor de lange termijn op het gebied van het klimaat gemaakt moeten worden. We zullen knopen moeten doorhakken.

1   ...   7   8   9   10   11   12   13   14   15


Dovnload 498.37 Kb.