Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu

Dovnload 498.37 Kb.

Het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu



Pagina14/15
Datum04.04.2017
Grootte498.37 Kb.

Dovnload 498.37 Kb.
1   ...   7   8   9   10   11   12   13   14   15

Zoals ik al zei, zal ik voor het volgende algemeen overleg hierover duidelijkheid geven. Als het mogelijk is, wil ik proberen om dat in de brief te doen die de Kamer voor dinsdag wil ontvangen. Ik ben echter afhankelijk van de specifieke informatie die ik op dit punt van V en J krijg. De inzet van ons beiden, los van de organisatievorm waarover de Kamer zich nu zorgen maakt, is juist om de pakkans te vergroten en de handhaving te versterken.

Mevrouw Belhaj (D66):


Ik sta hier voor hetzelfde punt, voorzitter. Ik misgun niemand dat zijn motie wordt overgenomen, maar wij hebben nog wel behoefte aan ...

De voorzitter:


Die vraag ga ik zo stellen. De minister heeft gezegd dat zij de motie wil overnemen. Zijn er fracties die daartegen bezwaar maken? Mijnheer Madlener of mevrouw Belhaj misschien? Ik doe dit nu even langs de formele weg, mevrouw Belhaj.

Mevrouw Belhaj (D66):


Keurig. Wij hebben daar niet per se bezwaar tegen, maar willen de motie wel in stemming laten brengen, zodat wij iets meer tijd hebben om nauwkeurig naar deze motie te kunnen kijken.

De voorzitter:


In dat geval komt de motie in stemming.

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus:


Ik ben inmiddels bij de motie op stuk nr. 27, die van mevrouw Visser over de weginrichting. Ik neem deze motie over. In de motie wordt de regering verzocht om samen met het IPO en de VNG te verkennen hoe er afspraken kunnen worden gemaakt over de gemeentelijke en provinciale wegen om deze verkeersveiliger in te richten. Zoals ik eerder zei, ben ik bezig met de nieuwe Strategie verkeersveiligheid, waarbij de risicoaanpak centraal staat. Aangezien ik deze nieuwe strategie met de andere overheden zal opstellen, zal ik de motie ook op die manier duiden en deze als ondersteuning van het beleid beschouwen. Ik neem deze motie dus over.

De voorzitter:


Heeft een van de leden bezwaar tegen deze overneming, met de interpretatie die de minister zojuist gaf? Dat is niet het geval. Deze motie wordt overgenomen, maakt geen deel meer uit van de beraadslaging en komt niet in stemming.

De motie-Visser/Hoogland (34550-XII, nr. 27) is overgenomen.

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus:
De motie op stuk nr. 28 verzoekt de regering om bij de uitwerking van de nieuwe MIRT-systematiek de samenhang tussen en doorstroming op het hoofd- en onderliggend wegennetwerk daarbij een vast onderdeel te laten zijn en om de knelpuntenanalyse van de ANWB mee te nemen in de komende bestuurlijke overleggen rond het MIRT. Ik neem deze motie over. Wij moeten natuurlijk beseffen dat wij hebben afgesproken dat provincies en vervoersregio's een eigen beslisruimte hebben voor de inzet van hun eigen middelen, of deze nu provinciaal zijn, uit het Gemeentefonds komen of uit een brede doeluitkering komen. Ik lees deze motie echter ook als een oproep om in die overleggen met de regio's goed te kijken naar de gehele samenhang van het wegennet en om daar gezamenlijk afspraken over te maken. Dit neem ik over. Het zal ook mogelijk worden, omdat we zo'n meer programmatische en flexibele werkwijze ook willen inzetten voor de toekomst. Daarmee zullen we kunnen inspelen op alle ontwikkelingen rond infrastructuur en de investeringen daarin.

De voorzitter:


Is er bezwaar tegen overname? Dat is niet het geval, dus deze motie maakt geen deel meer uit van de beraadslagingen en ze komt ook niet in stemming.

De motie-Visser (34550-XII, nr. 28) is overgenomen.

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus:
In haar motie op stuk nr. 29 roept mevrouw Visser op om bij incidenten en wegwerkzaamheden het toepassen van rode kruizen te beperken tot de wegvakken waarvoor dit vanuit het oogpunt van de veiligheid strikt noodzakelijk is en om over het toepassen van rode kruizen actief te communiceren naar de weggebruiker. Ik neem deze motie over. Bij incidenten en werkzaamheden kruist Rijkswaterstaat af om de veiligheid van wegwerkers, hulpdiensten en bergers te waarborgen. Er wordt gewerkt met incidentenmanagement. Om onbegrip van weggebruikers tegen te gaan, kunnen we zorgen voor meer en betere communicatie over de aard en duur van incidentenwerk. Ik zal met Rijkswaterstaat nagaan of er optimalisaties mogelijk zijn in het afkruisen van de rijstroken en de communicatie daarover.

De voorzitter:


Ik constateer dat geen van de leden bezwaar heeft tegen het overnemen, dus deze motie komt niet in stemming.

De motie-Visser (34550-XII, nr. 29) is overgenomen.

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus:
De staatssecretaris zal reageren op de moties op de stukken nrs. 30, 31, 32, 33 en 34.

Ik kom nu bij de motie op stuk nr. 35 van de heer Van Helvert c.s. Deze motie verzoekt de regering om een concreet actieplan op te stellen met betrekking tot het behalen van de verkeersveiligheidsdoelstellingen ten aanzien van het aantal verkeersdoden en -gewonden, en om daarbij expliciet aandacht te geven aan het smartphonegebruik. Ik zie deze motie als ondersteuning van het beleid. Ik had al medegedeeld dat ik met de nieuwe Strategie verkeersveiligheid bezig ben, waarbij de doelstellingen opnieuw zullen worden bekeken. Ik zal de Kamer nog vóór het AO van 15 december informeren over de omgang met het gebruik van de smartphone op de fiets. Volgens mij neem ik deze motie daardoor over. Bij "ondersteuning van het beleid" wordt een motie immers overgenomen.

De voorzitter:
De heer Helvert van het CDA heeft een vraag over deze interpretatie. Ik word er zo langzamerhand een beetje tureluurs van, maar ga uw gang.

De heer Van Helvert (CDA):


Dank u, voorzitter. Inderdaad heb ik een vraag over die interpretatie. De minister nam de motie heel snel door, maar daarbij hoorde ik haar juist niet spreken over de essentiële punten met betrekking tot het Verbond van Verzekeraars. Hoe staat de minister daarin en hoe gaan we daarmee om?

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus:


Ik gaf aan dat smartphonegebruik daarin expliciet een plek zal krijgen. Al veel eerder dan het plan gaat komen — dat is in 2018, zo heb ik in het debat gezegd — zal ik al op de smartphone reageren, bijvoorbeeld voor het volgende AO over verkeersveiligheid van 15 december over smartphonegebruik op de fiets. In de loop der jaren, op het moment dat we meer doelgericht onderzoek doen, zoals D66 ook had verzocht, zullen we meer informatie kunnen leveren over ander soort smartphonegebruik. Ook de heer Houwers heeft er nog iets over gezegd. Er komt op dat punt nog een heleboel op u af.

De voorzitter:


Wordt het voorstel om de motie over te nemen door de Kamer instemmend begroet? Dat is het geval, dus dan maakt zij geen deel meer uit van de beraadslaging en komt ook niet in stemming.

De motie-Van Helvert (34550-XII, nr. 35) is overgenomen.

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus:
De moties op stukken nrs. 36 en nr. 37 worden door de staatssecretaris behandeld.

Ik kom op de motie-Hoogland/Van Veldhoven op stuk nr. 38 over het wagenpark. Ik vind het voorstel van de heer Hoogland sympathiek. Wij zijn bezig om van 60 verschillende wagenparken toe te groeien naar één rijkswagenpark; dit is een bestuurlijke en organisatorische uitdaging. Ik weet niet of dit kan worden verzwaard met een deelautoconcept met burgers. Daar komt bij dat de meeste auto's op afgesloten en niet op openbaar toegankelijke terreinen staan. Als het centrale wagenpark klaar is, zal dit ook weer de weg vrijmaken voor sommige concepten, zoals deelconcepten. Zoals ik eerder heb gezegd, acteert de minister van BZK hierop. Ik twijfel een beetje over het advies dat ik moet geven. Er staat "te onderzoeken" en het wordt al onderzocht, dus ik laat het oordeel aan de Kamer. Ik kan het meegeven aan mijn collega van BZK.

De voorzitter:
Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties!

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus:


Ja, mijn excuses voor het gebruik van de afkorting, mijnheer de voorzitter.

De motie op stuk nr. 39 van de heer Hoogland en mevrouw Visser over Whim Helsinki zal ik mede namens de staatssecretaris behandelen, want zij zit op ons beider terrein. Ik zie deze als ondersteuning van beleid. Samen met de decentrale overheden onderzoek ik welke handelingsperspectieven er zijn om het verschil tussen financiële stroom en kostenstijging zo klein mogelijk te houden. Innovaties door de markt vormen daarbij een belangrijke kans; ik geef deze ook een belangrijke plaats in het toekomstbeeld voor het ov. Whim is een mooie innovatie vanuit het concept "mobility as a service" en daarvan kunnen we ook gebruikmaken. Ik laat het oordeel over aan de Kamer.

De staatssecretaris bespreekt de motie op stuk nr. 40.

De motie-Madlener op stuk nr. 41 gaat over het halveren van de motorrijtuigenbelasting. Ondanks het feit dat deze motie wel een dekking heeft — de heer Madlener heeft die er niet bijgeschreven, maar wel genoemd dat deze in het PVV-verkiezingsprogramma staat — is het geen echte dekking, omdat het PVV-verkiezingsprogramma geen formele status heeft in onze begroting. Na de Algemene Beschouwingen bij de begrotingsbespreking van het ministerie van Financiën is er de mogelijkheid om tussen ministeries te schuiven. Dat is het moment om dit te doen. De dekking onderschrijf ik inhoudelijk niet, maar dat is een heel ander verhaal. Ik moet deze motie ontraden. Wellicht kan de heer Madlener het volgend jaar met een betere dekking proberen na de Algemene Beschouwingen bij de minister van Financiën.

De moties op stukken nr. 42 tot en met 46 worden behandeld door de staatssecretaris.

Ik kom bij de motie-Belhaj op stuk nr. 47 waarin de regering wordt verzocht het Infrastructuurfonds te vervangen door een bereikbaarheidsfonds dat uitgaat van kwalitatief hoogwaardige landelijke hoofdverbindingen en optimale regionale netwerken. Ik ontraad deze motie om twee redenen. Aan het begin van de motie staat dat er een einde moet komen aan de waterscheiding tussen Rijk, provincie en gemeenten. Die mening deel ik niet. Ik vind dat wij een apart rijksbudget moeten hebben. Of je misschien niet een meer strikte scheiding moet hebben tussen verschillende modaliteiten, wordt nu onderzocht in het interdepartementaal beleidsonderzoek. Die verkenning wordt aan de Kamer gestuurd en de voor- en nadelen van een bereikbaarheidsfonds zullen dan aan de orde worden gesteld. Ik zal de Kamer daarover nog deze kabinetsperiode informeren, dus ik vind het voorbarig om nu al een bereikbaarheidsfonds in te stellen op basis van een motie. Ik ontraad deze motie dus, maar wij zijn wel op de strekking ervan aan het studeren. Inhoudelijk kunnen mevrouw Belhaj en ik dus misschien nog wel dichter bij elkaar komen.

In haar motie op stuk nr. 48 verzoekt mevrouw Belhaj de regering om de Kamer voor de zomer van 2017 nader te informeren over de stand van zaken van het beheer en onderhoud van de grote strategische bruggen op het hoofdwegennet. Ik kan instemmen met deze motie, dus ik neem haar over. Via de instandhoudingsbijlage van het Infrafonds en het MIRT informeer ik de Kamer over het beheer en onderhoud van de vervangings- en renovatieopgaven. Ik heb eerder, bij het jaarverslag over 2016, al toegezegd per netwerk, dus voor wegen, vaarwegen en water, een indicatie te geven van de omvang van uitgesteld en achterstallig onderhoud. Ik kan dit toegezegde overzicht uitbreiden en daarin specifiek aangeven of sprake is van achterstallig onderhoud bij deze bruggen en zo ja, hoeveel dit is en welke bruggen het betreft.

De voorzitter:


Ik zie dat geen van de leden tegen overname is.

De motie-Belhaj (34550-XII, nr. 48) is overgenomen.

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus:
De moties op de stukken nrs. 49 en 50 zal de staatssecretaris behandelen. Dan kom ik bij de motie-Houwers op stuk nr. 51, waarin de regering wordt verzocht om het controleren op snelheidsovertredingen gerichter in te zetten op locaties met verhoogd veiligheidsrisico. Zowel de handhaving met digitale handhavingsmiddelen, dus de flitskasten en de trajectcontroles, als de handhaving door de politie door staandehouding vindt plaats op plekken waar dat bijdraagt aan de verkeersveiligheid. In mijn nieuwe strategie voor verkeersveiligheid zal in het kader van de risicogestuurde aanpak ook handhaving aan de orde zijn, gericht op specifieke lokale vraagstukken. Ik kan deze motie dus overnemen.

De voorzitter:


Ik zie dat geen van de leden bezwaar heeft tegen overname.

De motie-Houwers (34550-XII, nr. 51) is overgenomen.

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus:
In zijn motie op stuk nr. 52 vraagt de heer Houwers de regering om te onderzoeken of het controleren van telefoons op recent gebruik na een verkeersongeval haalbaar en uitvoerbaar is. Ik zal onderzoeken wat mogelijk is om bij ernstige ongevallen achteraf te controleren of er kort voorafgaand aan het ongeval een smartphone gebruikt is en daarbij ook de relatie tussen gebruik en ongeval te bezien. Ik weet niet of het kan, mede vanuit het oogpunt van privacy, maar ik wil dit wel laten onderzoeken. Ik wil de motie dus overnemen.

De voorzitter:


Heeft een van de leden bezwaar tegen het overnemen van de motie?

Mevrouw Belhaj (D66):


Ja. Wij zouden voor onszelf nader willen kijken wat het betekent voor de privacy. Wij willen de motie dus graag in stemming brengen.

De voorzitter:


Dan kan de motie niet worden overgenomen en komt zij gewoon in stemming.

Er is nog één keer een wisseling van de spelers. Het woord is aan de staatssecretaris.

Staatssecretaris Dijksma:
Voorzitter. Misschien mag ik toch een zin, als is het er maar één, wijden aan een felicitatie voor u, mijnheer de voorzitter. U bent chevalier dans l'ordre national de la Légion d'honneur, naar ik heb begrepen. Dat is natuurlijk een mondvol in een vreemde taal, maar het is prachtig. Van harte!

De voorzitter:


Dank u zeer. Het is vanmiddag bekend geworden. De onderscheiding wordt later uitgereikt.

(Geroffel op de bankjes)

Staatssecretaris Dijksma:
Ik begin met een aantal onderwerpen die deels in eerste termijn zijn blijven liggen. Een belangrijk onderwerp zijn de plannen die vanochtend zijn ontvouwen door de heer Janaillac, Trust Together. Ik kan melden dat er waarschijnlijk vanavond nog een brief aan de Kamer wordt gestuurd met een uitgebreidere appreciatie van dat plan. Helder is in ieder geval dat de CEO van Air France-KLM de situatie bij Air France echt wil verbeteren. Het is natuurlijk een grote noodzaak om concurrerender te worden, kosteneffectiviteit hoger in het vaandel te hebben en tegelijkertijd productiever te zijn. Dat geldt overigens niet alleen voor Air France, zoals u weet. Ook bij KLM is dat aan de orde. Wij hebben vanuit het Nederlands publiek belang steeds gezegd dat wij zullen letten op de kwaliteit van het netwerk, de sterke positie van KLM en uiteraard ook dat er geen verlies aan banen in Nederland optreedt. Op het eerste gezicht lijken mij de plannen die nu zijn voorgelegd positief. Uiteraard zullen we ook de uitwerking van dat plan nog moeten volgen. Dat zullen we ook nauwlettend doen. De Kamer krijgt die brief en dan hoor ik of u daar tevreden mee bent of dat er nog een debat volgt. Dat is niet aan mij.

Ik wil tegen mevrouw Ouwehand zeggen dat zij een heleboel heeft gezegd over de enorme uitdaging waar we voor staan. Ik ben het niet eens met alle opmerkingen die zij heeft gemaakt. Het is juist van groot belang dat we binnen het kabinet met elkaar werken aan een coherente strategie voor de toekomst. Dat doen we ook in goede samenwerking en we maken daar ook steeds grote stappen. Dat hebben we gedaan en blijven we wat mij betreft doen. Ik zou willen zeggen: er komen echt nog voldoende stukken aan, ook in de komende maanden kan ik u verzekeren, om volop het debat te voeren. Er zijn geen taboes, maar wel keuzes. Dat is uiteindelijk gewoon een politieke afweging.

Het spijt me in de richting van mevrouw Mulder en de heer Bisschop. Ik dacht per abuis dat een deel van hun vragen in de schriftelijke beantwoording zat met betrekking tot de asbestregeling en de uitwerking van het inderdaad ambitieuze plan om te komen tot een sanering voor 2024. Iedereen heeft onderkend dat daarvoor een forse inspanning nodig is. Die is een aantal jaar geleden al ingezet. Het wordt nu zichtbaar dat daar stappen worden gemaakt. Tot vorig jaar werd er jaarlijks gemiddeld circa 4,5 miljoen m2 daken gesaneerd. In de eerste helft van dit jaar is er een zelfde hoeveelheid gesaneerd. De stimuleringsregeling is, zoals ik heb gemeld, recent opgehoogd. We zijn nu met een breed samenwerkingsverband bezig. Ik kom er zo bij de moties nog op terug. We werken onder andere samen met gedeputeerde Prevoo, een van de ambassadeurs — de heer Smaling zei het al: ik ken hem goed — om een gezamenlijke aanpak tot stand te brengen en nieuwe initiatieven te steunen. We hebben bijvoorbeeld met LTO, en anderen, daar voortdurend overleg over, want in de landbouwsector is er veel te doen. Ik ken de positie van de bedrijven waar het om gaat, dus ik weet dat dat geen sinecure is. De Kamer krijgt het plan van aanpak. Dan kunnen we met elkaar beoordelen of we op de goede weg zijn. Ik zal zo uiteraard nog een appreciatie over de ingediende moties geven.

Mevrouw Cegerek (PvdA):


Ik heb in maart een motie ingediend voor een landelijk plan van aanpak. Ik ga ervan uit dat u daar naar verwijst. In de motie had ik verzocht om dit voor eind 2016 te realiseren. Nu we het toch hier over hebben, vraag ik me af wat de stand van zaken daar is.

Staatssecretaris Dijksma:


Ik ben samen met de gedeputeerde en anderen volop aan de slag om die motie uit te voeren. Voor het einde van het jaar komen wij met dat plan van aanpak.

Mevrouw Dik-Faber had een vraag gesteld over het scheiden van afval op stations. Zij vroeg of we daar het oude Afvalfonds nog voor in kunnen zetten. Binnen het programma VANG Buitenshuis, zoals dat zo mooi heet, wordt gewerkt aan initiatieven met betrekking tot afvalscheiding, onder andere op stations. Er is zelfs een green deal daarover. We onderzoeken of er oplossingen in financiële zin zijn te vinden in het kader van het Afvalfonds verpakkingen. Ik heb zelf gezien dat de nieuwe FLIRT-treinen, die binnenkort op de rails komen, prachtige mogelijkheden kennen om afval te scheiden.

Mevrouw Cegerek heeft nog gevraagd naar de landelijke luchtkwaliteitsapp en de app voor het stookalarm in Nijmegen. Kunnen we het een en ander koppelen? Die app voor het stookalarm is een pilot. Ze zijn nog niet gekoppeld. We kunnen op termijn bezien of dat mogelijk is, maar ik kan daar geen belofte over doen.

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):


Dat is goed nieuws van de staatssecretaris over het scheiden van afval. Ik ben blij dat eraan gewerkt wordt. Toen ik de motie indiende, hadden we een discussie over afval van burgers, van consumenten. Dat systeem is er inderdaad in de trein en op de stations. Maar je ziet het ook op campings en in ziekenhuizen. Wordt er zo breed gekeken of gaat het echt specifiek om de stations?

Staatssecretaris Dijksma:


Die vraag over de campings is in de schriftelijke beantwoording meegenomen. Uit mijn hoofd is het antwoord "ja".

Mevrouw Dik-Faber heeft gesproken over de green deal inzake scooters. Ik heb de Kamer in juli jongstleden geïnformeerd over mijn voornemen om zo'n green deal te sluiten. We zijn aan de slag gegaan met RAI, ANWB, BOVAG en Scooter Recycling Nederland en wij hopen nog dit jaar de green deal te kunnen afronden. Als dat lukt, zullen we de Kamer daar uiteraard over informeren.

Mevrouw Van Veldhoven heeft gevraagd wanneer de Gezondheidsraad met het advies over het toekomstige luchtkwaliteitsbeleid komt. De Gezondheidsraad zal eind 2017 met dat advies komen. In 2018 komt dan het nieuwe Luchtplan. Dat is in ieder geval de planning die het departement nu aanhoudt. Tot die tijd hebben wij het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit en het Actieplan Luchtkwaliteit waarmee we werken aan de verbetering van de luchtkwaliteit.

Mevrouw Van Veldhoven heeft op het punt van cascadering biomassa naar een motie verwezen. In het rijksbrede Programma Circulaire Economie hebben we aangegeven dat cascadering een belangrijke rol speelt bij het duurzaam gebruik van biomassa. We gaan daar ook aandacht aan besteden bij de transitieagenda's die we in het kader van het rijksbrede programma voor de zomer zullen opstellen.

Ik moet nog een correctie aanbrengen in mijn reactie op het betoog van mevrouw Van Tongeren. Ik heb een termijn toegezegd over 3 kV, maar dat blijkt niet het eerste maar het tweede kwartaal van 2017 te moeten zijn. We hebben nog even geschakeld met onder anderen NS en ProRail. Zij moeten nog capaciteit "in kind" leveren. Het eerste kwartaal is net niet haalbaar.

De voorzitter:


Mevrouw Van Tongeren zal de Handelingen teruglezen. Gaan we naar de moties?

Staatssecretaris Dijksma:


Zo is het. Last but not least.

Mevrouw Van Tongeren verzoekt in haar motie op stuk nr. 22 om in overleg met onder andere de VNG te kijken naar de regierol van gemeenten en provincies op klimaat- en energiegerelateerde onderwerpen. Ik wil deze motie overnemen. Steeds meer decentrale overheden hebben klimaatplannen en kijken ook naar het opstellen van de energieagenda. Wij zijn eigenlijk al bezig met dat overleg. Ik zou de motie in dat opzicht dus gewoon kunnen overnemen.

De voorzitter:
Heeft een van de leden bezwaar tegen het overnemen van de motie?

De heer Remco Dijkstra (VVD):


Ja.

De voorzitter:


Ik zie dat dit voor meer partijen geldt. Dan wordt er gewoon over gestemd. Wat is het oordeel dan?

Staatssecretaris Dijksma:


Dan laat ik het oordeel over de motie aan de Kamer.

Ik kom te spreken over de motie op stuk nr. 23 over de taxironselaars. Ik zie deze motie als ondersteuning van het beleid en laat het oordeel over aan de Kamer.

In de motie op stuk nr. 24 verzoeken de leden Smaling en Van Veldhoven om "de wirwar van regelingen ten aanzien van asbestsanering in kaart te brengen en de mogelijkheden te onderzoeken om deze onder te brengen in één overkoepelende regeling asbestsanering". Ik zou deze motie eigenlijk willen ontraden, maar ik wil wel een toezegging doen.

De voorzitter:


Dat is een bijzondere combinatie.

Staatssecretaris Dijksma:


Politiek gaat ook over elkaar tegemoetkomen. Eerlijk gezegd, lijkt het mij gewoon geen doen om tot één overkoepelende regeling te komen, ook omdat er soms redenen zijn om iets regionaal met een eigen regeling te organiseren. Maar wat ik kan doen, is bezien welke regelingen er allemaal zijn. Wij werken in het plan van aanpak eigenlijk aan zo'n inventarisatie. Vervolgens is de vraag hoe wij die regelingen zo matchen dat zij elkaar versterken. Daar doelt u denk ik op. De doelstelling van de motie begrijp ik, maar u kunt haar intrekken en dan zou dit mijn toezegging zijn. Maar nu naar één regeling dat gaan wij niet doen.

De voorzitter:


Gaat u in op de avances, mijnheer Smaling?

De heer Smaling (SP):


Dat ga ik doen, voorzitter.

De voorzitter:


Wat betekent dat concreet?

De heer Smaling (SP):


Dat ik de motie intrek. Deze toezegging is wat mij betreft oké. Dat geldt ook voor mevrouw Van Veldhoven.

De voorzitter:


Aangezien de motie-Smaling/Van Veldhoven (34550-XII, nr. 24) is ingetrokken, maakt zij geen onderwerp van beraadslaging meer uit.

Staatssecretaris Dijksma:


Dan kom ik op de motie-Remco Dijkstra op stuk nr. 30. Hij wil belemmeringen bij de energieprestatievergoedingen wegnemen. Dat lijkt mij op zichzelf genomen een uitstekend idee, maar dit is het beleidsterrein van minister Blok. Ik vind het niet prettig om een motie op zijn terrein van een oordeel te moeten voorzien, terwijl hij zelf nog bezig is met een onderzoek. Ik zou aan de heer Dijkstra willen vragen om de motie aan te houden. Ik zal uiteraard in mijn overleg met mijn collega aangeven hoe belangrijk dit is. Inhoudelijk kan ik de heer Dijkstra helemaal volgen, maar ik zou het ook niet prettig vinden als door collega's moties van oordelen worden voorzien die onder mijn verantwoordelijkheid vallen, waarbij ik niet even kan meekijken. Het is dus een kwestie van "fair game"; ik zou de heer Dijkstra willen vragen om de motie aan te houden.

De voorzitter:

1   ...   7   8   9   10   11   12   13   14   15


Dovnload 498.37 Kb.