Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu

Dovnload 498.37 Kb.

Het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu



Pagina15/15
Datum04.04.2017
Grootte498.37 Kb.

Dovnload 498.37 Kb.
1   ...   7   8   9   10   11   12   13   14   15

En toen? U hoeft niet meteen te reageren, maar als u iets te zeggen hebt, moet u het nu doen.

De heer Remco Dijkstra (VVD):


Nog voor de stemming denk ik even na over de vraag of ik de motie aanhoud of dat deze toch in stemming komt.

Staatssecretaris Dijksma:


Dan dwingt de heer Dijkstra mij nu tot het geven van een oordeel. Dat zal ik procedureel doen. Nogmaals, de inhoud is mij zeer sympathiek. Maar om procedurele redenen ontraad ik de motie.

Dan kom ik bij de motie op stuk nr. 31. Daarvoor geldt eigenlijk hetzelfde, maar dit ligt wel op mijn terrein. Ik ben bezig te verkennen wat nu de stappen moeten zijn om het akkoord dat wij in Montreal hebben gesloten, te laten samenhangen met wat er aan huidig beleid is rondom de luchtvaart en ETS. Ik ben het zeer met de heer Dijkstra eens dat wij daarbij onze Europese luchtvaarsector niet op achterstand moeten zetten. Dat is helemaal tot uw dienst, zou ik willen zeggen. Ik zou echter niet vooruit willen lopen op voorstellen, omdat ik de analyse en eventuele voorstellen van de Commissie wil afwachten. Mijn verzoek is, deze motie aan te houden. De boodschap heb ik echt goed begrepen, maar geef de Commissie nu even de gelegenheid om er iets aan te doen. Anders geldt hetzelfde oordeel, te weten ontraden.

De heer Remco Dijkstra (VVD):
Ik geef over deze motie hetzelfde antwoord: ik ga met de woordvoerders in conclaaf. Ik heb uw boodschap begrepen.

Staatssecretaris Dijksma:


Goed zo.

Dan kom ik op de motie-Remco Dijkstra/Cegerek op stuk nr. 32, waarin de regering wordt verzocht om ondernemers in het midden- en kleinbedrijf en start-ups te steunen. Dat lijkt mij een uitstekend idee. Ik laat het oordeel over deze motie graag aan de Kamer over.

Dan kom ik op de motie-Remco Dijkstra op stuk nr. 33, waarin staat dat de regering voor het einde van het jaar met een plan van aanpak moet komen en goed moet kijken naar een afweging van de risico's en de kostenefficiëntie. Zoals gezegd, ben ik daar eigenlijk mee bezig, niet alleen, maar in samenspel met een heel aantal partijen. Uiteraard kijken wij daarbij ook naar efficiëntie. Deze motie is ondersteuning van beleid. Ik ben bereid om haar over te nemen, want dit is gewoon staand beleid. De Kamer krijgt in december het plan. Als niemand daar bezwaar tegen heeft, kan ik de motie overnemen.

De voorzitter:


Mevrouw Cegerek, eerst een toelichtende vraag voordat u uw oordeel geeft.

Mevrouw Cegerek (PvdA):


Zoals ik al zei: er ligt al vanaf maart een motie van mij voor een landelijke aanpak. Het lijkt mij overbodig om deze motie uit te voeren. Het lijkt wel alsof de staatssecretaris nu bezig gaat met weer een nieuw plan van aanpak.

Staatssecretaris Dijksma:


Nou nee, ik heb net uitgelegd dat we dit doen. Ik heb ook al eerder verwezen naar uw motie. Het is alleen maar mooi om te zien dat er zo veel partijen zijn die hetzelfde willen. Ik vind dat zelf uitstekend, maar ik heb gezegd dat ik de motie kan overnemen. Bij dat voorstel blijf ik.

De voorzitter:


Heeft een van de leden bezwaar tegen overname van de motie?

De heer Madlener (PVV):


Ja.

Staatssecretaris Dijksma:


In dat geval zeg ik: oordeel Kamer.

De voorzitter:


Dan komt de motie in stemming.

Staatssecretaris Dijksma:


Dan komen we bij de motie-Van Helvert c.s. op stuk nr. 34. Hij wil de bestemde middelen in de compensatieregeling voor bestelbusjes terecht laten komen in aangrenzende gemeenten. Die motie moet ik ontraden. Het instellen van een milieuzone is zoals de Kamer weet een lokale keuze. Als een gemeente daarvoor kiest, kan zij ook zelf zorgen voor compensatie voor ondernemers. Er is wel een motie aangenomen van de leden Schouten en Groot die pleit voor een bredere opkoopregeling. Bij de uitvoering van deze motie wordt ook gekeken of er een relatie zou kunnen zijn met dieselfraude. De Kamer wordt in 2017 daarover geïnformeerd door de collega's van Financiën. Dat zeg ik daar wel bij. Ook daarom ontraad ik deze motie.

De heer Van Helvert (CDA):


Volgens mij is er ergens iets misgegaan en zitten wij niet zo ver uit elkaar als wij denken. Het geld is namelijk al geoormerkt en ligt op de plank. Ook de combinatie met dieselfraude zie ik niet gelijk. Het gaat er eigenlijk om ...

De voorzitter:


Wilt u ter zake komen?

De heer Van Helvert (CDA):


Ik wil de staatssecretaris vragen om dit toch nog even te bekijken, want het geld ligt gewoon op de plank voor het doel dat wij noemen, alleen staat er in de begroting dat we rustig aan doen en nog even bekijken hoe we het zullen doen. Ondertussen zeggen de ondertekenaars van mijn motie: kom op met dat geld, die milieuzones zijn er nu eenmaal — we waren er geen fan van, maar ze zijn er — en wij willen dat het geld dat daarvoor bestemd is, wordt uitgegeven. Wil de staatssecretaris daar nog even naar kijken?

Staatssecretaris Dijksma:


Volgens mij staat dit geld niet op mijn begroting.

Mevrouw Visser (VVD):


Even een punt van orde over de manier waarop de staatssecretaris die motie interpreteert. De leden die de motie hebben ondertekend, hebben al eerder een motie ingediend over een verbod op milieuzones. De staatssecretaris zegt terecht dat er nu milieuzones zijn, alleen zijn een aantal gemeenten die zones nu aan het uitbreiden. In de tussentijd willen ondernemers graag gebruikmaken van de compensatieregeling die de staatssecretaris heeft ingesteld, alleen kan dat nu niet. Daartoe roept deze motie op. Die gelden staan op de begroting van de staatssecretaris. Die regeling heeft zij vorig jaar ingesteld voor bestelbusjes. Als gemeenten die zones invoeren, kunnen ondernemers in omliggende gemeenten een beroep doen op een compensatieregeling. Blijkbaar lopen er ook allerlei discussies over dieselfraude en over compensatieregelingen bij Financiën. Dat zal allemaal, maar er staat ook gewoon een subsidieregeling op de begroting van deze staatssecretaris en ons verzoek met deze motie is: zorg dat het geld dat al beschikbaar is, wordt uitgegeven. Dat staat helemaal los van de discussie over nut en noodzaak van milieuzones, want die ondernemers hebben hier gewoon recht op. Stel het beschikbaar.

Staatssecretaris Dijksma:


Ik stel voor dat ik de Kamer een brief stuur over wat precies de discussie is, want daar komen we nu niet uit. Ik acht het nuttig om de Kamer daarin mee te nemen. Dan pakken we dit punt op. Mijn verzoek nu is om deze motie aan te houden. Ik wil overigens wel heel precies zijn. De motie waar mevrouw Visser op doelt over de milieuzones ging over de uniformiteit die verlangd werd van het kabinet om verkeersborden te maken ten gunste van milieuzones. Daarvan heeft de Kamer gezegd: dat doen wij niet. Het instellen van een milieuzone is en blijft een lokale verantwoordelijkheid.

De voorzitter:


Dat komt vast ook weer in die brief te staan. Wordt de suggestie van de staatssecretaris om in afwachting van die brief de motie aan te houden, gevolgd, ja of nee?

De heer Van Helvert (CDA):


Dat zou wel heel jammer zijn, want de staatssecretaris had het er zelf al over in haar antwoord op vraag 59. Misschien is het te doen dat we de brief nog voor de stemming krijgen? Het is immers niet zo'n groot item. Dan kunnen we er voor de stemming nog een mouw aan passen.

Staatssecretaris Dijksma:


Ja.

De heer Van Helvert (CDA):


Oké, prima. Dank u wel.

De voorzitter:


Maar wat gebeurt er nou met die motie? Wordt die aangehouden?

De heer Van Helvert (CDA):


Nee, voorzitter. De brief komt vóór de stemming, dus we kunnen er bij de stemming gewoon over beslissen.

Staatssecretaris Dijksma:


Ik zal er ook nog een schriftelijk appreciatie van de motie aan toevoegen, zodat iedereen dat kan zien.

De voorzitter:


Zo gaan we het doen.

Staatssecretaris Dijksma:


Ik kom bij de motie op stuk nr. 36, van mevrouw Cegerek. Daarin wordt gevraagd om het Actieplan Luchtkwaliteit breder in te zetten dan alleen in Rotterdam en Amsterdam, en hierbij toe te werken naar de WHO-advieswaarden. Ik zeg nogmaals dat het huidige Actieplan Luchtkwaliteit al breder is dan alleen Amsterdam en Rotterdam. We werken daarbij nauw samen met zeven grote steden. Verder bevat het actieplan een heel breed pakket maatregelen. Ik ga inderdaad op weg naar het toewerken naar een plan voor 2018. Daarin zullen ook de NEC-richtlijn en het advies van de Gezondheidsraad meedoen. Zoals gezegd willen we daarbij ook streven naar de WHO-streefwaarden. Dat is echter iets anders dan dat wettelijk vastleggen. Als ik dit zo mag interpreteren, dan kan ik deze motie aan het oordeel van de Kamer overlaten.

Mevrouw Visser (VVD):


Ik heb een verduidelijkende vraag, voorzitter. Dit is niet mijn motie, maar ik stel deze vraag juist omdat de staatssecretaris hieraan de interpretatie geeft die ze zojuist verwoordde, en omdat ik daarover helderheid wil. Zegt de staatssecretaris dat zolang de NEC-richtlijnen nog niet in werking zijn getreden, het uitgangspunt gewoon de huidige EU-waarden is? De NEC-richtlijn wordt vervolgens omgezet in Europese wet- en regelgeving. Dat blijven de uitgangspunten en wettelijke normen. Vervolgens wordt er gewerkt aan het uitwerken van de WHO-normen, die met de NEC-richtlijn grotendeels gehaald zullen worden. Volgens mij is het echter goed om vast te stellen wat wettelijk en wat niet wettelijk geregeld zal worden, en waar het ministerie van I en M namens de Kamer naar streeft.

Staatssecretaris Dijksma:


Dit is een terechte vraag. Ik heb steeds gezegd dat de WHO-streefwaarden geen wettelijke verankering zullen krijgen. Dat blijf ik staande houden. We zullen ons houden aan de Europese wettelijke normen. Dat ontslaat echter niemand van de plicht om, waar je er iets bovenop kán zetten, dat ook te doen. Dat is een kwestie van maatvoering. Zulke voorstellen zullen ook in het actieplan worden gedaan. Dan kan de Kamer ook zien wat wel of niet aanvaardbaar is, wat wel of niet kosteneffectief is. Dat is dus iets anders dan de WHO-streefwaarden omzetten in wetgeving. Dat laatste is niet het voornemen. Daarom zei ik ook dat dat helder moet zijn. Er komt straks nog een motie en daar geldt exact dezelfde basis voor.

De voorzitter:


Hoe belangrijk een en ander ook is, ik vraag de staatssecretaris toch om iets compacter te antwoorden, want de mensen staan al te trappelen voor een volgende begrotingsbehandeling.

Staatssecretaris Dijksma:


Ja, ik weet het voorzitter. De motie op stuk nr. 37 gaat over Zeeland. Daarover zeg ik: hartstikke goed, we gaan aan de slag. Oordeel Kamer.

Over de motie op stuk nr. 40, over ProRail, wil ik twee dingen zeggen. Ik vind deze motie ondersteuning van beleid. Mijn oordeel over deze motie is dat het aan de Kamer moet zijn om hier een uitspraak over te doen. Maar ik heb net met de heer Van Helvert gewisseld dat we vandaag niet het debat hierover voeren. Daarom zou ik het mij ook kunnen voorstellen dat het chic is — ik kijk even naar de heer Hoogland — om de stemming over de motie aan te houden tot een moment waarop het debat daarover is gevoerd. Ik hecht er echter aan om te zeggen dat wat er in de motie staat, is wat ik van plan ben om te gaan doen. De motie is dus ondersteuning van beleid.

De heer Hoogland (PvdA):
Op basis van het gesprek dat we hier in de Kamer hebben gevoerd en van gesprekken die ik in de wandelgangen heb gevoerd, zeg ik dat ik het helemaal eens ben met wat de staatssecretaris nu zegt. We houden deze motie dus aan.

De voorzitter:


Op verzoek van de heer Hoogland stel ik voor, zijn motie (34550-XII, nr. 40) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

Staatssecretaris Dijksma:
Ik kom op de motie van de heer Madlener, op stuk nr. 42. Hij wil geen ERTMS, of althans minder, en hij wil de daardoor vrijvallende middelen gebruiken voor de aanleg van wegen. Dat is een enkeltje "ontraden"; dat kan hij zelf ook wel nagaan.

In de motie op stuk nr. 43 wordt gevraagd om extra middelen voor dubbele bemensing. Ik heb eenmalig 10 miljoen beschikbaar gesteld. Het geld groeit mij uiteraard niet op de rug. Ik zou dit willen zien als een inspanningsverplichting. De bedragen die in de amendementen van mevrouw Van Veldhoven naar voren kwamen, zijn bij lange na al niet de bedragen die er zijn. Ik wil dus bekijken wat er nog mogelijk is en ik kom hier op terug. Maar dit is geen belofte. In die zin kan ik het oordeel aan de Kamer laten.

Mevrouw Visser (VVD):
Deze motie was ook niet van ons, maar ik heb er wel een verduidelijkende vraag over. Mijn collega mevrouw De Boer heeft in het verleden ook een motie ingediend om dit breder te trekken en niet alleen te kijken naar het spoor, maar ook naar het streekvervoer. Deze motie ziet alleen maar toe op de NS, dus op het spoor. Als de staatssecretaris hiernaar kijkt, zouden wij graag willen dat het breder getrokken wordt en dat ook het streekvervoer wordt bekeken. Net kwamen weer berichten binnen van de mishandeling van een buschauffeur. De staatssecretaris heeft onlangs het actieprogramma ondertekend. Ze zou er, geloof ik, breder naar gaan kijken. Is de staatssecretaris bereid om de motie breder te interpreteren en niet alleen het spoor, maar ook het streekvervoer erin mee te nemen, als een inspanningsverplichting?

Staatssecretaris Dijksma:


Dat maakt de kans op succes van de operatie kleiner. Nogmaals, dit gaat mogelijk over heel kleine bedragen. We hebben de motie van mevrouw De Boer ook uitgevoerd. Ik heb in die 10 miljoen namelijk ook een deel gereserveerd voor maatregelen voor alle vervoerders. Het lot van de buschauffeurs gaat mij net zo goed aan het hart. Maar ik vind dat de decentrale concessieverleners hier hun eigen verantwoordelijkheid moeten pakken. Dat moeten ze echt doen, want anders kijkt iedereen de hele dag naar mij. Dat is hartstikke leuk, maar dat werkt niet altijd.

De voorzitter:


Wat is uw oordeel over de motie op stuk nr. 44?

Staatssecretaris Dijksma:


Die ontraad ik ook. Ik moet al iets doen op het ene gebied en ik wil niet nu ook alvast voor een volgend kabinet gaan nadenken over iets anders. Dat moet echt een volgend bewindspersoon doen. Dus de motie op stuk nr. 44 wordt ontraden.

De motie op stuk nr. 46 wil ik aan het oordeel van uw Kamer overlaten, maar met dezelfde interpretatie als de motie van mevrouw Cegerek op het punt van de luchtkwaliteit.

De voorzitter:
Dit was de motie op stuk nr. 46. Wat is uw oordeel over de motie op stuk nr. 45?

Staatssecretaris Dijksma:


Sorry, de moties waren omgedraaid. Ik kom nu bij de motie op stuk nr. 45. Die gaat over het koppelen van energieaudits aan de Wet milieubeheer en over duidelijke grondslagen voor de handhaving. Ik wil wel naar die koppeling kijken en bekijken of de Wet milieubeheer beter kan. Ik wil een energieaudit echter niet verplicht stellen. Als ik de motie zo mag lezen dat ik alleen naar een betere koppeling ga kijken, wil ik het oordeel aan de Kamer laten. Maar dan moet mevrouw Van Veldhoven dat hier hardop komen vertellen, zodat ik straks niet te horen krijg dat ik meer had moeten doen. Want in dat geval zou ik de motie ontraden.

Mevrouw Van Veldhoven (D66):


Het lijkt me goed dat de staatssecretaris ons een brief stuurt over de resultaten van datgene waar ze naar gekeken heeft. En dan houd ik de motie aan. De staatssecretaris is al bereid om dit te doen. Mochten we alsnog met elkaar een discussie willen voeren over een verplichtstelling, dan doen we dat op basis van dat onderzoek. Dat is voor alle collega's ook helderder.

De voorzitter:


Op verzoek van mevrouw Van Veldhoven stel ik voor, haar motie (34550-XII, nr. 45) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:
Gaat u verder met de motie op stuk nr. 49.

Staatssecretaris Dijksma:


Die gaat over de handhaving. Er wordt al gewerkt aan een green deal en de uitfasering van vervuilende brommers is het perspectief. Ik zou deze motie dus aan het oordeel van de Kamer willen laten.

Ik kom bij de motie op stuk nr. 50. Daar geldt hetzelfde voor. We zijn al bezig met een convenant, zoals mevrouw Dik-Faber weet. We kijken ook naar financieringsarrangementen. Dat is overigens een inspanningsverplichting en geen uitkomstverplichting. Het oordeel is dus aan de Kamer.

De voorzitter:
Daarmee zijn wij gekomen aan het einde van de beantwoording. Ik doe een beetje kortaf, omdat de volgende ploeg al klaarstaat. Heel hartelijk dank voor de uitgebreide beantwoording. Ook dank aan de leden voor de inzet.

De algemene beraadslaging wordt gesloten.



De voorzitter:
Ik stel voor om aanstaande dinsdag over de moties te stemmen en in de week van 6 tot 8 december over de begroting en de amendementen.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.
1   ...   7   8   9   10   11   12   13   14   15


Dovnload 498.37 Kb.