Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu

Dovnload 498.37 Kb.

Het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu



Pagina6/15
Datum04.04.2017
Grootte498.37 Kb.

Dovnload 498.37 Kb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   15

Begroting Infrastructuur en Milieu


Aan de orde is de voortzetting van de behandeling van:

  • het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu (XII) voor het jaar 2017 (34550-XII);

  • het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaat van het Infrastructuurfonds voor het jaar 2017 (34550-A);

  • het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaat van het Deltafonds voor het jaar 2017 (34550-J).

De voorzitter:


Wij waren toe aan de beantwoording door de staatssecretaris, aan wie ik bij dezen gaarne het woord verleen.

De algemene beraadslaging wordt hervat.

Staatssecretaris Dijksma:
Voorzitter. Ik moest de vergadering vanochtend heel even verlaten. Dat was niet vanwege een gebrek aan belangstelling, maar omdat het bericht mij bereikte dat de gedeputeerde van Noord-Holland, de heer Tjeerd Talsma, plotseling is overleden na een kort en heel hevig ziekbed. Dat is iemand met wie wij ook vanuit ons departement natuurlijk veel hebben samengewerkt, zeker ten aanzien van Schiphol en de belangen van de bewoners in Noord-Holland. Hij was een stoere bestuurder, met hart voor de mensen, en ook een trotse sociaaldemocraat. Ik wens zijn familie en vrienden heel veel sterkte.

De voorzitter:


Daar sluit de Kamer zich uiteraard van harte bij aan.

Staatssecretaris Dijksma:


Zeker.

Ik ben van plan om de beantwoording van alle vragen in drie grote blokken te doen. Allereerst is er een heel blok over het klimaat, de circulaire economie en een veilige leefomgeving. Daarna komt het blok spoor en openbaar vervoer. Last but not least komt het blok luchtvaart.

Voor mij is dit een bijzondere begroting, want dit is mijn eerste en ook laatste begroting in deze kabinetsperiode. Dat betekent dat deze begroting ook de eerste I en M-begroting is waarop ik vanuit mijn eigen positie invloed heb kunnen uitoefenen. Ik heb natuurlijk alle reden om met vertrouwen naar de toekomst te kijken, maar je ziet tegelijkertijd dat er bij heel veel onderwerpen waarvoor ik verantwoordelijkheid draag, echt grote uitdagingen voor ons liggen. Dat zal in de beantwoording ook naar voren komen. Wat dat betreft, moet er heel veel gebeuren.

Deze dag is ook een beetje bijzonder, want een jaar geleden werd ik in deze functie beëdigd. Je zou dus kunnen zeggen dat ik vandaag 1 ben geworden. De secretaris-generaal wist daarbij op te merken dat ik wel heel vroegwijs was voor iemand van die leeftijd. Bedankt nog!

Ik zou mij ook willen aansluiten bij de woorden van dank die de minister heeft uitgesproken in de richting van de mensen op het departement. Ik heb het zelf ook zo ervaren. Ik kwam binnen in een periode waarin het letterlijk stormde, niet alleen buiten maar natuurlijk ook op het terrein van mijn portefeuille. Ik weet zeker dat het zonder hun steun, de steun en toeverlaat die ik elke dag opnieuw van onze mensen mag ervaren, helemaal niets geworden zou zijn. Ik ben daar dus heel dankbaar voor.

Ik ga nu in op het klimaat. Vorige jaar hebben we een historisch klimaatakkoord gesloten. Morgen, op 4 november, treedt dit verdrag op Europees niveau al in werking. Wat is er veel gebeurd in amper een jaar tijd! Veel woordvoerders hebben eraan gerefereerd dat we vorige week een zeer succesvolle en zeer optimistische klimaattop in Rotterdam hadden. Iemand zei dat ik had opgemerkt dat het "een lieve top" was; dat was overigens naar aanleiding van een opmerking vanuit de NOS, die de top framede als "een lieve top". Ik heb dat bevestigd. Volgens mij zei mevrouw Van Tongeren daar iets over. Er is al genoeg haat in de wereld, maar "een lieve top" betekent natuurlijk niet dat wij achteroverleunen en denken dat het allemaal wel goed is. Er moet heel veel gebeuren.

Ik ben ook heel blij met het recent in Kigali gesloten akkoord over de hfk's. Dat is natuurlijk een heel gemeen goedje. We hebben in Europa op dat punt al heel grote stappen gezet. Het is echt noodzakelijk dat de wereld daar nu in volgt. Dat verdrag staat volgens mij gelijk aan het sluiten van ongeveer 250 kolencentrales. Dit heeft in Nederland betrekkelijk weinig aandacht gekregen, maar na december in Parijs en na Montreal, waar het eerste sectorale klimaatakkoord voor de luchtvaart werd gesloten, was dit natuurlijk een derde belangrijke stap binnen een jaar.

We zijn zelf dit jaar gekomen met het rijksbrede programma voor de circulaire economie. We hebben een regeling over het uitbannen van asbest in daken; daarover zijn ook vragen gesteld. Recentelijk hebben we de Kamer ook een brief gestuurd over het stoffenbeleid, waarbij we samen met het bedrijfsleven bezig zijn om zogenoemde roadmaps, agenda's voor veiligheid op te stellen.

Mevrouw Dik-Faber en mevrouw Ouwehand hebben mij gevraagd: wat is de komende tijd nou jouw inzet op het terrein van het klimaatbeleid? Ik denk dat we met elkaar kunnen vaststellen dat de urgentie heel erg groot is. De voorvechtster namens de VN, Christiana Figueres, zei een aantal maanden geleden dat alle belangrijke besluiten om in 2050 te voldoen aan de afspraken die wij, al die 195 landen, vorig jaar met elkaar hebben gemaakt, in de komende vijf jaar zullen moeten worden genomen. Er is een enorme urgentie. Je ziet dat bijvoorbeeld aan het feit dat bij de klimaattop ook de grote jongens en meisjes — maar het zijn toch nog steeds wel heel veel jongens — van het bedrijfsleven verenigd in maar liefst 40 bedrijven, en dat aantal groeit, ertoe opgeroepen hebben om vanuit Nederland vaart te zetten achter de energietransitie. Dat is voor het kabinet een enorme steun in de rug. Zo ervaar ik het ook.

Van lokaal beleid tot mondiaal beleid zie je dat we steeds meer stappen zetten. Ik noem de lancering van de CO2-smart grid. Dat gaat over opslag en gebruik van CO2. We hebben vorige week gezien dat maar liefst 100 gemeenten samen met provincies willen overstappen op gasloze wijken. Er zijn nieuwe afspraken gemaakt tussen de overheid en bedrijven over energiebesparing. We hebben het motto van onze klimaattop, "breng Parijs thuis", ook als uitgangpunt genomen voor ons werk in Marrakesh over twee weken. Tot begin december zullen we werken aan een grondstoffenakkoord. Dat gaat ook bijdragen aan de reductie van CO2.

Het kabinet heeft zich natuurlijk niet alleen verbonden aan het akkoord van Parijs, maar ook aan de Europese maatregelen en afspraken die daaruit voortvloeien. We krijgen nu steeds meer in beeld wat dat betekent, zowel voor de ETS-sectoren als voor de non-ETS-sectoren: de mobiliteit en de landbouw. De opgave is inderdaad enorm groot, alleen al als je de Europese doelstellingen die we nu met elkaar hebben afgesproken zou willen uitvoeren. Het lijkt alsof mensen denken dat het makkelijk zal zijn, maar dat wil ik toch wel tegenspreken. Op tal van terreinen zal er van alles moeten veranderen, of het nou om de mobiliteit gaat, de wijze waarop we onze energievoorziening in huizen inrichten of het feit dat onze industrie nog te afhankelijk — verslaafd, zo je wilt — is van fossiele energie. Het is mooi om te merken dat we in de Kamer niet meer de discussie voeren over de vraag óf dat moet. De discussie gaat hooguit over tijd en tempo die daarvoor nodig zijn en over de vraag hoe kostenefficiënt maatregelen zijn. Dat beschouw ik als de grote winst sinds december vorig jaar in het debat over milieu en klimaat. Ik hoop van harte dat het ons vanuit het kabinet lukt om samen met de Kamer die winst ook vast te pakken.

Dat betekent dat we voort zullen bouwen op het energieakkoord, waar minister Kamp hard aan heeft getrokken. Ik wil hier zeggen dat dat akkoord een kentering in de geschiedenis is. Ik weet dat er ook vaak kritiek op geleverd wordt, maar van Greenpeace tot en met het bedrijfsleven zat men aan tafel. Ik denk dat minister Kamp daar iets bereikt heeft wat de geschiedenis echt zal veranderen. Vanuit mijn positie wil ik zeggen dat ik het een hele eer vind om daar samen met hem aan te mogen werken. Dat doen we ook met lokale overheden op tal van punten, onder andere op het terrein van warmte. We zullen dus met elkaar de doelstellingen van Parijs moeten realiseren. Het wetsvoorstel om het akkoord te ratificeren is nu bij de Kamer ingediend. Ik zie uit naar de behandeling daarvan.

De voorzitter:
U gaat hier vast nog heel veel meer over zeggen.

Staatssecretaris Dijksma:


U kijkt daar heel bezorgd bij, voorzitter. Dat klopt.

De voorzitter:


Ik kijk even naar mevrouw Ouwehand van de Partij voor de Dieren met de vraag of dit wel het moment is om te interrumperen.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):


Het gebeurt niet vaak, maar u brengt me oprecht aan het twijfelen, voorzitter.

Ja, ik doe het toch, omdat ik de inleiding van de staatssecretaris zeer inspirerend vind. Ik complimenteer haar ook voor het benadrukken van de urgentie en het herhalen van de woorden dat de komende vijf jaar cruciaal zullen zijn om de doelen in 2050 te halen. Ik wil echter toetsen hoe echt dat is. De staatssecretaris zegt dat de discussie gelukkig niet meer gaat over de vraag óf het moet gebeuren en wát er moet gebeuren, maar alleen nog over tijd en tempo. Dan komt er toch één testcase bovendrijven. Dat zijn de adviezen van de planbureaus om drastisch in te grijpen in de landbouw. De staatssecretaris weet heel goed dat daarmee ook inkrimping van de veestapel wordt bedoeld. Het zou prachtig nieuws zijn als er inderdaad geen discussie meer zou zijn over de vraag óf dat wel moet gebeuren en hoe dan. Dan zouden we het daarover eens zijn en alleen nog maar spreken over tijd en tempo. Wat zegt de staatssecretaris daarop?

Staatssecretaris Dijksma:
Wij laten op dit moment door het PBL uitrekenen welke betekenis de opgave heeft die vanuit Europa op ons en op de landbouw afkomt, en welk type maatregelen daarbij nodig zijn. Daarbij hebben we wel ruimte om bijvoorbeeld tussen de sectoren opgaven te verleggen, als we maar aan onze percentages voldoen. Ook hebben we tijd om maatregelen eventueel wat langer te implementeren. Maar dat dit ook voor de landbouw, die heel veel kennis in huis heeft om klimaatslim te produceren, een verandering met zich meebrengt, is onmiskenbaar. Het is echter wel aan Nederland om te bepalen op welke wijze de landbouw aan die verandering gaat voldoen. Daarvoor hebben we juist met onze kennis in de agrosector heel veel in huis. Dat weet mevrouw Ouwehand ook.

De voorzitter:


U bent nog maar net begonnen, mevrouw de staatssecretaris, maar let u op de afkortingen? Het PBL kwam alweer langs.

Staatssecretaris Dijksma:


Dat is het Planbureau voor de Leefomgeving, voorzitter.

De voorzitter:


Ja, de publieke tribune stroomt ook weer vol.

Staatssecretaris Dijksma:


U hebt volstrekt gelijk.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):


Deze beantwoording van de staatssecretaris is precies de reden waarom ik de vraag stel. Dit verhaal kennen we namelijk. Onze kennis over landbouw kan er inderdaad aan bijdragen dat landbouw elders minder impact heeft op het klimaat. Maar de discussie gaat erover dat de planbureaus, de adviesbureaus, zeggen dat drastisch ingrijpen nodig is en dat krimp van de veestapel onontbeerlijk is. Is de staatssecretaris bereid om vandaag ook uit te spreken dat dat een van die drastische keuzes zal zijn waarover we geen discussie meer hoeven te voeren? Ik snap dat er discussie is over de vraag hoe precies, tijd en tempo, maar is er volgens de staatssecretaris vandaag de dag consensus over dat er drastisch ingegrepen moet worden in de landbouw en dat krimp van de veestapel noodzakelijk is?

Staatssecretaris Dijksma:


Ik vind het niet fair om nu op één sectoraal plan vooruit te lopen, behalve dan dat ik duidelijk heb gezegd dat er voor alle sectoren, en dus ook voor de landbouw, verandering in het verschiet ligt. Ik wijs mevrouw Ouwehand erop dat dit kabinet daar ook al aan werkt. Ik word nu even gehinderd door kennis, maar er ligt bijvoorbeeld in de varkenshouderij een heel groot plan tot verduurzaming. Dat zal ertoe leiden dat er meer kwaliteit georganiseerd wordt en dat niet iedereen het werk blijft doen dat hij of zij doet. Maar het wordt wel georganiseerd op een manier die verantwoord is naar de mensen in de sector en naar de samenleving in haar geheel. Ik vind dat dit soort discussies te veel in zwart-wit wordt gevoerd. Die verandering komt er inderdaad. Maar laten we ook vaststellen dat we met de wijze waarop wij produceren, in vergelijking met landen om ons heen, vaak een heel gunstige bijdrage leveren aan het milieu, bijvoorbeeld per productie-eenheid. Daar is niet iedereen blij mee, maar dat zijn ook feiten. We moeten die discussie zeker voeren, maar dat moeten we wel precies doen en op basis van voorstellen, en niet in zwart-wit.

De voorzitter:


Mevrouw Ouwehand, kort graag.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):


Voorzitter, ik dank u voor de gelegenheid die u mij bood om op dit punt even te testen hoe het ervoor staat. De staatssecretaris heeft gelijk dat het een beetje gek is om op één sector in te zoomen. Maar ik wilde daarmee helder krijgen hoe concreet en hoe duidelijk we vandaag zijn over de manier waarop die drastische keuzes eruit gaan zien. Ik heb daar wat mij betreft voldoende informatie over gekregen. Ik ben het op dit punt oneens met de staatssecretaris, maar daarover volgt later meer.

Staatssecretaris Dijksma:


Dat vind ik jammer, want we zijn volstrekt concreet over de doelstellingen. Die zijn scherp, namelijk een afbouw van de CO2-uitstoot in de komende jaren, met Europese doelstellingen en met een vooruitblik — we zullen die in 2018 weer met elkaar vaststellen — op wat er nodig is om misschien wel door te groeien naar een beperking van de opwarming van de aarde tot 1,5 °C. In dat scenario komen allerlei zaken aan de orde, waarover hier in de Kamer volstrekt geen overeenstemming is, bijvoorbeeld de opslag van CO2. Dat kan ik alvast melden. Die technieken zullen in dat soort type scenario's noodzakelijk zijn. Die discussies gaan er allemaal aan komen, zo zeg ik tegen mevrouw Ouwehand. Ik ben daar niet bang voor, maar ik wil ze wel zorgvuldig voeren op basis van plannen en ik wil het bespreken met de mensen om wie het gaat. De heer Dijkstra gaf in zijn bijdrage aan dat we moeten blijven werken aan draagvlak. Ik vind dat belangrijk en ik wil dat heel graag doen, omdat we nu al, na de financiële en economische crisis die we achter de rug hebben, in delen van deze wereld te maken hebben met een klimaatcrisis. Daar zijn we het over eens. Maar mensen meekrijgen in de verandering die dat ook in hun leven met zich mee zal brengen, zie ik tevens als een opdracht voor politici. Ik zal daar altijd aan werken.

Mevrouw Cegerek (PvdA):


Ik heb een vraag over het grondstoffenakkoord. Ik heb de staatssecretaris terecht met veel lof horen spreken over het energieakkoord. Daar zijn veel partijen bij betrokken. Er komt nu ook een grondstoffenakkoord. De staatssecretaris heeft eerder in een AO aangegeven dat zij dat voortvarend en ruimhartig wil oppakken. We gaan daar in december iets van zien. Hoe ruimhartig zal dat zijn? Is de belangstelling vanuit milieuorganisaties en het bedrijfsleven groot? In hoeverre zal die belangstelling ruimhartig worden opgepakt? En hoe ruimhartig zal daaraan invulling worden gegeven? Ik zou het antwoord daarop graag willen weten.

Staatssecretaris Dijksma:


De belangstelling daarvoor is heel groot. Er zijn nu al een aantal heel grote bedrijven die zich georganiseerd hebben en die zich hebben aangemeld om mee te doen, bijvoorbeeld AkzoNobel. Ik ben daar heel optimistisch over.

Mevrouw Cegerek (PvdA):


Ik heb nog een laatste vraag: wat krijgt de Kamer in december te zien wat betreft het grondstoffenakkoord?

Staatssecretaris Dijksma:


De Kamer krijgt de agenda en de doelstellingen te zien. De uitwerking zal geschieden in transitieplannen per sector en die volgen in de komende jaren. We zullen daar bijvoorbeeld ook de SER bij betrekken.

De voorzitter:


Wanneer in december gaat dat zich afspelen?

Staatssecretaris Dijksma:


Voor het kerstreces. Dat is de meest veilige optie.

Mevrouw Van Veldhoven (D66):


Ik heb een interruptie op hetzelfde punt. Er is vorige week een motie van mij aangenomen, met daarin een oproep aan minister Kamp — maar het betreft eigenlijk ook staatssecretaris Dijksma — om met de petrochemische sector en de energiebedrijven te bekijken of we de cascadering onderdeel kunnen laten uitmaken van de 4 miljard die we uitgeven aan biomassabijstook, ook als onderdeel van het grondstoffenakkoord. Mijn concrete vraag aan de staatssecretaris is: komt dit ook op de agenda die zij ons in december gaat sturen?

Staatssecretaris Dijksma:


Ik heb de motie zelf nog niet zien langskomen, moet ik eerlijk zeggen. Mag ik hier in tweede termijn op terugkomen? Ik denk dat het sowieso goed is om hier te zeggen dat wij natuurlijk ook kijken naar de wijze waarop de petrochemische industrie kan bijdragen. Het is een type industrie waarvoor het heel moeilijk zal zijn om bij te dragen. Daar denken wij op ons departement, samen met de mensen van EZ, natuurlijk hard over na.

De voorzitter:


Even voor de duidelijkheid: welke motie betreft het?

Mevrouw Van Veldhoven (D66):


Het is een motie die vorige week is aangenomen bij de EZ-begroting. Daarin wordt de minister gevraagd om met de verschillende spelers — de chemische industrie en de petrochemische industrie, maar ook de energiebedrijven — te bekijken hoe van de 4 miljard die we uitgeven aan de bijstook van biomassa ook een deel kan bijdragen aan de structurele versterking van de Nederlandse economie, bijvoorbeeld door een ingroeipad voor de cascadering van biomassa. Dat is heel belangrijk voor de chemische industrie. Daar ging de motie over. Dit zou een van de punten kunnen zijn die de staatssecretaris zou kunnen willen betrekken bij haar agenda die zij in december aan ons presenteert. Vandaar dat ik daar graag in tweede termijn een reactie op krijg.

Staatssecretaris Dijksma:


Dan merk ik alvast op dat het voortouw in dit geval bij de minister ligt. Ik kan me voorstellen dat hij schriftelijk gaat reageren op de ingediende motie. Ik zal kijken of ik er alvast iets over kan zeggen of dat ik mevrouw Van Veldhoven in tweede termijn in die zin teleurstel dat zij nog heel even geduld moet hebben.

De heer Remco Dijkstra (VVD):


Als we van klimaat naar grondstoffen gaan …

Staatssecretaris Dijksma:


Nou, daar was ik zelf eigenlijk nog niet beland, maar de Kamer is leidend.

De voorzitter:


Niet als u er doorheen praat. Mijnheer Dijkstra?

De heer Remco Dijkstra (VVD):


Een van de mooie dingen is dat die 10 miljard mensen straks allemaal willen eten. We hebben het net al over landbouw gehad. Een belangrijk onderdeel van voedselvoorziening en voedselzekerheid is fosfaat als schaarse grondstof. We zien dat daarmee in het buitenland voortvarend wordt omgegaan, doordat daar een doelstelling is. Ik heb daar een vraag over gesteld, maar de reactie daarop in de schriftelijke beantwoording vond ik nogal summier. Ik vind dat raar. In het buitenland zijn er wel doelstellingen voor deze schaarse grondstof. In Nederland hebben we doelstellingen voor al die andere spullen als glas, hout en kunststof. Waarom hebben we geen doelstelling voor fosfaat? Gezien de technologie is het heel goed mogelijk. Waarom zouden we daar geen doelstelling van 60%, 70% of 80% op zetten? Zo kunnen we de circulariteit bevorderen en deze schaarse grondstof die essentieel is, beschermen en behouden.

Staatssecretaris Dijksma:


De beantwoording in de schriftelijke tekst was misschien summier, maar toch zeker niet afwijzend. Uit mijn herinnering zeg ik dat wij daarin een volgordelijkheid hebben gegeven en zijn ingegaan op de vraag hoe wij dit zouden kunnen oppakken. Als ik de oproep zo mag verstaan dat wij ermee aan de slag moeten gaan, is het antwoord: ja, dat gaan wij doen.

De heer Remco Dijkstra (VVD):


Ik zie dit als een toezegging om het ambitieus op te pakken en om ook te kijken naar de huidige stand van de technologie, want volgens mij is er veel meer mogelijk dan nu wordt gedacht.

Staatssecretaris Dijksma:


Dat denk ik ook.

Mevrouw Agnes Mulder (CDA):


Misschien nog even in aansluiting op het laatste punt van de heer Dijkstra: wanneer kunnen wij dat tegemoetzien? Het CDA heeft ook al vaker gevraagd naar fosfaat. Het antwoord kan ook in tweede termijn worden gegeven, maar ik wil graag weten wanneer wij dat kunnen verwachten.

De staatssecretaris is ingegaan op de grondstoffen. Wij vinden het belangrijk dat wij in december die agenda en de doelstellingen van haar ontvangen. Kunnen wij daarin teruglezen hoe is aangehaakt bij het beleid voor topsectoren in Nederland, het energieakkoord en de werelddoelen? Als wij daar niet zo integraal naar kijken, missen wij straks misschien alsnog de boot, en dan met name ons bedrijfsleven.

Staatssecretaris Dijksma:
Zeker, want als je het grondstoffenakkoord goed uitvoert en de circulaire economie echt goed op gang brengt, zal dat op termijn een grote bijdrage leveren aan de verlaging van de C02-uitstoot. Ik kan mij goed voorstellen dat ik op beide punten terugkom in de brief over het grondstoffenakkoord die wij hebben voorzien voor december. Daarbij zal ik aangeven welke termijn wij voor fosfaat denken nodig te hebben om ook echt stappen te kunnen zetten. Ik zal dan ingaan op de kwestie van de technologie en de vooruitgang daarin, die de heer Dijkstra aan de orde stelde. Verder zal ik ook de relatie met zowel het topsectorenbeleid als de beoogde C02-afname in beeld brengen.

Mevrouw Agnes Mulder (CDA):


Wij hebben ook nog de werelddoelen waarvoor minister Ploumen zich hardmaakt. Ik vind het belangrijk dat daar integraal naar wordt gekeken, ook omdat wij een energietransitiefaciliteit gaan inrichten, een mooi financieel instrument. Dat zou juist hierbij moeten helpen. Ik hoop dus dat die integraliteit er ook in zal zitten ten aanzien van die energietransitiefaciliteit, want anders missen wij misschien alsnog de boot.

Staatssecretaris Dijksma:


Ik moet oppassen dat ik niet alles aan alles verknoop, want de zeventien sustainable ontwikkelingsdoelen ken ik. Met een deel daarvan zijn wij aan de slag om die in Nederland vorm te geven. Er zal later apart aan de Kamer worden bericht over de faciliteit waarover mevrouw Mulder heeft gesproken, door zowel de minister van Economische Zaken als de minister van Financiën. Ik weet niet uit mijn hoofd wat hun timing is; daar zal ik nog naar kijken. Maar ik kom daarop terug en wij kunnen daarover natuurlijk nog in het debat naar aanleiding van die brief met elkaar spreken.

Mevrouw Agnes Mulder (CDA):


In de brief over de energietransitiefaciliteit die wij van de staatssecretaris en van de minister van Economische Zaken hebben ontvangen, was dit nu juist een van de knelpunten die daarmee moeten worden opgelost. Op het moment dat daar in de agenda in september helemaal niet op wordt ingegaan, denk ik dat je een prachtig mooie agenda kunt hebben, maar dan wordt het nog weinig concreet. Ik hoop dat de staatssecretaris daarop wil ingaan.

Staatssecretaris Dijksma:


Zeker, voorzitter.

De voorzitter:


Het is in ieder geval een prachtig scrabblewoord: energietransitiefaciliteit.

Staatssecretaris Dijksma:


Dubbele woordwaarde.

Ik zal nog wat verder uitweiden over de vragen die zijn gesteld over het klimaat en het klimaatbeleid. Wij zien dat adaptatie naast mitigatie van groot belang is. Dit betekent dat ook voor andere landen financiering, capaciteitsopbouw en adaptatie als zodanig in balans moeten zijn. Nederland is ook internationaal druk bezig met samenwerking, ook buiten het VN-circuit, want een van de redenen waarom dat verdrag in Parijs waarschijnlijk is gelukt, is dat wij zo goed hebben samengewerkt met non-gouvernementele actoren, het bedrijfsleven en niet-gouvernementele organisaties en zij onderdeel waren van dat verdrag.

Mevrouw Mulder heeft gevraagd hoe wordt gecontroleerd of alle landen zich aan de afspraken van het klimaatakkoord houden. De afspraak van Parijs is dat de transparantie over acties van landen op het gebied van emissiereducties wordt versterkt. Dat gaat gelden voor alle landen die meedoen, ook voor de ontwikkelingslanden. Daar wordt in Marrakesh eigenlijk voor het eerst over onderhandeld, want die vergadering zal het eerste moment zijn waarop we met elkaar over de uitvoering van het verdrag spreken. Dat vraagt dus om een stevige inzet op dit punt, want je kunt een heel mooi doel afspreken maar als je controle van de naleving laat verwateren, heb je een probleem.

1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   15


Dovnload 498.37 Kb.