Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu

Dovnload 498.37 Kb.

Het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu



Pagina7/15
Datum04.04.2017
Grootte498.37 Kb.

Dovnload 498.37 Kb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9   10   ...   15

Verschillende leden — de heer Smaling, mevrouw Dik-Faber — hebben erover gesproken hoe we het beleid voor de langere termijn borgen. Hoe zorgen we ervoor dat bedrijven investeringszekerheid hebben over de kabinetsperiode heen? Daarvoor zijn heel veel verschillende suggesties gedaan. Er is breed maatschappelijk draagvlak om de klimaatdoelen van Parijs te halen. Bij de klimaattop hebben 40 bedrijven bijvoorbeeld gezegd het verdrag graag om te willen zetten in een klimaatwet. Het ging hen om consequent langetermijnbeleid en investeringszekerheid. Ik wil vaststellen dat een robuust systeem van borging en besluitvorming over de kabinetsperiode heen, wenselijk is. Een klimaatwet kan werken, maar er zijn meer mogelijkheden. Je kunt denken aan een langjarig akkoord dat helemaal gericht is op CO2-reductie, na afloop van het energieakkoord en daarmee vergelijkbaar. Je kunt ook denken aan een combinatie van een wet en een akkoord. Er is gezegd dat er misschien een klimaatcommissaris zou moeten komen. De WRR heeft gesuggereerd dat er een klimaatautoriteit zou kunnen komen. Minister Kamp heeft daar vorige week tijdens zijn begrotingsbehandeling ook al over gesproken. Hij zei toen dat het kabinet op dit moment naar de verschillende opties kijkt en dat we in de eerste helft van december de energieagenda naar de Kamer zullen sturen. Daarin gaan we in op governance. Hoe gaan we langjarig zekerheid bieden voor bedrijven, burgers, gemeenten, het Rijk zelf en alle andere betrokkenen? Die discussie beslechten we niet vandaag, maar we komen daar nog dit jaar bij de Kamer op terug. De woordvoerders hebben veel adviezen gegeven, maar er zijn in de afgelopen weken ook door anderen veel adviezen uitgebracht. Die willen we allemaal tot ons nemen en wegen.

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):
Ik ben heel benieuwd wat er vanuit het kabinet naar ons toe zal komen. Het is fijn dat de noodzaak wordt gezien, net als bij bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties, om langjarig beleid te ontwikkelen. Ik heb geen vraag maar wil de staatssecretaris aanmoedigen. Ik heb het gevoel dat het klimaatbeleid door dit kabinet heel erg versmald wordt tot energietransitie. Dat zou jammer zijn. Energietransitie is nodig, maar we kunnen veel meer doen. We hebben het al gehad over circulaire economie. Ik zou de staatssecretaris dus willen zeggen: pak vanuit het ministerie van I en M uw rol. Het gaat over het klimaat, niet alleen over energie. Het is breder. Ik zou het heel fijn vinden als het klimaat met stip bovenaan staat en dat er juist vanuit het ministerie van I en M een visie tot de Kamer komt, en niet primair van EZ.

Staatssecretaris Dijksma:


Volgens mij gaat het met dit soort dingen nooit over de vraag wie het stuurt, maar om dat wat er op de mat van de Kamer belandt, goed is. Ik wil de aanmoediging van mevrouw Dik-Faber graag aangrijpen om in de loop van mijn verhaal te laten zien dat ik dat al doe. We zijn met een rijksbreed programma Circulaire Economie gekomen. Ik heb zelf afspraken gemaakt over de mobiliteit in het busvervoer en het zero-emissie maken van alle bussen in Nederland in 2025, met dank aan en met grote steun van de lokale overheden. Op tal van dossiers zijn acties nodig en ondernomen. Mevrouw Dik-Faber heeft er gelijk in dat het nog niet genoeg is. Dat klopt.

De voorzitter:


We gaan eerst even naar de rest van het verhaal luisteren, tenzij mevrouw Van Veldhoven nu ...

Mevrouw Van Veldhoven (D66):


Heel kort. De staatssecretaris noemde de bussen. Daar heeft de Kamer belangrijke belangstelling voor, zoals de staatssecretaris weet. Hoe staat het met de uitrol daarvan? Ik heb begrepen dat er soms een financieel knelpunt zat en dat er misschien verlenging van concessies nodig was. Hoe loopt het?

Staatssecretaris Dijksma:


Dat bespreek ik in het volgende blok.

De voorzitter:


Is het niet handig als wij de staatssecretaris eerst haar verhaal laten houden? Al die zaken komen daarin terug. Ze is nog lang niet klaar, ook op het gebied van klimaat. Laten we daar eerst even mee beginnen.

Staatssecretaris Dijksma:


Ik kom net bij de heer Smaling en zijn vraag hoe het Rijksbrede programma Circulaire Economie meeloopt in het tempo dat nodig is voor reductie van CO2. Zoals gezegd, de circulaire economie draagt gewoon bij aan het realiseren van de afspraken van Parijs. TNO heeft ons daarover ook al een en ander voorberekend wat heel hoopvol is. Daaruit blijkt dat het efficiënt omgaan met grondstoffen zorgt voor een reductie van ruim 9% van de totale Nederlandse uitstoot. Er is dus echt werk aan de winkel. Als wij dat goed doen, kunnen wij een forse klap maken.

Mevrouw Cegerek heeft gevraagd of ik wil kijken naar financiële instrumenten voor de circulaire economie. Alle partijen, energie en middelen hebben wij heel hard nodig. Het is gelukt om de middelen van het oude Afvalfonds, 27 miljoen euro, ingezet te krijgen voor een groot aantal acties. En dat is niet zomaar iets, want meestal kijkt minister Dijsselbloem heel scherp toe op middelen die overblijven. Ik heb net in het debatje met mevrouw Mulder al verwezen naar de nieuwe nationale financieringsinstelling. Heel veel bestaande ondersteuningsinstrumenten, zoals de SDE+, kunnen voor de circulaire-economieprogramma's worden ingezet. Er is ook nog Europees geld beschikbaar voor onderzoek en kennisontwikkeling. Ik verwijs daarbij naar het Junckerfonds. Wat dat betreft is er een range aan financiële mogelijkheden om ook hier goed werk van te maken.

De voorzitter:
Mevrouw Cegerek, net heb ik de heer Smaling gevraagd om even te wachten. Laten wij nu even de staatssecretaris de ruimte geven. Daarna komt u allemaal aan de beurt.

Staatssecretaris Dijksma:


Mevrouw Dik-Faber heeft gevraagd naar mijn inzet in Europa bij het Europese pakket met betrekking tot de circulaire economie. De Commissie heeft al een aantal stappen gezet. Het afvalpakket en de Meststoffenverordening zijn gepubliceerd. In het actieplan en de Raadsconclusies worden acties aangekondigd voor de komende paar jaar. De Commissie komt met maatregelen, waaronder het werkplan Ecodesign. Wij hebben recentelijk begrepen dat dit vertraagd is. Ik wacht nu dus even met spanning af wat eruit komt. Zodra dit bekend is, zal het kabinet de Kamer informeren over zijn inzet. Wij gaan zelf natuurlijk ook actief aan de slag. Wij dringen aan bij de Commissie en de andere lidstaten op ambitie en tempo. Wij dragen bij aan het Europese platform voor de circulaire economie en wij helpen ook andere landen met onze kennis en kunde. Wij gaan bijvoorbeeld binnenkort naar Indonesië op klimaathandelsmissie. Daar zal bijvoorbeeld ook het hele afvalbeheer en de manier waarop dat in Jakarta een plek zou kunnen krijgen, aan de orde zijn. We hebben de North Sea Resources Roundabout. Dat is een internationale green deal waarvoor — ik kijk naar mevrouw Van Veldhoven en mevrouw Cegerek — veel steun vanuit de Kamer is gekomen om zoiets voor elkaar te boksen. Het is gelukt. Wij willen natuurlijk heel graag nog meer internationale green deals sluiten.

Mevrouw Ouwehand had eergisteren een heel indringend verhaal in vijf punten, waarin zij aandacht vroeg voor de beleidswijzigingen die in haar ogen noodzakelijk zijn om serieus werk te maken van het klimaatbeleid. Zij vroeg naar de inzet op duurzame consumptie. Zij zei dat het taboe ervan af moet. Vanochtend zag ik toevallig in de sociale media een bericht van Vroege Vogels dat er in Nederland voor het vijfde jaar achter elkaar weer minder vlees is gegeten. Mijn indruk is niet dat er in Nederland een taboe ligt op de discussie over de vraag wat je eigen bijdrage is, bijvoorbeeld als je vlees eet, aan de milieuvervuiling. Er is natuurlijk wel discussie, wat ik heel goed begrijp, over de vraag in hoeverre de overheid daarin dwingend, zo niet sturend is. Daarvan heeft het kabinet steeds gezegd dat het wel mensen wil stimuleren en motiveren om groene keuzes te maken. Het kabinet wil ook handreikingen doen in informatie, maar — om het heel plat te zeggen — het komt niet in de koelkast. De keuzes zijn aan de burgers zelf. Ik heb het overigens ook mevrouw Ouwehand zelf niet horen aanbevelen. Die vrijheid is er voor de burgers. Weet wat je eet en weet wat jouw bijdrage kan zijn. Weet ook wat je kunt doen, bijvoorbeeld door het afwisselen van vlees en vegetarisch, om jouw eigen milieudruk te verminderen. Er zijn juist ontzettend veel initiatieven op dat terrein.

Ik onderschrijf de woorden over aandacht voor duurzaamheid in het onderwijs. Ik heb in een voorvorige functie inderdaad bezwaar gemaakt tegen de stortvloed aan lespakketten die met name in het basisonderwijs over scholieren en vooral leraren en leraressen heen kwam. Een lespakket mag geen aflaat zijn waarbij je je maatschappelijke probleem verwoordt in een mooie handzame folder waarna het onderwijs het moet oplossen. Dat is niet de bedoeling. Ja, in het onderwijs moet er aandacht zijn voor duurzaamheid. Dat zit in de kerndoelen, alsmede in veel van de pakketten. Duurzaamheid vraagt echter ook om een mentaliteitsverandering. Dat is een van de redenen dat wij in het circulaire-economiepakket extra aandacht gaan besteden aan scholen. Dat gaat over zaken als de wijze waarop wij omgaan met het scheiden van afval. Ik zal daar later nog wat meer over zeggen. Ook medefinancieren we DuurzaamDoor. EZ neemt het leeuwendeel voor zijn rekening en wij maar een klein beetje, maar we doen het wel. Het is een bescheiden bedrag, maar ik kan mijn geld maar een keer uitgeven. Volgens mij gaat het goed met dat programma.

De heer Dijkstra vroeg naar belemmeringen voor het invoeren van de energieprestatievergoeding. Hebben woningcorporaties de ruimte om de kleine labelstappen te mogen zetten die volgens de heer Dijkstra het meest rendabel en gunstig zijn voor de huurder? Er is geen belemmering om de energieprestatievergoeding in te voeren. Die is per 1 september jl. in werking getreden. De epv is bedoeld voor de gereguleerde huursector, om naast huur een vergoeding in rekening te mogen brengen bij zeer energiezuinige woningen, bijvoorbeeld de nul-op-de-meterwoningen. Ik heb die woningen recent bezocht. Ik kan zeggen dat ze echt een fantastisch fenomeen vormen, dat heel succesvol is. Voor burgers betekent het dat ze de kwaliteit van hun woningen zien verbeteren en de energierekening zien dalen. Nou, wat wil je nog meer?

Op verzoek van de Kamer is er een verkenning gedaan om de energieprestatievergoeding ook toe te passen bij een lagere energiezuinigheid, zoals bij het nemen van labelstappen. Deze informatie hebben wij opgevraagd bij BZK. Ik zeg tot de heer Dijkstra dat daar de lead ligt, bij minister Blok. Uit de informatie is gebleken dat de invoering op een aantal bezwaren stuit en vooral ook heel gecompliceerd is. Er lopen nu onderzoeken naar. De minister voor W en R heeft aangegeven dat de resultaten van die onderzoeken in 2017 beschikbaar zullen zijn. Ik ga ervan uit dat hij dan zal laten weten op welke wijze hij hiermee verdergaat.

De heer Remco Dijkstra (VVD):


Dank voor dit antwoord, maar ik zie dit ook graag in relatie tot het klimaat en de CO2-doelstellingen die we hebben. De woningcorporaties hebben een groot aanbod aan woningen in de bebouwde omgeving, waar een grote uitdaging ligt. Heeft I en M daar ook een rol, gezien de klimaatdoelstellingen?

Staatssecretaris Dijksma:


Wij helpen andere departementen natuurlijk voortdurend vanuit onze verantwoordelijkheid voor het klimaat. De nul-op-de-meterprojecten zijn een voorbeeld daarvan. Ik heb daar een werkbezoek aan gebracht. We kijken ook of we kunnen helpen met het wegnemen van belemmerende regelgeving, maar de lead op dit punt ligt echt bij W en R.

Ik kom bij het thema milieu en gezondheid.

De voorzitter:
Hebt u een vraag over het vorige onderwerp, mevrouw Ouwehand?

Mevrouw Ouwehand (PvdD):


Ja, voorzitter. Ik dacht dat de minister het blokje over het klimaat zou afronden en dat we daarna mochten interrumperen.

De voorzitter:


Zeker.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):


Ik heb twee vragen, als u mij dat toestaat. De eerste gaat over duurzaam onderwijs. Het klopt dat de staatssecretaris bezwaar heeft gemaakt tegen de stroom van lespakketten. Ik weet dat nog. Zo moet het ook niet, denk ik. In de tussentijd heeft de Kamer echter een motie aangenomen over het verdrag Duurzaamheid in het onderwijs. Het ministerie van I en M is daarmee aan de slag. Ik heb de staatssecretaris expliciet een vraag gesteld over het uitwerkingsplan. De Kamer heeft een rondetafelgesprek gevoerd, georganiseerd door de Partij voor de Dieren. Alle experts zijn het eens over wat er moet gebeuren: een verbinding leggen tussen die mooie initiatieven en de scholen. De jongeren hebben dat plan uitgewerkt. Gaat de staatssecretaris dat ondersteunen?

Mijn tweede vraag gaat over consumptie. Ik ken het standpunt van het kabinet en ik ben blij dat de staatssecretaris niet meer zegt: ja maar, wij gaan niet vlees verbieden. Daarmee suggereerde zij dat ik dat gevraagd zou hebben. Dat is niet zo. Ik vind wel dat het kabinet te weinig doet. Het klopt dat steeds meer mensen ervoor kiezen om minder vlees te eten. Dat is prachtig, maar onze vleesconsumptie als geheel is nog steeds onhoudbaar. Op dat punt vraag ik de staatssecretaris om moed te tonen en om met respect voor de keuzevrijheid van mensen wel gebruik te maken van de mogelijkheden die er gewoon liggen om mensen te faciliteren en te stimuleren om duurzamere keuzes te maken.

Staatssecretaris Dijksma:
Wat het duurzaam onderwijs betreft lijkt het mij verstandig dat ik mij gewoon versta met de minister van Onderwijs en dat ik met haar bespreek op welke wijze wij ook inhoudelijk kunnen reageren op het plan van de jongeren. Dat verdienen de jongeren en dat verdient het onderwerp.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):


Prachtig. Kan de staatssecretaris iets zeggen over de termijn waarop zij de Kamer daarover kan informeren?

Staatssecretaris Dijksma:


Ik denk dat wij dat voor het voorjaarsreces doen. Ik kijk even naar mijn eigen agenda en naar de tijd die nodig zal zijn voor overleg tussen de departementen. Wij zijn de komende weken met een paar milieudingen in de weer.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):


Geweldig. Dank.

Staatssecretaris Dijksma:


Op het tweede punt zijn wij het oneens. Ik ben het niet met u eens dat wij niks of te weinig doen. Ik denk dat wij heel veel doen in onze voorlichting. Ik denk dat de departementen zelf ook veel doen. De meatless mondays zijn door uw fractie aan de orde gesteld en die zijn er nu gewoon. Ik wijs ook op de wijze waarop wij de eiwittransitie in Nederland op gang helpen en financieel ondersteunen. Er zijn in de afgelopen jaren echt tal van beleidsmaatregelen genomen, van voorlichting tot en met het, soms ook financieel, ondersteunen van goede initiatieven om die betere keuze te maken. Als je dat niet ver genoeg vindt gaan, dan kom je op een gegeven moment terecht in een ander type maatregelen. Het kabinet heeft daarvan inderdaad gezegd: dat doen wij niet.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):


Dan is er toch een meningsverschilletje. Ik erken dat er tijd en geld wordt geïnvesteerd in een transitie naar meer plantaardige eiwitten, maar het is echt te mager, gelet op de uitdaging die er ligt. Daar was ik op aangeslagen, omdat de staatssecretaris zelf op de klimaattop heeft gezegd: het wordt niet makkelijk. Dat zegt zij vandaag ook weer. Er moet echt meer gebeuren. De minister zegt: wij respecteren de keuzevrijheid, maar wij kunnen mensen echt een duwtje in de rug geven om ervoor te zorgen dat zij de spits mijden. Daar zet zij actief beleid op, niet alleen voor een groep mensen die al geïnteresseerd is, bijvoorbeeld in duurzamere consumptie. Zij doet meer. Ik wil niet zeggen dat de staatssecretaris van Milieu op het gebied van consumptie, van voeding, een beetje achterover hangt, maar er gebeurt te weinig. De eerste periode waarin …

De voorzitter:


Wilt u ter zake komen?

Mevrouw Ouwehand (PvdD):


Ja, ik zal een concreet voorbeeld geven. Voormalig minister van Milieu Cramer heeft op dit punt gezegd: het is eigenlijk wel goed als wij de norm omdraaien: vegetarisch wordt de norm; wie vlees wil, moet daarom vragen. Dan respecteer je nog steeds de keuzevrijheid …

De voorzitter:


Mevrouw Ouwehand, dit zijn hele betogen. Komt u ter zake!

Mevrouw Ouwehand (PvdD):


… maar voer je het door op het ministerie. Waarom is dat geen beleid op het ministerie van Infrastructuur en Milieu?

Staatssecretaris Dijksma:


Volgens mij wordt er juist op ons ministerie op heel veel dossiers heel groen gekozen. Los daarvan hebben wij, denk ik, een meningsverschilletje, zoals mevrouw Ouwehand het noemde. Dat mag ook, maar niet over de urgentie die eronder zit. Je kunt van mening verschillen over maatwerk, over de aanpak, over de effectiviteit vooral. Vanochtend zagen wij dat de Nederlanders voor het vijfde jaar op rij steeds groenere keuzes maken in hun voedselpatroon. Dan doet Nederland kennelijk ergens iets toch wel goed. Ja, wij ondersteunen die keuzes met tal van initiatieven, maatregelen en, zo u wilt, stimulansen. Ik vind dat dat wel degelijk een heel pakket is. Voor nu even zijn wij het op dit punt niet helemaal eens. Kan gebeuren.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):


Ik zal in mijn bijdrage in tweede termijn uiteenzetten wat er allemaal nog meer kan gebeuren. We zijn dus nog niet klaar met deze discussie!

Staatssecretaris Dijksma:


Ik wacht het af!

De voorzitter:


Ik wijs u even allemaal — dus niet alleen mevrouw Ouwehand — voor wat er in artikel 57 van het Reglement van Orde staat over interrupties: "De Voorzitter kan interrupties toelaten. Deze dienen te bestaan uit korte opmerkingen of vragen zonder inleiding." We moeten het allemaal echt een beetje korter doen. Er staat nog een volgende behandeling op de rol voor vandaag. Iedereen mag interrumperen, maar mag het alstublieft wat korter en zakelijker?

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):


Dank u wel dat u ons eraan herinnert.

Is het deze staatssecretaris, die het klimaat behartigt, geen doorn in het oog dat er op het ministerie van Economische Zaken geen draagvlak is voor een minimum-CO2-prijs? We weten allemaal dat het ETS (Emissions Trading System) in Europa niet werkt. We werken er al jaren aan om dat te verbeteren, …

De voorzitter:
En toen?

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):


… maar er gebeurt heel weinig. Ik heb het PvdA-verkiezingsprogramma gelezen. Ik weet dat de staatssecretaris hier niet als PvdA-vrouw staat maar als staatssecretaris, maar laten we toch met elkaar kiezen voor een minimum-CO2-prijs! We kunnen die zo invoeren met omringende landen. Dan hebben we echt een stap voor het klimaat gezet.

Staatssecretaris Dijksma:


Mevrouw Dik-Faber heeft volstrekt gelijk: ik sta hier als dienaar van de Kroon, zoals dat zo mooi heet. In het kabinet zijn wij voortdurend met elkaar in de weer over de vraag hoe wij ervoor kunnen zorgen dat koolstof een effectieve prijs krijgt. We zijn het er ook volstrekt over eens dat het ETS beter kan en moet. Dat hebben we ook gemeenschappelijk geagendeerd tijdens het Nederlandse voorzitterschap onder mijn leiding. Daar ben ik nog lang niet mee klaar. We zullen inderdaad moeten blijven nadenken over de "what if": wat doen we als het Europese systeem niet goed gaat werken? Maar het meest effectief is toch een functionerend Europees systeem. Daarmee voorkom je een waterbedeffect. Daarmee voorkom je namelijk dat de goede dingen die wij hier doen in een bevriend buurland als Polen — ik noem maar een land — weer gecompenseerd worden door zaken die we liever niet zien. Die laatste mogelijkheid moet mevrouw Dik-Faber toch een doorn in het oog zijn, want daar sta je dan met je goeie gedrag.

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):


Hoelang wil de staatssecretaris nog werken aan het verbeteren van het ETS? Wanneer is voor haar het moment gekomen waarop zij gaat proberen om met omringende landen tot een minimumprijs te komen? Engeland heeft dat bijvoorbeeld ook gedaan. Zolang het ETS nog niet werkt, zijn er dus wel degelijk mogelijkheden om tot andere maatregelen over te gaan. Daarin moet ook Nederland zijn verantwoordelijkheid nemen.

Staatssecretaris Dijksma:


Nederland moet ook verantwoordelijkheid nemen en koolstof moet een betere prijs krijgen. Dat zijn de twee basisuitgangspunten waarover wij het van links tot rechts eens zijn. De volgende vraag is hoe je dat het beste kunt regelen. Het belangrijkste is dat wij het Europees regelen, zeker nu er zelfs in China in maar liefst zeven regio's gewerkt wordt aan een ETS-achtig systeem. Dat is ongelofelijk, maar waar. In Canada is men hier ook mee bezig. In Californië is men ermee bezig. In Mexico wordt erover gesproken. Je moet je huidige systeem niet opgeven terwijl men op andere plekken in de wereld zo'n systeem zou willen hebben. Je moet kritisch zijn over de manier waarop het functioneert, maar daar handelen wij ook op. Er zal een aantal rechten uit de markt worden genomen. Door schaarste op die markt te creëren, zetten we voortdurend vervolgstappen om die prijs beter en efficiënter te laten zijn. Ik ben het met mevrouw Dik-Faber eens dat het gat tussen de huidige prijs, zo'n €5 à €6, en de prijs die het zou moeten worden, waarschijnlijk wel €50, heel erg groot is. Ik begon mijn bijdrage dan ook door te zeggen dat we ook niet meer heel veel tijd hebben.

De voorzitter:


Mevrouw Dik, wilt u nog een afrondende vraag stellen? Als het maar kort is!

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):


Ik ben blij met die laatste woorden, want we hebben inderdaad niet veel tijd meer. Laten we het een doen, dus volop inzetten op verbetering van het ETS, maar het andere niet nalaten. Laten we ook naar andere maatregelen kijken, zolang het ETS nog niet werkt.

Staatssecretaris Dijksma:


Volgens mij was dat een opmerking. Die heb ik verstaan. Wij bespreken dit ook in het kabinet. Wel hechten wij eraan om vast te stellen dat juist die internationale en Europese stap het effectiefst is. Je moet die niet nu zomaar loslaten, want dan heb je misschien een nog veel groter probleem.

De heer Smaling (SP):


Rijk zonder CO2 is een heel goed advies van de Raad voor de leefomgeving en infrastructuur. Er staat een grafiekje in. Per sector wordt ongeveer aangegeven hoe snel je naar dat CO2-neutrale niveau kunt. Mijn vraag gaat over het tijdpad en de afdwingbaarheid per hoofdsector. Heeft de staatssecretaris daar al een idee over of moeten we daar nog op wachten?

Staatssecretaris Dijksma:


Ja, daar moet u nog even op wachten, omdat we bijvoorbeeld voor de ETS-sectoren midden in het debat zitten: hoe maken we ETS zo effectief mogelijk? Het heeft daar wel een relatie mee. Daarnaast weten we nu van Europa aan welk percentage Nederland moet voldoen voor de non-ETS-sectoren: 36%. Op verzoek van de Kamer hebben we het Planbureau voor de Leefomgeving gevraagd om in kaart te brengen wat dat voor ons betekent. Dan kunnen we ook per sector het maatregelenpakket uitonderhandelen dat daarbij past. Dat zal nog wel een stevige dobber worden, want er is echt veel te doen.

De heer Smaling (SP):


Is het de ambitie van de regering om het pad van de Europese Unie aan te houden wat betreft daling van de emissie? Of zijn wij ambitieuzer?

Staatssecretaris Dijksma:


Ik verbaas mij altijd over het gemak waarmee iedereen denkt dat wij dat pad van de Europese Unie zullen halen. Alleen al voor de non-ETS-sectoren zoals de landbouw en de mobiliteit zult u straks zien welke rigoureuze veranderingen dat zal vragen. Alleen al het halen van het Europese pad zal voor Nederland geen sinecure zijn. En ja, in het Parijse verdrag is op twee punten een belangrijke afspraak gemaakt. Het klimaatbeleid voor de toekomst, dus ook het Nederlandse beleid, moet in elk van de sectoren klimaatbestendig zijn. We kunnen eventueel elke vijf jaar met een momentopname, in VN-termen een stocktake, bekijken of we nog wel voldoende op de goede weg zijn en of het misschien ambitieuzer moet. Ik sluit dat niet uit, maar de eerste discussie daarover zal in Nederland in 2018 plaatsvinden.

De heer Remco Dijkstra (VVD):

1   2   3   4   5   6   7   8   9   10   ...   15


Dovnload 498.37 Kb.