Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu

Dovnload 498.37 Kb.

Het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu



Pagina9/15
Datum04.04.2017
Grootte498.37 Kb.

Dovnload 498.37 Kb.
1   ...   5   6   7   8   9   10   11   12   ...   15

Het ministerie gaat zijn expertise aanbieden aan de gemeente Haarlemmermeer. Dat had allang moeten gebeuren! Weg met die lui daar. Het wordt week in, week uit erger. Er moet toch gewoon iets snel te regelen zijn? Hebt u geen aanwijzingsbevoegdheid naar zo'n gemeente om onmiddellijk de zaak anders in te richten? Het gaat allemaal heel lang duren als ik dit zo hoor.

Staatssecretaris Dijksma:


Nee, dat laatste is niet zo. Het gaat niet allemaal heel lang duren. En het eerste is onterecht, want dat zou suggereren dat burgemeester en wethouders ook niet bereid zijn om zelfstandig mee te helpen optreden. Zij zijn gewoon zoekende. De APV is eerder gewijzigd. Dat bleek een juridisch niet zo succesvolle route. Ik begrijp ook dat men eigenlijk niet voor een tweede keer voor hetzelfde wil komen te staan. Dat is de reden waarom wij van onze kant willen helpen, ook met bijvoorbeeld juridische expertise, om precies die route met elkaar te verkennen waarmee we de APV wel succesvol kunnen wijzigen. Daarnaast kunnen de KMar en de ILT een rol spelen. Vanuit de handhaving doen we dus ook het een en ander met elkaar. Mijn boodschap is dus dat het alleen oplosbaar is als we het samen doen en niet op deze manier. Dat doet namelijk ook onrecht aan de inspanningen in Haarlemmermeer zelf.

De heer Smaling (SP):


Mijn schriftelijke vragen zijn alweer van een halfjaar geleden of zo. De ILT die beter gaat handhaven … Ik vind het toch moeilijk om daar nog geloof aan te hechten. Dingen moeten gewoon nu gebeuren. Een van onze toonaangevende oorlogsverslaggevers komt op Schiphol aan en schrikt zich een hoedje. Ik bedoel: hoe snel is snel? Er moet daar gewoon echt heel snel iets gebeuren.

Staatssecretaris Dijksma:


We hoeven er geen wedstrijd van te maken wie hier het meest verontwaardigd over is. Ik heb voor mijn eigen taalgebruik al best vergaande uitspraken gedaan. Zo zit ik er ook echt in. Ik zei al dat ik dit onderwerp begon met: ik ben er nou wel klaar mee. Die houding proef ik ook in de Kamer en dat is precies de houding waarmee de bestuurders aan tafel zitten, samen met de diensten, om hiervoor een oplossing te bieden. Dat moeten we echt zo snel mogelijk doen.

De voorzitter:


Gaat u verder.

Staatssecretaris Dijksma:


Mevrouw Visser heeft gevraagd of ik bereid ben om met alle aanbieders te overleggen over de veiligheid in het openbaar vervoer en oplossingen te bieden daar waar de financiële noodzaak het hoogst is. We hebben gisteravond nog een verslag van een algemeen overleg gehouden en daarin is intensief gesproken over dit thema. Er zijn ook moties ingediend en die zijn voorzien van een oordeel. Ik ben heel blij dat de minister van V en J en ondergetekende recentelijk samen met alle vervoerders, ook de streekvervoerders, de bonden en de politie een belangrijk actieplan hebben opgesteld, waarmee we het geweld in het openbaar vervoer vergaand willen aanpakken. De decentrale overheden zijn daar ook bij betrokken, want ook zij hebben hierin een verantwoordelijkheid en die willen ze ook oppakken. We zijn op dit punt dus echt met elkaar in de weer.

Ik kom op het fietsparkeren. De minister heeft net al een lofzang gehouden op de fiets en ik kan mij daar alleen maar bij aansluiten. Er gebeurt natuurlijk heel veel op dat terrein. De fiets is onmisbaar voor de "deur tot deur"-reis en daarbij is een goede stalling belangrijk. We besteden echt heel veel geld aan het Programma Hoogfrequent Spoorvervoer. We zullen in toenemende mate zien dat dit tijdswinst meebrengt voor reizigers. Het is natuurlijk te gek voor woorden dat als je drie, vier of vijf minuten reistijdwinst boekt op een traject, je vervolgens bij station Amsterdam Amstel — ik noem maar wat — meer dan een halfuur bezig bent met het zoeken naar een parkeerplek voor je fiets. Dat is toch een beetje het paard achter de wagen spannen. Ik ben blij dat het vanuit onze kant gelukt is om 40 miljoen euro in te zetten. Dat wordt gematcht door de lokale overheden. De plannen gaan alleen maar door als ze voorzien zijn van een goede en sluitende businesscase. Er wordt gevraagd hoeveel plekken er precies bij zullen komen, maar dat is heel lastig te zeggen. Dat is echt afhankelijk van verschillende factoren, zoals het beheer en het onderhoud. Een ruwe schatting is dat we met het rijksbedrag 25.000 plaatsen kunnen creëren, maar dat aantal kan natuurlijk wel oplopen, want door te schalen kun je ook weer meer doen. Dat betekent dat we het tekort dat we voor een deel al zagen aankomen, in ieder geval tot 2020 kunnen oplossen. Maar we zijn er nog niet. Het is aan een volgend kabinet om te beoordelen of er op dat punt nog meer mogelijkheden zijn, maar ik heb voor nu, binnen de huidige, superschaarse middelen, deze investering verantwoord en noodzakelijk geacht, overigens ook op basis van een motie van de heer Hoogland en mevrouw De Boer.

De heer Hoogland (PvdA):
Hulde daarvoor. Maar ik heb wel een vervolgvraag. Als gemeenten mee willen doen en ervoor willen gaan, omdat ze zo'n stalling nodig hebben, kunnen ze dan vanaf morgen het ministerie bellen om mee te doen? Of werkt dat anders? Kan de staatssecretaris daar nog iets over zeggen?

Staatssecretaris Dijksma:


Dat werkt iets anders, want ons probleem is dat we ook op dit moment geen gebrek aan plannen hebben. We hebben meer plannen dan geld. Dat is de realiteit. Dat betekent dat je sowieso alleen maar kwalificeert als je verhaal urgent is, als je de exploitatie rond hebt — dat betekent dat je, naast NS en ProRail, ook derden hebt gevonden die willen meehelpen — en als je kunt laten zien dat je voor 2020 gaat beginnen met de bouw. Als je dus nu nog bedenkt dat je iets wilt, doe je denk ik niet mee met deze ronde.

Mevrouw Van Tongeren vroeg naar 3kV en of we een stukje spanning op de lijn kunnen creëren. Ik ben altijd voor spanning en dit is een interessante investering. Mijn ministerie bekijkt dit al een tijdje samen met NS en ProRail. Er wordt op gestudeerd. 3kV heeft ontegenzeggelijk allerlei voordelen.

De voorzitter:
Misschien kunt u heel even uitleggen wat 3kV is? Kilovolt?

Staatssecretaris Dijksma:


Dat is de voltage op het spoor en als die omhooggaat, kunnen er meer treintjes op rijden en verbruiken ze minder energie. Daar wordt iedereen heel blij van.

De voorzitter:


Het is toch handig dat de mensen op de publieke tribune dat nu ook weten.

Staatssecretaris Dijksma:


Zo is het. Absoluut! Als het zo eenvoudig was, hadden we het natuurlijk al gedaan. Maar zo eenvoudig is het helaas niet. We hebben een maatschappelijke kosten-batenanalyse laten maken en die laat op een aantal punten zien dat we er nog niet zijn. ProRail zegt dat de investering in tien jaar is terugverdiend, maar dat weten wij nog niet zeker. Uit het onderzoek dat we hebben gedaan, blijkt namelijk dat er samenhang met andere grote projecten is. Denk aan het Programma Hoogfrequent Spoorvervoer en ERTMS, de beveiligingssystematiek op het spoor. We moeten weten of het voordeel oplevert als we die projecten gezamenlijk oppakken of dat dit elkaar juist bijt. Dat zijn dingen in de uitvoering die we nog verder moeten bezien. Wat is bijvoorbeeld de rijdtijdwinst die je dan denkt te boeken? Zit er overlap tussen de programma's of versterken zij elkaar juist? Hoe zit het precies met al die grote projecten naast elkaar? De Kamer weet dat ik daar erg gevoelig voor ben. Anders krijg ik hier weer allerlei problemen over onrust omdat er overal gewerkt wordt en verbindingen eruit liggen. De vraag zal zijn: hadden jullie dat van tevoren niet kunnen voorzien? Ik voel 'm al een beetje aankomen. Dit type vragen wil ik eerst beantwoord zien. Ik zeg er ook vast bij dat de terugverdientijd van tien jaar gebaseerd is op een bedrag van 700 miljoen exclusief btw en exclusief opslagen. Mijn departement gaat ervan uit dat we met zo'n investering minstens naar een miljard toe gaan. Dit onderwerp leent zich niet voor iets wat heel snel besloten moet worden. Dan gaan we echt ongelukken krijgen. We moeten het wel serieus nemen, en dat doe ik ook. Ik zie alle voordelen, maar als we het doen, moeten we er wel het geld voor hebben — dat heb ik nog niet — en moet het ook echt kunnen en niet tot gedoe en onrust op het spoor leiden.

Mevrouw Van Tongeren (GroenLinks):


Ik ben het met al die voorwaarden van de staatssecretaris roerend eens. Is er iets waarmee de Kamer inzicht kan krijgen in hoever we zijn, bijvoorbeeld een tussenrapportage? Wat zou een volgende stap kunnen zijn? In de gesprekken die ik gevoerd heb, werd namelijk gezegd dat er heel weinig werk op het spoor nodig is waardoor de trein niet kan rijden. Ik kan niet overzien of dat zo is. We hebben een groot werkprogramma van allerlei dingen die aan het spoor moeten gebeuren. Daarmee zou het misschien kunnen. Het is misschien promising, maar misschien ook niet. Wat is de volgende stap?

Staatssecretaris Dijksma:


Dat komt in het voorjaar. Die veronderstelling wil ik echt getoetst zien, want ik weet niet zeker of het zo is. Uit de maatschappelijke kosten-batenanalyse blijkt ook dat het gaat om exact het type vraagstukken als wat de samenhang is met al die werkzaamheden en die andere grote projecten, en of we zeker weten dat dit het bedrag is of dat het veel meer wordt. De Kamer kent ze allemaal. Ik wil déjà vu's daarover heel graag voorkomen. Laten we onze lessen op het spoor leren van het verleden. Daar vroegen de woordvoerders allemaal naar. Dit is zo'n les.

Mevrouw Van Tongeren (GroenLinks):


Ik ben blij met de toezegging dat de mogelijkheden als volgende stap in het voorjaar naar de Kamer komen.

Mevrouw Visser (VVD):


Zoals de staatssecretaris heel duidelijk uitlegde, gaat het er uiteindelijk om dat je meer treinen veiliger over het spoor kunt laten rijden. Daar hebben we twee grote programma's voor lopen: PHS, het Programma Hoogfrequent Spoorvervoer, en een groot Europees project, ERTMS, waarvan ik de totale afkorting niet weet. GroenLinks doet nu een voorstel. Kan in de uitwerking die in het voorjaar komt, ook een soort noregretstrategie worden opgenomen over juist deze drie zaken? Ze hebben allemaal hetzelfde doel maar een net iets andere verplichting. Kunnen ze naast elkaar worden gezet? En kan dan worden bekeken wat een noregretstrategie is, niet alles afzonderlijk maar bij elkaar? Zouden ze niet bij elkaar geplakt kunnen worden?

Staatssecretaris Dijksma:


Dat is exact het punt, want daar gaat het over. Dat is binnen de huidige maatschappelijke kosten-batenanalyse nog niet vervolmaakt. Dit moet je precies doen, want voor hetzelfde geldt bijt het elkaar in de staart. Ik kan ook dit zeggen: over de twee grote projecten die mevrouw Visser noemt, hebben we met elkaar al heel wat spannende debatten gehad, en dat zullen ook niet de laatste zijn geweest. Het is geen onwil. Het is echt voorzichtigheid. Als er kansen zijn, dan grijpen we ze. Maar ik ga mij niet op glad ijs begeven, want dat mag niet van de Kamer. En ook niet van mezelf, trouwens.

Voorzitter. Ik kom bij het laatste blok, namelijk luchtvaart. Ik heb het al over Montreal gehad. Er is een aantal vragen over gesteld die ik eigenlijk bij de interruptie van de heer Dijkstra over de samenhang met het ETS al heb besproken. Mevrouw Visser en de heer Smaling hebben gevraagd naar de groei en de concurrentiekracht van Schiphol. Zoals bekend is, wordt gewerkt aan het vastleggen van het nieuwe normen- en handhavingsstelsel in de regelgeving. Met de Kamer is onder meer op basis van de motie van mevrouw Visser afgesproken dat de Omgevingsraad Schiphol nader advies uitbrengt. Maar dat is een advies; de politiek besluit. Daar ben ik het zeer mee eens. Het gaat onder meer over de toekomstbestendigheid van het nieuwe stelsel. Het advies wordt op dit moment besproken. De volgende stap zal het Luchthavenverkeerbesluit Schiphol zijn. Hiervoor is nodig — daar hebben we recent mee te maken gekregen — dat we op basis van de MER-verplichtingen geluidsberekeningen maken. Uit de MER is naar voren gekomen dat we de state-of-the-artberekeningen die mogelijk zijn ook zullen moeten inzetten. Dat is ook belangrijk voor het totaalbeeld rond de luchthaven. Het zal naar verwachting in februari 2017 zijn afgerond. We hebben de ORS gevraagd om uiterlijk 1 december met een voorstel te komen op een aantal punten; de Kamer heeft daarover deze week brieven gehad. Ik zal met een brief hierover naar de Kamer komen, die ik nog voor het kerstreces verwacht te sturen, of misschien net daarna. Dat hangt even af van wat er voor 1 december bij mij in de brievenbus belandt. Zoals mevrouw Visser zelf ook zegt, blijft het altijd politiek. Ik wil dus ook de ruimte nemen om te wegen wat er wel of niet naar voren komt. Als er niets komt, hebben we ook een probleem, want dan ga ik zelf een besluit nemen.

Dan over de getallen. Op Schiphol kunnen tot en met 2020 maximaal 500.000 vliegbewegingen per jaar plaatsvinden. Zoals de Kamer weet, kan Schiphol daarna met een 50/50-regeling doorgroeien binnen de criteria van de gelijkwaardigheid ter bescherming van de omgeving. Tot 2020 is er dus nog beperkte groei mogelijk. Ik heb de Kamer recentelijk een brief daarover gestuurd. Daarin gaf ik aan dat Schiphol mij heeft gezegd in een iets rustiger tempo naar 2020 toe te willen gaan, ook omdat men ziet dat er ruimte nodig is om de afhandeling en de capaciteit die dat vraagt, kwalitatief goed op orde te brengen. Ik denk dat dat belangrijk is. Je wilt groeien, maar je wilt dat zodanig doen dat je klanten tevreden blijven. Die spanning zit inmiddels wel een beetje in het dossier. Het moet allemaal wel goed gebeuren.

We zijn natuurlijk bezig met aanvullende capaciteit. Voor Eindhoven hebben we dit al geregeld. Met Lelystad zijn we aan de slag. We houden ook rekening met het feit dat er grotere vliegtuigen komen en er hogere bezettingsgraden zijn. We zijn ook bezig met het verkeersverdelingsstelsel. In 2019 wordt een nieuwe tijdelijke pier opgeleverd. In 2023 wordt een nieuwe terminal opgeleverd.

Er is gesproken over de holding, KLM en Parijs. De heer Van Helvert heeft een vraag daarover gesteld. Vanochtend is het plan Trust Together naar buiten gebracht. Naar ik begrijp is er volgende week, dus al heel snel, een debat met de Kamer ingepland. Ik heb eerder een aantal dingen aangegeven. De Kamer krijgt van de minister van Financiën en ondergetekende uiteraard een schriftelijke appreciatie van het plan dat naar buiten is gebracht. We zullen de Kamer die appreciatie ruim voor de aanvang van het debat doen toekomen. Het lijkt mij goed om te zeggen dat het uitgangspunt van het kabinet is om de borging van de publieke belangen van KLM scherp te houden. Het gaat dan om de kwaliteit van het netwerk vanaf Schiphol. Dat staat voor ons centraal. Dat betekent voor ons ook het behoud van een voldoende zelfstandige positie van KLM en geen overheveling van banen naar Frankrijk.

We zien dat Air France en KLM beide moeten werken aan een productiviteitsverhoging en een kostenverlaging. Dat staat centraal in het plan, dat ik in de gauwigheid heb gezien. Op zichzelf is dat goed nieuws. De doelen van Perform 2020, het plan dat men had om het beter te doen en de concurrentiepositie te verbeteren, staan overeind. De doelstelling is om de kosten van het hele concern, met name bij Air France, te verlagen. Dat juichen we toe. Net als bij KLM moeten de kosten over de volle breedte van het bedrijf worden verlaagd en moet de productiviteit worden verhoogd. Het project kan dus een goede stap zijn naar het meer concurrerend maken van de onderneming. Zoals gezegd houden wij vanuit onze positie de Nederlandse belangen daarbij alert en goed in de gaten. We zien dat Schiphol naast Parijs de hub is waarop het bedrijf zich nog steeds richt en dat de aangepaste strategie geen beperkingen oplevert voor de verdere groei van KLM. Transavia en KLM gaan elkaar verder versterken. Dat zijn positieve zaken.

Nogmaals, dit is een allereerste reactie. We zullen de precieze plannen nog verder tot ons moeten nemen. Terwijl wij hier aan het woord zijn, wordt er in Parijs een persconferentie gegeven door de heer Janaillac en onze eigen Pieter Elbers. Ik hoop dat de Kamer begrijpt dat het verstandig is om haar via een brief verder op de hoogte te brengen van de voorstellen. De Kamer weet waar wij op letten. Dat doet zij zelf ook. Wij letten op het behoud van banen, het behoud van de kwaliteit van het netwerk en een voldoende zelfstandige positie van KLM.

De voorzitter:


Dat dit nieuws momenteel in Frankrijk naar buiten wordt gebracht, is een van de redenen dat ik een aantal woordvoerders af en toe met de neus in hun telefoons zag duiken.

Mevrouw Belhaj (D66):


Het is fijn dat de staatssecretaris er al het een ander over wil zeggen. Gezien de enorme behoefte van de Kamer om haar meermaals te bevragen over de ontwikkelingen, vraag ik haar of ze na de tweede termijn en na de persconferentie wellicht kan aangeven wat ze ervan vindt. Anders staan we hier volgende week met een mondelinge vraag. Dit is wellicht een mooie gelegenheid voor de staatssecretaris om iets te zeggen, voor zover ze dat kan.

Staatssecretaris Dijksma:


Dat wil ik op zichzelf best doen, maar volgens mij hebben wij hier volgende week een plenair debat.

De voorzitter:


Nou ja, dan misschien niet meer.

Staatssecretaris Dijksma:


Als ik dat kan voorkomen, dan doe ik mijn best. Ik kon niet in mijn telefoon kijken, dus ik heb niet het laatste nieuws kunnen zien. Dit was even een eerste reactie. Ik zal bekijken wat ik kan doen.

De heer Smaling wilde boter bij de vis op het punt van het aanpakken van taxironselaars op Schiphol. Ik kan melden — dat kon ik daarnet nog niet, want toen was het nog niet bekendgemaakt — dat er op dit moment op Schiphol een veegactie gaande is om die ronselaars aan te pakken. Ik begreep dat de KMar daarmee aan de slag is. De heer Smaling wilde het snel, maar wij hadden dit al wel voorbereid hoor.

Voorzitter, tot zover mijn inbreng in eerste termijn. Ik denk dat u de appreciatie van de amendementen liever aan het eind van de tweede termijn wilt.

De voorzitter:


U kijkt mij aan, maar ik kijk de Kamer aan. Als u het nu al kunt doen, is dat misschien wel zo handig. Ik zie dat u dat kunt, maar eerst gaan wij naar de heer Hoogland van de Partij van de Arbeid voor de veegvragen.

De heer Hoogland (PvdA):


De veegvragen, daar gaan we. Mijn vraag over de ontwikkelingen in de brede doeluitkering, het geld dat beschikbaar is voor het openbaar vervoer in de steden, is schriftelijk beantwoord. De staatssecretaris heeft een antwoord gegeven dat voor mij niet helemaal duidelijk is, dus ik stel een vervolgvraag. In het antwoord wordt gesproken van onderzoeken die plaatsvinden naar de ontwikkelingen in de brede doeluitkering, maar ook van een toekomstbeeld in het openbaar vervoer. Is de staatssecretaris bereid om ook in dat toekomstbeeld en in die onderzoeken mee te nemen wat de benodigde kosten voor het openbaar vervoer zijn? Dan kunnen wij dat in beeld krijgen. Ik snap dat alle middelen die daarvoor nodig zijn, niet gelijk beschikbaar zijn, maar ik wil financieel in beeld hebben welke ontwikkelingen in de BDU hebben plaatsgehad. Hoe lopen die geldstromen in de grote steden? Ik wil dat in die onderzoeken meenemen, zodat wij kunnen beoordelen of er meer inkomsten in de grote steden zijn gekomen. Hoe ontwikkelt zich dat?

Staatssecretaris Dijksma:


Een overzicht op hoofdlijnen van hoe het in de afgelopen jaren gegaan is kunnen wij u sowieso wel doen toekomen. Ik weet niet of het toekomstbeeld een precisieniveau heeft dat wij precies weten welke euro wij waarvoor nodig hebben. U moet dat toekomstbeeld iets meer in abstractie zien. Er worden echt keuzes gemaakt; de modaliteiten worden doorkruist. Wij gaan veel meer kijken naar wat een reiziger wil in plaats van alleen het aanbod te doen: openbaar vervoer, taxi of auto. Daar gaat dat toekomstbeeld over. Het zal geen financiële paragraaf kennen. Dat is ook echt iets waar een volgend kabinet naar moet kijken. Wij leggen een beeld neer van wat zou kunnen. Dat gaat overigens altijd om veel geld; dat weet u.

De heer Hoogland (PvdA):


Ik moet het explicieter maken, denk ik. Voor de grote steden hadden wij de ontwikkeling met een verwachting vanuit 2005. Dat was een heel mooi statistiekje waarin alle gelden omhooggingen, alle financiële middelen toenamen. De realiteit werd daarnaast geprojecteerd. Wij weten allemaal dat die ontwikkeling anders geworden is; daar zijn wij ook zelf verantwoordelijk voor. Kun je de voor de toekomst te verwachten kosten ook in beeld brengen, wetende dat er een extra spoorlijn bij Amstelveen wordt aangelegd, wetende dat de Noord/Zuidlijn geëxploiteerd moet worden, wetende dat er bij Rotterdam een Hoekse Lijn bij het ov gevoegd wordt? Het zou goed zijn om al die dingen, zoals wij in het Infrafonds doen met beheer en onderhoud, in beeld te brengen.

Staatssecretaris Dijksma:


Dat durf ik u nu niet toe te zeggen. Ik denk niet dat wij met dat toekomstbeeld op dat abstractieniveau al keuzes voorleggen. Ik vind het niet fair om te suggereren dat er een soort panklaar plan komt voor een volgend kabinet, dat daar ja of nee op kan zeggen. Zo zal dat plan er niet uitzien. Ik kan wel in beeld brengen wat de ontwikkeling is, zoals u eerst vroeg. Je kunt voor individuele projecten altijd een raming laten zien van de kosten van bepaalde investeringen, maar dat is toch net wat anders dan u nu vraagt. Dat zou eigenlijk een nieuw regeerakkoord zijn.

De heer Hoogland (PvdA):


Ik vraag absoluut niet om een heel regeerakkoord, want het zou een beetje sneu zijn als dat alleen over openbaar vervoer ging. Maar als de kostprijs gaat kruisen met de beschikbare middelen, kun je dat maar beter vroeg in beeld hebben, zodat je keuzes kunt maken. Dat is beter dan achteraf constateren dat je met incidentele middelen structurele kosten gefinancierd hebt, dat je een toename hebt zien aankomen, maar dat je het hebt laten gebeuren. Dat zou ik graag in beeld krijgen. Ik realiseer me dat het daarmee echt nog niet is opgelost.

Staatssecretaris Dijksma:


Laat ik in wat meer algemene bewoordingen zeggen dat ik ga bekijken wat ik kan doen. Waar moet je in ieder geval op letten? Welke problematiek speelt er rondom beheer en onderhoud? Dat weten we ook gewoon. Waar hebben de regio's mee te maken? Waar lopen ze nog tegen aan? Misschien kunnen we daarover iets zeggen, maar ik doe geen beloftes tot op de miljoenen of zelfs miljarden. Daarover moet je misschien in algemene zin iets zeggen, maar uiteindelijk moeten er keuzes worden gemaakt. Die maken wij in dit verhaal niet op die wijze.

De voorzitter:


Mag ik de heer Hoogland een beetje helpen? Misschien zou een licht aangepaste, licht academische versie van het overdrachtsdossier op dit punt kunnen helpen.

Staatssecretaris Dijksma:


Nee. Bovendien zijn overdrachtsdossiers voor bewindslieden en niet voor de Kamer.

De voorzitter:


Gaat u verder.

Staatssecretaris Dijksma:


Ja. Ik wilde nog een paar dingen over de amendementen zeggen. Ik heb een amendement van mevrouw Van Veldhoven ter vervanging van het amendement op stuk nr. 13. Het is nu nr. 15 geworden. Dat amendement gaat over extra conducteurs tijdens avonddiensten. Ik ben het met het doel volkomen eens. Ik heb daarvoor niet voor niets een bedrag van 10 miljoen euro vrijgemaakt, maar dat was ook in de veronderstelling dat dit voor NS een upje was om snel te handelen, omdat het gewoon een beetje lang duurde. Maar dat is echt iets anders dan de verantwoordelijkheid overnemen. Ik heb van begin af aan gezegd dat we dit niet structureel zouden gaan doen. We hebben nu het actieplan en zijn goed bezig. Nog los van alle goede overwegingen die je kunt hebben: dit wordt gedekt met behulp van artikel 13, Spoorwegen. Dat zijn nou juist middelen die ik nodig heb om weer compleet andere programma's uit te voeren. Mevrouw Van Veldhoven helpt mij hier dus niet mee, want dan moet ik bezuinigen op andere programma's. Dat wil ik eigenlijk niet. Ik ontraad het amendement dus.

De voorzitter:


Even voor mijn beeld: we hebben het dus over het amendement op stuk nr. 15, voorheen nr. 13?

Staatssecretaris Dijksma:


Juist.

Mevrouw Van Veldhoven (D66):

1   ...   5   6   7   8   9   10   11   12   ...   15


Dovnload 498.37 Kb.