Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Het wetsvoorstel Wijziging van de Mediawet 2008 in verband met het toekomstbestendig maken van de publieke mediadienst (34264)

Dovnload 497.49 Kb.

Het wetsvoorstel Wijziging van de Mediawet 2008 in verband met het toekomstbestendig maken van de publieke mediadienst (34264)



Pagina1/14
Datum28.10.2017
Grootte497.49 Kb.

Dovnload 497.49 Kb.
  1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   14


Publieke mediadienst

Aan de orde is de behandeling van:



  • het wetsvoorstel Wijziging van de Mediawet 2008 in verband met het toekomstbestendig maken van de publieke mediadienst (34264).

De voorzitter:


Voor deze wetsbehandeling hebben zich negen sprekers aangemeld. Ik geef als eerste het woord aan de heer Verhoeven van de fractie van D66 als hij zo ver is. Dat geeft mij nog even de tijd om ook de staatssecretaris van harte welkom te heten, evenals zijn ambtenaren, de mensen die meekijken en de mensen die meeluisteren.

De algemene beraadslaging wordt geopend.

De heer Verhoeven (D66):
Voorzitter. Bananasplit, Ranking the stars en De slechtste chauffeur van Nederland. De vraag is waarom dat moet op kosten van de belastingbetaler. Dit soort programma's zie je ook bij de commerciëlen. Dit zei de staatssecretaris een jaar geleden, op 13 oktober, vol bombarie op het Veronicaschip bij de presentatie van zijn plannen voor de publieke omroep. Het waren dus niet mijn woorden, maar dat hadden ze wel kunnen zijn want ik ben het er zeer mee eens. D66 wil namelijk een publieke omroep die publieke meerwaarde creëert door zich aan zijn kerntaak te wijden. Een omroep dus die programma's maakt die verdiepend en vernieuwend zijn, die cultuur belichten en creativiteit ademen en die de zaak eens van een andere kant bekijken. Kortom, de genres nieuws, achtergrondjournalistiek, educatie, cultuur en drama. Verder wil D66 een bestel zonder bevoorrechte positie voor omroepverenigingen, want deze verenigingen zijn oude vehikels uit het verzuilde Nederland. D66 wil een omroep waarin creatieve competitie vooropstaat en waarin de deur openstaat voor iedereen met een goed programma-idee. Dat is pas echte pluriformiteit, zo zeg ik in het bijzonder tegen de ChristenUnie en het CDA.

D66 kan zich dan ook goed vinden in de lijn van de staatssecretaris: in de eerste plaats een publieke omroep die als kerntaak heeft informatie, educatie en cultuur, geen amusement om het amusement en in de tweede plaats het openstellen van de helft van het budget voor programmamakers van buiten, als eerste stap — ik zeg dat er uitdrukkelijk bij — naar een open bestel.

De heer Klein (Klein):
De heer Verhoeven begint te praten over een bestel dat volstrekt vermolmd en verouderd is, dat bestaat uit omroepverenigingen uit een verzuilde structuur en dat hij die eigenlijk weg wil hebben. Mijn eerste vraag is waarom de heer Verhoeven dan geen amendement indient om de omroepvereniging meteen om zeep te helpen. Mijn tweede vraag is of de hele structuur van die verzuiling in feite niet een weerspiegeling is van de samenleving die wij hier in de Tweede Kamer hebben, die evenzo een heel verzuild gezelschap vormt met allemaal partijen uit de vorige eeuw die nog proberen iets klaar te maken.

De heer Verhoeven (D66):


Volgens mij hoef ik geen amendement in te dienen en in de tweede plaats denk ik niet dat de afspiegeling van de Tweede Kamer overeenkomt met de afspiegeling van de omroepen en al helemaal niet van de samenleving. De omroepverenigingen hebben zelf 3,5 miljoen leden en zeggen daarmee de hele samenleving te vertegenwoordigen, maar Nederland heeft 17 miljoen inwoners. Ik denk niet dat dit een goede afspiegeling is.

De heer Klein (Klein):


De politieke partijen hebben net 300.000 leden samen. Hoe kan de heer Verhoeven dan beweren dat zij een afspiegeling vormen? Dat kan hooguit daar waar we praten over de verkiezingen. Die 3,5 miljoen vertegenwoordigen ook maar twee keer — zeker de meeste gezinnen — 7,5 tot 10 miljoen mensen. Dat is dus geen plausibele reden. Veel belangrijker is dat de uitgangspunten die we hebben geformuleerd, uitgaan van een democratisch bestel met omroepverenigingen. Daar hoort uiteraard ook een keuze voor diverse programma's bij. De heer Verhoeven stemt ook in met Ranking the stars als een geweldig fout amusementsprogramma …

De voorzitter:


Mijnheer Klein, ik verzoek u uw vraag kort en bondig te formuleren!

De heer Klein (Klein):


Ja, dus kort en bondig: waarom is D66 nu voor betutteling en voor het ingrijpen in de vrijheid van programmamakers door bijvoorbeeld te zeggen dat Ranking the stars niet hoort?

De heer Verhoeven (D66):


Ik ben het eens met de heer Klein dat de vergelijking tussen de publieke omroepverenigingen en de Tweede Kamerpartijen geen goede vergelijking is. D66 is niet voor betutteling, maar wel voor een publieke omroep die de kerntaak goed uitvoert en ervoor zorgt dat hij de programma's biedt die echt een publieke meerwaarde hebben.

Ik vertelde net dat ik me goed kan vinden in de lijn van de staatssecretaris. Eigenlijk bedoelde ik te zeggen dat ik me goed kón vinden in de lijn van de staatssecretaris, namelijk die van de staatssecretaris van een jaar geleden, van die stoere staatssecretaris die op dat Veronicaschip stond. De wetswijziging die wij vandaag bespreken, is namelijk nog geen schim van de zo luidkeels aangekondigde revolutie die de publieke omroep verregaand zou veranderen. Laat ik het daarom maar zeggen zoals het is. De staatssecretaris maakt zijn grote woorden niet waar. De staatssecretaris levert niet wat hij heeft beloofd. En de staatssecretaris staat vandaag eigenlijk in zijn hemd, met in zijn handen een sterk afgezwakte wet en met zijn enkels vastgeketend aan een loden bal waarop "PvdA" staat. Wat overschiet is een marginale stap vooruit. Wel, zo zeg ik daarbij, in de goede richting, maar het schiet zo niet op.

De wet die we vandaag bespreken is namelijk, zo mag je wel zeggen, het moeizame resultaat van een intrigerend schaakspel op twee borden. Schaakbord 1 staat in Den Haag: de Partij van de Arbeid tegen de VVD. Schaakbord 2 staat in Hilversum: de NPO tegen de omroepen. Op het eerste bord is de staatssecretaris mat gezet door de Partij van de Arbeid. De staatssecretaris haalt verstrooiing weliswaar uit de wet, maar om iedereen tevreden te houden heeft hij vervolgens in de wet gezet dat amusement wel mag als middel, namelijk als drager van de drie kerndoelen informatie, educatie en cultuur. En het mag ook als lokker van publiek. Dus: amusement om publiek te lokken. Ik hoorde net ergens een alarm afgaan. Inderdaad is dit alarmerend nieuws. Oftewel: amusement blijft gewoon in alle denkbare vormen mogelijk op de buis.

Tegelijkertijd strijden op dat tweede schaakbord de NPO en de omroepen. Ze strijden om de macht in Hilversum. De omroepen staan op verlies. Zij dreigen de grip op producties te verliezen, want de NPO wil een machtig en sturend orgaan worden. De strijd is nog niet gestreden. Het voorlopige resultaat is een concessiebeleidsplan, waarover we vandaag overigens niet spreken, met talloze open eindjes en slecht uitgewerkte rafelranden. Dat hebben ook de Raad voor Cultuur en het Commissariaat voor de Media opgemerkt. Het resultaat is dus een publieke omroep die net zo veel amusement mag uitzenden als voorheen — dat is gewoon precies hetzelfde gebleven — ten koste van programma's die echt een publieke meerwaarde hebben. Het resultaat is een bestel dat op papier wordt opengezet voor buitenproducenten, maar in de praktijk juist verstopt zal raken door bureaucratisch getouwtrek. Mijn eerste vraag aan de staatssecretaris is daarom: wat verandert er nu echt, wat is er nog over van uw plannen?

Het moge duidelijk zijn: het plan van de staatssecretaris wás veelbelovend, maar de uitwerking laat helaas veel te wensen over. D66 wil geen verkapte commerciële omroep. Daarom doet mijn fractie vandaag een aantal voorstellen voor een publieke omroep die zich richt op zijn kerntaken, die niet marktverstorend is, die transparant is en die goede checks and balances kent, zodat wordt voorkomen dat een kleine groep mensen alles kan bepalen.

Met deze wet mag amusement worden ingezet om kijkers te trekken naar informatie, educatie en cultuur. Ordinaire kijkcijferprogrammering dus, precies waar de publieke omroep níét voor is bedoeld. D66 heeft daarom een amendement om de zogenaamde sandwichformule weer uit de wet te schrappen. Als het goed is, is dat amendement bij de collega's bekend. Ik hoor graag een reactie daarop van de staatssecretaris.

Eerdere bezuinigingen op de publieke omroep dwingen tot keuzes die naast de medewerkers ook het aanbod raken. Dat betekent niet dat we activiteiten moeten opheffen die voorzien in een publieke behoefte en waarvoor bij de commerciële zenders ook geen plaats is. Dat is namelijk de omgekeerde wereld. Het is bijvoorbeeld de omgekeerde wereld dat zenders als Sterren.nl mogen blijven bestaan, terwijl dat gewoon commerciële concurrenten zijn, zoals 100% NL en TV Oranje. Of neem de wens van de NPO om te snijden in opinieprogramma's. Opinie lijkt mij een typische kerntaak van de publieke omroep. In plaats daarvan strijdt de NPO echter liever voor elke meter amusement.

Intussen verdwijnt Radio 6, de zender voor soul en jazz, per 1 januari. Dit is een station dat juist voorziet in een vraag waarin de commerciële zenders niet voorzien. Dat is de omgekeerde wereld. D66 zal daarom samen met de Partij van de Arbeid straks, diep in de nacht, er een motie over indienen, om zo een volwaardige plek te behouden voor soul en jazz, bijvoorbeeld door deze muziek een goede plek te geven bij Radio 4 en dit ook vast te leggen in het concessiebeleidsplan. Ik krijg hierop graag een reactie van de staatssecretaris.

In het kader van amusement versus de kerntaak vraag ik me af waarom het tweede lid van artikel 2.50, over de profilering van zenders, wordt geschrapt. Deze profilering is bedoeld om kaders te stellen. Ook commerciële radiozenders moeten volgens de zogenaamde clausulering aan tal van eisen voldoen. Met het schrappen van deze bepaling mogen publieke zenders volledig naar eigen inzicht programmeren. In principe vindt D66 het goed om zenders vrij te laten, maar dat moet dan voor alle partijen gelden, dus ook voor de commerciële radiozenders. Daarom vragen wij om die clausulering te schrappen. Ik krijg hierop graag een reactie.

Mijn volgende punt heb ik al vaker aangesneden, namelijk de marktverstoring en de oneigenlijke concurrentie door de publieke omroep. Ik snap heel goed dat het vanzelfsprekend en onvermijdelijk is dat de publieke omroep en de commerciële omroepen in dezelfde kijk- en luistervijver vissen. De staatssecretaris is heel dubbel in dit opzicht. Aan de ene kant is hij heel kritisch op de commerciële nevenactiviteiten van de publieke omroep. Aan de andere kant geeft hij de NPO de commerciële opdracht om meer eigen inkomsten te genereren.

De Ster wil ook steeds verdergaan in het optrekken van de publieke reclame-inkomsten. Dat vindt D66 nergens voor nodig. Daarom stellen wij voor om de maximaal toegestane grens voor reclame zoals die in de wet is geregeld, te verlagen van 10% naar 8% per jaar. Overigens zit de publieke omroep op dit moment nog niet aan die 10%, maar we willen voorkomen dat er onder druk van de oproep van de staatssecretaris om meer geld te verdienen, de komende tijd steeds meer reclame op de televisie komt. Ik krijg hierop graag een reactie van de staatssecretaris.

Ook online — dit is een steeds belangrijker domein voor de publieke omroep en overigens voor alle media — probeert de Ster steeds meer bij te verdienen, bijvoorbeeld door langere reclames op Uitzending Gemist. We gingen al van één reclamefilmpje voor een fragment naar twee van die filmpjes. Als we niet oppassen, gaan we ook nog van 30 seconden naar één minuut. Dat is irritant en onnodig, zeker als die extra reclames bijna niks opleveren. Wat D66 betreft stopt de NPO dus met het oprekken van online reclames. Hoe denkt de staatssecretaris daarover? Is hij bereid om online reclame net als televisie- en radioreclame in de wet te regelen in plaats van via een zogenaamde bindende regeling? Zo is het nu geregeld.

D66 heeft twee voorstellen om de Ster te verbeteren. In de Mediawet staat dat reclames niet mogen aansluiten op programma's van kerkelijke of geestelijke aard. Dat is ook zo'n erfenis uit dat verzuilde Nederland. Wij stellen voor om die bepaling gewoon uit de wet te halen. Wij hebben hiervoor een amendement ingediend. Ik krijg graag een reactie van de staatssecretaris hierop.

De Ster zou zelfs veel meer kunnen verdienen als zij zich zou openstellen voor andere partijen. Nu mag de Ster namelijk naar eigen inzicht adverteerders weigeren. Dat betekent dat de ene commerciële partij, zoals HBO of Netflix, wel wordt toegelaten, terwijl de andere, zoals BNR, wordt geweigerd. Er is dus sprake van volledige willekeur. Dat is misbruik van de machtspositie van de Ster. Wil de staatssecretaris de Ster hierop aanspreken en ervoor zorgen dat de Ster bijvoorbeeld voortaan kruiselings reclames toestaat? Dat wil zeggen dat er op televisie reclame gemaakt mag worden voor commerciële radio, en andersom, dat er op de radio reclame gemaakt mag worden voor commerciële televisieprogramma's.

Een publieke omroep die niet onnodig marktverstorend werkt, bekijkt bij ieder nieuw aanbodkanaal heel goed wat de impact daarvan is. Het is positief dat de staatssecretaris nu kijkt naar een D66-voorstel van vorig jaar over een kerntakentest. Alle woordvoerders hier weten waarover ik het heb. Bij ons werkbezoek vorig jaar naar de BBC hebben we hier namelijk kennis mee gemaakt. De BBC heeft een zeer succesvolle manier om ervoor te zorgen dat niet alleen wordt gekeken naar de publieke impact en de meerwaarde van een programma, maar ook naar de marktverstorende waarde van een nieuwe dienst of een nieuw programma van de publieke omroep. Wanneer stuurt hij zijn brief hierover? Kan dat nog voor het wetgevingsoverleg over de media in november? Betrekt hij daarbij ook de nieuwe aanbodkanalen van de NPO, zoals NPO+? Ziet de staatssecretaris ook de potentiële marktverstorende werking van zo'n nieuw kanaal als NPO+?

Mijn derde punt gaat over de buitenproducenten. Deze wet gaat namelijk ook over de mogelijkheid voor buitenproducenten om programma-ideeën te pluggen bij de NPO. Het idee van de staatssecretaris is goed, al zet hij maar een halve stap. Ik heb al vaak gezegd dat D66 een volledig open bestel wil, waarin er geen garandeerde positie voor omroepen is en waarin eigenlijk iedereen een buitenproducent is. De staatssecretaris heeft een halve stap gezet: hij houdt de omroepen in stand, maar gaat ervoor zorgen dat de buitenproducenten via het NPO-loket wel programma's kunnen aanleveren. In het wetsvoorstel staat dat er minder gegarandeerd geld voor de omroepen is. Dat betekent dat er meer mogelijkheden zijn voor onafhankelijke programmamakers. Dat is een stap in de goede richting van meer pluriformiteit. En dan bedoel ik echte pluriformiteit, dus geen pluriformiteit die zich beperkt tot een aantal omroepverenigingen van vroeger, zo zeg ik nog maar even tegen de heer Klein. Nee, het moet gaan om een pluriformiteit waardoor iedereen in Nederland een programma kan aanleveren.

De NPO en de omroepen vechten momenteel echter een machtsstrijd uit. Eigenlijk is het een woordenstrijd. In de wet staat namelijk niet duidelijk hoe het in de praktijk precies vorm zal krijgen. De omroepen vrezen voor hun onafhankelijkheid. Het Commissariaat voor de Media, de toezichthouder, wil veel duidelijkere procedures en zegt dat het niet goed geregeld is in de wet en dat er een open eind is. De Raad voor Cultuur, een andere adviseur van de regering op dit gebied, zegt dat het bestel niet opener, maar wel complexer wordt. Wat vindt de staatssecretaris van deze kritiek? Wat gaat hij doen om ervoor te zorgen dat we vanavond nog een duidelijk wetsvoorstel hebben? Ik zal hierover straks een aantal vragen stellen, omdat de interpretatie van de staatssecretaris anders lijkt te zijn dan de conclusies van de omroepen en de NPO in hun brief. Zij schrijven zelfs dat de staatssecretaris zegt dat hun oplossing niet in lijn is met het wetsvoorstel dat we vandaag bespreken. Oftewel: er is heel veel ruis op de lijn. Dit moet echt vanavond worden opgehelderd, want anders ontstaat de situatie dat de partijen in Hilversum onderling gaan bepalen hoe de Tweede Kamer het bedoeld heeft. Dat is volgens mij niet de manier waarop we moeten wet geven in dit land.

De hamvraag is wie bepaalt hoe een programma eruit komt te zien. Daar gaat het om. Moeten de omroepen een deal tussen de NPO en de buitenproducenten strikt volgen, of kunnen de omroepen aanpassingen doen op basis van het feit dat zij als enige de uitzendlicentie hebben? De NPO is namelijk een sturende organisatie, maar heeft geen uitzendlicentie. Als de omroepen kunnen afwijken van de deal die is gesloten tussen producenten en de NPO, hoe gaat dit dan in zijn werk? Wordt het niet heel bureaucratisch? Krijgen we dan niet een situatie waarin de producenten als het ware voortdurend in de wachtkamer worden gezet van partijen in Hilversum die met elkaar aan het pingpongen zijn? Ik had het al over het schaakbord, maar pingpongen is een andere manier om heel veel tijd te verliezen. Ontstaat niet de situatie dat de buitenproducenten een idee hebben, maar zitten te wachten tot het eindelijk doorgaat? Daar moeten we echt voor waken. De staatssecretaris zelf zegt dan ook niet tevreden te zijn, maar de NPO en de omroepen schrijven in hun brief dat ze het wel zullen regelen in het concessiebeleidsplein. Graag krijg ik hierop een reactie van de staatssecretaris. Wat is nu leidend, de wet of het concessiebeleidsplan? Hoe gaat hij dat bewaken?

Om te voorkomen dat de ene partij te machtig wordt ten opzichte van de andere partij en dat een kleine groep mensen in Hilversum alles kan bepalen voor een grote groep mensen die televisiekijkt — dat is nog steeds een grote groep — zijn goede checks-and-balances nodig. Dat staat overigens in alle stukken die de afgelopen weken zijn geproduceerd over deze wet. Iedereen is het erover eens dat er goede checks-and-balances moeten zijn. Ja, natuurlijk, maar hoe gaan we die invullen? Het Commissariaat voor de Media en de Raad voor Cultuur zijn ook op dit punt uitermate kritisch, want hoe worden nu precies de verhoudingen? Hoe groot is het risico dat omroepen naast het verlies van onafhankelijkheid op het gebied van produceren, waar ik het net al over had, ook nog journalistieke onafhankelijkheid gaan inleveren? Graag krijg ik hierop een reactie.

Goede checks-and-balances betekenen volgens D66 in ieder geval een duidelijke scheiding van rollen, maar als we iets veel zien in medialand, dan zijn dat wel de dubbele petten. Zo zit de NPO in het bestuur van de Ster, met drie man zelfs. Wat is de reden daarvan? Is de staatssecretaris bereid om de governancestructuur van de Ster nader te onderzoeken?

Mijn fractie staat wel uitermate positief tegenover het idee van de genrecoördinatoren dat via deze wet mogelijk gemaakt zou worden. We zeggen er tegelijk bij: stop dan wel met de net- en zendercoördinatoren die nog los van de directeuren audio en video actief zijn in het hele stelsel van programmeren. Dat geeft namelijk een dubbele, zo niet driedubbele bestuurslaag. Dat is bureaucratisch en zonde van het geld. Wij horen graag een reactie van de staatssecretaris.

Mijn vierde punt gaat over transparantie. Ik heb vijf punten, dus we liggen goed op schema. Dat is ook een van de discussies die heel veel gevoerd zijn. De beste controle van de macht is natuurlijk transparantie. Transparantie zorgt voor tegenwicht en transparantie zorgt daarmee dus ook voor vertrouwen. Dat is wel nodig. Zie bijvoorbeeld de deal die NOS en FOX een aantal maanden geleden probeerden te sluiten over de voetbalrechten. Mijn collega van de VVD en ikzelf hebben daar destijds veel vragen over gesteld, omdat wij echt wilden weten hoe het zat. Het duurde heel lang voordat er eindelijk duidelijkheid was. Die transparantie moet dus goed geregeld zijn.

Neem ook de discussie die nu gevoerd wordt over de tafelgasten van talkshows. Ik vind dat politici zich niet moeten bemoeien met de samenstelling en de kosten van een programma. Zij moeten dus ook niet over de tafelgasten van talkshows praten. Wat ik wel vind, is dat op het moment dat er situaties zijn waarbij private contracten een rol spelen, heel snel door de toezichthouder bekeken moet worden hoe dat zit en of dat niet raakt aan de journalistieke en redactionele onafhankelijkheid. Die talkshowtafelgasten laten zich flink betalen voor hun komst. Ik wil er overigens bij zeggen, voor alle talkshows die kijken: wij politici, wij komen gewoon gratis. Dat vinden wij geen enkel probleem.

Staatssecretaris Dekker:


Jij wel?

De heer Verhoeven (D66):


Oké, ik ben dan de enige die gratis komt. Maar nu wil het verdrietige feit dat De Wereld Draait Door juist geen politici meer aan tafel wil. Waarschijnlijk omdat ze dus geen geld vragen!

De voorzitter:


Volgens mij kunt u op dit onderwerp in de wij-vorm blijven spreken.

De heer Verhoeven (D66):


Oké, dan doen we dat.

Het gedoe over het koningslied is een ander voorbeeld. Dat ging maar door, er was geen duidelijkheid over de kosten en het duurde veel te lang voordat duidelijk was hoe dat contract in elkaar zat. Uiteindelijk moest het gewobd worden en ontstond daardoor weer verwarring over het feit dat het om niet was. Iedereen zei: oh, het is een contract om niet, er is geen geld gevraagd. Ik denk dat het contract nog steeds kan raken aan journalistieke onafhankelijkheid. Het feit dat er een contract lag, vind ik toch merkwaardig. Daar moeten politici niet induiken, maar we hebben wel een toezichthouder die dat zou moeten kunnen. Wat vindt de staatssecretaris ervan om het Commissariaat voor de Media, meer dan nu nog het geval is, de mogelijkheid te geven om als toezichthouder goed en snel inzicht te krijgen in die contracten?

De heer Rutte (VVD):
Als het over transparantie gaat, veer ik op. Dat is een interessant onderwerp en daar heeft de heer Verhoeven een sterke mening over. Dat blijkt ook nu. Die had hij vorig jaar ook, toen hij tijdens een wetgevingsoverleg op een vraag van mijn collega Elias of voor die voetbaluitzendrechten niet gewoon echt alles boven tafel moest komen, zei: ik durf de heer Elias echter best te antwoorden dat ik inderdaad ook neig naar volledige transparantie, zodat wij openbaar kunnen debatteren. Maar ja, daar zitten allemaal wettelijke haken en ogen aan. Vandaag is wetgeving aan de orde. Ik neem aan dat de heer Verhoeven niet in een jaar helemaal tot nieuwe inzichten is gekomen.

De heer Verhoeven (D66):


Absoluut niet. Ik hoorde in mijn citaat twee verstandige nuanceringen die goed bij mijn partij passen. Ik hoorde allereerst dat ik ergens naar neigde. Ik neig op zich naar volledige transparantie, het gaat alleen om het niveau van transparantie. Wij zeggen: wees volledig transparant, maar dan op het niveau van het genre. Dat vind ik ook perfect aansluiten bij de voetbalrechten, want dat is het genre voetbal en niet het programma Studio Sport. Dus hoe concreet en hoe consistent kun je zijn!

Ten tweede …Nou, eigenlijk is dit ene punt al wel genoeg om de vraag te beantwoorden.

De heer Rutte (VVD):
Dat wordt toch wel een beetje kolderiek. We hebben het niet over het genre voetbal maar over het genre sport. Dus alles op het gebied van rechten zou weg worden geveegd in één grote brei genre sport. Maar de heer Verhoeven heeft ook allerhande vragen gesteld over het koningslied. Dat is terecht, dat heb ik ook gedaan. Hoe kunnen nu de antwoorden op al die vragen die hij daarover heeft gesteld, die dan zo nodig transparant moeten worden, heel erg transparant worden als we alleen maar op het onderdeel genre mogen rapporteren? Deze kosten worden dan immers weggeveegd in een genre cultuur?

De heer Verhoeven (D66):


Absoluut. De heer Rutte heeft op dat punt gelijk. Ik wil niet dat politici of Tweede Kamerleden van elke programmatitel kunnen vragen wat het programma precies gekost heeft en wat de begroting ervan was. Dat wil ik niet, omdat bijvoorbeeld de PVV dan zou zeggen dat De Wereld Draait Door wel erg duur is geworden of de ChristenUnie zou zeggen dat Dokter Corrie wel erg duur is geworden. Dat moeten we gewoon niet hebben. Daarom vind ik dat we het op genreniveau moeten doen. Als onze toezichthouder, die wél op een objectieve, afstandelijke manier naar zaken kan kijken, echter zegt dat hij een bepaald contract wil inzien, dan moet er direct helderheid kunnen komen van het commissariaat. Dat zou kunnen gaan om bijvoorbeeld de voetbalrechtencontracten of de situatie met betrekking tot het Koningslied. Wij zeggen dus ja tegen transparantie, maar nee tegen bemoeienis van de politiek op programmaniveau.

De heer

  1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   14

  • Dekker : Jij wel De heer Verhoeven

  • Dovnload 497.49 Kb.