Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Het wetsvoorstel Wijziging van de Mediawet 2008 in verband met het toekomstbestendig maken van de publieke mediadienst (34264)

Dovnload 497.49 Kb.

Het wetsvoorstel Wijziging van de Mediawet 2008 in verband met het toekomstbestendig maken van de publieke mediadienst (34264)



Pagina13/14
Datum28.10.2017
Grootte497.49 Kb.

Dovnload 497.49 Kb.
1   ...   6   7   8   9   10   11   12   13   14
voorzitter:
Ik verzoek de leden maar ook de staatssecretaris zich enigszins te beperken in de vragen en de antwoorden. Met permissie, maar wij zijn een paar dingen aan het herhalen.

De heer Segers (ChristenUnie):


Het gesprek van de afgelopen tien minuten tussen de staatssecretaris en de heer Verhoeven is de perfecte illustratie waarom het amendement op stuk nr. 16 is ingediend. Wij willen meer transparantie maar wij hebben geen zin om op politiek niveau bonnetjes te controleren en na te gaan of er niet ergens iets te veel is betaald. Het amendement op stuk nr. 16 is daarvan een perfecte illustratie. Wij zoeken naar een manier om stevig toezicht te houden en alle kritische vragen die wij hebben, te kunnen stellen. De heer Verhoeven stelt vragen over het lied. Ik zou dat zelf nooit doen, maar hij mag dat doen. Uiteindelijk komen de vragen bij de staatssecretaris, die vervolgens een adres heeft, het commissariaat, waar wordt gekeken naar de afspraken die zijn gemaakt: deugen ze? Kloppen ze? Wij kunnen alle vragen stellen, die wij hebben, en er is een perfect adres voor de antwoorden.

De voorzitter:


De staatssecretaris zal zo dadelijk over het amendement in het geheel een oordeel geven. U hebt hiervoor nu een warm pleidooi gehouden. Wilt u daar nu iets over zeggen, staatssecretaris?

Staatssecretaris Dekker:


Nogmaals, het commissariaat kijkt echt naar de rechtmatigheid. Veel van de onderwerpen waarover wij nu praten, gaan niet over rechtmatigheid. Ze gaan over inzicht krijgen en over gemaakte afspraken, bijvoorbeeld met liedjesschrijvers, die zeggen geen vergoeding te hebben ontvangen, terwijl de NPO aangeeft dat daarvoor wel betaald is. Als de NPO het betaald heeft binnen de kaders van de wet, wordt die vraag niet opgelost. Als de heer Segers daar genoegen mee neemt, vind ik dat prima, maar ik zie dat een ander deel van de Kamer zegt preciezer te willen weten hoe dat is gelopen. Hetzelfde geldt voor bijvoorbeeld de eredivisierechten. Er zit een rechtmatigheidsvraag aan vast. Overigens was daar ook iets mee aan de hand. Het commissariaat heeft daarop ook ingegrepen. De hoogte van de bedragen en wat daarvoor is betaald, is geen kwestie van rechtmatigheid. Dat is heel vaak een kwestie van doelmatigheid en daarop kan het commissariaat niet toetsen.

De heer Segers (ChristenUnie):


Wat het commissariaat dan wel kan doen, is kijken naar de doelmatigheidscriteria die de NPO heeft en die leggen naast het concrete programma en de bedragen die zijn betaald. Klopt wat er is gebeurd dan met de criteria die de NPO heeft opgesteld? Het commissariaat toetst dan niet zelf de doelmatigheid, maar bekijkt of de NPO de criteria op een goede manier heeft toegepast. Dit is een vorm van toezicht die vaker voorkomt. Het is een rol die het commissariaat vaker vervult, volstrekt legitiem. Ik wijs er nog maar een keer op dat de omroepen en de NPO hiermee prima uit de voeten kunnen en dit graag zouden willen. Dit helpt ons om een hele ongemakkelijke discussie die wij hier voeren, te voorkomen. Het was inderdaad een warm pleidooi en ik zet er nu maar een streep onder.

Staatssecretaris Dekker:


Het is een beetje hoe je het amendement leest. Het amendement regelt dat een taak wordt toegevoegd aan het takenpakket van het commissariaat: het toezicht houden op de procesafspraken en de criteria die de raad van bestuur van de NPO opstelt om de doelmatigheid te realiseren. Het commissariaat ziet alleen toe op het proces en niet op de doelmatigheid van de NPO zelf. Als je dat zou vragen, vraag je aan het commissariaat of de NPO de wet uitvoert en daarin staat onder andere die check op doelmatigheid. Dat zou kunnen. Ik weet niet of dat een oplossing is voor veel vragen die hier leven, bijvoorbeeld over zo'n Koningslied en over de eredivisierechten. Als ik het zo mag uitleggen en niet als een check op de doelmatigheid, kan ik er een heel eind in mee gaan. Ik zou dan zelfs het oordeel aan de Kamer willen laten. Het is echter geen oplossing voor het vraagstuk dat wij hier bediscussiëren.

De voorzitter:


Wij hebben straks nog een moment om daarop terug te komen, omdat wij dan alle amendementen langsgaan. Ik zag de heer Bosma nog, of nee, toch niet. Wij gaan verder naar het volgende blok. Ik kijk even naar de staatssecretaris.

Staatssecretaris Dekker:


Als iedereen het gevoel heeft dat ik alle vragen over transparantie en checks-and-balances heb beantwoord, ga ik snel door naar het volgende blok. Er is een aantal vragen gesteld over de regio. Wij zien bij de regio dezelfde uitdagingen als bij de landelijke publieke omroep: teruglopend bereik, verouderend publiek en een kwetsbare financiële positie. Ik ben blij om te horen dat er veel steun is in de Kamer voor de afspraken die wij hebben gemaakt met ROOS om richting één regionale publieke omroep te gaan, met daarbinnen onafhankelijke redacties op provinciaal niveau.

In het wetsvoorstel dat vandaag voorligt, wordt een eerste stap gezet richting het nieuwe regionale publieke mediabedrijf. Het is overigens een kleine stap. Ik kom volgend jaar met een nieuw wetsvoorstel waarin ik dit langs de contouren van de brief zoals ik die heb gestuurd verder ga ik uitwerken. Ik zal heel veel van de vragen die zijn gesteld schriftelijk beantwoorden. Dan kunnen wij daar in het wetgevingsoverleg wat uitvoeriger over praten. Ik pak er echter toch even een paar dingen uit, omdat ik het gevoel heb dat die belangrijk zijn voor de Kamer.

Het eerste betreft een concreet onderdeel dat wel in deze wet staat, namelijk de looptijd van de concessieperiode. De heer Mohandis vroeg waarom die nu op vier jaar wordt gezet. Dat is om ervoor te zorgen dat de concessietermijn van de regionale omroep gelijk gaat lopen met die van de landelijke omroep. Dat maakt het beter voor de toekomst. Als je gezamenlijk in de nieuwe concessieperiode stapt, kun dan goede afspraken maken over de samenwerking tussen landelijk en regionaal. De regionale en de landelijke omroep moeten immers nauwer samenwerken. Wat mij betreft is het wel eenmalig. Daarna kan de concessie steeds weer gewoon voor tien jaar worden verlengd.

Een andere vraag die werd gesteld, is of er nog wat kan worden gedaan aan de 17 miljoen bezuinigingen waar de regio voor staat. Die bezuinigingen zijn al doorgevoerd en zitten ook al in de begroting. Als de heer Grashoff die wil terugdraaien, zal hij op zoek moeten naar dekking. Ik denk ook dat het niet nodig is. Wij vragen aan heel veel sectoren in Nederland om een bijdrage te leveren aan de grote financiële opdracht waar wij voor staan. De bezuinigingen op de landelijke publieke omroep zijn echt nog een stuk forser dan die waar de regionale omroep voor staat. In de plannen van de regionale omroepen zie ik dat zij inmiddels in staat zijn om die 17 miljoen op zo'n manier te verwerken dat dat niet ten koste gaat van de programmering, maar zo veel mogelijk komt uit betere samenwerking en het delen van allerlei services.

De voorzitter:
Mijnheer Grashoff, ook hier zou ik willen wachten met het toestaan van interrupties totdat het blok klaar is. Als dat het geval is, horen wij dat.

Staatssecretaris Dekker:


Er is een aantal vragen gesteld over Friesland. Ik neem dat punt zeer serieus. Ik wil ook, zo zeg ik tegen de heer Heerma, het gesprek aangaan met BZK en provincie om te bekijken hoe wij dat specifiek kunnen borgen. Hij had het ook over geld dat daarbij komt kijken. Er is nu al extra geld beschikbaar voor Omrop Frieslân. Wat mij betreft blijft dat in de toekomst ook zo. Wij moeten kijken hoe wij een goede koppeling kunnen maken. De vraag is hoe het straks een plekje krijgt als wij naar die nieuwe RPO gaan.

Er is ook gevraagd of wij kunnen werken met regionale omroepen per provincie. Dat zou mijn voorstel zijn, zeker voor deze komende concessieperiode. Laat ik er ook helder over zijn dat wat mij betreft bij een concessieperiode degene die de concessie aanvraagt een voordracht kan doen over de wijze waarop hij dat wil doen. Dat is een van redenen dat ik er niet onmiddellijk voorstander van ben om dat in een wet te regelen. Dat betekent namelijk dat je bij een eventuele wijziging van zo'n concessie onmiddellijk weer de hele wet zou moeten wijzigen, terwijl wij niet weten hoe het er over vijf jaar uitziet. Ik kan mij best voorstellen — dat is een beweging die je toch al ziet, met de lokale omroepen — dat er wat meer wordt gekeken naar streekomroepen, zoals in de Achterhoek. Dat is natuurlijk een omlijnd gebied. Je zou ook kunnen zeggen dat je meer op dat niveau moet gaan zitten. Als je dat in de wet regelt, maak je het heel moeilijk om daar flexibel in te zijn. Ik doe dat dus liever per regeling.

De heer Van Dijk had nog een mooi, maar wel wild plan om de regionale journalistiek te versterken en om dezelfde bezuiniging terug te draaien. Ik ben het niet eens met het voorstel om 5 miljoen extra aan de regionale omroepen te geven. Het Stimuleringsfonds voor de Journalistiek is net gestart met een regeling om de regionale journalistiek te versterken. Daarvoor is in de komende vier jaar zo'n 1,8 miljoen beschikbaar. Ik stel voor om eerst eens even te bezien wat deze regeling gaat opleveren. Verder heb ik wel een bezwaar bij de dekking die de heer Van Dijk noemde, ook van die extra 10 miljoen. Ik ga niet over de manier waarop het Rijk zijn voorlichting inricht. Ik heb ook niet de indruk dat we daar zomaar even 10 miljoen bij weg kunnen halen.

Tot zover mijn punten over de regio. Ik zeg nogmaals dat ik heb toegezegd het een en ander schriftelijk te doen. Ik wil er echter absoluut ruimte voor bieden als een van de leden toch zegt: ik heb nog een belangrijk punt voor dit debat.

De voorzitter:
Voor de goede orde zeg ik dat het wetgevingsoverleg zal plaatsvinden op 16 november. De heer Grashoff stond als eerste bij de interruptiemicrofoon, dus hij mag als eerste zijn vraag stellen.

De heer Grashoff (GroenLinks):


De regionale omroepen, en overigens ook sommige lokale omroepen, worden hier alom gewaardeerd. We zijn met elkaar zover dat we zeggen: zij hebben een buitengewoon belangrijke taak. We zien dat die taak al jaren ongelooflijk smal is. Nu komt er een wetsvoorstel dat, terecht, een bundeling veroorzaakt. Mijn fractie kan op zich achter die bundeling staan. Maar in deze situatie is het toch logisch dat we de efficiencywinst die we met die bundeling kunnen boeken, steken in de versterking van dat al zo magere stelsel? Dat is toch geen rare vraag? Die hangt toch nauw samen met deze stelselherziening?

Staatssecretaris Dekker:


Heel veel sectoren hebben de broekriem moeten aanhalen. Dat geldt ook voor de omroepen. De landelijke publieke omroep heeft een bezuiniging van 250 miljoen te verwerken gekregen. Daarbij tel ik de bezuinigingen uit twee kabinetsperiodes bij elkaar op. Ik vind het niet onredelijk dat we ook aan de regionale omroep vragen om een bijdrage te leveren aan de grote financiële uitdaging waar we voor staan, namelijk om ervoor te zorgen dat de uitgaven van het Rijk een beetje passen bij de inkomsten. Ik zie dat de bijdrage die wij vragen, kan worden opgevangen door efficiencymaatregelen. Ik constateer ook dat deze maatregel niet ten koste hoeft te gaan van de programma's voor kijkers en luisteraars.

De heer Grashoff (GroenLinks):


Ik kan niet anders dan hier vaststellen dat dit voor mijn fractie een buitengewoon zwaarwegende zaak is en dat ik buitengewoon ongelukkig ben met dit antwoord. Ik zal het er voor dit moment mee doen, maar dit geeft te denken.

De heer Jasper van Dijk (SP):


Volgens mij erkent de staatssecretaris dat het niet goed gaat met de regionale nieuwsvoorziening en dat er daarbij sprake is van verschraling. Vervolgens wordt er echter wel 17 miljoen bezuinigd. De staatssecretaris zei daarover zojuist: die bezuiniging gaat niet ten koste van de programmering of van de redacties. Ik heb begrepen dat wel degelijk ongeveer 4 miljoen of 5 miljoen van die 17 miljoen ten koste van de programmering en de redacties gaat. Ontkent de staatssecretaris dat?

Staatssecretaris Dekker:


Ik heb aan de regionale omroepen gevraagd om tot hun meest ultieme efficiencyslag te komen. Het overgrote deel van de winst zit toch in die bundeling, maar pin me er niet op vast want het kan best zijn dat er nog een klein staartje is dat uiteindelijk ook wel bij de redacties terechtkomt. Het overgrote deel van de winst zit echter in het feit dat we afstappen van het idee dat er straks dertien autonome, aparte organisaties zijn, dertien directeuren, dertien technische afdelingen, dertien personeelsadministraties, et cetera, et cetera. Als je dat allemaal bundelt, kun je daar een heel groot deel van die 17 miljoen mee uitsparen.

De heer Jasper van Dijk (SP):


De goede luisteraar hoort al dat de staatssecretaris in feite erkent wat ik net zei. Er zal dus ook gesneden worden in de redacties. Het geeft dan natuurlijk geen pas als enerzijds wordt gezegd dat een sterke regionale nieuwsvoorziening belangrijk is, en anderzijds op die regionale nieuwsvoorziening wordt bezuinigd. Dan moet je gaan zoeken naar oplossingen. Ik heb er een gegeven. Volgens mij is die heel realistisch. Er zijn echt heel veel voorlichters en het Rijk kan daar gewoon op bezuinigen. Als de staatssecretaris dat geen goede dekking vindt, dan zou hij zo fair moeten zijn om te zeggen: ik wil niet dat er op de kwaliteit van de regionale nieuwsvoorziening wordt bezuinigd, dus ik zal zoeken naar een andere dekking. De staatssecretaris mag dus kiezen: gaat hij met mij mee, of zoekt hij zelf een dekking?

Staatssecretaris Dekker:


De hele discussie over de bezuinigingen op de regionale omroep hebben we anderhalf jaar geleden al gehad. Ik begrijp de positie van de heer Grashoff heel goed, want ik geloof dat GroenLinks daar grote moeite mee had en destijds misschien wel tegen het wetsvoorstel heeft gestemd. Een en ander heeft ervoor gezorgd dat die 17 miljoen gewoon is ingeboekt. Met dit wetsvoorstel maken wij het mogelijk dat de regionale omroep die 17 miljoen op zo'n manier kan verstouwen dat het zo min mogelijk ten koste van het maken van programma's gaat. Ik hoop daarvoor in ieder geval de steun van de Kamer te krijgen.

De heer Rutte (VVD):


De VVD is een partij die het middel motie minimaal probeert in te zetten, want anders krijg je zo'n motie-inflatie. Ik heb een specifieke vraag gesteld over de mogelijkheid om iemand met aandacht voor het Fries in de raad van toezicht van de RPO te krijgen. Komt daar nog een schriftelijk antwoord op of kan de staatssecretaris nu al toezeggen dat hij dat een heel goed idee vindt? Dat bespaart mij weer een motie.

Staatssecretaris Dekker:


Dat is een van de dingen die ik een goed idee vind.

De voorzitter:


We zijn toegekomen aan het laatste blok van de staatssecretaris. Ik vraag de leden alvast of zij meteen daarna kunnen beginnen met hun tweede termijn. Ik begrijp dat dit het geval is. Dat dacht en hoopte ik al. Ik geef het woord weer aan de staatssecretaris.

Staatssecretaris Dekker:


Er zijn wat vragen gesteld over het Mediafonds en het NPO Fonds, gezien het stopzetten van het Mediafonds per 1 januari 2017. Het is goed dat de NPO conform de motie-Verhoeven 16,6 miljoen euro oormerkt voor het media-aanbod dat nu nog door het Mediafonds wordt gemaakt. Het gaat dan voornamelijk om het aanbod van bijzondere culturele aard zoals documentaires en dramaseries. Dat moet daar wel in de totale financiering verwerkt worden. Tegelijkertijd vind ik dit typisch iets wat heel erg past bij de publieke taak van de publieke omroep.

Er zijn vragen gesteld over reclame. De heren Verhoeven en Grashoff vragen om een beperking van de reclame op de publieke omroep, zowel op televisie als online. Ik vind dat geen goed idee. Een van de dingen die we hebben afgesproken in het regeerakkoord is juist dat we wat ruimte willen geven aan de publieke omroep om een deel van de bezuinigingen die zij op zich af zien komen, te ondervangen met een iets grotere mogelijkheid om eigen middelen te verdienen. Inmiddels voert de NPO dit beleid uit door de wettelijk toegestane reclamezendtijd beter te gebruiken. Het gaat dus niet om een verruiming van de wettelijke kaders, maar om het beter gebruikmaken van de ruimte die er is. De NPO heeft overigens minder reclamemogelijkheden dan de commerciële omroepen. Ik heb daar al eerder wat over gezegd. De publieke omroep mag jaarlijks maximaal 10% van zijn totale zendtijd gebruiken voor reclame. Bij de commerciëlen is dat twee keer zo hoog. Een verdere inperking van de ruimte van de publieke omroep zou ik willen voorkomen.

De heer Verhoeven heeft vragen gesteld over het bestuur, de governance van de Ster. Het gaat mij te snel om nu te zeggen dat de NPO uit het bestuur van de Ster zou moeten. Ik ben wel bereid om te onderzoeken of de bestaande governancestructuur nog steeds de beste is, gelet op de veranderingen in het speelveld.

De heer Verhoeven stelde een vraag over het gebruik van Flash Player. Dit lijkt mij typisch iets waarover de NPO zelf zou kunnen gaan. Ik heb niet de indruk dat wij vanuit Den Haag moeten gaan voorschrijven welke techniek er wordt gebruikt.

Er is gevraagd of ik een reactie wil geven op de brief van de media valley. Die brief is vorige week al binnengekomen, maar ik heb in alle drukte nog geen tijd gehad om die te bestuderen. Ik zal dat nog wel doen. Ik zal nagaan met mijn collega's van andere departementen — ik begrijp dat de brief ook andere terreinen beslaat — hoe we daarmee omgaan. Ik wil nog niet vooruitlopen op een formele kabinetsreactie, maar ik spreek met de Kamer af dat ik er meer informatie over geef tijdens het WGO.

De heer Bosma stelde vragen over een Turkse popzender. Ik denk dat hij doelde op het voornemen van de NPO om het nieuwe kanaal NPO FunX Turkpop te starten. Dit kanaal is nog niet gestart, maar is aangevraagd in het concessiebeleidsplan. Ik gaf al aan dat ik niet te veel kan zeggen over die hele procedure, maar de heer Bosma heeft uiteraard het advies van de Raad voor Cultuur gezien, die daar ook bijzonder kritisch over is.

De heer Bosma (PVV):
Leuk dat de Raad voor Cultuur er iets van vindt, maar ik ben heel benieuwd wat de staatssecretaris ervan vindt, zeker bezien in het licht van kreten over integratie. Waarom zouden we er überhaupt over praten dat we in Nederland Turkse zenders beginnen? Die mensen integreren, wordt geroepen, net als dat die mensen moeten integreren. Maar dan gaan we ze met Nederlands belastinggeld toch weer aanspreken op het feit dat het Turken zijn.

Staatssecretaris Dekker:


De heer Bosma loopt op de zaken vooruit. Er moet nog een formeel besluit over worden genomen. Net zo goed als ik hier niet in detail ben ingegaan op eventuele besluiten rond Radio 6, rond NPO Plus en alle andere aanbodkanalen, zou ik dat hierbij ook niet willen doen. De heer Heerma hield een heel betoog over integratie en gedeelde waarden. Dat is echt een taak voor de publieke omroep. Volgens mij heeft de Raad voor Cultuur in dat licht kritische kanttekeningen geplaatst bij het voornemen om zo'n nieuw kanaal te beginnen.

De heer Bosma (PVV):


Dus de staatssecretaris is ertegen, begrijp ik.

Staatssecretaris Dekker:


Ik heb op dit punt gezegd wat ik op dit moment wil en kan zeggen.

Tot slot. De heer Rutte heeft gevraagd om een verruiming van de eigendomsbeperkingen van de radiokavels: loopt de inwerkingtreding op met de inwerkingtreding van deze wet? Deze wet regelt dat niet een-twee-drie. Dat vraagt een aanpassing van lagere regelgeving. Ik zal bekijken hoe dat op een goede manier kan gebeuren, opdat het ook juridisch sterk is. Uiteraard hoort bij aanpassingen van de eigendomsbeperkingen ook dat door degenen die de kavels hebben, een redelijke prijs wordt betaald. Dat zou kunnen in het zogeheten SEO-model. Als dat allemaal eerder kan, per 1 januari 2016, zal ik daartegen geen bezwaar hebben.

De voorzitter:
Ik dank u voor de beantwoording in eerste termijn. We gaan door met de tweede termijn. Het woord is aan de heer Verhoeven, die daar helemaal klaar voor is, zie ik.

De heer Verhoeven (D66):


Voorzitter. Dank aan de staatssecretaris die alle vragen in een vrij kort bestek heeft beantwoord en daarbij ook is ingegaan op in ieder geval de door D66 gestelde vragen. De staatssecretaris begon goed in zijn periode. Hij was een staatssecretaris met veel ambitie die de drive had om de publieke omroep ingrijpend te veranderen. Hij heeft daar ook ideeën voor gelanceerd, op een heel enthousiaste en bombastische wijze. Ik moet echter concluderen dat hij op de twee belangrijkste punten met lege handen staat en dat er heel veel uit de wet is gehaald, waardoor het een minder goede wet is geworden. Ik zeg er gelijk bij dat het geen schadelijke wet is geworden. De ambitie van het Veronicaschip is echter volledig weg en ik denk ook dat de staatssecretaris zelf zich ook niet helemaal prettig voelt over het verschil tussen dit jaar en het vorig jaar. Ik heb er genoeg over gezegd. Het is geen theater van mijn kant. Ik vind dat twee grote elementen uit deze wet er vakkundig uit zijn gesloopt, eerst door de PvdA waarschijnlijk in de discussie tussen de coalitiepartijen en daarna door de omroepen en de NPO. Vervolgens is dat werk sierlijk afgemaakt door de combinatie CDA-ChristenUnie op basis van een brief die de vorige week is verstuurd. Het is eigenlijk heel triest dat een brief bepalend is voor de manier waarop een wet geïnterpreteerd gaat worden. Het is waarschijnlijk een unicum en ik vind het geen positieve situatie. Maar goed, het is nu eenmaal zo. Ik zit er misschien wat strakker in. Ik vind wetgeving leidend en de Kamer vindt eigenlijk een brief leidend. Prima, ik heb het gezegd en daarmee blijven we dus met dit punt zitten. Amusement blijft en het bestel gaat niet echt open. Ik vind het serieus twee gemiste kansen van een plan dat in aanleg beter was dan het nu is.

De heer Mohandis (PvdA):


Het was een beetje uitlokking toen de heer Verhoeven zei dat de Kamer een brief volgt. Volgens mij hebben we die discussie gehad en is de conclusie dat iets wat in de uitwerking goed geregeld moet worden in lijn kan zijn met de wet. Deelt de heer Verhoeven dat met mij?

De heer Verhoeven (D66):


Ik ben ook moe en ik schiet bijna in de lach omdat ik de situatie kolderiek vind en omdat ik weet dat de staatssecretaris en de coalitie er echt anders over denken. Ik vind echter dat de wet op twee belangrijke punten vrij open geformuleerd is. Mijn tijd loopt overigens door, maar ik maak mij daar verder niet druk over. Er is ruimte gecreëerd in deze wet om amusement op een zeer brede manier in te blijven zetten, terwijl de staatssecretaris heeft gezegd dat bepaalde programma's niet meer bij de publieke omroep horen. Maar als je nu naar de wet kijkt, zie je dat deze programma's binnen deze wet passen. Dat is nog vrij duidelijk en daarover heeft de staatssecretaris vrij onomwonden gezegd dat dit inderdaad het geval is. Hij heeft ook gezegd dat hij gaat toetsen. Deze staatssecretaris heeft een hoop niet goed gedaan, maar hij heeft nog nooit tegen me gelogen. Ik wil hem dat nog wel eens waar zien maken. Ik wacht dat dus af.

Op het punt van het open bestel heb ik echter gewoon afgehaakt. Op dat punt ben ik echt van mening dat een brief nu leidend wordt gemaakt in de interpretatie van een wet die bewust heel open is gehouden. Dat mag, maar ik vind het niet verstandig. Ik zou hebben gezegd dat duidelijk moest worden gemaakt wat er in de wet moet staan, maak een artikel en schrijf een memorie van toelichting, laat ze op elkaar aansluiten en laat je niet door een brief vastleggen op de manier waarop een wet moet worden uitgevoerd.

De heer Mohandis (PvdA):
Akkoord op het laatste punt, maar ook een wetsvoorstel moet uiteindelijk landen in een uitwerking en moet op een serieuze manier een kans krijgen. Mijn interpretatie van de brief van de omroepen en de NPO is dat er ook gekeken is hoe dit op een goede manier kan worden ingevuld. Het pleidooi van de heer Verhoeven dat het voorstel van de NPO en de omroepen niet overeenstemt met de wet is niet helemaal juist, want uiteindelijk gaat het om de uitvoering. Dat weet de heer Verhoeven ook.

De heer

1   ...   6   7   8   9   10   11   12   13   14

  • Jasper van Dijk
  • Dekker : Dat is een van de dingen die ik een goed idee vind. De voorzitter
  • Bosma

  • Dovnload 497.49 Kb.