Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Historische wandelingen door de Indische Buurt: Verzuiling

Dovnload 98.89 Kb.

Historische wandelingen door de Indische Buurt: Verzuiling



Pagina1/3
Datum02.08.2017
Grootte98.89 Kb.

Dovnload 98.89 Kb.
  1   2   3

Historische wandelingen door de Indische Buurt: 2. Verzuiling

Inleiding

Deze eerste historische wandeling begint en eindigt bij de bibliotheek op het Javaplein en is ongeveer vier kilometer lang. Tijdens deze wandeling krijg je vooral zicht op de verzuilde samenleving die de Indische Buurt vooral voor de Tweede Wereldoorlog was: niet alleen christenen van diverse achtergrond maar ook socialisten, communisten en nationaal-socialisten organiseerden zich binnen hun eigen wereldbeeld. Bijzondere aandacht is er voor de Joodse Indische Buurt, die door de deportatie en uitmoording van de Joodse bevolking in de Indische Buurt is verdwenen.

We lopen via het Makassarplein, waar aan het begin van de twintigste eeuw een wielerbaan lag, langs de voormalige synagoge in de Molukkenstraat, naar het zuidoostelijk kwadrant van de Indische Buurt, waar in de jaren dertig op het Sumatraplantsoen door de communisten grote demonstraties werden gehouden. Daarna steken we over naar de voormalige Rooms-Katholieke enclave rond de Gerardus Majellakerk. Rond het Ambonplein vinden voor de Tweede Wereldoorlog ernstige schermutselingen plaats tussen communisten en nationaal-socialisten. We lopen via de Lutherse kapel, het communistisch bolwerk aan de Minahassastraat en de Marokkaanse moskee naar het noordwestelijk kwadrant van de buurt.

De blokken tussen Celebesstraat, Ajtehstraten en Borneostraat vormen - met uitzondering van de Zeeburgerdijk - het oudste deel van de Indische Buurt. Hier vinden we zowel een voor- als een naloper van de Gerardus Majellakerk aan het Ambonplein. De voormalig Nederlands-Hervormden (nu PKN) zitten nog steeds in de Javastraat, waar ze ooit ook begonnen. We bezoeken de lokatie waar vroeger de hoofdzetel van de S.D.A.P. gevestigd was en bekijken ook de sinds enige tientallen jaren gevestigde Turkse moskee aan de Zeeburgerdijk. De Doopsgezinden zijn uit de buurt verdwenen.

Het is bijzonder om te zien hoe al deze zuilen zich in eerste instantie afgescheiden van elkaar organiseerden en probeerden assimilatie met de andere groepen te vermijden. Overigens hield die verzuilde samenleving geen stand. Met name de jeugd kwam elkaar steeds meer tegen over de schuttingen van de verzuiling heen. Dit leidde na de Tweede Wereldoorlog uiteindelijk tot een gezamenlijke welzijnsaanpak, waarin de diverse zuilen ten dele opgingen. Inmiddels zijn in de buurt door immigratie weer nieuwe zuilen verschenen, waarvan de rond de moskee georganiseerde Turkse en de Marokkaanse de grootste zijn. Maar ook Surinaamse, Antilliaanse en Hindoestaanse groepen trekken regelmatig nog steeds min of meer verzuild op. Ook hier is het vooral de jeugd die over de schuttingen kijkt.

Start wandeling 2

We starten de wandeling bij de bibliotheek op het Javaplein, gaan links af en slaan op het Javaplein weer links af, de Molukkenstraat in. We steken even over en wandelen door de Molukkenstraat richting de Zeeburgerdijk. Wanneer we bij de Niasstraat komen, gaan we naar rechts, de Niasstraat in, richting het Makassarplein (1).

De wielerbaan

Eind negentiende eeuw worden op diverse plaatsen in de stad wielerbanen aangelegd. De wielersport is een uitvinding van de tweede helft van de negentiende eeuw. De eerste wielerwedstrijd wordt op 31 mei 1868 in Parijs gehouden en weldra verspreiden zich de wielerbanen over het continent.

Eind 1900 richt Bouwmaatschappij Nassaukade zich tot B & W Amsterdam met het verzoek een wielerbaan te mogen oprichten op een terrein aan de Zeeburgerdijk naast Hotel en Café Zeeburg, ongeveer daar waar nu het Makassarplein is gelegen. Het gaat in feite om een verplaatsing van de in 1895 ter gelegenheid van de Tentoonstelling van 1895 gebouwde, houten wielerbaan uit het Willemspark. wielerbaan zeeburgerdijk

In juli 1901 is de volledige verplaatsing voltooid, waarbij de baan in tegenstelling tot in het Willemspark op een gemetselde fundering wordt gelegd. Op zondag 28 juli 1901 vindt de eerste wielerwedstrijd plaats: een 50-kilometerrace met gangmaker en vele andere, kleine races. Deelnemer is onder andere Jaap Eden, die overigens niets wint.

Het gaat niet voorspoedig met de wielerbaan, die ver van de stad gelegen is. Daarom wordt het repertoire al spoedig verbreed. Zo treedt in juli 1902 een zogenaamde Bedoeinengroep op, bestaande uit 70 personen, te weten Bedoeinen, Derwischen en Berber-negers met 20 Arabische volbloedhengsten, 12 renkamelen en 4 Egyptische ezels. De Bedoeinen maken een Europese tournee en hebben al opgetreden in Dresden, Berlijn, Leipzig, Glasgow, Kopenhagen, Aken en Keulen. In de winter van 1902 op 1903 wordt de wielerbaan gebruikt als verblijfplaats voor een detachement Cavalerie. Pas in juli 1903 starten de wielerwedstrijden weer, na een jaar te hebben stilgelegen.

De wielerwedstrijden worden nu met regelmaat voortgezet, met als toevoeging atletische (hardloop en snelwandel) wedstrijden. Ook het touwtrekken komt op het programma van de baan. In augustus 1905 houdt de Nationale Oranje-Bond ‘Wat ook vall’, trouw staat pal’ op Koninginnedag een vliegerwedstrijd, een bokkenwedstrijd en een wielrenwedstrijd. Het Oranjefeest wordt in 1906, 1907 en 1908 herhaald.

De wielerbaan wordt er inmiddels niet beter op. Wielertijdschrift De Fiets beklaagt zich er eind 2008 over en stelt dat het nodig is dat Amsterdam een nieuwe wielerbaan laat aanlegen, zodat men niet meer gebruik hoeft te maken van de haveloze ouderwetse baan aan de Zeeburgerdijk. Ook de publieksbelangstelling voor de wielersport lijkt tegen 1910 af te nemen, gezien het teruglopend aantal bezoekers. Men tracht de zaak in leven te houden door het organiseren van allerlei andersoortige activiteiten, zoals circussen etc.

In 1915 wordt de oude wielerbaan aan de Zeeburgerdijk uiteindelijk definitief afgekeurd. Plannen zijn nu om aan de Amstelveenseweg een nieuwe baan te bouwen. De Gemeente neemt het terrein van de Zeeburgse wielerbaan inclusief Hotel Zeeburg voor 200.000 gulden over, om er woningbouw te gaan realiseren. De wielerbaan wordt gesloopt.

Na het slopen van de wielerbaan worden begin jaren twintig de eerste huizenblokken opgetrokken rond wat dan nog het Niasplein heet. De bouw trekt een groot aantal kleine projectontwikkelaars, wat een rommelig geheel oplevert. Het plein zelf krijgt een speeltuinbestemming.

Het huidige Makassarplein heet in eerste instatie Niasplein. Het Niasplein wordt in de jaren twintig onder andere door de S.D.A.P. gebruikt om verkiezingsbijeenkomsten te houden. Vanaf 1928 wordt – mede op verzoek van Buurt- en Speeltuinvereniging Insulinde – een speeltuin op het plein ingericht, waar door de vereniging regelmatig evenementen georganiseerd worden. Een groot evenement is de op zondag 21 september 1928 op het Niasplein gehouden turn- en atletiekdemonstratie door de Amsterdamsche Turnbond. Aan deze demonstratie gaat een gezamenlijke tocht van turners en turnsters door de Indische Buurt vooraf.niasplein

Vanaf 1929 gaat het Niasplein voortaan als Makassarplein door het openbare leven, alhoewel tot 1933 de naam Niasplein incidenteel nog gebruikt wordt. Het plein wordt intensief gebruikt voor sportwedstrijden. Met name het korfbal (korfbalclub Archipel) is populair. Tot in de jaren zeventig wordt op het plein korfbal gespeeld.

In de buurt rond het Niasplein woonden voor de Tweede Wereldoorlog veel Joodse families. Typisch Joodse beroepen waren diamantbewerker, slager en handelaar/venter. Onderzoek heeft uitgewezen dat alleen al uit de Makassarstraat in de Tweede Wereldoorlog minimaal 44 Joodse buurtbewoners door de nationaalsocialisten naar Midden Europa afgevoerd werden en om het leven gebracht.c:\users\903929\desktop\persoonlijk\indische buurt\historisering ib\wandeling 2\p1010006.jpg

We steken even door via de Gorontalostraat naar de Javastraat. Op dit stukje, wat inmiddels volledig vernieuwd is, was destijds het Leger des Heils gevestigd (2). Vooral in Joodse en communistische kringen werd het Leger gevreesd wegens zijn kinderlokkende vermogens. Met name rond de kerst werd aan alle buurtkinderen hier wat lekkers of een kadootje aangeboden. Dit leidde dan regelmatig tot bijwonen van christelijke bijeenkomsten door die kinderen, waarvan natuurlijk de bedoeling bekering was. De C.P.N. vestigt als noodmaatregel zich tegenover het Leger des Heilspand in de Gorontalostraat met het Thälmannhuis.

Het Thälmannhuis

Op Gorontalostraat 53 is vanaf december 1933 het Ernst Thälmann-huis gevestigd, vlak tegenover het lokaal van het Leger des Heils. Het Thälmann-huis is genoemd naar de leider van de Duitse communistische partij, Ernst Thälmann, die op dat moment gevangen is genomen door de Nationaal-Socialisten en uiteindelijk in 1944 geëxecuteerd zal worden. Het Thälmann-huis is bedoeld voor de revolutionaire jeugd van de Indische Buurt, de Pioniers, om er te knutselen, te studeren, te werken en te vergaderen. Het Thälmann-huis zet zich daarbij sterk af tegen het aan de overkant gelegen Leger des Heils, zoals blijkt uit onderstaand artikel uit de Tribune van 2 januari 1934.

DE HEILSSOLDAAT LIGT OP DE LOER

Zorgt, dat de Pioniers werken kunnen!

Tweede Kerstdag. Voor het gebouw van het Leger des Heils staat een heilsoldaat, die probeert de voorbijgaande kinderen het gebouw binnen te lokken. Een paar jongens, die aankomen loopen, op weg naar het Thaelmannhuis aan den overkant, loopen bijna in de armen van den man.

- Jongens! Komen jullie hier binnen! noodigt hij vriendelijk uit.

- Nee! zegt er een, we gaan naar het Thaelmannhuis!

- Kom maar bij ons! zegt de heilsoldaat. Hier is het veel gezelliger! Je krijgt er bovendien allemaal wat lekkers!

De jongens laten zich echter niet overhalen. Ditmaal had de zieltjesjager geen succes, maar zal hij altijd zoo bot vangen? Voortdurend ligt het heilsleger op den loer om de arbeiderskinderen in zijn netten te krijgen: Onze pioniersbeweging heeft daar nu een krachtig tegenwicht voor gekregen in het Thaelmannhuis in de Gorontalostraat, waar wij reeds eerder over schreven.

Met de Kerstdagen zijn er niet minder dan 80 kinderen geweest, die daar prettig gespeeld en nuttig geleerd hebben. Maar er kunnen er nog meer komen. Allerlei spullen hebben de leiders reeds gekregen, maar toch ontbreekt er nog het een en ander. Vooral geld kan kam. Stam goed gebruiken. De kachel moet branden als de kinderen er zijn. Het heilsleger krijgt hulp van allerlei kapitalisten. De pioniers moeten het echter van de arbeiders hebben. Wie dus wat kwijt wil, laat hij een berichtje sturen aan kam. Stam, Gorontalostraat 53. Hij zorgt dan wel, dat het gehaald wordt.”

Het Thälmann-huis is geen lang leven beschoren. Na 1934 hoort men er niets meer van. De activiteiten van de C.P.H. verplaatsen zich deze periode grotendeels naar gebouw De Archipel aan de Minahassastraat.

We verlaten dit toneel van geestelijke strijd en komen in de Javastraat, waar we naar rechts gaan. Vlak bij het Javaplein gaan we achter het Badhuis langs naar links en komen in de Molukkenstraat, waar in het pand van de Albert Heijn op nummer 89 voor de Tweede Wereldoorlog de Synagoge van de Joodsche Vereniging voor de Indische Buurt, Rechouwous, gevestigd was (3).

Op zondag 8 november 1925 vindt in vergadergebouw De Tunnel de oprichtingsvergadering van Rechouwous plaats, de Joodsche Vereeniging voor de Indische Buurt. In de eerste jaren na aanvang bouw Indische Buurt rond 1900 woont er hooguit een tiental Joodse gezinnen in de buurt; in 1928 zijn dat er inmiddels ca. 600, waarvan ca. een derde door de activiteiten van Rechouwous bereikt zal worden.synagoge molukkenstraat 89

Rechouwous, dat voor haar godsdienstoefeningen in aanvang gebruik maakte van de woning van het echtpaar Querido, maakt gedurende haar 17-jarig bestaan vooral gebruik van haar verenigingsruimte (met een cursuslokaal en een synagogelokaal) aan Molukkenstraat 89.

De vereniging, die aangesloten is bij de Bond van Joodsche Buurtvereenigingen te Amsterdam, heeft een duidelijk missionair karakter en kent ook een eigen propagandaclub. Doelstelling is het terugwinnen van Joodse inwoners van de Indische Buurt voor het Jodendom.

Rechouwous organiseert vanuit de Molukkenstraat voor Joodse buurtbewoners allerhande cursussen (Hebreeuws, Joods Leven), godsdienstoefeningen (Chanooka), lezingen (voor grotere bijeenkomsten die regelmatig plaatsvinden wijkt de vereniging uit naar het Nederlands-Hervormde Gebouw Eltheto aan de Javastraat) heeft een damesafdeling (Ezras Nosjiem) die op huisbezoek gaat in Joodse gezinnen, een eigen Joodse school aan de Balistraat (meer dan 150 kinderen) en later in het Zeeburgerdorp, geeft jeugdcursussen en een analfabetencursus, voert een bibliotheek en richt een zang- en een toneelvereniging op en start vanaf februari 1926 een eigen maandblad. Tijdens uitjes naar buiten zingt men het ‘Rechouwouslied’.interieur synagoge

In 1928 beginnen de moeilijke jaren voor Rechouwous. De synagoge wordt weliswaar druk bezocht en moet eigenlijk ten tweede male uitgebreid worden, maar tegelijk is echter zojuist ook een nieuwe, veel grotere synagoge aan de Linneausstraat geopend en het is impliciet de bedoeling dat de Joodse inwoners van de Indische Buurt deze voortaan gaan bezoeken. Bij niet-sluiting van de sjoel aan de Molukkenstraat dreigt zelfs intrekking van de centrale subsidie door de Nederlandsch Israelische Hoofdsynagoge.

Uiteindelijk vindt intrekking subsidie niet plaats en de synagoge-activiteiten in de Indische Buurt vinden voorlopig nog hun voortgang in een synagogelokaal aan Insulindeweg 169. Het ledental begint begin jaren dertig echter aanzienlijk terug te lopen. Eind 1932 kent de vereniging nog 195 leden en 22 donateurs. In maart 1934 zijn er nog maar 91 leden. Het gaat hard nu, ook omdat de crisis inmiddels onverbiddelijk toeslaat. De toneelvereniging heeft zijn activiteiten inmiddels moeten staken wegens gebrek aan middelen. Voorzitter L. Vuisje legt zijn functie neer in 1934. De financiële situatie wordt nijpend en de vereniging begint door de buurt, van lokaal tot lokaal te zwerven. Wanneer halverwege 1936 blijkt dat de centrale subsidie over een half jaar volledig zal wegvallen, waardoor de synagogedienst gestaakt zal moeten worden, neemt het zittende bestuur collectief ontslag. Het synagogelokaal zal nu verplaatst worden van de Insulindeweg naar Javastraat 196, in een voormalige melkwinkel. Het is bekend dat de synagoge hier nog daadwerkelijk in functie is geweest. De overige activiteiten vinden plaats in Gebouw Archipel aan Minahassastraat 1, bij bestuursleden thuis of weer op het alleroudste en allereerste adres: Zeeburgerdijk 226. Onder een nieuw bestuur komt het tot een licht herstel en zelfs enige ledenaanwas. De gebeurtenissen elders in Europa beginnen echter hun schaduw vooruit te werpen. Steeds vaker worden inzamelingen georganiseerd voor Joodse vluchtelingen of slachtoffers in het buitenland. In verband met de treurige gebeurtenissen wordt het Chanoekafeest begin 1939 afgelast.00001

De inval van de Duitsers op 10 mei 1940 brengt het einde. De Synagoge wordt gesloten. Beis Jisroeil en de bibliotheek gaan nog even verder, maar verhuizen eind mei uit de buurt. Er wonen nog 250 Joodse gezinnen in de buurt. In opdracht van het bestuur van de Nederlandsch Israelische Hoofdsynagoge zal door de laatste voorganger van de Synagoge van de Indische Buurt, S. Verdoner, in augustus 1940 nog eenmaal een poging tot herstart gedaan worden. Wat hiervan geworden is, is niet bekend, maar vanaf 1942 zijn er geen tekenen van leven meer van Rechouwous. Na de oorlog kwam Rechouwous niet terug.

We lopen nu verder langs de Molukkenstraat, steken de Insulindeweg over en gaan rechtdoor totdat we aan onze linkerhand de Tidorestraat inslaan. Hier treffen we op nummer 107 Speeltuinvereniging Batavia (4) aan. Ook het speeltuinwezen is voor de Tweede Wereldoorlog onderdeel van een sterk verzuilde wereld. Men maakt zich met name druk over de jeugd, die weliswaar overdag naar de eigen verzuilde school gaat en daar niet in aanraking kan komen met andersdenkenden, maar 's middags en in het weekend de straat op gaat.

Verzuiling in het jeugdwerk

Het bewaren van de eigen verzuilde identiteit in de Indische Buurt van de jaren twintig van de vorige eeuw, is het moeilijkst vol te houden in de schoolvakanties. Kinderen zijn dan maandenlang niet in hun eigen vertrouwde en verzuilde schoolomgeving, maar zwerven op straat rond, waar ze niet alleen voortdurend in aanraking komen met andersdenkende leeftijdgenootjes, maar ook aangetrokken worden door de wervende activiteiten die door andere zuilen juist voor kinderen worden georganiseerd. Zo zijn bijvoorbeeld communistische en Joodse organisaties in de buurt als de dood voor de aantrekkingskracht voor de jeugd van het Leger des Heils (middels het aanbieden van chocolademelk en andere lekkernijen), en stellen hier hun eigen jeugdactiviteiten tegenover, zoals Tsengierij Rechouwous of het Thälmannhuis.

Ook de Rooms-Katholieken zien de noodzaak voor de eigen jeugd verzuilde activiteiten te organiseren, zo blijkt uit de toespraak van Joh. G. Beumer van het hoofdbestuur van de R.K. Vereniging Vacantieschool “Licht en Lucht”, bij de oprichting van de R.K. Vacantieschool H, Gerardus Majella begin augustus 1927. De spreker wijst op het gevaar van neutrale verenigingen, die op zondagochtend met muziek en tromgeroffel rondtrekken om de jeugd te trekken. Gelukkig stelt de vacantieschool Gerardus Majella hier iets tegenover en ijvert om de Roomse kinderen voor de Roomse zaak te behouden!

De vakantieschool wordt gehouden op een terrein aan de Cruquiusweg, en men verzuimt niet op triomfantelijke wijze in vol ornaat dwars door de Indische Buurt te trekken.



Voorafgegaan door de R.K. Mondorgelclub “Utile Dulci”, welks leider de heer Copier geheel belangeloos de medewerking van zijn club, tot verhooging van de feestelijke stemming had toegezegd, trok de lange stoet door de zonnige, Zondagsche straten der Indische buurt. Twee fraai-beschilderde, geel-witte doeken werden in den stoet meegedragen. Bij aankomst aan het terrein verrastte de aanblik van de vrolijk wapperende vlaggen en vlaggetjes in pauselijke en vaderlandsche kleuren. Ingetwijfeld was dit alles wel in staat de in grooten getale aanwezige ouders en belangstellenden de overtuiging te schenken, dat hier de Roomsche kinderen van de Indische Buurt zeer zeker aangename vacantieweken zouden kunnen doorbrengen.

Het vakantiekamp wordt geopend door pastoor Hogeman; ook zijn er toespraken van sprekers van de Bond voor groote gezinnen, en de R.K. Volksbond. De volgende jaren zal in de vakantieweken na de viering van de Heilige Mis steeds een fraaie optocht – van tot wel 500 kinderen in 1932 - zich vanaf het Ambonplein naar diverse terreinen (Nieuwe Vaartweg, Archimedesweg, Nieuwe Diep, Schagerlaan) begeven, steeds voorafgegaan door de Mondorgelclub Utile Dulci en voorzien van geel-witte vlaggen, om daar onder deskundige leiding te gaan spelen en knutselen. In totaal doen in heel Amsterdam 5.000 kinderen mee aan de vakantiescholen van “Licht en Lucht”.speeltuinvereniging gerardus

In de jaren dertig verandert de vakantieschool Gerardus Majella in de Speeltuinvereniging Gerardus Majella. Ook deze speeltuinvereniging, die speeltuin ‘Majella’ opricht, is uitsluitend voor Rooms-Katholieke kinderen bedoeld. Dit leidt tot een fel en nogal bitter stukje, Brief van een Roomsch kameraadje, in het communistische dagblad De Tribune. De niet-toegankelijkheid van de nog steeds aanwezige speeltuin aan de Tidorestraat levert tot vandaag de dag nog gekwetste reacties op van voormalige buurtkinderen die graag mee hadden wilden doen, maar niet binnen de hekken mochten komen.

Halverwege de jaren dertig begint het verzuilde tij te keren in de Indische Buurt. Mede verontrust door de ernstig toegenomen baldadigheid van de jeugd, wordt door het Comité Indische Buurt in 1937 een gemeenschappelijke grote Jeugddag te organiseren, waaraan diverse gezindten (o.a. socialisten, katholieken) zullen deelnemen. Deze activiteiten leiden tot grote toenadering tussen met name beide genoemde groepen en zullen een opmaat vormen tot de stichting in 1950 van het Amsterdamse Gemeenschap Wijkcentrum Indische Buurt, vanaf 1951 Sociaal Cultureel Wijkcentrum Indische Buurt. Hierin werken alle godsdienstige en politieke stromingen van de buurt met elkaar samen. Overigens zal de katholieke zuil in 1956 wegens vergaand verschil van inzichten het Wijkcentrum weer verlaten.

We wandelen nog even door in de Tidorestraat en komen op Tidorestraat 172 de voormalige Speeltuinvereniging Gerardus Majella (5) tegen. We lopen nu weer terug richting Sumatraplantsoen, gaan linksom het plein rond en lopen via de Sumatrastraat weer naar de Molukkenstraat, die we oversteken. Het Sumatraplantsoen is in de jaren dertig regelmatig het toneel van grote demonstraties (6), die georganiseerd worden door de Communistische Partij.

Anti-oorlogsbijeenkomsten

In juni 1930 wordt door de C.P.H. een suksesvolle anti-oorlogsbijeenkomst gehouden op het Sumatraplantsoen, als opmaat voor de grote landelijke anti-oorlogsbijeenkomst die vanaf het Amstelveld wordt georganiseerd. Er zijn ongeveer 300 aanwezigen, vooral jeugdige arbeiders en ‘veel sociaal-democraten en AJC-ers’. Er worden 60 Tribunes verkocht en men luistert naar o.a. een toespraak van communistisch voorman Louis de Visser. De bijeenkomst wordt in 1932 herhaald, dan maar met 100 aanwezigen.

Op zaterdag 21 maart 1931 wordt een andere bijeenkomst op het Sumatraplantsoen georganiseerd, tegen de inmiddels ingevoerde (gedwongen) werkverschaffing. De bijeenkomst, met enige honderden aanwezigen, heeft in eerste instantie een georganiseerd karakter, maar loopt na een mars door de stad op het Kattenburgerplein volledig uit de hand door knokpartijen met de politie.

In augustus 1932 vindt een grote bijeenkomst tegen steunverlaging plaats op een braakliggend terrein in de Soembawastraat. Hierbij zijn maar liefst 500 mensen aanwezig. Leuzen zijn verder tegen oorlog en fascisme gericht. Het lijkt erop dat hoe zwaarder de crisis inzet, hoe meer aanhang naar deze bijeenkomsten komt. In Duitsland is het nationaal-socialisme inmiddels aan de macht gekomen en de C.P.H. Indische Buurt gaat zich nu meer tegen het fascisme richten dan tegen eerdere geliefde tegenstanders als de Rooms-Katholieke Kerk en S.D.A.P. Dat is ook wel te begrijpen, want anders dan kerk en S.D.A.P. stellen zich de nationaal-socialisten zeer militant op. Zo worden in maart 1933 op allerlei woningen van communisten in de buurt hakenkruizen geschilderd, ook op die van geliefd ontspannings- en vergaderlokaal Rimboe aan het Ambonplein. In die laatste gelegenheid worden inmiddels de meeste vergaderingen en bijeenkomsten gehouden, zoals in april 1934, wanneer een discussie plaatsvindt tussen Sal Tas (van de O.S.P. van Jacques de Kadt) en CPH-man Seegers. De C.P.H. richt zich in deze periode behalve tegen de fascisten kortstondig ook nadrukkelijk tegen de trotskisten van O.S.P. en Henk Sneevliet.

We wandelen aan de overkant van de Molukkenstraat door. Het heet hier nog steeds Sumatrastraat. We nemen de eerste straat rechts (Halmaheirastraat). Voor ons zien we het Roomse blok van de buurt rond de Gerardus Majellakerk, dat bestaat uit kerk, zusterhuis en een aantal scholen (7). We gaan na 100 meter links, de Batjanstraat in. In de Gerardus Majellakerk, inmiddels aan onze rechterhand, speelde zich in 1929 een vreselijk drama af.

  1   2   3

  • Het Thälmannhuis
  • Verzuiling in het jeugdwerk

  • Dovnload 98.89 Kb.