Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Hoe de vis het land op kroop

Dovnload 46.7 Kb.

Hoe de vis het land op kroop



Datum10.05.2018
Grootte46.7 Kb.

Dovnload 46.7 Kb.

Hoe de vis het land op kroop

vpro.noorderlicht.nl



In het noordpoolgebied is een nieuw evolutionair icoon opgedoken. Tiktaalik roseae, zoals het is genoemd, is een overgangsfossiel, dat duidelijk laat zien hoe vissen zijn geëvolueerd tot landdieren. "Dit is echt zoals onze voorouders eruit zagen toen ze uit het water kropen".

IJzige temperaturen, een snijdende wind, bevroren rotsen en de voortdurende dreiging van ijsberen kenmerkten de barre zoektocht van drie wetenschappers naar de vondst van hun leven. En dan te bedenken dat het gebied waar ze zich ophielden - Ellesmere eiland in het Canadese noordpoolgebied - 383 miljoen jaar geleden een aangenaam subtropisch klimaat kende. Het maakte indertijd, in het Devoon, deel uit van de Euramerikaanse landmassa, die zich rond de evenaar uitstrekte.





Rechtsonder het fossiel van Tiktaalik, linksboven een kunstig gemaakt model, dat de kop net boven 'water' steekt. (Model:Tyler Keillor, foto: Beth Rooney,Universiteit van Chicago)



Nu een barre poolwoestenij, in het Devoon lekker warm. Ellesmere eiland ligt in Nunavut Territory in Canada. Klik op het plaatje voor een vergroting. [Afb.: Kalliopi Monoyios]



Vooraanzicht van de rechter borstvin van Tiktaalik.



De evolutie van vis tot viervoeter. Geleidelijk verdwijnen de kieuwdeksels - bij Tiktaalik afwezig - en ontwikkelen de vinnen zich tot pootjes. Vissige voorgangers van Tiktaalik zijn Panderichthys en Eustenopteron. De viervoeters Acanthostega en Ichtyostega hebben ieder nog een visachtige staart, maar zijn duidelijk landdieren. Ze leefden 365 miljoen jaar geleden. Er zijn wel oudere viervoeters gevonden, tot 376 miljoen jaar oud, maar de fossielen daarvan zijn minder compleet. Afb.: Nature.



Neil Shubin (Universiteit Chicago) met een stukje van Tiktaalik.

Het gebied werd toen doorsneden door meanderende riviertjes en ondiepe stroompjes. De perfecte leefomgeving voor een vis die aarzelende pogingen doet het land op te kruipen, meenden Ted Daeschler, Neil Shubin en Farish Jenkins. In 1999 ging hun expeditie van start. Honderden vissenbotjes bikten ze de afgelopen jaren omzichting uit de bevroren rotsen, maar pas echt spectaculair werd het in 2004. In dat jaar vonden ze eindelijk waar ze naar zochten: de fossiele resten van drie exemplaren van een overgangsvorm tussen vissen en landdieren. De naam van het dier, Tiktaalik roseae, is ontleend aan de plaatselijke taal. In het Inuktikuk betekent Tiktaalik zoveel als 'grote vis in ondiep water'.

De gevonden exemplaren van het dier variëren in lengte van anderhalf tot drie meter. Het dier heeft een driehoekige, afgeplatte kop, zoals een krokodil. Het platte, brede lichaam doet denken aan dat van viervoeters, maar is bedekt met schubben. Echt vissig aan de nieuwe soort zijn verder de primitieve onderkaak en de vinnen. Maar de rest van zijn anatomie wijst erop dat Tiktaalik hard op weg was om het water uit te kruipen.

Zo konden hoofd en schouderpartij onafhankelijk van elkaar bewegen, wat het dier extra bewegingsvrijheid gaf. Bij vissen zijn hoofd en schouder met elkaar verbonden - ze hebben geen nek - en bewegen als een geheel. De ribben van Tiktaalik zijn verder breder dan die van een gemiddelde vis, en liggen dakpansgewijs over elkaar. Daardoor krijgt het lichaam meer stevigheid - handig, als je zonder hulp van de opwaartse kracht van het water wilt kunnen bewegen. Ook de vorm van het middenoor lijkt op die van viervoetige landbewoners.

Maar de allerbelangrijkste aanwijzing dat Tiktaalik voorzichtig aan land moet zijn gegaan, zijn de borstvinnen. Die bestaan uit een serie botjes die ten opzichte van elkaar kunnen bewegen, precies zoals de ledematen van een viervoeter. De onderzoekers onderscheiden primitieve schouder-, elleboog- en polsgewrichten. Het dier kon daardoor waarschijnlijk op zijn borstvinnen steunen. Met licht gebogen schouder en elleboog, en de uiteinden - wat bij ons de vingers zijn - plat op de grond. Zeker kon het op die manier door het ondiepe water scharrelen, maar vermoedelijk ook op het land. Daar wijzen de stevige borstkas en het beweeglijke hoofd op.

Tiktaalik heeft dus zowel trekken van een vis als van een viervoeter. "We noemen het gekscherend een 'visvoeter'", aldus Neil Shubin van de Universiteit van Chicago in een begeleidend persbericht. Tiklaatik is overigens niet de eerste visvoeter. Zijn evolutionaire voorganger, de 385 miljoen jaar oude Panderichthys, kon met zijn borstvinnen waarschijnlijk al redelijk uit de voeten op de modderige bodem van een ondiep watertje, maar verder was het nog echt een waterdier.



Tiktaalik is dan ook geen spreekwoordelijke 'missing link' - het woord suggereert dat er zoiets als één enkel overgangsfossiel bestaat - maar een dier uit een zich ontwikkelende reeks. Het vervaagt de grens tussen twee verschillende levensvormen: de in het water levende vissen, en de landdieren. De nieuwe fossielen passen heel mooi in het tien miljoen jaar grote gat in de stamboom tussen Panderichthys - de scharrelvis - en de eerste echte viervoetige landdieren. De oudste fossiele overblijfselen daarvan zijn 376 miljoen jaar oud.

In een begeleidend commentaar schrijven Per Ahlberg en Jennifer Clack dat Tiktaalik alles in zich heeft om een nieuw evolutionair icoon te worden. Zoals de Archeopterix symbool staat voor de overgang van reptielen naar vogels, zo staat Tiktaalik aan het begin van een evolutonaire revolutie waarbij het leven vaste grond onder de voeten kreeg. "Dit is echt zoals onze voorouders eruit zagen toen ze uit het water kropen".


Dovnload 46.7 Kb.