Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Hoe kan de sectie Nederlands van osg schoonoord Doorn de spellingregels bij brugklasleerlingen niveau vmbo-kb/tl laten automatiseren?’’

Dovnload 2.1 Mb.

Hoe kan de sectie Nederlands van osg schoonoord Doorn de spellingregels bij brugklasleerlingen niveau vmbo-kb/tl laten automatiseren?’’



Pagina1/11
Datum10.10.2017
Grootte2.1 Mb.

Dovnload 2.1 Mb.
  1   2   3   4   5   6   7   8   9   10   11




Samenvatting
Toen de opdracht voor dit beroepsproduct aan mijn opdrachtgever, Marieke Renes, werd voorgelegd, wist zij vrijwel direct waar ik onderzoek naar mocht gaan doen. Zij was op zoek naar een methode waarmee de leerlingen op het OSG Schoonoord Doorn gefaseerd de werkwoordspellingregels kunnen automatiseren. De opdracht was dus om een product te ontwikkelen waarmee de werkwoordspelling van de leerlingen verbeterd kan worden. Dit bracht mij tot de volgende onderzoeksvraag:
‘’Hoe kan de sectie Nederlands van OSG Schoonoord Doorn de spellingregels bij brugklasleerlingen niveau vmbo-kb/tl laten automatiseren?’’
Voor dit beroepsproduct is er verkennend onderzoek gedaan. In mijn praktijkonderzoek heb ik een vragenlijst afgenomen onder 22 leerlingen (klas D1D). Tevens hebben twee docenten Nederlands van OSG Schoonoord Doorn een vragenlijst ingevuld. In het literatuuronderzoek is antwoord gegeven op de deelvragen welken tot het literatuuronderzoek behoren. Uit de gehouden onderzoeken kwamen een aantal eisen naar voren waaraan een te ontwikkelen product zou moeten voldoen. In het ontwikkelde product is geprobeerd om tal van deze eisen te verwerken.
Doordat er stapsgewijs, vanaf de basis wordt uitgelegd hoe werkwoordspelling in elkaar steekt, is de voorspelling dat leerlingen de regels van de werkwoordspelling automatiseren. Om te automatiseren is het belangrijk dat leerlingen het nut van correct spellen inzien en dat er herhaling plaatsvindt. Wanneer dit gestructureerd en gefaseerd aangeboden wordt, is het voor de leerlingen gemakkelijker om de stof te onthouden.
Omdat de opdracht bij dit eerste beroepsproduct slechts het ontwikkelen van een product was, is er geen bewijs of de PowerPoint met bijbehorende leerkaarten daadwerkelijk de vaardigheden op het gebied van werkwoordspelling verbeterd door middel van automatisering. Om hierachter te komen heb ik in het product een 0-meting en een eindmeting ingevoegd. Wanneer het product in de praktijk gebruik gaat worden, zal dus snel duidelijk worden of het product het gewenste effect laat zien.

Inhoudsopgave Blz.


  1. Inleiding 4

    1. Aanleiding en opdracht 4

    2. Context van de school in relatie tot het probleem 4

    3. Onderzoeksvraag met toelichting 5




  1. Verkennend onderzoek 6

    1. Inleiding verkennend onderzoek 6

    2. Praktijkverkenning 6

      1. Inleiding 6

      2. Aanpak en middelen 6

      3. Resultaten en conclusies 7

    3. Literatuurverkenning 9

      1. Inleiding 9

      2. Middendeel 9

      3. Conclusie 10




  1. Het beroepsproduct 14

    1. Conclusie verkenning 14

    2. Ontwerpeisen 14

    3. Het ontwikkelde beroepsproduct 16




  1. Presentatie en evaluatie 18

    1. Presentatie 18

      1. Opzet 18

      2. Uitvoering 18

    2. Evaluatie 20

      1. Opzet 20

      2. Uitvoering 20

      3. Conclusie en discussie 20




  1. Literatuurlijst 21




  1. Bijlagen 22

    1. Onderzoeksinstrumenten praktijkverkenning 22

    2. Geordende gegevens praktijkverkenning 23

    3. Het beroepsproduct 28

    4. Planning van presentatie en evaluatie 32

    5. Gespreksleidraad evaluatie 33

Hoofdstuk 1 Inleiding


    1. Aanleiding en opdracht

In dit tweede jaar van mijn opleiding ben ik voor mijn stage verbonden aan Openbare Scholengemeenschap Schoonoord Doorn. Mijn werkbegeleider is Marieke Renes, docente Nederlands, en daarmee is zij ook de opdrachtgever voor mijn Beroepsproduct 1. Momenteel is donderdag mijn stagedag en op die dag geef ik les aan brugklassen op vmbo-kb/tl niveau.


Toen ik opdrachtgever Marieke Renes het gehele concept van Beroepsproduct 1 uitlegde en haar vroeg tegen welke problemen zij in haar dagelijkse onderwijspraktijk aanloopt, antwoordde zij zonder enige twijfel het automatiseren van spellingsregels, met nadruk op werkwoordspelling. Al een tijd is zij op zoek naar een methode waarbij spellingsregels gefaseerd aangeleerd worden, waarbij het automatiseren centraal staat. Leerlingen maken elke rapportperiode (3 per schooljaar) een toets over spelling. In alle toetsen komt werkwoordspelling aan de orde. De methode moet elke periode erbij gehaald kunnen worden zodat leerlingen de regels herkennen en kunnen toepassen.
De verschillende referentieniveaus worden in Nederlands in de onderbouw (Bonset e.a., 2013) duidelijk weergegeven. In mijn verslag zal ik regelmatig hiernaar verwijzen. Leerlingen die de overstap van basisonderwijs naar het voorgezet onderwijs maken, moeten op niveau 1F zitten. Aan het einde van het vmbo moeten de leerlingen een niveau hoger beheersen, 2F.
Aangezien het beroepsproduct wat ik ga ontwerpen betrekking heeft op een 1e klas vmbo-kb/tl, heb ik me bij de niveaubeschrijving van werkwoordspelling gericht op niveau 1F, zoals deze staat beschreven in het door de Expertgroep Doorlopende Leerlijnen opgestelde Referentiekader Taal en Rekenen.

In Beroepsproduct 1 ga ik dus onderzoeken op welke manier de spellingsregels het makkelijkst geautomatiseerd kunnen worden bij leerlingen op OSG Schoonoord, klas 1 vmbo-kb/tl. Om uiteindelijk een bruikbaar product te ontwerpen, zal ik gaan samen werken met mijn al eerder genoemde werkbegeleider en tevens opdrachtgever, Marieke Renes. Daarnaast zal ik ook de kennis en ervaringen van de overige leden van de sectie Nederlands op het OSG Schoonoord raadplegen en meenemen in mijn onderzoek. Tot slot betrek ik de vmbo-kb/tl brugklasleerlingen natuurlijk ook bij mijn onderzoek.




    1. Context van de school in relatie tot het probleem

Het Schoonoord Doorn is onderdeel van Openbare Scholengemeenschap Schoonoord. Deze scholengemeenschap bestaat uit vier scholen welke allemaal nauw met elkaar samenwerken.


Het onderwijsconcept van OSG Schoonoord wordt als volgt beschreven in de schoolgids: ‘Leerlingen krijgen onderwijs waarin leerlingen bij het leren een actieve rol hebben. De leerlingen ontwikkelen zelfstandigheid en zelfvertrouwen. Onze bedoeling is dat de leerlingen, geïnspireerd en begeleid door de docenten, het maximale uit zich zelf halen. De school helpt de leerlingen daarbij door een veilige, vertrouwde, uitdagende en afwisselende leeromgeving te bieden.’
Dit product past binnen de context van de school, omdat er op OSG Schoonoord Doorn passend onderwijs aangeboden wordt. Het aanleren van de spellingsregels zoals het nu gebeurt is niet toereikend genoeg, zo blijkt uit de toetsen spelling die tot dusverre zijn afgenomen. Wanneer er een methode aangeboden kan worden waar het automatiseren op een activerende manier centraal staat, wordt er passend én vernieuwd onderwijs geboden.


    1. Onderzoeksvraag met toelichting

De onderzoeksvraag van mijn beroepsproduct luidt als volgt:


‘’Hoe kan de sectie Nederlands van OSG Schoonoord Doorn de spellingregels bij brugklasleerlingen niveau vmbo-kb/tl laten automatiseren?’’
Met behulp van een aantal deelvragen welke in het volgende hoofdstuk benoemd en toegelicht zullen worden, wordt er naar verwachting een product gepresenteerd wat bijdraagt aan het antwoord van deze vraag.

Hoofdstuk 2 Verkennend onderzoek
2.1 Inleiding verkennend onderzoek
Om een antwoord op de onderzoeksvraag te kunnen formuleren, is een aantal deelvragen vereist. Omdat het verkennend onderzoek opgedeeld wordt in een praktijk- en een theoriedeel, is dit onderscheidt ook gemaakt in de geformuleerde deelvragen die hieronder worden weergeven.
Praktijk

  1. Wat vinden de docenten Nederlands op het OSG Schoonoord Doorn van het niveau van werkwoordspelling van hun leerlingen?

  2. Hoe wordt spelling onderwezen in de huidige situatie op het OSG Schoonoord Doorn?

  3. Vinden de docenten Nederlands het noodzakelijk dat er veranderingen plaatsvinden in de wijze waarop spelling momenteel op het OSG Schoonoord Doorn wordt onderwezen?

  4. Wat is de houding van leerlingen op het OSG Schoonoord Doorn tegenover de manier waarop spelling wordt onderwezen?

  5. Wat zijn mogelijk oorzaken voor achterliggende prestaties op het gebied van werkwoordspelling?


Literatuur

  1. Wat wordt er verstaan onder de werkwoordspelling?

  2. Welke eisen worden er aan vbmo-kb/tl brugklasleerlingen gesteld met betrekking tot het vakonderdeel (werkwoord)spelling?

  3. Wat zijn mogelijk oorzaken voor achterliggende prestaties op het gebied van werkwoordspelling?

  4. Wat wordt er verstaan onder een geautomatiseerde beheersing?

  5. Hoe kan er beter worden gespeld?


2.2 Praktijkverkenning
2.2.1 Inleiding
In deze paragraaf wordt antwoord gegeven op de vijf deelvragen welke in het praktijkgedeelte van dit onderzoek onder de loep zijn genomen. In subparagraaf 2.2.2 worden het plan van aanpak en de middelen besproken. De deelvragen worden nogmaals benoemd en hier worden direct de onderzoeksinstrumenten en de bronnen aan gekoppeld. Tevens worden de gemaakte keuzes in deze subparagraaf verantwoord. Tot slot worden de resultaten van het praktijkonderzoek in subparagraaf 2.2.3 weergegeven. De conclusies die getrokken kunnen worden uit de resultaten, zijn ook in deze subparagraaf te vinden.
2.2.2 Aanpak en middelen
Om erachter te komen hoe de docenten Nederlands op het Schoonoord Doorn tegen het huidige spellingsonderwijs aankijken, had ik in gedachten om hen te interviewen. Met behulp van de reputatiemethode (Van der Donk & Van Lanen, 2013) heb ik proberen uit te zoeken wie de reputatie heeft goed op de hoogte te zijn van het onderwerp. Ik had een aantal interviewvragen opgesteld met als doel zicht te krijgen op hun visie in de huidige situatie. Tevens was ik benieuwd naar hun mening over de houding van leerlingen tegenover spellingsonderwijs, met name werkwoordspelling. Omdat mijn beroepsproduct een wens van hen is geweest, ga ik er in mijn vraagstelling vanuit dat zij behoefte hebben aan verandering. Om wederzijdse beïnvloeding te voorkomen, heb ik gekozen voor individuele interviews. Via deze manier van interviewen kan er ook dieper op de vraagstelling ingegaan worden.
Tot mijn spijt lukte het niet om het interview in groepsverband af te nemen, tevergeefs ook niet één op één. Uiteindelijk heb ik twee van de drie docenten Nederlands op het OSG Schoonoord Doorn bereid gevonden om een korte vragenlijst in te vullen (zie bijlage 6.1). Zo kon ik uiteindelijk toch verder met mijn praktijkverkenning.
Om de vragenlijst te controleren, heb ik een medestudent gevraagd hiernaar te kijken. Na fijne feedback heb ik een aantal dingen aangepast, om vervolgens de docente n te kunnen bevragen.
Naast het bevragen van een aantal docenten, ben ik ook gaan onderzoeken hoe de leerlingen van OSG Schoonoord Doorn tegen spellingsonderwijs op hun school aankijken. Voor de leerlingen uit D1D heb ik een enquête opgesteld (zie bijlage 6.1). Via deze weg kon ik hen bevragen over de ervaringen en behoeften op het gebied van werkwoordspelling. Om de enquête te controleren, heb ik deze voorgelegd aan mijn werkbegeleider en tevens opdrachtgever Marieke Renes. Omdat zij geen op- of aanmerkingen had, heb ik de eerste versie van mijn vragenlijst af laten nemen.
De enquête bestond uit 8 stellingen. Leerlingen konden antwoord geven met behulp van een vijfpuntschaal. Doordat de antwoorden van de respondenten naar getallen omgezet kunnen worden, kan er met deze getallen gerekend worden (Van der Donk & Van Lanen, 2013).
Om de validiteit te vergroten en de betrouwbaarheid van de data te controleren, heb ik onderzoekerstriangulatie (Van der Donk & Van Lanen, 2013) toegepast. Mijn werkbegeleider en tevens opdrachtgever voor dit beroepsproduct, Marieke Renes, heeft de enquête voor mij afgenomen op een moment dat ik niet aanwezig was. Dit om de invloed van mijn aanwezigheid niet van invloed te laten zijn op de antwoorden van de leerlingen. Het doel is duidelijk beschreven en de vraagstelling was simpel. Zo werd ervoor gezorgd dat de leerlingen geen verkeerde antwoorden konden geven. Alle respondenten vulden de enquête anoniem in.
2.2.3 Resultaten en conclusies
Wat vinden de docenten Nederlands op het OSG Schoonoord Doorn van het niveau van werkwoordspelling van hun leerlingen?

Voor Rita Beune blijft het lastig om iets concreets te zeggen over het niveau van haar leerlingen. Zij is van mening dat binnen de klassen waaraan zij lesgeeft, de niveauverschillen groot zijn.


Marieke Renes vindt het niveau van werkwoordspelling van haar leerlingen redelijk. Zij ervaart dat veel leerlingen het moeilijk vinden en er daarom weinig aandacht aan dit onderdeel besteden. Een logisch gevolg is dat het niveau daalt.
Vinden de docenten Nederlands het noodzakelijk dat er veranderingen plaatsvinden in de wijze waarop spelling momenteel op het OSG Schoonoord Doorn wordt onderwezen?

Rita Beune ervaart de overstap naar modulair al als een verbetering. Een aantal jaar geleden vond deze verandering plaats en dit werkt positief uit op haar leerlingen.


Zoals verwacht gaf Marieke Renes, opdrachtgever voor dit beroepsproduct, een ander antwoord. Zij zou het fijn vinden als er bij de methode een adaptief programma zou zitten waarbij je de prestaties van leerlingen kunt volgen. Op deze manier kan er gedifferentieerd instructie worden gegeven en krijgt zij beter inzicht in de individuele prestaties van leerlingen voorafgaand aan een toets. Wanneer de leerlingen onder de maat presteren, wil zij iets in kunnen zetten wat leerlingen helpt de regels behorende bij werkwoordspelling onder de knie te krijgen (dus te automatiseren).
Uit de analyse van de door de leerlingen ingevulde vragenlijst, blijkt dat 41% het niet eens, maar ook niet oneens is met de stelling: ‘Ik vind dat er meer afwisseling moet komen in hoe spelling aan ons wordt aangeboden’. Daarentegen is slechts 9% het helemaal eens met de stelling: ‘Ik vind dat wij spelling op een leuke manier aangeboden krijgen tijdens de lessen Nederlands’. Waarschijnlijk zien leerlingen niet in wat er kan veranderen aan de manier van lesgeven.
Wat is de houding van leerlingen op het OSG Schoonoord Doorn tegenover de manier waarop spelling wordt onderwezen?

Rita Beune ervaart de houding van haar leerlingen natuurlijk. Zij benoemt dat de leerlingen vaak een korte spanningsboog hebben. Tevens hebben de leerlingen behoefte aan afwisseling, wat bij de module uit de werkvormen moet komen.


Marieke Renes ondervindt de houding van haar leerlingen met betrekking tot werkwoordspelling over het algemeen positief.
Uit de analyse van de door de leerlingen ingevulde vragenlijst, blijkt dat leerlingen uiteenlopende meningen hebben over de stelling: ‘Ik vind spelling een leuk onderdeel bij het vak Nederlands’. Slechts 18% is het eens met deze stelling. De overige 82% is neutraal, niet eens of helemaal niet eens met de stelling. Opvallend is dat daarentegen 64% het eens is met de stelling: ‘Ik let goed op tijdens de lessen spelling’.
Wat zijn mogelijk oorzaken voor achterliggende prestaties op het gebied van werkwoordspelling?

Beide docenten geven aan dat hier lastig de vinger op te leggen is. Er spelen meerdere dingen mee. Rita Beune vermoedt dat dyslexie en problemen met het duiden van de grammaticale functie van de werkwoorden de voornaamste oorzaken zijn. Daarnaast is vandaag de dag de invloed van sociale media behoorlijk.


Volgens Marieke Renes zijn er diverse oorzaken voor achterliggende prestatie op het gebied van werkwoordspelling. Allereerst benoemt zij de instructie en aandacht voor werkwoordspelling op de basisschool. Leerlingen hebben verschillende ervaringen met werkwoordspelling. Op iedere basisschool wordt het anders onderwezen. Daarnaast de aandacht vanuit huis. Iedere ouder/verzorger heeft een andere beheersing en visie op werkwoordspelling. Leerlingen nemen vaak de gewoontes van hun ouders/verzorgers over, en zo ook het taalgebruik. Tevens benoemt zij evenals Rita, de sociale media van tegenwoordig. Tot slot benoemt zij de vriendenkring waarin leerlingen zich bevinden. Dit hangt nauw samen met sociale media.
Deze vraag is niet expliciet gesteld aan de leerlingen. Toch durf ik een uitspraak te doen vanuit de analyse. Opvallend is dat 41% het niet eens of helemaal niet eens is met de stelling: ‘Ik haal regelmatig vormen van spelling door elkaar’. Terwijl 50% eens of zelfs helemaal eens is met de stelling: ‘Ik zal beter mijn best doen als ik de verschillende vormen gemakkelijker uit elkaar kan houden’. Er is dus behoefte aan een werkvorm waarbij leerlingen de verschillende vormen behorend bij werkwoordspelling waar zij onderwijl het leren de verschillende vormen kunnen onderscheiden.
2.3 Literatuurverkenning
2.3.1 Inleiding
In deze paragraaf wordt antwoord gegeven op de vijf deelvragen welke in het literatuurgedeelte van dit onderzoek onder de loep zijn genomen. In subparagraaf 2.3.2 de deelvragen nogmaals benoemd en hier worden direct de de bronnen aan gekoppeld. Tot slot worden de antwoorden op de deelvragen van het literatuuronderzoek in subparagraaf 2.3.3 weergegeven. De conclusies die getrokken kunnen worden uit de resultaten, zijn ook in deze subparagraaf te vinden.
2.3.2 Middendeel
Om verwarring te voorkomen worden hieronder de deelvragen welke tijdens de literatuurverkenning centraal stonden, nogmaals benoemd. De tabel is voor verheldering opgesplitst in drie kolommen. In de linker kolom worden de deelgebieden waarop de deelvragen uit de middelste kolom betrekking hebben weergegeven. Zoals benoemd staat in de middelste kolom de deelvraag. Als laatste staan in de rechterkolom de geraadpleegde bronnen.



Deelgebied

Deelvraag

Bron

Definitie werkwoordspelling





Wat wordt er verstaan onder de werkwoordspelling?

Schijf, T., Leij, A. van der, Berkel, A. van, Bekebrede, J. & Zijlstra, B. (2010). Spellingvaardigheid van brugklassen. Levende Talen Tijdschrift, 11(2), 3-12.

Eisen vmbo-kb/tl 1e klas (referentiekader).



Welke eisen worden er aan vbmo-kb/tl brugklasleerlingen gesteld met betrekking tot het vakonderdeel (werkwoord)spelling?

Bonset, H., Boer, M., de & Ekens, T. (2013). Nederlands in de onderbouw. (5e dr.) Bussum: Coutinho Uitgevers.

Oorzaken achterliggende prestaties



Wat zijn mogelijk oorzaken voor achterliggende prestaties op het gebied van werkwoordspelling?



Henneman, K. (2000). Problemen van gevorderde spellers. Signalering, diagnostiek en begeleiding. Bussum: Uitgeverij Coutinho
Bonset, H. (2010). Spelling in het onderwijs: hoe staat het ermee en hoe kan het beter? Levende Talen Tijdschrift, 3(11), 3-17.

Definitie geautomatiseerde beheersing



Wat wordt er verstaan onder een geautomatiseerde beheersing?


Ebbens, S. & Ettekoven, S. (2013). Effectief leren. Groningen/Houten: Noordhoff Uitgevers.


Beter spellen

Hoe kan er beter worden gespeld?


Henneman, K. (2000). Problemen van gevorderde spellers. Signalering, diagnostiek en begeleiding. Bussum: Uitgeverij Coutinho
Hilverdink, M. (2010). Meer plezier in spelling in vijf oplossingsgerichte stappen.



2.3.3 Conclusies

Wat wordt er verstaan onder werkwoordspelling?
De basis van het Nederlandse spellingsysteem is het alfabetisch principe dat klanken zijn gekoppeld aan letters, daarnaast vormt het morfologische principe een belangrijk uitgangspunt: woorden en woorddelen die qua betekenis verwant zijn, krijgen zoveel mogelijk dezelfde vorm. Hoewel fonemen worden weergegeven in grafemen, is er geen perfecte een-op-een relatie tussen beide; er zijn meer fonemen dan grafemen. Daarom bepalen regels hoe een klank in een bepaalde context geschreven wordt (Schijf, Van der Leij, Van Berkel, Bekebrede & Zijlstra, 2010).
Wanneer men naar de definitie van ‘spelling’ gaat zoeken, wordt daar de volgende definitie gegeven: schrijfwijze van de woorden. In dit onderzoek staat werkwoordspelling centraal. Logischer wijs is de definitie van werkwoordspelling dan ook: schrijfwijze van de werkwoorden.
Welke eisen worden er aan vbmo-kb/tl brugklasleerlingen gesteld met betrekking tot het vakonderdeel (werkwoord)spelling?
Het boek Nederlands in de onderbouw (Bonset, De Boer & Ekens, 2013) weergeeft op een duidelijke manier de niveaubeschrijvingen van leerlingen weer. Dit zijn niveaubeschrijvingen, ook wel referentieniveaus genoemd, welke behaald moeten zijn om de belangrijkste overgangen van basisonderwijs tot hoger onderwijs te kunnen maken. In Nederlands in de onderbouw worden vier niveaus onderscheiden welke verwerkt zijn zoals die geformuleerd zijn door de Expertgroep Doorlopende Leerlijnen Taal en Rekenen in opdracht van het ministerie van OCW. De verschillende niveaus worden hieronder benoemd:
1F: eind basisonderwijs, drempel van basisonderwijs naar voortgezet onderwijs;

2F: eind vmbo, drempel van vo fase 1 naar vo fase 2 en van vmbo naar mbo;

3F: eind mbo-4 en havo, drempel van vo naar mbo en hoger onderwijs;

4F: eind vwo, drempel van vo naar wetenschappelijk onderwijs;


Daar het beroepsproduct wat ik ga ontwerpen geschikt moet zijn voor een eerste klas vmbo-kb/tl, wordt er gericht op de beschrijving van werkwoordspelling op referentieniveau 1F.
Wanneer er gekeken wordt naar de grammaticale begrippen voor werkwoordspelling op niveau 1F, wordt daar de volgende beschrijving gegeven: ‘werkwoord, tijd van het werkwoord, getal, persoon, persoonsvorm, voltooid deelwoord, stam, hele werkwoord, onderwerp + zwakke/sterke werkwoorden, werkwoordelijk gezegde, ‘kofschip’.’
Op deze definitie laat ik mijn beroepsproduct aansluiten. Al begin ik enkel met persoonsvorm en voltooid deelwoord.
Wat zijn mogelijke oorzaken voor achterliggende prestaties op het gebied van werkwoordspelling?
Leerlingen in het voortgezet onderwijs zijn ervaren en gevorderde spellers aangezien zij binnen het basisonderwijs al jaren spellingonderwijs hebben gehad. Zij hebben geleerd om bij het spellen gebruik te maken van verschillende strategieën. Veel van de spelling is al geautomatiseerd, maar als de spellingvaardigheden zwak zijn, hebben leerlingen vaak moeite met het flexibel en correct gebruik maken van de spellingstrategieën. Om vast te stellen dat er sprake is van een spellingprobleem, moet van een leerling informatie bijgehouden worden. Voorbeelden hiervan zijn toetsresultaten en genormeerde toetsen die vergeleken worden met leerlingen van hetzelfde niveau. Belangrijk is dat zowel begaafde als minder begaafde leerlingen de specifieke vaardigheden voor spelling goed, minder goed of slecht ontwikkelen! Tevens worden fouten worden geclusterd, categorie 9 en 10 is de werkwoordspelling.
In het artikel ‘Spelling in het onderwijs: hoe staat het ermee, en hoe kan het beter? (Bonset, 2010), worden vier verklaringen genoemd welke mogelijk de oorzaak voor achterliggende prestaties zijn. Een eerste verklaring voor slecht spellen kan zijn dat leerlingen de zin van correct spellen niet inzien. Als tweede verklaring wordt genoemd dat de leerling er niet in slaagt tijdens het schrijven voldoende aandacht te geven aan spelling. Het niet gebruiken van de aanwezige hulpmiddelen, wordt als derde verklaring gegeven. Tot slot verklaard Bonset dat leerlingen spelfouten maken in hun teksten omdat ze het onderliggende regelsysteem niet beheersen.


Wat wordt er verstaan geautomatiseerde beheersing?
Het aanleren van vaardigheden verloopt volgens Ebbens en Ettekoven (2013) globaal in de volgende stappen:

  1. Voordoen: het construeren van modellen en van procedurele kennis.

  2. Eigen maken: het bijstellen en verfijnen van procedurele kennis.

  3. Automatiseren: het verinnerlijken van procedurele kennis.

Omdat mijn product uiteindelijk moet zorgen voor een gefaseerde automatisering van de regels voor werkwoordspelling, neem ik nu enkel het begrip automatiseren onder de loep. Om tot automatiseren te komen, is het wel noodzakelijk om eerst stap 1 en 2 uit te voeren.


In de fase van automatiseren gaat het erom dat leerlingen de kennis zich zo eigen maken dat ze deze met relatief gemak kunnen uitvoeren (Ebbens & Ettekoven, 2013). Dé manier daartoe is herhaald, uitgebreide oefening in wisselende, ook onvoorbereide, omstandigheden.
Hoe kan er beter worden gespeld?

Doordat het gros van de leerlingen minder gemotiveerd is bij het onderdeel spelling, vind ik het belangrijk mij te verdiepen in het motiveren van leerlingen op het gebied van spelling. In het onderzoek van Hilverdink (2010) is bewezen dat de motivatie van leerlingen wordt vergroot als je gebruik maakt van oplossingsgericht werken. De vijf stappen zijn:




  1. Kiezen van eigen doel.

Leerlingen hierbij helpen door de ‘wondervraag’ te stellen.

Stel dat je sliep, er gebeurde een wonder, zonder dat je het weet zijn alles spellingsproblemen opgelost. Hoe verandert dit je leven?




  1. Vertrouwen geven en zoeken naar uitzonderingen.

Wanneer gaat het spellen wel goed? Leerlingen hun eigen krachtbron laten vinden.


  1. Hoe wordt het behaalde einddoel gevierd?




  1. Doel moet zichtbaar gemaakt worden.




  1. Geboekte vooruitgang en successen benoemen en zichtbaar maken.

Voor de hulpverlening bij spellingproblemen worden er drie methodieken onderscheiden (Henneman, K. 2000):


1. Opbouwmethodiek

Hierbij gaat men ervan uit, dat de spellingtaak beheerst kan worden via het aanleren van hiërarchisch geordende deelvaardigheden. De meeste leerlingen in het voortgezet onderwijs beheersen deze vaardigheden, maar kunnen dit niet altijd geïntegreerd gebruiken. Hierdoor kunnen zij toch problemen ervaren bij het uitvoeren van de spellingtaken.


2. Inprentingsmethodiek

Deze methodiek komt voort uit theorieën over informatieverwerking. Hierbij zijn een aantal principes van belang, het gebruiken van voorkennis, het gelijktijdig activeren van meerdere informatiekanalen, het controleren en het herhalen.

3. Strategiemethodiek

Om tot automatisering te komen, moeten leerlingen eerst bewust strategieën leren zodat de taak succesvol gemaakt kan worden. Het gaat erom dat het probleemoplossingsgedrag wordt gestructureerd, bijvoorbeeld met behulp van leerkaarten.


Ik heb ervoor gekozen om in mijn product gebruik te maken van verschillende inzichten die ik heb gekregen. Om de leerlingen zo goed mogelijk te helpen moet er eerst gezorgd worden dat de motivatie aanwezig is. Ik wil de motivatie vergroten door oplossingsgericht te werk te gaan. Dat betekent dat ik het kiezen van eigen doel, vertrouwen geven, einddoel vieren, doelen zichtbaar maken en geboekte vooruitgangen ga inzetten zodat de leerlingen aan de slag gaat met de werkwoordspelling.
Sommige leerlingen zijn nog niet in staat om bepaalde deelvaardigheden die aan de basis van de werkwoordspelling staan toe te passen. Hierdoor ondervinden zij problemen en daarom zal ik voor mijn product veelal gebruik maken van de opbouwmethodiek. Ook de inprentingsmethodiek en strategiemethodiek zullen aan de orde komen. Een deel van de lessen behorend bij het product zullen directe instructie bevatten, omdat op deze manier strategieën aangeleerd kunnen worden.

Hoofdstuk 3 Het beroepsproduct
3.1 Conclusie verkenning
Nu het probleem in de praktijk en theorie verkend is, ontstaat er een creatief moment binnen mijn gehele onderzoek. In deze paragraaf geef ik een kort samenhangend antwoord op mijn onderzoeksvraag welke in paragraaf 1.3 gesteld is:
‘’Hoe kan de sectie Nederlands van OSG Schoonoord Doorn de spellingregels bij brugklasleerlingen niveau vmbo-kb/tl laten automatiseren?’’
In de oriëntatiefase bleek er behoefte te zijn naar een product wat ingezet kan worden bij de lessen van werkwoordspelling. Uit de antwoorden welke Rita Beune en Marieke Renes gaven op mijn gestelde vragen, kwam dit niet duidelijk naar voren. Wel bleek dat er behoefte was aan een extra inzetbaar middel. Iets waarbij de verschillende vormen van werkwoordspelling gemakkelijk onderscheiden kunnen worden. Ook leerlingen gaven aan dat dit mogelijk een goede werkvorm zou zijn.
Uit de literatuurverkenning bleek duidelijk dat het automatiseren van een handeling tijd nodig heeft en dat herhaling daarbij noodzakelijk is. Tevens is het belangrijk om leerlingen het nut van goed spellen in te laten zien, hen te motiveren en in de lessen gebruik te maken van bepaalde methodieken. In mijn beroepsproduct ga ik dan ook gebruik maken van de methodieken van Henneman (2010).
3.2 Ontwerpeisen
Kenmerken van de doelgroep




Ontwerpeisen

Verantwoording

1

Leerlingen moeten het nut van het product in kunnen zien.

Literatuuronderzoek

Dit bleek uit het artikel

Spelling in het onderwijs: hoe staat het ermee, en hoe kan het beter? (Bonset, 2010).


2

Het product moet aansluiten op de voorkennis van de leerlingen

Literatuuronderzoek

Dit bleek uit het het boek Effectief leren (Ebbens & Ettekoven, 2013).


Kenmerken van de leraar






Ontwerpeisen

Verantwoording

1

Het ontwerp moet overdraagbaar zijn naar docenten die lesgeven in de eerste klas van het vmbo.


Deze eis is al ontstaan in de oriëntatiefase. In een gesprek met Marieke Renes, tevens opdrachtgever van dit product, kwam dit als duidelijke (logische) eis naar voren.

2

Het ontwerp gaat uit van aanwezige voorkennis van de docenten wat betreft de regels voor werkwoordspelling.



Werkwoordspelling wordt geen totaal nieuw onderdeel bij het vak Nederlands. Het wordt momenteel onderwezen, men mag er dus vanuit gaan dat de docenten hun voorkennis paraat hebben.

3

Het ontwerp moet aansluiten op de problemen rondom werkwoordspelling die de docenten op het OSG Schoonoord Doorn ervaren.

Praktijkverkenning

Vragenlijst Rita Beune en Marieke Renes.


Organisatorische kenmerken






Ontwerpeisen

Verantwoording

1

In het desbetreffende lokaal moet het gebruik van ICT (computer, digiboard) mogelijk zijn.

Logisch gevolg

2

Het product moet in iedere periode gebruikt kunnen worden.


Praktijkverkenning

Omdat op het OSG Schoonoord iedere periode het onderdeel (werkwoord)spelling terugkomt, moet het product iedere periode inzetbaar zijn.


Pedagogische, didactische, vakdidactische en inhoudelijke kenmerken






Ontwerpeisen

Verantwoording

1

Het product moet zorgen voor automatisering van de werkwoordspellingregels.

Praktijkverkenning: Gesprek Marieke


2

Het product moet gericht zijn op het stap voor stap automatiseren van de spellingregels.

Praktijkverkenning: gesprek Marieke

3

Het product moet bij het niveau van de leerlingen aansluiten. Leerlingen op vmbo-kb/tl hebben in de eerste klas referentieniveau 1F.

Literatuurverkenning

Dit bleek uit het boek Nederlands in de onderbouw (Bonset, De Boer & Ekens, 2013).



4

Het product moet afwisseling in (activerende) werkvormen bieden.

Praktijkverkenning

Vragenlijst leerlingen



5

Het product moet aantrekkelijk zijn om mee aan de slag te gaan, het moet leerlingen leergierig maken.

Praktijkverkenning

Vragenlijst leerlingen



6

Het product moet helpen bij het verbeteren van de achterliggende prestaties van de leerlingen.

Problemen van gevorderde spellers (Henneman, 2010).
Spelling in het onderwijs: hoe staat het ermee, en hoe kan het beter? (Bonset, 2010).
Hilverdink, M. (2010). Meer plezier in spelling in vijf oplossingsgerichte stappen.



7

Het product moet uitgaan van de opbouwmethodiek, tevens zullen de inprentingsmethodiek en strategiemethodiek aan de orde komen.

Literatuuronderzoek

Dit bleek uit het boek Problemen van gevorderde spellers (Henneman, 2010).


  1   2   3   4   5   6   7   8   9   10   11

  • Hoe kan de sectie Nederlands van OSG Schoonoord Doorn de spellingregels bij brugklasleerlingen niveau vmbo-kb/tl laten automatiseren’’
  • Hoofdstuk 1 Inleiding Aanleiding en opdracht
  • Context van de school in relatie tot het probleem
  • Onderzoeksvraag met toelichting
  • Hoofdstuk 2 Verkennend onderzoek 2.1 Inleiding verkennend onderzoek
  • 2.2 Praktijkverkenning 2.2.1 Inleiding
  • 2.2.2 Aanpak en middelen
  • 2.2.3 Resultaten en conclusies
  • 2.3 Literatuurverkenning 2.3.1 Inleiding
  • Hoe kan er beter worden gespeld
  • Hoofdstuk 3 Het beroepsproduct 3.1 Conclusie verkenning

  • Dovnload 2.1 Mb.