Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Homework lesson ‘Familie en vrienden’ 6 Huiswerk oefening 1

Dovnload 52.03 Kb.

Homework lesson ‘Familie en vrienden’ 6 Huiswerk oefening 1



Datum07.07.2017
Grootte52.03 Kb.

Dovnload 52.03 Kb.

Homework lesson ‘Familie en vrienden’ 6
Huiswerk oefening 6.1

 

a) Luister opnieuw naar tekst 1. Let goed op de werkwoorden in de onvoltooid verleden tijd (pay special attention to the verbs in imperfect tense)


Mijn opa

Mijn opa was een brandweerman.

Mijn opa bluste veel branden. Hij redde veel mensen uit gebotste auto's.

Hij was gek op mijn oma.

 

Hij reed graag motor. Oma zat graag achterop. "Ik wil ook weer eens op jouw motor." zei ze dan.



Opa had een mooie garage voor zijn motor. Daar was hij erg trots op.

 

Oma had een hondje. Zij was heel blij met haar hondje.



Dat hondje liep vaak weg. "Waar is onze gekke hond?" zei ze dan.

Opa ving het hondje vaak in de tuin. Opa mopperde tegen oma dat ze beter op moest letten.

 

Op een dag zat hun hondje niet in de tuin. Opa zocht hem overal.



Opa vond hem niet.

 

De volgende ochtend pakte opa zijn motor uit de garage. De hond zat in de garage.



Dus zelfs hun hond was gered door opa.

 

Maar oma mopperde dat opa voortaan beter op moest letten!



 

Ik zou graag willen dat mijn opa er nog was.

Ik zou dan zeggen: "Let op jullie hond!"

Huiswerk oefening 6.2

 

Geef de onvoltooid verleden tijd (=past simple) van 'werken' voor alle personen:



ik ...

jij ...


hij/zij/het/u ...

 

wij ...



jullie ...

zij ...


 

Geef de onvoltooid verleden tijd (=past simple) van 'wachten' voor alle personen:

ik ...

jij ...


hij/zij/het/u ...

 

wij ...



jullie ...

zij ...
 



Huiswerk oefening 6.3

 

Imperfect tense with 't'



 

Geef de juiste vorm:

                                                                               present                                                                    imperfect tense


dansen

 
 


ik dans

ik .....

werken

ik werk

ik .....

wachten

ik wacht

ik .....

maken

ik maak

ik .....

pakken

ik pak

ik .....

vechten

ik vecht

ik .....

groeten

ik groet

ik .....

knippen

ik knip

ik .....

 

 

 



Huiswerk oefening 6.4

 

Imperfect tense with 'd'



 

Geef de juiste vorm:

                                                                                present                                                                   imperfect tense


branden

ik brand

ik .....

huilen
 

ik huil

ik .....

bellen

ik bel

ik .....

rennen

ik ren

ik .....

lijmen

ik lijm

ik .....

remmen

ik rem

ik .....

rammen

ik ram

ik .....

dulden

ik duld

ik .....

 

 


 

Huiswerk oefening 6.5

 

Imperfect tense, special group with 'v' or 'z' in the infinitive.



 

Geef de juiste vorm:

                                                                                present                                                                   imperfect tense


geloven

ik geloof in jou.

ik .............................

beven

ik beef van angst.

ik .............................

leven

ik leef iedere dag alsof het de laatste is.

ik .............................

graven

ik graaf een kuil.

ik .............................

doven

ik doof het vuur.

ik .............................

reizen

ik reis naar een mooi eiland.

ik .............................

blozen

ik bloos van schaamte.

ik .............................

 

 

Huiswerk oefening 6.6


Geef de juiste vorm van de onvoltooid verleden tijd:

 

1. We ...  (dansen) de hele avond.



2. Ik ...  (branden) mijn hand toen ik vuurwerk afstak.

3. Jij ... (beven) toen je zenuwachtig was.

4. Jullie ... (werkten) tot laat in de nacht.

5. Zij (plural) ... (huilen) toen de storm alles verwoest had.

6. Hij ... (durven) de hond niet te aaien. 

7. Jullie ... (maken) een lange wandeling.

8. Ik ... (hebben) een lieve opa.

9. Jij ... (zijn) lang.

10. Wij ... (zijn) vorig jaar in Italië.

 

 



Huiswerk oefening 6.7

 

 



Maak de onvoltooid verleden tijd:

1. Ik (roepen) ... jou, maar je (komen) ... niet. 

2. Ik (lopen) .... naar het restaurant.

3. De broers (vechten) ... dagelijks om hun speelgoed.

4. De bokser (slaan) ... per ongeluk de scheidsrechter. 

5. Wij (gaan) ... weg.



Huiswerk oefening 6.8

 

Verander tegenwoordige in verleden tijd: (change present into past imperfect time) 



 

Wij wachten op de trein.


Wij .............................

Ik kom binnen en bestel een koffie.




Mijn oma leeft alsof iedere dag de laatste is.




Jullie geven me een compliment.




Jij bent mooi.




Zij blozen.




 

Huiswerk oefening 6.9
Feestdagen met familie en vrienden (holidays with family and friends)

 

Schrijf hier op welke speciale feestdagen en gebeurtenissen gevierd worden in uw land, met familie en vrienden.



Bijvoorbeeld Kerstmis of Nieuwjaarsdag, een verjaardag, etcetera.

Schrijf ook op welke dingen jullie samen doen op deze dagen.

 

(Please write down what special holidays and events are celebrated in your country, with family and friends?



For example Kerstmis (Christmas), Nieuwjaarsdag (New Year's Day), een verjaardag (a birthday), etc.

Also write down what things you do together on these days.)

 

http://www.nederlandslerenbijmanon.nl/files/cadeautje.jpg

....................................................................................................................................................

.................................................................................................................................................... 

....................................................................................................................................................

....................................................................................................................................................

....................................................................................................................................................

....................................................................................................................................................

....................................................................................................................................................

....................................................................................................................................................

....................................................................................................................................................

....................................................................................................................................................

....................................................................................................................................................

....................................................................................................................................................

................................................................................................................................................... 



Huiswerk oefening 6.10

 

http://www.nederlandslerenbijmanon.nl/files/bruid.jpg 

 

 

Bruiloft 



Schrijf een korte tekst.

 

Bent u weleens op een bruiloft geweest?



Wie trouwden er? Welke kleren had het bruidspaar aan? Gingen jullie na het officiele gedeelte naar een restaurant? Was er ook een feest? Met muziek? Heeft u ook gedanst?

(Have you ever been to a wedding?

Who married? What clothes did they wear? You went to a restaurant after the ceremony? Was there a party afterwards? With music?

Did you dance?)

 

.................................................................................................................................................... 



....................................................................................................................................................

....................................................................................................................................................

....................................................................................................................................................

 

 



Huiswerk oefening 6.11

 

Geboortekaartje (birth card)

 

 http://www.nederlandslerenbijmanon.nl/files/geboortekaartje.jpg



 

Als er in Nederland een baby wordt geboren, sturen de ouders bijna altijd een geboortekaartje aan al hun familie en vrienden. Die kaartjes zijn vaak heel leuk.

Als je een geboortekaartje krijgt is het gebruikelijk dat je een kaartje terugstuurt om de jonge ouders te feliciteren.

Vaak vragen de ouders om eerst even te bellen, voordat je op kraambezoek komt. Er komt namelijk veel bezoek langs in de eerste weken. Vaak nemen zij veel cadeautjes mee, zoals boekjes en kleertjes.

Omdat ouders hun eigen smaak hebben, of juist al veel spulletjes hebben, krijgen zij ook wel eens een bon om in te wisselen bij een winkel. Zij kunnen dan zelf iets leuks uitkiezen.

Hoe is dat in uw land?

 

 

 



Schrijf een kaartje aan de ouders van Jasper. Gebruik o.a. deze zinnen:

(Write a card to Jasper's parents. You can, among others, use these sentences:)

 

Hartelijke groeten



Wat een leuke naam!

Beste Peter en Sylvia,

je voornaam

Met de geboorte van

Ik bel jullie volgende week,

Hartelijk Gefeliciteerd,

jullie zoon Jasper

want ik wil graag langskomen.

 

_____________



 

___________________________________________

___________________________________________

___________________________________________

 

 

_______________



 

_______


 

 


Huiswerk oefening 6.12

 

Mijn dagboek vraag


http://www.nederlandslerenbijmanon.nl/files/dagboek.jpg

 

Was er afgelopen week iets wat u wilde zeggen, en wat niet lukte?



Probeer het nu.

Weet u het niet? Verzin iets wat u graag zou willen zeggen in het Nederlands.

(Was there anything last week you could not say in Dutch? You didn't succeed expressing yourself?

Try it now.

If you don't have an example, please make something up)

 

 



 

.......................................................................................................................

.......................................................................................................................

.......................................................................................................................

.......................................................................................................................

.......................................................................................................................



 

 

 

  • was
  • zat
  • mopperde
  • Huiswerk oefening 6.9 Feestdagen met familie en vrienden (holidays with family and friends)
  • Huiswerk oefening 6.11
  • Schrijf een kaartje aan de ouders van Jasper. Gebruik o.a. deze zinnen
  • Huiswerk oefening 6.12 Mijn dagboek vraag

  • Dovnload 52.03 Kb.