Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Homilie – Feest van het Heilig Sacrament – jaar c (Processiedag) 29/05. 2016

Dovnload 11.71 Kb.

Homilie – Feest van het Heilig Sacrament – jaar c (Processiedag) 29/05. 2016



Datum21.09.2017
Grootte11.71 Kb.

Dovnload 11.71 Kb.

Homilie – Feest van het Heilig Sacrament – jaar C (Processiedag) 29/05.2016
Genesis 14, 18-20 / 1 Korintiërs 11, 23-26 / Lucas 9, 11b-17

In de eerste lezing van dit hoogfeest van Sacramentsdag maakten we kennis met een van de minder bekende figuren uit de Bijbel: koning Melchisedek, die ook priester van de Allerhoogste wordt genoemd. Drie keer komen wij hem tegen in de Schrift: in de lezing van vandaag uit het boek Genesis, in psalm 110 (vers 4) en in de brief aan de Hebreeën (6, 20; 7, 3). Niemand weet eigenlijk goed raad met die Melchisedek. Hij komt om zo te zeggen uit de lucht vallen. Zomaar opeens is hij er, midden in de verhalen over aartsvader Abram. Niemand weet precies wie hij is en wat hij zoal deed voordat hij naar Abram toe kwam. En na wat wij vandaag over hem horen verdwijnt hij weer uit het verhaal. Niemand weet waar naartoe en niemand weet hoe het hem verder is vergaan.
Deze illustere onbekende luistert naar een veelbetekenende naam: Melchisedek. Dat betekent ‘Koning van de Gerechtigheid’. Hij moet wel een rechtvaardige koning zijn geweest, en de onderdanen van een koning met zo’n naam moeten het goed gehad hebben en in vrede hebben geleefd. De stad Salem, waarvan hij de koning is, en waarvan niemand weet waar die gelegen heeft, zou best wel eens Jeruzalem geweest kunnen zijn, zeggen sommigen, dé stad van vrede. In welke stad zou deze vredevorst beter op zijn plaats zijn?
Abram heeft nooit in Jeruzalem gewoond. Hij en zijn familie waren geen stadsmensen maar herders, bedoeïenen, rondtrekkend met hun kudden, op zoek naar goede weideplaatsen. Een vaste woon- en verblijfplaats hadden zij niet. Als hoofd van een aanzienlijke familie trekt Abram rond met have en goed om weidegrond voor zijn kudden te vinden. Zij leven dan ook niet in vrede. Want zij moesten weidegronden vinden voordat een andere familie die heeft ingenomen. Als zij elkaar treffen, op weg naar dezelfde goede grond voor hun kudden, dan levert dat problemen op. Meestal werden die met geweld opgelost.
Zo’n strijd om goede grond heeft Abram net achter de rug. Hij heeft slag geleverd tegen families die hem met hun kudden in de weg zaten. En Abram is de sterkste gebleken. Terwijl hij op zijn lauweren rust en er nog van nageniet dat hij de sterkste was, komt hem zomaar uit het niets Melchisedek tegemoet, koning van de vrede. En deze biedt Abram brood en wijn aan. Normaal zou geweest zijn dat hij Abram brood en water had aangeboden. Met dat gebaar bewees men elkaar in die dagen gastvrijheid. Brood en water: de eerste levensbehoeften van een mens onderweg, zeker in een land waar water een schaars goed is. Als men elkaar brood en water aanbood, bood men elkaar kostbaarheden aan. Als Melchisedek Abram brood en wijn aanbiedt, wijst dat erop dat hij Abram met overgrote gastvrijheid tegemoet treedt en hem vrede en vreugde aanbiedt, geen strijd.
Door niet met wapentuig maar met tekenen van vrede op Abram af te gaan laat Melchisedek zien hoe het ook kan. En kennelijk is Abram niet hardleers, want hij geeft tienden van alles wat hij had buitgemaakt aan deze koning die, om zo te zeggen, uit de hemel komt vallen. Dit wil zeggen: hij betaalt belasting aan een koning die hem niet overwonnen heeft. Op die manier stelt Abram zich in dienst van de vrede, hij laat zich opnemen in het verbond van vrede dat de koning van de gerechtigheid hem aanbiedt.
Een betekenisvol stukje Bijbel. In een paar regels wordt hier verteld hoe het Rijk Gods tot stand kan komen: elkaar tegemoet gaan met brood en wijn in plaats van met wapens. En daarom is het ook niet zo vreemd dat Israël in deze koning, van wie niemand weet waar hij vandaan komt, een voorafbeelding gezien heeft van Gods gezalfde, de Messias. Want wanneer de Messias optreedt zal ook niemand weten waar hij vandaan komt. Die zal er zijn, langverwacht, en toch onverwachts, en Hij zal vrede brengen.
Iemand die brood en wijn aanbiedt, vredestekenen, heeft veel van de Messias weg. Vandaag wordt ook ons brood en wijn aangeboden. Wij gedenken hier hoe die ons gegeven worden door een vredestichter, Jezus van Nazaret, die de mensen tegemoet treedt met gastvrijheid en vrede; Die voor iedereen het huis van zijn hart openzet en niemand tegemoet treedt met geweld of dwang; Die niemand van zijn plaats jaagt om zelf plek te krijgen. Jezus, van wie het leven zo door vrede gekenmerkt is dat Hij vrede blijft stichten, zelfs in het zicht van zijn dood. Ook al weet Hij dat ze op Hem zullen afkomen met zwaarden en knuppels, in de Hof van Olijven, toch deelt Hij vredestekenen uit: het brood en de wijn van zijn eigen leven. En toen ze Hem inderdaad gewapenderhand gevangen wilden nemen, laat Hij zich niet verleiden tot strijd. ‘Steek dat zwaard in de schede’, zei Hij tot Petrus toen die erop los wilde slaan.
Met zijn gebaar van brood en wijn leest de Vredevorst Jezus ook ons een les. De les van hoe het ook kan, zonder wapentuig maar met vredestuig: brood en wijn. Het is een harde les. Want het brood wordt gebroken en de wijn wordt uitgegoten, gedeeld. Jezus biedt ons zijn vrede aan, maar wij kunnen die alleen ontvangen als wij er de ogen niet voor sluiten, dat wij een vrede aangereikt krijgen die ons de dood kan brengen: de dood van het niet ophouden vreedzaam te zijn, ook als het dreigend wordt om ons heen.
Deze harde kant van Jezus’ les mag niet worden weggestreept. Het ‘Heer Jezus, wij verkondigen uw dood’ hoort er helemaal bij als wij dadelijk het eucharistisch gebed gaan bidden. Jezus bakt voor ons geen zoete broodjes. Bij het vieren van de Eucharistie, bij het ons laten aanbieden van brood en wijn door de Vorst van Vrede en Gerechtigheid, die Jezus is, hoort dan ook dat wij, zoals Abram, onze tienden aan Jezus geven. Jezus zal ons de kracht geven om te kunnen wat van ons wordt gevraagd. Daarom biedt hij ons niet zomaar brood en wijn aan, maar het brood en de wijn van zijn leven. Als wij daarvan delen en nemen, kan het een kracht in ons worden om vrede te zijn voor elkaar.
https://c1.staticflickr.com/5/4067/4673586432_bedc676178.jpg

Abram en Melcisedek’, Mozaïek van het tabernakel van de kapel Maria ter Engelen in het St. Rose Convent op de campus van de Viterbo University in LaCrosse


Jan Verheyen – Lier

Hoogfeest van Sacramentsdag C (processiedag) – 29.5.2016

(Inspiratie: o.a. Tijdschrift voor verkondiging, Jg. 88 nr. 3, mei/juni 2016)


Dovnload 11.71 Kb.