Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Homilie – Tweede zondag in de Veertigdagentijd – jaar a 12. 03. 2017

Dovnload 2.78 Mb.

Homilie – Tweede zondag in de Veertigdagentijd – jaar a 12. 03. 2017



Datum28.10.2017
Grootte2.78 Mb.

Dovnload 2.78 Mb.

Homilie – Tweede zondag in de Veertigdagentijd – jaar A 12.03.2017
Genesis 12, 1-4a / 2 Timoteüs 1, 8b-10 / Matteüs 17, 1-9

In de eerste lezing en in het evangelie hoorden we twee verhalen die mooi bij mekaar passen, twee verhalen van mensen onderweg. Twee verhalen met zorg gekozen omdat ook wij op weg zijn, op weg naar Pasen.
Het eerste verhaal is het verhaal van Abram. Neen, niet Abraham, pas later wordt die naam Abram in Abraham verandert. Abram was 75 jaar, nog jong in bijbelse termen, toen hij een stem hoorde die tot hem sprak: ‘Trek weg! Verlaat alles wat je vertrouwd is en ga naar een land dat Ik je zal aanwijzen.’ En Abram gaat. Het is het begin van een geloofsreis, van een wandelen met God, en tijdens die reis zal zijn geloof beproefd en uitgezuiverd worden.
De ultieme beproeving is die wanneer de stem opnieuw klinkt: ‘Trek weg! Ga naar de berg die Ik je zal aanwijzen’ (Gen. 22, 2), wanneer hem gevraagd wordt om zijn zoon te offeren. De weg die Abram, die dan ondertussen Abraham noemt – vader van alle gelovigen – is een weg van loslaten en van vertrouwen, een leerweg. Want vertrouwen en loslaten moet je al doende leren. Zo ontstaat geloof! Zo zal Abraham de vader worden van een volk dat leeft uit geloof.
Zonder dat verhaal van Abram zou Jezus nooit op pad gegaan zijn. Jezus wordt door de evangelist Matteüs al in het eerste vers van zijn evangelie ‘zoon van Abraham’ genoemd. Ook Jezus wordt geroepen om op weg te gaan. De eerste ‘roepingsscène’ is die van zijn doop in de Jordaan. Daar ontvangt Hij zijn drievoudige zending om ‘gezalfde, veelgeliefde en Dienaar’ te zijn. Daarna wordt Hij de woestijn in gestuurd en wordt Hem daar het vuur aan de schenen gelegd. Maar Hij is er sterker uitgekomen.
Een volgende roepingsscène hoorden we vandaag. En ook nu is zijn zending die van ‘gezalfde, veelgeliefde en Dienaar’. We hoorden hoe Hij de berg opgaat. Dat doen meer mensen, een berg opgaan. Het kan soms een zware klim zijn, maar je doet het met goesting, want je weet, als je boven bent, dat je dan een prachtig zicht hebt, en soms, als het weer meezit, veel licht. Je verbruikt wel veel energie tijdens het klimmen, maar als het doel aantrekkelijk genoeg is, dan wil je wel investeren, dan wil je moe worden.
Ook voor Jezus en die drie leerlingen was de investering, de inspanning die ze zich getroosten, de moeite waard. Daarboven op die berg sprak Jezus met Mozes en Elia. Die waren Hem bekend. Hij kende de verhalen. Mozes was de man die zijn volk naar de vrijheid had gevoerd. Elia was dé profeet, de mens die direct contact met God had en daardoor moedig iedere keer zijn stem durfde te verheffen als het weer eens tegen zat. Hij durfde zich ook tegen de koning verzetten, wat hem bijna zijn kop had gekost. Maar hij voelde zich gesteund door God.
Ook Jezus begon aan een moeilijke opdracht en Hij wilde zijn leerlingen daar op voorbereiden. ‘Wie Mij wil volgen, moet zichzelf verloochenen en zijn kruis op zich nemen’, had Hij tot zijn leerlingen gezegd (Mt. 16, 24). En na die woorden zijn ze de berg opgegaan. Wat Jezus zal overkomen in Jeruzalem, hoort bij zijn drievoudige opdracht om ‘gezalfde, veelgeliefde en Dienaar’ te zijn. De stem uit de hemel beaamt het voor de drie leerlingen: Jezus is, als Zoon van David, de gezalfde van Israël; Hij is als veelgeliefde de zoon van Abraham (zoals Isaak dat was voor Abraham) en Hij is de Dienaar in wie God zijn welbehagen heeft gesteld.
Mozes en Elia, de twee grootste profeten van Israël, fungeren als zijn getuigen. Nu is Petrus heel euforisch. Het lijden wil hij nog uit de weg gaan, maar die stralende verheerlijking van Jezus op de berg ziet hij helemaal zitten: ‘Het is goed dat we hier zijn.’ En hij wil voor Jezus, voor Mozes en voor Elia drie tenten opslaan. Petrus wil een klein Loofhuttenfeest organiseren, omdat hij zich realiseert dat God zijn beloften wil vervullen en dat de volheid van de tijd is aangebroken. Maar de stem doet hem uit de droom ontwaken, en laat verstaan dat die verheerlijking niet buiten de drievoudige zending om kan: geliefde, gezalfde en Dienaar.
Jezus had het blijkbaar nodig om zich even terug te trekken, te bidden, zich te laten voeden door die grote personen uit zijn traditie. Dat doen wij toch ook? Als wij naar de kerk gaan is dat toch ook om ons even te bezinnen, even op adem te komen, en door die verhalen, door ons gebed, in de goede richting gezet te worden?
Onze wereld is niet veel anders dan in de tijd van Elia of Jezus. Ook vandaag is er oneerlijkheid, is er strijd om de macht. Abram zette zich af van de vele goden in zijn thuisland en ging op weg, op zoek naar zijn echte God. Van welke afgoden willen wij ons losmaken zoals Abram? En als we ons dan even bezinnen, in de kerk of elders, welk doel zouden we dan in ons leven willen nastreven, voor onszelf en voor onze kinderen? Hoe zou de wereld er moeten uitzien voor onze kleinkinderen en achterkleinkinderen? Wat is ons lief en waarin willen wij investeren?


Toen de leerlingen de stem hoorden, wierpen ze zich ter aarde, aangegrepen door een hevige vrees. Maar Jezus bemoedigt hen om niet bang te zijn. Jezus stapt ook vandaag op ons toe en raakt ons aan en zegt: ‘Sta op en wees niet bang!’ Mag ons samenzijn hier een bergervaring zijn op weg naar Pasen!



Afbeelding:

'Abraham op weg, de blik gericht op God', Robert Rabolt, Abrahams glasraam, Sint-Petrusdom, Bremen
Jan Verheyen – Lier.

1ste zondag in de Veertigdagentijd A – 5.3.2017

(Inspiratie: o.a. Joost Jansen, Woord voor onderweg. Overwegingen voor het jaar A, Berne Media – Heeswijk 2016; Jean Bastiaens, Het Woord is mens geworden. Commentaren bij de zondagslezingen jaar A, B en C, Halewijn 2015)

  • Afbeelding

  • Dovnload 2.78 Mb.