Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Honeywell Security Product Group

Dovnload 74.75 Kb.

Honeywell Security Product Group



Datum25.04.2019
Grootte74.75 Kb.

Dovnload 74.75 Kb.





Honeywell Security Product Group
Galaxy DIMENSION
Technisch aanbod

800-16174
Versie 3.0

Revisiegeschiedenis

Versie

Datum

Wijzigingsoverzicht

Door

1.0

26 mei 2010

Eerste uitgave

Liam Smith

2.0

11 jun 2010

Tweede uitgave

Liam Smith

2.1

13 mei 2011

Toevoeging van TouchCenter

Drew Aitken

3.0

10/9/13

Herschrijving overeenkomstig algemene A&E-specificaties

Martin Pacitti









































Inhoudsopgave

Inhoud


Bereik 4

Systeemoverzicht 4

Systeemarchitectuur 5

Systeemfunctionaliteit 5

1.2Zone-ingangscircuits voor detectiepunten: 5

1.3Gebiedscontrole (controle van partitie of blok) 6

1.4Systeemgebruikers 6

1.5Gebeurtenissenlogboek 6

1.6Uitgangen voor signalering en besturing 6

1.7Klokken en tijdsplanning 6

1.8Automatische systeemdiagnostiek 7

1.9Communicatie 7

1.10Ondersteuning voor draadloze sensor 8

1.11Toegangsbeheer 8

1.12Service op afstand 8



1.13Naleving en goedkeuringen 9

Appendix 1: Systeemrandapparatuur 10


Bereik


Deze specificatie definieert de vereisten voor een reeks inbraakalarmsystemen die kan voldoen aan de beveiligingsbehoeften van middelgrote tot grote commerciële toepassingen.

Systeemoverzicht


Het volgende is een overzicht van de minimale specificaties voor de centralereeks.

  • 16 detectiecircuits met meerdere statussen ingebouwd in de standaardcentrale

  • Uitbreidingsmogelijkheid tot 520 detectiecircuits

  • Ondersteuning voor 32 onafhankelijke gebieden (partities of blokken)

  • Ondersteuning voor 1000 gebruikers

  • Inbraakgeheugen met een capaciteit van 1500 gebeurtenissen

  • Onafhankelijk toegangsgeheugen met een capaciteit van 1000 gebeurtenissen

  • 7 wisselende uitgangen ingebouwd in de standaardcentrale met ieder het vermogen om 400 mA te schakelen

  • Eén relaisuitgang ingebouwd in de standaardcentrale met een schakelvermogen van 1 A bij 30 V gelijkstroom

  • Ondersteuning voor 67 onafhankelijke wekelijkse tijdschema's, ieder met 28 in-/uitschakelgebeurtenissen

  • 67 onafhankelijke vakantietijdschema's met 32 vakantieperioden

  • Door tijdschema gestuurde automatische inschakeling van beveiliging voor ieder gebied (partitie of blok)

  • Ondersteuning voor lockout-tijdschema om uitschakelen van beveiliging tijdens beveiligde perioden te verhinderen

  • Ondersteuning voor voltagevervangingsdetectie in de detectiecircuits

  • Volledige diagnostische controle van alle detectiecircuits en voedingen

  • Ondersteuning voor automatische rapportage van diagnostische gegevens volgens tijdschema

  • Communicatiemogelijkheid via PSTN, Ethernet, GPRS en ISDN

  • Draadloze sensorcapaciteit voor 198 sensoren

  • Tweewegcommunicatie voor alle draadloze sensoren voor bevestiging van berichtbezorging

  • Ondersteuning voor flexibele routering voor alle draadloze sensoren, voor redundantie in draadloos communicatiepad

  • Ondersteuning voor audiocommunicatie in twee richtingen met 32 kanalen en 10 seconden pre-alarm per kanaal

  • Ondersteuning voor toegangsbeheer van 64 deuren per Wiegand-kaartlezer/pin-bediendeel

  • Gebruikersrechten voor deurtoegang op basis van tijdschema's

  • Deurtoegangsrechten die worden beheerd per systeemgebied (partitie of blok) met automatische blokkering voor beveiligde gebieden

  • Ondersteuning voor beveiligde remote service voor configuratie en onderhoud op afstand

  • Volledige reeks systeemrandapparaten waaronder gebruikersinterface met kleur, beeld en aanraakscherm

  • Volledige naleving van EN 50131 klasse 3 met communicatie die voldoet aan klasse 4, ATS 5



Systeemarchitectuur


Het systeem moet bestaan uit een gecentraliseerde centrale die alle configuratie-instellingen en systeembesturingsmachtigingen bevat. Het systeem moet de volgende minimumspecificaties hebben:

Systeemfunctionaliteit



    1. Zone-ingangscircuits voor detectiepunten:


Zone-ingangscircuits zijn analoge detectiecircuits met meerdere statussen die kunnen worden verbonden met conventionele alarmsensoren of afzonderlijk identificeerbare draadloze detectiesignalen.

Het systeem zal 16 ingebouwde zone-ingangscircuits hebben met uitbreidingsmogelijkheden tot 520 zone-ingangcircuits. Alle zone-ingangscircuits moeten volledig configureerbare systeemresponsen hebben.

Ieder bekabeld zone-ingangscircuit moet een mogelijkheid hebben voor volledige bewaking met behulp van een eindweerstand en contactweerstand om de volgende statussen te detecteren:

Zonekortsluiting

Lage weerstand in zone

Zone gesloten (normaal)

Hoge weerstand in zone

Zone geopend (alarm)

Zonefout

Zone gemaskeerd

Open circuit van zone

Het moet mogelijk zijn om bepaalde circuits met voltagesabotagedetectie in te schakelen om pogingen tot het maken van een overbrugging van het zone-ingangscircuit door vervanging van het circuit door een spanningsbron te detecteren

Elke draadloze zone moet tweewegcommunicatie met ontvangermodules gebruiken. Het moet mogelijk zijn om meerdere ontvangermodules te gebruiken om alternatieve paden naar elke sensor te verschaffen. Het systeem zal het signaalniveau op elk pad controleren om de sterkste tweewegroute naar elke sensor te onderhouden.

Elke zone moet volledige programmeermogelijkheden hebben met betrekking tot de volgende kenmerken:



  • Functie (of zone type; de volledige lijst van zonefuncties wordt getoond in tabel 1)

  • Beschrijving (16 alfanumerieke tekens)

  • Belfunctiekenmerk (belsignaal, in-/uitschakelen)

  • Overbruggingskenmerk (zone kan worden overbrugd, in-/uitschakelen)

  • Kenmerk voor deelbeveiliging (zone opgenomen in gedeeltelijke inschakeling van beveiliging, in-/uitschakelen)

  • Responstijd (snel of traag)

  • Aangepaste SIA (SIA-indeling keuze voor alarmsignalering)

  • Activiteitscontrole (controleren op zoneactiviteit bij uitgeschakelde beveiliging)

  • Weerstandsselectie (weerstandsbereik van de zone)

  • Blok (toewijzing van zone aan Galaxy-blok)

  • Programmering van draadloze sensor en signaalsterkte


    1. Gebiedscontrole (controle van partitie of blok)


Het systeem moet ondersteuning bieden voor configuratie met maximaal 32 volledig onafhankelijke gebieden (partities of blokken). De beveiliging van ieder gebied moet onafhankelijk kunnen worden ingeschakeld. Elke systeemgebruiker moet machtigingen hebben voor één of meer combinaties van gebieden.

Elke zone in het systeem moet zijn toegewezen aan slechts één gebied. Bepaalde zonetypen zoals Sleutelzone en Uitloop beëindigen (Puls Aan) moeten de configuratiemogelijkheid hebben om extra gebieden voor gedeelde toegangsgebieden toe te wijzen waarop hun werking ook invloed heeft.

Er moet configureerbare logica zijn waarmee de beveiliging van meerdere gebieden tegelijkertijd kan worden ingeschakeld zonder inschakeling van de beveiliging van gezamenlijke hallen als de beveiliging van alle omringende gebieden niet is ingeschakeld of nog niet wordt ingeschakeld.

    1. Systeemgebruikers


Het systeem moet kunnen worden geconfigureerd om tot 1000 gebruikers te bevatten. Elke gebruiker moet een variabel machtigingsniveau hebben waarmee machtigingen voor in- en uitschakelen van de beveiliging en het opnieuw instellen van het systeem na alarmen kunnen worden toegewezen. Het moet mogelijk zijn om afzonderlijke machtigingen voor het in-/uitschakelen van beveiliging en toegangsbeheerrechten toe te wijzen aan gebruikers. Elke gebruiker moet kunnen worden geprogrammeerd met een pincode van maximaal 6 cijfers en een toegangsbeheerkaart van maximaal 40 bits.
    1. Gebeurtenissenlogboek



    1. Uitgangen voor signalering en besturing


De centrale moet beschikken over ten minste 7 negatief geschakelde uitgangen voor krachtstroom (400 mA), één relaisuitgang die 1 A bij 30 V gelijkstroom kan schakelen en ten minste 6 signaaluitgangen met zwakstroom. Er moet een opwaardeerpad zijn waarmee ten minste 260 uitgangen kunnen worden geconfigureerd op het systeem.
    1. Klokken en tijdsplanning


Het systeem moet meerdere onafhankelijke kloktijdsplanningen hebben die volgens een wekelijkse cyclus worden uitgevoerd. Elke wekelijkse cyclus moet de mogelijkheid hebben om ten minste 28 gebeurtenissen te programmeren (in- en uitschakelingen).

De schema's moeten kunnen worden toegewezen om de volgende systeemgebeurtenissen te beheren:

Beveiliging automatisch in-/uitschakelen

Monitor voor inschakelen van beveiliging

Uitgangsbesturing voor elektrisch schakelen

Activiteitsbesturing van gebruikersprofielen voor beperking van in-/uitschakelen van beveiliging

Profielbeperkingen voor toegangsbeheer

    1. Automatische systeemdiagnostiek


Het systeem moet uitgebreide zelfdiagnostiek en rapportage hebben om volledig inzicht te verschaffen in de huidige status en tendensen in het systeem.

Het systeem moet de volgende gegevens over de systeemstatus kunnen vastleggen:

Status van elke systeemvoeding, waaronder:

Uitgangsvoltage

Geschiedenis van uitgangsvoltage (minimum en maximum)

Uitgangsstroom

Invoerstatus van wisselstroomnetspanning

Accuoplaadstatus

Accuaanwezigheidsstatus

Acculaadteststatus

De status van elke zone-ingang in het systeem, waaronder

Circuitlusweerstand voor bedrade zones

Weerstandgeschiedenis (minimum en maximum in de gesloten/normale status)

Signaalsterkte vanuit elke draadloze sensor

Signaalsterktegeschiedenis voor elke sensor (minimum en maximum)

Activeringsgeschiedenis in de status van uitgeschakelde beveiliging voor detectorwerkingscontrole

Het systeem moet kunnen worden geconfigureerd voor periodieke verzending van de zelfdiagnostiekgegevens naar de externe beheersoftware. De externe beheersoftware moet automatisch een rapport kunnen maken voor elke installatie, waarin alle gebieden waar de metingen buiten specificaties zijn of waar een significante afwijkingstendens is gemarkeerd in de metingen.


    1. Communicatie


Het systeem moet kunnen communiceren met behulp van de volgende middelen

PSTN, analoge telefoonlijnen

ISDN-telefoonlijnen

WAN- en LAN-verbindingen via ethernet

Deze media moeten zonder uitzondering alarmsignalering en service op afstand toestaan

    1. Ondersteuning voor draadloze sensor


Het moet mogelijk zijn om maximaal 8 ontvangermodules te installeren om het gebruik van draadloze sensoren en 'keyfobs' voor gebruikersbediening toe te staan. Het systeem moet een binnenkomend bericht accepteren vanuit elke sensor via elke ontvangermodule.

Er moet draadloze communicatie in twee richtingen zijn, waarbij het systeem na elk bericht vanuit een draadloze sensor of keyfob een erkenningsantwoord verzendt. Het systeem moet slimme routering van de erkenningssignalen toestaan, zodat het antwoord alleen vanuit de ontvangermodule wordt verzonden die de sterkste ontvangst van het oorspronkelijke signaal heeft.

Draadloze keyfobs moeten een gebruikersreactie geven over de opdrachtstatus van de inschakeling van de beveiliging en moeten de inschakelingsstatus van het systeem op verzoek kunnen tonen

Het draadloze subsysteem moet voldoen aan de vereisten van EN50131-5-3 tot niveau 2.


    1. Toegangsbeheer


Het systeem moet maximaal 64 deuren kunnen beheren. Toegang door de deuren moet zijn beperkt tot gebruikers die toegangsrechten hebben tot die specifieke gebieden van het gebouw op specifieke tijden. Het systeem moet geen toegang toestaan tot een gebied waarvan de beveiliging is ingeschakeld, om valse alarmactivering te vermijden.

Het moet mogelijk zijn om rechten voor gebruikers te definiëren voor in- of uitschakeling van de beveiliging van gebouwgebieden met behulp van hun toegangsbeheerkaart bij een deurbeheerlezer.


    1. Service op afstand


Er moet een pc-softwarepakket beschikbaar zijn om geïnstalleerde systemen op afstand te onderhouden vanuit een gecentraliseerde locatie. Dit pakket moet de volgende mogelijkheden hebben:

  • Gecentraliseerde database voor opslag van locatiegegevens voor ten minste 100.000 geconfigureerde installaties

  • Mogelijkheid om maximaal 32 operators te hebben met gelijktijdige toegang tot de database met behulp van een clientbrowser-toepassing en een lokaal of interlokaal netwerk.

  • Mogelijkheid om maximaal 64 externe systemen tegelijk te verbinden met de database via een communicatieservertoepassing

  • Mogelijkheid voor de communicatieserver om automatisch binnenkomende verbindingen te accepteren vanuit externe systemen, zelfs wanneer er geen operator actief is in een clientbrowser.

  • Keuze van communicatiemedia

    • Ethernet TCP/IP

    • Seriële RS232-interface

    • PSTN

  • Volledig Audittrail-activiteitenlogboek bij toegang tot de database

  • Verbindingslogboek van alle externe, geïnstalleerde systemen die zijn verbonden met de database

  • Mogelijkheid om scripts te definiëren om accountgroepen massaal bij te werken en een algemene wijziging in verschillende geïnstalleerde systemen te implementeren

Operatorfuncties omvatten:-

  • Systeemaccounts maken/openen

  • Accountgegevens afdrukken

  • Accountgegevens kopiëren naar nieuwe accounts

  • Realtime-besturing van systemen op afstand met behulp van virtuele bediening van het bediendeel

  • Gegevens uploaden vanuit geïnstalleerde systemen

  • Gegevens downloaden naar geïnstalleerde systemen

  • Offline programmering van alle aspecten van geïnstalleerde systeemconfiguratie

  • Paneelprogrammeringgegevens terugplaatsen van een eerder opgeslagen versie

  • Weergave voor centrale nabootsen van systeemstatus in realtime

  • Diagnostische indicatie van de status van geïnstalleerde systemen

  • Weergave van gebeurtenissenlogboek

  • Filters van gebeurtenissenlogboek

  • Mogelijkheid om datum en tijd in te stellen

  • Verbindingen maken met geïnstalleerde systemen

  • Kopiëren van gegevens uit gebeurtenissenlogboek

  • Afdrukken van geïnstalleerde systeemgegevens

  • Afdrukken van gebeurtenissenlogboek

  • Automatische aanmaak van gedetailleerde systeemstatusrapporten met behulp van diagnostische gegevens vanuit een upload


    1. Naleving en goedkeuringen


Het product moet onafhankelijk zijn getest overeenkomstig de volgende richtlijnen en standaarden:

R&TTE 99/5/EC

EN50131-3: 2009 beveiligingsgraad 3, milieuklasse II

Het product moet geschikt zijn voor gebruik in systemen die zijn ontworpen voor conformiteit met EN50131-3:2009:



  • Beveiligingsklasse: 3

  • Omgevingsklasse: II

  • Type voeding: A

  • Alarmtransmissiesysteem: ATS2=D2, M2, T2, S0, I0

De centrale moet compatibel zijn met de relevante delen van de volgende standaarden:

EN50131-1:2006+A1:2009 Alarmsystemen, inbraaksystemen, algemene vereisten (graad 3).

EN50131-6:2008 Alarmsystemen, inbraaksystemen, voedingen (graad 3).

PD6662:2010 Schema voor de toepassing van Europese standaarden voor inbraakalarmsystemen.

BS8243: 2010 Installatie en configuratie van inbraakalarmsystemen die zijn ontworpen om bevestigde alarmomstandigheden te maken, praktijkrichtlijn.

Appendix 1: Systeemrandapparatuur


De volgende randapparatuur moet beschikbaar zijn voor systeemontwerp:

Gebruikersinterfaces

Standaardbediendelen voor programmeren en gebruikersbeheer

  • Stijlvol ontwerp

  • 32 (2 x 16) lcd-scherm voor alfanumerieke tekens en achtergrondverlichting

  • Sabotagebeveiliging

  • Rubberen druktoetsen met achtergrondverlichting

  • Volledige systeembesturing

  • Adresseerbaar

  • Kan rechtstreeks worden aangesloten op de systeemgegevensbus op afstanden van maximaal 1000 m vanaf de centrale

  • Beveiliging in-/uitschakelen met pin en/of optionele proximity-tag

  • Eenvoudige installatie

  • Ondersteuning voor zelfleren voor proximity-tags

TouchCenter-bediendeel met proximity-taglezer

  • Bediendeel met ¼ VGA TFT-aanraakscherm

  • Grafische pictogrammen voor besturing door eindgebruiker

  • Installateurtoegang en bedieningsmogelijkheid

  • Plastic behuizing

  • Sabotagebescherming voor deksel en muur

  • Kan rechtstreeks worden aangesloten op het paneel op afstanden van maximaal 1000 m

  • Geïntegreerde proximitylezer voor mogelijkheid tot in-/uitschakelen van beveiliging

  • Ondersteuning voor zelfleren voor proximity-tags

  • Functionaliteit voor dubbele actie, eenvoudige in-/uitschakelbewerking van beveiliging neemt de noodzaak tot invoer van pincode weg


Zelfstandige besturing voor één deur

  • Deurbesturingseenheid voor proximity

  • Kan rechtstreeks worden aangesloten op systeemgegevensbus

  • Controleer de status van één deur

  • Kan rechtstreeks een deurvergrendeling en uitgangsverzoekknop besturen

  • Kan worden gebruikt om de beveiliging in- of uit te schakelen met prox-kaart/-tag

  • Adresseerbaar

  • Bedoeld voor intern gebruik of extern gebruik

Systeemuitbreiding

Uitbreidingsmodule voor zone en uitgang

  • Kan rechtstreeks worden aangesloten op de systeemgegevensbus op maximaal 1000 m vanaf de centrale

  • Adresseerbaar

  • 8 zone-ingangscircuits met voltagesabotagebescherming

  • 4 transistoruitgangen

  • Sabotagebescherming voor deksel en oppervlakverwijdering

Reeks slimme voedingen

  • Conformiteit met EN50131-1/EN50131-6 klasse 2 of 3

  • Totale capaciteit 2,75 A

    • Beoordeling is afhankelijk van geselecteerde klasse en accucapaciteit

    • Ondersteuning voor RS485-communicatie

    • 8 zones/4 uitgangen

Draadloze ontvanger portal of gateway

  • Draadloze ontvanger die ondersteuning verschaft voor draadloze sensoren en keyfobs

  • Uitgebreide draadloze functionaliteit voor diagnostiek, testen en controle

      • Accu bijna leeg

      • Programmeerbaar toezicht

      • Storingdetectie (interferentie)

  • Gecentraliseerde programmeermodus met behulp van systeembediendeel

  • Looptest legt automatisch de signaalsterkte van elke zone vast in een logboek

  • Volledige signalering van RF-status

Portfolio van draadloze sensor

De volgende draadloze sensortypen moeten beschikbaar zijn voor systeemontwerp:

10m PIR-sensor

12m Dual-Tech-microgolf en PIR-sensor

Magnetisch deurcontact

Schoksensor

Geluidsdetector voor glasbreuk

Rookdetector

Koolmonoxidesensor

Overstromings- en temperatuursensor


Draadloze sensor moet een normale accuduur van meer dan 3 jaren hebben.

Sensoren moet een transmissiebereik in open veld hebben van 2 km.


Deze pagina is bewust leeg gelaten



Pagina van

  • Systeemfunctionaliteit Zone-ingangscircuits voor detectiepunten
  • Gebiedscontrole (controle van partitie of blok)
  • Gebeurtenissenlogboek Uitgangen voor signalering en besturing
  • Klokken en tijdsplanning
  • Automatische systeemdiagnostiek
  • Ondersteuning voor draadloze sensor
  • Naleving en goedkeuringen
  • Appendix 1: Systeemrandapparatuur

  • Dovnload 74.75 Kb.