Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Hoofdstuk 1: De inleiding definitie: a: geschiedenis rechtsgeschiedenis is metajuridica1

Dovnload 0.51 Mb.

Hoofdstuk 1: De inleiding definitie: a: geschiedenis rechtsgeschiedenis is metajuridica1



Pagina1/11
Datum21.09.2017
Grootte0.51 Mb.

Dovnload 0.51 Mb.
  1   2   3   4   5   6   7   8   9   10   11


Hoofdstuk 1: De inleiding
1. definitie:
a: geschiedenis
rechtsgeschiedenis is metajuridica1
Rechtsgeschiedenis is een metajuridisch vak. Dit houdt in dat het zich niet bezig houdt met de inhoud van het recht maar het richt zich naar alles wat zich rond het recht afspeelt. (vakken zoals filosofie, rechtssociologie, geschiedenis,…). Metajuridische vakken helpen ons bij het begrijpen van de huidige situatie.
niemand wordt geacht de wet niet te kennen” ( nemo censetur…). Deze stelling is een juridisch paradigma. Je hebt ze nodig om juridisch te kunnen denken.
De metajuridica houdt zich dus niet bezig met het positieve recht (het heden geldende en afdwingbare recht) als praktische toepassing maar als wetenschappelijke invalshoek.

geschiedenis dient recht


  • Tempus regit actum: “de tijd regelt de vorm van de akte”. Een akte moet aan de vorm en regels voldoen die gelden in de tijd waarin de akte is opgesteld. Vb: Testament werd voor de Franse Revolutie (1789) opgesteld door een pastoor. Zo een testament was nog steeds geldig na 1789 ook al mocht de pastoor toen geen testamenten meer opstellen.




  • Wetshistorische interpretatie: kijken naar de voorbereidende werken van de formele wet. ( wetsontwerp2, wetsvoorstel3, memorie van toelichting, advies R.v.St., verslag parlementaire commissie, amendementen)




  • Rechtshistorische interpretatie: kijkt naar de juridische context waarin de wet is gegroeid. Welke normen en waarden waren er van toepassing in die tijd.




  • Historisch expertise: vb: negationisme






Recht dient geschiedenis
De oudste bronnen in de geschiedenis waren juridische bronnen zoals testamenten, vonnissen, wetten, …

Ook juridische instellingen. Zo zijn we bijvoorbeeld perfect ingelicht over het schilderij

“de gerechtigheid van keizer Otto III” omdat het contract tussen de Leuvense stadsmagistraat en Dirk Bouts bewaard bleef. We situeren ons in de 15de eeuw. Dirk Bouts was één van de Vlaamse Primitieven en één van zijn werken werd besteld door een stadsmagistraat van Leuven. Het schilderij bestaat uit twee panelen en vier scènes.


Continuïteit
Continuïteit is de regel, revolutie de uitzondering. Men moet zich realiseren dat het recht continu in beweging is. Er is echter een onderscheid tussen materiële en formele continuïteit.
Materiële continuïteit: wanneer eenzelfde probleem in twee verschillende tijdperken op inhoudelijk dezelfde wijze worden opgelost maar aan de hand van andere vormen of termen. Vb: een absolutistische vorst kan democratischer zijn dan een democratisch verkozen president.
Formele continuïteit: geeft de wettelijke aanschijn dat er niets veranderd is, terwijl de juridische relaties wel degelijk veranderd zijn. Vb: de schuttersgilden bestaan vandaag de dag nog steeds maar hebben geen macht meer terwijl ze vroeger zeer machtig waren.

Historische achtergrond
Indeling van de geschiedenis kan op drie manieren gebeuren:


  1. cultureel (recht is cultuur): Romeinse verovering, Germaanse volksverhuizing, burchten en heren, christelijke middeleeuwen, renaissance, verlichting, romantiek.




  1. politiek (recht is macht): Rome Merovingers Karolingers Capetingers Graven en Hertogen Bourgondiërs Spaanse tijd Oostenrijkse tijd Franse Revolutie Napoleon Verenigd Koninkrijk der Nederlanden België




  1. rechtshistorisch: gewoonte – receptie4 – nationale wetboeken


De faculteit Gent in de geschiedenis:
De rechtswetenschap is gestart in Bologna in de 11de eeuw. Dit is tevens de start van de universiteiten. De eerste universiteit in België kwam er pas in 1425 te Leuven.
De Gentse universiteit kwam er in 1817 tijdens de Hollandse periode onder het bewind van Willem van Oranje Nassau. Het verkreeg zijn autonomie in 1991 tijdens de “Vlaamse” periode. De plaats van de faculteit was in het Baudelo-Jezuïetenklooster (de huidige universiteitsstraat). Eerst werd er les gegeven in het Latijn, vervolgens in het Frans en pas in 1930 in het Nederlands.

b. het publiekrecht


Wat is publiekrecht?
Om het onderscheid tussen publiekrecht en privaatrecht te maken moet men niet kijken naar de aard van de partij maar naar het doel van de partij. Het onderscheid is niet duidelijk en vaak voor discussie vatbaar.
Het belang van het onderscheid: 1. bevoegde rechtbanken

2. Heuristiek (kunst van het opzoeken)

3. Terminologie (vb: concessie is ook alleenrecht om private handeling te doen op publiek domein)
Men kan tevens het onderscheid maken tussen subjectief recht en objectief recht. Subjectief recht is privaatrecht en men dient ermee naar een burgerlijke rechtbank te gaan. Objectief recht daarentegen is publiekrecht en daar voor is de R.v.St. afdeling administratie bevoegd.
Je hebt een organiek en een functioneel criterium. Het functioneel criterium houd rekening met de functie van de uitspraak. Is de uitspraak een 3den bindende beslissen. Zo ja, dan kan men spreken van een publiekrechtelijke beslissing. Rond dit onderscheid draait de recente discussie in het onderwijs. Een katholieke school is een private instelling maar maakt wel 3den bindende beslissingen. Problemen omtrent katholieke scholen moeten dus aangevochten worden bij de R.v.St. ook gaat het om een private instelling.
Een probleem omtrent de keuze van de rechtbanken noemt men een attributieconflict. Dit is een conflict dat ontstaat als beide rechtbanken zich onbevoegd verklaren. In dit geval bepaalt het Hof van Cassatie naar welke rechtbank je moet gaan. Het Hof van Cassatie gebruikt twee criteria: 1. de aard van de partij 2. het doel van de handeling ( algemeen nut? Dan publiekrecht)

Een goed voorbeeld om het onderscheid aan te tonen is de onteigening. De staat heeft het recht om mensen te onteigenen zonder toestemming van de persoon in kwestie. Natuurlijk zal de staat dit nooit zomaar doen. Eerst zullen ze vragen om de grond te verkopen en er een redelijke prijs voor bieden. Als de bewoner akkoord gaat met de prijs en zijn grond vrijwillig verkoopt dan spreekt men van een privaatrechtelijke overeenkomst.

Als de persoon echter weigert de grond de verkopen en de staat maakt gebruik van zijn machtsmonopolie om de persoon te onteigenen en hem de waarde van de grond te betalen dan spreekt men van een publiekrechtelijke handeling.


Het ontstaan van het publiekrecht
Het ontstaan van het publiekrecht vindt men terug in het Romeins recht. De Romeinen gebruikten de term “ius publicum”5. Dit was toen beperkter dan nu, het had namelijk slechts betrekking op de eredienst.
De term keert terug in de Middeleeuwen.

Meer bepaalt bij Isidorus van Sevilla in zijn werk “etymologia: lex”. In dit boek geschreven in 636, verklaart hij het woord lex.

Isidorius is kerkvader en heeft in de 7de eeuw de bestaande juridische kennis een christelijke draai gegeven en opgeschreven. Hij zegt dat lex een synoniem is voor binding en zowel privaat als publiek kan zijn.

Gratianus gaat hier verder op in. Hij leefde in Bologna ( veel universiteiten!) en maakte in 1140 het werk “decretum gratiani”. In dit werk vat hij alle kerkrechtelijke wetten samen. Dit is de eerste keer in de geschiedenis. Het is dus een overzicht van al het geldende canonieke recht van die tijd.


Het echte onderscheid komt er pas in de Nieuwe tijd.

In de 16de Eeuw door Wielant (ten tijde van Karel V). Hij leefde hier in Gent en vermelde de term publiekrecht hier voor de eerste maal. Een kleine eeuw later kwam in Leuven een eerste boek uit over het publiekrecht. Dit gebeurde door Perez en het was een leerboek over het publiekrecht. Weer een eeuw later ontstond de eerste leerstoel (vak) over dit onderwerp.


De reden van het ontbreken van een onderscheid in de Middeleeuwen en de Nieuwe Tijd is te wijten aan de patrimoniumgedachte. De publieke macht is in de handen van de vorst. De staat werd dus als privé-bezit van de vorst aanschouwd. Als de vorst stierf kregen zijn nakomelingen elk evenveel en werd het land dus gesplitst. Vandaag de dag is dit uiteraard niet meer van toepassing.
De blijde inkomst 1356
De blijde inkomst is een grondwet. Het is een afspraak tussen de onderdanen van Leiden en hertogen van Brabant Johanna en Wenceslas. Het is een verdragsmonarchie6.
De inhoud bevat twee afspraken: 1. de hertogen mogen het land niet verkopen, verpachten, verdelen,…

2. als Johanna sterft, gaat het land naar Brabant en enkel Brabantse erfgenamen.


De tekst is belangrijk omdat hier wordt aangetoond dat privaatrecht plaats maakt voor publiekrecht.

De rechtshistorische oorzaak van het ontstaan van het publiekrecht
Dankzij de receptie (het terug opnemen) van het Romeinse Recht wordt het publiekrecht teruggebracht. Belangrijk hierbij is de Corpus Iuris Civilis7 het wetboek ten tijde van keizer Justinianus. Het gaat hier onder andere over de Instituten.
De instituten zijn vier boeken. Deze verklaren dat het recht net als al de rest bestaat uit vier essentiële bouwstenen: de elementa8. Voor het recht zijn deze:

  1. de personen

  2. de zaken → B.W.

  3. de manier waarop zaken verhandelt worden




  1. de manier waarop geschillen beslecht worden → Ger. W.

De personen die geleerd zijn en afgestudeerd zijn in deze instituten noemen we legisten en civilisten en worden ambtenaren van de vorst die hem bijstaan in de homologatie9 (het bestaande gewoonterecht kracht van wet geven door het optekenen ervan).



2. Doel
a. Publiekrechtelijke basisbegrippen
De juridische terminologie is strikt maar toch evoluerend. Dit wil zeggen dat de begrippen die we in de rechten gebruiken een zeer beperkte betekenis hebben in het tijdsvak waarin men het gebruikt. De betekenis van de begrippen kan echter veranderen in de loop van de geschiedenis. Een voorbeeld hiervan is het begrip “monarchie” wat vroeger een zeer sterkere betekenis had dan nu.

De betekenisgeving gebeurt door de formele bronnen (wet, RS en RL).

Het begrip “legal transplants”10 komt voor als er sprake is van een letterlijke overname uit het ander recht. Deze overname kan direct (een vreemde heerser voert het in) of indirect (wij bootsen andere na) zijn.

Rechter
Het begrip komt het eerst voor in de Middeleeuwen en de Nieuwe Tijd. Hier gebruikte men de term “richter” of “iudex” (letterlijk: namens de vorst).

Synoniemen zijn schout, amman (komt van ambt-man), meier (vandaag Major in het Engels, wat burgemeester betekent) en baljuw. De taak van de rechter was tweevoudig:



  1. hij maant de rechtbank aan

  2. hij neemt de bestuurlijke taken op zich

  3. het is dus de voorloper van de openbaar ministerie

Wel moet men opmerken dat tijdens het Ancien Régime (tijd van de absolutistische vorsten in Frankrijk waarvan Lodewijk XIV de belangrijkste telg is) de rechter behoorde tot de staande magistratuur. Met het begrip rechter in de hedendaagse betekenis is de zittende magistratuur.


Staat
De staat komt etymologisch gezien van “status rei publicae. Hij heeft een brede en onbepaalde vorm met drie basiselementen:

  1. een eigen grondgebied

  2. een eigen volk

  3. een eigen gezag (waaruit mijn kan afleiden dat het ook een eigen recht heeft)

De staat is een erkende rechtspersoon in het volkenrecht.
Natie
Natie is geen juridisch begrip. De etymologische afkomst is terug te vinden in het woord “nasci” wat letterlijk “van nature” betekent. Het grote verschil met de staat is dat de natie eerder een groep is en niet echt een structuur. De drie basiselementen hier zijn:

  1. een eigen volk (op basis van generaties)

  2. een eigen geschiedenis

  3. een eigen taal

Datgene wat de natie bindt is dus het gemeenschapsgevoel. Het wordt juridisch erkend in de “nationale staat”.
Volk
Dit is een groep mensen die zich onderscheid van andere mensen. Het is gebaseerd op een gevoel. Het is dus een puur etnologisch begrip.

b. Recht als instrument van macht


Komt later terug in de cursus

c. Inzicht leidt tot relativering en kritiek.


In de common law landen is er geen Romeins Recht. Dit komt enkel door toevallige factoren. Op het moment van de herontdekking van de Justiniaanse codificaties, waren er in Engeland sterke vorsten. Ze hadden hun land zelf al georganiseerd en tolereerden geen andere wetten.

Het recht wordt dus bepaald door de politieke macht maar ook door taal, cultuur, klimaat, ook toeval!!, en dergelijke meer.


Het standpunt Thorbecke: Thorbecke was een progressief jurist. Hij leefde in de 19de eeuw en was verwoed tegenstander van het bicameralisme. Hij was hoogleraar aan de universiteit van Gent en was architect van de Nederlandse grondwet in 1848. Vandaar dat men in Nederland vandaag de dag nog maar één kamer heeft.
Segregatie in Amerika11: in Amerika was er het conflict tussen de dynamische en de statische interpretatie van de Amerikaanse Grondwet. In Amerika heeft men een Supreme Court. Deze moeten de wetten goedkeuren, toetsen aan andere wetten, bijsturen… Ze kunnen dit op twee manieren doen:

  1. conservatief: kijken naar wat men bedoelde met de wet ten tijde van het ontstaan van deze wet dus het originele doel (statisch)

  2. progressief: kijken daar de rol die een bepaalde wet vandaag vervult en indien nodig aanpassen. (dynamisch).

Zo stond de segregatie lange tijd in de Amerikaanse Grondwet maar is ze nooit erkend door het Supreme Court. Later zal dit wel gebeuren.


De geschiedenis is dus een verhaal van trial and error. Recht is één van de belangrijke middelen van macht. Men moet er zichzelf van bewustmaken dat zelfs dingen die vandaag de dag als zelfsprekend worden ervaren in de geschiedenis zijn verwezenlijkt door een kleine minderheid. Een voorbeeld hiervan is stemrecht voor vrouwen. Als men zich dit realiseert, zal men kritischer kunnen kijken naar de toestand van vandaag. En niet zomaar alles blindelings aannemen als goed.

d. Mijlpalen en culturele bagage


Juristen mogen geen cultuurbarbaren zijn. Er zijn termen die je moet kunnen zingen alsof het je levensspreuk is. Tevens moet je je horizon verbreden door ook eens dingen te lezen die het recht raken. Voorbeelden zijn rechtsarcheologie12, rechtsiconografie13.

Eén van die rechtsiconografische taferelen werd er in de les besproken:


gerechtigheid van Cambyses”
Het is een schilderij van het einde van de 15de eeuw en de kunstenaar is Gerard David. Men kan het heden ten dage gaan bezichtigen in het Groeningenmuseum te Brugge.

Het schilderij bestaat uit vier “scènes” verwerkt in twee panelen:


Scène 1: Een persoon biedt de oordelende magistraat geld aan. Dit staat symbool voor corruptie.
Scène 2: De rechter zelf wordt veroordeeld omwille van zijn corruptie. Hij krijgt de doodstraf. De uitvoering ervan is deze van levend villen.
Scène 3: Een gedetailleerde tekening van de uitvoering. De rechter wordt levend gevild. De kennis van deze straf is afkomstig uit het Midden Oosten.
Scène 4: De recht is dood: leve de rechter. Het “beroep” van rechter is erfelijk. In die tijd is er nog sprake van een patrimoniumgedachte14.De ambt van rechter is een lucratieve bezigheid dus behoort deze tot het patrimonium. De nieuwe rechter is dus de zoon van de oude. De stoel van de nieuwe rechter wordt bekleed met het vel van de vorige rechter als waarschuwing voor corruptie.

e. Tendensen


Doordat men weet waar het recht vandaan komt, weet men ook gedeeltelijk waar het naartoe gaat. Men kan men soms wagen aan een kleine toekomstvoorspelling. Dit kan men op verschillende manieren doen. Er is de klassieke these, antithese en synthese van Hegel. Men kan het recht ook als recurrent (op en neer gaand) bekijken en aan de hand van deze visie een “voorspelling” doen.

f. Juridische en andere legitimaties


Waarom heeft een macht macht? Dit is omdat het erkend, aanvaard wordt en omdat het zich weet te legitimeren. Een Duitse socioloog, economist en historicus Max Weber (einde 19de en begin 20ste eeuw) bouwde hier een theorie rond. Volgens hem zijn er vier legitimatietypes:

  1. charismatische legitimatie: omwille van het natuurlijk charisma van de leider. Probleem hier is dat de macht staat of valt met deze ene persoon.

  2. traditioneel legitimatie: de machtssituatie wordt aanvaard omdat hij altijd al zo is geweest.

  3. rationeel legitimatie: van toepassing op onze hedendaagse maatschappij. De “verstandigste”, meest rationele personen leiden het land.

  4. actieve legitimatie: degene die het beste propaganda maakt, wordt verkozen tot de leider.


3. aanpak
a. afbakening
We beperken ons in de cursus tot de ratione temporis15 en de ratione loci16. We bekijken dus het recht in de geschiedenis naarmate het vandaag de dag nog invloed heeft op België en onze buren.

Hoofdstuk 2:
1. De oudste sporen van het recht
Er wordt wel eens gezegd dat onze religie afkomstig is van Jeruzalem, onze rationaliteit van Athene en ons recht van Rome. Op dat ogenblik zaten de “oude Belgen” nog met een houten speer achter everzwijnen te spurten.

In de vruchtbare halve maan ontwikkelde de mens zich veel sneller dan hier. Dit is te wijten aan de ontdekking van het schrift en andere wetenschappen. Dit is de reden waarom we weinig weten over de exacte geschiedenis van onze regionen. Het schrift was hier nog niet ontdekt dus werd er niets achtergelaten.


In Mesopotamië of Tweestromenland (Tigris en Eufraat) zijn er teksten bewaard van nog eens 2000 jaar eerder. Deze teksten bevatten algemene regels voor de toenmalige bevolking en worden dus wetteksten genoemd (“recht dient geschiedenis”). Men moet echter rekening houden met een mogelijke hineininterpretierung door de wetenschappers die deze wetteksten hebben ontdekt. Wel dient men op te merken dat het inderdaad gaat om algemene regels maar dat deze niet systematisch zijn opgebouwd en niet formeel exhaustief (volledig) zijn.

Wel dient men op te merken dat het voornamelijk gaat om teksten die de verhouding tussen de vorst en zijn onderdanen. Dus wat wij publiekrecht zouden noemen. Slecht enkele privaatrechtelijke aspecten worden toch aangeraakt. Erfrecht, huwelijksrecht en dergelijke zijn hier voorbeelden van omdat ze een belangrijke functie vervulden in die maatschappij.

De legitimatie van deze eerste teksten was niet rationeel. De teksten waren er niet omdat ze logisch waren maar omdat ze zo werden voorgesteld aan de vorst.

Het recht was nog geen wetenschap in die tijd. Dus is de vraag wie het recht maakte in die tijd? Geopenbaard recht is charismatisch, gewoonterecht traditioneel en recht van de denkers werd rationeel gelegitimeerd.


Pas in de Romeinse tijd zal het recht als een wetenschap aanschouwd kunnen worden. Toen in 313 na Christus het Edict van Milaan het christendom tot staatsgodsdienst van het Romeinse rijk werd uitgeroepen, gebruikte de kerk de Romeinse kennis om een eigen rechtssysteem te ontwikkelen dat later bekend zal worden onder de naam het canonieke recht. Bij de val van het WRR, blijft de kerk bestaan en het is ook deze kerk die de kennis van de Romeinen zal overdragen naar de Nieuwe Tijd.

2. Het recht komt van de goden
a. De oudste teksten in Mesopotamië
Ur-nammu
De tabletten van Ur-Nammu dateren van 2000 voor Christus. Ze bevatten:

  1. strafrecht (hekserij en slavenvlucht)

  2. huwelijksrecht

  3. godsoordelen



Lipit-Istar
Dit wetboek is gevonden in de 20ste eeuw voor Christus. Het bevat:

  1. de beschrijving van de sociale klassen van de vrijen en de slaven

  2. erfrecht


Codex Hammoerabi
Dit is bij uitstek de belangrijkste ontdekking in de geschiedenis van het recht. De zwarte steen is ontdekt in Susa (Iran). Bovenaan de tekst ziet men de zonnegod Samas die de wetten dicteert aan Hammoerabi. Deze vorst is te situeren rond de 18de eeuw voor Christus. Zijn doel was om op een militaire manier een centralistisch rijk uit te bouwen17.

Hammoerabi legitimeert zijn macht dus dankzij de goddelijkheid. De werkelijke auteurs van het boek zijn de ambtenarij van Hammoerabi. Het zijn een kleine 300 artikelen. Het is een compilatie van wetgeving en opgetekend gewoonterecht. Het boek bevat:



  1. familierecht

  2. erfrecht

  3. contractenrecht

  4. voorwaarden inzake rechtsbedeling

  5. het statuut van religieuzen

Ondanks het feit dat god het boek legitimeert bevatten de regels geen religieuze opvattingen. Het boek vertelt de rechten en de plichten van de burger als staatsburger en niet als gelovige. De strafrechtelijke inhoud bevat het oerprincipe van oog om oog, tand om tand. De vergelding moet in verhouding staan met het aangedane onrecht.

b. De meest invloedrijke tekst voor ons Westers rechtssysteem: De Bijbel
De tien geboden
Deze twee stenen tafels zijn door Jahweh gegeven aan Mozes in de Sinaïwoestijn. De tekst zou door God zelf in de stenen tafels gebeiteld zijn. Hij bevat de fundamenten waarop het wetboek van het oude verbond verder bouwt.
Het Wetboek van het Joodse Verbond
Dit wetboek is veel gedetailleerder dan de tien geboden. Het is net als de tien geboden een goddelijke legitimatie. Het bevat :


  1. de organisatie voor godsdienstige feesten

  2. de strijd tegen valse goden

  3. statuut van de slaven

  4. recht op schadevergoeding

  5. privileges van de koning van Israël

  6. strafrechtelijke bepalingen



3. Het recht komt van de denkers
a. De oudste teksten uit de Homerische wereld
De Homerische wereld moet men situeren tussen de 8ste eeuw en de 4de eeuw voor Christus. Vanaf de 4de eeuw voor Christus, spreekt men van de eeuw van de grote filosofen zoals Plato, Aristoteles en Socrates.

Ten tijde van Homeros vinden we teksten in verband met rechtvaardigheid en het recht. Het begrip nomos (wet) kwam echter nog niet voor. Ook hier komt het recht van de goden. Hier door middel van orakels. Het recht is hier gelijk aan moraal dat door de rechter bepaalt wordt. Hij spreekt dus recht van casus tot casus, en zo wordt het recht dus steeds uitgebreider. Een soort van common law alhoewel dit toch een te sterke term is.

De belangrijkste invloed van het Homerische proces op de volgende tijdspannes is het individueel proces.
b. De meest invloedrijke teksten voor ons rechtsdenken: de filosofen

  1   2   3   4   5   6   7   8   9   10   11

  • Recht dient geschiedenis
  • De faculteit Gent in de geschiedenis
  • Het ontstaan van het publiekrecht
  • De rechtshistorische oorzaak van het ontstaan van het publiekrecht
  • Het standpunt Thorbecke
  • Segregatie in Amerika 11
  • Hoofdstuk 2: 1. De oudste sporen van het recht
  • 2. Het recht komt van de goden a. De oudste teksten in Mesopotamië Ur-nammu
  • Het Wetboek van het Joodse Verbond
  • 3. Het recht komt van de denkers

  • Dovnload 0.51 Mb.