Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Hoofdstuk 10 Paragraaf 3: Indringers

Dovnload 15.64 Kb.

Hoofdstuk 10 Paragraaf 3: Indringers



Datum05.12.2018
Grootte15.64 Kb.

Dovnload 15.64 Kb.

Hoofdstuk 10


Paragraaf 3: Indringers


Er zijn 3 soorten ziekteverwekkers:

  • Bacteriën, veroorzaakt bv longontsteking. Geven giftige stoffen af waardoor je ziek wordt.

  • Virussen, veroorzaakt bv griep. Klikken zich vast aan onze cellen om zich te vermenigvuldigen. Daardoor gaan je cellen kapot en wordt je ziek.

  • Schimmels, veroorzaakt bv zwemmerseczeem. Verbruiken de voedingsstoffen uit onze cellen waardoor onze cellen kapot gaan.

Ziekteverwekkers komen je lichaam binnen door:

  • Je slijmvliezen (neus, mond en geslachtsdelen)

  • Via een wondje

Infectie/besmetting: je hebt de ziekteverwekker binnen gekregen. Een ziekte die door een infectie ontstaat noem je een infectieziekte.

Verkoudheidsvirus maakt je slijm producerende cellen in je neus kapot. Hierdoor wordt je verkouden. Bij een griepvirus worden alle cellen in het lichaam kapot gemaakt. Hierdoor krijg je bv ook spierpijn en buikklachten.

Witte bloedcellen maken de ziekteverwekkers kapot. 2 soorten:

-Vreetcellen (pacman): ‘eten’ ziekteverwekkers op. Hierdoor gaan de witte bloedcellen dood en ontstaat er pus (wondvocht, dode bloedcellen, dode ziekteverwekkers)

-Antistofcellen: maken afweerstoffen (antistoffen). Antistoffen zijn gifstoffen voor ziekteverwekkers. De antistoffen zorgen ervoor dat de ziekteverwekker zich niet kan verspreiden.

Door het maken van antistoffen kun je geheugencellen aanmaken. Geheugencellen zijn cellen die onthouden hoe de ziekteverwekker eruit ziet. De volgende keer dat je besmet raakt met dezelfde ziekteverwekker herkent je lichaam de ziekteverwekker en kan hem veel sneller en beter onschadelijk maken. Dit heet immuun.

Inenting/vaccinatie: de arts spuit dode of verzwakte ziekteverwekkers in. Het lichaam gaat geheugencellen maken. Je bent immuun voor de ziekte, zonder dat je echt ziek wordt. Zo kun je immuun worden voor gevaarlijke of dode ziektes

Chronische ziekte: Ziekte waar je niet van geneest. Bv suikerziekte. De alvleesklier maakt onvoldoende insuline aan (zorgt ervoor dat glucose glycogeen wordt zie paragraaf 1). Wat gebeurt er:

-Te weinig insuline

-Minder glucose die wordt omgezet in glycogeen

-Minder opslag van glycogeen

-Meer glucose in het bloed  stijging bloedsuikerspiegel  gevaarlijk! Je lichaam voert dan glucose af via de urine om de bloedsuikerspiegel constant (paragraaf 1) te houden.

Nierfalen: De nieren werken niet meer goed. Minder dan 25% nierfunctie moet je aan de nierdialyse (bron 7). De nierdialyse is een apparaat dat buiten je lichaam je bloed zuivert en dus de nierfunctie overnemen.

Orgaantransplantatie: een orgaan wordt bij een persoon die hersendood is weggehaald en ingezet bij een persoon die hem nodig heeft. Bv nieren, lever en hart. Een donororgaan gaat 10 jaar mee. De wachtlijst in Nederland is heel lang. Hierdoor gaan ieder jaar 150 mensen dood, omdat er te laat een donororgaan beschikbaar is die het anders hadden overleeft. Vanaf 18 jaar kun je een donorcodicil (kaartje) krijgen waarop staat dat je donor bent of geen donor bent of iemand laat beslissen.


Paragraaf 4: Genotsmiddelen


Genotsmiddelen: middelen waar je je goed van gaat voelen. Alcohol, sigaretten en drugs, maar ook koffie.

Verslavend: Je kunt niet zonder het middel.

Afhankelijkheid:

-Geestelijk afhankelijk: Als je stopt heb je veel zin in het middel. Zelfs zoveel dat je niet meer normaal kunt nadenken.

- Lichamelijk afhankelijk: je lichaam kan niet zonder. Als je stopt krijg je afkickverschijnselen.

Je moet redenen kunnen benoemen waarom mensen drinken of drugs gebruiken.



Alcohol:

-Aangeschoten: je hebt teveel alcohol op en je bent hierdoor losser. Je denkt minder snel na, je reageert en beweegt minder goed en je hoort en ziet minder goed. Vaak denken mensen dat ze alles nog heel erg goed kunnen, waardoor er gevaren ontstaan in het verkeer.

-Dronken: Je hebt veel te veel gedronken. Je kunt nog minder goed nadenken, alles draait, je beweegt heel slecht (dronkenmansloop), je kunt dingen niet goed pakken, sleutel slecht in het slot steken enz.

-Kater: Je hebt teveel gedronken en de volgende dag hoofdpijn. Alcohol is een gifstof en zorgt ervoor dat je veel water kwijt raakt (veel plassen), hierdoor droog je uit. Als je alcohol drinkt moet je ook altijd veel water drinken, zodat je lichaam de gifstoffen beter kan afvoeren.

-Alcoholvergiftiging: Je hebt zoveel alcohol gedronken dat je je zelf hebt vergiftigd. Je raakt in coma en je geheugen wordt voor altijd aangetast. Het kan zijn dat je na de tijd dingen slecht kunt onthouden en dat je moet zakken in niveau op school.

-De lever breekt 1 glas alcohol per 1,5 uur af tot niet giftige stoffen. Als je dus 6 bier hebt gehad op een avond mag je na 9 uur pas weer rijden!

-Alcoholverslaving: Je hersenen en lichaam zijn gewend aan de alcohol. Je hebt het nodig om sociaal te zijn en als je stopt krijg je ontwenningsverschijnselen. Je gaat trillen, zweten en je kunt koorts krijgen.

Roken:

Bestaat uit 3 gevaarlijke stoffen:

-Teer: waar boeren hun schuren mee verven. Tast de longen aan en maakt ze kapot  grote kans op longafwijkingen.

-Nicotine: verhoogt de bloeddruk en hartslag en zorgt ervoor dat je je goed voelt. Door deze stof wordt je verslaafd.

-Koolstofmono-oxide: Gaat op de plek van de zuurstof zitten in je bloed, waardoor je minder zuurstof uit de lucht kunt opnemen. Hierdoor kun je minder verbranden in je lichaam en heb je dus minder energie.

Ook leren bron 7 op blz. 95.

Stoppen is heel moeilijk. Je krijgt ontwenningsverschijnselen en voelt je erg down/depressief doordat de nicotine je goede gevoel heeft aangetast.

Drugs:

Harddrugs: verboden in Nederland bv cocaine en xtc

Softdrugs: mag wel in Nederland bv wiet

3 soorten drugs:

-Stimulerende middelen: Hier wordt je actiever van. Bv speed.

-Verdovende middelen: Je wordt suf, voelt minder pijn, angst en spanning. Bv wiet, slaapmiddelen en alcohol.

-Bewustzijn verminderende middelen: Je beleeft de werkelijkheid anders. Je ziet, hoort, voelt dingen anders of je ziet dingen die er niet zijn. Erg gevaarlijk, want wat je voelt of ziet is niet altijd positief. Het kan ook zijn dat je een bad trip krijgt, waardoor je het gevoel hebt in een thriller te zitten.

Drugsverslaving: afkicken in een afkickkliniek.



Gezonde leefstijl: een gezonde manier van leven. Je eet gezond en gebruikt geen slechte middelen. Je tast je lichaam dus niet aan en beweegt voldoende.

  • Paragraaf 4: Genotsmiddelen

  • Dovnload 15.64 Kb.