Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Hoofdstuk 4: Waarneming

Dovnload 68.94 Kb.

Hoofdstuk 4: Waarneming



Datum31.07.2017
Grootte68.94 Kb.

Dovnload 68.94 Kb.

Hoofdstuk 4: Waarneming
Visuele Agnosie = dingen nog wel gewaarworden maar niet langer waarnemen. (niet langer herkennen)
Van gewaarwording naar waarneming

Waarneming: interpreteren en begrijpen van gewaarwordingen




  • Waarneming is een actief proces

  • Het visuele signaal is beperkt en verandert voortdurend

Waarneming omvat veel meer dan alleen het registreren van gewaarwordingen

  • Het signaal dat in de hersenen aankomt is onvolledig

  • Blinde vlek + hoe verder in retina een voorwerp ligt, hoe minder scherp we het zien (weg v fovea)

  • Tijdens oogbewegingen geen informatie door de hersenen opgenomen (anders geen scherp beeld)

  • Enkele keren per minuut knipperen we gedurende een halve seconde

  • De beelden die toekomen op onze retina zijn 2dimensionaal

De diepte v voorwerpen en hun afstand tot ons zijn ook van belang

Elke binnenvallende lichtstraal kan van verschillende afstanden komen

+ in licht zelf geen informatie over de afstand die de staal afgelegd heeft.


  • Het binnenkomend signaal van een voorwerp verandert voortdurend

Het retinale beeld van open en gesloten deur, niet hetzelfde, toch nemen we die waar als dezelfde deur

  • Streven naar perceptuele constantie

Perceptuele constantie = de perceptie v voorwerpen constant houden, ondanks het wisselende retinale beeld

Belangrijk omdat: correctie van gewaarwordingen + zien van werkelijke vormen, kleuren, .. van de wereld

Proximale stimulus: geheel fysische energie dat onze receptoren stimuleert (lichtgolven, geluidsgolven,..)

Distale stimulus: voorwerp in d buitenwereld dat d fysische energie v.d. proximale stimulus produceert.



  • De perceptuele ervaring is meer verbonden met de distale stimulus

  • Waarneming als heuristisch interpretatieproces

Palmer: visuele systeem  proximale stimulus tot distale stimulus door aannames over hoe omgeving in elkaar zit & onder welke condities deze waargenomen combineren met binnenkomende proximale stimulus.

  • Heuristisch interpretatieproces: visuele systeem berekent meest waarschijnlijke distale stimulus

  • Heuristisch omdat het gebaseerd op bruikbare veronderstellingen die meestal tot juiste oplossing leiden

Visuele illusies: verkeerde percepties wanneer de veronderstellingen niet kloppen


  • Illusies als venster op de onderliggende mechanismen

Visuele illusies: mensen anders percipiëren dan getoond (info processen waarop d waarneming gebaseerd is)

Bv. Perceptueel systheem probeert meest waarschijnlijke distale stimulus te berekenenhttp://www.gjpoelman.nl/images/illusie/inside.gif

op basis van d proximale stimulus en een aantal aannemelijke veronderstellingen.

Veronderstelling: weinig stimuli in buitenwereld plat + invallend licht komt van boven



  • Lichte en donkere vlekken in d stimuli her berekenen als holle en bolle vlekken

Visuele illusies: inzicht in hoe het retinale signaal vervormd wordt door de verschillende verwerkingsstadia

Bv. Raster van Hermannhttp://4.bp.blogspot.com/-bsitc73cu9k/tor8m28i_ti/aaaaaaaaaeo/dnkdym6kzpm/s1600/hermans+raster+2.gif

Illusie vindt relatief vroeg plaats in h visuele proces, en vindt haar oorsprong in de retina



  • Ganglioncellen onderdrukkn activiteit omringende cellen wnr zelf actief: laterale inhibitie

Cel reageert fel op heldere stimulus  activiteitsniveau omringende cellen wordt geïnhibeerd

 gereduceerde activiteit wordt door hersenen geïnterpreteerd als indicatie minder helder licht



  • Intersecties omgeven door meer wit, meer geïnhibeerd, geven indruk donkerder te zijn.

  • Verdwijnt wanneer direct naar kijkt  in fovea laterale inhibitie op veel kleinere opp.http://users.belgacom.net/ttc.hamme/illras.jpg

Nut: signaal in hersenen komt versterkt tov signaal op retina viel (nrml zichtverbetering)

Wat als de intersecties witter gemaakt worden?



  • Effect wordt zo mogelijk zelfs nog versterkt!

Er zijn nu bijkomende scherpere afbakeningen van de randen van de intersecties

Abrupte overgangen helderheid spelen belangrijke rol bij verwerken van visuele stimuli


Bottom-up processen: info-stroom van receptoren naar hersencentra verantwoordelijk voor herkennen & classificeren v voorwerpen

Top-down processen: info-stroom van kenniscentra naar vroegere stadia v verwerking

zoektocht naar sensorische info in d omgeving sturen & waarneming efficiënter maken
Van de retina naar de hersenen: Bottom-up processen

Elektrische signalen naar hersenen  hersenen berekenen welk voorwerp verantw is voor stimulatiepatroon



  • Structureren v receptorsignalen tot betekenisvolle voorwerpen in 3 stadia:

David Marr: coherente visie over hoe computer visuele voorwerpen in een omgeving kan laten herkennen


  • De primaire schets

Proximale stimulus: vuren v.d. axonen in de 2 oogzenuwen

  • Inputsignalen worden sterk vereenvoudigd + zoektocht naar plaatsen met abrupte overgang in helderheid

Voorwaarden: abrupt gng voor grens , ook oriëntatie, niet door toevallige omstandigheden tot stand gekomen


  • Perceptuele organisatie

Bepalen welke randen bij elkaar horen als onderdeel van eenzelfde voorwerp

Wertheimer: Perceptuele organisatie= verschillende randen retinale beeld gestructureerd in grotere gehelen



  • Perceptuele groepering: elementen uit d primaire schets w waargenomen als bij elkaar horend

Op basis v groeperingsprincipes: gelijkheid, nabijheid, geslotenheid en de goede voortzetting

  • Figuur-achtergrondscheiding: figuur is dichter bij d kijker en begrensd door een contour

:omsingeling, grootte, symmetrie, locatie(onderaan), textuur, vorm(smaller bovenaan), vertrouwdheid


  • Patroon-object herkenning: kijker-gericht referentiekader

Het perceptueel georganiseerde signaal wordt omgezet in objectherkenning

Patroonherkenning = kijker-gericht beeld wordt gkoppeld aan voorstelling in geheugen (herkenning)



  • Template-matching: voorstellingen v voorwerpen die in h geheugen opgeslagen zijn w vergeleken

met d figuur die tijdens d perceptuele organisatie geïsoleerd werd

Beperking: soms slechts klein deel zichtbaar + uiterlijk v.e. voorwerp kan sterk variëren



  • Kenmerkenherkenning: herkennen op basis van karakteristieke kenmerken

Marr: voorwerpen gedefinieerd door cilinders met lengte en breedte + op manier verbonden

Irvin Biederman: recognition by components theory

= meer voorwerpn kunnen beschreven worden door gebruik te maken vn 36 basisvormen (geons)

Voorwerp herkend o.b.v. template-matching/kenmerkenherkenning  alle info vrij om van kijker-gericht beeld op volledig 3D voorwerp-gericht beeld over te schakelen  ontbrekende info wordt aangevuld

+ perceptuele systeem heeft genoeg info om d distale stimulus af te leiden o.b.v. d proximale stimulus.

Uiteindelijke doel perceptie: info uit omgeving verzamelen om te helpen bij overleven

 voorwerpherkenning ook functies voorwerp geactiveerd (waargenomen als lid v.e. categorie)
De perceptie verbeteren door de informatieopname te sturen: top-down processen

= sig vertrekken uit hoge hersencentra + beïnvloeden dataverwerking in lage stadia info verwerkingsproces



  • Primaire schets: geen top-down effecten bij het vereenvoudigen vh retinale signaal

  • Perceptuele organisatie: perc groep. & fig-achtergrond. Beïnvloed door vroegere ervaringen

  • Patroon-objectherkenning: verwachtingen maken bepaalde voorwerp waarschijnlijker  sneller




  • Evidentie voor top-down invloedenhttp://www.mysticalexperience.org/photos/images-from-the-book/contexteffect18.jpeg

Aantonen met visuele illusies dat d waarneming iets oplevert dat niet in d proximale stimulus gegeven is.http://www.usabilityweb.nl/wp-content/uploads/2006/05/afbeelding-14.png

  • Perceptie v.h. geheel gaat sneller dan de waarneming van de onderdelenhttp://www.mbfys.ru.nl/staff/j.vangisbergen/endnote/endnotepdfs/colleges/caput%20visueel/plaatjes%20en%20files/context_effect.gif




  • Het belang van de context voor de interpretatie van een stimuluspatroon

Context geeft het perceptuele systeem een hypothese om te toetsen. Als d stimulus

voldoende past bij d hypothese, dan wordt d hypothese aanvaard en treedt herkenning op.



  • Eenzelfde figuur kan anders gepercipieerd worden afhankelijk van de context.http://www.ou.nl/docs/voorproefjes/psy/images/waarneming/doodshoofd.jpghttp://www.gissenenmissen.nl/uploaded_files/woman.gif




  • Omkeerbare figuren

Inherente ambigu afbeeldingen, 2 manieren geïnterpreteerd & gepercipieerd w.

Kenmerken & gewaarwordingen identiek, toch aanleiding 2 verschillende percepties.




  • Subjectieve contouren

Silhouetten waargenomen zonder fysische randen aanwezig in stimulus.

MAAR: ook bottom-up  gelijkenis met het ‘zien’ ondanks d blinde vlek?



  • Voortdurende interactie tussen bottom-up en top-down processen.




  • Het woordsuperioriteitseffect, waarneming v.h. geheel helpt bij de herkenning van de delen

Herkenbaarheid geheel is beter dan herkenbaarheid v.d. delen, wanneer h geheel een vertrouwd voorwerp is.

Gerald Reicher: woord helpt bij herkennen v.d. letters waaruit het bestaat

Ook geldig voor onderdelen andere vertrouwde stimuli (optimaal wnr voorwerp & gezichtshoek vertrouwd)


  • Onderdelen moeten in een vertrouwde context te zien zijn, maar ook op een zodanige manier aangeboden dat we er vertrouwd mee zijn.

De Graef: proefpersonen kijken langer naar een voorwerp dat niet in de omgeving past

  • De omgevingscontext helpt om voorwerpen te herkennen

Waarneming van diepte en beweging

  • De waarneming van diepte

Retina= 2dimensionale platte structuur, registreert inslag v fotonen afh v hoogte & breedte, niet diepte


  • Binoculaire diepteaanwijzingen

- Binoculaire dispariteit: ogen aantal cm uit elkaar  zien d wereld vanuit 2 verschillende perspectieven

Dichterbij, hersenen neuronale representaties meer verschuiven voor 1 overlappende representatie te krijgen

- Mate waarin ogen moeten convergeren om een voorwerp te fixeren

(= spieren die zorgen voor oogbeweging sturen signalen naar hersenen, gebruikt om afstand te berekenen)

Kind dat niet goed met d ogen convergeert


  • Ogen kijken niet naar zelfde punt  info zwakste oog onderdrukt  ontwikkeling lui oog

  • Goede oog afplakken, zwakke verplichten actief te zijn

  • Soms zo ernstig, ontwikkeling strabisme  verlies mogelijkh diepte waar nemen (binoculaire dispariteit)

  • Monoculaire diepteaanwijzingen

Diepte schatten mogelijk met 1 oog  monoculaire diepteaanwijzingen aanwezig in retinale beeld v elk oog

  1. Grootte v.h. beeld: retinale grootte neemt af naarmate het voorwerp verder weg ishttp://www.levensfilosofie.nl/plaatjes/gezichtsbedrog/shepard_subterranea.gif

  2. Textuurgradiënt: landschapselementen kleiner & dichter op elkaar is verder weg

  3. Lineair perspectief: aantal lijnen komen samen in een punt achter d horizon  diepte

  4. Interpositie: overlappende voorwerpen lijken dichter te liggen

  5. Bewegingsparallax: beelden v voorwerpen dichtbij schuiven

sneller over h visuele veld

Bv. Grootte illusie gebaseerd op lineair perspectief & textuur gradiënt





  • Illusies op basis van dieptezicht

Ponzo-illusie: bovenste horizontale lijn lijkt langer dan de onderste

  • Er wordt een lineair perspectief gecreëerd door d convergerende schuine lijnen

Müller-Lyer-illusie: verticale lijnen lijken niet even lang qua lengte, ookal zijn ze dat wel

  • De vinnen worden geïnterpreteerd als aanwijzing voor een lineair perspectief

 deze illusies tonen aan hoe sterk de neiging is om diepte te projecteren in stimuli die de hersenen bereiken

 3D projectie is in heel wat situaties essentieel voor ons overleven & functioneren.

Adelber Ames: de kamer van Ames  persoon lijkt te ‘groeien’ wanneer die door de kamer loopt


  • Persoon bevind zich rechts verder dan links + de vloer gaat naar beneden & het plafond naar boven

  • Maar met 1 oog kijken  binoculaire dispariteit uitgesloten, enkel monoculaire diepteaanwijzingen

Maanillusie: maan boven d horizon lijkt verder als wanneer deze hoog in de lucht staathttp://www.levensfilosofie.nl/plaatjes/gezichtsbedrog/muller_lyer_tickets.jpg

  • Aan d horizon wordt deze vergeleken met andere voorwerpen zoals huizen en bomen

  • Vliegend voorwerp dicht bij d horizon meestal verder van ons als wanneer het vlak boven ons is

 visueel systeem moet een aanpassing uitvoeren om d grootteconstantie vast te houden

Bv. Illusie op basis van lineair perspectief en de Müller-Lyer illusie 



http://www.orthoptie.be/wp-content/uploads/2011/02/dieptezicht-1.png

- Grootte v.h. beeld



http://static.freepik.com/vrije-photo/festival-menigte-op-peace-&-love_2826967.jpg

http://us.123rf.com/400wm/400/400/tramper2/tramper20906/tramper2090600006/5026938-schitterende-zonsondergang-voordat-smalle-weg-ga-weg-voor-een-goede-lineaire-perspectief-in-het-midd.jpg

- Textuur gradiënt

- Lineair perspectiefhttp://users.skynet.be/beergames/images/kaarten.gif
http://static.photaki.com/uitzicht-vanuit-het-raam-van-rijdende-trein_379086.jpg

- Interpositie

- Bewegingsparallax
----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

http://upload.wikimedia.org/wikipedia/commons/thumb/8/88/ames_room.svg/350px-ames_room.svg.pnghttp://www.levensfilosofie.nl/plaatjes/gezichtsbedrog/bedrog53.jpg

- Ponzo-illusiehttp://t1.gstatic.com/images?q=tbn:and9gcrq5r3exqxeaivze8czi2lliqselsna_6odwnndgkwqs-fpli1clf-1kdumla

- Kamer van Ames

http://www.levensfilosofie.nl/plaatjes/gezichtsbedrog/bedrog25.gif

- Müller-Lyer-illusie




  • De waarneming van beweging

Niet alle beweging retina is informatief  beweging ogen en hoofd veroorzaakt verandering retinale beeld terwijl buitenwereld stil staat. corrigeren, anders illusoire bewegingen wanneer onze ogen van positie veranderen.  correctie in hersenen o.b.v. signalen uit oogspieren & evenwichtsorgaan

Veranderingen in retinale beeld kunnen ook interessant zijn om informatie te verkrijgen



Kijkers zijn constant in beweging, exploreren omgeving door ermee te interageren

Bv. Bewegingsparallax & expansie+ snelheid expansie

= het beeld v.h. voorwerp wordt groter als we er naartoe gaan, of als het op ons af komt

Overlevingsvoorwaarde: snelheid v.e. opdoemend voorwerp inschatten om te kunnen ontwijkenhttp://www.tandfonline.com/na101/home/literatum/publisher/tandf/journals/content/psns20/2009/psns20.v004.i04/17470910902826820/production/images/small/psns_a_382852_o_f0001g.gif



  • Savelsbergh: belangrijke variabele = d snelheid waarmee h retinale beeld groter wordt

Onderzoek: proefpersonen in h donker, kleiner wordend fluorescerend balletje laten vangen

 overschatting van d afstand, trager bij het opvangen van de bal

Andere variabelen =

- binoculaire dispariteit (slechtere inschatting wanneer we met maar 1 oog kijken)

- verwachtte grootte van h voorwerp (fout is groter wanneer het voorwerp kleiner is dan we denken)

Biologische bewegingen = voorwerpen voeren bewegingen uit onafhankelijk van ons (levende wezens)



Onderzoek: lichtjes aan armen & benen v personen gekleed in het zwart in een donkere kamer.

 proefpers herkennen direct lopende mensen (ook herkenning andere biologische bewegingen)



  • Wertheimer: groeperingsprincipe van het gemeenschappelijke lot

= deel visuele veld in bepaalde richting beweegt los v.d. rest  als afzonderlijke groep waargenomen

  • Evidentie voor het bestaan van 2 verschillende banen in het visuele systeem

2 verschillende visuele banen in hersenen: 1 = wat aangeboden wordt + 1 = waar d stimuli zich bevinden

  • Ungerleider & Mishkin: vanuit primaire visuele cortex in occipitale lob 2 parallelle informatiestromen

 1e naar voren, onderste deel temporale lob = herkennen van voorwerpen (schade = visuele agnosie)

 2e naar boven, partiële lob = mentale kaart 3D ruimte waarin waarnemer zich beweegt



  • Voorwerpen lokaliseren & bewegingen sturen (schade = moeite bewegingen te percipiëren)

  • Bewegingsillusies (beweging waarnemen die er niet echt is)

  • Apparente beweging (lichtjes flitsen 1 voor 1 aan  licht loopt. Bv in film, reclame borden)

  • Geïnduceerde beweging (beweging verkeerd gepercipieerd door beweging achtergrond)

= gevoel zelf te bewegen terwijl niet het geval is. Bv in stilstaande trein, terwijl andere vertrekt

  • Watervalillusie (minuut naar vallend water kijken  rotsen ernaast lijken omhoog te gaan)

= kenmerkdetectors beweging na visuele systeem na veel vuren uitgeput (zoals kleurnabeelden)
Waarneming en actie (waarneming & actie = nauwe verbinding & voortdurende beïnvloeding)

  • Spiegelneuronen

Neurofysiologisch onderzoek: motorische cortex + omliggende structuren frontale lob  uitvoeren acties

  • Giacomo Rizzolatti: onderzoek bij apen  neuronen in frontale lob voor d primaire motorische cortex vuurden niet enkel wanneer de aapjes beweging zelf maakten, ook wanneer ze anderen die zagen doen

 waarnemingen acties gebaseerd op dezelfde neuronen als die voor h initiëren van die acties

Spiegelneuronen: handelingen herkennen door activatie v neuronen om d handeling uit te voeren

Verklaring voor verstaan van spraak, neiging tot kopiëren v lichaamshouding, …

= Initiatiegedrag  waarnemen v beweging activeert motorisch systeem (aanwezig bij baby’s v 2weken)




  • Impliciete activering van responsen

Stimuli activeert automatisch reacties (zelfs wanneer stimulus niet bewust waargenomen wordt)

Onderzoek: Dehaene: aanduidn cijfer groter/kleiner dan 5 bv. Een-6 (= congruentie-effect) of negen-6

Bij niet bewuste waarneming v.h. woord (te snel) nog steeds een congruentie-effect!!


  • Hommel: theorie v gebeurteniscodering (geen aparte herinnering voor waarnemingen & acties)

 gebeurtenisherinneringen: waarnemingen & bijbehorende acties samen opgeslagen + interagerenhttp://www.grotescheur.nl/wp6/wp-content/uploads/2011/03/ruimte-xxx-ebbinghaus-illusion1.png


  • De grijpbeweging

= basis v onderzoek over interacties tussen perceptie en actie

3 variabelen: moment hand begint bewegn, snelheid handbeweging

& grootte opening duim & wijsvinger

Ebbinghaus-illusie: onderhevig perceptuele illusies oppikken deel stimulusconfiguratie



  • Handen waren veel minder onderhevig aan d illusie als de ogen

Milner & Goodale: onderscheid maken tussen waarneming voor herkenning & waarneming voor actie

 wat-banen = voor perceptie, waar-banen = voor actie = Perceptie-actietheorie (bv visuele agnosie)

Categorisch onderscheid tussen perceptie & actie = wellicht niet juist!!

 visuele illusie treedt op in beginfase, maar gecorrigeerd naarmate hand dichter bij voorwerp komt

Glover: planning-controlemodel = planning beweging afhankelijk v.d. perceptie + doelen individu

Controleren beweging tijdens uitvoering enkel beïnvloed door effectieve grootte v.h. voorwerp

 sterke interactie tussen perceptie & actie tijdens de planningsfase
Hoe belangrijk is leren bij de waarneming?

Debat nativisme-empirisme van waarneming (hoeveel eigenschappen & vaardigheden zijn aangeboren)




Controverse nativisten & empiristen bestuderen  blind geborenen onderzoeken die later zicht kregen

Aanvankelijk: weinig details & geen onderscheid. Wel: detecteren, fixeren, scannen & beweging volgen



  • Aangeboren vaardigheden

Sommigen konden na lange training bruikbaar zicht ontwikkelen. Anderen niet & gaven het op

  • Illustreert het belang van ervaring bij de waarneming

Voorbeeld: MM = op 3 jarige leeftijd nagenoeg blind door ongeval met chemicaliën (enkel licht-donker)

43 jaar: stamceltransplantatie, na operatie gezichtsscherpte goed bij lage spatiale frequenties

Retina bleek intact & functioneerde goed. Eenvoudige kleuren & figuren onderscheiden

Geen subjectieve contouren onderscheiden, weinig dieptezicht, wel beweging & kleur zien



  • Wat al ontwikkeld was bleef gespaard, wat nog moest ontwikkelen was verloren

Visuele deprivatie relatief weinig effect op simpele perceptuele taken, wel op complexere vaardigheden


  • De gevolgen van visuele vervorming

Onderzoek waarneming beïnvloed door ervaring: aanpassing mensen met lenzen visuele vervormingen

George M Stratton: lenzen dat visuele beeld omdraaide & spiegelde  na 8d mogelijk met fiets te rijden

Palmer: niet alle aanpassingen aan visuele vervormingen zijn visueel (geleerd beweging aan te passen)

Enkel wanneer visuele beeld verschoven wordt is er een volledige perceptuele aanpassing

Richard Held: belang v actieve exploratie omgeving voor aanpassing aan visuele vervormingen

Beeldvervorming testen bij personen die verkenden & die werden rondgereden



  • Waarnemer die beweegt weet beter hoe visuele input vervormd en wat doen om die weg te nemen




Onderzoek naar belang leren voor waarneming: welke perceptuele kenmerken nemen pasgeborenen waar?

William James (1890): stimuli detectie, geen controle. Wel gewaarwording, geen waarneming.



  • Gezichtsuitdrukkingen imiteren

Stimuli onderscheiden op 30cm afstand (= afstand tot gezicht moeder wanneer kind gevoed wordt)

Meltzoff & Moorre: nabootsen van gedrag is een aangeboren eigenschap (spiegelneuronen)



  • Randen en stimulusconfiguraties detecteren

Blik vooral naar randen & helderheidsverandering + voorkeur stimulusconfiguraties gelijkenis gezicht

Turati: algemene voorkeur voor stimuli met meer elementen boven aan dan onderaanhttp://www2.ferrum.edu/thanlon/profwrit/eleanorjackgibson_files/image006.jpg



  • Diepte zien

Elanor Gibson & Richard Walk: waarneming diepte aangeboren?

 visuele klip diepteperceptie testenhttp://www2.ferrum.edu/thanlon/profwrit/eleanorjackgibson_files/image004.jpg

Weinig kinderen van 6m durven nog over de diepe kant kruipen

Kinderen 2m zien ook al diepte  hartslag neemt af



  • Kind moet eerst kunnen kruipen voor het bang wordt van dieptes

Slater: habituatietechniek (verschillende keren zelfde stimulus  gewenning)

  • Baby’s spenderen even veel aandacht aan kubus op verschillende afstanden

  • Bepaalde aspecten diepteperceptie zijn aangeboren/ ontwikkelen tijdens 1ste 3m

Resterende dieptevaardigheden ontwikkelen hieruit obv leerproces

Elizabeth Spelke: ontwikkelen groeperingsprincipes (bewegingsgroepering aangeboren)

DeCasper: voorkeur voor stem moeder door prenataal leren, niet aangeboren

DeCasper & Spence: positieve reactie op geluiden van in de baarmoeder



  • Illustratie moeilijkheid bijdrage erfelijkheid & milieu onderscheiden menselijk G




  • Perceptueel leren bij volwassenen

Meer waarnemingen naarmate de ervaring met bepaald soort stimuli stijgt

Sowden: radiologen hebben grotere gevoeligheid voor zwart-wit verschillen

Goldstone: 3 mechanismen waardoor ervaring leidt tot betere waarneming

 meer aandacht aan belangrijke kenmerken, specifieke receptoren ontwikkelen voor

Verschillende stimuli & zien groter verschil tussen stimuli die onderscheiden moeten worden.

Perceptueel leren  verschillen tussen groepen mensen in wat ze (makkelijk) kunnen waarnemen

Pasgeborenen: aantal vaardigheden kritieke periode waarin moeten geleerd w

obv perceptuele ervaringen



Terugblik vanuit de 3 invalshoeken

Biologische

Cognitieve

Sociaal-culturele

De fysiologie van het visuele systeem legt beperkingen op aan de waarneming. Zoals dat we enkel een duidelijk beeld hebben van dat deel waar we rechtstreeks naar kijken. Dat de biologische codering aanleiding geeft tot illusies. En dat kinderen geboren worden met een aantal vaardigheden.

Op volwassen leeftijd is het niet mogelijk nog een normale perceptie te ontwikkelen wanneer men als kind al blind was. Er is dus een kritieke periode waarin de perceptie zich op basis van stimulatie ontwikkelt.



Cognitieve processen hebben een duidelijke rol in de top-down-processen van de waarneming.

Omkeerbare figuren, subjectieve contouren en grootte-illusies tonen het belang van cognitief gestuurde processen in het tot stand komen van waarneming. De sensorische input wordt soms vertekend om te zien wat we verwachten te zien.

Bij blinden wie het gezichtsvermogen chirurgisch hersteld is werd aangetoond dat leerprocessen op basis van perceptuele input nodig zijn voor een volledige ontplooiing van perceptuele vaardigheden.

Mensen met prismaglazen zijn in staat zich op basis van een leerproces en eigen vaardigheden aan te passen aan hun vervormde perceptie van de wereld.



Sociaal-culturele factoren komen slechts sporadisch aan bod omdat er weinig goed gecontroleerd onderzoek heeft plaatsgevonden bij verschillende volkeren.

Door het belang van leren voor de waarneming kunnen we verschillen tussen individuen verwachten op basis van de mate van hun ervaring met een bepaald soort stimuli. Deze verschillen spelen een rol binnen een cultuur, en kunnen ook tussen culturen verschillen teweeg brengen.



Vraag: kan de cultuur met minder ervaring de ontbrekende vaardigheid eenvoudigweg leren door wat extra moeite te doen, of is er een bepaalde kritieke periode in de ontwikkeling waarin de functie geleerd moest worden?

  • Van de retina naar de hersenen: Bottom-up processen
  • De perceptie verbeteren door de informatieopname te sturen: top-down processen
  • Waarneming van diepte en beweging
  • Waarneming en actie
  • Hoe belangrijk is leren bij de waarneming

  • Dovnload 68.94 Kb.