Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Hoofdstuk 6 – Burgerlijk recht kernbegrippen

Dovnload 392.05 Kb.

Hoofdstuk 6 – Burgerlijk recht kernbegrippen



Pagina1/3
Datum13.11.2017
Grootte392.05 Kb.

Dovnload 392.05 Kb.
  1   2   3

Rechtspersonenrecht en overeenkomstenrecht

Hoofdstuk 6 – Burgerlijk recht kernbegrippen
Het burgerlijk wetboek is in acht boeken verdeeld:

Boek 1 Personen- en familierecht

Boek 2 Rechtspersonen

Boek 3 Vermogensrecht in het algemeen

Boek 4 Erfrecht

Boek 5 Zakelijke rechten

Boek 6 Algemeen gedeelte van het verbintenissenrecht

Boek 7 Bijzondere overeenkomsten

Boek 7A Bijzondere overeenkomsten (tijdelijk)

Boek 8 Verkeersmiddelen en vervoer

Boek 10 Internationaal privaatrecht
Het burgerlijk recht kan op drie manieren worden ingedeeld:


  • Personen- en familierecht (boek 1)
    Personenrecht


  • Rechtspersonenrecht (boek 2)

  • Vermogensrecht (overige boeken)


Vermogen = het geheel van rechten en plichten dat op een bepaald moment aan iemand toekomt en dat op geld waardeerbaar is. Het vermogensrecht valt uiteen in het goederenrecht (boek 3 t/m 5) en het verbintenissenrecht (boek 6 en verder):

  • Goederenrecht = verhouding tussen persoon en goed.

  • Verbintenissenrecht = verhouding tussen twee of meer personen in de hoedanigheid van schuldeiser en schuldenaar.

Vermogensrechten worden onderscheiden in:



  • Absolute vermogensrechten = geldt tegenover iedereen, zonder onderscheid (vb. eigendom)

    • Volledige rechten = eigendomsrechten, rechten op voortbrengselen van de menselijke geest en vorderingsrechten.

    • Beperkte rechten = recht dat is afgeleid van een meer omvattend recht. Als een beperkt recht alleen op één zaak kan rusten, heet het een zakelijk recht. Verder kunnen beperkte rechten onderverdeeld worden in genotsrechten en zekerheidsrechten.

  • Relatieve vermogensrechten = werkt slechts tegenover een of enkele personen (vb. overeenkomst). Worden ook wel vorderingsrechten genoemd = aanspraken van de ene deelnemer aan het rechtsverkeer tegenover een andere deelnemer. Ook kunnen relatieve vermogensrechten verbintenissen worden genoemd = rechtsbetrekking tussen twee of meer personen, krachtens welke de een tot iets gerechtigd is waartoe de ander verplicht is. Bronnen van relatieve vermogensrechten/vorderingsrechten/verbintenissen kun je vinden in:

    • Een rechtshandeling = een gedraging van een of meer rechtssubjecten waarbij een rechtsgevolg wordt beoogd. Vb. overeenkomst of legaat.

    • De wet = als we het hebben over rechtmatige en onrechtmatige daden.

    • Natuurlijke verbintenis = rechtens niet-afdwingbare verbintenis. Vorderingsrecht zonder rechtsvordering.

Rechtssubject = drager van rechten en plichten. Twee typen:

  • Natuurlijke personen – mensen van vlees en bloed ; gedurende zijn hele leven is de mens rechtssubject. Dit heet rechtssubjectiviteit. Bij de dood eindigt de rechtssubjectiviteit of gaat deze over op erfgenamen.

  • Rechtspersonen – nauwkeurig omschreven groepen en organisaties van mensen door het objectieve recht aangewezen als rechtssubject. Rechtspersonen deel je op in:

    • Privaatrechtelijke rechtspersonen – vereniging, stichting, BV, NV

    • Publiekrechtelijke rechtspersonen – staat, provincies, gemeenten, waterschappen

Een rechtspersoon kan alleen naar buiten treden d.m.v. mensen van vlees en bloed.
Rechtsfeit = een feit dat een of meer rechtsgevolgen heeft. Twee soorten rechtsfeiten:

  • Blote handelingen = handelingen die niet door menselijk gedrag worden veroorzaakt. Vb. geboorte en dood, blikseminslag of overstroming.

  • Menselijke handelingen = handelingen die door menselijk gedrag worden veroorzaakt. Het recht verbindt er een gevolg aan. Onder menselijke handelingen vallen twee groepen:

    • Rechtshandelingen = een gedraging van een of meer rechtssubjecten waarbij een rechtsgevolg wordt beoogd. Twee soorten rechtshandelingen:

      • Eenzijdige rechtshandeling = beoogd rechtsgevolg wordt door één persoon tot stand gebracht.

      • Meerzijdige rechtshandeling (de wil moet gepaard gaan met de uiting daarvan, er moet ook een zogeheten wilsverklaring zijn).

    • Feitelijke handelingen = menselijke handelingen waaraan het recht, zonder op de bedoeling van het rechtssubject acht te slaan, gevolgen verbindt. Onder feitelijke handelingen vallen drie groepen:

      • Onrechtmatige daad = feitelijke handeling waarbij iemand aan de ander op onrechtmatige wijze schade toebrengt. De wet eist niet dat de schade door de pleger van de onrechtmatige daad is beoogd en dat er dus op de een of andere manier opzet in het spel is. Vb. autoschade maken

      • Wanprestatie = toerekenbaar tekortkomen in de nakoming van een verbintenis. Vb. schilder verft kozijnen paars i.p.v. groen.

      • Rechtmatige daad = feitelijke handelingen waaraan het objectieve recht eveneens een rechtsgevolg verbindt, maar die niet in strijd zijn met het recht. Vb. zaakwaarneming, onverschuldigde betaling, etc.

In schema:

Als we het hebben over rechtshandelingen, is volgens de hoofdregel ieder natuurlijk persoon handelsbekwaam. Handelingsbekwaamheid = rechtssubjecten krijgen de mogelijkheid zelfstandig onaantastbare rechtshandelingen te verrichten.



Maar een rechtshandeling is vernietigbaar. Een rechtshandeling wordt teniet gedaan doordat de prestatie nagekomen wordt. Een rechtshandeling van een onbekwame (niet handelsbekwaam) is ook vernietigbaar. Wie is handelingsonbekwaam?

  • Minderjarigen: zie art. 1:234 en art. 1:235 BW

  • Onder curatele gestelden: zie art 1:378 BW

Wat is vernietigbaar? Rechtshandeling heeft nooit bestaan. Verder heb je nog rechtshandelingen die nietig worden verklaard. Bijzondere vorm van tenietgaan van rechtshandelingen is de verrekening of compensatie.
Wil en verklaring = Een rechtshandeling vereist een wil die zich door een verklaring heeft geopenbaard (art. 3:33 BW). Er kunnen een aantal dingen misgaan:

  • Je verklaart iets anders dan wat je wilt: Misverstand, verschrijving (art. 3:35 BW) ; Geestelijke stoornis (art. 3:34 BW en art. 3:35 BW)

  • Je verklaring komt ‘gebrekkig’ tot stand: Misbruik van omstandigheden, bedreiging, bedrog (art. 3:44 BW) ; Dwaling (art. 6:228 BW)


  1   2   3

  • Personenrecht Rechtspersonenrecht (boek 2) Vermogensrecht
  • Goederenrecht
  • Relatieve
  • Een rechtshandeling
  • Privaatrechtelijke rechtspersonen
  • Rechtshandelingen
  • Wanprestatie

  • Dovnload 392.05 Kb.