Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Hoofdstuk 98: Voorschriften voor de feestdagen 1

Dovnload 41.46 Kb.

Hoofdstuk 98: Voorschriften voor de feestdagen 1



Datum16.12.2018
Grootte41.46 Kb.

Dovnload 41.46 Kb.


Hoofdstuk 98

Hoofdstuk 98: Voorschriften voor de feestdagen

1. Alle werkzaamheden die op Sjabbat verboden zijn, zijn eveneens verboden op de feestdagen. En net als op Sjabbat is het zelfs verboden ze te laten doen door een niet-Jood. En zoals men geboden is zijn huisdieren te laten rusten op Sjabbat, zo moet hij ze ook laten rusten op een Jom Tov1. Het enige verschil dat er bestaat tussen Jom Tov en Sjabbat is voedsel [hetgeen op Jom Tov wel en op Sjabbat niet mag worden worden bereid], zoals er geschreven staat [Sjemot 12:16]: „Slechts wat door iedereen gegeten wordt, dat alleen zal door jou bereid worden”. Dit houdt in: kneden, bakken, slachten en koken. En ook het uitbrengen en inbrengen van het ene domein naar het andere is toegestaan op Jom Tov, ook wanneer dat niet is ten behoeve van voedsel voor de mens, maar voor iets anders, zoals onze geleerden, hun aandenken zij tot zegen, gezegd hebben [Beitsa 12a]: „Daar het geoorloofd is ten behoeve van voedsel2, is het ook geoorloofd wanneer het niet ten behoeve van voedsel is, maar ten behoeve van iets anders.”

Men steekt geen Jahrzeit-licht aan op Jom Tov3 (Zie Responsa Imrei Eesj, O. Ch. hoofdstuk 40; zie ook hierboven hoofdstuk 90, § 23.)



2. Men maakt geen kaas op Jom Tov en ook geen boter. Men laat ook geen melk in een maag staan, of ergens anders in, waardoor de melk stremt. Men mag ook de melk niet afromen, tenzij men iets van de room op de melk achterlaat, zoals op Sjabbat. En ook dit is alleen maar toegestaan voor dat wat men die dag nodig heeft. Maar voor de volgende dag is het verboden want het is verboden iets voor te bereiden voor de volgen­de dag. Wanneer men bang is voor een verlies, is het toegestaan om de room te laten vergaren door een niet-Jood op de bovenvermelde wijze.

3. Kruiden die hun smaak verliezen wanneer zij vóór de Jom Tov worden gemalen, mag men op Jom Tov fijnmaken met een sjinoei 4, bijvoorbeeld door de vijzel op zijn kant te houden of men stampt het fijn op de tafel of iets dergelijks. Zo ook mierikwortel, dat raspt men niet in een schaal zoals men op werkdagen doet, maar op een doek. Koffie maalt men niet in een koffiemolen maar men stampt het fijn in een vijzel met een sjinoei. Maar het is beter dit alles vóór Tom Tov te doen. Dingen die hun smaak niet verliezen, moet men zeker vóór Jom Tov fijnmaken, maar wanneer men dat vergeten is, dan mag men soepel zijn en het alsnog doen met een sjinoei. Al het bovengenoemde is alleen toegestaan voor die dag, niet voor de volgende dag. En men moet streng zijn en alleen maar bereiden wat men nu, voor de komende maaltijd nodig heeft. Dit alles geld ook voor het fijnmaken van matses [voor matsemeel].5

4. Het is verboden hout te hakken of het zelfs met de hand te breken. Het is ook verboden hout dat verspreid ligt te verzamelen [te sprokkelen].

5. Het is verboden hout zodanig op de stenen te leggen om een vuur te maken, dat men daarmee een tent maakt, want dat is alsof men twee scheidingswanden maakt met een dak erop. Men moet dat doen met een sjinoei, dat wil zeggen men houdt het hout in zijn hand en legt de stenen daaronder. En ook als men een pan op de stenen zet om daaronder een vuur aan te steken, moet men de pan in zijn hand houden en men legt de stenen daaronder, maar men zet de pan niet op de stenen.

6. Men wakkert het vuur niet aan met een blaasbalg, zoals de vaklui dat doen. Maar men is algemeen soepel met blaasbalgen voor huisgebruik met een sjinoei: men blaast van boven naar beneden. Maar met de blaasbalg van een vakman is het zelfs met een sjinoei verboden.

7. Het is toegestaan om de hoeveelheid bonen die men voor die dag nodig heeft, opzij te leggen, maar niet ze te ziften met behulp van een zeef. Men legt ze ook niet in water opdat het vuil of het voedsel boven komt drijven maar men zoekt het uit met de hand en neemt eruit wat voor hem het makkelijkste is: wanneer het makkelijker is het afval eruit te nemen dan doet men dat en als het makkelijker is om het eetbare gedeelte eruit tehalen, dan doet men dat.6

8. Meel dat reeds gezeefd is en dat men alleen voor de tweede maal wil zeven, moet men laten zeven door een niet-Jood of met een sjinoei, dat wil zeggen door de achterkant van de zeef te gebruiken. Hetzelfde geldt voor het zeven van matsemeel. Meel dat nog niet gezeefd is, mag men alleen door een niet-Jood laten zeven met een sjinoei. Het is verboden om het afval uit het meel te verwijderen, bijvoorbeeld steentjes die in de meel zijn gevallen.7 Het is zelfs verboden om de grote matsekruimels uit de fijgemaakte matse [het matsemeel] te verwijderen.

9. Men mag deeg kneden op Jom Tov, maar men mag het meel niet afmeten, maar men moet schatten hoeveel men nodig heeft. Wanneer men niet nauwkeurig meet , maar iets meer of minder neemt, is het toegestaan.8

10. Deeg dat voor noedels bestemd is of voor soepnootjes en dat men kookt, om het te eten in de soep, moet men erev Jom Tov kneden, want als ze oud zijn, zijn zij lekkerder. Wanneer men het niet erev Jom Tov gekneed heeft, dan mag men het op Jom Tov kneden met een sjinoei, dat wil zeggen, wanneer men het normaliter kneedt op een plank, kneedt men het nu op een doek of iets dergelijks. Ook gekookt voedsel dat niet bederft, zoals gedroogde vruchten en dergelijke, moet men erev Jom Tov koken.9

11. Van deeg dat men op Jom Tov gekneed heeft, mag men challa afnemen, maar men mag het niet verbranden, want men mag geen heilige dingen op Jom Tov verbranden. Men mag het (afgescheiden challa) ook niet bakken omdat het niet geschikt is om te worden gegeten, want wij zijn allemaal ritueel onrein door aanraking met doden10. Men mag het ook niet verplaatsen, behalve zolang men het nog in zijn hand heeft, dan legt men het op een plaats neer, waar het kan blijven liggen tot na Jom Tov en dan verbrandt men het. Van deeg dat erev Jom Tov gekneed werd, mag men op Jom Tov geen challa afnemen.11 Maar men bakt het deeg in zijn geheel en eet het op, maar legt een stukje van het brood opzij, en daar scheidt men na Jom Tov challa van af. (Dit alles geldt voor buiten Erets Jisraël. 12 Voor wat betreft Erets Jisraël, zie hierboven, hoofdstuk 35, §9).

12. Het is verboden klei te mengen op Jom Tov, zelfs niet door een niet-Jood. Daarom, wanneer men [klei] nodig heeft om de oven af te plakken waarin men voedsel warm houdt voor Sjabbat, moet men de klei vóór Sjabbat bereiden.Het is ook verboden om modder van de straat te nemen, tenzij men dat erev Jom Tov heeft voorbereid en in een hoek heeft neegelegd. Men moet oppassen dat men de klei of de modder niet [op de oven] uitsmeert, maar dat men die afsluit zonder te smeren, omdat sommigen dit zelfs verbieden [op Jom Tov] wanneer het voor de voedselbereiding is.

13. Gevogelte dat men in huis houdt of op de binnenplaats met de bedoeling om dat voor voedsel te gebruiken, mag men vangen13 om te slachten voor Jom Tov. Dit geldt zelfs wanneer zij overdag buiten [de binnenplaats] lopen, maar wanneer zij gewend zijn ’s avonds naar huis te komen. Maar het is verboden om ze te vangen voor andere redenen dan om ze op te eten. Wanneer zij nieuw zijn, dan is het verboden om ze te vangen, zelfs om ze op te eten, zelfs wanneer ze in huis zijn.

In ieder geval moet men ervoor zorgen dat men reeds vóór de ingang van de Jom Tov zijn keuze gemaakt heeft welke men op de Jom Tov wil slachten, want anders zou kunnen blijken dat die welke men eruit gepikt heeft een mager scharminkel is en dan heeft men hem voor niets opgepakt.

Vogels die men niet houdt om te eten maar voor hun eieren zijn moektse.

14. Duiven die nestelen in een duiventil of op een zolder mogen niet gevangen worden14, zelfs niet wanneer zij gewend zijn terug te keren naar hun nest, en zelfs niet wanneer men ze reeds heeft uitgezocht vóór de ingang van de Jom Tov.

15. De band (of ring) die om de poten van vogels zit, mag men erna het slachten afsnijden of afbranden. Men mag gevulde gevogelte dichtnaaien, maar men moet wel de draad vóór Jom Tov in de naald steken15. Wanneer men dat niet vóór Jom Tov gedaan heeft mag men de draad niet op Jom Tov in de naald steken. Nadat men het dier heeft dichtgenaaid mag men de rest ervan verbranden.

16. Vissen in een visvijver, die men niet met zijn handen kan vangen, mag men niet met een voorwerp [visnet of hengel] vangen. Maar wanneer men ze ook met zijn handen zou kunnen vangen, mag men ze ook met een voorwerp vangen. Wanneer er [in die vijver] veel vissen zijn, moet men vóór de ingang van Jom Tov vaststellen welke men op Jom Tov wil pakken, en daar moet men dan een of ander teken op aan bren­gen. Wanneer men ze allemaal wil gebruiken, kan men ze allemaal voor de vangst bestemmen. Men zegt dan vóór de aanvang van de Jom Tov: „Al deze vissen bestem ik voor de Jom Tov”.

17. Wanneer er twijfel bestaat of een dier [reeds vóór de aanvang van de Jom Tov} in de val gevangen was of niet, dan is het [dier] verboden. In geval van grote nood mag men op de tweede dag Jom Tov soepel zijn maar dat geldt niet voor Rosj Hasjana.

18. Alle dieren16 zijn moektse. Het is verboden om drinken of voedsel vlakbij hen te zetten17 maar men moet het op een afstand van hen neerzetten18.

19. Wanneer men een kip geslacht heeft en die blijkt treifa te zijn, dan mag men die niet vervoeren, net zoals alle andere moektse voorwerpen. Maar wanneer men een rund geslacht heeft en het blijkt treifa te zijn, dan mag men het naar een plaats brengen waar het niet bederft. Wanneer men het niet naar een plaats kan brengen waar het niet bederft, dan mag men het aan een niet-Jood verkopen mits men geen prijs vaststelt en het niet weegt.

Mogelijk geldt deze zelfde soepelheid ook voor vetgemeste ganzen, die vaak treifa zijn.



20. Men moet een dier alleen in dringende gevallen op Jom Tov slachten. Het is verboden het vlees per ge­wicht te verkopen en men mag er geen prijs voor vaststellen, maar men geeft de koper een ongewogen stuk vlees en na afloop van de Jom Tov zal hij betalen.

21. Wie een dier op Jom Tov slacht kan beter niet de longen controleren voordat hij de huid van het dier gestroopt heeft. Want wanneer men het controleert en het blijkt treifa te zijn, dan mag men het niet meer stropen19.

Het is toegestaan om de huid van een dier dat die dag geslacht is, weg te bergen [zodat het niet bederft], maar men mag het niet op pinnen uitspreiden. Andere huiden mag men niet vervoeren. Ook de veren van de kip die die dag geslacht is mag men vervoeren om ze weg te bergen, maar met andere veren is dat verboden.



22. Men mag vlees zouten om het bloed eruit te trekken, zelfs al had men dat de vorige dag ook kunnen doen20. Dit mag alleen wanneer men het voor die Jom Tov nodig heeft. Maar als men nog ander vlees heeft en men is alleen bezorgd dat het zal bederven [als men het niet zout], dan mag men alles bijelkaar voegen en zouten, zelfs als het veel is, ook wat men niet nodig heeft die dag, want het gaat alles in één moeite. Maar vlees dat al gezouten was om het bloed eruit te trekken en ook vis die men vóór de Jom Tov kan zouten, die mag men niet op Jom Tov zouten.

23. Wanneer men koek bakt op Jom Tov, is het verboden daar figuren op te tekenen, zoals een vogelfiguur van deeg of iets dergelijks. Dat mag noch met een vorm, noch met de hand,.

24. Het is op Jom Tov verboden iets glad te strijken of uit te smeren21, net als op Sjabbat. Daarom is het verboden om een waskaars of vetkaars te verwarmen, opdat die in de kandelaar of tegen de muur blijft plakken, want hij zou daardoor kunnen smelten. Indien de kaarsenhouder vol met kaarsvet zit, mag men het schoonmaken met een voorwerp dat niet moektse is.

25. Het is verboden om vuur te doven op Jom Tov22. En het is zelfs verboden om een brandende kaars op een plaats te zetten waar de wind hem zou kunnen uitblazen, ook al is daar nu geen wind. Het is ook verbo­den om een deur of een raam open te zetten vlak bij een brandende kaars. Zie hierboven, hoofdstuk 8, Par. 2.

26. Men mag het vuur met een voorwerp afdekken of met as dat vóóraf klaargemaakt is. En ondanks dat het mogelijk is dat daardoor het vuur wat uitdooft, is dit toegestaan op Jom Tov, omdat men er niet de bedoeling mee heeft het vuur te doven (en ook omdat het geen melacha is die men voor de melacha zelf doet). Maar alleen als het ten behoeve van diezelfde dag is, maar als het voor de avond bestemd is, [dus na nacht} dan is het verboden, want de avond hoort al bij de tweede dag.

27. Men mag geen voorwerpen kasjeren door middel van hag’ala [onderdompeling in kokend water ] of door liboen [verhitten tot ze wit-heet worden]23. Voor de voorschriften van het onderdompelen van voorwerpen in een mikwe, zie hierboven, eind hoofdstk 37.

28. De voorschriften voor het afwassen van de vaat zijn hetzelfde als op Sjabbat. En het is zeker verboden op de eerste dag Jom Tov af te wassen voor gebruik op de tweede dag Jom Tov.

29. Het is verboden een vuur aan te steken om het huis te verwarmen, tenzij het zó koud is dat het eten bevriest en men daardoor niets te eten zou hebben. Maar wanneer het niet zó koud is, is het verboden, maar men mag het wel door een niet-Jood laten aansteken.

30. Men mag het water opwarmen om zijn handen te wassen24, maar niet om het hele lichaam in te baden25. Het is ook verboden om water te verwarmen om daar een baby in te baden. Dat mag men zelfs niet door een niet-Jood laten opwarmen. Maar men mag wel meer water koken dan men voor een ander doel nodig heeft, en dat voor het baby badje gebruiken. Dus wanneer men een beetje water moet koken om eten te koken (of om koffie of thee te maken], dan mag men daar zelfs een grote ketel vol water voor verwarmen, mits men al het water in de ketel doet voordat men de ketel op het vuur zet en men er achteraf geen water aan toevoegt26. Wanneer de baby een beetje ziek is, mag men water voor hem oplaten warmen door een niet-Jood.

31. Het is verboden om een vuur aan te steken, zowel met behulp van een vuursteen, met een brandglas, als met een lucifer.

32. Men mag geen reukwerk maken, dat wil zeggen: allerlei kruiden op kolen leggen, zowel als dat gedaan wordt voor de geur, als om het huis of kleren te parfumeren. Want er staat geschreven (Sjemot 12:16): „Voor ieder persoon”27, waarvan wij leren dat alleen werkzaamheden die iedereen nodig heeft [zijn toegelaten]. Maar reukwerk wordt alleen gebruikt door verwende mensen die achter hun genoegens aan rennen. Betreffende het roken van sigaretten zijn poskiem verdeeld28, maar ook volgens diegenen die hiermee soepel zijn, moet men oppassen dat men de sigaret niet aansteekt met papier of met kolen, omdat, wanneer men die weggooit op de grond, men ze daarmee uitdooft, en men zou daartoe makkelijk bij vergissing kunnen komen op Jom Tov, omdat men dit gewend is te doen op werkdagen. En wanneer er op het papier iets geschreven of gedrukt staat, maakt men zich ook nog schuldig aan overtreding van het verbod op uitwissen. Daarom mag men [een sigaret of sigaar] alleen aansteken aan een bestaande vlam. Men mag ook geen nieuwe pijp opsteken. En het is ook verboden om tabak te snijden op Jom Tov. En men mag ook de tip van een sigaar niet afsnijden29.

33. Het is de eerste dag Jom Tov30 en op beide dagen Rosj Hasjana verboden die werkzaamheden te verrichten die geen volledige melacha vormen31 maar die toch op sjabbat verboden zijn, zelfs om ze te doen voor iemand die niet levensgevaarlijk ziek is. Men mag dat wel laten doen door een niet-Jood. Maar op de tweede dag Jom Tov (behalve op Rosj Hasjana) is het toegestaan dat te laten doen, zelfs door een Jood. Maar een volledige melacha is verboden te doen voor een zieke die niet in gevaar is, zelfs niet op de tweede dag Jom Tov, maar alleen door een niet-Jood.

34. Het is op Jom Tov toegestaan voorwerpen over te brengen [van het ene domein naar het andere]32. Dit is zelfs toegestaan wanneer het niet ten behoeve van voedsel gebeurt, mits het maar ergens anders voor nodig is. Maar wanneer er helemaal geen noodzaak voor is, is het verboden iets over te brengen naar een plaats waar dat op Sjabbat verboden is. Maar ook voor voedsel moet men geen grote lasten [zo als een wijnvat] vervoeren zoals men doet op werkdagen, maar men doet het op een andere manier. Wanneer het niet mogelijk is om het op een andere manier te doen, bijvoorbeeld als men zeer veel gasten heeft, dan mag men het op de gewone manier doen.

35. Alle melachot die op Jom Tov zijn toegestaan zijn alleen toegestaan ten behoeve van een mens, maar niet voor een dier, want er staat geschreven [Sjemot 12:16]: „Het zal voor jou bereid worden”, en dat wordt [in Beitsa 216] verklaart met: Voor jou is het toegestaan maar niet voor je dieren. Daarom is het verboden te koken of te vervoeren ten behoeve van je huisdieren, net als op Sjabbat.

36. Het is verboden op Jom Tom iets te koken of te bakken voor een niet-Jood33. Maar wie een niet-Joodse bediende heeft, mag voor hem/haar voedsel toevoegen in de pan om dat samen te koken34. Maar het is zelfs voor een gerespecteerde niet-Jood verboden iets extra’s te koken35. En dat niet alleen, maar zelfs al heeft de Jood voor zichzelf gekookt of gebakken, dan mag men geen niet-Jood voor de maaltijd uitnodigen36. Maar wanneer de niet-Jood een gewoon persoon is [niet iemand die men buitengewoon respecteert], dan mag men hem wel wat geven van wat men gekookt of gebakken heeft. Maar het is verboden om brood te bakken zelfs voor een bediende.

37. Het is verboden [op Jom Tov], iets voor een niet-Jood te vervoeren over een gebied waar het verboden is te dragen op Sjabbat.

1. Een Jom Tov is een feestdag waarop het verboden is werkzaamheden te verrichten.

2. Volgens de Sjoelchan Aroech 495:1 is melacha voor de bereiding van voedsel toegestaan, zelfs wanneer men dat van te voren, vóór Jom Tov had kunnen doen, zonder dat de kwaliteit van het voedsel daardoor minder wordt. Echter de Rema, Maharil, Eliahoe Rabba, Prie Chadasj e.a. zijn van mening dat dit door de rabbijnen verboden is, maar zij staan het toe wanneer het anders gedaan wordt dan normaal (met een sninoei). Wanneer men door omstandigheden buiten zijn macht niet in staat was het vóór de Jom Tov te bereiden, mag men het op Jom Tov ook zonder sjinoei, dus op de gewone manier bereiden (Sjoelchan Aroech HaRav, Misjna Beroera 495:10.) Maar als men het alleen maar heeft nagelaten vóór Jom Tom wegens gebrek aan tijd, dan moet men het met een sjinoei doen (M.B. 495:10).

3. De Misjgeret HaSjoelchan 5 en de Be’oer Halacha 514 staan het toe een jahzeit-licht aan te steken. Rekeninghoudend met de strengere opvatting suggereren zij dat men het aansteekt in de synagoge of in een kamer waar men nut heeft van het licht ervan.

4. Anders dan normaal.

5. De Misjna Beroera 504:20 staat het toe matsemeel te maken.

6. De Sjoelchan Aroech HaRav 510:5 en de Be’oer Halacha 510 zeggen, dat hoewel het is toegestaan om de bonen op de Jom Tov zelf uit te zoeken, het beter is om dat van te voren te doen.

7. De Sjoelchan Aroech (O.Ch. 506:2) zegt dat als het meel reeds vóór de Jom Tov gezeefd was en daarna vielen er oncontroleerbaar steentjes is, dan mag men die op de feestdag eruit halen, maar niet met de hand.

8. Wanneer onnauwkeurig meten gevolgen heeft voor de kwaliteit, mag men een meetinstrument (maatbeker of weegschaal) gebruiken. (Prie Megadiem, Misjna Beroera 506:2).

9. Volgens de Magen Awraham mag men deze melachot ook met opzet voor de Jom Tov laten liggen en het dan bereiden met een sjinoei. De Bigdei Jesja is het er niet mee eens, maar de Misjna Beroera (495:10 ) schrijft dat men in geval van tijdnood zich zeker op de M.A. mag verlaten.

10. Of men is in contact geweest met mensen die in aanraking zijn geweest met een dode.

11. Wanneer men het deeg vóór Jom Tov gekeneed heeft, is het door de rabbijnen veboden om er challa vanaf te nemen, omdat het dan lijkt alsof met er de laatste hand aan legt. Maar als men het op Jom Tov kneedt, hebben zij het niet verboden [want anders zou men het brood niet kunnen gebruiken op Jom Tov] (M.B. 506:17 en 20).

12. Dit alles geldt uitsluitend voor buiten Erets Jisraël, omdat het afscheiden van challa daar een gebod van de rabbijnen is. In Erets Jisraël echter, waar het een gebod mid’oraita is, mag men niet van het brood eten voordat er challa van is afgenomen (M.B. 506:21). Wanneer men wil, mag men nieuw deeg kneden op Jom Tov en dat combineren met het eerste deeg en dan scheidt men challa af van dit tweede deeg, dat dan tevens dient voor het eerste deeg, dat men vóór Jom Tov gekneed heeft (Rema 506:3). Men mag dit zelfs doen in Erets Jisraël (M.B. 506:25).

13. Zelfs met een val (M.B. 497:17)

14. Want het zijn wilde duiven die hun eigen voedsel zoeken en ze zijn niet te vergelijken met huisduiven, die in het huis gevoed worden (M.B. 497:28)

15. Zodat men niet de Jom Tov ontheiligt door de draad op maat af te knippen.

16. Dit geldt voor dieren die men moet vangen als men ze wil eten, dus dieren die in het wild leven (zie M.B. 497:4).

17. Omdat men ze dan makkelijk kan vangen (M.B.497:4-5).

18. Zodat men zich realiseert dathet Jom Tov is en met de dieren niet zal vangen (M.B. 497:5).

19. Want het is dan een malacha die niet voor voedsel bereiding is en dat is verboden. (M.B. 497:15)

20. Want na het kasjeren moet het vlees in zout blijven liggen om te voorkomen dat het bederft, als men geen koel­kast heeft.

21. Dit valt onder het verbod van memacheek - schrappen. Het is verboden iets uit te smeren op Sjabbat of Jom Tov om het daarna glad te strijken.

22. Het laagdraaien van een vlam is inbegrepen in de definitie van uitdoven. Dus dit is in het algemeen verboden op Jom Tov (Sj.Sj.K. 13:9). Men mag echter de vlam van een gasfornuis of olie stel klein draaien als anders het eten aanbrandt of overkookt of het water verdampt en wanneer men geen kleine vlam ter beschikking heeft en men wil de pan niet van het vuur halen omdat men het voedsel warm wil houden (Sj. Sj.K. 13:10).

23. De Misjna Beroera 509:26 is hier soepel in, wanneer daartoe geen gelegenheid vóór Jom Tov was .

24. De Misjna Beroera (511:9) schrijft: voor het wassen van gezicht, handen en voeten [voor wie op open sandalen of blote voeten loopt].

25. Men mag niet zijn hele lichaam of het grootste deel van zijn lichaam baden of douchen in water dat op Jom Tov verwarmd werd en dat mag ook niet wanneer het vóór Jom Tov verwarmd werd. Men mag zich wel stukje bij beetje wassen met water dat vóór Jom Tov verwarmd werd. (Sj.Sj.K. 14:7). Men mag die delen van zijn lichaam die niet met dik haar bedekt zijn, met koud water, of met water waarvan de kou af is, wassen, maar men mag zijn haar niet uitwringen en het water mag niet warm aanvoelen. (Sj.Sj.K. 14:11)

26. Het is toegestaan om boilerwater te gebruiken om een baby in te wassen maar men mag geen gas geiser gebruiken, omdat, wanneer men de warmwaterkraan dicht draait, het gas uitgaat en men mag geen vuur doven op Jom Tov. (Sj.Sj.K. 2:7).

27. De hele zin luidt: „Slechts wat voor ieder persoon gegeten wordt dat alleen zal door jou bereid worden.”

28. Het probleem is het doven van vuur van een lucifer, het sigarettenpeukje, e.d.] De Chajei Adam verbiedt het en vele hedendaagse poskiem verbieden roken in het algemeen wegens gevaar voor de gezondheid.

29. Ook niet afbijten.

30. Met ‘Jom Tov’ wordt steeds de in Tora genoemde feestdag genoemd, en met de tweede dag Jom Tov wordt bedoeld de buiten Erets Jisraël gevierde tweede en achtste dag Pesach, de tweede dag Sjewoe’ot, en de tweede en achtste dag van Soekot (Simchat Tora).

31. Dat zijn rabbijnse verboden.

32. Dus van privé terrein naar openbaar terrein of karmeliet en omgekeerd en men mag ook dragen over openbaar terrein of karmeliet.

33. De Geleerden hebben datgene wat er geschreven staat in Sjemot 12:16: „Het zal voor jou bereid worden”, verklaard met : „dat wat jij nodig hebt, maar niet voor niet-Joden”. En alleen wat voor dezelfde dag nodig is. Maar er is geen noodzaak om voor een niet-Jood op Jom Tov te koken. (B.H. 512:1) [Het is geen noodzaak hem op Jom Tov uit te nodi­gen voor de maaltijd en daarvoor een melacha te verrichten].

34. Men mag de eerste keer dat men het voedsel in de pan doet, iets toevoegen voor de bediende, maar men mag er niet later nog iets voor hem/haar aantoevoegen. (M.B. 512:12)

35. Om te voorkomen dat men speciaal voor hem zal koken.

36. Maar wanneer een niet-Jood onuitgenodigd komt, mag men hem wel te eten geven en men mag ook voedsel naar het huis van de niet-Jood [laten] brengen, want in beide gevallen waren de Geleerden niet bang dat men speciaal voor de niet-Jood zou koken. Met ‘laten’ brengen wordt bedoeld dat wanneer het voedsel over Karmeliet vervoerd moet worden, men, indien daar grote noodzaak voor is, het ook door een niet-Jood mag laten vervoeren, [maar niet door een Jood].




Dovnload 41.46 Kb.