Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Hoofdstuk I filosofie en de ontwikkeling van de Westerse rationaliteit Artikel I wat is dat, filosofie?

Dovnload 0.66 Mb.

Hoofdstuk I filosofie en de ontwikkeling van de Westerse rationaliteit Artikel I wat is dat, filosofie?



Pagina1/9
Datum25.10.2017
Grootte0.66 Mb.

Dovnload 0.66 Mb.
  1   2   3   4   5   6   7   8   9

HOOFDSTUK I Filosofie en de ontwikkeling van de Westerse rationaliteit



Artikel I WAT IS DAT, FILOSOFIE?


Denken = na-denken

over het leven

de werkelijkheid }= over de ervaring

alles

Ervaring is altijd al ge-interpreteerd



spontane opvattingen en waarderingen

(letterlijk voor-oordelen)

vormen samen onze wereldbeschouwing

3. Komen tot uiting in heel de cultuur

cultuur in brede en enge zin

gebruiksvoorwerpen

verhalen, liederen, sagen, gezegden

kunst


oorspronkelijk vooral in mythen

§ 1. De Griekse wortels


Ontwikkeling van de Griekse rationaliteit uit de mythe

- Mythen geven - ‘archè’ (beginsel en begin)

(oorspronkelijke via oorsprong)

- ‘telos’ (zin, doel, uiteinde-lijke)

bijv. mythe van Prometheus

mythe van Adam en Eva

- Eerste ‘filosofen’ ook op zoek naar de “archè” van alles

maar nu met de ‘rede’ (“logos”) (en niet in het vroeger, maar in het nu)


Alles is water


later : alles is lucht

het “apeiron” (onbepaalde)

(cf. oer-chaos - differentiatie)

→ telkens op zoek naar redelijke principes

- Dat zoeken naar redelijke principes wordt de basis
- van onze filosofie (en wetenschap)

- van heel onze Westerse cultuur :

voortschrijdende rationalisering (M. Weber)

leidt naar “die Entzauberung der Weltonttovering van de wereld


§ 2 Kenmerken van de rationaliteit


Oorspronkelijk betekenen “muthos” en “logos” hetzelfde:

geleidelijk: 2 verschillende werelden van spreken

logos wordt nu het echte

mythe wordt fictie, fabel



mythe logos

a. sacraal: heilig woord profaan, zakelijk

b. ‘autoritair’ : democratisch:

- draagt autoriteit in zz - kan tegengesproken

- alleen mensen met autoriteit - door iedereen

c. collectief universeel + individueel

- van een groep - van alle mensen

- maakt de groep - in eigen naam

d. van alle tijden historisch

e. voor alle tijden vooruitgang

dus verandert niet, herhaling ----------------

De kenmerken van de ‘logos’ zijn ook de kenmerken van onze Westerse cultuur


§ 3 Geloof in de rede


Niet rede als zodanig is Grieks

Wel geloof wat je ermee kan doen:



  1. uitwerken tot zekere want verantwoorde kennis
    ontstaan van ‘wetenschap’

  2. zo toegang krijgen tot het wezenlijke in de dingen

1. Van weten naar ‘wetenschap’
a. de notie van ‘wetenschap’ (“epistèmè”)

= méér dan logos:

- element van logische verantwoording

via normen (logica van Aristoteles – 4e eeuw)

zo noties van geldigheid en waarheid

- tegenover de mythe: is niet W of V

- vooral tegenover de doxa

Parmenides

Plato : allegorie van de grot

- element van systematiciteit

veelheid → eenheid

(via verantwoording)

Geen ervaring maar denken,  logica  waar of vals
Bij het opkomen vna de logos verdwijnt de mythe, door de vraag te stellen of het wel waar is, wel kan. Verliest zijn levensfunctie, en later verklaringsfunctie door de wetenschap.
Onderscheid doxa<-> logos, schijn en rede, spanning van de filosofie na mythen (bijv plato)
Parmenides: waarheid, evidentie en doxa, drie tegenstellingen (zon lijkt te draaien, dus wetenschap is gevecht tegen gezond verstand)
Nog geen verschil wetenschap en filosofie
Wetenschap zoekt zoveel mogelijk samenhang en eenheid
Kracht van newton is dat hij laat zien dat het draaien van de maan en het vallen van de appel door dezelfde reden komen, dus  eenheid.
Samenhang zoeken verbanden (allegorie grot, staatsfilosofie)
Aristoteles: filosofie hoogste wetenschap vanwege weergeven eerste principes




GRIEKEN ONTDEKKEN LOGOS NIET maar wel wat je ermee kan doen
Gedachte dat de rede de sleutel is tot de werkelijkheid, voor ons vanzelfsprekend.

b. Van kosmologie naar ethiek

Eerst logos toegepast op kosmos = kosmo-logie



Kosmo-gonie (mythe) naar kosmo-logos (filosofie)

Bij socrates niet meer de arche van de kosmos, maar de arche van de ethos, handelen, gedrag, ethiek, van hoe moet ik mij gedragen, normatief, niet descriptief

Niet de kosmos maar de mens

(niet ethologie, over het gedrag van dieren)

Later ook op "ethos" (handelen) = ethiek

 etho-logie : ethiek is: hoe moeten we handelen

Vroeger : handelen bepaald door de mythe (mythe oriënteert)

Als mythe wegvalt : wat is dan goed handelen?

Opkomst van Atheense democratie

sofisten

Socrates: ‘epistèmè’ van het goede

toch nog kosmologisch: micro-kosmos

democratie is het gelijk van de meerderheid, wat de meerderheid goed vindt is het goede,

dus sofisten retoriek

socrates: er is wat anders dan meerderheid logos, met redelijkheid mensen brengen tot inzicht ipv retoriek

dus ethiek

logos is sleutel tot begrijpen wat is en wat moet zijn (kosmologie en ethiek, soc plat en arist)

aristoteles: eenheid tussen kosmologie en ethiek: metafysica

2. “De werkelijkheid steekt redelijk in elkaar”

Rede overal toepassen, vanuit veronderstelling dat ze overal


toe-passelijk is.

“kosmos = logos”

- wezenlijk in onze cultuur

- anderzijds vragen: wat soort ‘logos’?

is werkelijkheid wel zo redelijk?

Wij geloven dat alles redelijk in mekaar steekt, is niet te bewijzen.

§ 4 Vanuit de verwondering op zoek naar inzicht



1. verwondering = de “archè” van het denken

intellectueel - existentieel

leidt naar ‘ontheemding’

vandaar op zoek naar het eigenlijke:

het ‘hoe’ en het ‘waarom’

via de rede



niet aannemen van vanzelfsprekendheden, maar verwonderen

2. Op zoek naar inzicht

van zien naar in-zien

Weten - videre -  -  - idee

[woida] [eidos]

Inzien is zien met het verstand begrip is het grijpen met je verstand

zien in-zien

dubbele uitwendigheid dubbele ver-inwendiging

via het 'begrip'

1. van het ding aan het Bwz 1. ding in het Bwz

2. van de dingen aan elkaar 2. samenh tss. dingen

ding ding

Bwz Bwz (begrip)

ding ding


  1. De schijn en het eigenlijke

Belang van dat onderscheid volgt eigenlijk uit het voorgaande

bij Grieken centraal (Parmenides, Plato …)

later ook in onze filosofie (Descartes, Kant…)

en in onze wetenschap (Galilei,Newton…)

bijv. Plato: een denken over wat denken is

(“epistèmè” over de “logos”)

(filosoferen over de filosofie)

denken = ‘idee’ zoeken + samenhang tss ideeën

bestaan ideeën?

ideeën vormen een samenhang: “kosmos noètos”

vanwaar nieuwe ideeën?

Hoe ideeën gemeenschappelijk?



uit verwondering komt niet alleen FILOsofie voort, maar ook fundamentele wetenschap en poëzie,
  1   2   3   4   5   6   7   8   9

  • Alles is water
  • § 2 Kenmerken van de rationaliteit
  • Geen ervaring maar denken,  logica  waar of vals
  • Parmenides: waarheid, evidentie en doxa, drie tegenstellingen (zon lijkt te draaien, dus wetenschap is gevecht tegen gezond verstand) Nog geen verschil wetenschap en filosofie
  • Samenhang zoeken verbanden (allegorie grot, staatsfilosofie) Aristoteles: filosofie hoogste wetenschap vanwege weergeven eerste principes

  • Dovnload 0.66 Mb.