Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Hoofdstuk I filosofie en de ontwikkeling van de Westerse rationaliteit Artikel I wat is dat, filosofie?

Dovnload 0.66 Mb.

Hoofdstuk I filosofie en de ontwikkeling van de Westerse rationaliteit Artikel I wat is dat, filosofie?



Pagina2/9
Datum25.10.2017
Grootte0.66 Mb.

Dovnload 0.66 Mb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9

Artikel 2 Algemene kenmerken van de filosofie


Nog steeds wat is filosofie, maar dan: wat zijn de eigenschappen van de filosofie (en de eigenschappen die godsdienst en wetenschap niet hebben)

§1 Een reflectie die radicaal kritisch wil zijn




  1. Filosofie is een reflectie

Na-denken (re-flectie)  fil is niet het eerste!

dat is belangrijk o.m. in de moraal: “fronèsis”

Uil van Minerva (Hegel)

Nadenken over wat er aan de filosofie vooraf gaat, over mythen, de wereld etc. en ook over spontane opvattingen. Dus is filosofie niet het eerste. In tweede instantie. (vandaar de uil)

Aristoteles: redelijkheid in de moraal is een andere redelijkheid (fronèses) dan in de wiskunde.

Uil vliegt ’s avonds pas uit, dus pas als de dag voorbij is, dus hij heeft de werkelijkheid aanschouwd, en daarna handelt hij pas.

2. Kritisch : (be)oordelen met de rede

- (filosofie steunt niet op:) gevoel, openbaring, intuïtie: wel rede

- vb. Socrates

- iets contestatairs, maar ook iets profetisch

“wat is kan niet waar zijn” (Bloch)

- Oosterse wijsheid - Westerse wijsbegeerte

Kritisch niet per se afwijzen, maar oordelen, beoordelen, tegen de lamp (van de rede) houden. (is dus wel ondermijnend provocatief)

Als je begint vragen te stellen, kan je niet meer stoppen.

Alleen de rede kan grenzen stellen aan het gevoel, aan de openbaring EN aan de rede.

Filosofie is profetisch, maar voorspelt niet de toekomst, net zoals de joodse profeten op zoek naar het eigenlijke. Ook het feitelijke meten aan het eigenlijke

Marx: filosofie moet feitelijkheid toetsen aan het ideaal. (in contrast met hegel: de filosofie moet begrijpen wat is, over het ideale kan ze niets zeggen)

Hegel: de filosofie is zijn tijd in denken vastgelegd

Heidegger: filosofie is grieks, dus oosterse filosofiën bestaan niet, niet gebaseerd op rede, daardoor niet slecht, maar is spiritualiteit, en dus geen filosofie. Filosofie is project van de rationaliteit. Maar als je met de rede de grenzen van de rede geeft (met redelijke argumenten) waarom je niet redelijk moet zijn, dan is dat wel filosofie.

3. Radicaal kritisch

radix = wortel

- laatste waarom: “waarom is er iets en niet


veeleer niets?”

- kritisch tav de redelijkheid zelf

 “wat is fil?” is zelf een filosofische vraag

Is alles te bedenken met rede? Of niet?

Meest radicale: eigen filosofie in vraag stellen.

Wat is recht, wat is taal, wat is…

Filosofie gaat over alles.

§ 2 Principieel gericht op de werkelijkheid in haar geheel


laatste waarom = waarom van alles

- wat betekent ‘waarom’ hier?

“archè”

“telos”


vele manieren om naar het waarom te vragen

wetenschap, filosofie, religie

- wat betekent ‘alles’ hier?

Klassiek ‘het Zijn’

= object van de ‘metafysica’

altijd al een ‘Vorontologisches Seinsverständnis’


(Heidegger)

Wat is werkelijk, wat betekent zijn? Is de werkelijkheid de verzameling van wat is? Of is de toekomst ook werkelijk?

Metaphysica=filosofie van het zijn, ontologie.

Parmenides: waar de filosofie mee bezig moet zijn: wat is, is en wat niet is, is niet. Dus geen fusis, geen wording, want er kan niet van niets naar iets gegaan worden. Als het niets bestaat is het niet het niets meer.

Meest fundamentele vraag: waarom is er iets en niet veeleer niets (Heidegger en Leibniz o.a.)

Zonder weten kun je niet weten ofdat er meer is dan het weten.

Waarom kan zowel vragen naar de archè als naar de telos, zowel naar het begin als naar het doel, de zin.

§ 3 Hermeneutisch en historisch


Methode: filosofie definieren aan de hand van de gebruikte methode. Wiskundig: gaat niet, je begint altijd al met iets, zelfs begrippen zou je niet kunnen gebruiken.

Husserl wilde ook filosofie een strenge wetenschap maken

Hegel: filosofie is een weten dat weten wat weten is.

Maar wiskunde hoeft geen rekening te houden met betekenis, maar filosofie is interpreteren van teksten, dus wel betekenis.

1. fil. : niet de methode van de wiskunde (Descartes)

niet methode van de positieve wetenschap

wel hermeneutisch (menswetenschappen)

menswetenschappen: hermeneutiek

“Erklären” en “Verstehen” (Dilthey)

hermeneutische cirkel

deel – geheel

tekst – lezer

“Vorverständnis”

spiraalbeweging

2. fil. is hermeneutisch en vandaar ook historisch

Fil. is ook altijd geschiedenis van de fil.

3. Besluit : band tussen denken en leven

problème - mystère (G. Marcel)

de natuur erklaren we de cultuur verstehen we (verklaren en verstaan, begrijpen)

Erklären, niet wat is het, maar waardoor komt het, hoe werkt het.

Verstehen wat is het, wat is de essentie.

Natuurwetenschappen verklaren, maar begrijpen niet. Een gedicht verklaren is iets anders dan kanker verklaren.

Wetenschapper is een buitenstaander, objectief. Menswetenschapper niet, is zelf onderdeel van het onderzoeksobjecten, dus zijn menswetenschappen en filosofie wel wetenschap?

Hermeneutiek: het interpreteren

Analytische filosofie is meer positieve wetenschap en continentale meer hermeneutische, menswetenschappen.

Hermeneutische cirkel: je begrijpt pas de eerste bladzijde van een boek als je het hele boek hebt gelezen, je kunt het deel maar verstaan als je het geheel verstaat en je kunt het geheel maar verstaan als je de delen verstaat.

Derrida: een tekst is nooit af, andere interpretaties zijn niet fout, zelfs plato wist niet wat hij schreef.

Hermeneutiek, is niet positief, ontwikkeld zich niet.

Probleem pro ballè voorwerp, object ligt voor mij, maar in de filosofie zijn het geen objecten, geen problemen maar mysteries.

Je kan er eeuwig over denken.

Angelsaksische traditie zegt niets over existentiele problemen: dat is godsdienst.

Artikel 3 Filosofie, positieve wetenschappen en religie

mythe

filosofie religie



wetenschap

bij aristoteles bestaat fi uit: fysica-matheus-1e filosofie

bij Descartes: geneeskunde-moraal-mechanica, en de wortels de 1e filosofie

1e filosofie noemen wij metafysica

Dus pas recent een verschil tussen filosofie en wetenschap.

Splitsing rond 1630:

Bacon (1620), Galilei(1632), Descartes(1630) Newton

Novum organum is verwijzing naar aristoteles. Nieuw instrument v/d wetenschap.

(+- 300) Augustinus=christendom+plato

(+- 1200) Thomas van Aquino=christendom+Aristoteles

Nieuwe wetenschap wil de macht va de mens over natuur instellen. Je moet achterhalen datgene wat je kunt gebruiken om de boel te veranderen. Andere vragen:

Niet wat is beweging, maar hoe werkt het. (maar bacon promoot wetenschap vanuit godsdienstig perspectief)

Vanuit deductie naar inductie.

Deductie: alle concrete

Inductie: concrete alle

Is een instrument wetenschappelijk?

Aristoteles: nee, met experimenten en instrumenten dwing je de natuur bepaalde antwoorden te geven.

Bacon: Jawel, je helpt de natuur, zodat je dingen ziet die er zijn, die je anders niet ziet.

Je kunt de natuur alleen overwinnen als je de natuur gehoorzaamt.

Galilei: natuur is geschreven in de wiskunde, dus kosmos is mathematische logos.

Galilei wordt niet serieus genomen, want wat hij dee was volgens hun definities geen wetenschap.

Bovenmaanse is volmaakt, ondermaanse niet

Hoe hoger je gaat hoe volmaakter

Hoe hoger je gaat hoe minder beweging

Dus God is onbewogen beweger.

Maar maan is niet volmaakt, aarde niet het centrum, alles stort in mekaar eind van de middeleeuwen

Boom v/d filosofie, filosofie wortels, fysica stam.

§1 Filosofie en positieve wetenschappen


1. De eigenheid van een positief-wetenschappelijke rationaliteit

Wetenschap wil vertrekken van ervaring : inductie ( deductie)

“Organon” (Arist.)  “Novum Organum” (Bacon).

Doch oppassen :



  1. instrumentele en experimentele ervaring

  2. mathematisch benaderd : meetresultaten

Die ervaring verklaren (“erklären”) : ‘oorzaken’ zoeken

univ. relatie tussen antec. en consequens



postulaat van de objectiviteit

wetenschap: verklaring moet objectief zijn.

Wat is objectief? Dat wat je ziet: je ziet niet het wezen van de steen/de maan/whatever.

Oog is gemaakt om te zien (doel, causa finalis, telos, dat doel is aantrekkingskracht volgens Aristoteles, vis a fronte)

Wetenschap zegt dat is onzin:

Antecedenten, verklaring gaat vooraf, als a gebeurt dan p. causa efficiens, werkoorzaak, vis a tergo,

Een doel is dus geen oorzaak.

Bij newton wordt fysica mechanica, dat wordt ons model om de natuur te denken.

In de middeleeuwen was het onderscheid: natuurlijk en kunstmatig

Bacon kunstmatig is ook natuur.

Descart: heel de natuur is kunstmatig,

De hele natuur is een grote mechaniek.

Nieuwe onderscheid: objectief en subjectief

postulaat van de objectiviteit

fysiol. processen  oog  zien

antecedenten doel

efficiënte oorzaken finale (teleol.) oorz.

duw-model

verklaren : p  q



het doel speelt niet meer mee in de wetenschap, in de wetenschap wordt geen antwoord gezocht op doel-vragen.

Postulaat van het determinisme: voor elke q is er een p, voor alles zijn er antecedenten en wel van die aard dat het resultaat er automatisch uit voorkomt.

Je kunt niet bewijzen dat er oorzaken zijn, je kan ook niet bewijzen dat er geen oorzaken zijn.

postulaat van het determinisme

"Geest van Laplace"

verl < --- > heden < --- > toekomst

p   q (omkeerbaar)

Leidt vlug naar een scheiding tussen natuur en mens

natuur mens

herhaling nieuwheid

geen doel doelgericht

kwantitatief kwalitatief

gedetermineerd vrij

objectief subjectief

echt niet 'echt'

2 werelden (cf. Plato)

Plato, maar wetenschapper ipv filosoof. Wat wij zien is niet echt, we zien een tafel niet verzameling atomen

Nietzsche: de wetenschap creëert een wereld. De echte wereld is de tafel, niet de verzameling atomen.

Kant, rationaliteit zowel bij natuur en mens

Comte, rationaliteit, kennen alleen bij natuur.

Positivisme zegt de enige vorm van kennis is wetenschappelijke kennis. Verabsoluteren van positieve wetenschap. Positivisme is geen wetenschap maar kentheorie.

Comte: theologieidee,metafysicapositieve

Karl Popper

Reacties


  1. Kant : 2 vormen van rationaliteit

wetenschappelijke ethische

("reinen Vernunft" "praktische Vernunft”)

b. Comte : positivisme : “loi des trois états”

c. Nu : ook 'positieve' menswetenschappen

d. Ook "positieve" wts niet zo "positief"?

Comte heeft eigenlijk een te ‘filosofische’ kijk op wts:

zeggen ‘hoe de dingen zijn’?


  1. Van inductief naar ‘hypothetisch-deductief’

Popper: Hypothese om feiten te ordenen, wetenschap begint niet met feiten verzamelen, maar hypothese opstellen.

Probleemhypothesefeiten

, wat is een probleem, wat ik met bestaande theorie niet kan verklaren.

Hypothese is universeel, toetsen is particulier.

Popper: verificatie bestaat niet, je hebt alleen corroboratie. Dus nooit zekerheid in de wetenschap. Waar betekent: tot nu toe niet vals.

Wet is een hypothese die voldoende gecorroboreerd is en nooit serieus gefalsificeerd is.

Hypothese is gemaakt in hoofd, dus wetenschap is denken.

Falsificatie is criterium voor wetenschap, een uitspraak is alleen wetenschappelijk als het falsifieerbaar is. Later bekritiseerbaarheid, dan passen menswetenschappen wel.

klassiek: pos. wet. zijn inductief : van ‘sommige’ naar ‘alle’

inductie: feiten verzamelen

ordenen en classificeren

alg. wetten afleiden

toetsen (verifiëren)

Karl Popper : belang van - hypothese

- falsificatie: logisch

methodologisch

hypothese en falsificatie

“Conjectures and Refutations”

trial and error



een wetenschappelijke methode bestaat niet, hypothese vormen en proberen te weerleggen.

Theorie komt niet uit feiten, maar uit menselijk verstand.

Werkelijkheid spreekt niet, antwoordt alleen, maar zegt nooit ja, alleen nee en soms misschien.

Een wet is een hypothese die voldoende gecorroboreerd is

en nooit serieus gefalsifieerd

van wet naar theorie

Th. Kuhn: “The Structure of Scientific Revolutions” (1970)

belang van paradigma

Besluit : wts niet een spiegel maar een strategie

Paradigma is geheel van vooronderstellingen dat je accepteert, dus Popper werkt binnen 1 paradigma. Galilei verandert het paradigma, dus incommensurabel.

Vooruitgang alleen mogelijk binnen een paradigma. Puzzel oplossen, Galilei maakt een nieuwe puzzel.

Lakatos.

3. De verhouding tussen filosofie en wetenschap

- belang van de wetenschap voor de filosofie: inzicht in de


feitelijke kant van de werkelijkheid

→ nood aan ‘wetenschappelijke kennis

- belang van de filosofie voor de wetenschap:

- vragen rond statuut, vooronderstellingen, mogelijkheden


en grenzen van de wetenschap (“meta-vragen”)

- fil als “kritiek van abstracties”

- wts : feiten
- fil : betekenis

- vraag naar de betekenis van de wetenschap zelf:

wetenschap en waarden : waardenvrijheid

waarderingsvrijheid



waardenvrijheid van de wetenschap? Wetenschap heeft altijd met waarden te maken. Bij afbakenen onderzoeksterrein al het 1 is waardevoller dan het ander, zeker bij geld voor welk wetenschappelijk onderzoek.

Moet de wetenschapper als wetenschapper zich met waarden bezighouden? Dus waarderingsvrijheid, vrij van waarde-oordelen?

Weber: wetenschapper mag geen uitspraken doen over waarden. Hij is geen specialist in waarden, wel in feiten. Wetenschapper kan daar niet over spreken, dus mag hij dat niet, omdat een dokter een abortus kan uitvoeren mag hij nog niet beslissen of een abortus toegelaten is.

Kathedersozialisten Wat is universitair onderwijs? Moet uni alleen feiten overdragen, of ook over waarden denken.

wetenschap en waarden(-vrijheid)

Weber

wetenschap moet bij de feiten blijven :

- op methodologische grond (kan niet over waarden spreken)

- op morele grond (waarden zijn zaak van individueel geweten)

 waarderingsvrij (kan en mag zich niet uitspreken over waarden)

 waardevrijheid : wetenschap moet kunnen zeggen wat ze te zeggen heeft, ongeacht de heersende moraal

= tegen “Kathedersozialisten”

Habermas en Frankfurter Schule

erfgenamen van het ideaal van ‘Bildung’

ideaal van Weber = “positivistisch halbierten Rationalismus”

is - arbitrair : rede te beperken tot ‘het objectieve’

- onmogelijk: nauwe verbondenheid van theorie en waarden

- gevaarlijk : geeft wetenschap kritiekloos in handen van de

heersende machten

Rationaliteit in dienst van de emancipatie van de mens

 echte redelh moet ook nadenken over wat er

in en met de wetenschap gebeurt

niet alleen de wetenschapper, maar heel de polis

Frankfurter shule: als je doet wat weber zegt dan wordt wetenschap een tool voor de machthebbers. Dus een wetenschapper moet zich bezighouden met waarden. Hij moet mee nadenken en mensen voorlichten.

Weber: scheiding tussen kerk/staat en wetenschap. Binnen zijn domein moet de wetenschapper kunnen zeggen wat hij wil.

Beiden zeggen niet dat wetenschap de eindmacht moet hebben, heel de polis heeft daar recht van spreken.

Wetenschap krijgt een steeds grotere rol binnen politiek. Bang voor technocraten. Politicus beslist niet meer, maar de dossiers, dossierkennis.

§ 2 Filosofie en godsdienst


fil. en wetenschap: allebei logos : wts i.v.m. feiten

fil:. i.v.m. betekenis

religie daarentegen: eerder bij muthos: symbolen en verhalen

Hegel: kunst: Anschauung


religie: Vorstellung
filosofie: Begriff

1. Het eigene van religieuze verhalen

Ramsey : religieuze taal is geen descriptieve taal

wel “disclosure-taal”

“er méér in zien”: “the-visible-and-its-more”

----------> …………. ! (x)



model qualifier disclosure

vb: - Exodus, Jezus

- dat ook in de parabels

- geldt ook voor de ‘eigenschappen’ van God



al-macht, on-eindig, on-sterfelijk

mythe -> logos -> filosofie -> wetenschap

mythe -> religie

dat het mythe is, is niet denigrerend.

Is geen definitie van religie, religie is niet per se godsdienst, verering van voorouders kan ook, boeddhisme vereert ook geen goden, is toch een religie.

Religie is hier in joods-christelijke traditie: het christendom

Religie bestaat uit verhalen.

In de bijbel staan verhalen, alleen bij de brieven een beetje theologie-logos

Hegel plaatst religie tussen kunst en filosofie.

Kunst: anschauung (zintuigen)

Religie: vorstellung (symbolen)

Filosofie: begriff (begrijpen)

Het is de filosofie die de kunst en de religie tot begrip leidt. Dus beide zijn begrijpen wat nog niet echt is, pseudofilosofie

Ramsey: religieuze verhalen zijn onthullingen, openbaring. (weer alleen in chirstendom, openbaringsgodsdienst.)

Disclosure niet doordat waarheid naar beneden komt, maar doordat die verhalen iets willen laten zien, in de bijbel: wie is God?

Verhalen, religie gaan over het visible and its more,

Vertkrekt van een model, iets wat we kennen. Dan geeft de qualifier er een draai aan, en als je die snapt, dan komt er disclosure.

Het gaat in de religie niet om een beschrijving,

Zelfs ons praten over god is disclosure-taal eindigheid kennen we, god is niet-eindig (qualifier) dus is god oneindig, maar niet zo dat hij de hele werkelijkheid omvat.

De zon en de maan zijn gemaakt, maar de mens is geschapen, scheppen is een disclosure-woord, betekent niet maken,

In de logos is er alleen waar en vals, als het niet feiten zijn is het vals.

Logos zegt: mythe is fabel, niet echt gebeurt dus vals.

Maar dat is niet de betekenis van mythe, als een dichter een berg beschrijft is dat ook waar, ook al is het niet letterlijk waar.

Religieuze taal is geen descriptieve taal, hoewel ook in de bijbel descriptieve teksten staan, dat is irrelevant.

Tillich: godsdienst is dat waar het uiteindelijk om gaat, intreden in religie, is “begrijpen” dat de eigenlijke weg, eigenlijke waarheid etc zo en zo is. Niet wat wij in eerste instantie denken.

Gelovig zijn is niet alleen denken dit en dat bestaat, maar ook gevoelig zijn voor de disclosure. Religie komt niet vanzelf daar is cultuur voor nodig.

Wetenschap: reductie, hogere tot het lagere herleiden

Religie: meer inzien, van het lagere, het hogere herleiden.

Verschil tussen geloven in en geloven dat. Geloven in god is iets anders dan geloven dat god bestaat.

Religie is iets totaal anders dan filosofie.

Filosofie is het project van rationaliteit.

Postmodern: is er wel verschil tussen verhaal en rede.

Comte: mythen zijn voor kinderen, niet voor volwassenen

Mythe metafysica positieve wetenschappen

Bultmann, eerste die inzag/toegaf dat de bijbel mythisch was. Volgens hem was dat negatief, dus moet vertaald worden. Ontmythologisering, vorm van inhoud scheiden, een bijbel van deze tijd schrijven.

Ricoeur: seconde naivité: je kunt niet vorm van inhoud scheiden. Je kan niet vertellen wat er in een gedicht staat, maar dan is de eigenlijke betekenis van het gedicht weg.

Je kan niet terug naar verhalen, wij kunnen mythen niet zo verstaan zoals een mythische mens dat verstaat. Eerste naiviteit is hoe dan ook gebroken. Als je eenmaal in de logos zit, is het afgelopen met naiviteit.

Bij tweede naiviteit niet terug naar voor de kritiek, maar post-kritiek naiviteit die weet dat ze naief is, maar door heeft dat alleen verhalen verder kunnen gaan, dieper kunnen gaan. (zelfs bij plato, boeken eindigen met verhaal, valt niet beter te zeggen dan met allegorie v/d grot) zo is ook religie

Religie gaat verder dan verstand, verstand is ontoereikend voor het verhaal.

Niet verstand achter je laten bij 2e naiviteit, maar beseffen dat hoewel verhaal niet letterlijk klopt, dat filosofie niet het laatste antwoord geeft

(wittgenstein : zin van het leven kun je niet beschrijven, valt niet onder woorden te brengen. Waarover je niet kan spreken, daarover moet je zwijgen. Belangrijkste begint wanneer de wetenschap stopt. Omgekeerd positivisme: enige waarover je kan spreken zijn de feiten, maar dat is het minst belangrijke.

Bij hegel is het verhaal lager dn het denke, heeft nog niet hetniveau van het begrippelijke bereikt.

Bij ricoeur is het verhaal belangrijker dan het denken, omdat je niet kunt spreken over die belangrijke dingen.

 niet descriptief (beschrijvend, historisch)

 toch aansluitend bij de ervaring: “the-visible-and-more”
niet “the invisible”

altijd particulier: Liefde? Leegte?



2. Betekenis van ‘waarheid’ in de religie

niet logische of historische waarheid (W  V)

“Ik ben de Weg, de Waarheid en het Leven”

religie en het ‘ultimate concern’ (Tillich)



3. Geloof en rede

Geloof is niet zomaar gelijk aan denken

- op vlak van de waarden, de waardering, de ZIN

- raakt héél de mens

- vereist gevoeligheid (niet zomaar gevoel)

sensibiliteit (“sensus-abilitas”)

- kwestie van ‘openstaan voor’, ‘zich verhouden tot’

geloven in tgo. geloven dat

- via een verhaal - waarmee we op weg gaan

- waarbinnen

vb.: Pascal: “de God van Abraham, Isaac en Jacob,
niet de God van filosofen en geleerden”

“le coeur a ses raisons que la raison ne connaît pas”

Toch niet louter gevoel (= op zz. infra-humaan)

4. Het statuut van religieuze verhalen

Tegenover het verhaal zijn verschillende houdingen


mogelijk:

- ‘kinderlijk’ (Comte)

- hertalen (Bultmann - “Entmythologisierung”)

- Ricoeur : “seconde naivité”

3 momenten : eerste naiviteit

kritiek


2e naiviteit : niet pré-critique

maar post-critique

Christelijke religie niet zomaar mythe :

weet dat het mythe is

niet minder dan redelijkheid,

maar veeleer verder

Christendom als ‘godsdienst van de interpretatie’ (M. Gauchet)

5. In welke zin zijn dan fil. en godsd voor elkaar relevant?

- betekenis van het geloof voor de rede:

- ervaring is altijd al gekleurd door het voor-filosofische

- fil. moet ook rekenschap geven van ‘fijnere intuïties’

- betekenis van de rede voor het geloof:

- fil. kan geloof niet ‘bewijzen’

wel "transcendentie-signalen"


  • nadenken over wat religie is, over mogelijkheden

  • en grenzen ervan, is filos. aangelegenheid

- geloof doet voor verwoording altijd beroep op een fil.

“de-hellenisering van het christendom”



Belang van godsdienst voor filosofie? Filosofie vertrekt van het voorfilosofische. Dus een filosofie die neutraal is bestaat niet.

Betekenis van rede voor het geloof. Nadenken over wat godsdienst is (net als nadenken over wetenschap, kennis, kunst, mens etc.)

Grootste deel vd geschiedenis is godsdienst een gemeenschapsaangelegenheid, niet iets individueels.

Gauchet: in het westen is idee ontstaan dat alles autonoom, zonder god moet zijn, hoe kun je dat verstaan? Volgens hem is dat uit de godsdienst zelf voortgekomen, galilei was zeer godsdienstig, en zo ook descartes, bacon, newton.

Hij zegt christendom is de godsdienst van de uittocht uit de godsdienst.

De manier van denken nu is uniek in ruimte en tijd, pas 300 jaar zo, alleen in het westen. Is scheiding tussen kerk en staat wel zo evident?

Ook ongelovigen zijn veel christelijker dan we denken. Christendom zit in onze cultuur, zit in de mensenrechten, ook die komen vanuit het christendom. Christelijke waarden zijn waarden die vanzelfsprekendheden zijn voor ons, bijvoorbeeld gelijkheid tussen man en vrouw.

Postmoderne: andere culturen denken ook hard, maar toch denken ze anders. Waarom denken wij zoals wij denken

Duidelijke band tussen protestantisme en moderne denken.

Luther: mens moet godsdienstif zijn in zijn werk en zijn familie, dus veel meer over wereld hier nu.

Moderne cultuur legt alle nadruk op deze wereld, en niet op andere wereld. Niet tegen god, maar om god groter te maken. Luther en calbijn willen god meer god laten zijn, daardoor verlaat hij deze wereld.

Griekse goden zitten op olympus, niet op een andere wereld.

Hogere godsdiensten brengen een ontologische breuk teweeg tussen god en wereld. Thales: wereld zit vo goden, nieuwe godsdiensten niet. God zit in hemel. Nivana, ideeënwereld.

Gauchet: door het steeds groter worden van de scheiding,, hoe verder weg de god, hoe minder de wereld goddelijk is. Wereld is onttoverd.



Max weber: ontstaan van kapitalisme is gelinkt aan protestantisme.

Par. 3 “Uit de religie voortgekomen”


Zowel (autonome) filosofie als (autonome) wetenschap zijn mee mogelijk gemaakt door het christendom

- invloed van het christendom in het algemeen op het denken, o.a. op noties van persoon, geschiedenis, kwaad ….

- Meer specifiek legde Max Weber band tussen Calvinistische ethiek en het ontstaan van het kapitalisme

- ook band protestantisme en “the affirmation of the ordinary life” (Ch. Taylor)

- Nog breder legt Marcel Gauchet een band tussen de
hele Joods-christel. traditie en de hele moderniteit

via de groeiende transcendentie

1. in de hogere religies : het feitelijke is niet het eigenlijke: het eigenlijke is elders’, van een andere orde (tgo de mythische goden)

2. in Jodendom uitgewerkt tot : - monotheïsme

- scheppingsidee

3. In christendom : - incarnatie

- is ook de ‘godsdienst van de interpretatie’

Gauchet: incarnatie: wereld is niet waardeloos, want god stuurt er zijn zoon heen. Maar 2 wereld is niet goddelijk genoeg, dus christen moet investeren in de wereld, moet hem beter maken.

Christendom: investeren in de wereld, wereld niet negeren, zoals boeddhisme, maar ook niet gewoon accepteren zoal in islam.

Moderne tijd: ik sta centraal.

- incarnatie betekent - wereld is belangrijk

- maar moet tegelijk verlost worden

→ 2 wegen uitgesloten - wereld=illusie (boeddhisme)

- pure onderwerping en aanvaarding (islam)

Daartegenover christendom = investeren in de wereld
(ziekenzorg, hospitalen, scholen, universiteiten etc.)

- eerst nog in naam van de andere wereld (Weber ook Bacon)

- maar uiteindelijk in naam van de wereld hier-nu

- interpretatie : 4 evangelies .. theologie ….


→ denken en interpreteren zit er van in het begin in
(vandaar band met de filosofie)

Dit leidt naar :

a. autonoom denken (los van het goddelijke)

→ autonome wetenschap (cf. Galilei: mensel wisk)

→ autonome filosofie (Descartes: ‘Ik denk’)

b. autonoom wereld in bezit te nemen → autonome economie

c. autonoom wereld organiseren

→ autonome politiek : - democratie

- scheiding kerk en staat

(zit al in de figuur v Jezus : koning onderaan

en in zijn leer: “geef aan de keizer …”)

door de kerk is er een scheiding tussen kerk en staat, doordat het religeuze iets anders wordt dan het politieke, is er autonomie in de regering, paus kan niet meer keizer zijn en keizer niet meer paus.

Vroeger was het de natuur die besloot wie de koning was, daarna god, nu de mens: koningschap afgeschaft in franse revolutie.

= “sortie de la religion”: religie niet langer omvattend

(zoals in een gemeenschapsreligie)

sortie” in de twee betekenissen:

- eruit weggetrokken

- maar vooral ook : eruit voortgekomen

→ Christendom is “la religion de la sortie de la religion”

De politiek wordt bepaald door de godsdienst, de godsdienst wordt bepaald door politiek.

1   2   3   4   5   6   7   8   9

  • § 2 Principieel gericht op de werkelijkheid in haar geheel
  • § 3 Hermeneutisch en historisch
  • §1 Filosofie en positieve wetenschappen
  • § 2 Filosofie en godsdienst
  • Par. 3 “Uit de religie voortgekomen”

  • Dovnload 0.66 Mb.