Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Hoofdstuk I filosofie en de ontwikkeling van de Westerse rationaliteit Artikel I wat is dat, filosofie?

Dovnload 0.66 Mb.

Hoofdstuk I filosofie en de ontwikkeling van de Westerse rationaliteit Artikel I wat is dat, filosofie?



Pagina6/9
Datum25.10.2017
Grootte0.66 Mb.

Dovnload 0.66 Mb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9

Aantekeningen.


Bij hegel

HOOFDSTUK III Mens en Werkelijkheid

Artikel 1 Het metafysisch probleem

§ 1 Uiteindelijkheidsvragen


mythe : situeerde en oriënteerde

nu met de rede

 Hoe steekt uiteindelijk de Werkelijkheid in elkaar?

 wat is de plaats van de mens daarin?

Die vragen komen vanuit verschillende ervaringen :

vraag naar de zin, contingentie, lijden

grenssituaties, kruispuntsituaties

1. Vanuit de kosmologische problematiek


Complexiteit

toch kosmos (orde, samenhang)

 problematiek van worden - zijn

kosmos – chaos

eenheid - veelheid

physis - logos

materie - geest

waarom is kosmos geen chaos? Kosmologie? Entropie=nieuwe antwoord. Hoezo is er een ordening.

Hoe kan er uit de materie iets van bewustzijn ontstaan. Hersenproces heeft geen zin, maar vraag naar zin is een hersenproces.

Hoe kan er vrijheid gedacht worden in gedetermineerde kosmos? Is de werkelijkheid van dien aard dat wat ik doe of niet doe uitmaakt?

Heeft de moraal een ontologische grond? wat is plaats van mens binnen de werkelijkheid?

Hypothetisch als (als je wilt levenniet roken)

Kategorisch altijd (je zult niet doden)

Er zijn grenzen die je niet kan overschrijden, er gaan mensen kapot aan schuldgevoelens.

Uiteindelijk, vanwaar kategorische imperatief? Habermas: we zijn morele wezens, dus slechte vraag.

Kant: postulaten van de praktische redelijkheid (is nodig voor ethiek, vooronderstellingen die nodig zijn voor de moraal. bijv. vrijheid, onsterfelijkheid: we ervaren allemaal dat het soms beter is om slecht te doen, dus het moet uiteindelijk zo zijn dat de goeden het beter hebben dan de slechten, als dat niet zo zou zijn, dan verliest elke moraal zijn houvast, slechterikken zouden er uiteindelijk niet beter vanaf moeten komen dan de goeien. )

Ethiek is eigenlijke weg naar kosmos voor kant, niet het fysische. Zoals bij aristoteles (onbewogen beweger).


2. Vanuit ethische problematiek


- mens = een zelf (zelfbepaling, vrijheid)

- band vrijheid - determinisme?

- betekenis van ons doen en laten?

van de geschiedenis?

- Vrijheid is aangesproken vrijheid :
Socrates : daimon

Kant : Kategorische Imperatief

Vanwaar komt die zedenwet?

Waarom zouden we ze volgen?

is de Wklhd uiteindelijk zo dat het beter is het
goede te doen en het kwade te laten?

- ethische ervaring is een geprivilegieerde ervaring :

diepste mislukking (schuld)

hoogste voltooiing

Zegt iets over ‘Waar komt het uiteindelijk op aan?’

Kant : vanuit de ethiek naar metaf : postulaten

Levinas : “l’éthique précède la metaphysique”

Nog verder :

Waarom is er eigenlijk kwaad? moreel kwaad

fysisch kwaad

ME : zijn = goed

kwaad : “privatio boni”

Vanaf MT : kwaad is méér dan afwezigheid

Leibniz : theodicee

Kwaad een ondermijning van de godsdienst?

vooral een probleem vanuit de godsdienst

(goedheid van God)

leidt naar verfijning van onze Gods-opvattingen

vanuit ethiek : andere tegenstellingen :

zin - onzin

goed - kwaad

voltooiing - mislukking

gebrokenheid - héélheid (heil)

“De sterrenhemel boven mij en de zedenwet in mij” (Kant)



Verschil tussen verklaring als oorzaken en verheldering, waarom als in archè of telos, oorsprong of doel.

Niet alleen vanwaar komt het, maar wat is de zin.

§ 2 Op zoek naar een ‘verklaring’


Vele wegen naar de metafysica (kosmol. – ethiek ..)

vele wegen binnen de metafysica

telkens vraag naar het geheel : omvattend : over het geheel

radicaal : laatste waarom

“Waarom is er iets en niet veeleer niets” (Leibniz)

Wat verklaard moet worden is :

1. Dat Wd er is

2. Dat ze is zoals ze is (Wat ze is)

Altijd vertrekken van de werkelijkheden : ervaring denken

 Wd moet zo gedacht worden



  • dat rekenschap kan gegeven worden van ervaren
    werkelijkheden :

dàt ze zijn

zoals ze zijn (wat)

altijd twee-ledig


Principe van voldoende grond (Leibniz)


Voor alles is een verklaring:

“nihil est sine ratione” (niets is zonder rede[n])

-- redeN :  pos. wet.  determinisme

-- rede :  rationaliteit



(zelfs het meest onredelijke valt te begrijpen, wat is de logica en het pricipe van de werkelijkheid. Dus niet wat zijn de oorzaken, maar waarom is er iets, waarom zijn er oorzaken?)

Zoeken naar causa prima is niet meer relevant voor metafysica.

Werkelijkheid moet tenminste zo gedacht worden dat ik rekenschap kan geven van de werkelijkheden.

Wat is redelijk? Wat is metafysica?

Eenvoudige metafysica bestaat niet, we ervaren complexe werkelijkheden.
metaf : ver-kla(a)-ren in de brede zin :

rationeel rekenschap geven van

principes  oorzaken!

mogelijkheidsvoorwaarden

zoeken naar ‘archè’ - begin

- beginsel ‘archeo-logisch

‘telos’ ‘teleo-logisch

banden tussen metafysica, wetenschap en religie

Dat dat

Werklheid werklheden



wat pr. v. vold.gr wat

§ 3 “Das Wunder aller Wunder: dass Seiendes ist!”


dat de Werkelijkheid is :

“Waarom is er iets, en niet veeleer niets?”

niet geworden, niet vergankelijk, één

noodzakelijk, absoluut

- dat moet uiteindelijk gezegd van elk ultieme

God, de oermaterie, Toeval ….



maar wat van de Werkelijkheid noemen we 'absoluut'?

daar verschillende visies: vanuit ervaring



parmenides: wat is dat is, wat niet is, dat is niet. Dus worden bestaat niet. Je kan niet zeggen dat het zijn uit het niets voorkomt. De werkelijkheid kan niet geworden zijn. Het zijn valt niet vanuit het niets te begrijpen.

Als er nu werkelijkheid is, dan is het ondenkbaar dat het ooit niet zo geweest is. Cogito het denken bevestigt de werkelijkheid.

Is fusis de werkelijkheid? Parmenides: nee, het zijnde is en het niet-zijnde is niet. Buiten het zijn is er niets, niet het niets is buiten het zijn, er is geen buiten het zijn.

Werkelijkheid is absoluut, is noodzakelijk (het tegengestelde is onmogelijk) als de werkelijkheid is, dan is het altijd zo geweest en zal het altijd zo zijn.

Maar niet alles wat er gebeurd is absoluut (voor parmenides wel), de kern is het absolute, datgene zoner wat er geen werkelijkheid kan zijn.

§ 4 Metafysica en ervaring



  1. Wat is ervaring?

héél de ervaring  empirisme

empirisme: kennis is beperkt tot ervaring

metaf gaat verder dan ervaring

dus : metaf is geen kennen.

Kant : kennis is beperkt tot fenomenale

metaf = noumenaal : wel denken maar geen kennen

Kritiek: ervaring:

niet alleen zintuiglijke erv

er is ook ethische, esthetische …. ervaring

metaf gericht op héél de ervaring


2. Wat is metafysica?

niet wat achter of boven het fysische ligt

Arist : metaf = 1e filosofie

over het zijnde als zijnde("to on hè on")

metaf verder dan ervaring?

alle denken gaat verder dan ervaring

ontwerpt hypothesen, theorieën, modellen

metaf = speculatief

3. Verschuivende problemen vanuit de ervaring

Metaf afh. van wat in ervaring het centrale probleem is:

Oudh: beweging (“physis”)

ME : Zijn (god – wereld)

MT : materie en geest

HT : Werkelhd en redelijkheid

wording en geschiedenis



Metafysica lijkt over dingen te gaan die je niet ervaart, metafysica ontsnapt aan ervaring. Wiener kreis: metafysica is babbelen over wat je niet waarneemt, dus niks over kan zeggen.

Metafysica gaat over ervaren, maar wat is ervaring? Empirisme=zintuiglijke ervaring. Maar je ervaart ook dingen die je niet visueel tegenkomt, ervaring wordt zo ingekrimpt dat het alleen empirische ervaring is. Is ervaring gelijk aan zintuiglijke ervaring? Ook ethische ervaring, liefdeservaring etc. je hebt nooit een empirische ervaring van onzin.

Er is mer ervaring dan dat wat door zintuigen komt. Je moet van heel je ervaring rekenschap geven. Over wat ik niet kan ervaren kan ik niets zeggen, alleen fantaseren. Als metafysica niet over ervaring gaat, dan gaat het over niets. (fenomenaal is dus alleen zintuiglijk, het noumenale ervaar je ook)

Empiristen zeggen:

Kennis komt uit empirische ervaring metafysica staat boven ervaring

Dus metafysica is niet te kennen.

Maar, kennis komt uit ervaring, niet alleen over empirische ervaringen. Metafysica gaat ook over het fysische en het niet-fysische, over de werkelijkheid als werkelijkheid.

Proberen de meest redelijke antwoorden te vinden voor het absurde.

Elke metafysicus zal een andere visie geven op de vraag wat voldoende grond is. Er staat niets vast in de metafysica. Op een redelijke manier rekenschap geven van de werkelijkheid als geheel: dat ze is en dat ze is wat ze is.

Westerse beschaving is door en door platoons. Zintuiglijke en boven-zintuiglijke. Noumenale en fenomenale. Fysica en metafysica.

Metafysica, na de fysica of verder dan het fysische (dingen die niet fysisch zijn) Nietzsche gaat daar tegenin, traditioneel gaat metafysica verder dan de fysica. Als je uitgaat van ervaring=zintuiglijke ervaring, dan is het idd bovenzintuiglijk, filosofie gaat over dingen die niet zintuiglijk zijn, over dingen waar je alleen over kan denken. Metafysica gaat over het ervaarbare en het onervaarbare, metafysica gaat over beiden. Wat is ervaring, wat is metafysica.

Fysica gaat alleen over tijd en ruimte, in metafysica over het geheel van de werkelijkheid als zijnde. Wat betekent zijn? Zijn is op alles van toepassing, alles is op 1 of andere manier. Metafysica op ultieme manier rekenschap geven van het zijnde, er een theorie van maken, het begrijpen. Dan ga je verder dan de ervaring (dat geldt ook voor fysica, ervaring begrijpen). Hoe kan ik de werkelijkheid verklaren/denken. Vertrekken van ervaring en ervaring proberen te begrijpen.

Metafysica gaat om de uiteindelijke problemen, maar het verschilt wat die problemen zijn: bij aristoteles beweging. Dus dan mondt het uit in een onbewogen beweger. Is iets anders dan bijv. de vraag naar de zin van het leven. God brengt iets in beweging zonder zelf te bewegen. Maar het gaat bij aristoteles dus om het sluitstuk van de fusis.

Bij het cristendom komt er een scheppingsidee, dus er was eerst niets. Waarom is er een werkelijkheid, waarom is er een wereld, dus bewegingsprobleem wordt een zijnsprobleem. God wordt zijn, dat de bron is van het zijn van alle dingen.

Dus vraag niet meer de vraag naar het fusis, maar naar relatie tussen zijn en zijnden, wat is verhouding tussen God en wereld, zijnden participeren aan het zijn, aan god. Problematiek is verhouding tussen zijn en zijnden.

Moderne tijd: de zijnden, de wereld valt in 2 stukken uiteen: denken en uitgebreidheid, mens en wereld, geest en natuur. Dus na descartes gaat het om relatie mens en natuur, is alles materie of is alles geest? Totaal andere problematiek, materialisme idealisme komt pas vanaf moderniteit. Verhouding god-wereld blijft, maar vraag wordt verhouding materie-geest.

Alles samendenken in God is spinoza, alles samen in materie is materialisme, alles samen in geest is idealisme. Probleem van moderne metafysica, hou verhouden de drie zich tot elkaar.

Dus wat het probleem is verandert, probleem hangt af van vertrekpunt. Fusis, schepping, geest en materie. Je moet de werkelijkheid zo denken dat je de problemen kunt denken.
1   2   3   4   5   6   7   8   9

  • 1. Vanuit de kosmologische problematiek
  • 2. Vanuit ethische problematiek
  • § 2 Op zoek naar een ‘verklaring’
  • Principe van voldoende grond (Leibniz)
  • § 3 “Das Wunder aller Wunder: dass Seiendes ist!”
  • 2. Wat is metafysica

  • Dovnload 0.66 Mb.