Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Hoofdstuk I filosofie en de ontwikkeling van de Westerse rationaliteit Artikel I wat is dat, filosofie?

Dovnload 0.66 Mb.

Hoofdstuk I filosofie en de ontwikkeling van de Westerse rationaliteit Artikel I wat is dat, filosofie?



Pagina8/9
Datum25.10.2017
Grootte0.66 Mb.

Dovnload 0.66 Mb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9

Artikel 3 Van Zijn naar Worden

Par. 1 Groeiende historisering


a. Worden en zijn in de Griekse filosofie

- Herakleitos (“panta rhei”) tgo Eleaten

Alles is physis >< physis ondenkbaar (schijn)

Parmenides: wording ondenkbaar

Zenoon : beweging ondenkbaar.

- Plato : kiest voor Parmenides

maar ‘fenomenen redden” → 2 werelden

- Aristoteles : physis wel denkbaar

maar eigenlijk is toch het blijvende, onveranderlijke, onbewogene

→ middeleeuwse en moderne denken = zijnsdenken

b. De introductie van geschiedenis, wording en historiciteit

- eerste stappen: idee van verbetering (toekomst)

via wetenschap (Bacon)

via denken (Descartes)

- centrale plaats van de Romantiek, maar nu sterk


gericht naar verleden

Romantiek : evolutie op vlak van cultuur

- Darwin : evolutie op vlak van natuur

→ Monod : hoe verandering denken in mechanisme?

- probleem nog groter : entropie : gelijkblijven is uitzondering

→ van zijn terug naar worden

- eerst weer volle nadruk op toekomst: Hegel, Marx

verleden en toekomst komen samen

bij Hegel (maar geschiedenis komt tot einde)

- Nietzsche : oneindig (“ewige Wiederkehr”)

- Heidegger : “Sein und Zeit”

→ alles “sub specie temporis

mens (Sartre) – moraal en recht (×’natuur’-recht) – ‘Lebenswelt - zelfs redelijkheid

c. Historiciteit = veranderlijkheid, te maken, toekomst

→ van toekomst naar verleden naar toekomst

- ‘gesloten toekomst’ (ideologieën)

- toekomst die wezenlijk open en onbepaalbaar is



(Gauchet : dictatuur van de toekomst”)

Hegel brengt voor het eerst de gs de filosofie binnen.

Fusis bij de grieken, verandering, omwenteling, dynamiek, wording

Vanaf Descartes: alleen beweging van dode materie.

Eleaten: hoe je beweging ook denkt, je komt in een paradox, dus wording/beweging kan je niet denken. Alleen het zijn kan je denken. Parmenides: het zien van wording is schijn.
Plato is fan van Parmenides, maar: je kan wording niet denken, maar ook niet zomaar wegsnijden. Dus hij verdeelt ze in twee werelden, eentje van het zijn en eentje van het worden. Ene boven het andere.

Aristoteles is de man van de fusis, van de fysica:

Het veranderende is het enige wat bestaat. Dus hij gaat de fusis denken, fysica ontwikkelen. En om dat te denken heb je niet alleen de begrippen zijn en niet-zijn nodig, maar ook potentie. Potentie is beide, potentie en act, daarin kun je wording denken. Maar ook bij Aristoteles is het overanderlijke het belangrijkste. Uiteindelijk blijft hij platonist in de zin van het eeuwige, onveranderlijke (onbewogen beweger)

Griekse vooroordeel dat wij hebben overgenomen. Zijn is onveranderlijk en primair.
Heidegger gaat zijn en tijd met elkaar verbinden. Zijn is tijd. Zijn is tijdelijkheid.

Vroeger altijd verandering tegen een onveranderlijke achtergrond, verandering is variatie op hetzelfde thema. In romantiek komt het besef dat de achtergrond ook veranderd kan worden.

Heidegger: alles verandert, geen einde aan geschiedenis zoals bij Hegel. Wat zijn betekent verandert altijd, er is niets onveranderlijk.

Niet alleen subject maar ook tijdsgebonden, niks blijvends niks vasts.
Eerste idee van veranderbaarheid begint wanneer moderniteit begint. We willen verbeteren, dus veranderen, wetenschap, protestantisme etc. Vanuit verbeteringsobsessie. Bij romantiek komt pas het besef dat je ook de achtergrond kon veranderen, Luther “verbeterde” godsdienst, maar het kwam niet bij hem op de godsdienst af te schaffen.
Monod: nieuwheid is ongeluk, foutje. Gelijkheid is de regel.

Entropie: het blijft niet gelijk, maar het gaat achteruit, wanorde.
En bij verandering en gs komt de toekomst weer in beeld. Gs is iets wat wij als redelijke wezens moeten maken: Hegel en Marx. Mens is verantwoordelijk voor de geschiedenis.

Nietzsche: toekomst, westerse cultuur is op toekomst gebaseerd

Verering van de jeugd ipv verering van het verleden zoals het altijd was, opvoeden betekende inleiden in het verleden, maar nu is opvoeden voorbereiden op de toekomst. Typisch westerse beweging.

Als je iets niet in gevaar mag brengen is dat de toekomst. Geschiedenis wordt iets van naar de toekomst kijken.
We weten dat we iets moeten maken, maar niet wat we moeten maken, we moeten aanpasbaar zijn, leren leren.

Vanuit historische ontwikkeling neemt het zo’n wending.
Onvoorspelbare, eindeloze toekomst. Die wij maken, niet meer God.

Vragen na hegel: plaats van de rede

Historiteit/historiciteit?

Probleem van de geschiedenis en probleem van de rede.

Is al bij Nietzsche: tegen rede en eeuwige wederkeer van het zelfde.
Verlichting is radicalisering van de grieken, vooruitgang door rede is grote idee van verlichting en daar reageert Nietzsche tegen, eeuwige terugkeer.
Heidegger neemt dat over.
Niet kennen: Freud, hermeneutiek, spinoze, latere heidegger, maar een beetje Whitehead, niet Derrida, wel liotard.

Par. 2 Het Zijnsdenken van de latere Heidegger

1. Kehre


Sein und Zeit (1927) : Daseinsanalyse

toch reeds Zijnsvraag voorop



  • het is het Dasein te doen om zijn ‘zijn’

  • Vorontologisches Seinsverständnis

  • toch zijnsvraag ver af: naar wat vragen we?

metaf. is Zijn vergeten

2. De Zijnsvraag


“Ontologische Differenz”

Zijn is niet een hoogste Zijnde

‘Zijn’ als Gebeuren (“Ereignis”)

niet als ‘wezen’ maar als het ‘wesen’ (ww.)

in de openheid die de mens is

gebeuren van de ‘alètheia’

Dàt de dingen verschijnen

is niet iniatief van de mens

hoe de dingen verschijnen niet van ‘iemand’

niet van Iets

“Es gibt” “Geschick des Seins”

ook de Seinsvergessenheit (= Seinsverlassenheit)


3. Seinsvergessenheit


- objectiverende, voorstellende denken

- niet alleen in de metafysica : ook in de techniek

= een hele ‘periode’ : tijdsperiode van Plato tot Hegel

volzin


dwaalweg

- Metafysica als “Onto-theo-logik”


4. “Ein Schritt zurück”


over de metafysica heen (Grieken)

naar de ‘grond’ van de metafysica

het gebeuren van het Zijn

“andenkende Denken” (ge-denken, be-denken, her-denken)

ook dat is Seinsgeschick

 Gelassenheit

 diepere betekenis van Kehre:

niet alleen van Dasein naar Sein

ook van Sein naar Dasein

Mens is niet de heer van het Zijn, wel de hoeder:

mens niet zonder Zijn

Zijn niet zonder mens:

“west” in het handelen

denken


spreken (taal) van de mens

(vooral in Griekse taal)

“noeien” – “legein” – “physis”

Heidegger is misschien voor ons vanzelfsprekend, maar hij was radicaal vernieuwend.

Historisering en Kant zijn oorzaak van de meeste van onze problemen. Typisch hedendaagse problemen, relativisme etc.

Par. 3 Het proces-denken van A.N. Whitehead


A.N.Whitehead en B. Russell:Principia Mathematica (1910-13)

Grondslagen van de moderne logica

Russell (en Wittgenstein): feiten die op zz staan

Whitehead: gebeurtenissen in relatie


1. Wording


tgo - “Sprachmetaphysik” – substantie – zijn

  • ook in de wts : - gelijkblijvende stof-deeltjes

in rust

- determinisme (reversibiliteit)

a. grondcategorie = het ‘gebeuren’ ‘”event”, “occasion”

niet één groot ‘gebeuren’, maar miljarden gebeurtenissen

Elk gebeuren: invloed ondergaan

invloed uitoefenen

= centrum van integratie

“prehension” “aisthèsis” “feeling”

model van ‘ervaring’ maar als ‘voelen’:

- niet noodz bewust

- tg representatio (zien)

- niet neutraal

altijd waarde-ervaren

- metafysica van de relatie: ‘alles hangt met alles samen’

- ‘dingen’ zijn samenhangende gehelen van gebeurtenissen

- ook de mens : zo’n grote samenhang dat wij spreken van een ‘ik’ (een ‘zelf’)

 discontinuïteit maar op eerste plaats ook continuïteit tussen mens en de rest

b. ultieme = “creativiteit

als wordingsactiviteit (ver-werkelijking)

veelheid - eenheid

ook principe van nieuwheid

kwantitatief nieuwe (andere)

kwalitatief nieuwe

ook in de natuur

expliciet op vlak van de mens:

bewustzijn is spelen met mogelijkheden

c. van mechanistisch naar organisch denken

dode ‘bits of matter’ gebeurt. van ‘feeling’

gedetermineerd nieuwheid

scheiding natuur/mens continuiteit natuur-mens

2. Voortgang – vooruitgang?

Wlhd = altijd voort-gang (wording, “ongoingness”)

= niet altijd vooruitgang

ook degeneratie, lijden, entropie

Toch ziet Whitehead in het universum een gerichtheid (“lure”) op intensiteit van ‘ervaren’, op harmonie-in-contrast, op nieuwheid en nieuwe mogelijkheden :

op schoonheid


verder dan waarheid en goedheid (= Verlichting)

redelh vrijh

metaf moraal

schoonheid : esthetiek

God als ‘Eros Universi’ : “condition, ideal and critique”

-> onderscheid tussen creativiteit (Zijn) en God


Tgl ‘wordende’ God (pan-en-theïstisch)

Whitehead samen met Russell de principia mathematica: bijbel van de moderne logica. Ze zoeken de fundering van de wiskunde en vinden die in de logica. Logica wiskundig maken, wiskunde logisch maken.

Maar die logica veronderstelt een metafysica, daardoor groeien ze uit elkaar, russell ligt aan het begin van de analytische filosofie, samen met Wittgenstein.

Wittgenstein: propositie verwijst naar feiten, naar stand van zaken. Elke propositie verwijst naar opzichzelfstaande feiten. De wereld is dat wat het geval is, het geheel van de feiten.

Whitehead: nee.

Propositie is weergave van een mogelijkheid. Propositio die verwijst naar mogelijkheden. De werkelijkheid bestaat in de eerste plaats uit mogelijkheden, dus je hebt feiten en mogelijkheden nodig om de werkelijkheid te denken. Wereld van wording. Kern is herscheppen, worden en blijven worden.

Werkelijkheid bestaat uit gebeurtenissen (lijkt op Nietzsche: sprachmetafusik: S = P substantie-eigenschap Whitehead begint bij het werkwoord, ook bij Heidegger, zijn is geen ding, de boom boomt, de stoel stoelt, werkelijkheid is gebeuren, delheuze: dan begin je pas te verstaan wat de werkelijkheid is, als je van alles een werkwoord maakt)

Ook in wetenschap: gelijkblijvende stof-deeltjes in rust.

Événement (Badiou en Deleuze) komt deels van Levinas, de ander is een gebeurtenis, die openbreekt. Événement, doorbreken van het gelijke, er komt iets nieuws uit, avènement: er komt iets van buiten. Het niet beheersbare, het openbreken. Wereld bestaat uit gebeurtenissen, ook in wetenschap: stof is, maar energie gebeurt, we denken nu ook in energie, atoom is geheel van energetische gebeurtenissen.

1 ding waar je vanuit moet gaan: alles verandert.

Terug naar de Grieken: alles is fusis, ineens herakleitos ipv parmenides, panta rei. Whitehead: procesdenken.

Gebeurtenis is invloed ondergaan en invloed uitoefenen.

Ieder van ons is het integreren van invloeden. Gebeurtenis is verwerking van invloeden en heeft weer invloed op volgende gebeurtenissen. Elke gebeurtenis is ervaring: feeling (in die tijd minder raar woord dan nu).

Ervaring is representatie, Kant. Whitehead: dat is abstracte manier van weergeven, maar het moet overal voor gelden, ook voor cellen, dus gevoel ipv representatie. Menselijke ervaring is uitzonering en niet de regel, is uitzonderlijk, hoogontwikkelde ervaring.

Whitehead: bewustzijn is een simplificatie. Bepaalde ervaringen naar de voorgrond halen, dat is de kracht, dat het kan abstraheren. Abstractie is het wezen van het bewustzijn. Reduceren, abstraheren, tegenovergestelde van Kant.

Bij kant construeert het bewustzijn de werkelijkheid en dat is de enige toegang tot de werkelikheid

Whitehead: in onze feitelijke ervaring geen abstractie, pas als ze handebaar moet worden reduceert, simplificeert bewustzijn.

Feeling als in ik voel mijn lichaam, ik voel de warmte. We spreken wel de hele tijd over zien, maar dat is maar de hoogstontwikkelde vorm van waarneming.

Bewustzijn zien als ontwikkeling binnen de natuur. Cel ervaart, ik ervaar mijn cellen, maar niet bewust, dat zit op de achtergrond. Daardoor niveaus van werkelijkheid, dus mens niet uitzondering, maar eindproduct van de evolutie. Aangedaan worden, ik voel iets, dat is ervaring, en een deel daarvan is bewust voelen, maar dat is maar de top van de ijsberg.

Heel andere benadering dan klassiek.

Whitehead universaliseert Kant, begrippen plakken op indrukken, dat doet een atoom ook, atoom reageert op indrukken, maar heeft niet veel keuze, dier heeft meer keuze en mens de meeste.
1   2   3   4   5   6   7   8   9

  • Par. 2 Het Zijnsdenken van de latere Heidegger
  • 2. De Zijnsvraag
  • 3. Seinsvergessenheit
  • Par. 3 Het proces-denken van A.N. Whitehead

  • Dovnload 0.66 Mb.