Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Hoofdstuk I filosofie en de ontwikkeling van de Westerse rationaliteit Artikel I wat is dat, filosofie?

Dovnload 0.66 Mb.

Hoofdstuk I filosofie en de ontwikkeling van de Westerse rationaliteit Artikel I wat is dat, filosofie?



Pagina9/9
Datum25.10.2017
Grootte0.66 Mb.

Dovnload 0.66 Mb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9

Artikel 4 De vraag naar de plaats van de rede

§1 Het ‘post-moderne’ denken


Betekenis van ‘post-modern’

“Het einde van de grote verhalen” (J.-F. Lyotard)

Wat zijn “grote verhalen”?

- MT : differentiatie


= autonoom worden van de verschillende sferen

- grote verhalen als ‘meta’-verhalen die unifiëren

legitimeren

project


vb. Hegel, Marx, …..

- Fundering weg

- Eenheid weg: fragmentering de megapolis het museum

- Doel weg


Samengevat : - het einde van het boek


primaat van

het esthetische (tgo waarheid en goedheid

redelh en vrijheid

metaf en moraal

particuliere (cf volk, traditie ...)

onherleidbare (cf. Levinas)

contingentie (cf. Monod)

fragiliteit (cf. milieubewz)


=> centrale plaats van “l’événement”
a-vènement”



Postmodernisme begon met architectuur, terug kleuren etc.

Lyotard, derrida, maar Lyotard is de enige die de term postmodern aanvaard.

Betekent niet dat het niet meer modern is. Moderniteit blijft nog altijd vertrekpunt. We aanvaarden de moderniteit, maar aan de andere kant zetten we er vraagtekens bij. Maar we zijn allemaal moderne mensen. Lyotard wijst ook moderniteit niet af, ook de rede niet, maar gaat er vraagtekens bijzetten. Moderniteit is ook zelfreflectie, zelfkritiek, postmoderniteit is die kritiek op moderniteit.
Postmoderniteit: einde van de grote verhalen

(grote verhalen, Hegel en Marx…) komt van mei ’68, zien in dat marxisme niet werkt, wat was er dan verkeerd? Marx was een groot verhaal. Wat zijn grote verhalen?

De beste manier is de driehoek van Hegel. Hegel presenteert het als heel rationeel, maar zo strikt volgt dat niet, zitten allemaal metaforen etc. achter. Dus is helemaal niet zo rationeel, zijn verhalen. Alle denken is verhaal (zoals Nietzsche).

Grote verhalen:

  1. unifieren (alles wordt in zijn eenheid gedacht, onder leiding van de filosofie, Filosofische verhalen. Filosofie duidt van alles de plaats aan)

  2. legitimeren (justifieren, vandaaruit kan je zeggen wat goed en slecht is, absoluut standpunt (marx vooral politiek) )

  3. beginnen een project (geeft een zicht op gs, waar gs naar toe moet, vooruitgang. Gs filosofiën, doel van GS, ontwikkeling van de geest, klasseloze maatschappij)


Driehoek is groot verhaal, maar (weber) is reactie op ander groot verhaal, de godsdienst, de middeleeuwen. Groot verhaal dat die 3 dingen biedt, voor Weber begint moderne tijd wanneer dat groot verhaal uit elkaar valt, in filosofie bij Descartes. Criterium is niet langer godsdienst, maar mijn denken, trekt zich los van de godsdienst. En tegelijkertijd doet galilei dat voor de wetenschap.
Politiek trekt zich los van godsdienst,

Economie, weber noemt dat differentiatie van de cultuur, cultuur valt uiteen in deeldomeinen. Godsdienst wordt een domein tussen de domeinen, dat is typisch voor moderne tijd.

Hegel probeert opnieuw zo’n samenhang, filosofie ipv godsdienst (Lyotard) Filosofie gaat over DE redelijkheid zelf (ipv redelijkheid van economie, van de politiek etc. )
Einde van grote verhalen is wegvallen van absoluut standpunt, (dood van God bij Nietzsche) Fundering en eenheid vallen weg. We beseffen dat er niet 1 redelijkheid overal aan het werk is, maar we beseffen dat DE rationaliteit niet bestaat, logos in kleine logoi geragmenteerd. Differentiatie wordt fragmentatie, zonder eenheid. Fragmentering van alles. (de naam van de roos, je kan alles overal gebruiken) teksten als fragmenten nemen, uit zijn context halen, en gebruiken. Dingen van elders halen en hier gebruiken, dingen horen nergens meer thuis: megapolis.

Middeleeuwse en moderne filosofen zijn urbanisten, bouwen een centrum en daar iets omheen. Nu megapolis, geen centrum meer, de zone. Het heeft geen fundament, geen samenhang, geen eenheid. Dat is de feitelijke toestand van de postmoderne mens. Fundering valt weg, absolute standpunt valt weg, project valt weg.
Einde van het boek: van het ene boek van de waarheid, er is niet 1 waarheid in postmoderne waarheid (niet das kapital, niet de bijbel)
Einde van de geschiedenis: geschiedenis heeft geen richting meer, we weten niet meer wat vooruitgang is. IS de moderniteit wel vooruitgang?
Dood van God, wegvallen subjecten.
Dood van het subject (bij Sartre: god is dood, leve de mens, mens wordt god) nu verbrokkelde subject, subject heeft verschillende kanten.
Zit veel romantiek en veel Nietzsche in. Ware, goede en schone, na de eerste 2 nu nadruk op het 3e. Wending naar het esthetische, is deels romantiek, kunst die religie vervangt.

Nadruk op het particuliere. Ipv universele redelijkheid. Vandaar ook het terugkomen van het nationalisme, nadruk op het verschillende ipv het gelijke. Onherleidbare, toeval, het fragile.
Postmoderniteit soort correctie van moderniteit, nadruk leggen op het andere.
Twee opvattingen van moderniteit.

§2 De taak van de metafysica

2 opvattingen over moderniteit


  • de tijd van de differentiatie (Weber)

- de tijd van de grote verhalen (Lyotard)

elke sfeer heeft de neiging om het hele veld te bezetten

godsdienst wetenschap economie ….

Nood aan een meta-benadering

als instrument van analyse en begrenzing

Metafysica als kritiek van abstracties

als plaats van gesprek (cf. Lyotard : admiraal)

als “cosmic map making”



“bouwen aan een huis waarin de geest kan wonen”

Bij weber is moderniteit loskomen van de godsdienst. Als je pure differentiatie hebt, alles naast elkaar zet, dan blijft dat niet zo, er is altijd wel 1 sfeer die vindt dat zij sterker is dan de ander (filosofie, wetenschap, economie) Als je in ME iemand wil zwartmaken: dat is tegen de bijbel, moderniteit: dat is niet wetenschappelijk, nu: dat is economisch niet haalbaar.

Lyotard: Hegel is te simplistisch, denkend dat er een hoger standpunt is dat tegen de rest hun plaats kan vertellen. Vanuit welk standpunt kan je zeggen dat de economie niet alles is? Kan je niet zeggen vanuit economie, of vanuit wetenschap. Dus Hegel ontwikkelt die instantie, dat standpunt, de filosofie.

Lyotard: filosoof is niet iemand die het absolute standpunt heeft (dat is postmodern), maar het is niet pure fragmentering, dat kan het ook niet zijn, daarin kan niemand leven. Wat zij wel willen laten zien is dat het tegenovergestelde gevaarlijk is. Grote verhalen zijn gevaarlijk, totalitair.

Niemand heeft absolute standpunt, maar dat betekent niet dat alle standpunten gelijk zijn.

Huidige situatie zijn allemaal eilandjes, economie, politiek, etc. Hegel denkt dat er een supereiland is (de rede), belangrijkste eiland van het geheel, wat Lyotar zegt: Filosofie is geen eiland, maar is ook niet niks. Filosofie is eigenlijk een klein bootje, die overal thuis is in heel de oceaan, die aan elk eiland ontsnapt, zonder zelf eiland te zijn. Filosofie moet aan elk domein laten zien dat er nog meer is dan alleen dat domein. Niet doordat ze absoluut standpunt heeft, maar doordat ze kan laten zien dat elk standpunt maar een standpunt is. Dat er andere standpunten zijn en er geen absoluut standpunt is. Dat standpunten met elkaar in confrontatie kunnen worden gebracht, dus postmoderne denken is niet het einde van de waarheid, ja kan niet zonder waarheid, net zoals niet zonder moraal.

Zeggen er is wel waarheid, maar geen absolute waarheid, geen van de beide extremen. De fragiliteit, de breekbaarheid, bij absoluut standpunt sta je vast, geen twijfel.

Moderne tijd is zoeken naar zekerheid, die niet meer van godsienst, maar van rede komt, Marx is daar het toppunt van. Postmoderne is reflectie op moderniteit. Niet het complete tegendeel, maar ergens ertussenin.

Of vluchten in kleine domeinen, (analytica) of op een nieuwe manier aan metafysica gaan doen.

Niet meer a priori, maar a posteriori. Hoe moet ik de werkelijkheid denken na al die ervaringen, na al die domeinen.

Taak van metafysica is de grote kaart van alles expliciteren en bekritiseren. Pretenties van filosofie naar beneden gehaald, niet plaats innemen van godsdienst. Absolute standpunt.

Rede blijkt niet absolute zekerheid te kunnen geven. Die droom van kant, hegel, marx is weg. Moderniteit moet zichzelf voorzichtiger formuleren.

Elke begrenzing van grote verhalen kent ook zijn begrenzingen. Ontkennen van het licht van de zon blijft onzinnig, maar die “verbieding” komt niet van boven meer, maar door consensus, niet absoluut te funderen, maar redelijke mensen die grenzen stellen.

Alle absolute zekerheid is relatief. Als je je niet mag vergissen, dan kun je geen wetenschap doen, kun je niets nieuws ontdekken, het recht om te dwalen.

examen


Gaat over inzicht, of je het hebt gesnapt, zeg niks wat je niet begrijpt.

Mondeling met schriftelijke voorbereiding.

Cursorische lectuur moet je kennen, als hij zin zegt, moet je hem kunnen uitleggen.

Meestal concrete vragen, bijv: waarom is bij descartes de twijfel zo belangrijk, waarom spreekt plato over een ideeënwereld?

Liefst: antwoord in 1 zin, dat uitleggen

Pijltjes moeten een zin worden, daarom, waarom? Dus, dat is vaak belangrijk.

Geen lange inleidingen, soort gesprek heen en weer. 3 vragen zijn het startpunt. Op een filosofische manier erover kunnen spreken, maar een beetje reproductie, inzicht komt na kennis.

Op dia’s staat het belangrijkste, als je dat kan uitleggen, dan ben je ver.




hoofdstuk 2


1   2   3   4   5   6   7   8   9

  • Samengevat : - het einde van het boek
  • => centrale plaats van “l’événement” “ a-vènement”

  • Dovnload 0.66 Mb.