Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Hoopvolle perspectieven voor Subsaharaans Afrika? Forumgesprek nr. 91 Spreker

Dovnload 27.81 Kb.

Hoopvolle perspectieven voor Subsaharaans Afrika? Forumgesprek nr. 91 Spreker



Datum06.12.2018
Grootte27.81 Kb.

Dovnload 27.81 Kb.

BLAD NR.


ONS KENMERK

UW KENMERK

LEUVEN,




Hoopvolle perspectieven

voor Subsaharaans Afrika?

Forumgesprek nr. 91
Spreker: - prof. Stef Vandeginste, Universiteit Antwerpen (IOB, Instituut voor Ontwikkelingsbeleid
en -beheer)

- prof. Peter Verlinden (Lines, Leuvense Internationale en Europese Studies)



Inleider-moderator: em. prof. Lode Berlage

Plaats: Lemairezaal Faculty Club, Groot Begijnhof

Datum: donderdag 25 september 2014

_____
Ter beschikking gestelde documentatie:


- Inleiding, tekst van em. prof. A. Van de Putte

- PowerPoint-presentatie (13 dia’s), em. prof. Berlage

- PowerPoint-presentatie ‘Democratisering en grondwettelijk bestuur in Afrika (1990-2014)’ (19 dia’s),
prof.Vandeginste

- Tekst ‘The African Union, Constitutionalism and Power-Sharing’ uit ‘Journal of African Law’


January’ 2013, pp 1-28, prof. Vandeginste

Prof.Vandeginste verwijst eveneens naar recente publicaties van zijn hand:

- Chronique politique du Burundi 2013-2014 (à paraître dans L’Afrique des Grands Lacs,
Annuaire 2013-2014, Paris, L’Harmattan)

- La limitation constitutionelle du nombre de mandats présidentiels: une coquille vide? Une analyse du


cas du Burundi (IOB Working Paper, 2014-04)

- Political Representaion of Minorities as Collateral Damage or Gain: the Batwa in Burundi and Rwanda


(Africa Spectrum, 2014)

- Governing ethnicity after genocide: Rwanda and Burundi compared (Journal of Eastern African


Studies, 2014)

- PowerPoint-presentatie ‘Democratisering in (Centraal-) Afrika’ (11 dia’s), prof.Verlinden

De voorzitter van het Emeritiforum stelt dat het vraagteken in de titel twijfel en wanhoop suggereert: er lijkt geen einde te komen aan de kwalen van de Afrikanen. Ook Paul Theroux moest vaststellen dat in 10 jaar weinig ten goede veranderd is. Gevolgen van het kolonialisme of incompatibiliteit tussen tradities en onze opvattingen van moderniteit? Of moeten we beter leren kijken?

De voorzitter omschrijft de contouren van het onderwerp en stelt de inleider-moderator met zijn cv voor.


Poëzie in verband met het onderwerp vindt men bij Europese en (weinig hoopvolle) Afrikaanse dichters.

Vlaamse dichters daarbij zijn o.m. Daniël Billiet met ‘Heet niet iedereen ik en wij’ en David Van Reybrouck (auteur van ‘Congo. Een geschiedenis’) met zijn ‘De slapeloosheid van Freddy Tsimba’ - Tsimba was beeldhouwer.


Em. prof.Berlage licht zijn tussenkomst toe aan de hand van een PPt-presentatie. Volgens hem komt Subsaharaans Afrika veelal negatief in het nieuws (conflicten, armoede, corruptie,…), maar zijn er ook positieve ontwikkelingen: een positieve economische groei sinds 2000, een verbetering van het bestuur en een nieuw supranationaal orgaan, de Afrikaanse Unie met een ‘New Partnership for Africa’s Development’. In de periode 2000-2013 was er een jaarlijkse gemiddelde groei van het Bruto Binnenlands Product per capita van 2,3 %, wat relatief hoog is! De verschillen per land hebben veelal een historische verklaring of zijn uitzonderlijk zoals Zimbabwe (dia’s 6 tot 9). Als men het BBP per capita (constant 2005 US$) bekijkt moet er wel genuanceerd worden: tot 2010 was hier nauwelijks een stijging boven de cijfers van 1975. Cijfers - misschien niet altijd betrouwbaar - inzake de evolutie van de armoede (% van de bevolking) tonen voor een aantal landen over de jaren 1990, 2000 en 2010 weliswaar een daling aan, maar voor andere landen zoals Madagaskar en Zambia nog een stijging - een gemengd beeld dus. Ter info: de armoedegrens voor arme landen vastgesteld ligt op 1,25 $ per persoon aan koopkrachtpariteit; dat impliceert dat ze omgerekend aan de officiële wisselkoersen een stuk lager ligt dan 1,25 $ per capita.

De structurele veranderingen in de periode 2000-2010 tonen een verschuiving van aandelen in tewerkstelling in verschillende sectoren: vooral een verlies van 10 % in de landbouw (met veel verdoken werkloosheid) en een stijging van de diensten met 8 %. Structurele verschuivingen zijn belangrijk voor economische groei, maar kan groei gebaseerd op dienstensector volgehouden worden?

De inleider-moderator stelt de beide sprekers voor aan de hand van hun respectief cv.
Ook prof. Vandeginste werkt met een PPt-presentatie. Hij bekijkt de problematiek vanuit de politieke instituties en de vooruitgang ter zake, een vogelperspectief… In de loop van zijn uiteenzetting evolueert zijn oordeel in deze van hoopvol naar minder hoopvol (zie vanaf zijn dia 12).

Bij het einde van de Koude oorlog, startte een nieuw tijdperk voor Afrika (‘proxy wars’ in o.a. Angola en Mozambique terzijde gelaten). François Mitterrand verwoordde die trendbreuk in de relaties met Afrika door de koppeling van ontwikkeling en democratie (La Baule, 1990). En in 1992 voorspelde schrijver en politiek filosoof Francis Fukuyama (The End of History and the Last Man, 1992) ‘the universalization of Western liberal democracy as the final form of human government’- een ietwat arrogant geformuleerde historische predeterminatie?

Economische democratie werd ook gekoppeld aan vrede en veiligheid, een paradigma uit de Clintontijd. Dia 4 biedt met zijn opvallende gelijkenis van twee grafieken over het tijdperk 1946-2013 en de er in voorgestelde trendbreuk rond 1990, een illustratie van de stelling ‘democratieën voeren nooit oorlog tegen elkaar’. Die politieke en economische ‘liberal peace-building’ uitte zich in het beleid op verschillende manieren, o.a. door het koppelen van hulp aan politieke conditionaliteiten (opsomming in dia 5). Hoe dat in Afrika verliep toont de Amerikaanse Freedom House-index. Uitgaande van zijn scores op basis van een reeks parameters inzake politieke en burgerlijke rechten (dia’s 6 en 7) worden staten ingedeeld in drie groepen, ‘not free, partly free, free States’. Hoe die ontwikkeling er gekomen is wordt bv. verklaard door de theorie van S. Lindberg: ‘democratization by elections’. Ook al gaat het dikwijls slechts over de jure multipartisme, er zou een causaal verband zijn tussen democratie en verkiezingen en een soort socialisering van een democratische norm. Volgens een andere theorie is de democratisering een gevolg van de in 2000 (ter vervanging van de Organisatie van Afrikaanse Eenheid, 1963) opgerichte Afrikaanse Unie en als gevolg ervan een bevordering van grondwettelijk bestuur. Die streefde naar meer soevereiniteit, maar voerde meteen ook een actief beleid tegen bv. ongrondwettelijk optreden zoals in de Centraal-Afrikaanse republiek, pro mensenrechten en een niet-onverschilligheid ter zake. Haar Charter gaf een constructivistisch perspectief: een interiorisering van een globale norm voor gans Afrika.

Maar de hoopgevende ontwikkelingen zetten zich niet steeds door (dia 12, Freedom House-index). Daarvoor zijn er verschillende mogelijke verklaringen: (1) de transitie van autoritaire naar ‘fragiele’ staten in plaats van naar democratie, een gevolg van gebrekkige effectiviteit / capaciteit van bestuur (dat geen minimum aan diensten leverde) en een gebrek aan legitimiteit - zie Fragile States Index 2013 en de plaats van Afrikaanse staten op een schaal 0-120, dia’s 14,15 en16. (2) Transitie van autoritaire naar hybride, semi-autoritaire staten. Leiders leerden slim omgaan met de normen (The Dictator’s Learning Curve, William J. Dobson) en die houding vond ook haar neerslag in de (onvolledige) definitie van ‘unconstitutional changes of government’ door de Afrikaanse Unie. Tegenstanders van regimes werden er door afgeschrikt en het belang van de zetelende leiders werd er door gediend. (3) Maar ook de donoren wijzigden hun houding uit vrees voor onzekerheid, ‘state collapse’ of terrorisme en kozen voor het status-quo. De hulpconditionaliteiten werkten niet altijd, nieuwe donoren als China stelden veel minder voorwaarden wat betreft bv. mensenrechten en de voorwaarden van de donoren werden dikwijls beschouwd als inmenging in binnenlandse aangelegenheden (zoals in verband met politiek van homofobie in Oeganda).


Prof. Verlinden, die veel terreinwerk verricht betreffende het onderwerp, verwerkt in zijn PPt-presentatie ook een paar kleine reportages over de problematiek in RD Congo. Zijn ervaringen in ontwikkelingssamenwerking en in de journalistiek, werden achteraf aangevuld met wetenschappelijk onderzoek. Hij focust op Centraal-Afrika en stelt vragen naar de toepasbaarheid van democratische concepten: klopt het wel wat Fukuyama verklaarde over Westerse liberale democratie als definitieve vorm van bestuur? Hij probeert een brug te slaan tussen een institutionele benadering (van prof. Vandeginste) en een sociologisch / antropologische benadering van ‘democratie’. Prof.Tatah Mentan (Democracy for Breakfast? 2013 - Minnesota University) kwalificeerde verkiezingsdemocratie in Afrika als politiek theater, een schijnvertoning. Volgens hem moet democratie er ook voor zorgen dat er geen uitsluiting in de maatschappij is want dat leidt tot geweld. De Westerse versie van democratie gaat er bovendien verkeerdelijk van uit dat Afrika nooit ervaring had met democratie - zie zijn 3 quotes in dia 5.

Wat Zaïre / RD Congo betreft verwijst de spreker naar sporen van samenlevingsvormen verankerd in de traditionaliteit en stelt de vraag of bepaalde democratische vormen geen waardevol vertrekpunt voor de opbouw van een democratie zouden kunnen zijn. Hij schetst de evolutie naar een meerpartijensysteem en de huidige situatie ‘top-down’. Zou dit laatste in het voordeel kunnen spelen van lokale bestuurders?

Rwanda was een zeer gedisciplineerd land ten tijde van Habyarimana, doch de gunstige evolutie werd gestopt vanaf de oorlog en de massamoorden en de navolgende militaire ‘oplossing’ en de nog meer dan in RD Congo gemanipuleerde verkiezingen. Internationaal werd evenwel gekozen voor het bovenvermelde status-quo en de onmachtige burgers krijgen nu een opgelegde ‘ontwikkeling’.

Prof. Verlinden geeft ook nog bijkomende voorbeelden, meestal van landen in tweedeling: Ivoorkust, Mali en de Centraal-Afrikaanse republiek. In die landen gebeurde er geen aanpassing van het kiesmodel aan de sociologie van het land, maar was er de brute toepassing van het ‘one man, one vote’ - wat natuurlijk faliekant afliep.

Zijn persoonlijke conclusie is dat democratie niet gelijkstaat met de organisatie van verkiezingen en het Westers democratisch ontwikkelingsmodel niet altijd compatibel is met Afrikaanse samenlevingsvormen. Democratisering als norm voor ontwikkelingssamenwerking en dus de vraag naar hulpconditionaliteit ligt ter discussie. (Wat is dat juist en op basis van wat wordt het uitgewerkt?)

Voor hem moet democratisering getoetst worden aan een globaal model van responsabilisering van de bevolking bij het bestuur, aan de bestaande modellen van lokale participatie, aan de reële ontwikkeling en vooral de verdeling van de vooruitgang (cfr. de Gini-coëfficiënt als meting van ongelijkheid) en aan de toekomstnorm, de weg naar de nieuwe samenlevingsvorm.


_____
V. Het wordt als een probleem ervaren dat wij de Westerse democratie opdringen. De organisatie van verkiezingen is daar één aspect van, maar in ons systeem zitten ook de evolutie van de relatie overheid-civil society, en decentralisatie. Wij ontwikkelen sociale strategieën om staatsmacht te beperken.

Is het Amerikaanse model, met meer individuele vrijheid, niet meer van toepassing in Afrika? Is het niet dat model dat we op dat continent toepassen?

A. Inderdaad, we zijn daar naartoe geëvolueerd in bv. RD Congo wat betreft het sociaal overleg. Het systeem werd aanvankelijk gewoon gekopieerd van de kolonisator en het is interessant te zien wat er na 50 jaar mee gebeurd is ‘in het reële leven’. Zo is o.m. het beheer van de gezondheidszones in handen genomen door de lokale besturen en dat is hoopvol. Als zulk concept verder geïnterioriseerd wordt dan staan we voor een en-en-verhaal!
V. Werd er niet gekeken naar de laatste 5 jaar!? Er is een belangrijke groei genoteerd en het per capita inkomen is sterk aan het stijgen. Rwanda en Ghana halen al bepaalde millenniumdoelstellingen. Ook RD Congo beleeft een breed gedragen groei, vooral in de mijnbouw. Er is een goede evolutie in landbouw en consumptie. Ook ‘light manufacturing’ en zelfs de export van bv. bloemen gaan er op vooruit.

Zijn we dus niet te pessimistisch?

A. De ‘developmental state’ (cfr. Singapore) staat hiervoor model en dat is positief voor sommige landen. Gelijkheid is dan een strategie en daartoe is tijdelijke ongelijkheid nodig. Meer een evolutie naar het Chinese model…

Maar een land zoals Rwanda is wel zeer atypisch. Er is een enorm probleem, een kloof tussen de cijfers en de getuigenissen. Het is een land van schrijnende armoede. Als het land groeit, is het fundament daarvan vooral de plundering van grondstoffen van RD Congo.

RD Congo, Ivoorkust, Liberia, … vertonen structureel gelijkenissen: nu wordt er zelfs rijst geïmporteerd omdat die goedkoper is dan de eigen productie! Door de ebola-opstoot zijn sommige van die landen nu met een enorme klap achteruitgegaan.

Bij de analyse van de armoededata moeten we de vraag stellen naar de vergelijkbaarheid van de gegevens over de tijd. Wellicht is die in de loop van de jaren verbeterd. Maar een vergelijking zonder studie van de onderliggende enquêtes is problematisch.


V. Democratie is niet alleen een zaak van vrije verkiezingen maar ook van goedwerkende instellingen, en dat vraagt om techniciteit.

Is er voldoende techniciteit in de bestuursvorm? Is er wat een sector zoals landbouw betreft goede ook op het binnenland afgestelde informatie aanwezig?

A. Er zijn inderdaad meer technocraten nodig, en de VLUHR (Vlaamse Universiteiten en Hogescholen Raad) heeft al initiatieven in die richting genomen.

Het is ongelooflijk welke gevolgen het hele land ondergaat bij een wisseling van de macht bv. in Burundi: ook personen die technische functies hebben, verdwijnen dan, en rekening houdend met het feit dat hoge ambtenaren - zoals magistraten - een politieke dominantie uitoefenen, heeft dat natuurlijk desastreuze gevolgen!

Onderwijs wordt gevraagd, maar welk onderwijs wordt verstrekt? Wordt in het middelbaar onderwijs iets gezegd over o.m. de kracht van het regenwoud… of gebruikt men nog de boeken uit de koloniale tijd, niet meer aangepast aan de realiteit?
V. Het blijkt dat het Westerse systeem van democratie niet ideaal is voor Afrika en het Chinese ook niet.

Gebeurt er iets rond nieuwe samenlevingsvormen (cfr. prof.Verlinden) en wordt onderzoek daaromtrent gevoerd?



A. Onderzoekers zoals de Amerikaan Pierre Englebert en de Deen Tobias Hagmann hebben, in het geval Somalië, bestudeerd hoe van onderuit toch vormen van bv. accountability zijn ontstaan. Sommige publiekrechtelijke instellingen die wij erkennen falen, maar de erkenning tenietdoen van staten die zich gedelegitimeerd hebben is natuurlijk een zeer grote stap…



  • Inleider-moderator

  • Dovnload 27.81 Kb.