Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Huwelijksmap structuur van de kerkelijke huwelijksviering

Dovnload 0.76 Mb.

Huwelijksmap structuur van de kerkelijke huwelijksviering



Pagina2/8
Datum05.12.2018
Grootte0.76 Mb.

Dovnload 0.76 Mb.
1   2   3   4   5   6   7   8

Hier kies je een lezing uit 2.1.1 of 2.1.2. De titel (vb. ’uit het boek Genesis’) wordt ook in het boekje getypt én voorgelezen. De referentie aan de rechterkant (vb. Genesis 1, 26-28.31a)wordt ook in het boekje getypt.


Kies je een andere lezing, dan moet dit in ieder geval een Bijbelse lezing zijn.

2.1.1 UIT HET OUDE TESTAMENT
-1- uit het boek Genesis Genesis 1, 26-28.31a
God zei: "Nu gaan Wij de mens maken, als beeld van Ons, op Ons gelijkend. Hij zal heersen over de vissen van de zee, over de vogels van de lucht, over de tamme dieren, over alle wilde beesten en over al het gedierte dat over de grond kruipt."

En God schiep de mens als zijn beeld, als het beeld van God schiep Hij hen, mannelijk en vrouwelijk schiep Hij hen.

God zegende hen en God sprak tot hen: "Wees vruchtbaar en word talrijk, bevolk de aarde en onderwerp haar, heers over de vissen van de zee, over de vogels van de lucht en over al het gedierte dat over de grond kruipt."

God bekeek alles wat Hij gemaakt had en Hij zag dat het heel goed was.

-2- uit het boek Genesis Genesis 2, 18-24
De Heer God sprak: "Het is niet goed dat de mens alleen blijft. Ik ga een hulp voor hem maken die bij hem past. Toen boetseerde de Heer God uit de aarde alle dieren op het land en alle vogels van de lucht en bracht die bij de mens om te zien hoe hij ze zou noemen: zoals de mens ze zou noemen, zo zouden ze heten.

De mens gaf dus namen aan alle tamme dieren en aan alle vogels van de lucht en aan al de wilde beesten; maar een hulp die hem paste vond de mens niet.

Toen liet de Heer God de mens in een diepe slaap vallen; en terwijl hij sliep, nam Hij één van zijn ribben weg en zette er vlees voor in de plaats. En de Heer God vormde de rib die Hij uit de mens had weggenomen tot een vrouw, en bracht haar naar de mens.

Toen zei de mens: "Eindelijk, dit is been van mijn gebeente en vlees van mijn vlees! Mannin zal zij heten, want uit een man is zij genomen."

Daarom zal een mens zijn vader en zijn moeder verlaten en zich hechten aan zijn vrouw, en die twee zullen één zijn.


-3- uit het boek Genesis Genesis 24, 48-51, 58-67
In die dagen sprak de dienaar van Abraham tot Laban: "Ik viel op mijn knieën, boog mij voor de Heer en zegende de Heer, de God van mijn meester Abraham, die mij langs de juiste weg had geleid, zodat ik voor de zoon van mijn meester de dochter van zijn broer mocht vinden. Als u mijn meester uw vriendschap en trouw wilt geven, zeg het mij dan; zo niet, zeg het dan eveneens; dan kan ik ergens anders gaan zoeken."

Daarop antwoordden Laban en Betuël: "Dit is een beschikking van de Heer, wij kunnen er niets tegen inbrengen. Rebekka staat voor u klaar, neem haar met u mee als vrouw voor de zoon van uw meester, zoals de Heer beschikt heeft."

Zij riepen dus Rebekka en vroegen haar: "Wil je met deze man mee gaan?"

Zij antwoordde: "Ik ga mee."

Toen lieten zij hun zuster Rebekka vertrekken, samen met haar voedster en met de dienaar van Abraham en zijn mannen. Zij zegenden Rebekka en zeiden tegen haar: "Zuster, dat je tot duizendmaal tien­duizend mag worden en moge je nageslacht de poort van zijn vijanden bezit­ten!"

Toen maakten Rebekka en haar slavinnen zich gereed; zij bestegen hun kamelen en volgden de man. De dienaar ging met Rebekka op reis.

Isaak was teruggekomen van de bron Lachai-Roï, hij woonde toen in de Negeb. Bij het vallen van de avond ging hij buiten wat afleiding zoeken; toen hij zijn ogen opsloeg, zag hij ineens kamelen aankomen.

Ook Rebekka keek op, en toen zij Isaak zag, liet zij zich van haar kameel glijden en vroeg aan de dienaar: "Wie is die man daar, die over het veld naar ons toekomt?"

De dienaar antwoordde: "Dat is mijn meester."

Toen deed zij haar sluier voor.

De dienaar vertelde Isaak alles wat hij gedaan had.

Daarop bracht Isaak Rebekka in zijn tent en nam haar tot vrouw. Isaak kreeg haar lief en vond troost voor het verlies van zijn moeder.

-4- uit het boek Tobit Tobit 7, 10c, 12b-17
Raguël richtte zich tot Tobias met de woorden: “Het komt jou toe om mijn kind tot vrouw te krijgen. Neem haar dan nu tot vrouw, overeenkomstig de gebruiken. Jij bent aan haar verwant, zij behoort aan jou. Moge de barmhartige God jullie een mooie toekomst geven.” Toen riep hij zijn dochter Sara, nam haar bij de hand en gaf haar aan Tobias tot vrouw, met de woorden: “Hier is mijn dochter, neem haar volgens de Wet van Mozes tot vrouw en ga met haar naar je vader.” En hij zegende hen. En nadat hij ook zijn vrouw Edna erbij geroepen had, nam hij een blad papier en maakte de huwelijksovereenkomst op, die zij met hun zegel bekrachtigden. Toen begonnen ze aan de maaltijd. Daarna riep Raguël zijn vrouw Edna en zei tegen haar: “Zuster, maak de andere kamer gereed en breng Sara daar binnen.” Ze deed wat hij gevraagd had. Toen ze Sara in de kamer bracht begon het meisje te wenen, maar Edna droogde de tranen van haar dochter en zei: “Wees flink, mijn kind. De Heer van hemel en aarde zal je in plaats van al je verdriet zijn genade tonen. Wees flink, mijn dochter.”

-5- uit het boek Tobit Tobit 8, 4-9
Toen Sara en Tobias samen lagen kwam Tobias van het bed overeind en zei: “Sta op, zuster, laten we bidden dat de Heer zich over ons ontfermt.” En Tobias zei: “U bent gezegend, God van onze vaderen, en gezegend is uw heilige en heerlijke Naam door de eeuwen. Mogen de hemelen en alle schepselen U prijzen. U hebt Adam gemaakt, en hem Eva, zijn vrouw, tot hulp en steun gegeven. Uit hen is de mensheid voortgekomen. U hebt gezegd: “Het is niet goed dat de mens alleen is; laten we een hulp voor hem maken die is zoals hij.” Welnu, Heer, als ik mijn zuster hier tot me neem, ga ik geen ongeoorloofde verbinding aan, maar ben ik trouw aan uw Wet. Toon mij uw barmhartigheid en laat mij aan haar zijde oud worden.” En Sara zei: “Amen.” Daarop brachten zij samen de nacht door.

-6- uit het boek Prediker Prediker 3, 1-11
Alles heeft zijn uur, alle dingen onder de hemel hebben hun tijd.

Er is een tijd om te baren en een tijd om te sterven,

een tijd om te planten en een tijd om wat geplant is te oogsten.

Een tijd om te doden en een tijd om te genezen,

een tijd om af te breken en een tijd om te bouwen.

Een tijd om te huilen en een tijd om te lachen,

een tijd om te rouwen en een tijd om te dansen.

Een tijd om stenen weg te gooien en een tijd om stenen te verzamelen,

een tijd om te omhelzen en een tijd om van omhelzen af te zien.

Een tijd om te zoeken en een tijd om te verliezen,

een tijd om te bewaren en een tijd om weg te doen.

Een tijd om stuk te scheuren en een tijd om te herstellen,

een tijd om te zwijgen en een tijd om te spreken.

Een tijd om lief te hebben en een tijd om te haten,

een tijd voor oorlog en een tijd voor vrede.

Wat heeft iemand dan aan al zijn werken en gezwoeg?

Ik overzag de bezigheden die God de mensen heeft opgelegd om over te tobben.

Alles wat Hij doet is goed op zijn tijd; ook heeft Hij de mens besef van duur ingegeven, maar toch blijft Gods werk voor hem vanaf het begin tot aan het einde ondoorgrondelijk.

-7- uit het Hooglied Hooglied 2, 8-10, 14-16a; 8, 6-7a
Hoor, daar is mijn lief! Kijk, daar komt hij aan: springend komt hij over de bergen, over de heuvels komt hij aangesneld.

Mijn lief is als een gazelle, hij lijkt wel het jong van een hert. Daar staat hij achter de muur van ons huis. Hij kijkt door het venster en tuurt door de tralies naar binnen. Nu roept mijn lief en zegt tegen mij: "Sta, op mijn vriendin, kom toch, mijn mooiste.

Mijn duif, verscholen in de spleten van de rots, in de holten van de bergwand, laat mij je gezicht zien, laat mij je stem horen, want je stem is mooi, je ge­zicht lief­tallig."

Mij lief is van mij en ik ben van hem.

Draag mij als een zegel op je hart, als een zegel aan je arm: want de liefde is sterk als de dood, met de onverbiddelijkheid van het dodenrijk sluit zij ieder ander buiten. Haar vonken zijn bliksemschichten, vlammen van de Heer. Geen stortvloed van water kan de liefde blussen, geen rivier spoelt haar weg.

-8- uit Jezus Sirach Jezus Sirach 26, 1-4, 13-16
Een goede vrouw maakt haar man gelukkig en het getal van zijn dagen wordt dubbel zo groot. Een flinke vrouw is een vreugde voor haar man en zij laat hem al zijn jaren in vrede doorbrengen. Met een goede vrouw is men goed bedeeld; wie God vrezen krijgen haar als hun deel. Rijk of arm, hun hart is gelukkig en hun gezicht staat altijd opgewekt.

De bekoorlijkheid van de vrouw verblijdt haar man en haar vaardigheid geeft merg aan zijn gebeente. Een zwijgzame vrouw is een geschenk van de Heer, en beschaving is iets onbetaalbaars. Een ingetogen vrouw is dubbel bekoorlijk en niets weegt op tegen haar zelfbeheersing. De zon die opgaat aan de hoge hemel van de Heer: zo is de schoonheid van een goede vrouw in haar welgeordend huis.

2.1.2. UIT HET NIEUWE TESTAMENT
-1- uit de brief van Paulus aan de Romeinen

1   2   3   4   5   6   7   8

  • 2.1.1 UIT HET OUDE TESTAMENT
  • 2.1.2. UIT HET NIEUWE TESTAMENT

  • Dovnload 0.76 Mb.